2004R0866 — NL — 27.06.2008 — 003.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EG) Nr. 866/2004 VAN DE RAAD

van 29 april 2004

inzake een regeling op grond van artikel 2 van Protocol nr. 10 van de Toetredingsakte

(PB L 206, 9.6.2004, p.51)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

VERORDENING (EG) Nr. 293/2005 VAN DE RAAD van 17 februari 2005

  L 50

1

23.2.2005

 M2

VERORDENING (EG) Nr. 601/2005 VAN DE COMMISSIE van 18 april 2005

  L 99

10

19.4.2005

►M3

VERORDENING (EG) Nr. 1283/2005 VAN DE COMMISSIE van 3 augustus 2005

  L 203

8

4.8.2005

►M4

VERORDENING (EG) Nr. 587/2008 VAN DE RAAD van 16 juni 2008

  L 163

1

24.6.2008




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 866/2004 VAN DE RAAD

van 29 april 2004

inzake een regeling op grond van artikel 2 van Protocol nr. 10 van de Toetredingsakte



DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op Protocol nr. 10 over Cyprus van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond ( 1 ), en met name op artikel 2,

Gelet op Protocol nr. 3 betreffende de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland vallen ( 2 ), en met name op artikel 6,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Raad heeft herhaaldelijk gewezen op zijn sterke voorkeur voor toetreding van een herenigd Cyprus. Helaas is er nog geen omvattende regeling tot stand gekomen. Overeenkomstig punt 12 van de conclusies van de Europese Raad in Kopenhagen heeft de Raad op 26 april 2004 zijn standpunt over de huidige situatie op het eiland bepaald.

(2)

In afwachting van een regeling, is de invoering van het acquis bij de toetreding opgeschort in de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent, zulks overeenkomstig artikel 1, lid 1, van Protocol nr. 10.

(3)

Overeenkomstig artikel 2, lid 1, van Protocol nr. 10 betekent deze opschorting dat de voorwaarden vastgesteld dienen te worden waaronder de relevante rechtsvoorschriften van de Europese Unie gelden ten aanzien van de lijn tussen de bovengenoemde gebieden en de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus feitelijk het gezag uitoefent. Om de doeltreffendheid van deze regels te garanderen, dient de toepassing daarvan te worden uitgebreid tot de grenslijn tussen de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent en de oostelijke Sovereign Base Area van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

(4)

Aangezien de bovengenoemde lijn geen buitengrens van de Europese Unie is, moeten er speciale voorschriften worden vastgesteld om te bepalen welke personen, goederen en diensten de lijn mogen overschrijden, waarvoor de hoofdverantwoordelijkheid bij de Republiek Cyprus ligt. Aangezien de bovenbedoelde gebieden zich echter tijdelijk buiten het douane- en belastinggebied van de Gemeenschap en de ruimte van vrijheid, rechtvaardigheid en veiligheid bevinden, dienen de speciale regels te voorzien in een niveau van bescherming van de veiligheid dat gelijkwaardig is aan het niveau in de Europese Unie wat illegale immigratie, gevaren voor de openbare veiligheid en economische belangen in verband met het verkeer van goederen betreft. Zolang er geen voldoende gegevens beschikbaar zijn betreffende de situatie van de diergezondheid in de bovengenoemde gebieden, dient het verkeer van dieren en dierlijke producten verboden te zijn.

(5)

Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 10 vormt de opschorting van het acquis in geen enkel opzicht een beletsel voor maatregelen ter bevordering van de economische ontwikkeling in de bovengenoemde gebieden. Deze verordening is bedoeld om het handelsverkeer en andere contacten tussen bovengenoemde gebieden en die gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus feitelijk het gezag uitoefent, en wil er tegelijkertijd voor zorgen dat er passende beschermingsnormen, als hierboven bedoeld, worden gehandhaafd.

