ISSN 1831-5380
Siteplan | Juridische mededeling | Cookies | Veel voorkomende vragen | Contact | Pagina afdrukken

5.5. Begin en einde

5.5.1. Opdracht

De opdracht is in het algemeen zeer kort en wordt gezet in een kleiner korps dan de eigenlijke publicatie. Ze komt op vier tiende van de paginahoogte; de versozijde blijft blanco.

5.5.2. Voorwoord, bericht aan de lezer, inleiding

Het voorwoord wordt aan het begin van de publicatie geplaatst; de bedoeling ervan is de auteur van het werk aan de lezers voor te stellen. Het voorwoord wordt meestal niet door de auteur zelf geschreven. Het wordt gezet in een ander lettertype dan de rest van de publicatie, meestal in cursief en soms ook groter.

Het bericht aan de lezer of ten geleide wordt door de auteur zelf geschreven. Het is een korte inleiding op de publicatie, waarin de auteur zijn doelstellingen toelicht. Het wordt gewoonlijk in romein gezet.

De inleiding wordt eveneens door de auteur zelf geschreven.

5.5.3. Inhoudsopgave

De inhoudsopgave is een lijst waarin de titels van de onderdelen van een werk letterlijk worden overgenomen. Naast elke titel komt het paginanummer waarop het betreffende stuk begint; gewoonlijk worden tekst en cijfers verbonden door een stippellijn.

De algemene inhoudsopgave kan vergezeld gaan van een inhoudsopgave per deel (voor elk deel even gedetailleerd). Traditioneel komt de inhoudsopgave aan het begin van de publicatie.

Buiten de inhoudsopgave kan er ook nog een lijst van de illustraties en van de tabellen en grafieken voorkomen.

5.5.4. Bibliografie

Bibliografieën zijn doorgaans achter in een werk opgenomen.

Voor de vorm van de bibliografische verwijzingen, zie punt 5.9.4.

5.5.5. Index

De index van een publicatie is een gedetailleerde lijst van alle onderwerpen (persoonsnamen, plaatsnamen, feiten enz.) met een verwijzing naar de plaats in de publicatie waar ze voorkomen.

Een index kan worden opgesteld volgens verschillende criteria: alfabetisch, systematisch, chronologisch, numeriek enz.

In eenzelfde index kunnen verscheidene systemen, het ene ondergeschikt aan het andere, worden gebruikt.

Er kunnen gespecialiseerde indexen (van auteurs, plaatsnamen enz.) worden opgemaakt of alle gegevens kunnen in een algemene index worden ondergebracht.

Vormgeving van de index

Wanneer de opmaak van een werk gebeurd is, is het de taak van de auteursdienst om de index aan te vullen en te verifiëren.

Wanneer de index van een boek een aparte aflevering uitmaakt, moet de titelbladzijde ervan de auteur, de titel, de plaats en de datum van de geïndexeerde publicatie vermelden op dezelfde manier als op de titelbladzijde van het boek.

De titel van de index van een periodieke uitgave of van een serie omvat de volledige titel, het volgnummer en de periode waarop de index betrekking heeft.

Bij periodieke publicaties verdient het aanbeveling een cumulatieve index toe te voegen aan de indexen van de delen. De referenties moeten dan het desbetreffende jaartal en de volgnummers vermelden.

Als elke aflevering afzonderlijk wordt gepagineerd, moet het nummer van de aflevering of de datum ervan in de referenties worden vermeld.

De sprekende hoofdregel moet zowel op de recto- als op de versozijde van elk blad staan en dient de titel van de uitgave en die van de index te vermelden. Bij een uitgebreide index verdient het aanbeveling in de buitenste bovenhoek van elke bladzijde de beginletters van het eerste en het laatste woord, of het hele woord, te herhalen.

Als de index aan het begin van een publicatie komt, wordt hij apart gepagineerd.

Indexen van periodieken of andere series moeten per deel en, zo mogelijk, eens per jaar worden gepubliceerd. Cumulatieve indexen dienen met regelmatige tussenpozen te worden gepubliceerd.

Laatste bijwerking: 11.6.2015
Bovenkant pagina
Vorige paginaVolgende pagina