17.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 12/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/35 VAN DE COMMISSIE

van 10 oktober 2014

tot aanvulling van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)

(Voor de EER relevante tekst)

INHOUDSOPGAVE

TITEL I

WAARDERING EN RISICOGEBASEERDE KAPITAALVEREISTEN (PIJLER I), VERSTERKTE GOVERNANCE (PIJLER II) EN MEER TRANSPARANTIE (PIJLER III) 20

HOOFDSTUK I

Algemene Bepalingen 20

AFDELING 1

Definities en algemene beginselen 20

AFDELING 2

Externe kredietbeoordelingen 24

HOOFDSTUK II

Waardering van activa en passiva 25

HOOFDSTUK III

Voorschriften voor technische voorzieningen 29

AFDELING 1

Algemene bepalingen 29

AFDELING 2

Gegevenskwaliteit 31

AFDELING 3

Methodologieën voor de berekening van de technische voorzieningen 32

ONDERAFDELING 1

Aan de berekening van de technische voorzieningen ten grondslag liggende aannamen 32

ONDERAFDELING 2

Aan de berekening van beste schattingen ten grondslag liggende informatie 34

ONDERAFDELING 3

Kasstroomprognoses voor de berekening van de beste schatting 35

ONDERAFDELING 4

Risicomarge 37

ONDERAFDELING 5

Berekening van de technische voorzieningen als geheel 39

ONDERAFDELING 6

Bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald 39

AFDELING 4

Relevante risicovrije rentetermijnstructuur 40

ONDERAFDELING 1

Algemene bepalingen 40

ONDERAFDELING 2

Risicovrije basisrentetermijnstructuur 41

ONDERAFDELING 3

Volatiliteitsaanpassing 42

ONDERAFDELING 4

Matchingopslag 43

AFDELING 5

Verzekeringsbranches 44

AFDELING 6

Evenredigheid en vereenvoudigingen 45

HOOFDSTUK IV

Eigen vermogen 47

AFDELING 1

Bepaling van het eigen vermogen 47

ONDERAFDELING 1

Goedkeuring van het aanvullend vermogen door de toezichthoudende autoriteit 47

ONDERAFDELING 2

Behandeling van deelnemingen als eigen vermogen 49

AFDELING 2

Indeling van het eigen vermogen 50

AFDELING 3

In aanmerking komend eigen vermogen 58

ONDERAFDELING 1

Afgezonderde fondsen 58

ONDERAFDELING 2

Kwantitatieve grenzen 59

HOOFDSTUK V

Solvabiliteitskapitaalvereiste — standaardformule 59

AFDELING 1

Algemene bepalingen 59

ONDERAFDELING 1

Berekeningen op basis van scenario's 59

ONDERAFDELING 2

Doorkijkbenadering 60

ONDERAFDELING 3

Regionale overheden en lokale autoriteiten 60

ONDERAFDELING 4

Materieel basisrisico 60

ONDERAFDELING 5

Berekening van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste 61

ONDERAFDELING 6

Evenredigheid en vereenvoudigingen 61

ONDERAFDELING 7

Reikwijdte van de verzekeringstechnische risicomodules 72

AFDELING 2

Module schadeverzekeringstechnisch risico 72

AFDELING 3

Module levensverzekeringstechnisch risico 87

AFDELING 4

Module ziekteverzekeringstechnisch risico 91

AFDELING 5

Module marktrisico 104

ONDERAFDELING 1

Correlatiecoëfficiënten 104

ONDERAFDELING 2

Ondermodule renterisico 105

ONDERAFDELING 3

Ondermodule aandelenrisico 108

ONDERAFDELING 4

Ondermodule vastgoedrisico 111

ONDERAFDELING 5

Ondermodule spreadrisico 111

ONDERAFDELING 6

Ondermodule marktrisicoconcentraties 120

ONDERAFDELING 7

Ondermodule valutarisico 123

AFDELING 6

Module tegenpartijkredietrisico 124

ONDERAFDELING 1

Algemene bepalingen 124

ONDERAFDELING 2

Blootstellingen van type 1 131

ONDERAFDELING 3

Blootstellingen van type 2 133

AFDELING 7

Module immateriële activa 134

AFDELING 8

Operationeel risico 134

AFDELING 9

Correctie voor het vermogen van technische voorzieningen en uitgestelde belastingen om verliezen te compenseren 135

AFDELING 10

Risicolimiteringstechnieken 136

AFDELING 11

Afgezonderde fondsen 141

AFDELING 12

Ondernemingsspecifieke parameters 142

AFDELING 13

Procedure voor het actualiseren van correlatieparameters 144

HOOFDSTUK VI

Solvabiliteitskapitaalvereiste — Geheel En Gedeeltelijk Interne Modellen 144

AFDELING 1

Definities 144

AFDELING 2

Gebruikstest 145

AFDELING 3

Statistische Kwaliteitsnormen 146

AFDELING 4

Kalibratienormen 151

AFDELING 5

Integratie van gedeeltelijk interne modellen 151

AFDELING 6

Toeschrijving van winsten en verliezen 152

AFDELING 7

Valideringsnormen 152

AFDELING 8

Documentatienormen 153

AFDELING 9

Externe modellen en gegevens 155

HOOFDSTUK VII

Minimumkapitaalvereiste 155

HOOFDSTUK VIII

Beleggingen in securitisatieposities 159

HOOFDSTUK IX

Governancesysteem 162

AFDELING 1

Elementen van het governancesysteem 162

AFDELING 2

Functies 168

AFDELING 3

Deskundigheids- en betrouwbaarheidsvereisten 171

AFDELING 4

Uitbesteding 171

AFDELING 5

Beloningsbeleid 173

HOOFDSTUK X

Opslagfactor van het kapitaalvereiste 174

AFDELING 1

Omstandigheden waarin een opslagfactor van het kapitaalvereiste wordt opgelegd 174

AFDELING 2

Methoden voor de berekening van opslagfactoren van het kapitaalvereiste 175

HOOFDSTUK XI

Verlenging van de herstelperiode 178

HOOFDSTUK XII

Bekendmaking van informatie 179

AFDELING 1

Verslag over de solvabiliteit en financiële toestand: structuur en inhoud 179

AFDELING 2

Verslag over de solvabiliteit en financiële toestand: niet-bekendmaking van informatie 185

AFDELING 3

Verslag over de solvabiliteit en financiële toestand: termijnen, bekendmakingswijze en actualiseringen 186

HOOFDSTUK XIII

Periodieke toezichtrapportage: 187

AFDELING 1

Elementen en inhoud 187

AFDELING 2

Termijnen en mededelingswijze 193

HOOFDSTUK XIV

Transparantie en verantwoording van toezichthoudende autoriteiten 194

HOOFDSTUK XV

Special purpose vehicles 195

AFDELING 1

Vergunningverlening 195

AFDELING 2

Verplichte voorwaarden in de overeenkomst 195

AFDELING 3

Governancesysteem 196

AFDELING 4

Toezichtrapportage 197

AFDELING 5

Solvabiliteitsvereisten 197

TITEL II

VERZEKERINGSGROEPEN 199

HOOFDSTUK I

Solvabiliteitsberekening op groepsniveau 199

AFDELING 1

Groepssolvabiliteit: keuze van de berekeningsmethode en algemene beginselen 199

AFDELING 2

Groepssolvabiliteit: berekeningsmethoden 201

HOOFDSTUK II

Interne modellen voor de berekening van het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep 206

AFDELING 1

Volledige en gedeeltelijke intern modellen die alleen voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep worden gebruikt 206

AFDELING 2

Gebruik van een intern model van een groep 208

HOOFDSTUK III

Toezicht op de groepssolvabiliteit van groepen met een gecentraliseerd risicobeheer 210

HOOFDSTUK IV

Coördinatie van het groepstoezicht 211

AFDELING 1

Colleges van toezichthouders 211

AFDELING 2

Uitwisseling van informatie 213

AFDELING 3

Nationaal of regionaal toezicht op het niveau van een ondergroep 213

HOOFDSTUK V

Bekendmaking van informatie 214

AFDELING 1

Verslag over de solvabiliteit en financiële toestand van de groep 214

AFDELING 2

Dubbelverslag over de solvabiliteit en financiële toestand 216

HOOFDSTUK VI

Toezichtrapportage van een groep 217

AFDELING 1

Periodieke rapportage 217

AFDELING 2

Rapportage over risicoconcentraties en intragroeptransacties 219

TITEL III

GELIJKWAARDIGHEID VAN DERDE LANDEN EN SLOTBEPALINGEN 220

HOOFDSTUK I

Ondernemingen die herverzekeringsactiviteiten uitoefenen en waarvan het hoofdkantoor in een derde land gelegen is 220

HOOFDSTUK II

Verbonden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen van derde landen 223

HOOFDSTUK III

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met moederondernemingen van buiten de unie 224

HOOFDSTUK IV

Slotbepalingen 226

DE EUROPESE COMMISSIE

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2009/138/EG, en met name artikel 31, lid 4, artikel 35, lid 9, artikel 37, leden 6 en 7, artikel 50, lid 1, onder a) en b), artikel 50, lid 2, onder a) en b), artikel 50, lid 3, artikel 56, artikel 75, leden 2 en 3, artikel 86, lid 1, onder a) tot en met i), artikel 86, lid 2, onder a) en b), artikel 92, leden 1 en 1 bis, artikel 97, leden 1 en 2, artikel 99, onder a) en b), artikel 109 bis, lid 5, artikel 111, lid 1, onder a) tot en met q), artikel 114, lid 1, onder a) en b), artikel 126, artikel 127, artikel 130, artikel 135, lid 2, onder a), b) en c), artikel 135, lid 3, artikel 143, lid 1, artikel 172, lid 1, artikel 211, lid 2, artikel 216, lid 7, artikel 217, lid 3, artikel 227, lid 3, artikel 234, artikel 241, onder a), b) en c), artikel 244, leden 4 en 5, artikel 245, leden 4 en 5, artikel 248, leden 7 en 8, artikel 249, lid 3, artikel 256, lid 4, artikel 260, lid 2, en artikel 308 ter, lid 13,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij de toepassing van de in deze verordening vastgelegde vereisten moet rekening worden gehouden met de aard, omvang en complexiteit van de risico's die aan de bedrijfsactiviteiten van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming verbonden zijn. De lasten en de complexiteit waarmee verzekeringsondernemingen worden bezwaard, moeten in verhouding staan tot hun risicoprofiel. Bij de toepassing van de in deze verordening vastgelegde vereisten moet informatie als materieel worden aangemerkt indien die informatie de besluitvorming of het oordeel zou kunnen beïnvloeden van de gebruikers voor wie zij is bestemd.

(2)

Om een al te grote afhankelijkheid van externe ratings tegen te gaan, moeten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen ernaar streven eigen kredietbeoordelingen voor al hun blootstellingen op te stellen. Gelet op het evenredigheidsbeginsel mag van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen echter alleen worden verlangd dat zij eigen kredietbeoordelingen voor hun grotere of complexere blootstellingen opstellen.

(3)

De toezichthoudende autoriteiten moeten erop toezien dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen passende stappen ondernemen om interne modellen te ontwikkelen die het kredietrisico bestrijken wanneer hun absolute blootstellingen van materiële aard zijn en wanneer zij tegelijkertijd een groot aantal materiële tegenpartijen hebben. De toezichthoudende autoriteiten moeten daartoe een geharmoniseerde benadering volgen wat de definitie van absolute blootstellingen van materiële aard en van een groot aantal materiële tegenpartijen betreft.

(4)

Om het risico te vermijden dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die in het kader van het solvabiliteitskapitaalvereiste het kredietrisico niet met behulp van een goedgekeurd intern model berekenen, vertekende inschattingen van het kredietrisico maken, mogen hun eigen kredietbeoordelingen niet in lagere kapitaalvereisten resulteren dan de kapitaalvereisten die uit externe ratings voortvloeien.

(5)

Om een al te grote afhankelijkheid van externe ratings voor blootstellingen aan een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming tegen te gaan, kan het gebruik van ratings voor de berekening van het kapitaalvereiste met behulp van de standaardformule worden vervangen door een verwijzing naar de solvabiliteitspositie van de tegenpartij (solvabiliteitsratiobenadering). Een dergelijke benadering vereist een op de solvabiliteitskapitaalvereisten gebaseerde kalibratie en de bepaling van de bedragen van het eigen vermogen dat voor de dekking van deze solvabiliteitskapitaalvereisten in aanmerking komt wanneer het Solvabiliteit II-kader van kracht is. De toepassing van de solvabiliteitsratiobenadering moet worden beperkt tot verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zonder rating.

(6)

Om te garanderen dat de waarderingsnormen voor toezichtdoeleinden bij de internationale ontwikkelingen op het gebied van de financiële verslaggeving aansluiten, dienen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de marktconforme waarderingsmethoden te hanteren die worden voorgeschreven bij de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 door de Commissie zijn goedgekeurd, tenzij de onderneming verplicht is voor een actief- of passiefpost een specifieke waarderingsmethode te gebruiken, dan wel de toelating heeft gebruik te maken van methoden die gebaseerd zijn op de waarderingsmethode die zij voor de opstelling van haar jaarrekening hanteert.

(7)

Bij de waardering door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen van activa en passiva met behulp van de marktconforme waarderingsmethoden die worden voorgeschreven bij de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 door de Commissie zijn goedgekeurd, dient een waarderingshiërarchie in acht te worden genomen waarbij het gebruik van op actieve markten genoteerde marktprijzen voor dezelfde activa of passiva de standaardmethode voor de waardering is, teneinde te waarborgen dat activa en passiva worden gewaardeerd tegen het bedrag waarvoor zij kunnen worden verhandeld (activa), dan wel overgedragen of afgewikkeld (passiva) tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn. Deze benadering moet door alle ondernemingen worden gevolgd, ongeacht of bij internationale of andere waarderingsmethoden een verschillende waarderingshiërarchie in acht wordt genomen.

(8)

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen dienen over te gaan tot de opname en waardering van uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen met betrekking tot alle posten die voor solvabiliteitsdoeleinden of in de fiscale balans zijn opgenomen, teneinde te garanderen dat alle bedragen in aanmerking zijn genomen die tot toekomstige kasstromen uit belastingen aanleiding kunnen geven.

(9)

De waardering van verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen moet de verplichtingen omvatten die met bestaande verzekerings- en herverzekeringsactiviteiten verband houden. Met toekomstige activiteiten verband houdende verplichtingen mogen bij de waardering niet in aanmerking worden genomen. Wanneer verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten aan verzekeringnemers geboden opties bevatten om de verzekerings- of herverzekeringsdekking in te stellen, te vernieuwen, te verlengen, te verhogen of te hervatten, dan wel aan ondernemingen geboden opties om de overeenkomst te beëindigen of premies of uitkeringen te wijzigen, dan moet een contractgrens worden bepaald om te specificeren of de uit deze opties voortvloeiende aanvullende dekking als bestaande of toekomstige bedrijfsactiviteiten worden beschouwd.

(10)

Om de overdrachtwaarde van verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen te bepalen, moet bij de waardering van de verplichtingen rekening worden gehouden met de toekomstige kasstromen die met de opties tot vernieuwing van de overeenkomst verband houden, ongeacht de winstgevendheid daarvan, tenzij de vernieuwingsoptie inhoudt dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit economisch oogpunt dezelfde rechten met betrekking tot de vaststelling van de premies of uitkeringen van de vernieuwde overeenkomst zou hebben als die welke voor een nieuwe overeenkomst gelden.

(11)

Om te voorkomen dat de analyse van de financiële positie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt vertekend, kunnen de technische voorzieningen van een portefeuille verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen negatief zijn. Bij de berekening van technische voorzieningen mag geen ondergrens van nul gelden.

(12)

De overdrachtwaarde van een verzekerings- of herverzekeringsverplichting kan lager zijn dan de afkoopwaarde van de onderliggende overeenkomsten. Bij de berekening van technische voorzieningen mogen geen ondergrenzen voor de afkoopwaarde gelden.

(13)

Om te komen tot technische voorzieningen die met de overdrachtwaarde van verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen overeenstemmen, moet bij de berekening van de beste schatting rekening worden gehouden met toekomstige ontwikkelingen, zoals demografische, juridische, medische, technologische, sociale, ecologische en economische ontwikkelingen, die van invloed zullen zijn op de inkomende en uitgaande kasstromen die vereist zijn om de verplichtingen na te komen.

(14)

Om te komen tot een beste schatting die met het in artikel 77, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde kansgewogen gemiddelde van toekomstige kasstromen overeenstemt, moet in de kasstroomprognose die bij de berekening van de beste schatting wordt gehanteerd, met alle onzekerheden in de kasstromen rekening worden gehouden.

(15)

De gekozen methode om de beste schatting te berekenen, moet in verhouding staan tot de aard, omvang en complexiteit van de risico's die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden gedragen. De methoden voor de berekening van de beste schatting omvatten onder meer simulatiemethoden, alsook deterministische en analytische technieken. Bij bepaalde levensverzekeringsovereenkomsten, en met name die welke aanleiding geven tot van beleggingsrendementen afhankelijke discretionaire uitkeringen of die welke financiële garanties en contractuele clausules bevatten, kunnen simulatiemethoden geschikter zijn voor de berekening van de beste schatting.

(16)

Wanneer verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten financiële garanties en opties bevatten, kan de contante waarde van de uit deze overeenkomsten voortvloeiende kasstromen afhankelijk zijn van zowel de verwachte afloop van toekomstige gebeurtenissen en ontwikkelingen als van de mate waarin de werkelijke afloop in bepaalde scenario's eventueel van de verwachte afloop afwijkt. In de voor de berekening van de beste schatting gehanteerde methoden moet met dergelijke afhankelijkheden rekening worden gehouden.

(17)

Onder de definitie van toekomstige discretionaire uitkeringen moeten ook de uitkeringen uit hoofde van verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten vallen die bovenop de gegarandeerde uitkeringen worden betaald en die uit de winstdeling van de verzekeringnemer voortvloeien. Aan indexen of beleggingen gekoppelde uitkeringen mogen daar niet onder vallen.

(18)

De berekening van de risicomarge moet gebaseerd zijn op de veronderstelling dat de gehele portefeuille verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen aan een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt overgedragen. Bij de berekening moet met name met de diversificatie van de gehele portefeuille rekening worden gehouden.

(19)

De berekening van de risicomarge moet gebaseerd zijn op een projectie van het solvabiliteitskapitaalvereiste waarin met het risicolimiteringseffect van herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles rekening is gehouden. Het maken van afzonderlijke berekeningen van de risicomarge inclusief en exclusief herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles mag niet verplicht worden gesteld.

(20)

De aanpassing voor het kredietrisico van de risicovrije basisrente moet worden bepaald aan de hand van marktrentepercentages die het in de variabele rente van renteswaps tot uiting komende kredietrisico weergeven. Om de aanpassing met inachtneming van de marktsusance te bepalen onder marktomstandigheden die vergelijkbaar zijn met die op de datum van de vaststelling van Richtlijn 2014/51/EU, met name voor de euro, moeten de daartoe gehanteerde marktrentepercentages overeenstemmen met de interbancaire rentepercentages voor drie maanden.

(21)

Bij de bepaling van de laatste looptijd waarvoor obligatiemarkten in overeenstemming met artikel 77 bis van Richtlijn 2009/138/EG niet langer als diep, liquide en transparant kunnen worden beschouwd, mag de markt voor in euro luidende obligaties onder marktomstandigheden die vergelijkbaar zijn met die op de datum van de vaststelling van Richtlijn 2014/51/EU niet als diep en liquide worden beschouwd wanneer het cumulatieve volume van obligaties met looptijden langer dan of gelijk aan de laatste looptijd kleiner is dan 6 procent van het volume van alle obligaties op die markt.

(22)

Wanneer van wanbetalingsstatistieken geen betrouwbare kredietspread kan worden afgeleid, zoals bij blootstellingen aan overheidsschuld, moet de fundamentele spread voor de berekening van de matchingopslag en de volatiliteitsaanpassing gelijk zijn aan het deel van het langetermijngemiddelde van de spread ten opzichte van de risicovrije basisrente als bedoeld in artikel 77 quater, lid 2, onder b) en c), van Richtlijn 2009/138/EG. Wat vorderingen op de centrale overheden en centrale banken van lidstaten betreft, moet de activaklasse het verschil tussen individuele lidstaten weergeven.

(23)

Om overeenkomstig overweging (29) van Richtlijn 2014/51/EU de transparantie van de bepaling van de relevante risicovrije basisrente te verzekeren, moeten de methodologie, de aannamen en de verwijzingen naar de gegevens die de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (European Insurance and Occupational Pensions Authority, EIOPA) voor de berekening van de aanpassing aan de swaptarieven voor het kredietrisico, de volatiliteitsaanpassing en de fundamentele spread voor de matchingopslag hanteert, door de EIOPA worden bekendgemaakt als onderdeel van de technische informatie die de EIOPA op grond van artikel 77 sexies, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG moet publiceren.

(24)

De segmentatie van verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen in branches en homogene risicogroepen moet de aard van de onderliggende risico's van de verplichting weerspiegelen. De aard van de onderliggende risico's kan een segmentatie rechtvaardigen die verschilt van de toewijzing van verzekeringsactiviteiten aan levensverzekeringsactiviteiten en schadeverzekeringsactiviteiten, van de in bijlage I bij Richtlijn 2009/138/EG vermelde schadeverzekeringsbranches en van de in bijlage II bij Richtlijn 2009/138/EG vermelde levensverzekeringsbranches.

(25)

Bij het uitmaken of een methode voor de berekening van de technische voorzieningen evenredig is aan de aard, omvang en complexiteit van de risico's moet onder meer worden overgegaan tot een beoordeling van de modelfout van de methode. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen mogen er evenwel niet toe worden verplicht in het kader van deze beoordeling de precieze omvang van de modelfout te specificeren.

(26)

Wanneer ondernemingen de toezichthoudende autoriteiten om toestemming verzoeken om de in artikel 77 ter, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde matchingopslag te mogen gebruiken, moet het hun worden toegestaan verschillende in aanmerking komende verzekeringsproducten als één portefeuille te beschouwen, mits continu aan de voorwaarden voor de toestemming wordt voldaan en er geen juridische belemmeringen bestaan om de bedrijfsactiviteiten apart van de overige bedrijfsactiviteiten van de onderneming als één portefeuille te organiseren en te beheren.

(27)

De goedkeuring van aanvullend vermogen dat in aanmerking komt om aan het solvabiliteitskapitaalvereiste van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming te voldoen, dient te worden gebaseerd op een beoordeling door de toezichthoudende autoriteiten van de ter zake dienende criteria. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming die om de goedkeuring van een aanvullendvermogensbestanddeel verzoekt, moet tegenover de toezichthoudende autoriteiten echter aantonen dat aan de criteria is voldaan en tevens de toezichthoudende autoriteiten alle informatie verstrekken die zij nodig kunnen hebben om een dergelijke beoordeling te verrichten. De aanvragen tot goedkeuring van aanvullend vermogen moeten per geval door de toezichthoudende autoriteiten worden beoordeeld.

(28)

Bij de behandeling van een aanvraag tot goedkeuring van aanvullend vermogen overeenkomstig artikel 90 van Richtlijn 2009/138/EG moeten de toezichthoudende autoriteiten de economische realiteit en de afdwingbaarheid in rechte onderzoeken van het aanvullendvermogensbestanddeel waarvoor om goedkeuring wordt verzocht.

(29)

Tier 1-vermogen moet bestaan uit eigenvermogensbestanddelen die van hoge kwaliteit zijn en die verliezen volledig kunnen compenseren, zodat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar bedrijf blijvend kan uitoefenen.

(30)

Wanneer het economisch effect van een transactie of van een groep samenhangende transacties gelijkwaardig is aan het aanhouden door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming van haar eigen aandelen, moet het positieve verschil tussen de activa en de verplichtingen worden verminderd om de bezwaring van dat deel van het eigen vermogen weer te geven.

(31)

Bij de beoordeling of een afzonderlijk eigenvermogensbestanddeel een voldoende lange looptijd heeft, moet worden uitgegaan van de oorspronkelijke looptijd van dit bestanddeel. De gemiddelde looptijd van het totale eigen vermogen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, rekening houdend met de resterende looptijd van alle eigenvermogensbestanddelen, mag niet aanzienlijk korter zijn dan de gemiddelde looptijd van de verplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming. In het kader van hun beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit moeten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen ook nagaan of het totale bedrag aan eigen vermogen een voldoende lange looptijd heeft, rekening houdend met zowel de oorspronkelijke als de resterende looptijd van alle eigenvermogensbestanddelen en van alle verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen.

(32)

Bij de beoordeling overeenkomstig artikel 93 van Richtlijn 2009/138/EG van het verliescompensatievermogen bij een liquidatie mag niet worden uitgegaan van een vergelijking tussen, enerzijds, het positieve verschil tussen activa en verplichtingen bij voortzetting van de bedrijfsactiviteiten en, anderzijds, het positieve verschil tussen activa en verplichtingen op basis van de veronderstelling dat ten aanzien van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een liquidatieprocedure is geopend.

(33)

Aangezien in de toekomst te ontvangen premies die met bestaande verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten verband houden, in de berekening van de technische voorzieningen zijn meegenomen, mag het in Tier 1 opgenomen bedrag van het positieve verschil tussen activa en verplichtingen niet worden aangepast om er de in toekomstige premies vervatte verwachte winst uit te verwijderen.

(34)

Het gebruik van eigenvermogensbestanddelen met kenmerken die tot aflossing aanzetten, zoals contractuele verhogingen van het uit te keren dividend of verhogingen van de couponrente in combinatie met een calloptie, moet worden beperkt gezien de restricties op de terugbetaling of aflossing ervan ingeval het solvabiliteitskapitaalvereiste niet in acht wordt genomen; dergelijke bestanddelen mogen alleen bij Tier 2 of Tier 3 worden ingedeeld.

(35)

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen moeten het positieve verschil tussen activa en verplichtingen onderverdelen in bedragen die met de vermogensbestanddelen in hun jaarrekening en een reconciliatiereserve overeenstemmen. De reconciliatiereserve kan positief of negatief zijn.

(36)

Voor elk tier, met inbegrip van Tier 3, moet een volledige lijst van eigenvermogensbestanddelen worden gespecificeerd, zodat duidelijk is voor welke bestanddelen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de toezichthoudende autoriteiten om toestemming moeten vragen voor de indeling ervan.

(37)

Afgezonderde fondsen (ring-fenced funds) zijn regelingen waarbij een welbepaald samenstel van activa en passiva wordt beheerd als ging het om een afzonderlijke onderneming; dergelijke fondsen mogen geen conventionele aan indexen of beleggingen gekoppelde bedrijfsactiviteiten of herverzekeringsactiviteiten omvatten. De verminderde overdraagbaarheid van de activa van een afgezonderd fonds moet in aanmerking worden genomen bij de berekening van het positieve verschil tussen de activa en de verplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

(38)

Zowel levensverzekeringsactiviteiten als schadeverzekeringsactiviteiten kunnen tot afgezonderde fondsen aanleiding geven. Winstdeling houdt niet noodzakelijkerwijze afzondering in en mag niet worden gezien als de kenmerkende eigenschap van een afgezonderd fonds.

(39)

Afgezonderde fondsen moeten beperkt blijven tot regelingen die het verliescompensatievermogen van bepaalde eigenvermogensbestanddelen bij voortzetting van de bedrijfsactiviteiten verminderen. Regelingen die alleen bij liquidatie op het verliescompensatievermogen van invloed zijn, mogen niet als afgezonderde fondsen worden beschouwd.

(40)

Om dubbeltelling van eigen vermogen op individueel niveau, namelijk zowel in de verzekerings- als in de banksector te vermijden, moeten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen van het bedrag van het kernvermogen alle deelnemingen in financiële en kredietinstellingen aftrekken welke meer dan 10 % bedragen van de Tier 1-eigenvermogensbestanddelen waarvoor geen beperkingen gelden. Deelnemingen in financiële en kredietinstellingen die in geaggregeerde vorm dezelfde drempelwaarde overschrijden, moeten gedeeltelijk naar evenredigheid in mindering worden gebracht. Aftrekken is niet noodzakelijk wanneer de deelnemingen van strategisch belang zijn en op die ondernemingen de in bijlage I bij Richtlijn 2002/87/EG beschreven methode voor de berekening van de groepssolvabiliteit wordt toegepast.

(41)

Het grootste deel van het bedrag van het eigen vermogen dat voor de dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komt, moet uit eigen vermogen van Tier 1 bestaan. Om te voorkomen dat de toepassing van de grenzen potentiële procyclische effecten teweegbrengt, moeten de grenzen op de in aanmerking komende bedragen van Tier 2- en Tier 3-bestanddelen op zodanige wijze worden toegepast dat een verlies aan eigen vermogen van Tier 1 niet resulteert in een verlies aan totaal in aanmerking komend eigen vermogen dat groter is dan dat verlies. De grenzen moeten derhalve van toepassing zijn voor zover het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste met eigen vermogen worden gedekt. Eigenvermogensbestanddelen die de grenzen overschrijden, mogen niet als in aanmerking komend eigen vermogen worden geteld.

(42)

Bij de opstelling van lijsten van regionale overheden en lokale autoriteiten moet de EIOPA het vereiste in acht nemen dat er geen verschil in risico is tussen deze blootstellingen en blootstellingen aan de centrale overheid in wier rechtsgebied zij gevestigd zijn, doordat deze overheden en autoriteiten over de specifieke bevoegdheid beschikken om belastingen te heffen en omdat er bijzondere institutionele regelingen bestaan waardoor het risico van wanbetaling wordt beperkt. Het gevolg van de uitvoeringshandeling die overeenkomstig artikel 109 bis, lid 2, onder a), van Richtlijn 2009/138/EG met betrekking tot deze lijsten is vastgesteld, is dat directe blootstellingen aan in de lijsten opgenomen regionale overheden en lokale autoriteiten bij de berekening van de module marktrisico en de module tegenpartijkredietrisico van de standaardformule worden behandeld als blootstellingen aan de centrale overheid van het rechtsgebied waarin deze zijn gevestigd.

(43)

Om te vermijden dat verkeerde prikkels worden gegeven om langetermijnovereenkomsten te herstructureren als hernieuwbare kortetermijnovereenkomsten, moet de in de standaardformule gehanteerde volumemaatstaf voor het premierisico bij de schade- en de SLT-ziekteverzekering op de economische realiteit van verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten zijn gebaseerd veeleer dan op de juridische vorm ervan. De volumemaatstaf moet daarom de verdiende premies omvatten die binnen de contractgrens van bestaande overeenkomsten vallen en die betrekking hebben op overeenkomsten die binnen de volgende twaalf maanden zullen worden ondertekend.

(44)

Aangezien de verwachte winsten die in de in de toekomst te ontvangen premies uit hoofde van bestaande schade- en herverzekeringsovereenkomsten zijn vervat, in het in aanmerking komend eigen vermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zijn opgenomen, moet de module schadeverzekeringstechnisch risico het vervalrisico omvatten dat aan schade- en herverzekeringsovereenkomsten verbonden is.

(45)

Wat het premierisico betreft, moet bij de berekening van het kapitaalvereiste voor het premie- en reserverisico bij schade- en ziekteverzekering worden uitgegaan van de in het verleden verdiende en de naar verwachting in de toekomst te verdienen premies, al naargelang welk bedrag het grootste is, om rekening te houden met de onzekerheid waarmee de in de toekomst te verdienen premies zijn omgeven. Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming er echter op betrouwbare wijze voor kan zorgen dat de in de toekomst te verdienen premies de verwachte premies niet zullen overtreffen, moet bij de berekening alleen van de naar verwachting in de toekomst te verdienen premies worden uitgegaan.

(46)

Om de gemiddelde kenmerken van levensverzekeringsverplichtingen weer te geven, moet bij de modellering van het risico van massaal verval in de standaardformule voor het solvabiliteitskapitaalvereiste worden uitgegaan van de veronderstelling dat het risico dat verbonden is aan de opties die een cederende verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een herverzekeringsovereenkomst kan uitoefenen, verwaarloosbaar is voor de accepterende verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

(47)

Om het verschillende risicoprofiel weer te geven van ziekteverzekeringsactiviteiten die op eenzelfde technische basis als die van levensverzekerings- (SLT-ziekteverzekering) en andere ziekteverzekeringsactiviteiten (NSLT-ziekteverzekering) worden uitgeoefend, moet de module ziekteverzekeringstechnisch risico verschillende ondermodules voor deze beide soorten verzekering omvatten.