(6)

Wat het verkeer van personen betreft, mogen, overeenkomstig het beleid van de regering van de Republiek Cyprus, alle burgers van de Republiek Cyprus, EU-burgers en onderdanen van derde landen die legaal in het noordelijke deel van Cyprus verblijven, alsmede alle EU-burgers en onderdanen van derde landen die het eiland via de door de regering gecontroleerde gebieden zijn binnengekomen, de lijn overschrijden.

(7)

Met inachtneming van de legitieme bezorgdheid van de regering van de Republiek Cyprus, is het noodzakelijk EU-burgers in staat te stellen hun recht van vrij verkeer binnen de Europese Unie uit te oefenen en minimumregels vast te stellen om controles op personen aan de lijn te verrichten en om te zorgen voor een doeltreffend toezicht daarop, ter bestrijding van de illegale immigratie van onderdanen van derde landen, alsmede ter voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid en het overheidsbeleid. Tevens dienen de voorwaarden te worden vastgesteld waaronder onderdanen van derde landen de lijn mogen overschrijden.

(8)

Wat de controle van personen betreft, doet deze verordening geen afbreuk aan de bepalingen van Protocol nr. 3, met name artikel 8 daarvan.

(9)

Deze verordening is niet van invloed op het mandaat van de Verenigde Naties in de bufferzone.

(10)

Aangezien veranderingen in het beleid van de regering van de Republiek Cyprus met betrekking tot de lijn aanleiding kunnen geven tot problemen qua de verenigbaarheid met de door deze verordening vastgestelde regels, dienen dergelijke veranderingen, vóór hun inwerkingtreding, aangemeld te worden bij de Commissie, zodat deze passende maatregelen kan nemen om inconsistenties te voorkomen.

(11)

De Commissie wordt tevens gemachtigd de bijlagen I en II bij deze verordening te wijzigen, teneinde te reageren op eventuele veranderingen die onmiddellijke maatregelen vereisen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1. „lijn”:

a) voor de doeleinden van de controles op personen, zoals gedefinieerd in artikel 2, de lijn tussen de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus feitelijk het gezag uitoefent en de gebieden waarover die regering niet feitelijk het gezag uitoefent;

b) voor de doeleinden van de controles op goederen, zoals gedefinieerd in artikel 4, de lijn tussen enerzijds de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent, en anderzijds de gebieden waarover die regering feitelijk het gezag uitoefent, en de oostelijke Sovereign Base Area van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;

2. „onderdaan van een derde land”: elke persoon die geen burger van de Europese Unie is in de zin van artikel 17, lid 1, van het EG-Verdrag.

Verwijzingen in deze verordening naar gebieden waarin de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent, zijn uitsluitend verwijzingen naar gebieden binnen de Republiek Cyprus.



TITEL II

GRENSOVERSCHRIJDEND VERKEER VAN PERSONEN

Artikel 2

Controles op personen

1.  De Republiek Cyprus verricht controles op alle personen die de lijn overschrijden, zulks ter bestrijding van illegale immigratie van onderdanen van derde landen, alsmede ter opsporing en voorkoming van gevaren voor de openbare veiligheid en het overheidsbeleid. Deze controles worden tevens verricht op voertuigen en voorwerpen die in het bezit zijn van personen die de lijn overschrijden.

2.  Alle personen worden aan tenminste één controle onderworpen om hun identiteit vast te stellen.

3.  Onderdanen van derde landen mogen de lijn uitsluitend overschrijden indien zij:

a) in het bezit zijn van een verblijfsvergunning die is afgegeven door de Republiek Cyprus of een geldig reisdocument en, voor zover vereist, een geldig visum voor de Republiek Cyprus, en

b) geen gevaar vormen voor het overheidsbeleid of de openbare veiligheid.

4.  De lijn mag uitsluitend worden overschreden via de door de bevoegde autoriteiten van de Republiek Cyprus erkende grensovergangen. Een lijst van deze grensovergangen is opgenomen in bijlage I.

5.  Controles op personen aan de lijn tussen de oostelijke Sovereign Base Area en de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent, worden verricht overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Protocol nr. 3 van de Toetredingsakte.

