6.3.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 67/175


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Een Europese strategie voor micro- en nano-elektronische onderdelen en systemen

(COM(2013) 298 final)

2014/C 67/36

Rapporteur: mevrouw BATUT

De Europese Commissie heeft op 3 juli 2013 besloten om het Europees Economisch en Sociaal Comité overeenkomstig artikel 304 van het VWEU te raadplegen over de

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Een Europese strategie voor micro- en nano-elektronische onderdelen en systemen

COM(2013) 298 final.

De afdeling Vervoer, Energie, Infrastructuur en Informatiemaatschappij, die met de voorbereidende werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 30 september 2013 goedgekeurd.

Het Comité heeft tijdens zijn op 16 en 17 oktober 2013 gehouden 493e zitting (vergadering van 16 oktober) het volgende advies uitgebracht, dat met 112 stemmen vóór en 1 stem tegen, bij 1 onthouding, is goedgekeurd.

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1

Het EESC steunt de Commissie in haar streven om Europees leadership te ontwikkelen op het gebied van micro- en nano-elektronische onderdelen en systemen en om rond dit project lidstaten, onderzoek, investeringen en energie dringend op grensoverschrijdende wijze samen te brengen teneinde de Europese expertise te vertalen in producten en werkgelegenheid.

1.2

Micro- en nano-elektronische onderdelen en systemen kunnen de basis vormen van een nieuwe industriële revolutie. Meer nog dan aan een Europese industriële "strategie" heeft deze sector daarom behoefte aan een echt "gemeenschappelijk industriebeleid" van algemeen belang, dat door de Commissie zou moeten worden gecoördineerd zodat de Europese ondernemingen in staat zijn het voortouw te nemen inzake productie en markten. Dit aspect is in het Commissievoorstel buiten beschouwing gebleven.

1.3

Het EESC is van mening dat de bestaande uitmuntendheidscentra die onontbeerlijk zijn om de door Europa geleverde inspanningen te ondersteunen, verder moeten worden uitgebreid en ontwikkeld. Het potentieel kan worden gemaximaliseerd door ook kleinere centra overal in de EU in staat te stellen te profiteren van het ruime publieke en particuliere financieringsprogramma dat in de mededeling voorgesteld wordt. In dit verband moet het stelsel voor staatssteun en subsidies aangepast worden. Het probleem waarmee Europese hightechindustrieën te kampen hebben is immers niet de concurrentie tussen Europese ondernemingen maar wel het feit dat er in tal van hightechsectoren nauwelijks ondernemingen zijn die kunnen meeconcurreren of wereldmarktleiders zijn. Het industriebeleid moet voor deze geavanceerde sector worden versoepeld, niet alleen in het belang van het voorgestelde gezamenlijke technologie-initiatief, maar ook om ondernemingen van wereldformaat tot stand te brengen, zoals dat in Azië en de VS het geval is.

1.4

De strategie die in de mededeling aan de orde is, zou tot doel moeten hebben om de achterstand van Europa goed te maken en de hele waardeketen te dekken (marktleiders voor producten en markten, onderaannemers, platformen, producenten van basistechnologie en ontwerpmaatschappijen) via herwonnen Europese vaardigheden. De belangen van de Europese ondernemingen moeten dan ook door de Unie worden verdedigd bij iedere vrijhandelsovereenkomst waarover thans onderhandeld wordt (met Japan, de VS). Het Comité onderschrijft de eurocentrische benadering van de Commissie en is bezorgd over de uitvoering hiervan in het kader van de mondiale waardeketen. De daadwerkelijke zwakke punten van Europa zijn het gebrek aan product- en marktaanwezigheid en het schaarse aantal leidende productondernemingen. Het EESC maant de Commissie niet uit het oog te verliezen dat sterke lidstaten de voorwaarde voor grensoverschrijdende synergie zijn.