(48)

Om de gemiddelde kenmerken van levensverzekeringsverplichtingen weer te geven, moet bij de modellering van de modules levensverzekeringstechnisch risico en SLT-ziekteverzekeringstechnisch risico worden uitgegaan van de veronderstelling dat het risico dat aan de koppeling van verzekerings- en herverzekeringsuitkeringen aan de inflatie verbonden is, verwaarloosbaar is.

(49)

Bij de scenariogebaseerde berekeningen van de ondermodules rampenrisico in de schade- en ziekteverzekeringsbranche van de standaardformule moet worden uitgegaan van de brutoverliezen die aan rampen zijn toe te schrijven, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald. Bij de bepaling van de uit het scenario voortvloeiende verandering in het kernvermogen moeten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met het risicolimiteringseffect van hun specifieke herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles rekening houden.

(50)

Om de gemiddelde kenmerken van schadeverzekeringsverplichtingen weer te geven, moet bij de modellering van het aansprakelijkheidsrisico in de ondermodule rampenrisico in de schadeverzekeringsbranche van de standaardformule worden uitgegaan van de veronderstelling dat het risico van de accumulatie van een groot aantal soortgelijke schaden die door wettelijke-aansprakelijkheidsverzekeringsverplichtingen worden gedekt, verwaarloosbaar is.

(51)

Om de gemiddelde kenmerken van schadeverzekeringsverplichtingen weer te geven, moet bij de modellering van het risico van massale ongevallen in de standaardformule worden uitgegaan van de veronderstelling dat de blootstelling van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen aan het risico van massale ongevallen in derde landen die geen specifieke Europese landen zijn, verwaarloosbaar is voor de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en verzekeringsgroepen die onder Richtlijn 2009/138/EG vallen. Daarbij moet tevens worden uitgegaan van de veronderstelling dat het risico van massale ongevallen verbonden aan arbeidsongevallenverzekeringsactiviteiten verwaarloosbaar is.

(52)

Om de gemiddelde kenmerken van schadeverzekeringsverplichtingen weer te geven, moet bij de modellering van het ongevallenconcentratierisico in de standaardformule worden uitgegaan van de veronderstelling dat het ongevallenconcentratierisico verbonden aan andere ziektekostenverzekerings- en inkomensbeschermingverzekeringsactiviteiten dan groepsovereenkomsten verwaarloosbaar is.

(53)

Om in de kalibratie van de standaardformule het empirisch bewijs over natuurrampen weer te geven, moet bij de modellering van het natuurramprisico worden uitgegaan van geografische indelingen die voldoende homogeen zijn wat het risico betreft waaraan verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zijn blootgesteld. De risicogewichten van die indelingen moeten op zodanige wijze zijn gespecificeerd dat zij de verhouding jaarlijks verlies/verzekerd bedrag voor de relevante branches weergeven aan de hand van een VaR-maatstaf met een betrouwbaarheidsgraad van 99,5 %. De correlatiecoëfficiënten tussen deze geografische indelingen moeten op zodanige wijze worden gekozen dat zij de afhankelijkheid tussen de relevante risico's in de geografische indelingen weergeven, rekening houdend met elke niet-lineariteit van de afhankelijkheid.

(54)

Om bij de berekening van het kapitaalvereiste voor het natuurramprisico de werkelijke risicoblootstelling van de onderneming in de standaardformule weer te geven, moet het verzekerde bedrag op zodanige wijze worden bepaald dat rekening wordt gehouden met de contractuele limieten voor de vergoeding voor rampen.

(55)

De module marktrisico van de standaardformule moet gebaseerd zijn op de veronderstelling dat de gevoeligheid van activa en passiva voor veranderingen in de volatiliteit van de marktparameters verwaarloosbaar is.

(56)

In de kalibratie van het renterisico voor langere looptijden moet tot uiting komen dat de ultimate forward rate waarnaar de risicovrije rentetermijnstructuur convergeert, stabiel is in de tijd en alleen verandert als gevolg van veranderingen in de langetermijnverwachtingen.

(57)

Bij de berekening van de standaardformule moeten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen aangeven welke van hun verbonden ondernemingen een strategisch karakter hebben. De kalibratie van de ondermodule aandelenrisico op de investeringen in verbonden ondernemingen die een strategisch karakter hebben, moet de waarschijnlijke vermindering van de volatiliteit van hun waarde weerspiegelen welke uit hun strategische karakter voortvloeit en de invloed die de deelnemende onderneming op die verbonden ondernemingen uitoefent.

(58)

De ondermodule aandelenrisico op basis van looptijd moet worden gebaseerd op de veronderstelling dat overeenkomstig artikel 304 van Richtlijn 2009/138/EG de in artikel 304 van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde typische houdperiode van aandelenbeleggingen consistent is met de gemiddelde looptijd van verplichtingen.

(59)

Om de effecten van procycliciteit te vermijden, moet de periode voor het symmetrische aanpassingsmechanisme aan de ondermodule aandelenrisico voor een evenwicht zorgen tussen het handhaven van de risicogevoeligheid van de ondermodule en het weerspiegelen van de doelstelling van de symmetrische aanpassing.

(60)

Wanneer bij de berekening van de beste schatting van verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen een matchingopslag wordt toegepast, moet bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste in de ondermodule spreadrisico het effect van veranderingen in activaspreads op de matchingopslag en aldus op de waarde van de technische voorzieningen worden weergegeven.

(61)

Aangezien het risicoprofiel van in derde landen gelegen vastgoed niet wezenlijk verschilt van dat van in de Unie gelegen vastgoed, moeten deze beide soorten blootstellingen in de ondermodule vastgoedrisico van de standaardmodule op dezelfde wijze worden behandeld.

(62)

Daar concentratierisico meestal wordt veroorzaakt door een gebrek aan diversificatie van uitgevende instellingen waaraan verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zijn blootgesteld, moet bij de ondermodule concentratierisico van de standaardformule worden uitgegaan van de veronderstelling dat de geografische of sectorale concentratie van de door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aangehouden activa verwaarloosbaar is.

(63)

Bij de ondermodule tegenpartijrisico van de standaardformule moet worden uitgegaan van de veronderstelling dat bij blootstellingen die kunnen worden gediversifieerd en waarbij de tegenpartij waarschijnlijk een rating heeft (blootstellingen van type 1), de verliezen bij wanbetaling op tegenpartijen die niet tot dezelfde groep behoren, los staan van elkaar en de verliezen bij wanbetaling op tegenpartijen die tot dezelfde groep behoren, niet los staan van elkaar.

(64)

Om ervoor te zorgen dat het kredietrisico met betrekking tot alle tegenpartijen waaraan verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zijn blootgesteld, wordt weergegeven in het solvabiliteitskapitaalvereiste dat met behulp van de standaardformule wordt berekend, moeten alle blootstellingen die noch door de ondermodule spreadrisico, noch door de module tegenpartijrisico als blootstellingen van type 1 worden weergegeven, in de module tegenpartijrisico als blootstellingen van type 2 worden weergegeven.

(65)

De module tegenpartijrisico van de standaardformule moet het economische effect van zekerheidsovereenkomsten in geval van wanbetaling van de tegenpartij weergeven. Er moet met name worden nagegaan of de volledige eigendom van de zekerheid al dan niet wordt overgedragen. Er moet ook worden nagegaan of in geval van insolventie van de tegenpartij bij de bepaling van het proportionele aandeel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de insolvente boedel van de tegenpartij dat de zekerheid overtreft, rekening wordt gehouden met het feit dat de onderneming de zekerheid ontvangt.

(66)

Conform de in artikel 104, leden 1, 3 en 4, van Richtlijn 2009/138/EG beschreven benadering moet het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste een extra risicomodule omvatten voor de specifieke risico's die uit de opgenomen en voor solvabiliteitsdoeleinden gewaardeerde immateriële activa voortvloeien en die niet elders in het solvabiliteitskapitaalvereiste zijn meegenomen.

(67)

De module operationeel risico van de standaardformule geeft het uit inadequate of falende interne processen, personeelsleden of systemen, dan wel uit externe gebeurtenissen voortvloeiende risico weer in de vorm van een op factoren gebaseerde berekening. In dit verband worden de technische voorzieningen, de tijdens de voorgaande twaalf maanden verdiende premies en de tijdens de voorgaande twaalf maanden gemaakte kosten als passende volumemaatstaven beschouwd om dit risico weer te geven. De laatstgenoemde volumemaatstaf is alleen relevant voor levensverzekeringsovereenkomsten waarbij het risico door de verzekeringnemer wordt gedragen. Gezien het feit dat verwervingskosten in de verschillende verzekeringsbedrijfsmodellen op uiteenlopende wijze worden toegepast, mogen deze kosten niet in aanmerking worden genomen in de volumemaatstaf voor de tijdens de voorgaande twaalf maanden gemaakte kosten. Om te garanderen dat het kapitaalvereiste voor het operationele risico aan de in artikel 101 van Richtlijn 2009/138/EG vastgelegde betrouwbaarheidsgraad blijft voldoen, dient de module operationeel risico aan een nieuw onderzoek te worden onderworpen in het kader van de in overweging (150) bedoelde evaluatie door de Commissie van de methoden, aannamen en standaardparameters die bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste met behulp van de standaardformule worden gebruikt. Bij deze evaluatie moet de aandacht in het bijzonder uitgaan naar levensverzekeringsovereenkomsten waarbij het risico door de verzekeringnemer wordt gedragen.

(68)

Bij de berekening van de correctie voor het verliescompensatievermogen van technische voorzieningen en uitgestelde belastingen moet dubbeltelling van het risicolimiteringseffect van toekomstige discretionaire uitkeringen of uitgestelde belastingen worden voorkomen.

(69)

Toekomstige discretionaire uitkeringen zijn gewoonlijk een kenmerk van levens- en SLT-ziekteverzekeringsovereenkomsten. Bij de aanpassing voor het verliescompensatievermogen van technische voorzieningen moet bijgevolg rekening worden gehouden met het van toekomstige discretionaire uitkeringen uitgaande limiteringseffect met betrekking tot het levensverzekeringstechnische risico, het SLT-ziekteverzekeringstechnische risico, het rampenrisico in de ziekteverzekeringsbranche, het marktrisico en het tegenpartijrisico. Om de complexiteit van de standaardformule en de uit de berekening voortvloeiende lasten voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen te beperken, mag de aanpassing niet van toepassing zijn op de risico's in de schadeverzekeringsbranche en de NSLT-ziekteverzekeringsbranche. Daar het niet uitgesloten is dat verliezen uit hoofde van inadequate of falende interne processen, personeelsleden of systemen, dan wel uit hoofde van externe gebeurtenissen niet effectief door toekomstige discretionaire uitkeringen worden gecompenseerd, mag de aanpassing niet op het operationele risico van toepassing zijn.

(70)

Bij de inaanmerkingneming van risicolimiteringstechnieken in het kader van de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste moet de economische realiteit van de gehanteerde techniek worden weergegeven en moet uitsluitend rekening worden gehouden met risicolimiteringstechnieken die het risico effectief buiten de verzekerings- of herverzekeringsonderneming onderbrengen.

(71)

Bij het nagaan of er een effectieve overdracht van het risico heeft plaatsgevonden, moeten alle aspecten van de risicolimiteringstechniek en van de regelingen tussen de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en hun tegenpartijen worden bestudeerd. Bij risicolimitering via herverzekering mag het feit dat een significante variatie in ofwel het bedrag, ofwel het tijdstip van de betalingen door de herverzekeraar weinig waarschijnlijk is, op zichzelf niet betekenen dat de herverzekeraar geen risico draagt.

(72)

Bij de scenariogebaseerde berekeningen van de standaardformule voor het solvabiliteitskapitaalvereiste moet worden uitgegaan van het effect van op dat moment heersende stresssituaties en mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen geen rekening houden met risicolimiteringstechnieken die berusten op een toekomstig optreden van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, zoals dynamische afdekkingsstrategieën of toekomstige beheeractiviteiten op het tijdstip waarop de stresssituatie zich voordoet. Dynamische afdekkingsstrategieën en toekomstige beheeractiviteiten moeten worden onderscheiden van doorlopende afdekkingsregelingen, waarbij een risicolimiteringstechniek op dat moment in werking is en op het moment waarop hij afloopt door een soortgelijke regeling zal worden vervangen, ongeacht de solvabiliteitspositie van de onderneming.

(73)

Om een situatie te vermijden waarin de doeltreffendheid van een risicolimiteringstechniek door het bestaan van basisrisico wordt ondermijnd, met name wegens een valutamismatch, moeten ondernemingen materieel basisrisico in de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste meenemen. Wanneer materieel basisrisico niet in de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste is meegenomen, mag de risicolimiteringstechniek niet in aanmerking worden genomen.

(74)

Het bestaan van winstdelingsregelingen waarbij winsten aan verzekeringnemers of begunstigden worden toegewezen, moet op passende wijze in de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste tot uiting komen.

(75)

Wanneer de berekening van het kapitaalvereiste voor een risicomodule of -ondermodule van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste op het effect van bidirectionele scenario's op het kernvermogen is gebaseerd, zoals bij het renterisico, het valutarisico of het vervalrisico, moet de verzekerings- of herverzekeringsonderneming bepalen welk scenario het kernvermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming als geheel het sterkst negatief beïnvloedt. Bij die bepaling moet, in voorkomend geval, rekening worden gehouden met de gevolgen van winstdeelneming en de betaling van toekomstige discretionaire uitkeringen op het niveau van het afgezonderd fonds. Het op deze wijze bepaalde scenario moet het relevante scenario zijn om het theoretische solvabiliteitskapitaalvereiste voor elk afgezonderd fonds te berekenen.

(76)

Om toekomstige herzieningen van correlatieparameters op basis van passende empirische gegevens (zoals veranderingen in sterftecijfers en vervalpercentages voor levensverzekeringsverplichtingen en gecombineerde ratio's of uitloopratio's van voorzieningen voor schadeverzekeringsverplichtingen) te kunnen voorbereiden, dient de EIOPA passende gegevens van de toezichthoudende autoriteiten te ontvangen. De toezichthoudende autoriteiten zouden deze gegevens van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen moeten ontvangen als onderdeel van de aan toezichthouders te rapporteren informatie. Deze informatie is immers noodzakelijk voor toezichtdoeleinden en de verstrekking ervan zou bijgevolg geen extra lasten voor ondernemingen met zich mee mogen brengen.

(77)

Bij het uitbrengen van een advies over een actualisering van correlatieparameters moet de EIOPA ermee rekening houden of de toepassing van de geactualiseerde correlatieparameters door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zou resulteren in een totaal solvabiliteitskapitaalvereiste dat strookt met de in artikel 101 van Richtlijn 2009/138/EG vastgelegde beginselen, en of de afhankelijkheden tussen risico's een niet-lineair karakter hebben, dan wel of er bij extreme scenario's sprake is van een gebrek aan diversificatie, in welk geval de EIOPA alternatieve afhankelijkheidsmaatstaven voor de kalibratie van actualiseringen van de correlatieparameters moet overwegen.

(78)

Diverse aspecten van interne modellen zullen waarschijnlijk in de tijd veranderen naarmate de kennis van risicomodellering verbetert; bij hun beoordeling van het interne model dienen toezichthoudende autoriteiten dan ook met actuele informatie en praktijken rekening te houden om ervoor te zorgen dat dit model gelijke tred houdt met de recente ontwikkelingen.

(79)

Een intern model kan alleen een belangrijke rol bij het governancesysteem van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming spelen wanneer het aan het bedrijf van de onderneming is aangepast en wordt begrepen door de personen die hun beslissingen op de outputs ervan baseren. De gebruikstest van interne modellen moet er daarom voor zorgen dat goedgekeurde interne modellen geschikt zijn voor het bedrijf van de onderneming en worden begrepen door de personen die de onderneming daadwerkelijk besturen.

(80)

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die het solvabiliteitskapitaalvereiste op basis van een intern model berekenen, dienen het interne model op zodanige wijze in hun risicomanagementsysteem en in hun besluitvormingsprocessen te gebruiken dat stimulansen worden gecreëerd om de kwaliteit van het interne model zelf te verbeteren.

(81)

Het in artikel 120 van Richtlijn 2009/138/EG vastgelegde vereiste dat het interne model algemeen moet worden gebruikt in en een belangrijke rol moet spelen bij hun governancesysteem, mag er niet toe leiden dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen blindelings op de output van het interne model vertrouwen. De ondernemingen mogen geen op de output van het interne model gebaseerde beslissingen nemen zonder zich vragen te stellen over de geschiktheid van het model. Zij moeten zich bewust zijn van de beperkingen van het interne model en daarmee rekening houden bij het nemen van hun beslissingen.

(82)

Aangezien er overeenkomstig artikel 121, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG geen specifieke methode voor de berekening van de kansverdelingsprognose wordt voorgeschreven en aangezien interne modellen aan het specifieke bedrijf van de verzekerings- en herverzekeringsonderneming moeten zijn aangepast, kunnen interne modellen aanzienlijk verschillen wat betreft de methode, de informatie, de aannamen en de gegevens die voor het interne model en de valideringsprocessen ervan worden gebruikt. De statistische kwaliteitsnormen en de valideringsnormen dienen derhalve op beginselen gebaseerd te blijven en alleen specifieke minimumvereisten te bevatten. Om dezelfde reden mogen de documentatienormen geen volledige lijst van documenten bevatten, maar slechts een minimumlijst van documenten die voor elk intern model voorhanden moeten zijn. De documentatie van ondernemingen dient alle aanvullende informatie te bevatten die noodzakelijk is om aan de documentatienormen voor interne modellen te voldoen.

(83)

Om te garanderen dat het interne model actueel is en hun risicoprofiel optimaal weerspiegelt, dienen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kennis te hebben van de relevante actuariële ontwikkelingen en de vaste marktpraktijk op het gebied van risicomodellering. Dat houdt echter niet in dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen hun interne model altijd aan de vaste marktpraktijk moeten aanpassen. In vele gevallen kan het immers noodzakelijk blijken om van de vaste marktpraktijk af te wijken om tot een passend intern model te komen.

(84)

Interne modellen zijn doorgaans gebaseerd op een grote hoeveelheid gegevens die uit velerlei bronnen afkomstig zijn, uiteenlopende kenmerken vertonen en van wisselende kwaliteit zijn. Om te garanderen dat de voor het interne model gebruikte gegevens deugdelijk zijn, dienen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gegevens op een transparante en gestructureerde wijze te verzamelen, te verwerken en toe te passen.

(85)

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen dienen vrij te kunnen beslissen over de structuur van het interne model dat het best bij hun risico's aansluit. Dat dient te gebeuren onder voorbehoud van de goedkeuring van de toezichthoudende autoriteiten. Bij gedeeltelijk interne modellen kan het passender zijn verschillende componenten afzonderlijk te berekenen en deze direct in de standaardformule te integreren zonder verdere aggregatie in het interne model. In dat geval dient voor elke component een kansverdelingsprognose te worden berekend.

(86)

Elke techniek om een gedeeltelijk intern model in de standaardformule voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste te integreren, maakt deel uit van het interne model in kwestie en dient samen met de andere componenten van het gedeeltelijk interne model aan de desbetreffende vereisten van Richtlijn 2009/138/EG te voldoen.

(87)

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen dienen het lineaire minimumkapitaalvereiste te berekenen met behulp van een standaardberekening, ongeacht of de onderneming voor de berekening van haar solvabiliteitskapitaalvereiste de standaardformule of een intern model gebruikt.

(88)

Voor de berekening van de in artikel 129, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde boven- en ondergrens van het minimumkapitaalvereiste mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen er niet toe worden verplicht driemaandelijks een solvabiliteitskapitaalvereiste te berekenen. Wanneer de berekening van het minimumkapitaalvereiste niet met een jaarlijkse berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste samenvalt, dienen ondernemingen in overeenstemming met artikel 102 van Richtlijn 2009/138/EG het laatst berekende solvabiliteitskapitaalvereiste te gebruiken.

(89)

In overeenstemming met het in artikel 132 van Richtlijn 2009/138/EG beschreven „prudent person”-beginsel en met het oog op het waarborgen van de samenhang tussen de sectoren, dienen de belangen van ondernemingen die leningen „herverpakken” in verhandelbare effecten en andere financiële instrumenten (initiators, sponsors of oorspronkelijke kredietverstrekkers) en de belangen van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die in deze effecten of instrumenten beleggen, op elkaar te worden afgestemd. Om deze afstemming te realiseren, moet het verzekerings- en herverzekeringsondernemingen enkel zijn toegestaan in dergelijke effecten of instrumenten te beleggen wanneer de initiator, sponsor of oorspronkelijke kredietverstrekker een wezenlijk netto economisch belang in de onderliggende activa aanhoudt. Het voor de initiator, sponsor of oorspronkelijke kredietverstrekker geldende vereiste om een wezenlijk netto economisch belang in de onderliggende activa aan te houden, moet ook van toepassing zijn wanneer er van meerdere initiators, sponsors of oorspronkelijke kredietverstrekkers sprake is. Om een eventuele omzeiling van de vereisten te voorkomen, misverstanden te vermijden en het taalgebruik af te stemmen op dat in de Uniewetgeving tot regeling van de werkzaamheden van kredietinstellingen, moet de term „belegging in securitisatieposities” worden gebruikt in plaats van de term „belegging in op herverpakte kredieten gebaseerde verhandelbare effecten of andere financiële instrumenten”.

(90)

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die in securitisatie beleggen, dienen een breed en diepgaand inzicht in de belegging en de daaraan ten grondslag liggende blootstellingen te hebben. Om dat inzicht te bereiken, mogen ondernemingen hun beleggingsbeslissing pas nemen na het verrichten van grondig onderzoek, dat hun voldoende kennis van en informatie over de securitisatie heeft opgeleverd.

(91)

Om ervoor te zorgen dat de uit securitisatieposities voortvloeiende risico's op passende wijze in de kapitaalvereisten van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen worden weergegeven, is het noodzakelijk regels op te nemen die in een risicogevoelige en een uit prudentieel oogpunt degelijke behandeling van dergelijke beleggingen voorzien, naargelang van de aard en het acceptatieproces van onderliggende blootstellingen, alsook van structurele en transparantiekenmerken. Securitisaties die aan deze vereisten voldoen, moeten in de ondermodule spreadrisico op een welbepaalde manier worden behandeld om recht te doen aan hun lager risicoprofiel. Gezien het feit dat alleen de tranches van de hoogste rang voor een dergelijke behandeling in aanmerking komen, en in het licht van de kredietverbetering die inherent is aan de tranches van de hoogste rang in vergelijking met de gehele pool van onderliggende blootstellingen, is het passend om de spreadrisicofactoren voor dergelijke posities te beperken tot het niveau van de spreadrisicofactor die op de onderliggende posities van toepassing zou zijn, namelijk tot het niveau van de risicofactor van 3 % per jaar van de op leningen zonder rating toepasselijke duration. Deze benadering dient aan een nieuw onderzoek te worden onderworpen in het kader van de in overweging (150) bedoelde evaluatie door de Commissie van de methoden, aannamen en standaardparameters die bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste met behulp van de standaardformule worden gebruikt.

(92)

Om toezicht- en regelgevingsarbitrage te voorkomen, dienen de regels inzake securitisatie van toepassing te zijn op grond van het beginsel dat de economische realiteit boven de juridische vorm gaat. Daartoe is er een duidelijke en alomvattende definitie van securitisatie nodig waaronder elke transactie of regeling valt waarbij het kredietrisico dat aan een blootstelling of pool van blootstellingen verbonden is, in tranches wordt onderverdeeld. Een blootstelling die aanleiding geeft tot een directe betalingsverplichting voor een transactie of regeling die wordt gebruikt om materiële activa te financieren of te beheren, dient niet te worden beschouwd als een blootstelling in het kader van een securitisatie, zelfs als de transactie of regeling betalingsverplichtingen met een verschillende rangorde inhoudt.

(93)

Een goede governance vormt niet alleen de grondslag voor een degelijk en doeltreffend bestuur van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, maar is ook een essentieel onderdeel van het toezicht- en regelgevingskader. Het governancesysteem van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet gebaseerd zijn op een passende en transparante verdeling van de toezicht- en bestuursverantwoordelijkheden met de bedoeling een doelmatige besluitvorming te waarborgen, belangenconflicten te voorkomen en een doeltreffend bestuur van de onderneming te garanderen.

(94)

Een basisprincipe van goede governance is dat geen enkele individuele persoon tot besluitvorming bevoegd mag zijn zonder dat er van enigerlei vorm van controle sprake is. Daarom dient elk significant besluit met betrekking tot de onderneming door ten minste een andere persoon te worden getoetst voordat het wordt uitgevoerd.

(95)

Met het oog op de goede werking van het risicomanagementsysteem dienen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met betrekking tot essentiële aspecten van hun bedrijf onder meer werkwijzen en procedures vast te stellen, te implementeren, in stand te houden en te monitoren die passend zijn voor het risicomanagementbeleid van de onderneming.

(96)

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen moeten voorzien in passende interne controles om ervoor te zorgen dat alle personen met uitvoerende en toezichtverantwoordelijkheden handelen in overeenstemming met de doelstellingen van de onderneming en met de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

(97)

Om een economische waardering te garanderen die betrouwbaar, accuraat en in overeenstemming met artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG is, is het van belang passende interne controles voor de waardering van activa en passiva van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen vast te stellen en te implementeren, welke tevens een onafhankelijke evaluatie en verificatie van de gehanteerde informatie, gegevens en aannamen omvatten.

(98)

Teneinde te garanderen dat de technische voorzieningen in overeenstemming met de artikelen 76 tot en met 85 van Richtlijn 2009/138/EG worden gewaardeerd, dient het governancesysteem van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen een valideringsproces voor de berekening van de technische voorzieningen te omvatten.

(99)

In de context van het governancesysteem moet een persoon of organisatorische eenheid die een functie uitoefent met het oog op het garanderen van zijn, respectievelijk haar, onafhankelijkheid, in staat zijn de bijbehorende taken objectief en vrij van invloeden te vervullen en relevante bevindingen rechtstreeks aan het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan te rapporteren. Teneinde de toezichthoudende autoriteit in staat te stellen, indien nodig, tijdig corrigerende maatregelen te treffen, dienen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen tijdig de toezichthoudende autoriteit in kennis te stellen van informatie over alle personen die de onderneming daadwerkelijk besturen of voor andere sleutelfuncties verantwoordelijk zijn, en van andere informatie die vereist is om de deskundigheid en betrouwbaarheid van deze personen te beoordelen. In het besef dat moet worden vermeden dat verzekerings- of herverzekeringsondernemingen of toezichthouders te zwaar worden belast, behoeft deze kennisgeving door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen echter niet van tevoren door de toezichthoudende autoriteit te worden goedgekeurd. Ingeval de toezichthoudende autoriteit concludeert dat een persoon niet aan de in Richtlijn 2009/138/EG vastgelegde deskundigheids- en betrouwbaarheidsvereisten voldoet, moet zij de bevoegdheid hebben van de onderneming te eisen dat zij de betrokken persoon vervangt.

(100)

Om de reputatie te beoordelen van de personen die de onderneming daadwerkelijk besturen of andere sleutelfuncties vervullen, dient het vroegere gedrag van die personen te worden onderzocht om na te gaan of zij mogelijk niet in staat blijken hun taken doeltreffend te vervullen in overeenstemming met de toepasselijke regels en richtsnoeren. Informatie over vroeger gedrag kan informatie zijn die afkomstig is van strafregisters of financiële bescheiden. Het beroepsgedrag dat een persoon in het verleden heeft vertoond, kan aanwijzingen verschaffen voor de integriteit van de betrokken persoon.

(101)

Om ervoor te zorgen dat de uitbesteding van functies of werkzaamheden op doeltreffende wijze plaatsvindt en geen afbreuk doet aan de verplichtingen waaraan verzekerings- en herverzekeringsondernemingen krachtens Richtlijn 2009/138/EG moeten voldoen, is het noodzakelijk dat voorschriften worden vastgesteld voor de wijze waarop de dienstverlener moet worden gekozen, voor de schriftelijke overeenkomst die moet worden gesloten, en voor de voortdurende controle die door de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming op de dienstverlener moet worden uitgeoefend.

(102)

Een beloningsbeleid en beloningspraktijken die ertoe aanzetten zodanige risico's te nemen dat de goedgekeurde risicotolerantielimieten van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen worden overschreden, kunnen het doeltreffend risicomanagement van dergelijke ondernemingen ondermijnen. Daarom is het noodzakelijk voorschriften voor de beloning vast te stellen die een prudente en gezonde bedrijfsvoering garanderen en tevens voorkomen dat beloningsregelingen het nemen van buitensporige risico's aanmoedigen.

(103)

De omschrijving van de omstandigheden waarin opslagfactoren van het kapitaalvereiste mogen worden opgelegd en de te volgen methoden voor de berekening ervan moeten ervoor zorgen dat het gebruik van opslagfactoren van het kapitaalvereiste een doeltreffend en praktisch inzetbaar toezichtinstrument is voor de bescherming van verzekeringnemers en begunstigden via de berekening van een solvabiliteitskapitaalvereiste dat het algemene risicoprofiel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming adequaat weergeeft. Opslagfactoren van het kapitaalvereiste hebben een positieve numerieke waarde. Bij de omschrijving dient er ook rekening mee te worden gehouden dat het noodzakelijk is voor soortgelijke omstandigheden tot consistente en gemeenschappelijke benaderingen te komen. In dit verband kunnen referentiepercentages en –limieten worden gehanteerd als aannamen om afwijkingen te beoordelen, maar deze mogen niet afdoen aan de hoofddoelstelling dat passende opslagfactoren voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in kwestie moeten worden vastgesteld.

(104)

Voor de toepassing van artikel 138, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG moet de EIOPA bij het besluiten of de herstelperiode moet worden verlengd en bij het bepalen of er sprake is van uitzonderlijke ongunstige omstandigheden met gevolgen voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die een significant marktaandeel of deel van de getroffen verzekeringsbranches vertegenwoordigen, rekening houden met alle relevante factoren op het niveau van de getroffen markt of branches, met inbegrip van die welke in deze verordening zijn vermeld.

(105)

Voor de toepassing van artikel 138, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG moet de toezichthoudende autoriteit bij het bepalen van de duur van een dergelijke verlenging voor een gegeven verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met inachtneming van het in artikel 138, lid 4, vastgelegde maximum van zeven jaar, rekening houden met alle relevante factoren die kenmerkend zijn voor de onderneming, met inbegrip van die welke in deze verordening zijn vermeld.

(106)

Op grond van Richtlijn 2009/138/EG moeten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen informatie over hun solvabiliteit en financiële positie bekendmaken. De gedetailleerde en geharmoniseerde vereisten die gelden voor de bekend te maken informatie en voor de wijze waarop deze bekendmaking dient te geschieden, moeten van dien aard zijn dat zij in de gehele Unie gelijkwaardige marktvoorwaarden en een vlotte werking van de verzekerings- en herverzekeringsmarkten waarborgen en tevens een effectieve integratie van de verzekerings- en herverzekeringsmarkten overal in de Unie faciliteren.

(107)

De toepassing van het evenredigheidsbeginsel bij de openbaarmakingsplicht moet voorkomen dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen informatie moeten bekendmaken die niet relevant is voor hun bedrijf of die niet van materieel belang is.

(108)

Wanneer wordt verwezen naar uit hoofde van andere wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften bekendgemaakte gelijkwaardige informatie, moeten deze verwijzingen direct naar de informatie zelf leiden en mag het niet gaan om verwijzingen naar een algemeen document.

(109)

Wanneer toezichthoudende autoriteiten verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in overeenstemming met artikel 53, leden 1 en 2, van Richtlijn 2009/138/EG toestaan om bepaalde informatie niet bekend te maken, mag deze toestemming alleen geldig blijven zolang de reden voor de niet-bekendmaking blijft bestaan. Wanneer deze reden wegvalt, en pas vanaf die datum, dienen verzekerings- en herverzekeringsonderneming de desbetreffende informatie bekend te maken.

(110)

Richtlijn 2009/138/EG schrijft voor dat lidstaten ervoor moeten zorgen dat toezichthoudende autoriteiten bevoegd zijn om alle voor toezichtdoeleinden benodigde informatie te verlangen. Een essentieel onderdeel van deze informatie moet de informatie zijn die periodiek aan de toezichthoudende autoriteiten moet worden medegedeeld.