Artikel 3

Toezicht op de lijn

Door de Republiek Cyprus wordt over de gehele lengte van de lijn op een zodanige wijze toezicht uitgeoefend dat personen worden ontmoedigd om de controles aan de in artikel 2, lid 4, bedoelde grensovergangen te omzeilen.



TITEL III

GRENSOVERSCHRIJDEND VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel 4

Behandeling van goederen die afkomstig zijn uit gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent

1.  Onverminderd artikel 6 mogen goederen de gebieden worden binnengebracht waarover de regering van de Republiek Cyprus feitelijk het gezag uitoefent, op voorwaarde dat zij geheel en al zijn verkregen in de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent of hun laatste, wezenlijke, economisch gerechtvaardigde be- of verwerking hebben ondergaan in een daartoe geschikt bedrijf in de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent, in de zin van de artikelen 23 en 24 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek ( 3 ).

▼M4

2.  De in lid 1 bedoelde goederen hoeven niet te worden aangegeven bij de douane. Zij zijn niet onderworpen aan douanerechten of heffingen van gelijke werking. Om effectieve controle mogelijk te maken, worden de hoeveelheden die de lijn overschrijden, geregistreerd.

▼B

3.  De goederen mogen de lijn uitsluitend overschrijden via de in bijlage I genoemde grensovergangen en de onder het gezag van de oostelijke Sovereign Base Area vallende grensovergangen Pergamos en Strovilia.

4.  Op de goederen zijn de eisen en controles zoals bedoeld in de communautaire wetgeving zoals vermeld in bijlage II, van toepassing.

5.  De goederen dienen vergezeld te gaan van een document dat is afgegeven door de Turks-Cypriotische kamer van koophandel, die daartoe door de Commissie in overeenstemming met de regering van de Republiek Cyprus of door een ander in overeenstemming met die regering daartie gemachtigd orgaan is gemachtigd. De Turks-Cypriotische kamer van koophandel of een ander daartoe gemachtigd orgaan houdt al die documenten bij om de Commissie in staat te stellen na te gaan welk soort en welke hoeveelheden goederen de lijn overschrijden en of zulks geschiedt overeenkomstig dit artikel.

6.  Nadat de goederen de lijn met de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus feitelijk het gezag uitoefent, hebben overschreden, controleren de bevoegde autoriteiten van de Republiek Cyprus het in lid 5 bedoelde document op zijn echtheid en gaan zij na of het met de goederen overeenstemt.

7.  De Republiek Cyprus behandelt de in lid 1 bedoelde goederen als niet-ingevoerde goederen in de zin van artikel 7, lid 1, van Richtlijn 77/388/EEG ( 4 ) en artikel 5 van Richtlijn 92/12/EEG ( 5 ), mits de goederen bestemd zijn voor verbruik in de Republiek Cyprus.

8.  Lid 7 heeft geen gevolgen voor de eigen middelen van de Europese Gemeenschappen uit de BTW.

▼M1

9.  Het grensoverschrijdend verkeer van levende dieren en dierlijke producten die onderworpen zijn aan de veterinaire voorschriften van de Gemeenschap, is verboden. Verboden met betrekking tot gespecificeerde levende dieren of dierlijke producten kunnen worden opgeheven door besluiten van de Commissie waarin de voorschriften voor de handel zijn vastgelegd overeenkomstig de in artikel 58, lid 2, van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad ( 6 ) bedoelde procedure.

▼B

10.  De autoriteiten van de oostelijke Sovereign Base Area mogen de traditionele levering aan de Turks-Cypriotische bevolking van het dorp Pyla van goederen uit de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent, handhaven. Zij oefenen streng toezicht uit op de hoeveelheid en de aard van de goederen met inachtneming van hun bestemming.

11.  Goederen die aan de in de leden 1 tot en met 10 genoemde voorwaarden voldoen, worden beschouwd als communautaire goederen in de zin van artikel 4, lid 7, van Verordening (EEG) nr. 2913/92.