1.5

Het Comité is erg ingenomen met de nieuwe strategie inzake micro- en nano-elektronische onderdelen en systemen, die evenwel ook moet stroken met de artikelen 3.3 VEU en 9 en 11 VWEU. Voor zover het stappenplan nog niet is opgesteld (eind 2013) zou het EESC graag zien dat, gelet op het stijgende gebruik van micro- en nano-elektronische onderdelen en van de daarvoor benodigde materialen in het gewone leven, rekening wordt gehouden met de sociaaleconomische gevolgen voor levende wezens en met name de duurzame ontwikkeling, het onderzoek, de werkgelegenheid, de opleiding, de noodzakelijke ontwikkeling van kwalificaties en vaardigheden, de gezondheid van de burgers en de werknemers in de sector.

1.6

Naast de groep van toonaangevende elektronicafabrikanten (Electronics Leaders Group) zouden nieuwe vormen van governance door de burgers in het leven moeten worden geroepen, gelet op de omvang van de benodigde openbare investeringen (5 miljard euro over 7 jaar gespreid) en het strategische belang van de sector.

1.7

Het EESC beveelt aan een tussentijdse evaluatie van de strategie te verrichten.

2.   Inleiding

2.1

In het kader van haar beleid ter stimulering van investeringen met het oog op een sterkere Europese industrie die bijdraagt tot nieuwe groei en economisch herstel (COM(2012) 582 final), publiceert de Europese Commissie thans een mededeling over micro- en nano-technologische onderdelen en systemen, die ze reeds in een eerdere mededeling (COM(2012) 341 final) gedefinieerd heeft als één van de cruciale sleuteltechnologieën, die overeenkomen met kerninitiatief nr. 6 van de Europa 2020-strategie, omgezet via het programma Horizon 2020.

2.2

Micro- en nano-elektronische onderdelen en systemen en sleuteltechnologieën liggen ten grondslag aan een reeks productcategorieën die thans voor elke activiteit onontbeerlijk zijn. Zij dragen bij aan innovatie en concurrentievermogen. De belangrijkste negen productcategorieën zijn (1) computers,(2) computerrandapparatuur en kantoorapparatuur, (3) consumentenelektronica, (4) server- en opslagapparatuur, (5) netwerkapparatuur, (6) elektronica voor de automobielsector, (7) medische elektronica, (8) industriële elektronica en (9) militaire en ruimtevaartelektronica.

2.3

Het EESC verheugt zich erover dat de Commissie met deze nieuwe mededeling inspeelt op een aantal aanbevelingen die het in eerdere adviezen (1) heeft gedaan en dat zij ook echt voornemens is stappen te zetten om nieuwe markten te veroveren. Beter gebruik van de onderzoeksresultaten en meer aandacht voor topproducten en leidende ondernemingen zullen de sleutel vormen voor succes.

2.4

Volgens de Commissie genereerde de sector in 2012 een mondiale omzet van ca. 230 miljard euro en vertegenwoordigen producten met micro- en nano-elektronische onderdelen en systemen wereldwijd een waarde van ongeveer 1 600 miljard euro. Aangezien de EU-steun voor O&O&I enerzijds tien jaar stagneerde (Mededeling, punt 5.2) en de voorbije 15 jaar anderzijds een groot deel van de massaproductie is verplaatst naar Azië dat over octrooien en gekwalificeerde arbeidskrachten beschikt (Mededeling, punt 3.3), stelt de Commissie voor een nieuwe Europese industriële strategie voor elektronica te ontwikkelen. In dat model wordt gepleit voor gecoördineerde openbare investeringen en publiek-private partnerschappen om nieuwe publieke en particuliere investeringen in "geavanceerde technologieën" ten belope van 10 miljard euro te kunnen realiseren.