(111)

Er dienen gedetailleerde en geharmoniseerde vereisten te worden vastgesteld die gelden voor de informatie die periodiek moet worden medegedeeld en voor de wijze waarop deze mededeling moet plaatsvinden, zodat een effectieve convergentie van het toezichtsproces van de toezichthoudende autoriteiten wordt bewerkstelligd.

(112)

De informatie die verzekerings- en herverzekeringsondernemingen periodiek aan de toezichthoudende autoriteiten moeten rapporteren, omvat het rapport over de solvabiliteit en financiële positie. Daarnaast moeten zij een periodiek toezichtverslag indienen, dat de voor toezichtdoeleinden benodigde informatie bevat die een aanvulling vormt op de informatie die in het rapport over de solvabiliteit en financiële positie is opgenomen. In het belang van zowel de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als de toezichthoudende autoriteiten dienen deze beide verslagen dezelfde structuur te hebben.

(113)

Op basis van een in overeenstemming met artikel 36 van Richtlijn 2009/138/EG verrichte beoordeling van de risico's waarmee de verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt geconfronteerd, kunnen toezichthoudende autoriteiten verlangen dat het periodieke toezichtverslag jaarlijks wordt ingediend. Wanneer dat niet het geval is en verzekerings- en herverzekeringsondernemingen hun periodieke toezichtverslag slechts om de drie jaar indienen, moeten zij niettemin de toezichthoudende autoriteiten jaarlijks in kennis stellen van alle belangrijke ontwikkelingen die zich sinds de laatste rapportageperiode hebben voorgedaan.

(114)

Op gezette tijden dient kwantitatieve en kwalitatieve informatie te worden bekendgemaakt of aan de toezichthoudende autoriteit te worden medegedeeld in de vorm van een beschrijvend verslag en kwantitatieve templates. De kwantitatieve templates dienen nader op de in het beschrijvende verslag verstrekte informatie in te gaan en deze, indien nodig, aan te vullen. In het verslag en de templates dient voldoende informatie, in aanvulling op de reeds in het rapport over de solvabiliteit en financiële positie gepresenteerde informatie, te worden verstrekt aan de toezichthoudende autoriteiten, zodat deze in staat zijn de uit hoofde van Richtlijn 2009/138/EG aan hen toebedeelde taken te vervullen, zonder dat zulks evenwel onnodige lasten voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen met zich meebrengt. De reikwijdte van de driemaandelijks in te dienen kwantitatieve templates dient beperkter te zijn dan de reikwijdte van de jaarlijks in te dienen kwantitatieve templates.

(115)

De toepassing van het evenredigheidsbeginsel bij de toezichtrapportage moet voorkomen dat binnen de Unie gevestigde verzekerings- en herverzekeringsondernemingen of bijkantoren informatie moeten mededelen die niet relevant is voor hun bedrijf of die niet van materieel belang is.

(116)

De in het kader van het toezichtsproces gehanteerde criteria en methoden dienen te worden bekendgemaakt. Deze dienen betrekking te hebben op de algemene middelen en maatregelen waarvan toezichthoudende autoriteiten gebruikmaken om de inachtneming van de vereisten van artikel 36, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG te toetsen en te evalueren, en met name om de adequaatheid van het risicomanagement van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen en hun vermogen om ongunstige gebeurtenissen of veranderingen te doorstaan, te beoordelen.

(117)

Met de bekendmaking van geaggregeerde statistische gegevens overeenkomstig artikel 31, lid 2, onder c), van Richtlijn 2009/138/EG wordt beoogd algemene informatie over zowel de nationale verzekeringssectoren als belangrijke werkzaamheden van de toezichthoudende autoriteiten zelf te verstrekken. De desbetreffende informatie dient betrekking te hebben op gegevens die zowel met kwantitatieve als met kwalitatieve vereisten samenhangen, en dient ook geaggregeerde nationale gegevens te omvatten die vergelijkbaar zijn in de tijd.

(118)

Om de vergelijkbaarheid van de door de toezichthoudende autoriteiten bekendgemaakte informatie te garanderen, dient er een lijst te worden vastgesteld van de essentiële aspecten van de toepassing van het prudentiële kader waarover ten minste geaggregeerde gegevens door de toezichthoudende autoriteiten dienen te worden bekendgemaakt.

(119)

De blootstelling van het special purpose vehicle moet altijd beperkt blijven om te waarborgen dat de activa van het special purpose vehicle gelijk zijn aan of groter zijn dan zijn geaggregeerde maximale risicoblootstelling.

(120)

Wanneer een special purpose vehicle risico's van meer dan één verzekerings- of herverzekeringsonderneming overneemt, moet het betrokken special purpose vehicle te allen tijde beschermd blijven tegen liquidatieprocedures ten aanzien van gelijk welke andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die risico's aan het special purpose vehicle overdraagt.

(121)

Bij de toetsing van de deskundigheids- en betrouwbaarheidsvereisten van aandeelhouders of leden met een gekwalificeerde deelneming in het special purpose vehicle en van personen die het special purpose vehicle daadwerkelijk besturen, moet, in voorkomend geval, rekening worden gehouden met soortgelijke vereisten als die welke voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gelden.

(122)

Aan de overdracht van risico van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan het special purpose vehicle en van het special purpose vehicle aan verstrekkers van leningen of financiering mogen geen transacties verbonden zijn die de effectieve risico-overdracht kunnen ondermijnen, zoals contractuele verrekeningsrechten of nevenovereenkomsten die erop gericht zijn de potentiële of feitelijke verliezen als gevolg van de risico-overdracht aan de verstrekkers van schuld of financiering en aan het special purpose vehicle te reduceren.

(123)

Om te voorkomen dat de opneming van toekomstige betalingen de effectieve risico-overdracht van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan het special purpose vehicle ondermijnt, is het van belang dat het feit dat betalingen niet worden ontvangen, geen negatief effect sorteert op het kernvermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming. Bij het uitmaken of er geen scenario is waarbij er zich een dergelijke situatie zou kunnen voordoen, moet de onderneming alle in de contractuele overeenkomsten beschouwde scenario's overwegen, tenzij het zeer weinig waarschijnlijk is dat die andere scenario's zich zullen voordoen.

(124)

Krachtens artikel 220 van Richtlijn 2009/138/EG moet de solvabiliteit op groepsniveau worden berekend volgens methode 1 (methode op basis van consolidatie van jaarrekeningen), tenzij de uitsluitende toepassing van deze methode ongepast zou zijn. Bij het uitmaken of methode 2 (aftrek- en aggregatiemethode) moet worden gehanteerd in plaats van — of in combinatie met — methode 1, moet de groepstoezichthouder een aantal geharmoniseerde relevante elementen in aanmerking nemen. Eén van die elementen is of het gebruik van methode 1 te belastend zou zijn en de aard, omvang en complexiteit van de risico's van de groep van dien aard zijn dat het gebruik van methode 2 de resultaten van de berekening van de groepssolvabiliteit niet wezenlijk beïnvloedt. Wanneer in dit verband wordt nagegaan of het gebruik van methode 2 de resultaten van de berekening van de groepssolvabiliteit niet wezenlijk beïnvloedt, moet methode 2 met methode 1 worden vergeleken aan de hand van het geaggregeerde in aanmerking komend eigen vermogen van de groep en de geaggregeerde solvabiliteitskapitaalvereisten van de groep, berekend overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG, en niet met solvabiliteitsvereisten die in een gelijkwaardig derde land zijn vastgesteld.

(125)

Wanneer een groep verbonden verzekerings- of herverzekeringsondernemingen van derde landen omvat, en wanneer de Commissie overeenkomstig artikel 227, leden 4 of 5, van Richtlijn 2009/138/EG gedelegeerde handelingen heeft aangenomen waarin de solvabiliteitsregelingen van die derde landen als gelijkwaardig of voorlopig als gelijkwaardig worden aangemerkt, moet de groepstoezichthouder, om gelijke concurrentievoorwaarden in derde landen te helpen realiseren, aan deze overweging voorrang geven bij het besluiten of methode 2 (aftrek en aggregatie) moet worden gebruikt in plaats van — of in combinatie met — methode 1 (consolidatie).

(126)

In Richtlijn 2009/138/EG is bepaald dat indien de toezichthoudende autoriteiten van mening zijn dat bepaald eigen vermogen dat voor het solvabiliteitskapitaalvereiste van een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming in aanmerking komt, niet effectief beschikbaar mag worden gesteld voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep, bij de berekening alleen met dat eigen vermogen rekening mag worden gehouden voor zover het in aanmerking komt voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van de verbonden onderneming. In deze context moeten de toezichthoudende autoriteiten, bij het uitmaken of bepaald eigen vermogen van een verbonden onderneming niet effectief beschikbaar mag worden gesteld voor de groep, hun besluit baseren op het feit of er sprake is van beperkingen die een negatief effect sorteren op ofwel de fungibiliteit van de overeenkomstige eigenvermogensbestanddelen (d.w.z. of deze specifiek bedoeld zijn om bepaalde verliezen te compenseren), ofwel de overdraagbaarheid ervan (d.w.z. of er significante belemmeringen bestaan voor het overhevelen van eigenvermogensbestanddelen van de ene entiteit naar de andere). Bij deze beoordeling moeten toezichthoudende autoriteiten bijzondere aandacht besteden aan enigerlei minderheidsbelang in het eigen vermogen dat in aanmerking komt voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste van een verzekerings- of herverzekeringsdochteronderneming, verzekerings- of herverzekeringsonderneming van een derde land, verzekeringsholding of gemengde financiële holding.

(127)

Om te waarborgen dat de verzekeringnemers en begunstigden van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van een groep, afdoende beschermd zijn in geval van de liquidatie van ondernemingen die onder de reikwijdte van het groepstoezicht vallen, mogen eigenvermogensbestanddelen die door verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings van de groep worden uitgegeven, niet als niet bezwaard worden beschouwd, tenzij de met die eigenvermogensbestanddelen samenhangende vorderingen van een lagere rang zijn dan de vorderingen van alle verzekeringnemers en begunstigden van de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die deel uitmaken van de groep.

(128)

Op het niveau van de groep moeten passende regels worden vastgesteld voor de behandeling van special purpose vehicles. In deze context mogen in Richtlijn 2009/138/EG omschreven special purpose vehicles die ofwel aan de daarin vastgelegde vereisten voldoen, ofwel door een toezichthoudende autoriteit van een derde land zijn gereglementeerd en aan gelijkwaardige vereisten voldoen, niet volledig worden geconsolideerd.

(129)

Bij de berekening van de beste schatting van technische voorzieningen op groepsniveau volgens methode 1 (methode op basis van consolidatie van jaarrekeningen) moet worden uitgegaan van de veronderstelling dat de som van de beste schatting van de deelnemende verzekerings- of herverzekeringsonderneming en een proportioneel deel van de beste schatting voor haar verbonden ondernemingen, elk aangepast voor intragroeptransacties, ongeveer gelijk is aan het bedrag dat de overeenkomstig de artikelen 75 tot en met 86 van Richtlijn 2009/138/EG verrichte berekening van de beste schatting voor de geconsolideerde verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen op het niveau van de groep zou opleveren. Met name wanneer bij die berekening beste schattingen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen van derde landen worden gebruikt, moeten die beste schattingen aan die artikelen worden getoetst.

(130)

Bij de berekening van de risicomarge van technische voorzieningen op groepsniveau volgens methode 1 (methode op basis van consolidatie van jaarrekeningen) moet worden uitgegaan van de veronderstelling dat de overdracht van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen van de groep afzonderlijk voor elke verzekerings- en herverzekeringsonderneming van de groep wordt uitgevoerd en dat de risicomarge geen diversificatie tussen de risico's van die ondernemingen mogelijk maakt. Wat de in artikel 73, leden 2 en 5, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde ondernemingen betreft, moet bij de berekening worden uitgegaan van de veronderstelling dat de overdracht van de portefeuille verzekeringsverplichtingen voor levens- en schadeverzekeringsactiviteiten afzonderlijk wordt uitgevoerd.

(131)

Groepen kunnen vragen om twee soorten interne modellen te mogen gebruiken voor de berekening van hun geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep. Wanneer alleen voor de berekening van het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep en niet voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste van een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de groep van een intern model wordt gebruikgemaakt, dient artikel 230 van Richtlijn 2009/138/EG van toepassing te zijn. In deze context is het noodzakelijk te waarborgen dat de goedkeuring van een intern model dat uitsluitend voor de berekening van het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep wordt gebruikt, door de groepstoezichthouder wordt verleend op een wijze die strookt met de bepalingen van genoemde richtlijn betreffende de goedkeuringsprocedure van op individueel niveau gehanteerde interne modellen, met inbegrip van de in artikel 114, lid 2, van genoemde richtlijn bedoelde uitvoeringsmaatregel. Om de samenwerking binnen het college van toezichthouders te bevorderen, is het noodzakelijk nader aan te geven hoe de groepstoezichthouder andere toezichthoudende autoriteiten bij het proces moet betrekken voordat hij zijn besluit over de aanvraag neemt.

(132)

Wanneer een groep vraagt hetzelfde interne model te mogen gebruiken voor de berekening van zowel het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep als het solvabiliteitskapitaalvereiste van een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de groep, dan dient artikel 231 van Richtlijn 2009/138/EG van toepassing te zijn. Om in deze context te garanderen dat de groepstoezichthouder en de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten doelmatig samenwerken en met kennis van zaken een besluit nemen over het toestaan van het gebruik van dat interne model, is het noodzakelijk bepalingen vast te stellen betreffende de vereiste documentatie en betreffende de procedure voor het nemen van een gezamenlijk besluit over de aanvraag.

(133)

De op grond van artikel 230 van Richtlijn 2009/138/EG verleende goedkeuring van een intern model dat uitsluitend voor de berekening van het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep wordt gebruikt, moet elke toekomstige toestemming op grond van artikel 231 van genoemde richtlijn onverlet laten. Meer in het bijzonder moet bij elke aanvraag om het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep samen met het solvabiliteitskapitaalvereiste van een verbonden verzekerings- of herverzekeringsonderneming van de groep met behulp van een reeds op grond van artikel 230 van Richtlijn 2009/138/EG goedgekeurd model te mogen berekenen, de procedure van artikel 231 van genoemde richtlijn worden gevolgd.

(134)

Groepen moeten om toestemming vragen om het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep met behulp van een gedeeltelijk intern model te mogen berekenen, wanneer slechts sommige van de verbonden ondernemingen onder het toepassingsgebied van het interne model van de groep vallen, wanneer er sprake is van het in artikel 112, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde beperkte toepassingsgebied, dan wel wanneer er sprake is van een combinatie van die factoren.

(135)

Opdat een slechts bij de berekening van het geconsolideerde solvabiliteitskapitaalvereiste van de groep gehanteerd intern model algemeen wordt gebruikt in en een belangrijke rol speelt bij het governancesysteem van de groep, moet de output van dat interne model worden gebruikt door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarvan de bedrijfsactiviteiten geheel of gedeeltelijk onder het toepassingsgebied van het interne model vallen. In deze context mag van die ondernemingen niet worden verlangd dat zij aan de vereisten van de gebruikstest voldoen alsof zij dat interne model voor de berekening van hun solvabiliteitskapitaalvereiste hanteerden. Voor die ondernemingen moet het vereiste om aan de gebruikstest te voldoen, worden beperkt tot de output van dat interne model en tot doel hebben een consequente toepassing van het risicomanagement- en internecontrolesysteem in de gehele groep te garanderen.

(136)

Bij de beoordeling of aan de voorwaarden van artikel 236 van Richtlijn 2009/138/EG is voldaan, dienen de groepstoezichthouder en de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten met een aantal geharmoniseerde relevante criteria rekening te houden teneinde een geharmoniseerd toezicht op de groepssolvabiliteit van groepen met een gecentraliseerd risicomanagement te garanderen.

(137)

Om tot een efficiënte samenwerking bij het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsdochterondernemingen in een groep met een gecentraliseerd risicomanagement als bedoeld in de artikelen 237 tot en met 243 van Richtlijn 2009/138/EG te komen, is het van essentieel belang dat de door de toezichthoudende autoriteiten bij het toezicht op dergelijke verzekerings- en herverzekeringsdochterondernemingen te volgen procedures worden geharmoniseerd.

(138)

De toezichthoudende autoriteit die vergunning heeft verleend aan de verzekerings- of herverzekeringsdochteronderneming waarvan de financiële omstandigheden aan het verslechteren zijn, dient met een aantal geharmoniseerde criteria rekening te houden om duidelijk uit te maken wanneer er van een noodsituatie in de zin van artikel 239, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG sprake is.

(139)

Het college van toezichthouders dient een permanent platform te zijn ter bevordering van de coördinatie tussen toezichthoudende autoriteiten, van een gemeenschappelijke opvatting over het risicoprofiel van de groep en van zijn verbonden ondernemingen, alsook van een efficiënter en doeltreffender risicogeoriënteerd toezicht zowel op groepsniveau als op individueel niveau. Tegen deze achtergrond is het met het oog op een goede werking van het college noodzakelijk dat met betrekking tot de deelname aan het college van toezichthoudende autoriteiten van belangrijke bijkantoren criteria worden vastgesteld om uit te maken wanneer een bijkantoor belangrijk is. Tevens is het van essentieel belang de op de coördinatie van het toezicht op verzekerings- en herverzekeringsgroepen toepasselijke vereisten te harmoniseren om de convergentie van de toezichtpraktijken te bevorderen.

(140)

Overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG moeten deelnemende verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings of gemengde financiële holdings informatie over de solvabiliteit en financiële toestand van de groep publiceren. Krachtens genoemde richtlijn mogen zij ook een dubbelverslag over de solvabiliteit en financiële toestand bekendmaken waarin zowel die informatie over de groep als de te verstrekken informatie over de solvabiliteit en financiële toestand van dochterondernemingen is opgenomen. Met die regeling wordt beoogd te garanderen dat belanghebbenden naar behoren over de solvabiliteit en financiële toestand van verzekerings- en herverzekeringsgroepen worden geïnformeerd en tegelijkertijd de daarmee samenhangende lasten voor dergelijke groepen zo veel mogelijk te beperken. In dit verband is het noodzakelijk de op de informatieverstrekking door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen toepasselijke vereisten te harmoniseren, ongeacht of dergelijke groepen gebruikmaken van de optie om een dubbelverslag over de solvabiliteit en financiële toestand te publiceren.

(141)

Er dienen gedetailleerde en geharmoniseerde vereisten te worden vastgesteld die gelden voor de informatie die periodiek door verzekerings- en herverzekeringsgroepen moet worden medegedeeld, zodat een effectieve convergentie van het toezichtsproces van groepstoezichthouders wordt bewerkstelligd. De vereisten moeten ook de informatie-uitwisseling binnen colleges van toezichthouders faciliteren en er tevens zo veel mogelijk op gericht zijn de daarmee samenhangende lasten voor verzekerings- en herverzekeringsgroepen te beperken.

(142)

De overeenkomstig de artikelen 172, 227 en 260 van Richtlijn 2009/138/EG te verrichten beoordeling of een solvabiliteits- of prudentiële regeling van een derde land gelijkwaardig is aan die welke in titel I of titel III van genoemde richtlijn is neergelegd, dient een continu proces te zijn en moet worden uitgevoerd met de bedoeling te garanderen dat de solvabiliteits- of prudentiële regeling van het betrokken derde land verzekeringnemers en begunstigden een niveau van bescherming biedt dat gelijkwaardig is aan het niveau dat door genoemde richtlijn wordt geboden.

(143)

De overeenkomstig de artikelen 172, 227 en 260 van Richtlijn 2009/138/EG te verrichten beoordeling of de solvabiliteits- of prudentiële regeling van een derde land gelijkwaardig is aan die welke in titel I of titel III van genoemde richtlijn is neergelegd, moet worden uitgevoerd op basis van de criteria die in deze verordening zijn vastgelegd in respectievelijk artikel 378 met betrekking tot artikel 172, artikel 379 met betrekking tot artikel 227 en artikel 380 met betrekking tot artikel 260.

(144)

Bij het uitmaken of is voldaan aan de criteria die in aanmerking moeten worden genomen wanneer de gelijkwaardigheid van een derde land wordt beoordeeld, moet worden uitgegaan van zowel de inhoud van de wetgeving of van andere voorschriften die de solvabiliteits- of prudentiële regeling van het betrokken derde land omvat, als van de wijze waarop deze wetgeving en voorschriften worden geïmplementeerd en toegepast, en van de praktijken van de toezichthoudende autoriteiten van het betrokken derde land. Tevens moet rekening worden gehouden met de mate waarin de toezichthoudende autoriteiten van het betrokken derde land het in Richtlijn 2009/138/EG neergelegde evenredigheidsbeginsel toepassen.

(145)

Om te voorkomen dat de gevolgen van een positief gelijkwaardigheidsbesluit als bedoeld in artikel 172, leden 2 en 3, van Richtlijn 2009/138/EG en in artikel 211 van deze verordening de hoofddoelstelling van het toezicht- en regelgevingskader voor het verzekerings- en herverzekeringsbedrijf, namelijk de adequate bescherming van verzekeringnemers en begunstigden, ondermijnen, dienen de op grond van artikel 172 van genoemde richtlijn vastgestelde criteria voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid de beginselen te omvatten die zijn uiteengezet in titel I betreffende de algemene voorschriften inzake de toegang tot en de uitoefening van het herverzekeringsbedrijf.

(146)

Om ervoor te zorgen dat de inaanmerkingneming van het door een derde land vastgestelde solvabiliteitskapitaalvereiste en in aanmerking komend eigen vermogen bij de bepaling van de groepssolvabiliteit aan de hand van methode 2 resulteert in een bepaling van de groepssolvabiliteit die gelijkwaardig is aan die welke zou worden verkregen bij de toepassing van de in Richtlijn 2009/138/EG vastgelegde voorschriften, dienen de op grond van artikel 227 van genoemde richtlijn vastgestelde criteria voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid de beginselen te omvatten die zijn uiteengezet in titel I, hoofdstuk VI, betreffende de regels voor de waardering van activa en passiva, technische voorzieningen, eigen vermogen, het solvabiliteitskapitaalvereiste, het minimumkapitaalvereiste en beleggingen.

(147)

Om te voorkomen dat de vrijstelling van een groep van het groepstoezicht op het niveau van de Unie de fundamentele rol ondermijnt die in Richtlijn 2009/138/EG aan het groepstoezicht wordt toebedeeld, dienen de criteria voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid overeenkomstig artikel 260 van genoemde richtlijn de beginselen te omvatten die zijn uiteengezet in titel III met betrekking tot het toezicht op verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in een groep.

(148)

De toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten en de toezichthoudende autoriteiten van derde landen ten aanzien waarvan een positief gelijkwaardigheidsbesluit is aangenomen of waarvoor ter zake een tijdelijke of voorlopige gelijkwaardigheidsregeling geldt, dienen samen te werken en informatie uit te wisselen om ervoor te zorgen dat er van weerszijden een duidelijk inzicht in de groepsrisico's en –solvabiliteit bestaat.

(149)

Om te garanderen dat informatie tussen toezichthoudende autoriteiten kan worden uitgewisseld, dienen de toezichthoudende autoriteiten van derde landen ten aanzien waarvan een positief gelijkwaardigheidsbesluit is aangenomen of waarvoor ter zake een tijdelijke of voorlopige gelijkwaardigheidsregeling geldt, aan het beroepsgeheim te zijn gebonden.

(150)

Om te waarborgen dat de standaardformule voortdurend aan de vereisten van artikel 101, leden 2 en 3, van Richtlijn 2009/138/EG blijft voldoen, zal de Commissie overgaan tot een evaluatie van de methoden, aannamen en standaardparameters die bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste met behulp van de standaardformule worden gehanteerd, en met name van de methoden, aannamen en standaardparameters waarvan in de in titel I, hoofdstuk V, afdeling 6, beschreven module marktrisico wordt gebruikgemaakt, met inbegrip van een evaluatie van de standaardparameters voor vastrentende effecten en infrastructuur voor de lange termijn, en van de in bijlage II vastgelegde standaardparameters voor het premie- en reserverisico, de standaardparameters voor het sterfterisico, alsook van de subset van standaardparameters die door de in artikel 218 bedoelde ondernemingsspecifieke parameters mogen worden vervangen, en van de in artikel 220 bedoelde standaardmethoden om deze parameters te berekenen. Bij deze vóór december 2018 uit te voeren evaluatie moet worden gebruikgemaakt van de ervaring die verzekerings- en herverzekeringsondernemingen tijdens de overgangsperiode en de eerste toepassingsjaren van deze gedelegeerde handelingen hebben opgedaan.

(151)

Ter bevordering van de rechtszekerheid omtrent het toezichtkader gedurende de in artikel 308 bis van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde periode van gefaseerde invoering, welke op 1 april 2015 zal aanvangen, is het van belang ervoor te zorgen dat deze verordening zo spoedig mogelijk in werking treedt, namelijk op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

WAARDERING EN RISICOGEBASEERDE KAPITAALVEREISTEN (PIJLER I), VERSTERKTE GOVERNANCE (PIJLER II) EN MEER TRANSPARANTIE (PIJLER III)

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

AFDELING 1

Definities en algemene beginselen

Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.

„alternatieve waarderingsmethoden”: andere met artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG strokende waarderingsmethoden dan die waarbij uitsluitend op markten genoteerde prijzen voor identieke of soortgelijke activa of passiva worden gehanteerd;

2.

„scenarioanalyse”: de analyse van het effect van een combinatie van ongunstige gebeurtenissen;

3.

„ziekteverzekeringsverplichting”: een verzekeringsverplichting die één of beide van de volgende elementen omvat:

i)

verstrekking van medische behandeling of verzorging, met inbegrip van preventieve of curatieve medische behandeling of verzorging wegens ziekte, ongeval, invaliditeit of handicap, dan wel financiële vergoeding voor een dergelijke behandeling of verzorging,

ii)

financiële vergoeding die voortvloeit uit ziekte, ongeval, invaliditeit of handicap;

4.

„ziektekostenverzekeringsverplichting”: een verzekeringsverplichting die de in punt 3, onder i), bedoelde verstrekking of financiële vergoeding omvat;

5.

„inkomensbeschermingverzekeringsverplichting”: een verzekeringsverplichting die de in punt 3, onder ii), bedoelde financiële vergoeding omvat die geen in punt 3, onder i), bedoelde financiële vergoeding is;

6.

„arbeidsongevallenverzekeringsverplichting”: een verzekeringsverplichting die de in de punt 3, onder i) en ii), bedoelde verstrekking of financiële vergoeding omvat en die uitsluitend uit arbeidsongevallen en beroepsziekten voortvloeit;

7.

„ziekteherverzekeringsverplichting”: een herverzekeringsverplichting die uit geaccepteerde herverzekering ter dekking van ziekteverzekeringsverplichtingen voortvloeit;

8.

„ziektekostenherverzekeringsverplichting”: een herverzekeringsverplichting die uit geaccepteerde herverzekering ter dekking van ziektekostenverzekeringsverplichtingen voortvloeit;

9.

„inkomensbeschermingsherverzekeringsverplichting”: een herverzekeringsverplichting die uit geaccepteerde herverzekering ter dekking van inkomensbeschermingsverzekeringsverplichtingen voortvloeit;

10.

„arbeidsongevallenherverzekeringsverplichting”: een herverzekeringsverplichting die uit geaccepteerde herverzekering ter dekking van arbeidsongevallenverzekeringsverplichtingen voortvloeit;

11.

„geboekte premie-inkomsten”: de gedurende een gespecificeerde periode aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming te betalen premies, ongeacht of die premies geheel of gedeeltelijk met een in een andere periode geboden verzekerings- of herverzekeringsdekking verband houden;

12.

„verdiende premies”: de premies die met het gedurende een gespecificeerde periode door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gedekte risico verband houden;

13.

„afkoop”: alle mogelijke manieren om een overeenkomst geheel of gedeeltelijk te beëindigen, zoals:

i)

vrijwillige beëindiging van de overeenkomst met of zonder de betaling van een afkoopwaarde;

ii)

verandering van verzekerings- of herverzekeringsonderneming door de verzekeringnemer;

iii)

beëindiging van de verzekeringsovereenkomst omdat de verzekeringnemer weigert de premie te betalen;

14.

„stopzetting” van een verzekeringsovereenkomst: afkoop, verval zonder waarde, premievrij maken van een overeenkomst, automatische voortzettingsclausules, dan wel uitoefening van andere stopzettingsopties of niet-uitoefening van voortzettingsopties;

15.

„stopzettingsopties”: alle wettelijke of contractuele rechten van een verzekeringnemer welke de betrokken verzekeringnemer in staat stellen om de verzekeringsdekking geheel of gedeeltelijk te beëindigen, af te kopen, te verlagen, te beperken of op te schorten, dan wel om de verzekeringsovereenkomst te laten vervallen;

16.

„voortzettingsopties”: alle wettelijke of contractuele rechten van een verzekeringnemer welke de betrokken verzekeringnemer in staat stellen om de verzekerings- of herverzekeringsdekking geheel of gedeeltelijk in te stellen, te vernieuwen, te verhogen, te verlengen of te hervatten;

17.

„dekking van een intern model”: de risico's die worden weerspiegeld in de kansverdelingsprognose die aan het interne model ten grondslag ligt;

18.

„toepassingsgebied van een intern model”: de risico's waarvan de dekking door het interne model is toegestaan; het toepassingsgebied van een intern model kan risico's omvatten die wel en die niet in de standaardformule voor het solvabiliteitskapitaalvereiste worden weerspiegeld;

19.

„belegging in een op herverpakte kredieten gebaseerd verhandelbaar effect of ander financieel instrument” en „securitisatiepositie”: een blootstelling aan een securitisatie in de zin van artikel 4, lid 1, punt 61, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (1);

20.

„hersecuritisatiepositie”: een blootstelling aan een hersecuritisatie in de zin van artikel 4, lid 1, punt (63), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

21.

„initiator”: een initiator in de zin van artikel 4, lid 1, punt (13), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

22.

„sponsor”: een sponsor in de zin van artikel 4, lid 1, punt (14), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

23.

„tranche”: een tranche in de zin van artikel 4, lid 1, punt (67), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

24.

„centrale bank”: centrale bank in de zin van artikel 4, lid 1, punt (46), van Verordening (EU) nr. 575/2013;

25.

„basisrisico”: het risico dat voortvloeit uit de situatie waarin de met behulp van de risicolimiteringstechniek gedekte blootstelling niet overeenstemt met de risicoblootstelling van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;

26.

„zekerheidsovereenkomsten”: overeenkomsten op grond waarvan zekerheidsverschaffers

(a)

ofwel de volledige eigendom van de zekerheid aan de zekerheidsnemer overdragen teneinde de nakoming van de betrokken verplichting te waarborgen of anderszins af te dekken;

(b)

ofwel activa als zekerheid verschaffen tot vestiging van een zakelijk zekerheidsrecht ten gunste van of aan een zekerheidsnemer, waarbij de zekerheidsverschaffer of een bewaarnemer juridisch eigenaar blijft van/gerechtigd blijft tot de zekerheid wanneer het zakelijk zekerheidsrecht wordt gevestigd;

27.

met betrekking tot een reeks elementen, „alle mogelijke combinaties van twee” dergelijke elementen: alle aangegeven paren van elementen van die reeks;

28.

„poolingregeling”: een regeling waarbij diverse verzekerings- of herverzekeringsondernemingen afspreken bepaalde verzekeringsrisico's in welomschreven verhoudingen te delen. De door de deelnemers aan de poolingregeling verzekerde partijen zijn zelf geen deelnemers aan de poolingregeling;

29.

„poolblootstelling van type A”: het risico dat door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan een poolingregeling is overgedragen, waarbij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming geen partij bij die poolingregeling is;

30.

„poolblootstelling van type B”: het risico dat door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan een andere deelnemer aan de poolingregeling is overgedragen, waarbij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming partij bij die poolingregeling is;

31.

„poolblootstelling van type C”: het risico dat door een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die partij bij een poolingregeling is, is overgedragen aan een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die geen deelnemer aan die poolingregeling is;

32.

„diepe markt”: een markt waarop transacties kunnen plaatsvinden waarmee een grote hoeveelheid financiële instrumenten is gemoeid, zonder dat de prijs van de instrumenten in aanzienlijke mate wordt beïnvloed;

33.

„liquide markt”: een markt waarop financiële instrumenten probleemloos kunnen worden gekocht of verkocht zonder dat zulks een aanzienlijke prijsbeweging veroorzaakt;

34.