12.  Dit artikel is per 1 mei 2004 van toepassing op goederen die volledig zijn verkregen in gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent en die voldoen aan bijlage II. Voor andere goederen geldt dit artikel alleen als zij voldoen aan specifieke voorschriften in verband met de speciale situatie op het eiland Cyprus, die op basis van een voorstel van de Commissie zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen twee maanden na de aanneming van deze verordening, moeten worden vastgesteld. Te dien einde wordt de Commissie bijgestaan door een comité en zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG ( 7 ) van toepassing.

▼M4

Artikel 4 bis

Tijdelijk binnenbrengen van goederen

1.  Met uitzondering van goederen die aan veterinaire en fytosanitaire voorschriften zijn onderworpen, mogen de volgende goederen tijdelijk worden binnengebracht vanuit de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent, in de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus wel feitelijk het gezag uitoefent:

a) persoonlijke bezittingen, die voor de reis redelijkerwijs benodigd zijn, van personen die de lijn overschrijden, en goederen voor sportdoeleinden,

b) vervoermiddelen,

c) beroepsuitrusting,

d) goederen bestemd voor reparatie,

e) goederen bestemd om te worden tentoongesteld of gebruikt op een publiek evenement.

2.  De in lid 1 bedoelde goederen mogen voor maximaal zes maanden worden binnengebracht.

3.  De in lid 1 bedoelde goederen hoeven niet te voldoen aan de in artikel 4, lid 1, gestelde voorwaarden.

4.  Wanneer de in lid 1 bedoelde goederen bij het verstrijken van de in lid 2 vastgestelde termijn voor het tijdelijk binnenbrengen niet terugkeren naar de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent, worden zij in beslag genomen door de douaneautoriteiten van de Republiek Cyprus.

5.  Voor het tijdelijk binnenbrengen van de in lid 1, onder a) en b), van dit artikel bedoelde goederen zijn de artikelen 229, 232, 579 en 581 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie ( 8 ) van overeenkomstige toepassing.

Voor het tijdelijk binnenbrengen van de in lid 1, onder c), d) en e), bedoelde goederen wordt de volgende procedure gevolgd:

a) de goederen dienen vergezeld te gaan van een verklaring van de persoon die ze binnenbrengt, met opgave van de reden voor het tijdelijk binnenbrengen, en van de nodige stukken, naar gelang van het geval, die redelijkerwijs bewijzen dat de goederen onder een van de drie in lid 1, onder c), d) en e), genoemde categorieën vallen;

b) de goederen worden geregistreerd door de douaneautoriteiten van de Republiek Cyprus of de autoriteiten van de oostelijke Sovereign Base Area wanneer zij de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus feitelijk het gezag uitoefent dan wel de oostelijke Sovereign Base Area binnenkomen en verlaten;

c) de douaneautoriteiten van de Republiek Cyprus en de autoriteiten van de oostelijke Sovereign Base Area mogen voor het tijdelijk binnenbrengen van de goederen zekerheidstelling verlangen om de betaling van douane- of belastingschulden die ter zake van die goederen kunnen ontstaan, te garanderen.

6.  De Commissie kan specifieke voorschriften vaststellen overeenkomstig de in artikel 4, lid 12, bedoelde procedure.

▼B

Artikel 5

Verzending van goederen naar gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent

1.  Voor goederen die de lijn mogen overschrijden, gelden geen uitvoerformaliteiten. De autoriteiten van de Republiek Cyprus verstrekken echter op verzoek de noodzakelijke gelijkwaardige documenten, met volledige inachtneming van de nationale wetgeving van Cyprus.

2.  Voor landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten wordt bij het overschrijden van de lijn geen uitvoerrestitutie uitbetaald.

3.  Voor de levering van goederen geldt geen vrijstelling zoals bedoeld in artikel 15, leden 1 en 2, van Richtlijn 77/388/EEG.