3.   Samenvatting van de Mededeling

3.1

Om deze achterstand in te halen en een met de VS en Azië vergelijkbaar peil aan te houden wat productie van micro- en nano-elektronische onderdelen en systemen betreft, stelt de Commissie voor:

de investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie (O&O&I) op te voeren en te coördineren, alsook grensoverschrijdende synergieën tussen de lidstaten en met de Unie tot stand te brengen;

de Europese bestaande expertisecentra te versterken om een voortrekkersrol te blijven spelen;

ervoor te ijveren om de Europese digitale dragers (siliciumchips) performanter en goedkoper (gestreefd wordt naar schijven (wafers) van 450 mm - "More Moore", alsook slimmer ("More than Moore") te maken;

gespreid over 7 jaar 10 miljard euro in te zetten, voor de helft uit regionale, nationale en Europese bronnen en voor de andere helft uit publiek-private partnerschappen teneinde de waarde- en innovatieketen, ook in het kader van Horizon 2020 (2) te dekken.

De Commissie heeft dan de ambitie:

de Europese sleutelindustrieën meer micro- en nano-elektronische onderdelen en systemen ter beschikking te stellen;

de voorzieningsketen en de ecosystemen van deze technologieën te versterken door kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) meer kansen te bieden;

de investeringen in geavanceerde fabricagetechnieken te vermeerderen;

overal de innovatie te bevorderen, ook op ontwerpniveau, om het concurrentievermogen van de Europese industrie te stimuleren.

4.   Algemene opmerkingen

4.1

Nanotechnologieën zijn allemaal producten van de elektronica en de opto-elektronica. Het zijn zogenoemde "top-down"-technologieën waarbij uitgegaan wordt van materialen die fijner worden gestructureerd (microschaal) om de elementen te creëren van onderdelen als transistors, condensators en elektrische schakelingen. Het meest recente onderzoek gaat evenwel in de richting "bottom-up" of het assembleren van nano-eenheden (van 1 tot 100 nm) in geïntegreerde structuren als moleculen, nanobuizen, die daar zij reeds over intrinsieke elektrische functionaliteiten beschikken, de prestaties zullen verbeteren en de capaciteit van het silicium nog verder zullen vergroten.

Zoals opgemerkt in paragraaf 2.2 worden elektronische onderdelen en systemen op de meest diverse toepassingsgebieden gebruikt en hebben zij gevolgen voor bijna elk aspect van industriële en commerciële activiteiten, alsook voor bijna elk aspect van ons persoonlijk bestaan. En de lijst kan nooit volledig zijn.

4.2

Het Comité is ermee ingenomen dat de nadruk wordt gelegd op een echte industriële strategie inzake elektronica, die van doorslaggevend belang is voor het innovatievermogen van alle bedrijfssectoren, het concurrentievermogen en de toekomst van ons continent. De Commissie is terecht van plan hiervan de gemeenschappelijke motor te maken voor de lidstaten, teneinde een Europees leiderschap te ontwikkelen. De wereldmarkt voor sleuteltechnologieën wordt gekenmerkt door hevige concurrentie en de middelen worden buiten Europa geïnvesteerd. Om zijn plaats in de wereld te heroveren moet de EU aan de lidstaten passende voorwaarden voor de betrokken industrieën bieden.

4.3

De Mededeling schetst een zeer eurocentrische strategie, gebaseerd op het opvullen van lacunes in de waardeketen van de Europese elektronica-industrie. Maar de waardeketens in deze sector zijn mondiaal, niet regionaal. De drie hoofdactoren zijn: leidende ondernemingen, contractproducenten en platformleiders. Tientallen andere entiteiten spelen een belangrijke rol in de bredere industrie, inclusief softwareverkopers, fabrikanten van productie-apparatuur, distributeurs en producenten van generieke onderdelen en subsystemen.

De waarde die de sterkste ondernemingen in de mondiale waardeketen ontvangen – leidende ondernemingen met mondiale merken en onderdelenleveranciers met sterke posities in het "platformleiderschap"— kan zeer hoog zijn. De Mededeling is vaag over de plaats in de mondiale waardeketen waarop de Commissie haar inspanningen wil richten en of haar ambitie verder gaat dan generieke onderdelen en subsystemen.