„transparante markt”: een markt waarop actuele transactie- en prijsinformatie gemakkelijk toegankelijk is voor het publiek, en met name voor verzekerings- en herverzekeringsondernemingen;

35.

„toekomstige discretionaire winstdelingen” en „toekomstige discretionaire uitkeringen”: andere toekomstige uitkeringen dan aan indexen of beleggingen gekoppelde uitkeringen uit hoofde van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten welke één van de volgende kenmerken hebben:

(a)

zij zijn wettelijk of contractueel op één of meer van de volgende resultaten gebaseerd:

i)

het resultaat van een specifieke groep overeenkomsten, een specifiek type overeenkomst of één enkele overeenkomst;

ii)

het gerealiseerde of ongerealiseerde beleggingsrendement van een specifieke pool van activa die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden aangehouden;

iii)

de winst of het verlies van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, dan wel van het fonds dat met de overeenkomst overeenstemt;

(b)

zij zijn gebaseerd op een verklaring van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, die het moment of het bedrag van de uitkeringen geheel of gedeeltelijk vrij kan bepalen;

36.

„risicovrije basisrentetermijnstructuur”: een risicovrije rentetermijnstructuur die op dezelfde wijze wordt bepaald als de relevante risicovrije rentetermijnstructuur die moet worden gebruikt om de in artikel 77, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde beste schatting te berekenen, maar zonder toepassing van een matchingopslag, een volatiliteitsaanpassing of een overgangsmaatregel op de relevante risicovrije rentetermijnstructuur overeenkomstig artikel 308 quater van genoemde richtlijn;

37.

„matchingopslagportefeuille”: een portefeuille verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen waarop de matchingopslag is toegepast en de toegewezen activaportefeuille als bedoeld in artikel 77 ter, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/138/EG;

38.

„SLT-ziekteverzekeringsverplichtingen”: ziekteverzekeringsverplichtingen die overeenkomstig artikel 55, lid 1, aan de branches voor levensverzekeringsverplichtingen zijn toegewezen;

39.

„NSLT-ziekteverzekeringsverplichtingen”: ziekteverzekeringsverplichtingen die overeenkomstig artikel 55, lid 1, aan de branches voor schadeverzekeringsverplichtingen zijn toegewezen;

40.

„instelling voor collectieve belegging”: een instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe) in de zin van artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) of een alternatieve beleggingsinstelling (abi) in de zin van artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (3);

41.

„belangrijk bedrijfsonderdeel” wat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming betreft: een welbepaald segment van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming dat onafhankelijk van andere delen van de onderneming opereert en specifieke governancemiddelen en –procedures binnen de onderneming heeft, en dat risico's inhoudt die van wezenlijk belang zijn voor het gehele bedrijf van de onderneming;

42.

„belangrijk bedrijfsonderdeel” wat een verzekerings- of herverzekeringsgroep betreft: een welbepaald segment van de groep dat onafhankelijk van andere delen van de groep opereert en specifieke governancemiddelen en –procedures binnen de groep heeft, en dat risico's inhoudt die van wezenlijk belang zijn voor het gehele bedrijf van de groep; een tot de groep behorende rechtspersoon is een belangrijk bedrijfsonderdeel of bestaat uit meerdere belangrijke bedrijfsonderdelen;

43.

„bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan”: ingeval de nationale wetgeving in een duaal bestuursmodel bestaande uit een beleidsbepalend en een toezichthoudend orgaan voorziet, het beleidsbepalend orgaan, het toezichthoudend orgaan of deze beide organen zoals gespecificeerd in de desbetreffende nationale wetgeving, dan wel, ingeval in de desbetreffende nationale wetgeving geen orgaan is gespecificeerd, het beleidsbepalend orgaan;

44.

„geaggregeerde maximale risicoblootstelling”: de som van de maximumbetalingen, inclusief eventueel door de special purpose vehicles gemaakte kosten, exclusief de kosten die aan alle volgende criteria voldoen:

(a)

het special purpose vehicle heeft het recht te verlangen dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die risico's aan het special purpose vehicle heeft overgedragen, de kosten betaalt;

(b)

het special purpose vehicle is niet verplicht de kosten te betalen, tenzij en totdat van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die de risico's aan het special purpose vehicle heeft overgedragen, een bedrag is ontvangen dat gelijk is aan de kosten;

(c)

de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die risico's aan het special purpose vehicle heeft overgedragen, neemt de kosten niet op als een bedrag dat overeenkomstig artikel 41 van deze verordening op het special purpose vehicle kan worden verhaald;

45.

„bestaande verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst”: een verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst waarvoor verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen zijn opgenomen;

46.

„de in toekomstige premies vervatte verwachte winst”: de verwachte contante waarde van de toekomstige kasstromen die voortvloeien uit de opneming in de technische voorzieningen van premies die met bestaande verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten verband houden en die naar verwachting in de toekomst zullen worden ontvangen, maar mogelijk om enigerlei reden niet worden ontvangen, zij het niet omdat de verzekerde gebeurtenis niet heeft plaatsgevonden, ongeacht de wettelijke of contractuele rechten van de verzekeringnemer om de verzekeringsovereenkomst stop te zetten.

47.

„hypotheekverzekering”: kredietverzekering die kredietverleners dekking biedt in geval van wanbetaling op hun hypothecaire leningen;

48.

„dochteronderneming”: een dochteronderneming in de zin van artikel 22, leden 1 en 2, van Richtlijn 2013/34/EU, alsmede dochterondernemingen daarvan;

49.

„verbonden onderneming”: een dochteronderneming of elke andere onderneming waarin een deelneming bestaat, dan wel een onderneming die met een andere onderneming verbonden is door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU;

50.

„gereglementeerde onderneming”: een gereglementeerde entiteit in de zin van artikel 2, punt 4, van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (4);

51.

„niet-gereglementeerde onderneming”: alle andere ondernemingen dan die welke in artikel 2, punt 4, van Richtlijn 2002/87/EG zijn genoemd;

52.

„niet-gereglementeerde onderneming die financiële activiteiten uitoefent”: een niet-gereglementeerde onderneming die een of meer van de in bijlage I bij Richtlijn 2013/36/EG van het Europees Parlement en de Raad (5) bedoelde activiteiten uitoefent wanneer deze activiteiten een aanzienlijk deel van haar totale activiteiten uitmaken;

53.

„onderneming die nevendiensten verricht”: een niet-gereglementeerde onderneming waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het bezit of het beheer van onroerend goed, het beheer van gegevensverwerkingsdiensten, gezondheids- en zorgdiensten, of een andere soortgelijke activiteit die het karakter van een ondersteunende activiteit heeft ten opzichte van de hoofdactiviteit van een of meer verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;

54.

„icbe-beheermaatschappij”: een beheermaatschappij in de zin van artikel 2, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/65/EG, dan wel een beleggingsmaatschappij waaraan overeenkomstig artikel 27 van genoemde richtlijn vergunning is verleend, op voorwaarde dat deze geen beheermaatschappij in de zin van genoemde richtlijn heeft aangewezen;

55.

„abi-beheerder”: een abi-beheerder in de zin van artikel 4, lid 1, onder b), van Richtlijn 2011/61/EU;

56.

„instelling voor bedrijfspensioenvoorziening”: een instelling in de zin van artikel 6, onder a), van Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (6);

57.

„binnenlandse verzekeringsonderneming”: een onderneming waaraan door toezichthoudende autoriteiten van een derde land vergunning is verleend en waarop door deze autoriteiten toezicht wordt uitgeoefend, en die in overeenstemming met artikel 14 van Richtlijn 2009/138/EG over een vergunning als verzekeringsonderneming zou moeten beschikken mocht haar hoofdkantoor in de Unie zijn gelegen;

58.

„binnenlandse herverzekeringsonderneming”: een onderneming waaraan door toezichthoudende autoriteiten van een derde land vergunning is verleend en waarop door deze autoriteiten toezicht wordt uitgeoefend, en die in overeenstemming met artikel 14 van Richtlijn 2009/138/EG over een vergunning als herverzekeringsonderneming zou moeten beschikken mocht haar hoofdkantoor in de Unie zijn gelegen.

Artikel 2

Deskundig advies

1.   Ingeval verzekerings- en herverzekeringsondernemingen aannamen maken betreffende regels in verband met de waardering van activa en passiva, technische voorzieningen, eigen vermogen, solvabiliteitskapitaalvereisten, minimumkapitaalvereisten en beleggingen, zijn deze aannamen gebaseerd op het deskundige advies van personen met relevante kennis en ervaring van en relevant inzicht in de risico's die inherent zijn aan het verzekerings- of herverzekeringsbedrijf.

2.   Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel dragen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen er zorg voor dat interne gebruikers van de aannamen in kwestie over de relevante inhoud ervan, de mate waarin erop wordt vertrouwd en de beperkingen die eraan verbonden zijn, worden ingelicht. Voor deze doeleinden worden dienstverleners waaraan functies of werkzaamheden zijn uitbesteed, als interne gebruikers aangemerkt.

AFDELING 2

Externe kredietbeoordelingen

Artikel 3

Toewijzing van kredietbeoordelingen aan kredietkwaliteitscategorieën

De in artikel 109 bis, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde schaal van kredietkwaliteitscategorieën bevat de kredietkwaliteitscategorieën 0 tot en met 6.

Artikel 4

Algemene vereisten betreffende het gebruik van externe kredietbeoordelingen

1.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen mogen bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste in overeenstemming met de standaardformule enkel van een externe kredietbeoordeling gebruikmaken als deze door een externe kredietbeoordelingsinstelling (EKBI) is afgegeven of door een EKBI is bekrachtigd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees Parlement en de Raad (7).

2.   Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen wijzen één of meer EKBI's aan voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste in overeenstemming met de standaardformule.

3.   Er wordt op consequente wijze en niet op selectieve wijze van kredietbeoordelingen gebruikgemaakt.

4.   Bij het gebruik van kredietbeoordelingen voldoen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen aan alle volgende vereisten:

(a)

wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming besluit om voor een bepaalde categorie posten van de kredietbeoordelingen van een aangewezen EKBI gebruik te maken, hanteert zij deze kredietbeoordelingen consequent voor alle posten die tot deze categorie behoren;

(b)

wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming besluit van de kredietbeoordelingen van een aangewezen EKBI gebruik te maken, hanteert zij deze kredietbeoordelingen continu en op consequente wijze in de tijd;

(c)

een verzekerings- of herverzekeringsonderneming maakt alleen gebruik van de kredietbeoordelingen van een aangewezen EKBI waarin rekening is gehouden met alle aan haar verschuldigde bedragen van hoofdsom en rente;

(d)

indien voor een post met een externe rating slechts één kredietbeoordeling van een aangewezen EKBI beschikbaar is, wordt van die kredietbeoordeling gebruikgemaakt voor de bepaling van de kapitaalvereisten van de betrokken post;

(e)

indien twee kredietbeoordelingen van aangewezen EKBI's beschikbaar zijn en de beide kredietbeoordelingen met verschillende parameters voor een post met een externe rating verband houden, wordt gebruikgemaakt van de kredietbeoordeling die het hoogste kapitaalvereiste oplevert;

(f)

indien voor een post met een externe rating meer dan twee kredietbeoordelingen van aangewezen EKBI's beschikbaar zijn, wordt gebruikgemaakt van de twee kredietbeoordelingen die de laagste twee kapitaalvereisten opleveren. Indien de laagste twee kapitaalvereisten verschillend zijn, wordt gebruikgemaakt van de kredietbeoordeling die van deze beide kredietbeoordelingen het hoogste kapitaalvereiste oplevert. Indien de laagste twee kapitaalvereisten gelijk zijn, wordt gebruikgemaakt van de kredietbeoordeling die dat kapitaalvereiste oplevert;

(g)

indien deze beschikbaar zijn, maken verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gebruik van zowel aangevraagde als niet-aangevraagde kredietbeoordelingen.

5.   Als een post deel uitmaakt van de grotere of complexere blootstellingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, stelt de onderneming haar eigen interne kredietbeoordeling van de post op en wijst zij deze toe aan één van de zeven categorieën van een schaal van kredietkwaliteitscategorieën. Indien de eigen interne kredietbeoordeling een lager kapitaalvereiste oplevert dan het kapitaalvereiste dat de beschikbare kredietbeoordelingen van aangewezen EKBI's opleveren, dan mag deze eigen interne kredietbeoordeling niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van deze verordening.

6.   Voor de toepassing van lid 5 omvatten de grotere of complexere blootstellingen van een onderneming de in artikel 177, lid 3, bedoelde securitisatieposities van type 2 en de hersecuritisatieposities.

Artikel 5

Kredietbeoordeling van uitgevende instellingen en uitgiften

1.   Indien er een kredietbeoordeling bestaat voor een specifiek uitgifteprogramma of een specifieke uitgiftefaciliteit waarvan de met de post overeenkomende blootstelling deel uitmaakt, dan wordt er van deze kredietbeoordeling gebruikgemaakt.

2.   Indien er voor een bepaalde post geen direct toepasselijke kredietbeoordeling bestaat, maar er wel een kredietbeoordeling bestaat voor een specifiek uitgifteprogramma of een specifieke uitgiftefaciliteit waarvan de met de post overeenkomende blootstelling geen deel uitmaakt, of er voor de uitgevende instelling een algemene kredietbeoordeling bestaat, wordt deze kredietbeoordeling in een van de volgende gevallen gebruikt:

(a)

zij levert eenzelfde of hoger kapitaalvereiste op dan anderszins het geval zou zijn en de blootstelling in kwestie heeft in alle opzichten dezelfde rang als of een lagere rang dan het specifieke uitgifteprogramma, de specifieke uitgiftefaciliteit of de niet door zekerheden gedekte blootstellingen van een hogere rang van die uitgevende instelling, naar gelang van het geval;

(b)

zij levert eenzelfde of lager kapitaalvereiste op dan anderszins het geval zou zijn en de blootstelling in kwestie heeft in alle opzichten dezelfde rang als of een hogere rang dan het specifieke uitgifteprogramma, de specifieke uitgiftefaciliteit of de niet door zekerheden gedekte blootstellingen van een hogere rang van die uitgevende instelling, naar gelang van het geval;

In alle overige gevallen neemt de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan dat er voor de blootstelling geen kredietbeoordeling van een aangewezen EKBI beschikbaar is.

3.   Kredietbeoordelingen voor uitgevende instellingen die tot een groep behoren, worden niet gebruikt als kredietbeoordeling voor een andere uitgevende instelling van dezelfde groep.

Artikel 6

Dubbele kredietbeoordeling voor securitisatieposities

In afwijking van artikel 4, lid 4, onder d), geldt dat indien er voor een securitisatiepositie slechts één kredietbeoordeling van een aangewezen EKBI beschikbaar is, van die kredietbeoordeling geen gebruik mag worden gemaakt. De kapitaalvereisten voor die post worden bepaald alsof er geen kredietbeoordeling van een aangewezen EKBI beschikbaar is.

HOOFDSTUK II

WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA

Artikel 7

Waarderingsaannamen

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarderen activa en passiva op basis van de aanname dat de onderneming haar bedrijf blijvend zal uitoefenen.

Artikel 8

Toepassingsgebied

De artikelen 9 tot en met 16 zijn van toepassing op de opname en waardering van andere activa en passiva dan technische voorzieningen.

Artikel 9

Waarderingsmethode — algemene beginselen

1.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen nemen activa en passiva op conform de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 door de Commissie zijn goedgekeurd.

2.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarderen activa en passiva conform de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 door de Commissie zijn goedgekeurd, mits deze standaarden waarderingsmethoden bevatten die consistent zijn met de in artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG beschreven waarderingsbenadering. Indien deze standaarden het gebruik van meer dan een waarderingsmethode toestaan, hanteren verzekerings- en herverzekeringsondernemingen alleen waarderingsmethoden die consistent zijn met artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG.

3.   Wanneer de waarderingsmethoden die zijn vervat in de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 door de Commissie zijn goedgekeurd, tijdelijk of permanent niet consistent zijn met de in artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG beschreven waarderingsbenadering, hanteren verzekerings- en herverzekeringsondernemingen andere waarderingsmethoden die als consistent met artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG worden aangemerkt.

4.   In afwijking van de leden 1 en 2, en met name met inachtneming van het in artikel 29, leden 3 en 4, van Richtlijn 2009/138/EG vastgelegde evenredigheidsbeginsel, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen een actief- of passiefpost opnemen en waarderen op basis van de waarderingsmethode die zij voor de opstelling van hun enkelvoudige of geconsolideerde jaarrekening toepassen, op voorwaarde dat:

(a)

de waarderingsmethode consistent is met artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG;

(b)

de waarderingsmethode in verhouding staat tot de aard, omvang en complexiteit van de risico's die aan het bedrijf van de onderneming verbonden zijn;

(c)

de onderneming de betrokken actief- of passiefpost in haar jaarrekening niet waardeert conform de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 door de Commissie zijn goedgekeurd;

(d)

de waardering van de activa en passiva op basis van internationale standaarden voor jaarrekeningen voor de onderneming kosten met zich zou meebrengen die onevenredig groot zijn in vergelijking met de totale administratieve uitgaven.

5.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarderen alle individuele activa afzonderlijk.

6.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarderen alle individuele passiva afzonderlijk.

Artikel 10

Waarderingsmethode — waarderingshiërarchie

1.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen nemen bij de waardering van activa en passiva in overeenstemming met artikel 9, leden 1, 2 en 3, de in de leden 2 tot en met 7 vastgelegde waarderingshiërarchie in acht, waarbij zij rekening houden met de kenmerken van de actief- of passiefpost wanneer marktdeelnemers met deze kenmerken rekening zouden houden wanneer zij de actiefpost of passiefpost op de waarderingsdatum zouden waarderen, met inbegrip van de toestand en locatie van de actief- of passiefpost en de eventuele beperkingen waaraan de verkoop of het gebruik van de actiefpost onderworpen is.

2.   Volgens de standaardmethode voor waardering waarderen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen activa en passiva met behulp van op actieve markten genoteerde marktprijzen voor dezelfde activa of passiva.

3.   Ingeval het gebruik van op actieve markten genoteerde marktprijzen voor dezelfde activa of passiva niet mogelijk is, waarderen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen activa en passiva met behulp van op actieve markten genoteerde marktprijzen voor soortgelijke activa of passiva, aangepast voor eventuele verschillen. Deze aanpassingen weerspiegelen factoren die eigen zijn aan de activa of passiva, en met name alle volgende factoren:

(a)

de toestand of locatie van de activa of passiva;

(b)

de mate waarin inputs betrekking hebben op posten die met de activa of passiva vergelijkbaar zijn; en

(c)

het volume of activiteitsniveau op de markten waarop de inputs worden waargenomen.

4.   Het gebruik van genoteerde marktprijzen door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen is gebaseerd op de criteria voor actieve markten, zoals deze zijn vastgelegd in de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 door de Commissie zijn goedgekeurd.

5.   Ingeval niet aan de in lid 4 bedoelde criteria is voldaan, hanteren verzekerings- en herverzekeringsondernemingen alternatieve waarderingsmethoden, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald.

6.   Wanneer verzekerings- en herverzekeringsondernemingen alternatieve waarderingsmethoden hanteren, vertrouwen zij zo weinig mogelijk op gegevens die specifiek zijn voor de onderneming en maken zij zo veel mogelijk gebruik van relevante marktgegevens, zoals onder meer:

(a)

op niet-actieve markten genoteerde prijzen voor identieke of soortgelijke activa of passiva;

(b)

andere inputs dan genoteerde prijzen die voor de activa of passiva waarneembaar zijn, met inbegrip van rentevoeten en rentecurves die regelmatig worden gepubliceerd, impliciete volatiliteiten en kredietspreads;

(c)

door de markt onderbouwde inputs, die al dan niet direct waarneembaar kunnen zijn, maar op waarneembare marktgegevens gebaseerd zijn of daardoor worden onderbouwd.

Al deze marktgegevens worden aangepast voor de in lid 3 bedoelde factoren.

Voor zover er geen relevante waarneembare inputs beschikbaar zijn, met inbegrip van omstandigheden waarin er op de waarderingsdatum van weinig of geen marktactiviteit voor de activa of passiva sprake is, maken ondernemingen gebruik van niet-waarneembare inputs die de aannamen weerspiegelen waarvan marktdeelnemers zouden uitgaan wanneer zij de activa of passiva zouden waarderen, met inbegrip van aannamen betreffende het risico. Wanneer van niet-waarneembare inputs wordt gebruikgemaakt, passen de ondernemingen de ondernemingsspecifieke gegevens aan indien uit redelijkerwijs beschikbare informatie blijkt dat andere marktdeelnemers andere gegevens zouden gebruiken of indien de onderneming een bijzonder kenmerk vertoont waarvan andere marktdeelnemers geen weet hebben.

Bij de beoordeling van de in dit lid bedoelde aannamen betreffende het risico houden ondernemingen rekening met het risico dat inherent is aan de specifieke waarderingstechniek die is gehanteerd voor de bepaling van de reële waarde en met het risico dat inherent is aan de inputs van die waarderingstechniek.

7.   Bij het hanteren van alternatieve waarderingsmethoden maken ondernemingen gebruik van waarderingstechnieken die consistent zijn met één of meer van de volgende benaderingen:

(a)

de marktbenadering, waarbij wordt gebruikgemaakt van prijzen en andere relevante informatie afkomstig van markttransacties die betrekking hebben op identieke of soortgelijke activa, passiva of groepen van activa en passiva. Een van de waarderingstechnieken die in overeenstemming zijn met de marktbenadering, is matrixwaardering;

(b)

de inkomstenbenadering, waarbij toekomstige bedragen, zoals kasstromen, inkomsten of uitgaven, in één enkel actueel bedrag worden omgezet. De reële waarde weerspiegelt de actuele marktverwachtingen met betrekking tot deze toekomstige bedragen. Met de inkomstenbenadering consistente waarderingstechnieken omvatten contantewaardetechnieken, optiewaarderingsmodellen en de „multi-period excess earnings method”;

(c)

de kostenbenadering of de actuelevervangingswaardebenadering weerspiegelt het bedrag dat op dat moment vereist zou zijn om de servicecapaciteit van een actiefpost te vervangen. Vanuit het perspectief van een verkopende marktdeelnemer is de prijs die voor de actiefpost zou worden ontvangen, gebaseerd op de kosten voor een kopende marktdeelnemer om een vervangend actief van vergelijkbare kwaliteit, gecorrigeerd voor veroudering, te verwerven of te bouwen.

Artikel 11

Opname van voorwaardelijke verplichtingen

1.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen nemen de in artikel 9 van deze verordening omschreven voorwaardelijke verplichtingen die van materieel belang zijn, op als passiva.

2.   Voorwaardelijke verplichtingen zijn van materieel belang wanneer informatie over de actuele of potentiële omvang van deze verplichtingen de besluitvorming of het oordeel van de beoogde gebruiker van die informatie, met inbegrip van de toezichthoudende autoriteiten, zou kunnen beïnvloeden.

Artikel 12

Methoden voor de waardering van goodwill en immateriële activa

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarderen de volgende activa op nul:

1.

goodwill;

2.

andere immateriële activa dan goodwill, tenzij de immateriële actiefpost afzonderlijk kan worden verkocht en de verzekerings- of herverzekeringsonderneming kan aantonen dat er een waarde voor dezelfde of soortgelijke activa voorhanden is die overeenkomstig artikel 10, lid 2, is afgeleid, in welk geval de actiefpost conform artikel 10 wordt gewaardeerd.

Artikel 13

Methoden voor de waardering van verbonden ondernemingen

1.   Bij de waardering van de activa van individuele verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarderen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen deelnemingen in verbonden ondernemingen in de zin van artikel 212, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG in overeenstemming met de volgende hiërarchie van methoden:

(a)

met behulp van de in artikel 10, lid 2, van deze verordening beschreven standaardmethode voor de waardering;

(b)

met behulp van de in lid 3 bedoelde aangepaste vermogensmutatiemethode indien waardering in overeenstemming met punt a) niet mogelijk is;

(c)

met behulp van ofwel de in artikel 10, lid 3, van deze verordening beschreven waarderingsmethode, ofwel alternatieve waarderingsmethoden in overeenstemming met artikel 10, lid 5, van deze verordening mits aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

i)

noch waardering in overeenstemming met punt a), noch waardering in overeenstemming met punt b) is mogelijk;

ii)

de onderneming is geen dochteronderneming als omschreven in artikel 212, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG.

2.   In afwijking van lid 1 geldt dat verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bij de waardering van de activa van individuele verzekerings- en herverzekeringsondernemingen deelnemingen in de volgende ondernemingen op nul waarderen:

(a)

ondernemingen die uit hoofde van artikel 214, lid 2, onder a), van Richtlijn 2009/138/EG van de reikwijdte van het groepstoezicht zijn uitgesloten;

(b)

ondernemingen waarvan de boekwaarde overeenkomstig artikel 229 van Richtlijn 2009/138/EG van het voor de groepssolvabiliteit in aanmerking komend eigen vermogen wordt afgetrokken.

3.   Bij de in lid 1, onder b), bedoelde aangepaste vermogensmutatiemethode is de deelnemende onderneming verplicht haar deelnemingen in verbonden ondernemingen te waarderen op basis van het aandeel in het positieve verschil tussen de activa en de verplichtingen van de verbonden onderneming welke door de deelnemende onderneming worden aangehouden.

4.   Bij de berekening van het positieve verschil tussen de activa en de verplichtingen van verbonden ondernemingen, waardeert de deelnemende onderneming de individuele activa en passiva van de verbonden onderneming conform artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG en, ingeval de verbonden onderneming een verzekerings- of herverzekeringsonderneming of een in artikel 211 van genoemde richtlijn bedoeld special purpose vehicle is, de technische voorzieningen conform de artikelen 76 tot en met 85 van genoemde richtlijn.

5.   Bij de berekening van het positieve verschil tussen de activa en de verplichtingen van verbonden ondernemingen die geen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen zijn, mag de deelnemende onderneming de vermogensmutatiemethode voorgeschreven bij de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 door de Commissie zijn goedgekeurd, aanmerken als zijnde consistent met artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG wanneer waardering van individuele activa en passiva conform lid 4 niet mogelijk is. In dergelijke gevallen brengt de deelnemende onderneming de waarde van de goodwill en andere immateriële activa die overeenkomstig artikel 12, punt 2, van deze verordening op nul zouden zijn gewaardeerd, in mindering op de waarde van de verbonden onderneming.

6.   Wanneer aan de in artikel 9, lid 4, van deze verordening bedoelde criteria is voldaan en wanneer het gebruik van de onder a) en b) bedoelde waarderingsmethoden niet mogelijk is, mogen deelnemingen in verbonden ondernemingen worden gewaardeerd volgens de waarderingsmethode die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de opstelling van haar enkelvoudige of geconsolideerde jaarrekening toepast. In dergelijke gevallen brengt de deelnemende onderneming de waarde van goodwill en andere immateriële activa die overeenkomstig artikel 12, punt 2, van deze verordening op nul zouden zijn gewaardeerd, in mindering op de waarde van de verbonden onderneming.

Artikel 14

Methoden voor de waardering van specifieke passiva

1.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarderen financiële verplichtingen als bedoeld in de internationale standaarden voor jaarrekeningen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 door de Commissie zijn goedgekeurd, bij eerste opname conform artikel 9 van deze verordening. Er vindt geen latere aanpassing plaats om rekening te houden met een wijziging in de eigen kredietwaardigheid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming na de eerste opname.

2.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarderen voorwaardelijke verplichtingen die conform artikel 11 zijn opgenomen. De waarde van voorwaardelijke verplichtingen is gelijk aan de verwachte contante waarde van de toekomstige kasstromen die vereist zijn om de voorwaardelijke verplichtingen over de looptijd ervan af te wikkelen, waarbij wordt gebruikgemaakt van de risicovrije basisrentetermijnstructuur.

Artikel 15

Uitgestelde belastingen

1.   Uitgestelde belastingen met betrekking tot alle activa en passiva, met inbegrip van technische voorzieningen, die voor solvabiliteits- of belastingdoeleinden zijn opgenomen, worden door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen conform artikel 9 opgenomen en gewaardeerd.

2.   In afwijking van lid 1 waarderen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen uitgestelde belastingen die geen uitgestelde belastingvorderingen zijn die uit de voorwaartse compensatie van ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en niet-gecompenseerde fiscale verliezen voortvloeien, op basis van het verschil tussen, enerzijds, de waarden die zijn toegerekend aan activa en passiva die zijn opgenomen en gewaardeerd conform artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG en, in het geval van technische voorzieningen, conform de artikelen 76 tot en met 85 van genoemde richtlijn, en, anderzijds, de waarden die zijn toegerekend aan activa en passiva zoals deze voor belastingdoeleinden zijn opgenomen en gewaardeerd.

3.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen rekenen aan uitgestelde belastingvorderingen alleen een positieve waarde toe wanneer het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winsten beschikbaar zullen zijn die voor de uitgestelde belastingvordering kunnen worden aangewend, rekening houdend met bestaande wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften inzake de termijnen die met de voorwaartse compensatie van ongebruikte fiscaal verrekenbare tegoeden en niet-gecompenseerde fiscale verliezen verband houden.

Artikel 16

Uitsluiting van waarderingsmethoden

1.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarderen geen financiële activa of financiële verplichtingen tegen kostprijs of geamortiseerde kostprijs.

2.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen passen geen waarderingsmodellen toe waarbij wordt gewaardeerd tegen de laagste waarde van de boekwaarde en de reële waarde minus verkoopkosten.

3.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarderen geen vastgoed, vastgoedbeleggingen en materiële vaste activa met behulp van kostenmodellen waarbij de activawaarde wordt vastgesteld op de kosten minus afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen.

4.   Bij de waardering van activa en passiva in het kader van een leaseovereenkomst nemen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die lessees bij een financiële lease of lessors zijn, al het volgende in acht:

(a)

geleasede activa worden tegen reële waarde gewaardeerd;

(b)

voor de bepaling van de contante waarde van de minimale leasebetalingen worden marktconforme inputs gebruikt en worden later geen aanpassingen aangebracht om met de eigen kredietwaardigheid van de onderneming rekening te houden;

(c)

waardering tegen de kostprijs minus cumulatieve afschrijvingen wordt niet toegepast.

5.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen passen de opbrengstwaarde van voorraden aan met de geschatte kosten van voltooiing en de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren wanneer deze kosten van materieel belang zijn. Deze kosten worden als kosten van materieel belang beschouwd wanneer de niet-opneming ervan de besluitvorming of het oordeel van de gebruikers van de balans, met inbegrip van de toezichthoudende autoriteiten, zou kunnen beïnvloeden. Waardering tegen kostprijs wordt niet toegepast.

6.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen waarderen niet-monetaire subsidies niet tegen nominale waarde.

7.   Bij de waardering van biologische activa passen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de waarde aan door de geschatte kosten die noodzakelijk zijn om de verkoop te realiseren toe te voegen, mits de geschatte kosten die noodzakelijk zijn om de verkoop te realiseren van materieel belang zijn.

HOOFDSTUK III

VOORSCHRIFTEN VOOR TECHNISCHE VOORZIENINGEN

AFDELING 1

Algemene bepalingen

Artikel 17

Opnemen en niet langer opnemen van verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen

Voor de berekening van de beste schatting en de risicomarge van technische voorzieningen nemen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen een verzekerings- of herverzekeringsverplichting op op de datum waarop de onderneming partij wordt bij de overeenkomst die aanleiding geeft tot de verplichting, dan wel op de datum waarop de verzekerings- of herverzekeringsdekking een aanvang neemt, al naargelang welke datum eerder valt. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen nemen alleen de verplichtingen op die binnen de contractgrens vallen.

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen nemen een verzekerings- of herverzekeringsverplichting pas niet langer op wanneer deze nietig verklaard, nagekomen, geannuleerd of vervallen is.

Artikel 18

Contractgrens van een verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst

1.   De contractgrenzen van een verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst worden bepaald in overeenstemming met de leden 2 tot en met 7.

2.   Alle met de overeenkomst verband houdende verplichtingen, met inbegrip van verplichtingen die verband houden met unilaterale rechten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming om de reikwijdte van de overeenkomst en de met betaalde premies verband houdende verplichtingen te vernieuwen of te verlengen, maken deel uit van de overeenkomst, tenzij in de leden 3 tot en met 6 anders is bepaald.