4.  Het verkeer van goederen waarvan de verzending of uitvoer naar een plaats buiten het douanegebied van de Gemeenschap op grond van het Gemeenschapsrecht verboden is of onderworpen aan een vergunningsplicht, restricties, rechten of andere uitvoerheffingen, is verboden.

▼M1

Artikel 6

▼M4

1.  Richtlijn 69/169/EEG van de Raad van 28 mei 1969 inzake de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzetbelastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigersverkeer ( 9 ) en Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen ( 10 ) zijn niet van toepassing, maar goederen die zich bevinden in de persoonlijke bagage van personen die de lijn overschrijden, zijn vrijgesteld van omzetbelasting en accijns alsook van invoerrechten mits zij geen commercieel karakter dragen en hun totale waarde niet meer dan 260 EUR per persoon bedraagt.

2.  De kwantitatieve maxima voor vrijstellingen van omzetbelasting en accijns alsook van invoerrechten bedragen 40 sigaretten en 1 l gedistilleerde drank voor persoonlijk gebruik.

▼M1

3.  Vrijstellingen voor de in lid 2 genoemde goederen gelden niet voor personen onder de 17 jaar die de lijn overschrijden.

4.  Binnen de in lid 2 vastgestelde kwantitatieve maxima, wordt met de waarde van de goederen zoals genoemd in lid 2 bij de vaststelling van de in lid 1 bedoelde vrijstelling geen rekening gehouden.

5.  Om ernstige verstoringen in een specifieke sector van zijn economie door het grootschalig gebruik van de faciliteiten door personen die de lijn overschrijden tegen te gaan, mag Cyprus, na goedkeuring door de Commissie, voor een periode van maximaal drie maanden afwijken van artikel 6, lid 1.

▼B



TITEL IV

DIENSTEN

Artikel 7

Belastingen

Wanneer grensoverschrijdende diensten worden verleend aan of door personen van wie het vaste adres of de gebruikelijke woonplaats gelegen is in de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent, worden voor de toepassing van de BTW deze diensten geacht te zijn verleend of ontvangen door personen van wie het vaste adres of de gebruikelijke woonplaats gelegen is in de gebieden van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus feitelijk het gezag uitoefent.



TITEL V

SLOTBEPALINGEN

Artikel 8

Toepassing

De autoriteiten van de Republiek Cyprus en de autoriteiten van de oostelijke Sovereign Base Area in Cyprus nemen passende maatregelen om naleving van de bepalingen van deze verordening te waarborgen en ontduiking te voorkomen.

Artikel 9

Aanpassing van de bijlagen

De Commissie mag, in overeenstemming met de regering van de Republiek Cyprus de bijlagen wijzigen. Alvorens dat te doen pleegt de Commissie overleg met de Turks-Cypriotische kamer van koophandel of met een ander daartoe door de regering van de Republiek Cyprus gemachtigd orgaan zoals bedoeld in artikel 4, lid 5, en met het Verenigd Koninkrijk als het de Sovereign Base Areas betreft. Als zij bijlage II wijzigt, volgt de Commissie de in de relevante communautaire wetgeving daartoe voorgeschreven procedure.

Artikel 10

Wijziging van het beleid

Wijzigingen van het beleid van de regering van de Republiek Cyprus inzake het grensoverschrijdende verkeer van personen of goederen treden niet eerder in werking dan nadat de Commissie in kennis is gesteld van de voorgenomen wijzigingen en de Commissie daartegen niet binnen een maand bezwaar heeft aangetekend. De Commissie mag zo nodig, en na overleg met het Verenigd Koninkrijk als het over de Sovereign Base Areas gaat, voorstellen doen tot wijziging van deze verordening teneinde te voorzien in verenigbaarheid van de nationale en EU-regelgeving betreffende de lijn.

Artikel 11

Herziening en monitoring van de verordening

1.  Onverminderd artikel 4, lid 12, brengt de Commissie jaarlijks verslag uit bij de Raad, voor de eerste maal uiterlijk één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening, over de uitvoering van de verordening en over de situatie die het gevolg is van de toepassing van deze verordening. Dat verslag gaat zo nodig vergezeld van passende wijzigingsvoorstellen.