4.4

Om het nodige kapitaal voor deze sector aan te trekken wil de Commissie coöperaties, allianties en gezamenlijke acties bevorderen. Zij verwacht van onderzoekers en koplopers van de elektronica-industrie (AENEAS & CATRENE Board members "Nanoelectronics beyond 2020"), dat zij de nodige bijstand zullen leveren om in 2013 het stappenplan vast te stellen waarmee de strategie ten uitvoer zal worden gelegd.

4.5

Het EESC verheugt zich over dit krachtige voornemen om vooruitgang te boeken en is van mening dat er een breed draagvlak moet zijn voor de strategie. Meer nog dan een Europese industriële strategie is voor deze sector een "gemeenschappelijk industriebeleid" nodig, dat de onderzoekers een algemene beleidsvisie op korte en lange termijn biedt. Deze sector is van cruciaal belang voor het voortbestaan van Europa. Er moet worden gestreefd naar een kritische massa zodat onderzoek kan worden omgezet in producten, en vervolgens in producten die op de markt kunnen worden gebracht. Het is dan ook zaak om enerzijds industriële prognoses van ten minste vijf jaar op te stellen zoals de concurrerende ondernemingen in derde landen dit doen, en anderzijds banden met het maatschappelijk middenveld te smeden.

De expertise waarop specialisten kunnen bogen, betreft een niche-sector en om van een concept over te gaan tot de verkoop van een eindproduct missen de geavanceerde kmo's de nodige middelen, vaardigheden en zichtbaarheid. De EU heeft behoefte aan strategieën, producten en leiders. Dit aspect komt onvoldoende aan bod in de mededeling.

4.6

In de eerste vier productcategorieën die in paragraaf 2.2 worden genoemd is er maar één Europese wereldleider. In de andere vijf sectoren is Europa beter vertegenwoordigd, maar in geen enkele sector heeft Europa een dominante positie. Het EESC betreurt dat de Commissie haar pijlen niet méér richt op de barrières die de toegang tot de mondiale waardeketen in de weg staan. Een essentiële eerste stap zou zijn de onderaanneming terug naar Europa te halen.

4.7

Het EESC verheugt zich erover dat de Commissie met klem aandringt op intensivering en vooral coördinatie van de inspanningen die in dit verband door de overheid worden geleverd om ervoor te zorgen dat deze technologieën eigendom van de EU blijven, zelfs wanneer ze over de hele wereld worden verkocht.

4.8

Voorts is het volgens hem van cruciaal belang werk te maken van grensoverschrijdende synergieën en even cruciaal om de energie binnen de lidstaten te stimuleren, als basis voor de synergetische interactie. Europa kan niet meer zijn dan de som van zijn delen. De lidstaten zelf beschikken over de intellectuele vermogens om een wereldwijde impact te hebben. Het gaat hier zowel om energie, visie en ambitie binnen de grenzen als om synergie over die grenzen heen.

4.9

De coördinatie moet zeer gestructureerd verlopen zodat de versnippering die nu onder de lidstaten is vastgesteld, niet nog wordt verergerd op regionaal niveau of door de universiteiten (expertisecentra). De strategie moet afgestemd zijn op de intrinsieke kenmerken van de micro- en nano-elektronicasector.

4.10

Het EESC is van mening dat een evenwicht moet worden gevonden tussen een strategie op basis van de marktvraag en een vereist gemeenschappelijk industriebeleid. De markt kan niet de enige referentie zijn (Mededeling, punt 5.3, 2e alinea; bijlage, punt 4). Maar ook dan mag de EU niet afkerig zijn van marktgebaseerde ontdekkingen.