3.   Verplichtingen die verband houden met de verzekerings- of herverzekeringsdekking die na de volgende data door de onderneming wordt geboden, maken geen deel uit van de overeenkomst, tenzij de onderneming de verzekeringnemer ertoe kan verplichten de premie voor deze verplichtingen te betalen:

(a)

de toekomstige datum waarop de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een unilateraal recht heeft om de overeenkomst te beëindigen;

(b)

de toekomstige datum waarop de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een unilateraal recht heeft om uit hoofde van de overeenkomst te betalen premies af te wijzen;

(c)

de toekomstige datum waarop de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een unilateraal recht heeft om de uit hoofde van de overeenkomst te betalen premies of uitkeringen zodanig te wijzigen dat de premies de risico's volledig weerspiegelen.

Punt c) wordt geacht van toepassing te zijn wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een unilateraal recht heeft om op een toekomstige datum de premies of uitkeringen van een portefeuille verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen zodanig te wijzigen dat de premies van de portefeuille de door de portefeuille gedekte risico's volledig weerspiegelen.

Ingeval het levensverzekeringsverplichtingen betreft waarbij bij de aanvang van de overeenkomst een individuele risicobeoordeling wordt uitgevoerd van de verplichtingen die met de uit hoofde van de overeenkomst verzekerde persoon verband houden, en deze beoordeling niet kan worden herhaald voordat de premies of uitkeringen worden gewijzigd, beoordelen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen voor de toepassing van punt c) evenwel op het niveau van de overeenkomst of de premies het risico volledig weerspiegelen.

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen houden geen rekening met beperkingen op het onder a), b) en c) van dit lid bedoelde unilaterale recht en evenmin met beperkingen op de mate waarin premies en uitkeringen kunnen worden gewijzigd wanneer deze beperkingen geen merkbare gevolgen hebben voor de economische betekenis van de overeenkomst.

4.   Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een in lid 3 bedoeld unilateraal recht heeft dat op slechts een deel van de overeenkomst betrekking heeft, zijn op dat deel van de overeenkomst dezelfde beginselen van toepassing als die welke in lid 3 zijn beschreven.

5.   Verplichtingen die niet met reeds betaalde premies verband houden, maken geen deel uit van een verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst, tenzij de onderneming de verzekeringnemer ertoe kan verplichten de toekomstige premie te betalen, en wanneer aan alle volgende vereisten is voldaan:

(a)

de overeenkomst biedt geen compensatie voor een gespecificeerde onzekere gebeurtenis die de verzekerde ongunstig beïnvloedt;

(b)

de overeenkomst omvat geen financiële garantie of uitkeringen.

Voor de toepassing van de punten a) en b) houden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen geen rekening met de dekking van gebeurtenissen en garanties die geen merkbare gevolgen hebben voor de economische betekenis van de overeenkomst.

6.   Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst in twee delen kan worden opgesplitst en wanneer één van deze delen aan de vereisten van lid 5, onder a) en b), voldoet, maken alle verplichtingen die niet met de reeds betaalde premies van dat deel verband houden, geen deel uit van de overeenkomst, tenzij de onderneming de verzekeringnemer ertoe kan verplichten de toekomstige premie van dat deel te betalen.

7.   Voor de toepassing van lid 3 gaan verzekerings- en herverzekeringsondernemingen ervan uit dat premies de door een portefeuille verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen gedekte risico's pas volledig weerspiegelen wanneer er geen omstandigheid bestaat waaronder het bedrag van de uit hoofde van de portefeuille te betalen uitkeringen en kosten het bedrag van de uit hoofde van de portefeuille te betalen premies overtreft.

AFDELING 2

Gegevenskwaliteit

Artikel 19

Bij de berekening van de technische voorzieningen gebruikte gegevens

1.   De bij de berekening van de technische voorzieningen gebruikte gegevens worden pas als volledig in de zin van artikel 82 van Richtlijn 2009/138/EG aangemerkt wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

(a)

de gegevens bevatten voldoende historische informatie om de kenmerken van de onderliggende risico's te beoordelen en om trends in de risico's te onderkennen;

(b)

de gegevens zijn beschikbaar voor elk van de relevante homogene risicogroepen waarvan bij de berekening van de technische voorzieningen wordt gebruikgemaakt en er worden geen relevante gegevens zonder motivering buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de technische voorzieningen.

2.   De bij de berekening van de technische voorzieningen gebruikte gegevens worden pas als juist in de zin van artikel 82 van Richtlijn 2009/138/EG aangemerkt wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

(a)

de gegevens bevatten geen materiële fouten;

(b)

de voor dezelfde schatting gebruikte gegevens van verschillende perioden zijn consistent;

(c)

de gegevens worden tijdig en consistent in de tijd geregistreerd.

3.   De bij de berekening van de technische voorzieningen gebruikte gegevens worden pas als adequaat in de zin van artikel 82 van Richtlijn 2009/138/EG aangemerkt wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

(a)

de gegevens beantwoorden aan de doelen waarvoor zij zullen worden gebruikt;

(b)

de omvang en de aard van de gegevens garanderen dat de schattingen die bij de berekening van de technische voorzieningen op basis van de gegevens worden gemaakt, geen materiële schattingsfout bevatten;

(c)

de gegevens zijn consistent met de aannamen die ten grondslag liggen aan de actuariële en statistische methoden die bij de berekening van de technische voorzieningen daarop worden toegepast;

(d)

de gegevens weerspiegelen op adequate wijze de risico's waaraan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in verband met haar verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen is blootgesteld;

(e)

de gegevens zijn op transparante en gestructureerde wijze verzameld, verwerkt en toegepast volgens een gedocumenteerd proces dat alle volgende elementen omvat:

i)

de vaststelling van criteria voor de gegevenskwaliteit en een beoordeling van de gegevenskwaliteit, met inbegrip van specifieke kwalitatieve en kwantitatieve normen voor verschillende gegevensbestanden;

ii)

het gebruiken en maken van aannamen bij de verzameling, verwerking en toepassing van gegevens;

iii)

het proces voor het verrichten van actualiseringen van gegevens, met inbegrip van de frequentie van actualiseringen en de omstandigheden die tot extra actualiseringen aanleiding geven;

(f)

verzekerings- en herverzekeringsondernemingen dragen er zorg voor dat hun gegevens op consistente wijze in de tijd worden gebruikt bij de berekening van de technische voorzieningen.

Voor de toepassing van punt b) wordt een schattingsfout bij de berekening van de technische voorzieningen als materieel aangemerkt wanneer deze de besluitvorming of het oordeel van de gebruikers van de uitkomst van de berekening, met inbegrip van de toezichthoudende autoriteiten, kan beïnvloeden.

4.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen mogen gebruikmaken van gegevens die uit een externe bron afkomstig zijn, op voorwaarde dat zowel aan de vereisten van de leden 1 tot en met 4 als aan alle volgende vereisten is voldaan:

(a)

de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen aantonen dat het gebruik van deze gegevens passender is dan het gebruik van gegevens die uitsluitend uit een interne bron afkomstig zijn;

(b)

de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kennen de oorsprong van de gegevens en de aannamen of methodologieën die voor de verwerking van deze gegevens worden gehanteerd;

(c)

de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen onderkennen alle trends in deze gegevens en de variatie, in de tijd of naargelang van de gegevens, van de aannamen of methodologieën voor het gebruik van die gegevens;

(d)

de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen aantonen dat de onder b) en c) bedoelde aannamen en methodologieën de kenmerken van de portefeuille verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming weerspiegelen.

Artikel 20

Beperkingen van gegevens

Wanneer gegevens niet aan artikel 19 voldoen, documenteren verzekerings- en herverzekeringsondernemingen naar behoren de beperkingen waaraan de gegevens onderhevig zijn, waarbij onder meer wordt beschreven of en hoe deze beperkingen zullen worden verholpen en tevens een beschrijving wordt gegeven van de voor dit proces verantwoordelijke functies binnen het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming. De gegevens vóór het aanbrengen van aanpassingen om beperkingen te verhelpen, worden op passende wijze geregistreerd en opgeslagen.

Artikel 21

Passend gebruik van benaderingen voor de berekening van de beste schatting

Wanneer verzekerings- en herverzekeringsondernemingen over onvoldoende gegevens van degelijke kwaliteit beschikken om een betrouwbare actuariële methode toe te passen, mogen zij van passende benaderingen voor de berekening van de beste schatting gebruikmaken, op voorwaarde dat aan alle volgende vereisten is voldaan:

(a)

de ontoereikendheid van de gegevens is niet te wijten aan inadequate interne processen en procedures voor het verzamelen, opslaan of valideren van de gegevens die voor de waardering van technische voorzieningen worden gebruikt;

(b)

de ontoereikendheid van de gegevens kan niet worden verholpen door het gebruik van externe gegevens;

(c)

het is ondoenbaar voor de onderneming om de gegevens aan te passen teneinde de ontoereikendheid ervan te verhelpen.

AFDELING 3

Methodologieën voor de berekening van de technische voorzieningen

Onderafdeling 1

Aan de berekening van de technische voorzieningen ten grondslag liggende aannamen

Artikel 22

Algemene bepalingen

1.   Aannamen worden pas als realistisch in de zin van artikel 77, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG aangemerkt wanneer zij aan alle volgende voorwaarden voldoen:

(a)

verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zijn in staat elk van de gemaakte aannamen te verklaren en te motiveren, waarbij aandacht wordt besteed aan de betekenis van de aanname, de onzekerheid waarmee de aanname is omgeven, alsook relevante alternatieve aannamen;

(b)

de omstandigheden waaronder de aannamen als foutief zouden worden beschouwd, kunnen duidelijk worden aangegeven;

(c)

tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald, zijn de aannamen waar mogelijk op de kenmerken van de portefeuille verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen gebaseerd, ongeacht de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die de portefeuille aanhoudt;

(d)

verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gebruiken de aannamen consistent in de tijd en voor homogene risicogroepen en branches, zonder arbitraire wijzigingen;

(e)

de aannamen weerspiegelen op adequate wijze elke aan de kasstroom verbonden onzekerheid.

Voor de toepassing van punt c), gebruiken verzekerings- en herverzekeringsondernemingen enkel ondernemingsspecifieke informatie, met inbegrip van informatie over schadebeheer en -kosten, voor zover die informatie de kenmerken van de portefeuille verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen beter weerspiegelt dan informatie die niet tot de specifieke onderneming is beperkt, of wanneer de berekening van technische voorzieningen op een prudente, betrouwbare en objectieve wijze zonder gebruikmaking van die informatie onmogelijk is.

2.   Aannamen worden pas voor de toepassing van artikel 77, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG gebruikt wanneer zij aan lid 1 van dit artikel voldoen.

3.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen stellen aannamen betreffende toekomstige parameters en scenario's voor de financiële markten vast die passend zijn en consistent zijn met artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG. Wanneer verzekerings- en herverzekeringsondernemingen een model hanteren om projecties van toekomstige parameters voor financiële markten te verkrijgen, dragen zij er zorg voor dat het model aan alle volgende vereisten voldoet:

(a)

het genereert activaprijzen die stroken met op de financiële markten waargenomen activaprijzen;

(b)

het gaat uit van de onmogelijkheid van arbitrage;

(c)

de kalibratie van de parameters en scenario's is consistent met de relevante risicovrije rentetermijnstructuur die wordt gebruikt voor de berekening van de in artikel 77, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde beste schatting.

Artikel 23

Toekomstige beheeractiviteiten

1.   Aannamen betreffende toekomstige beheeractiviteiten worden pas als realistisch in de zin van artikel 77, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG aangemerkt wanneer zij aan alle volgende voorwaarden voldoen:

(a)

de aannamen betreffende toekomstige beheeractiviteiten worden op objectieve wijze bepaald;

(b)

de veronderstelde toekomstige beheeractiviteiten stroken met de huidige bedrijfspraktijk en bedrijfsstrategie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met inbegrip van het gebruik van risicolimiteringstechnieken; wanneer er voldoende bewijs is dat de onderneming haar praktijk of strategie zal wijzigen, zijn de veronderstelde toekomstige beheeractiviteiten consistent met de gewijzigde praktijk of strategie;

(c)

de veronderstelde toekomstige beheeractiviteiten zijn onderling consistent;

(d)

de veronderstelde toekomstige beheeractiviteiten druisen niet in tegen enigerlei verplichtingen jegens verzekeringnemers en begunstigden, en evenmin tegen op de onderneming toepasselijke wettelijke voorschriften;

(e)

bij de veronderstelde toekomstige beheeractiviteiten wordt rekening gehouden met eventuele publieke uitlatingen door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming over activiteiten die zij naar verwachting wel of niet zal verrichten.

2.   Aannamen betreffende toekomstige beheeractiviteiten zijn realistisch en omvatten alle volgende elementen:

i)

een vergelijking van veronderstelde toekomstige beheeractiviteiten met de beheeractiviteiten die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in het verleden heeft verricht;

ii)

een vergelijking van de toekomstige beheeractiviteiten waarmee in de actuele en in het verleden verrichte berekeningen van de beste schatting rekening is gehouden;

iii)

een beoordeling van het effect van wijzigingen in de aannamen betreffende toekomstige beheeractiviteiten op de waarde van de technische voorzieningen.

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen alle relevante afwijkingen met betrekking tot de punten i) en ii) op verzoek van de toezichthoudende autoriteiten verklaren, alsook, wanneer wijzigingen in een aanname met betrekking tot toekomstige beheeractiviteiten een significant effect op de technische voorzieningen sorteren, aangeven welke de redenen zijn voor deze gevoeligheid en hoe de gevoeligheid in het besluitvormingsproces van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in aanmerking is genomen.

3.   Voor de toepassing van lid 1 stellen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen een alomvattend plan met betrekking tot de toekomstige beheeractiviteiten op dat door het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt goedgekeurd en dat alle volgende elementen bevat:

(a)

de vermelding van de toekomstige beheeractiviteiten die relevant zijn voor de waardering van de technische voorzieningen;

(b)

de specifieke omstandigheden waarin de verzekerings- of herverzekeringsonderneming redelijkerwijze verwacht elk van de onder a) bedoelde toekomstige beheeractiviteiten te zullen verrichten;

(c)

de specifieke omstandigheden waarin de verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet in staat kan blijken elk van de onder a) bedoelde toekomstige beheeractiviteiten te verrichten en een beschrijving van de wijze waarop deze omstandigheden bij de berekening van de technische voorzieningen in aanmerking worden genomen;

(d)

de volgorde waarin de onder a) bedoelde toekomstige beheeractiviteiten zouden worden verricht en de op deze toekomstige beheeractiviteiten toepasselijke governancevereisten;

(e)

een beschrijving van alle lopende werkzaamheden om ervoor te zorgen dat de verzekerings- of verzekeringsonderneming in een positie verkeert elk van de onder a) bedoelde toekomstige beheeractiviteiten te verrichten;

(f)

een beschrijving van de wijze waarop de onder a) bedoelde toekomstige beheeractiviteiten in de berekening van de beste schatting zijn weerspiegeld;

(g)

een beschrijving van de toepasselijke interne rapportageprocedures die betrekking hebben op de onder a) bedoelde toekomstige beheeractiviteiten die in de berekening van de beste schatting zijn meegenomen.

4.   Bij aannamen over toekomstige beheeractiviteiten wordt rekening gehouden met de tijd die nodig is om de beheeractiviteiten te implementeren en alle daardoor veroorzaakte kosten.

5.   Het systeem voor de overdracht van informatie wordt pas als doeltreffend in de zin van artikel 41, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG aangemerkt wanneer de in lid 3, onder g), van dit artikel bedoelde rapportageprocedures ten minste in een jaarlijkse mededeling aan het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan voorzien.

Artikel 24

Toekomstige discretionaire uitkeringen

Wanneer toekomstige discretionaire uitkeringen afhankelijk zijn van de door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aangehouden activa, gaan de ondernemingen bij de berekening van de beste schatting uit van de op dat moment door de ondernemingen aangehouden activa en van toekomstige wijzigingen in de allocatie van hun activa in overeenstemming met artikel 23. De aannamen betreffende de toekomstige opbrengsten van de activa zijn consistent met de relevante risicovrije rentetermijnstructuur, in voorkomend geval met inbegrip van een matchingopslag, een volatiliteitsaanpassing of een overgangsmaatregel met betrekking tot de risicovrije rente, en met de waardering van de activa in overeenstemming met artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG.

Artikel 25

Afzonderlijke berekening van de toekomstige discretionaire uitkeringen

Bij de berekening van de technische voorzieningen wordt de waarde van de toekomstige discretionaire uitkeringen afzonderlijk door de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bepaald.

Artikel 26

Gedrag van verzekeringnemers

Bij het bepalen van de waarschijnlijkheid dat verzekeringnemers contractuele clausules, met inbegrip van verval- en afkoopclausules, zullen uitoefenen, gaan verzekerings- en herverzekeringsondernemingen over tot een analyse van het in het verleden door verzekeringnemers vertoonde gedrag en tot een prospectieve beoordeling van het verwachte gedrag van verzekeringnemers. Bij deze analyse wordt rekening gehouden met alle volgende elementen:

(a)

hoe gunstig de uitoefening van de clausules was en zal zijn voor de verzekeringnemers onder de omstandigheden die op het moment van de uitoefening van de clausule heersen;

(b)

de invloed van economische omstandigheden in het verleden en in de toekomst;

(c)

de invloed van eerdere en toekomstige beheeractiviteiten;

(d)

alle andere omstandigheden die waarschijnlijk van invloed zullen zijn op de beslissing van verzekeringnemers om de clausule al dan niet uit te oefenen.

De waarschijnlijkheid wordt pas geacht los te staan van de onder a) tot en met d) genoemde elementen wanneer er empirisch bewijs is tot onderbouwing van een dergelijke aanname.

Onderafdeling 2

Aan de berekening van beste schattingen ten grondslag liggende informatie

Artikel 27

Betrouwbaarheid van de informatie

De informatie wordt pas als betrouwbaar in de zin van artikel 77, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG aangemerkt wanneer verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het bewijs leveren van de betrouwbaarheid van de informatie, waarbij aandacht wordt besteed aan de consistentie en objectiviteit van die informatie, de betrouwbaarheid van de informatiebron en de transparantie van de wijze waarop de informatie wordt gegenereerd en verwerkt.

Onderafdeling 3

Kasstroomprognoses voor de berekening van de beste schatting

Artikel 28

Kasstromen

De voor de berekening van de beste schatting gehanteerde kasstroomprognose omvat alle volgende kasstromen, voor zover die kasstromen met bestaande verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten verband houden:

(a)

betalingen van uitkeringen aan verzekeringnemers en begunstigden;

(b)

betalingen die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zal verrichten bij de verstrekking van contractuele uitkeringen in natura;

(c)

betalingen van in artikel 78, punt 1, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde kosten;

(d)

premiebetalingen en alle extra kasstromen die uit die premies voortvloeien;

(e)

betalingen tussen de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en tussenpersonen welke met verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen samenhangen;

(f)

betalingen tussen de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en beleggingsondernemingen in verband met overeenkomsten met aan indexen en beleggingen gekoppelde uitkeringen;

(g)

betalingen uit hoofde van verhaal of subrogatie, voor zover deze conform de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 door de Commissie goedgekeurde internationale standaarden voor jaarrekeningen niet als afzonderlijke activa of verplichtingen in aanmerking komen;

(h)

fiscale betalingen die ten laste komen of naar verwachting ten laste zullen komen van verzekeringnemers, of die vereist zijn om de verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen af te wikkelen.

Artikel 29

Verwachte toekomstige ontwikkelingen in de externe omgeving

Bij de berekening van de beste schatting wordt rekening gehouden met de verwachte toekomstige ontwikkelingen die materiële gevolgen zullen hebben voor de instroom en uitstroom van kasmiddelen die nodig zijn voor de afwikkeling van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen gedurende de looptijd daarvan. Voor deze doeleinden omvatten toekomstige ontwikkelingen demografische, juridische, medische, technologische, sociale, ecologische en economische ontwikkelingen, met inbegrip van inflatie als bedoeld in artikel 78, punt 2, van Richtlijn 2009/138/EG.

Artikel 30

Onzekerheid van kasstromen

Bij de voor de berekening van de beste schatting gehanteerde kasstroomprognose wordt expliciet of impliciet rekening gehouden met alle onzekerheden in de kasstromen, met inbegrip van alle volgende kenmerken:

(a)

onzekerheid omtrent het tijdstip, de frequentie en de ernst van verzekerde gebeurtenissen;

(b)

onzekerheid omtrent de schadebedragen, met inbegrip van onzekerheid omtrent de claiminflatie, en omtrent de periode die noodzakelijk is om schaden te regelen en te betalen;

(c)

onzekerheid in verband met het bedrag van de kosten als bedoeld in artikel 78, punt 1, van Richtlijn 2009/138/EG;

(d)

onzekerheid omtrent de in artikel 29 bedoelde toekomstige ontwikkelingen, voor zover zulks doenbaar is;

(e)

onzekerheid omtrent het gedrag van verzekeringnemers;

(f)

afhankelijkheid tussen twee of meer oorzaken van onzekerheid;

(g)

afhankelijkheid van kasstromen van omstandigheden die aan de datum van de kasstroom voorafgaan.

Artikel 31

Kosten

1.   In een voor de berekening van beste schattingen gehanteerde kasstroomprognose wordt rekening gehouden met alle volgende kosten die met opgenomen verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen verband houden en die in artikel 78, punt 1, van Richtlijn 2009/138/EG worden bedoeld:

(a)

beheerskosten;

(b)

kosten van vermogensbeheer;

(c)

kosten van schadebeheer;

(d)

verwervingskosten.

In de onder a) tot en met d) bedoelde kosten wordt rekening gehouden met de algemene kosten die worden gemaakt bij het nakomen van verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen.

2.   De algemene kosten worden op realistische en objectieve wijze en op consequente wijze in de tijd toegerekend aan de delen van de beste schatting waarmee zij verband houden.

3.   Kosten in verband met herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles worden in aanmerking genomen bij de brutoberekening van de beste schatting.

4.   Bij de kostenprognose wordt uitgegaan van de veronderstelling dat de onderneming in de toekomst nieuwe verzekeringsovereenkomsten zal sluiten.

Artikel 32

Contractuele clausules en financiële garanties

Bij de berekening van de beste schatting nemen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen alle volgende elementen in aanmerking:

(a)

alle in hun verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten opgenomen financiële garanties en contractuele clausules;

(b)

alle factoren die van invloed kunnen zijn op de waarschijnlijkheid dat verzekeringnemers contractuele clausules zullen uitoefenen of de waarde van financiële garanties zullen realiseren.

Artikel 33

Valuta van de verplichting

De beste schatting wordt afzonderlijk berekend voor kasstromen in verschillende valuta's.

Artikel 34

Berekeningsmethoden

1.   De beste schatting wordt berekend op transparante wijze en op een zodanige manier dat de berekeningsmethode en de daaruit voortvloeiende uitkomsten door een gekwalificeerde deskundige kunnen worden getoetst.

2.   Bij de keuze van actuariële en statistische methoden voor de berekening van de beste schatting wordt gekeken in hoeverre deze methoden de op de onderliggende kasstromen van invloed zijnde risico's en het karakter van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen weerspiegelen. De actuariële en statistische methoden zijn consistent met en maken gebruik van alle relevante gegevens die voor de berekening van de beste schatting beschikbaar zijn.

3.   Wanneer een berekeningsmethode op gegevens over gegroepeerde overeenkomsten is gebaseerd, dragen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen er zorg voor dat bij de groepering van overeenkomsten homogene risicogroepen worden gevormd die de risico's van de in deze groepen opgenomen individuele overeenkomsten op adequate wijze weerspiegelen

4.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen analyseren de mate waarin de contante waarde van kasstromen afhankelijk is van zowel de verwachte afloop van toekomstige gebeurtenissen en ontwikkelingen als van de mate waarin de werkelijke afloop in bepaalde scenario's eventueel van de verwachte afloop afwijkt.

5.   Wanneer de contante waarde van kasstromen van toekomstige gebeurtenissen en ontwikkelingen als bedoeld in lid 4 afhankelijk is, maken verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gebruik van een methode voor de berekening van de beste schatting voor kasstromen welke dergelijke afhankelijkheden weerspiegelt.

Artikel 35

Homogene risicogroepen van levensverzekeringsverplichtingen

De kasstroomprognoses die bij de berekening van beste schattingen voor levensverzekeringsverplichtingen worden gebruikt, worden voor elke overeenkomst afzonderlijk uitgevoerd. Wanneer de afzonderlijke berekening voor elke overeenkomst een te zware belasting voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met zich mee zou brengen, mag zij de prognose uitvoeren door overeenkomsten te groeperen, op voorwaarde dat de groepering aan alle volgende vereisten voldoet:

(a)

er is geen sprake van significante verschillen in de aard en complexiteit van de onderliggende risico's van de overeenkomsten die tot dezelfde groep behoren;

(b)

de groepering van overeenkomsten geeft geen verkeerd beeld van de onderliggende risico's van de overeenkomsten en evenmin van de kosten ervan;

(c)

de groepering van overeenkomsten levert waarschijnlijk ongeveer dezelfde uitkomsten voor de berekening van de beste schatting op als een berekening per overeenkomst, met name met betrekking tot in de overeenkomsten opgenomen financiële garanties en contractuele clausules.

Artikel 36

Schadeverzekeringsverplichtingen

1.   De beste schatting voor schadeverzekeringsverplichtingen wordt afzonderlijk berekend voor de premievoorziening en voor de voorziening voor te betalen schaden.

2.   De premievoorziening heeft betrekking op toekomstige schadegebeurtenissen die worden gedekt door verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen die binnen de in artikel 18 bedoelde contractgrens vallen. De kasstroomprognoses voor de berekening van de premievoorziening omvatten met deze gebeurtenissen samenhangende uitkeringen, kosten en premies.

3.   De voorziening voor te betalen schaden heeft betrekking op schadegebeurtenissen die al hebben plaatsgevonden, ongeacht of de uit deze gebeurtenissen voortvloeiende schaden al dan niet reeds zijn gerapporteerd.

4.   De kasstroomprognoses voor de berekening van de voorziening voor te betalen schaden omvatten de uitkeringen, kosten en premies die met de in lid 3 bedoelde gebeurtenissen samenhangen.

Onderafdeling 4

Risicomarge

Artikel 37

Berekening van de risicomarge

1.   De risicomarge voor de gehele portefeuille verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

Formula

waarbij:

(a)

CoC staat voor het kapitaalkostenpercentage (Cost-of-Capital rate);

(b)

de som alle gehele getallen inclusief nul bestrijkt;

(c)

SCR(t) staat voor het in artikel 38, lid 2, bedoelde solvabiliteitskapitaalvereiste na t jaar;

(d)

r(t + 1) staat voor het risicovrije basisrentepercentage voor een looptijd van t + 1 jaar.

Het risicovrije basisrentepercentage r(t + 1) wordt gekozen op basis van de valuta die in de jaarrekening van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt gehanteerd.

2.   Wanneer verzekerings- en herverzekeringsondernemingen hun solvabiliteitskapitaalvereiste met behulp van een goedgekeurd intern model berekenen en bepalen dat het model geschikt is om het in artikel 38, lid 2, bedoelde solvabiliteitskapitaalvereiste op elk tijdstip gedurende de looptijd van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen te berekenen, gebruiken de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het interne model om de in lid 1 bedoelde bedragen van SCR(t) te berekenen.

3.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen rekenen de risicomarge voor de gehele portefeuille verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen toe aan de in artikel 80 van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde branches. Deze toerekening geeft de bijdragen van de branches aan het in artikel 38, lid 2, bedoelde solvabiliteitskapitaalvereiste gedurende de looptijd van de gehele portefeuille verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen op adequate wijze weer.

Artikel 38

Referentieonderneming

1.   Bij de berekening van de risicomarge wordt van alle volgende veronderstellingen uitgegaan:

(a)

de gehele portefeuille verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die de risicomarge berekent (de oorspronkelijke onderneming), wordt door een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming (de referentieonderneming) overgenomen;

(b)

onverminderd punt a) geldt dat wanneer de oorspronkelijke onderneming overeenkomstig artikel 73, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG gelijktijdig het levens- en het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent, de portefeuille met het levensverzekeringsbedrijf samenhangende verzekeringsverplichtingen en de levensherverzekeringsverplichtingen enerzijds, en de portefeuille met het schadeverzekeringsbedrijf samenhangende verzekeringsverplichtingen en de schadeherverzekeringsverplichtingen anderzijds, afzonderlijk door twee verschillende referentieondernemingen worden overgenomen;

(c)

de overdracht van verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen heeft betrekking op alle met deze verplichtingen samenhangende herverzekeringsovereenkomsten en regelingen met special purpose vehicles;

(d)

de referentieonderneming heeft noch verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen, noch eigen vermogen voordat de overdracht plaatsvindt;

(e)

na de overdracht neemt de referentieonderneming geen nieuwe verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen op zich;

(f)

na de overdracht trekt de referentieonderneming in aanmerking komend eigen vermogen aan voor een bedrag dat gelijk is aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat nodig is om de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen gedurende de looptijd ervan te dragen;

(g)

na de overdracht houdt de referentieonderneming activa aan die gelijk zijn aan de som van haar solvabiliteitskapitaalvereiste en de technische voorzieningen, verminderd met de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

(h)

de activa worden op zodanige wijze geselecteerd dat zij het solvabiliteitskapitaalvereiste voor het marktrisico waaraan de referentieonderneming is blootgesteld, tot een minimum beperken;

(i)

het solvabiliteitskapitaalvereiste van de referentieonderneming bestrijkt alle volgende risico's:

i)

het verzekeringstechnische risico dat aan de overgedragen activiteiten verbonden is;

ii)

wanneer dit van materieel belang is, het onder h) bedoelde marktrisico, exclusief het renterisico;

iii)

het kredietrisico met betrekking tot herverzekeringsovereenkomsten, regelingen met special purpose vehicles, tussenpersonen, verzekeringnemers en alle andere materiële blootstellingen die nauw met de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen samenhangen;

iv)

het operationele risico;

(j)

het in artikel 108 van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde verliescompensatievermogen van technische voorzieningen in de referentieonderneming stemt voor elk risico overeen met het verliescompensatievermogen van technische voorzieningen in de oorspronkelijke onderneming;

(k)

voor de referentieonderneming is er geen sprake van het in artikel 108 van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde verliescompensatievermogen van uitgestelde belastingen;

(l)

behoudens het bepaalde in de punten e) en f) ontplooit de referentieonderneming toekomstige beheeractiviteiten die consistent zijn met de in artikel 23 bedoelde veronderstelde toekomstige beheeractiviteiten van de oorspronkelijke onderneming;

2.   Aangenomen wordt dat het in artikel 77, lid 5, eerste alinea, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde solvabiliteitskapitaalvereiste dat nodig is om de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen gedurende de looptijd ervan te dragen, in de in lid 1 beschreven veronderstelling gelijk is aan het solvabiliteitskapitaalvereiste van de referentieonderneming.

3.   Voor de toepassing van lid 1, onder i), wordt een risico als een materieel risico aangemerkt wanneer het effect ervan op de berekening van de risicomarge de besluitvorming of het oordeel van de gebruikers van die informatie, met inbegrip van de toezichthoudende autoriteiten, zou kunnen beïnvloeden.

Artikel 39

Kapitaalkostenpercentage

Aangenomen wordt dat het in artikel 77, lid 5, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde kapitaalkostenpercentage gelijk is aan 6 %.

Onderafdeling 5

Berekening van de technische voorzieningen als geheel

Artikel 40

Omstandigheden waaronder de technische voorzieningen als geheel worden berekend en de te hanteren methode

1.   Voor de toepassing van artikel 77, lid 4, tweede alinea, van Richtlijn 2009/138/EG wordt de betrouwbaarheid beoordeeld overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel en worden de technische voorzieningen gewaardeerd overeenkomstig lid 4 van dit artikel.

2.   De replicatie van kasstromen wordt betrouwbaar geacht wanneer deze kasstromen qua bedrag en qua timing met betrekking tot de onderliggende risico's van deze kasstromen en in alle mogelijke scenario's worden gerepliceerd. De volgende met verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen samenhangende kasstromen kunnen niet op betrouwbare wijze worden gerepliceerd:

(a)

met verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen samenhangende kasstromen die afhankelijk zijn van de waarschijnlijkheid dat verzekeringnemers contractuele clausules, met inbegrip van verval- en afkoopclausules, zullen uitoefenen;

(b)

met verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen samenhangende kasstromen die afhankelijk zijn van het niveau, de trend of de volatiliteit van sterfte-, invaliditeits-, ziekte- en morbiditeitscijfers;

(c)

alle kosten die worden gemaakt bij het nakomen van verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen.

