14.3.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 75/6


Oproep tot het indienen van voorstellen — EACEA/06/12

Programma „Jeugd in actie”

Actie 3.2 — Jongeren in de wereld: samenwerking met andere landen dan de buurlanden van de Europese Unie

2012/C 75/04

1.   Doelstellingen

Het doel van deze oproep tot het indienen van voorstellen is projecten te ondersteunen die samenwerking in de jeugdsector bevorderen tussen de landen die deelnemen aan het programma Jeugd in actie en andere partnerlanden dan de EU-buurlanden (landen die met de Europese Unie een overeenkomst hebben ondertekend die relevant is voor jeugdzaken). Deze oproep wordt gelanceerd om subsidies te verlenen aan projecten.

Hij richt zich op organisaties binnen de jeugdsector die geïnteresseerd zijn in het uitvoeren van projecten die samenwerking op dit gebied bevorderen, en waarbij niet alleen jongerenwerkers en jeugdleiders betrokken zijn, maar ook jongeren zelf en andere actoren die betrokken zijn bij jongerenorganisaties en -structuren.

De doelstellingen zijn als volgt:

verbeteren van de mobiliteit van jonge mensen en jongerenwerkers, en van de inzetbaarheid van jongeren;

bevorderen van zelfredzaamheid en actieve participatie van jongeren;

stimuleren van capaciteitsopbouw in jongerenorganisaties en -structuren om bij te dragen aan de ontwikkeling van een maatschappelijk middenveld;

stimuleren van samenwerking en uitwisseling van ervaringen en goede praktijken op het gebied van jeugdzaken en niet-formeel onderwijs;

bijdragen aan de ontwikkeling van jongerenbeleid, jongerenwerk en de vrijwilligerssector; en

ontwikkelen van duurzame partnerschappen en netwerken tussen jongerenorganisaties.

Prioriteiten

De voorkeur gaat uit naar projecten die de onderstaande prioriteiten het best weergeven:

i)

Permanente prioriteiten van het programma Jeugd in actie

participatie van jongeren;

culturele diversiteit;

Europees staatsburgerschap;

integratie van jongeren met minder kansen.

ii)

Jaarlijkse prioriteiten van het programma Jeugd in actie

jeugdwerkloosheid, armoede en marginalisering;

ruimte voor initiatieven, creativiteit en ondernemerschap, inzetbaarheid;

sport- en buitenactiviteiten;

wereldwijde uitdagingen op het gebied van het milieu en klimaatverandering.

iii)

Samenwerking met specifieke partnerregio's of -landen:

In vervolg op het Europees-Chinees Jaar van de Jeugd 2011 en in het kader van het Europees-Chinees Jaar van de Interculturele dialoog 2012 zal aandacht worden geschonken aan projecten die de dialoog, uitwisseling en samenwerking van jongeren tussen de EU en China bevorderen. Er zal met name aandacht worden besteed aan projecten die zich richten op de voortzetting en duurzaamheid van de samenwerking die in 2011 is aangegaan en/of aan projecten die zich richten op het bevorderen van de interculturele dialoog tussen jongeren uit de EU en China.

2.   Organisaties die voor subsidie in aanmerking komen

De voorstellen moeten worden ingediend door non-profitorganisaties. Het kan gaan om:

niet-gouvernementele organisaties (ngo's);

overheidsorganen op regionaal of lokaal niveau; of

nationale jeugdraden.

Hetzelfde is van toepassing voor de partnerorganisaties.

Gegadigden moeten — op het moment dat is aangegeven als de uiterste termijn voor het indienen van voorstellen — gedurende ten minste twee (2) jaar wettelijk zijn geregistreerd in een van de programmalanden.

De programmalanden zijn:

de lidstaten van de Europese Unie: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk, Zweden (1);

de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA): IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland;

kandidaat-lidstaten waarvoor een pretoetredingsstrategie is aangenomen, in overeenstemming met de algemene beginselen en voorwaarden die zijn vastgelegd in de kaderovereenkomsten die gesloten zijn met deze landen met het oog op hun deelname aan EU-programma’s: Kroatië, Turkije.

Organisaties die gevestigd zijn in de volgende landen mogen als partner meedoen, maar mogen geen voorstellen indienen op grond van deze oproep. Landen die met de Europese Unie een overeenkomst hebben met betrekking tot jeugdzaken, worden als partnerland beschouwd. Het gaat om de volgende landen:

Latijns-Amerika: Argentinië, Bolivia, Brazilië, Chili, Colombia, Costa Rica, Ecuador, El Salvador, Guatemala, Honduras, Mexico, Nicaragua, Panama, Paraguay, Peru, Uruguay, Venezuela;

Afrika: Angola, Benin, Botswana, Burkina Faso, Burundi, de Centraal Afrikaanse Republiek, de Comoren, Congo (Brazzaville), de Democratische Republiek Congo, Djibouti, Equatoriaal-Guinea, Eritrea, Ethiopië, Gabon, Gambia, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau, Ivoorkust, Kaapverdië, Kameroen, Kenia, Lesotho, Liberia, Madagaskar, Malawi, Mali, Mauritanië, Mauritius, Mozambique, Namibië, Niger, Nigeria, Rwanda, Senegal, de Seychellen, Sao Tomé en Principe, Sierra Leone, Soedan, Swaziland, Tanzania, Togo, Tsjaad, Uganda, Zambia, Zimbabwe, Zuid-Afrika;

de Caribische eilanden: Antigua en Barbuda, de Bahama’s, Barbados, Belize, Dominica, de Dominicaanse Republiek, Grenada, Guyana, Haïti, Jamaica, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Suriname, Trinidad en Tobago;

de Stille Oceaan: de Cookeilanden, Fiji, Kiribati, de Marshalleilanden, Micronesia, Nauru, Niue, Oost-Timor, Palau, Papoea-Nieuw-Guinea, Samoa, de Salomonseilanden, Tonga, Tuvalu, Vanuatu;

Azië: Afghanistan, Bangladesh, Cambodja, China (inclusief Hongkong en Macau), de Filipijnen, India, Indonesië, Jemen, Kazachstan, Kirgizië, Laos, Maleisië, Nepal, Oezbekistan, Singapore, Thailand, Vietnam;

geïndustrialiseerde landen (2): Australië, Brunei, Canada, Japan, Nieuw-Zeeland, de Republiek Korea, de Verenigde Staten van Amerika.