4.11

Een sterkere Europese industrie en een nieuwe strategie voor elektronische onderdelen en systemen zijn zeer welkom maar moeten ook stroken met de artikelen 3 VEU en 9 en 11 VWEU. Hoewel het hier om erg complexe factoren gaat moet ook worden gewezen op de sociaaleconomische gevolgen van de ontwikkeling van nanotechnologieën, alsook van de ontwikkeling dankzij nanotechnologieën.

4.11.1

De gegevens met betrekking tot het aantal banen in de sector, de opleidingen, kwalificaties en vereiste vaardigheden moeten worden geanalyseerd en becijferd. De werkgelegenheid neemt thans toe maar de vaardigheden ontbreken. De kloof die aldus wordt vastgesteld, moet worden aangepakt. Hiervoor zijn investeringen op lange termijn nodig, die berekend moeten worden. Uiteindelijk wordt beoogd dat allen een bijdrage leveren om de positie van de EU op het gebied van elektronische onderdelen en systemen te versterken. Het EESC betreurt dat de Commissie deze aspecten in de onderhavige mededeling niet ter sprake brengt, terwijl ze dat wel heeft gedaan in haar mededeling van 2012 (COM(2012) 582 final) en dat zij evenmin de bedragen vermeldt die in dit verband nodig zijn.

4.11.2

Elektronische apparaten zijn voorbeelden van producten die nano-onderdelen bevatten en die ter beschikking worden en zullen worden gesteld van consumenten. Deze nano-onderdelen zijn vervat in onderdelen van hybride moleculaire elektronica, halfgeleiders, nanobuizen en nanodraden, alsook geavanceerde moleculaire elektronica. (Ultra)zwakstroomnano-elektronica is een belangrijk O&O-thema dat gericht is op het gebruik van nieuwe circuits die dicht bij de theoretische grens van energieverbruik per bit functioneren. Met het oog op duurzame ontwikkeling moet de EU rekening houden met de impact van slijtage, de degradatie of het einde van de levenscyclus van nanomaterialen die worden gebruikt in elektronische apparatuur die thans wordt ontwikkeld, apparatuur van vandaag of van de toekomst, teneinde het milieu en de levende wezens te beschermen, ook al lijkt de huidige door de Europese Commissie vastgestelde definitie van nanomaterialen m.b.t. micro- en nano-elektronica geen bedreiging te vormen voor de gezondheid. Het voorzorgsbeginsel dient te worden toegepast.

5.   Specifieke opmerkingen

5.1   Een echte industriële strategie

5.1.1

Het Comité onderschrijft de strategie van de Commissie die erop gericht is de lacunes van de waardeketen in de productie op te vullen en de tendens om te buigen zodat de ontbrekende delen in de waardeketen van micro- en nano-elektronicatechnologieën opnieuw in Europa worden gelokaliseerd. Het heeft evenwel bedenkingen bij de redenen voor de stagnatie van tien jaar (expliciet erkend in punt 5.2 van de mededeling) in het budget van de Europese O&O&I (die nochtans de reputatie heeft tot de wereldtop te behoren) waardoor de Unie haar plaats op de wereldmarkt niet volledig heeft kunnen innemen op het cruciale ogenblik dat China zijn intrede deed. Door deze redenen te analyseren, alsook de dynamiek van de in deel 4 van dit advies besproken mondiale waardeketen zouden fouten in de toekomst kunnen worden vermeden. Misschien moet inspiratie worden gezocht bij strategieën in andere delen van de wereld en kunnen incentives worden gevonden die nuttig kunnen zijn om sommige producties terug naar Europa te brengen.

5.1.2

Volgens het EESC heeft de concurrentie op basis van lagere arbeidskosten volledige sectoren (textiel, schoenen, banden, metaalnijverheid) te gronde gericht. Contractproductie heeft soortgelijke gevolgen gehad voor de elektronica-industrie. De elektronica-strategie moet hiermee rekening houden en ermee instemmen om nieuwe vormen van concurrentie te definiëren, op basis van vaardigheden, uitmuntendheid, de oprichting van meer clusters, de verspreiding van kennis naar meer ondernemingen, interne flexibiliteit, enz.