3.   Financiële instrumenten worden beschouwd als financiële instrumenten waarvoor een betrouwbare marktwaarde waarneembaar is wanneer deze financiële instrumenten op een actieve, diepe, liquide en transparante markt worden verhandeld. Actieve markten voldoen ook aan artikel 10, lid 4.

4.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bepalen de waarde van technische voorzieningen op basis van de marktprijs van de bij de replicatie gebruikte financiële instrumenten.

Onderafdeling 6

Bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald

Artikel 41

Algemene bepalingen

1.   De bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, worden berekend op een wijze die consistent is met de contractgrenzen van de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten waarmee die bedragen samenhangen.

2.   De bedragen die op special purpose vehicles kunnen worden verhaald, de bedragen die op in artikel 210 van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde finite herverzekeringsovereenkomsten kunnen worden verhaald, en de bedragen die op andere herverzekeringsovereenkomsten kunnen worden verhaald, worden elk afzonderlijk berekend. De bedragen die op een special purpose vehicle kunnen worden verhaald, zijn niet groter dan de geaggregeerde maximale risicoblootstelling van dit special purpose vehicle jegens de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

3.   Voor de berekening van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, omvatten de kasstromen enkel de betalingen die met de vergoeding van verzekeringsgebeurtenissen en niet-afgewikkelde schaden verband houden. Betalingen die met andere gebeurtenissen of afgewikkelde schaden verband houden, worden niet in aanmerking genomen in de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, en evenmin in andere elementen van de technische voorzieningen. Wanneer voor de kasstromen een deposito is verricht, worden de bedragen die kunnen worden verhaald dienovereenkomstig aangepast om dubbeltelling van de met het deposito samenhangende activa en passiva te vermijden.

4.   De bedragen die uit hoofde van schadeverzekeringsverplichtingen op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, worden op de volgende wijze afzonderlijk berekend voor premievoorzieningen en voor voorzieningen voor te betalen schaden:

(a)

de kasstromen die met voorzieningen voor te betalen schaden samenhangen, omvatten de compensatiebetalingen die verband houden met de schaden die in aanmerking worden genomen in de brutovoorzieningen voor te betalen schaden van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die risico's overdraagt;

(b)

de kasstromen die met premievoorzieningen samenhangen, omvatten alle andere betalingen;

5.   Wanneer kasstromen van de special purpose vehicles naar de verzekerings- of herverzekeringsonderneming niet direct afhankelijk zijn van de schadevorderingen op de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die risico's overdraagt, mogen de bedragen die uit hoofde van toekomstige schaden op deze special purpose vehicles kunnen worden verhaald, slechts in aanmerking worden genomen voor zover op een prudente, betrouwbare en objectieve manier kan worden geverifieerd dat er geen sprake is van een materiële structurele mismatch tussen de schaden en de bedragen die kunnen worden verhaald.

Artikel 42

Correctie voor wanbetaling van een tegenpartij

1.   De in artikel 81 van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde correcties voor verwachte verliezen door wanbetaling van een tegenpartij worden afzonderlijk berekend van de rest van de bedragen die kunnen worden verhaald.

2.   De correctie voor verwachte verliezen door wanbetaling van een tegenpartij wordt berekend als de verwachte contante waarde van de verandering in de kasstromen die ten grondslag liggen aan de bedragen die op die tegenpartij kunnen worden verhaald, welke zich zou voordoen indien de tegenpartij op zeker moment in gebreke zou blijven, onder meer als gevolg van insolventie of een geschil. In dit verband wordt met betrekking tot de verandering in de kasstromen geen rekening gehouden met het effect van elke risicolimiteringstechniek die het kredietrisico van de tegenpartij limiteert en die geen risicolimiteringstechniek is die op het aanhouden van zekerheden is gebaseerd. De risicolimiteringstechnieken waarmee geen rekening wordt gehouden, worden afzonderlijk opgenomen, zonder dat er sprake is van een verhoging van het bedrag dat op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kan worden verhaald.

3.   Bij de in lid 2 bedoelde berekening wordt rekening gehouden met mogelijke wanbetalingsgebeurtenissen die zich tijdens de looptijd van de herverzekeringsovereenkomst of de regeling met het special purpose vehicle voordoen, en met de vraag of en hoe de kans op wanbetaling varieert in de tijd. De berekening wordt afzonderlijk uitgevoerd voor elke tegenpartij en voor elke branche. Bij het schadeverzekeringsbedrijf wordt de berekening ook afzonderlijk uitgevoerd voor premievoorzieningen en voor voorzieningen voor te betalen schaden.

4.   Het in artikel 81 van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde gemiddelde verlies dat uit een wanbetaling van een tegenpartij voortvloeit, wordt niet lager geschat dan 50 % van de bedragen die kunnen worden verhaald, exclusief de in lid 1 bedoelde correctie, tenzij er een betrouwbare basis is voor een andere schatting.

5.   De kans op wanbetaling van een special purpose vehicle wordt berekend op basis van het kredietrisico dat inherent is aan de activa die door het special purpose vehicle worden aangehouden.

AFDELING 4

Relevante risicovrije rentetermijnstructuur

Onderafdeling 1

Algemene bepalingen

Artikel 43

Algemene bepalingen

De percentages van de relevante risicovrije basisrentetermijnstructuur voldoen aan alle volgende criteria:

(a)

verzekerings- en herverzekeringsondernemingen zijn in de praktijk in staat de percentages op een risicovrije manier te verdienen;

(b)

de percentages zijn op betrouwbare wijze bepaald op basis van financiële instrumenten die op een diepe, liquide en transparante financiële markt worden verhandeld.

De percentages van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur worden afzonderlijk berekend voor elke valuta en elke looptijd op basis van alle informatie en gegevens die voor deze valuta en deze looptijd relevant zijn. Zij worden bepaald op een transparante, prudente, betrouwbare en objectieve manier die consistent is in de tijd.

Onderafdeling 2

Risicovrije basisrentetermijnstructuur

Artikel 44

Relevante financiële instrumenten voor de bepaling van de risicovrije basisrentevoeten

1.   Voor elke valuta en elke looptijd worden de risicovrije basisrentevoeten bepaald op basis van de renteswaptarieven voor rentevoeten van die valuta, aangepast voor het kredietrisico.

2.   Voor elke valuta geldt dat voor looptijden waarvoor geen renteswaptarieven op diepe, liquide en transparante financiële markten beschikbaar zijn, voor de bepaling van de risicovrije basisrentevoeten wordt gebruikgemaakt van de rentetarieven van in die valuta uitgegeven overheidsobligaties, aangepast voor het kredietrisico van de overheidsobligaties, op voorwaarde dat die rentetarieven van overheidsobligaties van diepe, liquide en transparante financiële markten afkomstig zijn.

Artikel 45

Aanpassing van swaptarieven voor het kredietrisico

De in artikel 44, lid 1, bedoelde aanpassing voor het kredietrisico wordt bepaald op een transparante, prudente, betrouwbare en objectieve manier die consistent is in de tijd. De aanpassing wordt bepaald op basis van het verschil tussen tarieven die het kredietrisico weergeven dat in het variabele tarief van renteswaps wordt weerspiegeld, en overnight indexed swaptarieven voor dezelfde looptijd, waarbij beide tarieven van diepe, liquide en transparante financiële markten afkomstig zijn. De berekening van de aanpassing is gebaseerd op 50 procent van het gemiddelde van dat verschil over een periode van een jaar. De aanpassing mag niet kleiner zijn dan 10 basispunten en niet groter dan 35 basispunten.

Artikel 46

Extrapolatie

1.   De bij de extrapolatie van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur toegepaste beginselen zijn voor alle valuta's gelijk. Dat geldt ook voor de bepaling van de langste looptijden waarvoor rentetarieven op een diepe, liquide en transparante markt waarneembaar zijn en voor het mechanisme voor een vlotte convergentie naar de ultimate forward rate.

2.   Wanneer verzekerings- en herverzekeringsondernemingen artikel 77 quinquies van Richtlijn 2009/138/EG toepassen, wordt de extrapolatie toegepast op de risicovrije rentevoeten met inbegrip van de in dat artikel bedoelde volatiliteitsaanpassing.

3.   Wanneer verzekerings- en herverzekeringsondernemingen artikel 77 ter van Richtlijn 2009/138/EG toepassen, wordt de extrapolatie gebaseerd op de risicovrije rentevoeten zonder een matchingopslag. De in dat artikel bedoelde matchingopslag wordt toegepast op de geëxtrapoleerde risicovrije rentevoeten.

Artikel 47

Ultimate forward rate

1.   Voor elke valuta is de in artikel 46, lid 1, bedoelde ultimate forward rate stabiel in de tijd en verandert zij alleen als gevolg van veranderingen in de langetermijnverwachtingen. De methode voor de bepaling van de ultimate forward rate is duidelijk gespecificeerd om de uitvoering van scenarioberekeningen door verzekerings- en herverzekeringsondernemingen mogelijk te maken. Zij wordt bepaald op een transparante, prudente, betrouwbare en objectieve manier die consistent is in de tijd.

2.   Voor elke valuta houdt de ultimate forward rate rekening met verwachtingen ten aanzien van de reële rente op lange termijn en met de verwachte inflatie, op voorwaarde dat die verwachtingen op betrouwbare wijze voor die valuta kunnen worden bepaald. De ultimate forward rate bevat geen termijnpremie om het extra risico weer te geven dat aan het aanhouden van langlopende beleggingen verbonden is.

Artikel 48

Risicovrije basisrentetermijnstructuur van valuta's die aan de euro gekoppeld zijn

1.   Voor een aan de euro gekoppelde valuta mag voor de berekening van de beste schatting met betrekking tot in die valuta luidende verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen de voor het valutarisico aangepaste risicovrije basisrentetermijnstructuur voor de euro worden gebruikt, op voorwaarde dat aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

(a)

de koppeling zorgt ervoor dat de wisselkoers van die valuta ten opzichte van de euro binnen een bandbreedte blijft die niet breder is dan 20 % van de bovengrens van de bandbreedte;

(b)

de economische situatie in de eurozone en in de zone van die valuta is voldoende gelijklopend om ervoor te zorgen dat de rentetarieven voor de euro en voor die valuta eenzelfde ontwikkeling te zien geven;

(c)

de koppelingsregeling garandeert dat indien er zich extreme gebeurtenissen op de markt voordoen, de relatieve veranderingen in de wisselkoers over een periode van een jaar niet groter zijn dan de onder a) van deze alinea bedoelde bandbreedte met de in artikel 101, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG vastgestelde betrouwbaarheidsgraad;

(d)

er is aan één van de volgende criteria voldaan:

i)

de betrokken valuta neemt deel aan het Europees wisselkoersmechanisme (WKM II);

ii)

er bestaat een besluit van de Raad waarin de koppelingsregelingen tussen de betrokken valuta en de euro wordt erkend;

iii)

de koppelingsregeling is ingesteld bij de wet van het land tot vaststelling van de valuta van het betrokken land.

Voor de toepassing van punt c) wordt de financiële draagkracht van de partijen die de koppeling garanderen in aanmerking genomen.

2.   De aanpassing voor het valutarisico is negatief en stemt overeen met de kosten voor de afdekking van het risico dat de in de gekoppelde valuta luidende waarde van een belegging in euro afneemt als gevolg van veranderingen in het niveau van de wisselkoers van de euro ten opzichte van de gekoppelde valuta. De aanpassing is gelijk voor alle verzekerings- en herverzekeringsondernemingen.

Onderafdeling 3

Volatiliteitsaanpassing

Artikel 49

Referentieportefeuilles

1.   De in artikel 77 quinquies, leden 2 en 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde referentieportefeuilles worden bepaald op een transparante, prudente, betrouwbare en objectieve manier die consistent is in de tijd. De bij de bepaling van de referentieportefeuilles toegepaste methoden zijn gelijk voor alle valuta's en landen.

2.   Voor elk land en elke valuta worden de activa van de referentieportefeuille gewaardeerd overeenkomstig artikel 10, lid 1, en verhandeld op markten die, behalve in perioden waarin de liquiditeit onder druk staat, aan artikel 40, lid 3, voldoen. Financiële instrumenten die worden verhandeld op markten die tijdelijk niet meer aan artikel 40, lid 3, voldoen, mogen alleen in de portefeuille worden opgenomen wanneer wordt verwacht dat de betrokken markt binnen een redelijk tijdsbestek wederom aan de criteria zal voldoen.

3.   Voor elke valuta en elk land voldoet de referentieportefeuille activa aan alle volgende vereisten:

(a)

voor elke valuta zijn de activa representatief voor de beleggingen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in die valuta ter dekking van de beste schatting van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen die in deze valuta luiden; voor elk land zijn de activa representatief voor de beleggingen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in dat land ter dekking van de beste schatting van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen verbonden aan producten die op de verzekeringsmarkt van dat land zijn verkocht en die in de valuta van dat land luiden;

(b)

wanneer deze beschikbaar zijn, is de portefeuille gebaseerd op relevante indexen die gemakkelijk toegankelijk zijn voor het publiek en waarvoor bekendgemaakte criteria bestaan om te bepalen wanneer en hoe de componenten van die indexen zullen worden gewijzigd;

(c)

de activaportefeuille omvat alle volgende activa:

obligaties, securitisaties en leningen, met inbegrip van hypothecaire leningen;

aandelen;

vastgoed.

Voor de toepassing van de punten a) en b) worden beleggingen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen in instellingen voor collectieve belegging en in andere als fondsen verpakte beleggingen behandeld als beleggingen in de onderliggende waarden.

Artikel 50

Formule voor de berekening van de aan de volatiliteitsaanpassing ten grondslag liggende spread

Voor elke valuta en elk land is de in artikel 77 quinquies, leden 2 en 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde spread gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

wgov staat voor de verhouding tussen de waarde van de overheidsobligaties die in de referentieportefeuille activa voor die valuta of dat land zijn opgenomen, en de waarde van alle activa die in die referentieportefeuille zijn opgenomen;

(b)

Sgov staat voor de gemiddelde valutaspread voor overheidsobligaties die in de referentieportefeuille activa voor die valuta of dat land zijn opgenomen;

(c)

wcorp staat voor de verhouding tussen de waarde van de andere obligaties dan overheidsobligaties, leningen en securitisaties die in de referentieportefeuille activa voor die valuta of dat land zijn opgenomen, en de waarde van alle activa die in die referentieportefeuille zijn opgenomen;

(d)

Scorp staat voor de gemiddelde valutaspread voor de andere obligaties dan overheidsobligaties, leningen en securitisaties die in de referentieportefeuille activa voor die valuta of dat land zijn opgenomen.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „overheidsobligaties” blootstellingen jegens centrale overheden en centrale banken verstaan.

Artikel 51

Voor risico's gecorrigeerde spread

Het deel van de gemiddelde valutaspread dat aan een realistische raming van verwachte verliezen, onverwacht kredietrisico of alle andere in artikel 77 quinquies, leden 3 en 4, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde risico's toe te rekenen is, wordt op dezelfde wijze berekend als de in artikel 77 quater, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG en artikel 54 van deze verordening bedoelde fundamentele spread.

Onderafdeling 4

Matchingopslag

Artikel 52

Mortaliteitsrisicostress

1.   De in artikel 77 ter, lid 1, onder f), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde mortaliteitsrisicostress komt overeen met het slechtste van de volgende twee scenario's wat het effect ervan op het kernvermogen betreft:

(a)

een onmiddellijke permanente stijging met 15 % van de sterftecijfers die voor de berekening van de beste schatting worden gebruikt;

(b)

een onmiddellijke stijging met 0,15 procentpunt van de sterftecijfers (uitgedrukt als percentages) die worden gebruikt bij de berekening van de technische voorzieningen om het sterfteverloop in de volgende 12 maanden weer te geven.

2.   Voor de toepassing van lid 1 is de stijging van de sterftecijfers alleen van toepassing op de verzekeringsovereenkomsten waarvoor de stijging van de sterftecijfers tot een toename van de technische voorzieningen leidt, rekening houdend met al het volgende:

(a)

meerdere verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot dezelfde verzekerde kunnen worden behandeld alsof het om één verzekeringsovereenkomst gaat;

(b)

indien de berekening van technische voorzieningen is gebaseerd op groepen van overeenkomsten als bedoeld in artikel 35, kan de identificatie van de overeenkomsten waarvoor de technische voorzieningen stijgen bij een stijging van de sterftecijfers ook op die groepen van overeenkomsten in plaats van op afzonderlijke overeenkomsten worden gebaseerd, op voorwaarde dat een niet materieel verschillend resultaat wordt verkregen.

3.   Met betrekking tot herverzekeringsverplichtingen heeft de identificatie van de overeenkomsten waarvoor de technische voorzieningen stijgen bij een stijging van de sterftecijfers alleen betrekking op de onderliggende verzekeringsovereenkomsten en wordt deze identificatie uitgevoerd in overeenstemming met lid 2.

Artikel 53

Berekening van de matchingopslag

1.   Bij de in artikel 77 quater, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde berekening houden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen alleen rekening met de toegewezen activa waarvan de verwachte kasstromen nodig zijn om de kasstromen van de portefeuille verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen te repliceren, exclusief alle andere activa. Onder de „verwachte kasstroom” van een actiefpost wordt het volgende verstaan: de kasstroom van de actiefpost die is aangepast voor de kans op wanbetaling op de actiefpost die overeenstemt met het in artikel 77 quater, lid 2, onder a), i), van Richtlijn 2009/138/EG vermelde onderdeel van de fundamentele spread, dan wel, indien uit de wanbetalingsstatistieken geen betrouwbare kredietspread kan worden afgeleid, het deel van het langetermijngemiddelde van de spread ten opzichte van de risicovrije rente als bedoeld in artikel 77 quater, lid 2, onder b) en c), van genoemde richtlijn.

2.   De in artikel 77 quater, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde aftrek van de fundamentele spread van de uitkomst van de in artikel 77 quater, lid 1, onder a), van genoemde richtlijn beschreven berekening mag alleen betrekking hebben op het deel van de fundamentele spread dat nog niet is weerspiegeld door de aanpassing van de kasstromen van de toegewezen activaportefeuille, zoals beschreven in lid 1 van dit artikel.

Artikel 54

Berekening van de fundamentele spread

1.   De in artikel 77 quater, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde fundamentele spread wordt berekend op een transparante, prudente, betrouwbare en objectieve manier die consistent is in de tijd, op basis van relevante indexen voor zover deze beschikbaar zijn. De methoden voor de bepaling van de fundamentele spread van een obligatie zijn voor elke valuta en voor elk land gelijk en kunnen verschillend zijn voor overheidsobligaties en voor andere obligaties.

2.   Bij de berekening van de in artikel 77 quater, lid 2, onder a), i), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde kredietspread wordt uitgegaan van de veronderstelling dat in geval van wanbetaling 30 % van de marktwaarde kan worden gerealiseerd.

3.   Het in artikel 77 quater, lid 2, onder b) en c), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde langetermijngemiddelde is gebaseerd op gegevens met betrekking tot de laatste 30 jaar. Wanneer een deel van die gegevens niet beschikbaar is, wordt dit vervangen door gereconstrueerde gegevens. De gereconstrueerde gegevens zijn gebaseerd op de beschikbare en betrouwbare gegevens met betrekking tot de laatste 30 jaar. Gegevens die niet betrouwbaar zijn, worden vervangen door gereconstrueerde gegevens waarvoor van dezelfde methodologie is gebruikgemaakt. De gereconstrueerde gegevens zijn op prudente aannamen gebaseerd.

4.   Het in artikel 77 quater, lid 2, onder a), ii), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde verwachte verlies stemt overeen met het kansgewogen verlies dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming lijdt wanneer de actiefpost in een lagere kredietkwaliteitscategorie wordt ingedeeld en onmiddellijk daarna wordt vervangen. Bij de berekening van het verwachte verlies wordt uitgegaan van de veronderstelling dat de vervangende actiefpost aan alle volgende criteria voldoet:

(a)

de vervangende actiefpost heeft hetzelfde kasstroompatroon als de vervangen actiefpost vóór de afwaardering ervan;

(b)

de vervangende actiefpost maakt deel uit van dezelfde activaklasse als de vervangen actiefpost;

(c)

de vervangende actiefpost behoort tot dezelfde of een hogere kredietkwaliteitscategorie als de vervangen actiefpost vóór de afwaardering ervan.

AFDELING 5

Verzekeringsbranches

Artikel 55

Verzekeringsbranches

1.   De verzekeringsbranches als bedoeld in artikel 80 van Richtlijn 2009/138/EG zijn die welke in bijlage I bij deze verordening zijn vermeld.

2.   De toewijzing van een verzekerings- of herverzekeringsverplichting aan een bepaalde branche geeft de aard van de risico's weer die met de verplichting verbonden zijn. De rechtsvorm van de verplichting is niet noodzakelijk bepalend voor de aard van het risico.

3.   Verplichtingen in het ziekteverzekeringsbedrijf dat op een soortgelijke technische grondslag wordt uitgeoefend als het levensverzekeringsbedrijf, worden toegewezen aan de levensverzekeringsbranche en verplichtingen in het ziekteverzekeringsbedrijf dat op een soortgelijke technische grondslag wordt uitgeoefend als het schadeverzekeringsbedrijf, worden toegewezen aan de schadeverzekeringsbranche, mits de technische grondslag consistent is met de aard van de risico's die met de verplichtingen verbonden zijn.

4.   Wanneer de verzekeringsverplichtingen die voortvloeien uit de in artikel 2, lid 3, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG bedoelde verrichtingen op grond van hun aard niet duidelijk kunnen worden toegewezen aan de in bijlage I bij deze verordening genoemde branches, worden zij opgenomen in branche 32 zoals in die bijlage vermeld.

5.   Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst zowel levens- als schadeverzekeringsrisico's dekt, worden de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen opgesplitst in een onderdeel levensverzekering en een onderdeel schadeverzekering.

6.   Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst risico's van verschillende branches dekt als vermeld in bijlage I bij deze verordening, worden de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen zoveel mogelijk opgesplitst en bij de desbetreffende branches ondergebracht.

7.   Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsovereenkomst ziekteverzekerings- of ziekteherverzekeringsverplichtingen en andere verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen omvat, worden deze verplichtingen zoveel mogelijk opgesplitst.

AFDELING 6

Evenredigheid en vereenvoudigingen

Artikel 56

Evenredigheid

1.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen gebruiken voor de berekening van technische voorzieningen methoden die evenredig zijn met de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die met hun verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen verbonden zijn.

2.   Om te bepalen of een methode voor de berekening van technische voorzieningen evenredig is, voeren verzekerings- en herverzekeringsondernemingen een beoordeling uit die de volgende elementen omvat:

(a)

een beoordeling van de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die met hun verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen verbonden zijn;

(b)

een kwalitatieve of kwantitatieve evaluatie van de fout die in de resultaten van de methode optreedt als gevolg van een eventueel verschil tussen:

i)

de aannamen die aan de methode ten grondslag liggen met betrekking tot de risico's;

ii)

de resultaten van de beoordeling als bedoeld in punt a).

3.   De beoordeling als bedoeld in lid 2, onder a), omvat alle risico's die van invloed zijn op het bedrag, het tijdstip en de waarde van de alle instroom en uitstroom van kasmiddelen die nodig zijn voor de afwikkeling van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen gedurende de looptijd ervan. Voor de berekening van de risicomarge omvat de beoordeling alle risico's waarnaar in artikel 38, lid 1, onder i), wordt verwezen gedurende de looptijd van de onderliggende verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen. De beoordeling blijft beperkt tot de risico's die relevant zijn voor dat onderdeel van de berekening van technische voorzieningen waarop de methode wordt toegepast.

4.   Een methode wordt als onevenredig beschouwd met de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's indien de fout als bedoeld in lid 2, onder b), tot een onjuiste opgave van de technische voorzieningen of van delen daarvan leidt die de besluitvorming of het oordeel van de beoogde gebruiker van de informatie betreffende de waarde van de technische voorzieningen zou kunnen beïnvloeden, tenzij aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

(a)

er is geen andere methode met een kleinere fout beschikbaar en het is niet waarschijnlijk dat de methode tot een te lage schatting van het bedrag van de technische voorzieningen zal leiden;

(b)

de methode levert een bedrag van de technische voorzieningen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming op dat hoger is dan het bedrag dat uit het gebruik van een evenredige methode zou resulteren, en de methode leidt niet tot een te lage inschatting van het risico dat inherent is aan de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen waarop zij wordt toegepast.

Artikel 57

Vereenvoudigde berekening van bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald

1.   Onverminderd artikel 56 van deze verordening mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, alvorens zij deze bedragen corrigeren voor de verwachte verliezen door wanbetaling van de tegenpartij, berekenen als het verschil tussen de volgende schattingen:

(a)

de beste schatting, bruto berekend als bedoeld in artikel 77, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG;

(b)

de beste schatting, na inaanmerkingneming van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald en zonder correctie voor de verwachte verliezen door wanbetaling van de tegenpartij (niet-gecorrigeerde netto beste schatting), berekend overeenkomstig lid 2.

2.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen mogen methoden gebruiken waarbij de niet-gecorrigeerde netto beste schatting wordt afgeleid van de bruto beste schatting zonder expliciete projectie van de kasstroom die ten grondslag ligt aan de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald. Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen berekenen de niet-gecorrigeerde netto beste schatting op basis van homogene risicogroepen. Elk van deze homogene risicogroepen heeft op niet meer dan één herverzekeringsovereenkomst of special purpose vehicle betrekking, tenzij die herverzekeringsovereenkomsten of special purpose vehicles voorzien in een overdracht van homogene risico's.

Artikel 58

Vereenvoudigde berekening van de risicomarge

Onverminderd artikel 56 mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen vereenvoudigde methoden gebruiken wanneer zij de risicomarge berekenen, met inbegrip van een of meer van de volgende methoden:

(a)

methoden waarbij gebruik wordt gemaakt van benaderingen van de bedragen die worden weergegeven door de termen SCR(t) als bedoeld in artikel 37, lid 1;

(b)

methoden waarbij de gedisconteerde som van de bedragen die worden weergegeven door de termen SCR(t) als bedoeld in artikel 37, lid 1, wordt benaderd zonder dat elk van deze bedragen afzonderlijk wordt berekend.

Artikel 59

Berekeningen van de risicomarge gedurende het boekjaar

Onverminderd artikel 56 mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de risicomarge voor berekeningen die elk kwartaal moeten worden uitgevoerd, afleiden van het resultaat van een eerdere berekening van de risicomarge zonder dat de in artikel 37, lid 1, bedoelde formule expliciet wordt berekend.

Artikel 60

Vereenvoudigde berekening van de beste schatting voor verzekeringsverplichtingen met een premie-aanpassingsmechanisme

Onverminderd artikel 56 mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de beste schatting voor levensverzekeringsverplichtingen met een regeling waarbij de verzekeringsonderneming het recht of de plicht heeft om de toekomstige premies van een verzekeringsovereenkomst op zodanige wijze aan te passen dat materiële wijzigingen in het verwachte niveau van schaden en kosten worden weerspiegeld (premie-aanpassingsmechanisme), berekenen met kasstroomprojecties waarbij wordt aangenomen dat wijzigingen in het niveau van schaden en kosten gelijktijdig met premie-aanpassingen plaatsvinden en een netto kasstroom opleveren die gelijk is aan nul, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

(a)

het premie-aanpassingsmechanisme compenseert de verzekeringsonderneming tijdig ten volle voor eventuele stijgingen van het niveau van schaden en kosten;

(b)

de berekening leidt niet tot een te lage raming van de beste schatting;

(c)

de berekening leidt niet tot een onderschatting van het met deze verzekeringsverplichtingen verbonden risico.

Artikel 61

Vereenvoudigde berekening van de correctie voor wanbetaling van een tegenpartij

Onverminderd artikel 56 van deze verordening mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de correctie van verwachte verliezen door wanbetaling van de tegenpartij als bedoeld in artikel 81 van Richtlijn 2009/138/EG, voor een specifieke tegenpartij en homogene risicogroep berekenen als zijnde gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

PD staat voor de kans op wanbetaling van die tegenpartij gedurende de eerstvolgende 12 maanden;

(b)

Durmod staat voor de modified duration van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten met die tegenpartij kunnen worden verhaald met betrekking tot die homogene risicogroep;

(c)

BErec staat voor de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten met die tegenpartij kunnen worden verhaald met betrekking tot die homogene risicogroep.

HOOFDSTUK IV

EIGEN VERMOGEN

AFDELING 1

Bepaling van het eigen vermogen

Onderafdeling 1

Goedkeuring van het aanvullend vermogen door de toezichthoudende autoriteit

Artikel 62

Beoordeling van de aanvraag

1.   De toezichthoudende autoriteiten houden, met het oog op de beoordeling als bedoeld in artikel 90, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG, rekening met alle volgende elementen:

(a)

de rechtsgeldigheid en de afdwingbaarheid in rechte van de voorwaarden van de verbintenis in alle relevante rechtsgebieden;

(b)

de contractuele voorwaarden van de regeling die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming is aangegaan of zal aangaan met de tegenpartijen die de middelen verstrekken;

(c)

in voorkomend geval, de statuten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;

(d)

of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming over procedures beschikt om de toezichthoudende autoriteiten in kennis te stellen van eventuele toekomstige veranderingen, die kunnen leiden tot een beperking van het vermogen van het aanvullendvermogensbestanddeel om verliezen te compenseren, ten aanzien van een van de volgende elementen:

i)

de structuur of contractuele voorwaarden van de regeling;

ii)

de status van de betrokken tegenpartijen;

iii)

de invorderbaarheid van het aanvullendvermogensbestanddeel.

2.   De toezichthoudende autoriteiten beoordelen tevens of aan artikel 90 van Richtlijn 2009/138/EG is voldaan, waarbij zij rekening houden met de verschillende omstandigheden waaronder het bestanddeel kan worden opgevraagd om verliezen te compenseren.

3.   Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming om goedkeuring verzoekt van een methode om het bedrag van elk aanvullendvermogensbestanddeel te bepalen, beoordelen de toezichthoudende autoriteiten of de door de onderneming gevolgde procedure voor de periodieke validering van de methode garandeert dat de resultaten van de methode doorlopend het vermogen van het bestanddeel om verliezen te compenseren, weerspiegelen.

4.   Naast de vereisten van de leden 1 tot en met 3 beoordelen de toezichthoudende autoriteiten de aanvraag tot goedkeuring van aanvullend vermogen op basis van de criteria die in de artikelen 63, 64 en 65 zijn vermeld.

Artikel 63

Beoordeling van de aanvraag — Status van de tegenpartijen

1.   De toezichthoudende autoriteiten nemen, met het oog op de beoordeling van het vermogen van de tegenpartijen om te betalen als bedoeld in artikel 90, lid 4, onder a), van Richtlijn 2009/138/EG, alle volgende elementen in aanmerking:

(a)

het aan de tegenpartijen verbonden wanbetalingsrisico;

(b)

het risico dat een eventuele vertraging waarmee de tegenpartijen hun verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel nakomen, tot wanbetaling aanleiding geeft.

2.   Met betrekking tot lid 1, onder a), beoordelen de toezichthoudende autoriteiten het aan de tegenpartijen verbonden wanbetalingsrisico door de kans op wanbetaling van de tegenpartijen en het verlies bij wanbetaling te onderzoeken, waarbij zij met alle volgende criteria rekening houden:

(a)

de kredietwaardigheid van de tegenpartijen, mits deze naar behoren het vermogen van de tegenpartijen weerspiegelt om hun verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel na te komen;

(b)

of er geen feitelijke of juridische belemmeringen aanwezig of te voorzien zijn voor de nakoming door de tegenpartijen van hun verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel;

(c)

of de tegenpartijen niet aan wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften onderworpen zijn die hun vermogen beperken om hun verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel na te komen;

(d)

of de rechtsvorm van de tegenpartijen afbreuk doet aan het vermogen van de tegenpartijen om hun verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel na te komen;

(e)

of de tegenpartijen geen andere risicoblootstellingen hebben die hun vermogen beperken om hun verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel na te komen;

(f)

of, wat hun verbintenis uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel betreft, de contractuele voorwaarden van de regeling in het kader van enigerlei toepasselijke wetgeving van dien aard zijn dat de tegenpartijen het recht hebben om bedragen die zij verschuldigd zijn, te verrekenen tegen eventuele bedragen die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming aan hen verschuldigd is.