Bij de projecten dienen partnerorganisaties te zijn betrokken uit ten minste vier verschillende landen (met inbegrip van de verzoekende organisatie), waaronder ten minste twee programmalanden, waarvan ten minste één een lidstaat van de Europese Unie is, en twee partnerlanden.

In verband met het vervolg op het Europees-Chinees Jaar van de jeugd 2011 of met het Europees-Chinees Jaar van de Interculturele dialoog 2012 is een uitzondering toegestaan voor projecten die betrekking hebben op de Volkrepubliek China als partnerland. In die gevallen mogen projecten betrekking hebben op één enkel partnerland (China) en één of meer programmalanden, waarvan ten minste één een lidstaat moet zijn van de Europese Unie.

3.   Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

Het project moet activiteiten omvatten zonder winstoogmerk en die verband houden met jeugdzaken en niet-formeel onderwijs.

Indicatieve lijst van activiteiten die in de voorstellen moeten worden opgenomen

Activiteiten die op grond van deze oproep kunnen worden ondersteund, zijn onder meer:

grootschalige jeugdevenementen, studiebijeenkomsten, conferenties;

activiteiten die de ontwikkeling van partnerschappen en netwerken stimuleren;

activiteiten die de beleidsdialoog in jeugdzaken aanmoedigen;

informatie- en bewustmakingscampagnes ten gunste van en door jongeren;

training en capaciteitsopbouw van jeugdwerkers, jongerenorganisaties en multiplicatoren;

het meelopen van jeugdwerkers in banen voor het verkrijgen van werkervaring en langetermijnmobiliteit.

De projecten moeten starten tussen 1 september 2012 en 31 december 2012, met een minimale duur van zes maanden en een maximale looptijd van twaalf maanden.

4.   Gunningscriteria

In aanmerking komende aanvragen worden beoordeeld op basis van de volgende criteria:

Relevantie van het project in relatie tot de doelstellingen en prioriteiten van de oproep (30 %)

Kwaliteit van het project en de werkmethodes die het bevat (50 %)

Profiel en aantal deelnemers en promotors die betrokken zijn bij het project (20 %)

Hoewel ernaar gestreefd wordt om in de geselecteerde projecten een geografisch evenwichtige vertegenwoordiging te bereiken, zal kwaliteit de belangrijkste factor zijn om het aantal te financieren projecten per land te bepalen.

5.   Begroting

De totale begroting voor de medefinanciering van projecten onder deze oproep tot het indienen van voorstellen wordt geraamd op 3 000 000 EUR.

Financiële steun van het Agentschap mag niet meer bedragen dan 80 % van de totale in aanmerking komende kosten van het project. De maximale subsidie bedraagt 100 000 EUR.

Het Agentschap behoudt zich het recht voor om niet alle middelen die het ter beschikking heeft, toe te kennen.

6.   Indienen van aanvragen

In het kader van deze oproep tot het indienen van voorstellen mag een en dezelfde aanvrager niet meer dan één projectvoorstel indienen.

De formulieren zijn verkrijgbaar op het volgende internetadres:

http://eacea.ec.europa.eu/youth/funding/2012/call_action_3_2_en.php

Subsidieaanvragen moeten in een van de officiële EU-talen worden opgesteld en moeten uiterlijk op 15 mei 2012 naar het volgende adres worden verstuurd:

Education, Audiovisual and Culture Executive Agency

Youth in Action Programme — EACEA/06/12

BOUR 4/029

Bourgetlaan 1

1140 Brussel

BELGIË

per post (als datum geldt die van het poststempel),

door een koeriersdienst, waarbij de datum van ontvangst door de koeriersdienst geldt als bewijs voor de datum van het posten (een kopie van het ontvangstbewijs met vermelding van de afgiftedatum moet worden ingesloten bij het aanvraagformulier).

Aanvragen die worden verzonden per fax of e-mail, worden niet geaccepteerd.

7.   Aanvullende informatie

Aanvragen moeten voldoen aan de bepalingen van de richtlijnen voor aanvragers – Oproep tot het indienen van voorstellen EACEA/06/12, worden ingediend met behulp van het aanvraagformulier dat voor dit doel wordt verstrekt en de vereiste bijlagen bevatten.

Bedoelde documenten zijn te vinden op het volgende internetadres:

http://eacea.ec.europa.eu/youth/funding/2012/call_action_3_2_en.php


(1)  Personen uit landen en gebieden overzee en, indien van toepassing, publieke en private instellingen die daar gevestigd zijn, komen voor het programma „Jeugd in actie” in aanmerking, afhankelijk van de regels van het programma en die van de lidstaat waarmee zij verbonden zijn. Een lijst van deze landen en gebieden overzee (LGO) is gegeven in bijlage 1A van Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Economische Gemeenschap („LGO-besluit”) (PB L 314 van 30.11.2001): http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CONSLEG:2001D0822:20011202:NL:PDF

(2)  Indien bij projecten geïndustrialiseerde landen betrokken zijn, dekt de EU-subsidie niet de kosten die partners of deelnemers uit deze landen maken.