5.1.3

Naast financiële steun zou de EU ook gecoördineerde bescherming kunnen bieden ter ondersteuning van de kmo's en hun merken. Octrooien, bescherming van het handelsgeheim, bestrijding van cybercriminaliteit en van diefstal van octrooien zouden aan bod moeten komen in de onderhavige strategie.

Multilaterale vrijhandel opent alle grenzen buiten de gecoördineerde reglementering die de WTO zou kunnen bieden. Het EESC zou graag zien dat er bij elke vrijhandelsovereenkomst waarover thans onderhandeld wordt (Japan, VS) rekening wordt gehouden met de strategie die in deze mededeling behandeld wordt. In tegenstelling tot hetgeen de grondleggers van de Europese Unie voor ogen hadden, openen vrijhandelsovereenkomsten markten van partners voor wie a priori niet dezelfde regels gelden.

5.2   De financiering

5.2.1

Om aanwezig te zijn op de markten moeten lidstaten investeringen verrichten die zij, gelet op de door de EU geëiste bezuinigingen, niet meer kunnen opbrengen. De Commissie richt dan ook een oproep tot de particuliere sector. De crisis heeft het echter voor kmo's en met name innoverende kmo's moeilijker gemaakt om toegang te krijgen tot krediet; sommige kmo's is zelfs zonder meer door de banken de adem afgesneden.

5.2.2

Het Comité verheugt zich er dan ook over dat de Commissie de aandacht vestigt op hun financiering en bijdraagt aan een versoepeling in dit verband.

5.2.3

Overheden kunnen slechts beperkt bijdragen gezien hun deficit en overheidsschuld, sociale regelingen inbegrepen. De controlemiddelen die hun ter beschikking zullen staan om na te gaan of bedrijven hun verbintenis nakomen om hun ontwerp- en fabricageactiviteiten in Europa te behouden en te ontwikkelen (punt 7.1 van de mededeling) lijken niet voldoende uitgewerkt te zijn.

Het Comité is van mening dat het stelsel voor staatssteun en subsidies versoepeld zou kunnen worden om:

1.

de bedrijven in de sector gemakkelijker op deze wereldwijde markt van de toekomst te laten inspelen;

2.

de uitwisseling van best practices tussen onderzoekers te bevorderen;

3.

ervoor te zorgen dat nieuwe expertisecentra ontstaan in steden die klaar zijn om ze te huisvesten;

4.

ervoor te zorgen dat solidariteitsvoorschriften dumping binnen Europa voorkomen;

5.

de procedures en criteria om toegang tot krediet te krijgen, vereenvoudigd worden en de banken geïnformeerd worden.

5.2.3.1

Het EESC zou graag zien dat de band met de structuurfondsen, alsook met de EIB wordt verduidelijkt, met name voor EU-landen die zich door de ernstige financiële crisis in moeilijkheden bevinden, waar alle hulp door de massale inkrimping van de overheidsuitgaven en de bevriezing van particuliere investeringen illusoir geworden is en de structuurfondsen niet langer meer een deus ex machina zijn. Het stelt voor dat de EU ervoor zorgt dat de betrokken onderzoekers uit die landen in de beste Europese onderzoekscentra kunnen gaan werken.

5.2.3.2

Particuliere middelen kunnen volgens het EESC wel helpen maar vormen geen solide basis om een strategie op lange termijn op te bouwen.

5.3   Coördinatie

5.3.1

Het is een goede zaak dat de EU wil optreden als coördinator van alle inspanningen en dat de Commissie ervoor kiest om op basis van artikel 187 van het Verdrag een Gemeenschappelijke Onderneming op te richten (nieuw gezamenlijk technologie-initiatief). De markt zelf speelt hier immers geen "rol"; hij wordt niet gekenmerkt door een politieke wil die tot richtsnoeren zou kunnen aanzetten.

