29.9.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 295/7


Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 19 juli 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein hallinto-oikeus — Finland) — Procedure ingeleid door A Oy

(Zaak C-33/11) (1)

(Zesde richtlijn - Vrijstellingen - Artikel 15, punt 6 - Vrijstelling voor levering van luchtvaartuigen die worden gebruikt door luchtvaartmaatschappijen welke zich hoofdzakelijk toeleggen op betaald internationaal vervoer - Levering van luchtvaartuigen aan ondernemer die ze aan dergelijke maatschappij ter beschikking stelt - Begrip „betaald internationaal vervoer” - Chartervluchten)

2012/C 295/10

Procestaal: Fins

Verwijzende rechter

Korkein hallinto-oikeus

Partijen in het hoofdgeding

A Oy

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — Korkein hallinto-oikeus — Uitlegging van artikel 15, punt 6, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Vrijstelling van bepaalde handelingen betreffende luchtvaartuigen die worden gebruikt door luchtvaartmaatschappijen welke zich hoofdzakelijk toeleggen op betaald internationaal vervoer — Al dan niet uitbreiding tot handelingen van maatschappijen die hoofdzakelijk internationale chartervluchten ten behoeve van ondernemingen en particulieren verrichten — Levering van luchtvaartuigen aan een ondernemer die zelf geen betaald internationaal luchtvervoer verricht, maar het luchtvaartuig ter beschikking stelt aan een ondernemer die in deze sector actief is

Dictum

1)

Het begrip „betaald internationaal vervoer” in de zin van artikel 15, punt 6, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/111/EEG van de Raad van 14 december 1992, moet aldus worden uitgelegd dat het ook internationale chartervluchten ter voldoening aan de vraag van ondernemingen en particulieren omvat.

2)

Artikel 15, punt 6, van richtlijn 77/388, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/111, moet aldus worden uitgelegd dat de daarin neergelegde vrijstelling ook geldt voor de levering van een luchtvaartuig aan een ondernemer die zelf niet behoort tot de „luchtvaartmaatschappijen welke zich hoofdzakelijk toeleggen op het betaalde internationale vervoer” in de zin van dit artikel, maar die dit luchtvaartuig koopt om het uitsluitend door een dergelijke maatschappij te laten gebruiken.

3)

De door de verwijzende rechter vermelde omstandigheden, namelijk het feit dat de koper van het luchtvaartuig de kosten van het gebruik ervan in rekening brengt aan een particulier die zijn aandeelhouder is en die dit luchtvaartuig hoofdzakelijk gebruikt voor zijn eigen zakelijke en/of particuliere doeleinden, waarbij de luchtvaartmaatschappij het ook kan inzetten voor andere vluchten, zijn niet van invloed op het antwoord op de tweede vraag.


(1)  PB C 89 van 19.3.2011.