2.  De Commissie bekijkt vooral de toepassing van artikel 4 en de handelsstromen tussen de gebieden waarover de regering van de Republiek Cyprus feitelijk het gezag uitoefent en de gebieden waar dit niet het geval is; zij bekijkt daarbij ook de omvang en waarde van de handel en gaat na welke producten worden verhandeld.

3.  De lidstaten kunnen de Raad verzoeken om aan de Commissie te vragen een onderzoek in te stellen en binnen een bepaalde tijdspanne verslag uit te brengen over aangelegenheden in verband met de toepassing van deze verordening.

4.  In noodgevallen die een bedreiging van of een gevaar voor de volksgezondheid of de gezondheid van dieren en planten vormt, zijn de passende procedures van de in bijlage II vermelde communautaire wetgeving van toepassing. ►M4  In andere noodgevallen, met name die welke het gevolg zijn van onregelmatigheden, handelsverstoringen of fraude, of in gevallen waarin zich andere uitzonderlijke omstandigheden voordoen en onmiddellijk optreden vereist is, kan de Commissie, in overleg met de regering van de Republiek Cyprus, onverwijld die maatregelen nemen die strikt noodzakelijk zijn om de situatie te verhelpen. ◄ De maatregelen worden binnen tien werkdagen aan de Raad voorgelegd. De Raad kan de door de Commissie genomen maatregelen binnen 21 werkdagen na ontvangst van de mededeling van de Commissie, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, aannemen, wijzigen of intrekken.

5.  Elke lidstaat kan de Commissie verzoeken om gegevens over de omvang, de waarde en de producten die de lijn overschrijden, mee te delen aan het bevoegde permanente of beheerscomité, mits die lidstaat dat verzoek één maand van te voren aankondigt.

Artikel 12

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de datum van toetreding van de Republiek Cyprus tot de Europese Unie.

▼M3




BIJLAGE I

Lijst van grensovergangen bedoeld in artikel 2, lid 4

 Agios Dhometios

 Astromeritis — Zodhia

 Kato Pyrgos — Karavostasi

 Kato Pyrgos — Kokkina

 Kokkina — Pachyammos

 Ledra Palace

 Ledra Street

▼B




BIJLAGE II

Eisen en controles bedoeld in artikel 4, lid 4

 Veterinaire, fytosanitaire en voedselveiligheidseisen en controles in het kader van maatregelen op grond van artikel 37 (ex artikel 43) en/of artikel 152, lid 4, onder b), van het EG-Verdrag. De betreffende planten, voortbrengselen van planten en andere voorwerpen worden, alvorens zij de grens overschrijden met als bestemming de gebieden waarover de Republiek Cyprus feitelijk het gezag uitoefent, met name onderworpen aan fytosanitaire controle door daartoe gemachtigde deskundigen, teneinde vast te stellen of de bepalingen van de fytosanitaire wetgeving (Richtlijn 2000/29/EG van de Raad ( 11 )) zijn nageleefd.



( 1 ) PB L 236 van 23.9.2003, blz. 955.

( 2 ) PB L 236 van 23.9.2003, blz. 940.

( 3 ) PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

( 4 ) PB L 145 van 13.6.1977, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/15/EG (PB L 52 van 21.2.2004, blz. 61).

( 5 ) PB L 76 van 23.3.1992, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 30).

( 6 ) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1642/2003 (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 4).

( 7 ) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

( 8 ) Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 883/2005 (PB L 62 van 1.3.2007, blz. 6).

( 9 ) PB L 133 van 4.6.1969, blz. 6. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/74/EG (PB L 346 van 29.12.2007, blz. 6).

( 10 ) PB L 105 van 23.4.1983, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 274/2008 (PB L 85 van 27.3.2008, blz. 1).

( 11 ) PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/31/EG van de Commissie (PB L 85 van 23.3.2004, blz. 18).