3.   Met betrekking tot lid 1, onder b), beoordelen de toezichthoudende autoriteiten de liquiditeitspositie van de tegenpartijen, waarbij zij rekening houden met alle volgende elementen:

(a)

of er geen feitelijke of juridische belemmeringen aanwezig of te voorzien zijn voor het vermogen van de tegenpartijen om hun verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel terstond na te komen;

(b)

of de tegenpartijen niet aan wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften onderworpen zijn die hun vermogen kunnen beperken om hun verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel terstond na te komen;

(c)

of de rechtsvorm van de tegenpartijen afbreuk doet aan het vermogen van de tegenpartijen om hun verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel terstond na te komen.

4.   De toezichthoudende autoriteiten nemen, met het oog op de beoordeling van de bereidheid van de tegenpartijen om te betalen als bedoeld in artikel 90, lid 4, onder a), van Richtlijn 2009/138/EG, alle volgende elementen in aanmerking:

(a)

de verschillende omstandigheden waaronder het aanvullendvermogensbestanddeel kan worden opgevraagd om verliezen te compenseren;

(b)

of er positieve of negatieve stimulansen bestaan die van invloed kunnen zijn op de bereidheid van de tegenpartijen om hun verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel na te komen;

(c)

of eerdere transacties tussen de tegenpartijen en de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met inbegrip van de eerdere nakoming door de tegenpartijen van hun verbintenissen uit hoofde van aanvullendvermogensbestanddelen, een indicatie geven van de bereidheid van de tegenpartijen om hun actuele verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel na te komen.

5.   De toezichthoudende autoriteiten houden, bij de beoordeling van het vermogen en de bereidheid van de tegenpartijen om te betalen, rekening met eventuele andere factoren die van belang zijn voor de status van de tegenpartijen, in voorkomend geval met inbegrip van het bedrijfsmodel van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

6.   Wanneer een aanvullendvermogensbestanddeel een groep van tegenpartijen aangaat, mogen toezichthoudende autoriteiten en verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de status van de tegenpartijen beoordelen door de groep van tegenpartijen als één enkele tegenpartij te beschouwen, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

(a)

de tegenpartijen zijn individueel niet-materieel;

(b)

de tegenpartijen in die groep zijn voldoende homogeen;

(c)

bij de beoordeling van een groep van tegenpartijen wordt het vermogen en de bereidheid van de tot deze groep behorende tegenpartijen om te betalen niet overschat.

7.   Een tegenpartij wordt als belangrijk aangemerkt wanneer de status van deze ene tegenpartij waarschijnlijk een onevenredig groot effect zal hebben op de beoordeling van het vermogen en de bereidheid om te betalen van de groep van tegenpartijen.

Artikel 64

Beoordeling van de aanvraag — Invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel

De toezichthoudende autoriteiten nemen, met het oog op de beoordeling van de invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel als bedoeld in artikel 90, lid 4, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG alle volgende elementen in aanmerking:

(a)

of de invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel wordt vergroot door de beschikbaarheid van zekerheden of een analoge regeling die aan de vereisten van de artikelen 209 tot en met 214 voldoet;

(b)

of er een feitelijke of juridische belemmering aanwezig of te voorzien is voor de invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel;

(c)

of de invorderbaarheid van het vermogensbestanddeel niet aan wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften onderworpen is;

(d)

het vermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming om af te dwingen dat de tegenpartijen hun verbintenissen uit hoofde van het aanvullendvermogensbestanddeel nakomen.

Artikel 65

Beoordeling van de aanvraag — Informatie over de afloop van eerdere opvragingen

De toezichthoudende autoriteiten nemen, met het oog op de beoordeling van de informatie over de afloop van eerdere opvragingen als bedoeld in artikel 90, lid 4, onder c), van Richtlijn 2009/138/EG alle volgende elementen in aanmerking:

(a)

of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming eerdere opvragingen heeft gedaan bij dezelfde of soortgelijke tegenpartijen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden;

(b)

of die informatie dienstig en betrouwbaar is wat de verwachte afloop van toekomstige opvragingen betreft.

Artikel 66

Specificatie van een bedrag in geval van een onbeperkt bedrag aan aanvullend vermogen

1.   De toezichthoudende autoriteiten keuren geen onbeperkt bedrag aan aanvullend vermogen goed.

2.   Wanneer de toezichthoudende autoriteiten een bedrag aan aanvullend vermogen goedkeuren, wordt in het besluit van de toezichthoudende autoriteiten nader aangegeven of het goedgekeurde bedrag het bedrag is dat door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming is aangevraagd, of dat het een lager bedrag betreft.

Artikel 67

Specificatie van bedrag en tijdstip in verband met de goedkeuring van een methode

Wanneer de toezichthoudende autoriteiten goedkeuring verlenen voor een methode om het bedrag van elk aanvullendvermogensbestanddeel te bepalen, vermeldt het besluit van de toezichthoudende autoriteiten alle volgende elementen:

(a)

het initiële bedrag van het aanvullendvermogensbestanddeel dat met behulp van deze methode is berekend op de datum waarop de goedkeuring is verleend;

(b)

de minimale frequentie waarmee het bedrag van het aanvullendvermogensbestanddeel met behulp van deze methode wordt herberekend indien deze frequentie groter is dan eenmaal per jaar, en de redenen voor die frequentie;

(c)

de periode waarvoor het bedrag van het aanvullendvermogensbestanddeel met behulp van deze methode mag worden berekend.

Onderafdeling 2

Behandeling van deelnemingen als eigen vermogen

Artikel 68

Behandeling van deelnemingen bij de bepaling van het kernvermogen

1.   Om het kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen te bepalen, wordt het kernvermogen als bedoeld in artikel 88 van Richtlijn 2009/138/EG verminderd met de volledige waarde van de deelnemingen, als bedoeld in artikel 92, lid 2, van die richtlijn, in een financiële en kredietinstelling die meer dan 10 % uitmaakt van de in artikel 69, onder a), i), ii), iv) en vi) opgenomen bestanddelen.

2.   Om het kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen te bepalen, wordt het kernvermogen als bedoeld in artikel 88 van Richtlijn 2009/138/EG verminderd met het gedeelte van de waarde van alle deelnemingen, als bedoeld in artikel 92, lid 2, van die richtlijn, in financiële en kredietinstellingen, met uitzondering van de deelnemingen als bedoeld in lid 1, dat meer dan 10 % uitmaakt van de in artikel 69, onder a), i), ii), iv) en vi), genoemde bestanddelen.

3.   In afwijking van de leden 1 en 2, passen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen geen aftrek toe op deelnemingen van strategische aard als bedoeld in artikel 171, die worden meegeteld bij de berekening van de solvabiliteit van de groep op basis van methode 1 zoals beschreven in bijlage I bij Richtlijn 2002/87/EG.

4.   De in lid 2 beschreven aftrekkingen worden pro rata op alle in dat lid bedoelde deelnemingen toegepast.

5.   De in de leden 1 en 2 beschreven aftrekkingen worden toegepast op de dienovereenkomstige tier waarin de deelneming het eigen vermogen van de betrokken onderneming heeft verhoogd, en wel als volgt:

(a)

deelnemingen in Tier 1-kernkapitaalbestanddelen van financiële en kredietinstellingen worden afgetrokken van de in artikel 69, onder a), i), ii), iv) en vi), genoemde bestanddelen;

(b)

deelnemingen in aanvullende Tier 1-instrumenten van financiële en kredietinstellingen worden afgetrokken van de in artikel 69, onder a), iii) en v), en onder b), genoemde bestanddelen;

(c)

deelnemingen in Tier 2-instrumenten van financiële en kredietinstellingen worden afgetrokken van de in artikel 72 genoemde kernvermogensbestanddelen.

AFDELING 2

Indeling van het eigen vermogen

Artikel 69

Tier 1 — Overzicht van eigenvermogensbestanddelen

De volgende kernvermogensbestanddelen worden geacht in hoge mate de in artikel 93, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 2009/138/EG genoemde kenmerken te bezitten, rekening houdend met de elementen die in artikel 93, lid 2, van die richtlijn worden vermeld, en worden ingedeeld in Tier 1 indien die bestanddelen alle in artikel 71 genoemde kenmerken bezitten:

(a)

het deel van het positieve verschil tussen de activa en de verplichtingen, gewaardeerd overeenkomstig artikel 75 en afdeling 2 van hoofdstuk VI van Richtlijn 2009/138/EG, dat de volgende bestanddelen omvat:

i)

gestort gewoon aandelenkapitaal en het daarmee verbonden agio;

ii)

gestort beginkapitaal, bijdragen van leden of het daaraan gelijk te stellen kernvermogensbestanddeel voor onderlinge waarborgmaatschappijen of onderlinge verzekeringsmaatschappijen;

iii)

gestorte achtergestelde ledenrekeningen;

iv)

surplusfondsen die niet als verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen worden beschouwd overeenkomstig artikel 91, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG;

v)

gestorte preferente aandelen en het daarmee verbonden agio;

vi)

een reconciliatiereserve;

(b)

gestorte achtergestelde verplichtingen, gewaardeerd overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG.

Artikel 70

Reconciliatiereserve

1.   De reconciliatiereserve als bedoeld in artikel 69, onder a), vi), is gelijk aan het totale positieve verschil tussen de activa en de verplichtingen, verminderd met alle volgende elementen:

(a)

het bedrag van de eigen aandelen die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden aangehouden;

(b)

te verwachten dividenden, uitkeringen en kosten;

(c)

de kernvermogensbestanddelen als opgenomen in artikel 69, onder a), i) tot en met v), artikel 72, onder a), en artikel 76, onder a);

(d)

de kernvermogensbestanddelen die niet zijn opgenomen in artikel 69, onder a), i) tot en met v), artikel 72, onder a), en artikel 76, onder a), die door de toezichthoudende autoriteit zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel 79;

(e)

de beperkte eigenvermogensbestanddelen die aan een van de volgende voorwaarden voldoen:

i)

zij overschrijden het theoretische solvabiliteitskapitaalvereiste in het geval van matchingopslagportefeuilles en afgezonderde fondsen als bepaald overeenkomstig artikel 81, lid 1;

ii)

zij zijn uitgesloten overeenkomstig artikel 82, lid 2;

(f)

het bedrag aan deelnemingen in financiële en kredietinstellingen als bedoeld in artikel 92, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG, afgetrokken overeenkomstig artikel 68, in zoverre dit niet reeds is opgenomen in punt a) tot en met e).

2.   Het positieve verschil tussen activa en verplichtingen als bedoeld in lid 1 omvat het bedrag dat overeenkomt met de verwachte winst die in de in de toekomst te ontvangen premies is vervat zoals vermeld in artikel 260, lid 2.

3.   De vaststelling of, en in welke mate, de reconciliatiereserve de in artikel 71 genoemde elementen bevat, houdt geen beoordeling in van de elementen van de activa en verplichtingen die worden meegeteld bij de berekening van het positieve verschil tussen activa en verplichtingen of van de onderliggende bestanddelen in de jaarrekening van de onderneming.

Artikel 71

Tier 1 — Elementen die de indeling bepalen

1.   De elementen als bedoeld in artikel 69 zijn als volgt:

(a)

het kernvermogensbestanddeel:

i)

wordt, in het geval van bestanddelen als bedoeld in artikel 69, onder a), i) en ii), achtergesteld bij alle andere vorderingen in het kader van de liquidatie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;

ii)

heeft, in het geval van bestanddelen als bedoeld in artikel 69, onder a), iii) en v), en onder b), dezelfde of een hogere rangorde dan de bestanddelen als bedoeld in artikel 69, onder a), i) en ii), maar heeft een lagere rangorde dan de in de artikelen 72 en 76 genoemde bestanddelen die de in respectievelijk artikel 73 en artikel 77 genoemde elementen bevatten, en een lagere rangorde dan de vorderingen van alle verzekeringnemers en begunstigden en niet-achtergestelde crediteuren;

(b)

het kernvermogensbestanddeel bevat geen elementen die de insolventie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming kunnen veroorzaken of bespoedigen;

(c)

het kernvermogensbestanddeel is onmiddellijk beschikbaar om verliezen te compenseren;

(d)

het kernvermogensbestanddeel compenseert verliezen ten minste zodra niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, en vormt geen belemmering voor de herkapitalisatie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;

(e)

het kernvermogensbestanddeel bezit, in het geval van bestanddelen als bedoeld in artikel 69, onder a), iii) en v), en onder b), een van de volgende verliescompensatiemechanismen voor de hoofdsom die bij de in lid 8 genoemde triggergebeurtenis in werking moeten treden:

i)

het nominale bedrag of de hoofdsom van het kernvermogensbestanddeel wordt afgeschreven zoals in lid 5 is vermeld;

ii)

het kernvermogensbestanddeel wordt automatisch omgezet in een kernvermogensbestanddeel als genoemd in artikel 69, onder a), i) of ii), zoals in lid 6 is vermeld;

iii)

een verliescompensatiemechanisme voor de hoofdsom waarmee eenzelfde resultaat wordt bereikt als met de in punt i) of ii) genoemde verliescompensatiemechanismen voor de hoofdsom;

(f)

het kernvermogensbestanddeel voldoet aan een van de volgende criteria:

i)

in het geval van bestanddelen als bedoeld in artikel 69, onder a), i) en ii), is het bestanddeel niet gedateerd of heeft het, wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een vaste looptijd heeft, dezelfde looptijd als de onderneming;

ii)

in het geval van bestanddelen als bedoeld in artikel 69, onder a), iii) en v), en onder b), is het bestanddeel niet gedateerd; de eerste contractuele gelegenheid om het kernvermogensbestanddeel terug te betalen of af te lossen doet zich niet binnen vijf jaar na de uitgiftedatum voor;

(g)

het kernvermogensbestanddeel als bedoeld in artikel 69, onder a), iii) en v), en onder b), mag de terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel tussen vijf en tien jaar na de datum van uitgifte alleen bieden indien het solvabiliteitskapitaalvereiste van de onderneming met een passende marge wordt overschreden, rekening houdend met de solvabiliteitspositie van de onderneming, met inbegrip van het kapitaalbeheersplan van de onderneming op middellange termijn;

(h)

het kernvermogensbestanddeel kan, in het geval van de in artikel 69, onder a), i), ii), iii), en v) en onder b), genoemde bestanddelen, enkel worden terugbetaald of afgelost naar keuze van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en de terugbetaling of aflossing van het kernvermogensbestanddeel is onderworpen aan voorafgaande goedkeuring door de toezichthouders;

(i)

het kernvermogensbestanddeel is, in het geval van de in artikel 69, onder a), i), ii), iii), en v) en onder b), genoemde bestanddelen, vrij van stimulansen tot terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel waardoor het waarschijnlijker wordt dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming dat bestanddeel zal terugbetalen of aflossen indien zij daartoe de keuze heeft;

(j)

het kernvermogensbestanddeel voorziet, in het geval van de in artikel 69, onder a), i), ii), iii), en v) en onder b), genoemde bestanddelen, in de opschorting van de terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel indien niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of indien terugbetaling of aflossing ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, totdat de onderneming aan het solvabiliteitskapitaalvereiste voldoet en terugbetaling of aflossing er niet toe leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan;

(k)

onverminderd punt j), mag het kernvermogensbestanddeel de mogelijkheid tot terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel terwijl niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of terugbetaling of aflossing ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, alleen bieden indien alle volgende voorwaarden worden nageleefd:

i)

de toezichthoudende autoriteit bij wijze van uitzondering heeft afgezien van de opschorting van de terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel;

ii)

het bestanddeel wordt geruild tegen of omgezet in een ander Tier 1-eigenvermogensbestanddeel van ten miste dezelfde kwaliteit;

iii)

na de terugbetaling of aflossing aan het minimumkapitaalvereiste wordt voldaan.

(l)

het kernvermogensbestanddeel voldoet aan een van de volgende criteria:

i)

in het geval van de in artikel 69, lid 1, onder a), i) en ii), genoemde bestanddelen kunnen, hetzij op grond van de juridische hetzij op grond van de contractuele regelingen die van toepassing zijn op het kernvermogensbestanddeel, uitkeringen met betrekking tot dat bestanddeel worden geschrapt indien niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of indien de uitkering ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, totdat de onderneming aan het solvabiliteitskapitaalvereiste voldoet en de uitkering er niet toe leidt dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan;

ii)

in het geval van de in artikel 69, onder a), iii) en v), en onder b), genoemde bestanddelen voorzien de voorwaarden van de contractuele regeling die van toepassing is op het kernvermogensbestanddeel in de schrapping van de uitkeringen met betrekking tot dat bestanddeel indien niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of indien de uitkering ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, totdat de onderneming aan het solvabiliteitskapitaalvereiste voldoet en de uitkering er niet toe leidt dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan;

(m)

het kernvermogensbestanddeel mag de mogelijkheid tot uitkering terwijl niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of de uitkering uit hoofde van een kernvermogensbestanddeel ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, alleen bieden indien alle volgende voorwaarden worden nageleefd:

i)

de toezichthoudende autoriteit heeft bij wijze van uitzondering afgezien van de schrapping van uitkeringen;

ii)

de uitkering leidt niet tot een verdere verzwakking van de solvabiliteitspositie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;

iii)

na de uitkering wordt aan het minimumkapitaalvereiste voldaan.

(n)

het kernvermogensbestanddeel verleent, in het geval van de in artikel 69, onder a), i), ii), iii), en v) en onder b), genoemde bestanddelen, de verzekerings- of herverzekeringsonderneming volledige flexibiliteit bij uitkeringen op basis van het kernvermogensbestanddeel;

(o)

het kernvermogensbestanddeel is niet bezwaard en is niet dusdanig aan een andere transactie gekoppeld dat het niet voldoet aan de vereisten van artikel 94, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG.

2.   Voor de toepassing van dit artikel wordt de ruil of omzetting van een kernvermogensbestanddeel voor of in een ander Tier 1-kernvermogensbestanddeel of de terugbetaling of aflossing van een Tier 1-eigenvermogensbestanddeel met de opbrengst van een nieuw kernvermogensbestanddeel van ten minste dezelfde kwaliteit, niet als terugbetaling of aflossing beschouwd mits de uitwisseling, omzetting, terugbetaling of aflossing aan de goedkeuring van de toezichthoudende autoriteit wordt onderworpen.

3.   Voor de toepassing van lid 1, onder n), wordt, in het geval van de in artikel 69, lid 1, onder a), i) en ii), bedoelde kernvermogensbestanddelen volledige flexibiliteit bij uitkeringen verleend indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

er is geen voorkeursbehandeling met betrekking tot de volgorde van de betaling van de uitkeringen en de voorwaarden van de contractuele regeling die op het eigenvermogensbestanddeel van toepassing is voorzien niet in preferentiële rechten bij de betaling van uitkeringen;

b)

de uitkeringen worden betaald met uitkeerbare bestanddelen;

c)

het niveau van de uitkeringen wordt niet bepaald op basis van het bedrag waarvoor het eigenvermogensbestanddeel bij uitgifte werd aangekocht, en er is geen plafond of andere beperking wat het maximale uitkeringsniveau betreft;

d)

onverminderd punt c) mag, in het geval van door onderlinge waarborgmaatschappijen of onderlinge verzekeringsmaatschappijen uitgegeven instrumenten, een plafond of andere beperking van het maximale uitkeringsniveau worden vastgesteld, mits dat plafond of die andere beperking geen gebeurtenis is die gekoppeld is aan de al dan niet te verrichten uitkeringen op basis van andere eigenvermogensbestanddelen;

e)

er is geen verplichting voor een verzekerings- of herverzekeringsonderneming om uitkeringen te verrichten;

f)

het niet-verrichten van uitkeringen vormt geen wanbetaling door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;

g)

de schrapping van uitkeringen legt geen beperkingen op aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

4.   Voor de toepassing van lid 1, onder n), wordt, in het geval van de in artikel 69, lid 1, onder a), iii) en v), en onder b), bedoelde kernvermogensbestanddelen, volledige flexibiliteit bij uitkeringen verleend indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de uitkeringen worden betaald met uitkeerbare bestanddelen;

b)

de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen hebben te allen tijde de volledige bevoegdheid om uitkeringen op basis van het eigenvermogensbestanddeel voor een onbeperkte periode en op niet-cumulatieve basis te schrappen en zij mogen dergelijke geschrapte betalingen zonder beperking gebruiken om aan hun verplichtingen te voldoen wanneer deze vervallen;

c)

er is geen verplichting om de uitkering te vervangen door een betaling in enige andere vorm;

d)

er is geen verplichting om uitkeringen te verrichten indien een uitkering plaatsvindt op basis van een ander eigenvermogensbestanddeel;

e)

het niet-verrichten van uitkeringen vormt geen wanbetaling door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;

f)

de schrapping van uitkeringen legt geen beperkingen op aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

5.   Voor de toepassing van lid 1, onder e), i), zal het nominale bedrag of de hoofdsom van het kernvermogensbestanddeel op zodanige wijze worden afgeschreven dat alle volgende elementen worden verminderd:

(a)

de vordering van de houder van dat bestanddeel in geval van liquidatie;

(b)

het bedrag dat bij terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel moet worden betaald;

(c)

de op basis van dat bestanddeel betaalde uitkeringen.

6.   Voor de toepassing van lid 1, onder e), ii), specificeren de bepalingen betreffende de omzetting in kernvermogensbestanddelen die in artikel 69, lid 1, onder a), i) of ii), worden genoemd, een van de twee volgende elementen:

(a)

de omzettingsvoet en een maximaal toegestaan omzettingsbedrag;

(b)

een bandbreedte waarbinnen de instrumenten zullen worden omgezet in de kernvermogensbestanddelen die in artikel 69, lid 1, onder a), i) of ii), worden genoemd.

7.   Het nominale bedrag of de hoofdsom van het kernvermogensbestanddeel compenseert de verliezen wanneer de triggergebeurtenis zich voordoet. Verliescompensatie als gevolg van de schrapping of vermindering van uitkeringen wordt niet toereikend geacht om als verliescompensatiemechanisme voor de hoofdsom te worden beschouwd overeenkomstig lid 1, onder e).

8.   De triggergebeurtenis als bedoeld in lid 1, onder e), is een significante niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste.

Voor de toepassing van dit lid wordt niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste als significant beschouwd wanneer aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

(a)

het bedrag van de eigenvermogensbestanddelen die voor de dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste in aanmerking komen is gelijk aan of lager dan 75 % van het solvabiliteitskapitaalvereiste;

(b)

het bedrag van de eigenvermogensbestanddelen die voor de dekking van het minimumkapitaalvereiste in aanmerking komen is gelijk aan of lager dan het minimumkapitaalvereiste;

c)

de naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt niet hersteld binnen een periode van drie maanden na de datum waarop de niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste voor het eerst werd vastgesteld.

Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen kunnen, in de voor het instrument geldende bepalingen, een of meer triggergebeurtenissen specificeren, naast de gebeurtenissen als bedoeld in punt a) tot en met c).

9.   Voor de toepassing van lid 1, onder d), j) en l), worden verwijzingen naar het solvabiliteitskapitaalvereiste gelezen als verwijzingen naar het minimumkapitaalvereiste indien de niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste eerder optreedt dan de niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste.

Artikel 72

Tier 2-kernvermogen — Overzicht van eigenvermogensbestanddelen

De volgende kernvermogensbestanddelen worden geacht in hoge mate de in artikel 93, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG genoemde kenmerken te bezitten, rekening houdend met de elementen die in artikel 93, lid 2, van die richtlijn worden vermeld, en worden ingedeeld in Tier 2 indien de volgende bestanddelen alle in artikel 73 genoemde kenmerken bezitten:

(a)

het deel van het positieve verschil tussen de activa en de passiva, gewaardeerd overeenkomstig artikel 75 en afdeling 2 van hoofdstuk VI van Richtlijn 2009/138/EG, dat de volgende bestanddelen omvat:

i)

gewoon aandelenkapitaal en het daarmee verbonden agio;

ii)

beginkapitaal, bijdragen van leden of het daaraan gelijk te stellen kernvermogensbestanddeel voor onderlinge waarborgmaatschappijen of onderlinge verzekeringsmaatschappijen;

iii)

achtergestelde rekeningen van leden van onderlinge waarborgmaatschappijen;

iv)

preferente aandelen en het daarmee verbonden agio;

(b)

achtergestelde verplichtingen, gewaardeerd overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG.

Artikel 73

Tier 2-aanvullend vermogen — Elementen die de indeling bepalen

1.   De elementen als bedoeld in artikel 72 zijn als volgt:

(a)

het kernvermogensbestanddeel heeft een lagere rangorde dan de vorderingen van alle verzekeringnemers en begunstigden en niet-achtergestelde crediteuren;

(b)

het kernvermogensbestanddeel bevat geen elementen die de insolventie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming kunnen veroorzaken of bespoedigen;

(c)

het kernvermogensbestanddeel is niet gedateerd of heeft een oorspronkelijke looptijd van ten minste tien jaar; de eerste contractuele gelegenheid om het kernvermogensbestanddeel terug te betalen of af te lossen doet zich niet binnen vijf jaar na de uitgiftedatum voor;

(d)

het kernvermogensbestanddeel kan enkel worden terugbetaald of afgelost naar keuze van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en de terugbetaling of aflossing van het kernvermogensbestanddeel is onderworpen aan voorafgaande goedkeuring door de toezichthouders;

(e)

het kernvermogensbestanddeel kan beperkte stimulansen tot terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel bevatten, mits deze niet eerder dan tien jaar na de uitgiftedatum plaatsvinden;

(f)

het kernvermogensbestanddeel voorziet in de opschorting van de terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel indien niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of indien terugbetaling of aflossing ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, totdat de onderneming aan het solvabiliteitskapitaalvereiste voldoet en terugbetaling of aflossing er niet toe leidt dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan;

(g)

het kernvermogensbestanddeel voldoet aan een van de volgende criteria:

i)

in het geval van de in artikel 72, onder a), i) en ii), genoemde bestanddelen kunnen, hetzij op grond van de juridische hetzij op grond van de contractuele regelingen die van toepassing zijn op het kernvermogensbestanddeel, uitkeringen met betrekking tot dat bestanddeel worden uitgesteld indien niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of indien de uitkering ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, totdat de onderneming aan het solvabiliteitskapitaalvereiste voldoet en de uitkering er niet toe leidt dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan;

ii)

in het geval van de in artikel 72, onder a), iii) en iv) en onder b), genoemde bestanddelen voorzien de voorwaarden van de contractuele regeling die van toepassing is op het kernvermogensbestanddeel in het uitstel van de uitkeringen met betrekking tot dat bestanddeel indien niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of indien de uitkering ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, totdat de onderneming aan het solvabiliteitskapitaalvereiste voldoet en de uitkering er niet toe leidt dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan;

(h)

het kernvermogensbestanddeel mag enkel toestaan dat uitkering plaatsvindt indien niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of indien uitkering op basis van een kernvermogensbestanddeel ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, mits alle volgende voorwaarden worden nageleefd:

i)

de toezichthoudende autoriteit heeft bij wijze van uitzondering afgezien van het uitstel van uitkeringen;

ii)

de uitkering leidt niet tot een verdere verzwakking van de solvabiliteitspositie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;

iii)

na de uitkering wordt aan het minimumkapitaalvereiste voldaan.

(i)

het kernvermogensbestanddeel is niet bezwaard en is niet dusdanig aan een andere transactie gekoppeld dat het niet voldoet aan de vereisten van artikel 94, lid 2, eerste alinea, van Richtlijn 2009/138/EG.

(j)

het kernvermogensbestanddeel bevat de in artikel 71 genoemde elementen die van belang zijn voor de kernvermogensbestanddelen als bedoeld in artikel 69, onder a), iii) en v), en onder b), doch overschrijdt de in artikel 82, lid 3, genoemde grens.

Onverminderd punt f) mag het kernvermogensbestanddeel de mogelijkheid tot terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel terwijl niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of de terugbetaling of aflossing ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, alleen bieden indien alle volgende voorwaarden worden nageleefd:

i)

de toezichthoudende autoriteit heeft bij wijze van uitzondering afgezien van de opschorting van de terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel;

ii)

het bestanddeel wordt geruild voor of omgezet in een ander Tier 1- of Tier 2-kernvermogensbestanddeel van ten miste dezelfde kwaliteit;

iii)

na de terugbetaling of aflossing wordt aan het minimumkapitaalvereiste voldaan.

2.   Voor de toepassing van dit artikel wordt de ruil of omzetting van een kernvermogensbestanddeel voor of in een ander Tier 1- of Tier 2-kernvermogensbestanddeel of de terugbetaling of aflossing van een Tier 2-kernvermogensbestanddeel met de opbrengst van een nieuw kernvermogensbestanddeel van ten minste dezelfde kwaliteit, niet als terugbetaling of aflossing beschouwd mits de uitwisseling, omzetting, terugbetaling of aflossing aan de goedkeuring van de toezichthoudende autoriteit wordt onderworpen.

3.   Voor de toepassing van lid 1, onder f) en g), worden verwijzingen naar het solvabiliteitskapitaalvereiste gelezen als verwijzingen naar het minimumkapitaalvereiste indien de niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste eerder optreedt dan de niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste.

4.   Voor de toepassing van lid 1, onder e), beschouwen ondernemingen stimulansen tot aflossing in de vorm van een rente step-up in combinatie met een calloptie als beperkt, indien de step-up geschiedt in de vorm van een eenmalige verhoging van de couponrente en resulteert in een stijging ten opzichte van het oorspronkelijke rentepercentage die niet groter is dan het hoogste van de volgende bedragen:

(a)

100 basispunten, verminderd met de „swap spread” tussen de oorspronkelijke indexgrondslag en de verhoogde indexgrondslag;

(b)

50 % van de oorspronkelijke „credit spread”, verminderd met het verschil tussen de oorspronkelijke indexgrondslag en de verhoogde indexgrondslag.

Artikel 74

Tier 2-aanvullend vermogen — Overzicht van eigenvermogensbestanddelen

Onverminderd artikel 96 van Richtlijn 2009/138/EG, worden de volgende aanvullendvermogensbestanddelen geacht in hoge mate de in artikel 93, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG genoemde kenmerken te bezitten, rekening houdend met de elementen die in artikel 93, lid 2, van die richtlijn worden vermeld, en worden ingedeeld in Tier 2 indien de volgende bestanddelen alle in artikel 75 genoemde kenmerken bezitten:

(a)

niet-gestort en niet-opgevraagd gewoon aandelenkapitaal, op verzoek opvraagbaar;

(b)

niet-gestort en niet-opgevraagd beginkapitaal, bijdragen van leden of het daaraan gelijk te stellen kernvermogensbestanddeel voor onderlinge waarborgmaatschappijen of onderlinge verzekeringsmaatschappijen, op verzoek opvraagbaar;

(c)

niet-gestorte en niet-opgevraagde preferente aandelen, op verzoek opvraagbaar;

(d)

een juridisch bindende verplichting om op verzoek in te schrijven op en te betalen voor achtergestelde verplichtingen;

(e)

kredietbrieven en garanties die door een onafhankelijke trustee ten behoeve van schuldeisers uit hoofde van verzekering in trust worden gehouden en afgegeven zijn door kredietinstellingen waaraan overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 2013/36/EU vergunning is verleend;

(f)

kredietbrieven en garanties, mits de bestanddelen op verzoek opvraagbaar zijn en niet zijn bezwaard;

(g)

suppletiebijdragen die onderlinge waarborgmaatschappijen of onderlinge verzekeringsmaatschappijen van reders met variabele premies die uitsluitend de in branches 6, 12 en 17 van deel A van de bijlage I genoemde risico's verzekeren, van hun leden kunnen eisen binnen de volgende twaalf maanden;

(h)

suppletiebijdragen die onderlinge waarborgmaatschappijen of onderlinge verzekeringsmaatschappijen binnen de eerstvolgende twaalf maanden van hun leden kunnen eisen, mits deze op verzoek opvraagbaar zijn en niet zijn bezwaard;

(i)

overige juridisch bindende verplichtingen die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn ontvangen, mits het bestanddeel op verzoek opvraagbaar is en niet is bezwaard.

Artikel 75

Tier 2-aanvullend vermogen — Elementen die de indeling bepalen

Om als Tier-2 te worden ingedeeld, bevatten de in artikel 74 genoemde aanvullendvermogensbestanddelen de elementen van een kernvermogensbestanddeel dat is ingedeeld in Tier 1 overeenkomstig de artikelen 69 en 71 wanneer dat bestanddeel is opgevraagd en gestort.