5.3.2

Het Europese niveau is het goede niveau om een horizontale werking te verzekeren, overlappingen in het onderzoek te voorkomen, waardeketens te activeren en hun resultaten onder de beste voorwaarden te vermarkten. Wel moet er rekening worden gehouden met de uiteenlopende ontwikkelingsniveaus van het onderzoek in de verschillende lidstaten, zodat niet alleen de expertisecentra worden ontwikkeld maar de nieuwe middelen voor iedereen toegankelijk worden gemaakt. Als hetzelfde bedrijfsmodel niet overal kan worden toegepast, moet ook hulp kunnen worden geboden aan kleine startende ondernemingen.

5.3.3

Er moet voor ogen worden gehouden dat het een ambitieuze doelstelling is om de verticale integratie van informaticasystemen (vroegere ARTEMIS-programma) en nano-elektronica (vroegere ITC ENIAC) na te streven door ondernemingen en universiteiten horizontaal en grensoverschrijdend te laten samenwerken. Volgens het EESC zou het van nut zijn over preciezere informatie te beschikken over de specifieke kenmerken van regio's en expertisecentra. Gezien de smeltkroes aan nieuwe ontdekkingen is er steeds meer behoefte aan een multidisciplinaire aanpak om de nano-eigenschappen te begrijpen. Ook moet worden gepreciseerd hoe de te verspreiden informatie en de gegevens over de verleende octrooien zullen worden beschermd.

5.4   Sociaaleconomische gevolgen

5.4.1   In de mededeling wordt hiervan geen gewag gemaakt. De mededeling is gericht op doeltreffendheid maar op dit gebied kan niets worden ondernomen zonder rekening te houden met het menselijk kapitaal (artikelen 3.3 VEU, 9 en 11 VWEU).

5.4.1.1   Werkgelegenheid

Volgens de Commissie is de micro- en nano-elektronicasector goed voor 200 000 directe en meer dan 1 000 000 indirecte banen. De vraag naar opgeleid personeel blijft aanhouden.

Op het eind van de waardeketen moeten ondernemingen hun investeringen in prestaties kunnen omzetten (kwaliteit, financiële en commerciële prestaties). De EU staat aan de top van het onderzoek wereldwijd en moet dit kunnen vertalen in banen.

Het is tijd voor de EU om het hoge competentieniveau dat in de nichesector is behaald, wordt veralgemeend door de ontwikkeling van voorlichting, opleiding, kwalificaties, enz.

Het Comité zou graag zien dat de financiering van projecten niet ten koste gaat van de bevordering van de sociale integratie en de armoedebestrijding. Het herinnert eraan dat goed opgeleide, gekwalificeerde en correct betaalde arbeidskrachten een troef zijn voor de kwaliteit van het eindproduct.

5.4.1.2   Opleiding

Het EESC herinnert de Commissie aan de inhoud van haar mededeling COM(2012) 582 final (hfst. III-D). Menselijk kapitaal en vaardigheden, alsook het anticiperen op behoeften, zijn meer dan ooit noodzakelijk voor het welslagen van acties op het gebied van micro- en nano-elektronische onderdelen, dat van nature in ontwikkeling is. De Commissie heeft reeds voorzien in een vergelijkende tabel voor vaardigheden, wat de mobiliteit binnen de Unie ten goede moet komen.

Door het gebrek aan harmonisatie is de situatie op het gebied van belastingen, opleidingen, toegang tot krediet en arbeidskosten in alle lidstaten verschillend. De Commissie legt terecht de nadruk op het belang van vaardigheden. Alles moet in het werk worden gesteld ter bevordering van de convergentie van opleidingen, kwalificaties, knowhow en diploma's die nodig zijn om de waardeketen van de Europese micro- en nano-elektronica-industrie te dekken.

