ISSN 1831-5380
Siteplan | Juridische mededeling | Cookies | Veel voorkomende vragen | Contact | Pagina afdrukken

4.2.4. Camera-readydocumenten

Bij camera-readydocumenten moet de auteur een perfecte tekst inleveren; behalve in uitzonderingsgevallen is achteraf namelijk geen enkele correctie meer mogelijk.

De getikte tekst moet meteen nauwkeurig worden nagelezen, voor de definitieve opmaak. De opmaak moet eveneens aan een grondige typografische controle worden onderworpen alvorens tot productie wordt overgegaan.

Teksten die fotografisch worden gereproduceerd, moeten doorlopend worden gepagineerd, te beginnen met de titelpagina (blz. 1). Ook de onbedrukte pagina’s krijgen een nummer. In het algemeen beginnen delen en hoofdstukken op een rechterpagina (dus met een oneven paginanummer). Als een deel of hoofdstuk eindigt op een rechterpagina, wordt bijgevolg vóór het volgende deel of hoofdstuk een blanco bladzijde ingelast. Wanneer bijvoorbeeld hoofdstuk I eindigt op bladzijde 19, begint hoofdstuk II op de volgende rechterbladzijde, dus 21; op pagina 20 schrijven we op de kopij “blz. 20 blanco”.

Het wit vóór een titel of ondertitel moet steeds groter zijn dan dat tussen de titel of ondertitel en de tekst die volgt (de gulden regel is: twee derde/een derde).

Tussen alinea’s komt een dubbele interlinie.

Een bladzijde mag nooit beginnen met de laatste regel van de alinea van de vorige bladzijde. In dat geval (en enkel in dat geval) is het beter één regel buiten het kader van de vorige bladzijde te gaan. Ook moet worden vermeden een pagina te laten eindigen met een titel, een ondertitel of het eerste deel van een opsomming.

Aanhalingen en opsommingen laat men inspringen.

Laatste bijwerking: 1.7.2019
Bovenkant pagina
Vorige paginaVolgende pagina