Conclusie van de advocaat generaal

Conclusie van de advocaat generaal

++++

Mijnheer de President,

mijne heren Rechters,

1 . Dit beroep is gericht tegen het besluit van de jury van intern vergelijkend onderzoek B/161 van het Europese Parlement om verzoeker niet tot het examen toe te laten . Volgens verzoeker, E . Arendt, berust de afwijzing van zijn sollicitatie op een innerlijk tegenstrijdige en dus ontoereikende motivering, is die afwijzing kennelijk onjuist en schendt zij het beginsel van behoorlijk bestuur en de zorgplicht .

2 . Dat de motivering innerlijk tegenstrijdig en derhalve ontoereikend is, blijkt volgens verzoeker uit het feit dat in de eerste motivering voor de afwijzing werd gezegd dat hij niet het vereiste minimumaantal punten had behaald voor algemene vorming, algemene ervaring en bijzondere ervaring, terwijl in de later verstrekte "bijkomende informatie" enkel wordt verwezen naar een ontoereikende bijzondere ervaring .

3 . Ik zie hierin geen contradictie . De jury heeft weliswaar de nadruk gelegd op de bijzondere ervaring, doch dit criterium was reeds eerder aangevoerd . Derhalve moet de bijzondere aandacht die aan dit vereiste is besteed, worden beschouwd als een aanvullende uitleg . In elk geval volstaat zulks niet om het middel ontleend aan innerlijk tegenstrijdige motivering te doen slagen .

4 . Voorts zou het jurybesluit kennelijk onjuist zijn, omdat het eraan is voorbijgegaan dat voor de post die verzoeker thans bezet, volgens de desbetreffende kennisgeving van vacature aantoonbare ervaring op het gebied van boekhouding was vereist . De jury heeft namelijk slechts de aard van de in die kennisgeving omschreven taken, te weten berekeningen, in aanmerking genomen .

5 . Vaststaat dat de kennisgeving van vacature voor de door verzoeker bezette post onder meer vereist "aantoonbare ervaring op het gebied van boekhouding" en de aard van de door verzoeker verrichte taken omschrijft als "uitvoerende werkzaamheden van administratieve aard", bestaande uit diverse berekeningen op het gebied van de sociale zekerheid en van de pensioenen .

6 . Opgemerkt zij, dat de boekhoudkundige kennis, net als alle andere kennis overigens, niet "in abstracto" mag worden beoordeeld, maar in verband moet worden gebracht met de taken waarvoor zij wordt vereist . Het Hof volgde een soortgelijke redenering in het arrest Vlachou ( 1 ), waar het overwoog dat de beroepservaring moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van het betrokken ambt .

7 . In casu blijkt uit de aan de jury overgelegde stukken, dat verzoekers taken bestaan uit het maken van rekeningen en berekeningen, hetgeen wordt bevestigd door het antwoord van het Europese Parlement op een vraag van het Hof . De aldus opgedane beroepservaring is in aanmerking genomen voor de sector 3 . De jury was evenwel van mening, dat zij niet relevant was de sectoren 1 en 2 . Blijkens de aankondiging van het vergelijkend onderzoek betreffen deze laatste sectoren belangrijke controlewerkzaamheden op het gebied van de boekhouding en de toepassing van het Financieel Reglement . Het is mijns inziens dan ook niet kennelijk onjuist te oordelen, dat de door verzoeker in zijn huidige post opgedane beroepservaring niet overeenkomt met de aard van de aldus omschreven taken .

8 . Met betrekking tot het argument dat de jury de beginselen van behoorlijk bestuur en de zorgplicht niet heeft in acht genomen, dient de stelling van het Parlement, als zou de zorgplicht enkel gelden voor de administratie als zodanig en niet voor de jury van een vergelijkend onderzoek, zonder meer te worden verworpen . In de arresten Schwiering ( 2 ) en Maurissen ( 3 ) heeft het Hof immers overwogen, dat deze beginselen ook van toepassing zijn op de jury' s van vergelijkende onderzoeken .

9 . Rest de vraag, of de jury in casu het betrokken beginsel heeft miskend .

10 . Anders dan in de zaken Schwiering en Maurissen, heeft de jury in casu hoegenaamd niet geweigerd de door de sollicitant overgelegde bijkomende stukken in aanmerking te nemen . Derhalve moet worden nagegaan, of de jury, gezien de "contradictie" in de kennisgeving van vacature voor verzoekers huidige post, had moeten vragen om overlegging van andere documenten waaruit had kunnen blijken dat de sollicitant de vereiste beroepservaring had .

11 . De zorgplicht weerspiegelt het noodzakelijke evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen in de betrekkingen tussen de overheid en haar ambtenaren . Het streven naar een dergelijk evenwicht kan evenwel niet tot gevolg hebben dat van de jury worden verlangd, dat zij het dossier van de sollicitant samenstelt .

12 . Deze laatste moet bij het opstellen van zijn sollicitatiedossier alles in het werk stellen om de gegevens aan te brengen op grond waarvan de jury kan vaststellen of aan de vereisten van de aankondiging van het vergelijkend onderzoek is voldaan . Niets wijst er overigens op, dat verzoeker bij het invullen van zijn sollicitatieformulier heeft nagelaten een voor de beoordeling van zijn boekhoudkundige ervaring bepalend element mee te delen . Het stond in elk geval aan hem, om in voorkomend geval aan te tonen waaruit zijn ervaring bestond, gelet op het feit dat zijn huidige taken, zoals gezegd, als "berekeningen" werden omschreven .

13 . Maar alvorens het Hof in overweging te geven het middel ontleend aan schending van de zorgplicht af te wijzen, wil ik er nog de nadruk op leggen, dat verzoeker, die van mening is dat de jury bijkomende inlichtingen had moeten inwinnen, in een aan het dossier toegevoegde brief van 20 juni 1986 verklaarde : "... Ik wijs erop, dat ik geen nieuwe bewijsstukken heb ingediend, omdat mijn dossier alle stukken bevat die nodig zijn om mijn beroepservaring correct te kunnen beoordelen ."

14 . Ten slotte zijn er mijns inziens geen goede gronden om de door verzoeker gevraagde maatregel van instructie - de neerlegging van de verslagen van het vergelijkend onderzoek - te gelasten .

15 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging, het beroep te verwerpen, kosten rechtens .

(*) Vertaald uit het Frans .

( 1 ) Arrest van 6 februari 1986, zaak 162/84, Vlachou, Jurispr . 1986, blz . 481 .

( 2 ) Arrest van 23 oktober 1986, zaak 321/85, Schwiering, Jurispr . 1986, blz . 3199 .

( 3 ) Arrest van 4 februari 1987, zaak 417/85, Maurissen, Jurispr . 1987, blz . 551 .