5.4.1.3   Gezondheid

5.4.1.3.1

De OESO definieert nanotechnologieën als technologieën die het mogelijk maken zeer kleine structuren en systemen te manipuleren, te bestuderen of te exploiteren (2009). De betrokken materialen, ongeacht of ze van natuurlijke oorsprong dan wel vervaardigd zijn, zijn onontbeerlijk voor de nanotechnologieën en worden gemanipuleerd en gebruikt door de mens, door zowel burgers als werknemers.

5.4.1.3.2

In een mededeling die beoogt de EU op dit gebied een voortrekkersrol te laten spelen, moeten er volgens het EESC ook een aantal nuttige waarschuwingen worden geformuleerd, moet er worden verwezen naar de risico's voor de volksgezondheid en worden herinnerd aan het voorzorgsbeginsel, zodat de voordelen aan iedereen ten goede komen, de risico's zo veel mogelijk worden beperkt en niet dezelfde weg wordt opgegaan als in het "asbest-verhaal". Sommige huidige en toekomstige onderdelen van nano-elektronicasystemen worden niet tegengehouden door de longen-, bloed-hersen- of placentabarrière. Zij hebben een aanzienlijk werkingsveld.

5.4.1.3.3

De gezondheidssector gebruikt overigens ook nano-elektronicasystemen en draagt aldus ook bij aan de ontwikkeling van het onderzoek: er zij aan herinnerd dat zij dit thans kan doen dankzij de sociale stelsels die een afzetmarkt voor het onderzoek bieden, in zoverre de crisis, de werkloosheid en de schuldenlast hun dit nog mogelijk maken.

5.4.1.4   Duurzame ontwikkeling

5.4.1.4.1

Het EESC wijst op de door de Commissie nagestreefde strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei (COM(2010) 2020 final) en is van mening dat de Europese strategie voor micro- en nano-onderdelen en systemen daarbij een centrale plaats inneemt.

5.4.1.4.2

Hierbij moet er sowieso rekening mee worden gehouden dat de industrie die men wil ontwikkelen reeds bijzonder afval produceert en nog meer afval zal produceren, dat er moet worden voorzien in het beheer en de financiering, vanaf het onderzoeksstadium, van de levenscyclus van micro- en nanomaterialen, met name wanneer het om gefabriceerde materialen gaat, alsook van de systemen die er gebruik van maken (zie de "bottom up"-aanpak), vooral ook omdat alle risico's nog niet bekend zijn. Misschien moet worden overwogen om in dit verband de richtlijn inzake energiebelasting aan te vullen (3)?

5.4.1.4.3

Volgens het EESC kan de voorgestelde industriële strategie worden vergeleken met een beleid voor grote projecten, en moet zij aan de eisen op het gebied van duurzame ontwikkeling voldoen.

5.4.1.5   Governance

Sommige lidstaten hebben discussies met de burgers gelanceerd over deze industriële revolutie. Aan het eind van de waardeketen gaat het erom het vertrouwen van de burgers/consumenten te winnen zodat zij Europees gaan kopen.

Het EESC pleit er daarom voor dat de belanghebbende partijen zich verenigen, en dat overleg wordt gepleegd over het risicobeheer en een definitie van verantwoordelijke innovatie. Door het algemeen belang en de verantwoordelijkheden van de actoren in perspectief te plaatsen en de problemen en belangenconflicten te identificeren kan worden bijgedragen aan oplossingen die sociaal aanvaardbaar zijn voor de burgers, die zich bewust zijn van de benodigde investeringen en het strategisch belang van de sector.

Brussel, 16 oktober 2013

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Henri MALOSSE


(1)  PB C 44, 15.2.2013, blz. 88; PB C 54, 19.2.2011, blz. 58.

(2)  COM(2011) 808 final - "Horizon 2020" - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie

(3)  COM(2011) 169 final.