Artikel 76

Tier 3-kernvermogen — Overzicht van eigenvermogensbestanddelen

De volgende kernvermogensbestanddelen worden geacht in hoge mate de in artikel 93, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG genoemde kenmerken te bezitten, rekening houdend met de elementen die in artikel 93, lid 2, van die richtlijn worden vermeld, en worden ingedeeld in Tier 3 indien de volgende bestanddelen alle in artikel 77 genoemde kenmerken bezitten:

(a)

het deel van het positieve verschil tussen de activa en de passiva, gewaardeerd overeenkomstig de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk VI van Richtlijn 2009/138/EG, dat de volgende bestanddelen omvat:

i)

achtergestelde rekeningen van leden van onderlinge waarborgmaatschappijen;

ii)

preferente aandelen en het daarmee verbonden agio;

iii)

een bedrag gelijk aan de waarde van netto uitgestelde belastingvorderingen;

(b)

achtergestelde verplichtingen, gewaardeerd overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG.

Artikel 77

Tier 3-kernvermogen — Elementen die de indeling bepalen

1.   De elementen als bedoeld in artikel 76 zijn als volgt:

(a)

het kernvermogensbestanddeel heeft, in het geval van de bestanddelen als bedoeld in artikel 76, onder a), i) en ii), en onder b), een lagere rangorde dan de vorderingen van alle verzekeringnemers en begunstigden en niet-achtergestelde crediteuren;

(b)

het kernvermogensbestanddeel bevat geen elementen die de insolventie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming kunnen veroorzaken of bespoedigen;

(c)

het kernvermogensbestanddeel is, in het geval van de bestanddelen als bedoeld in artikel 76, onder a), i) en ii), en onder b), niet gedateerd of heeft een oorspronkelijke looptijd van ten minste vijf jaar, indien de vervaldatum de eerste contractuele gelegenheid is om het kernvermogensbestanddeel terug te betalen of af te lossen;

(d)

het kernvermogensbestanddeel kan, in het geval van de bestanddelen als bedoeld in artikel 76, onder a), i) en ii), en onder b), enkel worden terugbetaald of afgelost naar keuze van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en de terugbetaling of aflossing van het kernvermogensbestanddeel is onderworpen aan voorafgaande goedkeuring door de toezichthouders;

(e)

het kernvermogensbestanddeel kan, in het geval van de bestanddelen als bedoeld in artikel 76, onder a), i) en ii), en onder b), beperkte stimulansen tot terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel bevatten;

(f)

het kernvermogensbestanddeel voorziet, in het geval van de bestanddelen als bedoeld in artikel 76, onder a), i) en ii) en onder b), in de opschorting van de terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel indien niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of indien terugbetaling of aflossing ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, totdat de onderneming aan het solvabiliteitskapitaalvereiste voldoet en terugbetaling of aflossing er niet toe leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan;

(g)

het kernvermogensbestanddeel voorziet, in het geval van bestanddelen als bedoeld in artikel 76, onder a), i) en ii), en onder b), in de opschorting van de terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel indien niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of indien terugbetaling of aflossing ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, totdat de onderneming aan het solvabiliteitskapitaalvereiste voldoet en terugbetaling of aflossing er niet toe leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan;

(h)

het kernvermogensbestanddeel is niet bezwaard en is niet dusdanig aan een andere transactie gekoppeld dat de kenmerken die het bestanddeel overeenkomstig dit artikel moet bezitten, zouden kunnen worden aangetast.

Onverminderd punt f) mag het kernvermogensbestanddeel de mogelijkheid tot terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel terwijl niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan of de terugbetaling of aflossing ertoe zou leiden dat niet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt voldaan, alleen bieden indien alle volgende voorwaarden worden nageleefd:

i)

de toezichthoudende autoriteit bij wijze van uitzondering heeft afgezien van de opschorting van de terugbetaling of aflossing van dat bestanddeel;

ii)

het bestanddeel wordt geruild voor of omgezet in een ander Tier 1- of Tier 2-kernvermogensbestanddeel of een Tier 3-eigenvermogensbestanddeel van ten minste dezelfde kwaliteit;

iii)

na de terugbetaling of aflossing wordt aan het minimumkapitaalvereiste voldaan.

2.   Voor de toepassing van dit artikel wordt de ruil of omzetting van een kernvermogensbestanddeel voor of in een ander Tier 1- of Tier 2-kernvermogensbestanddeel of een Tier 3-kernvermogensbestanddeel dan wel de terugbetaling of aflossing van een Tier 3-kernvermogensbestanddeel met de opbrengst van een nieuw kernvermogensbestanddeel van ten minste dezelfde kwaliteit, niet als terugbetaling of aflossing beschouwd mits de uitwisseling, omzetting, terugbetaling of aflossing aan de goedkeuring van de toezichthoudende autoriteit wordt onderworpen.

3.   Voor de toepassing van lid 1, onder f), worden verwijzingen naar het solvabiliteitskapitaalvereiste gelezen als verwijzingen naar het minimumkapitaalvereiste indien de niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste eerder optreedt dan de niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste.

4.   Voor de toepassing van lid 1, onder e), beschouwen ondernemingen stimulansen tot aflossing in de vorm van een rente step-up in combinatie met een calloptie als beperkt, indien de step-up geschiedt in de vorm van een eenmalige verhoging van de couponrente en resulteert in een stijging ten opzichte van het oorspronkelijke rentepercentage die niet groter is dan het hoogste van de volgende bedragen:

(a)

100 basispunten, verminderd met de „swap spread” tussen de oorspronkelijke indexgrondslag en de verhoogde indexgrondslag;

(b)

50 % van de oorspronkelijke „credit spread”, verminderd met het verschil tussen de oorspronkelijke indexgrondslag en de verhoogde indexgrondslag.

Artikel 78

Tier 3-aanvullend vermogen — Overzicht van eigenvermogensbestanddelen

Aanvullendvermogensbestanddelen die overeenkomstig artikel 90 van Richtlijn 2009/138/EG zijn goedgekeurd en die niet alle in artikel 75 genoemde elementen bevatten, worden ingedeeld in Tier 3-aanvullend vermogen.

Artikel 79

Goedkeuring van de beoordeling en de indeling van eigenvermogensbestanddelen door de toezichthoudende autoriteiten

1.   Onverminderd artikel 90 van Richtlijn 2009/138/EG beschouwen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, wanneer een eigenvermogensbestanddeel niet is opgenomen in het overzicht van eigenvermogensbestanddelen dat in de artikelen 69, 72, 74, 76 en 78 is vervat, dat bestanddeel uitsluitend als eigen vermogen indien de beoordeling en indeling van het bestanddeel door de toezichthoudende autoriteit is goedgekeurd.

2.   Bij de goedkeuring van de beoordeling en indeling van eigenvermogensbestanddelen die niet zijn opgenomen in het overzicht van eigenvermogensbestanddelen dat in de artikelen 69, 72, 74, 76 en 78 is vervat, onderzoekt de toezichthoudende autoriteit, op grond van door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming ingediende documenten, het volgende:

(a)

wanneer de onderneming om goedkeuring verzoekt voor indeling in Tier 1, gaat zij na of het kernvermogensbestanddeel in hoge mate de in artikel 93, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 2009/138/EG genoemde kenmerken bezit, rekening houdende met de elementen die in artikel 93, lid 2, van die richtlijn worden vermeld;

(b)

wanneer de onderneming om goedkeuring verzoekt voor indeling in Tier 2-kernvermogen, gaat zij na of het kernvermogensbestanddeel in hoge mate de in artikel 93, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG genoemde kenmerken bezit, rekening houdende met de elementen die in artikel 93, lid 2, van die richtlijn worden vermeld;

(c)

wanneer de onderneming om goedkeuring verzoekt voor indeling in Tier 2-aanvullend vermogen, gaat zij na of het aanvullendvermogensbestanddeel in hoge mate de in artikel 93, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG genoemde kenmerken bezit, rekening houdende met de elementen die in artikel 93, lid 2, van die richtlijn worden vermeld;

(d)

wanneer de onderneming om goedkeuring verzoekt voor indeling in Tier 3-kernvermogen, gaat zij na of het kernvermogensbestanddeel de in artikel 93, lid 1, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG genoemde kenmerken bezit, rekening houdende met de elementen die in artikel 93, lid 2, van die richtlijn worden vermeld;

(e)

zij gaat na of de contractuele voorwaarden van het eigenvermogensbestanddeel in alle relevante rechtsgebieden in rechte afdwingbaar zijn;

(f)

zij gaat na of het eigenvermogensbestanddeel volledig is gestort.

3.   Kernvermogensbestanddelen die niet in het overzicht van eigenvermogensbestanddelen zijn opgenomen dat in de artikelen 69, 72 en 76 is vervat, worden slechts in Tier 1-kernvermogen ingedeeld indien zij volledig zijn gestort.

4.   De opneming van eigenvermogensbestanddelen die overeenkomstig dit artikel door de toezichthoudende autoriteiten is goedgekeurd, is onderworpen aan kwantitatieve grenzen als bepaald in artikel 82.

AFDELING 3

In aanmerking komend eigen vermogen

Onderafdeling 1

Afgezonderde fondsen

Artikel 80

Afgezonderde fondsen die aanpassingen vereisen

1.   Een verlaging van de reconciliatiereserve als bedoeld in artikel 70, lid 1, onder e), is noodzakelijk wanneer eigenvermogensbestanddelen in een afgezonderd fonds een geringer vermogen hebben om verliezen volledig te compenseren op basis van continuïteit van de bedrijfsvoering, door het gebrek aan overdraagbaarheid ervan binnen de verzekerings- of herverzekeringsonderneming om een van de volgende redenen:

(a)

de bestanddelen kunnen enkel worden gebruikt om verliezen te dekken met betrekking tot een welbepaald gedeelte van de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;

(b)

de bestanddelen kunnen enkel worden gebruikt om verliezen te dekken met betrekking tot bepaalde verzekeringnemers of begunstigden;

(c)

de bestanddelen kunnen enkel worden gebruikt om verliezen te dekken die uit bijzondere risico's of verplichtingen voortvloeien.

2.   De eigenvermogensbestanddelen als bedoeld in lid 1 (hierna „beperkte eigenvermogensbestanddelen” genoemd) omvatten niet de waarde van toekomstige overdrachten die aan aandeelhouders kunnen worden toegeschreven.

Artikel 81

Aanpassing voor afgezonderde fondsen en matchingopslagportefeuilles

1.   Voor de berekening van de reconciliatiereserve verminderen de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het positieve verschil tussen de activa en de verplichtingen als bedoeld in artikel 70 door de volgende bedragen te vergelijken:

(a)

de beperkte eigenvermogensbestanddelen in het afgezonderde fonds of de matchingopslagportefeuille;

(b)

het theoretische solvabiliteitskapitaalvereiste voor het afgezonderde fonds of de matchingopslagportefeuille.

Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming het solvabiliteitskapitaalvereiste volgens de standaardformule berekent, wordt het theoretische solvabiliteitskapitaalvereiste overeenkomstig artikel 217 berekend.

Wanneer de onderneming het solvabiliteitskapitaalvereiste met behulp van een intern model berekent, wordt het theoretische solvabiliteitskapitaalvereiste op basis van dat interne model berekend alsof de onderneming uitsluitend de in het afgezonderde fonds of de matchingopslagportefeuille vervatte activiteiten uitoefende.

2.   In afwijking van lid l mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, wanneer de activa, de verplichtingen en het risico in een afgezonderd fonds verwaarloosbaar zijn, de reconciliatiereserve verlagen met het totale bedrag van de beperkte eigenvermogensbestanddelen.

Onderafdeling 2

Kwantitatieve grenzen

Artikel 82

In aanmerking komend eigen vermogen en grenzen met betrekking tot de Tiers 1, 2 en 3

1.   Wat de naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste betreft, gelden voor de in aanmerking komende bedragen van de bestanddelen van Tier 2 en Tier 3 alle volgende kwantitatieve grenzen:

(a)

het in aanmerking komende bedrag van Tier 1-bestanddelen beloopt ten minste de helft van het solvabiliteitskapitaalvereiste;

(b)

het in aanmerking komende bedrag van Tier 3-bestanddelen is minder dan 15 % van het solvabiliteitskapitaalvereiste;

(c)

de som van de in aanmerking komende bedragen van de bestanddelen van Tier 2 en Tier 3 belopen niet meer dan 50 % van het solvabiliteitskapitaalvereiste.

2.   Wat de naleving van het minimumkapitaalvereiste betreft, gelden voor de in aanmerking komende bestanddelen van Tier 2 alle volgende kwantitatieve grenzen:

(a)

het in aanmerking komende bedrag van Tier 1-bestanddelen beloopt ten minste 80 % van het minimumkapitaalvereiste;

(b)

de in aanmerking komende bedragen van de bestanddelen van Tier 2 belopen niet meer dan 20 % van het minimumkapitaalvereiste.

3.   Binnen de grenzen als bedoeld in lid 1, onder a), en lid 2, onder a), beloopt de som van de volgende kernvermogensbestanddelen minder dan 20 % van het totale bedrag aan Tier 1-bestanddelen:

(a)

bestanddelen als bedoeld in artikel 69, onder a), iii);

(b)

bestanddelen als bedoeld in artikel 69, onder a), v);

(c)

bestanddelen als bedoeld in artikel 69, onder b);

(d)

bestanddelen die op grond van de overgangsregeling van artikel 308 ter, lid 9, van Richtlijn 2009/138/EG tot het Tier 1-kernvermogen worden gerekend.

HOOFDSTUK V

SOLVABILITEITSKAPITAALVEREISTE — STANDAARDFORMULE

AFDELING 1

Algemene bepalingen

Onderafdeling 1

Berekeningen op basis van scenario's

Artikel 83

1.   Wanneer de berekening van een module of een ondermodule van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste gebaseerd is op het effect van een scenario op het kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, worden in die berekening alle volgende aannamen gehanteerd:

(a)

het scenario brengt geen wijziging in het bedrag van de risicomarge dat in de technische voorzieningen is vervat;

(b)

het scenario brengt geen wijziging in de waarde van uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen;

(c)

het scenario brengt geen wijziging in de waarde van de toekomstige discretionaire uitkeringen die in de technische voorzieningen zijn vervat;

(d)

de onderneming verricht in de loop van het scenario geen beheeractiviteiten.

2.   De berekening van technische voorzieningen die het resultaat zijn van de vaststelling van het effect van een scenario op het kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als bedoeld in lid 1, brengt geen wijziging in de waarde van de toekomstige discretionaire uitkeringen, en houdt rekening met alle volgende elementen:

(a)

onverminderd lid 1, onder d), toekomstige beheeractiviteiten op grond van het scenario, mits zij voldoen aan artikel 23;

(b)

een wezenlijk ongunstig effect van het scenario of de beheeractiviteiten als bedoeld onder a), op de waarschijnlijkheid dat verzekeringnemers contractuele opties zullen uitoefenen.

3.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen mogen vereenvoudigde methoden gebruiken om de technische voorzieningen te berekenen die het resultaat zijn van de vaststelling van het effect van een scenario als bedoeld in lid 1, mits de vereenvoudigde berekening niet leidt tot de onjuiste weergave van het solvabiliteitskapitaalvereiste die de besluitvorming of het oordeel van de gebruiker van de informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste zou kunnen beïnvloeden, tenzij de vereenvoudigde berekening een solvabiliteitskapitaalvereiste oplevert dat hoger is dan het met behulp van de standaardformule berekende solvabiliteitskapitaalvereiste.

4.   De berekening van activa en verplichtingen die het resultaat zijn van de vaststelling van het effect van een scenario als bedoeld in lid 1, houdt rekening met het effect van het scenario op de waarde van relevante door de onderneming aangehouden risicolimiteringsinsrumenten die voldoen aan de artikelen 209 tot en met 215.

5.   Indien het scenario een stijging van het eigen vermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen oplevert, wordt bij de berekening van de module of de ondermodule uitgegaan van de veronderstelling dat het scenario geen effect heeft op het kernvermogen.

Onderafdeling 2

Doorkijkbenadering

Artikel 84

1.   Het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt berekend op basis van elk van de onderliggende activa van instellingen voor collectieve beleggingen en andere als fondsen verpakte beleggingen (doorkijkbenadering).

2.   De doorkijkbenadering als bedoeld in lid 1 wordt ook toegepast op:

(a)

indirecte blootstellingen aan marktrisico, met uitzondering van instellingen voor collectieve beleggingen en als fondsen verpakte beleggingen;

(b)

indirecte blootstellingen aan verzekeringstechnisch risico;

(c)

indirecte blootstellingen aan tegenpartijrisico.

3.   Indien de doorkijkbenadering niet kan worden toegepast op instellingen voor collectieve beleggingen en als fondsen verpakte beleggingen, kan het solvabiliteitskapitaalvereiste worden berekend op basis van de gerichte toewijzing van onderliggende activa van de collectieve beleggingsinstelling of het fonds, mits de onderneming in staat is een dergelijke gerichte toewijzing uit te voeren met de mate van granulariteit die nodig is om alle relevante ondermodules en scenario's van de standaardformule te berekenen, en de onderliggende activa strikt worden beheerd overeenkomstig deze gerichte toewijzing. Voor die berekening kunnen gegroepeerde gegevens worden gebruikt, mits zij op voorzichtige wijze worden toegepast en niet worden toegepast op meer dan 20 % van de totale waarde van de activa van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

4.   Lid 2 is niet van toepassing op beleggingen in verbonden ondernemingen in de zin van artikel 212, lid 1, onder b), en lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG.

Onderafdeling 3

Regionale overheden en lokale autoriteiten

Artikel 85

Regionale overheden en lokale autoriteiten worden alleen als zodanig gecategoriseerd indien er geen verschil in risico is tussen deze blootstellingen en blootstellingen aan de centrale overheid vanwege de specifieke bevoegdheid van eerstgenoemden om inkomsten te verwerven, en indien er bijzondere institutionele regelingen bestaan waardoor het risico van wanbetaling wordt beperkt.

Onderafdeling 4

Materieel basisrisico

Artikel 86

Onverminderd artikel 210, lid 2, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, wanneer zij verzekeringstechnische risico's overdragen door middel van herverzekeringsovereenkomsten of special purpose vehicles die blootstaan aan materieel basisrisico als gevolg van een valutamismatch tussen het verzekeringstechnische risico en de risicolimiteringstechniek, bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste overeenkomstig de standaardformule rekening houden met de risicolimiteringstechniek, mits deze in overeenstemming is met artikel 209, artikel 210, leden 1, 3 en 4 en artikel 211, en de berekening als volgt wordt uitgevoerd:

a)

het basisrisico dat voortvloeit uit een valutamismatch tussen het verzekeringstechnische risico en de risicolimiteringstechniek wordt in de relevante verzekeringstechnische-risicomodule, de ondermodule of het scenario van de standaardformule op het meest gedetailleerde niveau in aanmerking genomen door 25 % van het verschil tussen de volgende elementen toe te voegen aan het kapitaalvereiste dat overeenkomstig de relevante module, de ondermodule, of het scenario is berekend:

i)

het theoretische kapitaalvereiste voor de relevante verzekeringstechnische-risicomodule, de ondermodule of het scenario dat uit een gelijktijdig optreden van het scenario als bedoeld in artikel 188 zou voortvloeien;

ii)

het kapitaalvereiste voor de relevante verzekeringstechnische-risicomodule, de ondermodule of het scenario.

b)

indien de risicolimiteringstechniek meer dekt dan een module, ondermodule of scenario, wordt de berekening als bedoeld in punt a), voor elk van deze modules, ondermodules of scenario's uitgevoerd. Het kapitaalvereiste dat uit deze berekeningen voortvloeit is niet hoger dan 25 % van de capaciteit van de niet-proportionele herverzekeringsovereenkomst of het special purpose vehicle.

Onderafdeling 5

Berekening van het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste

Artikel 87

Het kernsolvabiliteitskapitaalvereiste omvat een risicomodule voor risico's in verband met immateriële activa, en is gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

de som, Corri,j , SCRi en SCRj worden gespecificeerd als beschreven in punt 1 van bijlage IV bij Richtlijn 2009/138/EC;

(b)

SCRintangibles staat voor het kapitaalvereiste voor risico's in verband met immateriële activa als bedoeld in artikel 203.

Onderafdeling 6

Evenredigheid en vereenvoudigingen

Artikel 88

Evenredigheid

1.   Voor de toepassing van artikel 109 bepalen de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen of de vereenvoudigde berekening evenredig is met de aard, omvang en complexiteit van de risico's door een beoordeling te verrichten die alle volgende elementen omvat:

(a)

een beoordeling van de aard, omvang en complexiteit van de risico's van de onderneming die binnen de relevante module of ondermodule vallen;

(b)

een kwalitatieve of kwantitatieve evaluatie, naar gelang van het geval, van de fout die in de resultaten van de vereenvoudigde berekening optreedt als gevolg van een eventueel verschil tussen:

i)

de aannamen waar de vereenvoudigde berekening van uitgaat met betrekking tot het risico;

ii)

de resultaten van de beoordeling als bedoeld in punt a).

2.   Een vereenvoudigde berekening wordt niet als evenredig met de aard, omvang en complexiteit van de risico's beschouwd indien de fout als bedoeld in lid 2, onder b), leidt tot een onjuiste weergave van het solvabiliteitskapitaalvereiste die de besluitvorming of het oordeel van de gebruiker van de informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste zou kunnen beïnvloeden, tenzij de vereenvoudigde berekening een solvabiliteitskapitaalvereiste oplevert dat hoger is dan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat met behulp van de standaardformule is berekend.

Artikel 89

Algemene bepalingen inzake vereenvoudigingen voor captive ondernemingen

Verzekeringscaptives en herverzekeringscaptives als omschreven in artikel 13, leden 2 en 5, van Richtlijn 2009/138/EG mogen gebruik maken van de vereenvoudigde berekeningen als vermeld in de artikelen 90, 103, 105 en 106 van deze verordening mits artikel 88 wordt nageleefd en aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

(a)

wat de verzekeringsverplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringscaptive betreft, zijn alle verzekerden en begunstigden rechtspersonen van de groep waarvan de verzekerings- of herverzekeringscaptive deel uitmaakt;

(b)

wat de herverzekeringsverplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringscaptive betreft, zijn alle verzekerden en begunstigden van de verzekeringsovereenkomsten die aan de herverzekeringsverplichtingen ten grondslag liggen, rechtspersonen van de groep waarvan de verzekerings- of herverzekeringscaptive deel uitmaakt;

(c)

de verzekeringsverplichtingen en de verzekeringsovereenkomsten die aan de herverzekeringsverplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringscaptive ten grondslag liggen, hebben geen betrekking op verplichte wettelijke aansprakelijkheidsverzekering.

Artikel 90

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf voor verzekerings- en herverzekeringscaptives

1.   Indien de artikelen 88 en 89 worden nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf als volgt berekenen:

Formula

waarbij de s alle segmenten dekt die in bijlage II worden beschreven.

2.   Voor de toepassing van lid 1 is het kapitaalvereiste voor premie- en reserverisico van een welbepaald segment s als beschreven in bijlage II gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

V(prem,s) staat voor de volumemaatstaf voor premierisico van segment s als berekend overeenkomstig artikel 116, lid 3;

(b)

V(res,s) staat voor de volumemaatstaf voor reserverisico van een segment als berekend overeenkomstig artikel 116, lid 6.

Artikel 91

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor kortlevenrisico in het levensverzekeringsbedrijf

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor kortlevenrisico in het levensverzekeringsbedrijf als volgt berekenen:

Formula

waarbij, met betrekking tot verzekerings- en herverzekeringspolissen met een positief risicobedrag:

(a)

CAR staat voor het totale risicobedrag, zijnde de som, voor elke overeenkomst, van het risicobedrag van de overeenkomsten, waarbij onder het risicobedrag van een overeenkomst wordt verstaan het hoogste van de volgende bedragen: ofwel nul, ofwel het verschil tussen de volgende twee bedragen:

i)

de som van:

het bedrag dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming op het moment zelf zou betalen in geval van het overlijden van de in het kader van de overeenkomst verzekerde personen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

de verwachte contante waarde van de niet onder het vorige streepje vallende bedragen die de onderneming in de toekomst zou betalen in geval van het onmiddellijk overlijden van de in het kader van de overeenkomst verzekerde personen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

ii)

de beste schatting van de overeenkomstige verplichtingen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

(b)

q staat voor het verwachte gemiddelde sterftecijfer van de verzekeringnemers in de loop van de eerstvolgende 12 maanden, gewogen naar de verzekerde som;

(c)

n staat voor de modified duration in jaren van bij overlijden verschuldigde betalingen als opgenomen in de beste schatting;

(d)

ik staat voor de contante koers op jaarbasis voor looptijd k van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 43.

Artikel 92

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor het langlevenrisico in het levensverzekeringsbedrijf

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor langlevenrisico in het levensverzekeringsbedrijf als volgt berekenen:

Formula

waarbij, met betrekking tot de in artikel 138, lid 2, bedoelde polissen,

(a)

q staat voor het verwachte gemiddelde sterftecijfer van de verzekeringnemers in de loop van de eerstvolgende 12 maanden, gewogen naar de verzekerde som;

(b)

n staat voor de modified duration in jaren van de betalingen aan begunstigden als opgenomen in de beste schatting;

(c)

BElong staat voor de beste schatting van de verplichtingen die blootstaan aan langlevenrisico.

Artikel 93

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor invaliditeits- en morbiditeitsrisico in het levensverzekeringsbedrijf

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor invaliditeits- en morbiditeitsrisico in het levensverzekeringsbedrijf als volgt berekenen:

SCRdisability-morbidity =

0,35 · CAR 1 · d 1 + 0,25 · 1,1 (n – 3)/2 · (n – 1) · CAR 2 · d 2 + 0,2 · 1,1 (n –1)/2 · t · n · BEdis

waarbij, met betrekking tot verzekerings- en herverzekeringspolissen met een positief risicobedrag:

(a)

CAR1 staat voor het totale risicobedrag, zijnde de som, voor elke overeenkomst, van het risicobedrag van de overeenkomsten, waarbij onder het risicobedrag van een overeenkomst wordt verstaan het hoogste van de volgende bedragen: ofwel nul, ofwel het verschil tussen de volgende twee bedragen:

i)

de som van:

het bedrag dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming op het moment zelf zou betalen in geval van het overlijden of invalide worden van de in het kader van de overeenkomst verzekerde personen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

de verwachte contante waarde van de niet onder het vorige streepje vallende bedragen die de onderneming in de toekomst zou betalen in geval van het onmiddellijk overlijden of invalide worden van de in het kader van de overeenkomst verzekerde personen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

ii)

de beste schatting van de overeenkomstige verplichtingen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

(b)

CAR2 staat voor het totale risicobedrag als bedoeld onder a) na 12 maanden;

(c)

d1 staat voor het verwachte gemiddelde invaliditeits- en morbiditeitscijfer in de loop van de eerstvolgende 12 maanden, elk gewogen naar de verzekerde som;

(d)

d2 staat voor het verwachte gemiddelde invaliditeits- en morbiditeitscijfer in de loop van de 12 maanden na de eerstvolgende 12 maanden, gewogen naar de verzekerde som;

(e)

n staat voor de modified duration in jaren van bij invaliditeit-morbiditeit verschuldigde betalingen als opgenomen in de beste schatting;

(f)

t staat voor de verwachte beëindigingscijfers in de eerstvolgende 12 maanden;

(g)

BEdis staat voor de beste schatting van de verplichtingen die blootstaan aan invaliditeits- en morbiditeitsrisico.

Artikel 94

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor kostenrisico in het levensverzekeringsbedrijf

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor kostenrisico in het levensverzekeringsbedrijf als volgt berekenen:

Formula

waarbij

(a)

EI staat voor de kosten die in het afgelopen jaar zijn gemaakt bij het nakomen van de verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen, met uitzondering van ziekteverzekerings- en ziekteherverzekeringsverplichtingen;

(b)

n staat voor de modified duration in jaren van de kasstroom als opgenomen in de beste schatting van die verplichtingen;

(c)

i staat voor het gewogen gemiddelde inflatiepercentage als opgenomen in de berekening van de beste schatting van die verplichtingen, indien de gewichten gebaseerd zijn op de contante waarde van de kosten die in de berekening van de beste schatting zijn opgenomen voor het nakomen van de bestaande verplichtingen in het levensverzekeringsbedrijf.

Artikel 95

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor permanente wijzigingen van de vervalpercentages

1.   Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor het risico van een permanente stijging van de vervalpercentages als volgt berekenen:

Formula

waarbij

(a)

lup staat voor het hoogste van de volgende percentages: het gemiddelde vervalpercentage van de polissen met een positieve „surrender strain” en 67 %;

(b)

nup staat voor de gemiddelde periode in jaren waarin de polissen met een positieve „surrender strain” aflopen;

(c)

Sup staat voor de som van de positieve „surrender strains”.

2.   Indien aan de voorwaarden van artikel 88 is voldaan, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor het risico van een permanente daling van de vervalpercentages als volgt berekenen:

Formula

waarbij

(a)

ldown staat voor het hoogste van de volgende percentages: het gemiddelde vervalpercentage van de polissen met een negatieve „surrender strain” en 40 %;

(b)

ndown staat voor de gemiddelde periode in jaren waarin de polissen met een negatieve „surrender strain” aflopen;

(c)

Sdown staat voor de som van de negatieve „surrender strains”.

3.   De „surrender strain” van een verzekeringspolis als bedoeld in de leden 1 en 2 is het verschil tussen:

(a)

het thans door de verzekeringsonderneming te betalen bedrag bij stopzetting door de verzekeringnemer, uitgezonderd eventuele bedragen die op verzekeringnemers of intermediairs kunnen worden verhaald;

(b)

het bedrag van de technische voorzieningen zonder de risicomarge.

Artikel 96

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor rampenrisico in het levensverzekeringsbedrijf

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor rampenrisico in het levensverzekeringsbedrijf als volgt berekenen:

Formula

waarbij

(a)

de som alle polissen met een positief risicobedrag omvat;

(b)

CARi staat voor het risicobedrag van polis i, dat wil zeggen het hoogste van de volgende bedragen: ofwel nul, ofwel het verschil tussen de volgende bedragen:

i)

de som van:

het bedrag dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming op het moment zelf zou betalen in geval van het overlijden van de in het kader van de overeenkomst verzekerde personen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

de verwachte contante waarde van de niet onder het vorige streepje vallende bedragen die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de toekomst zou betalen in geval van het onmiddellijk overlijden van de in het kader van de overeenkomst verzekerde personen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

ii)

de beste schatting van de overeenkomstige verplichtingen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald.

Artikel 97

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor kortlevenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor kortlevenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf als volgt berekenen:

Formula

waarbij, met betrekking tot verzekerings- en herverzekeringspolissen met een positief risicobedrag:

(a)

CAR staat voor het totale risicobedrag, zijnde de som, voor elke overeenkomst, van het risicobedrag van de overeenkomsten, waarbij onder het risicobedrag van een overeenkomst wordt verstaan het hoogste van de volgende bedragen: ofwel nul, ofwel het verschil tussen de volgende twee bedragen:

i)

de som van:

het bedrag dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming op het moment zelf zou betalen in geval van het overlijden van de in het kader van de overeenkomst verzekerde personen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

de verwachte contante waarde van de niet onder het vorige streepje vallende bedragen die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de toekomst zou betalen in geval van het onmiddellijk overlijden van de in het kader van de overeenkomst verzekerde personen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

ii)

de beste schatting van de overeenkomstige verplichtingen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

(b)

q staat voor het verwachte gemiddelde sterftecijfer van de verzekeringnemers in de loop van de eerstvolgende 12 maanden, gewogen naar de verzekerde som;

(c)

n staat voor de modified duration in jaren van bij overlijden verschuldigde betalingen als opgenomen in de beste schatting;

(d)

ik staat voor de contante koers op jaarbasis voor looptijd k van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 43.

Artikel 98

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor langlevenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor langlevenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf als volgt berekenen:

Formula

waarbij, met betrekking tot de in artikel 138, lid 2, bedoelde polissen

(a)

q staat voor het verwachte gemiddelde sterftecijfer van de verzekeringnemers in de loop van de eerstvolgende 12 maanden, gewogen naar de verzekerde som;

(b)

n staat voor de modified duration in jaren van de betalingen aan begunstigden als opgenomen in de beste schatting;

(c)

BElong staat voor de beste schatting van de verplichtingen die blootstaan aan langlevenrisico.

Artikel 99

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor medische kosten in verband met het invaliditeits- en morbiditeitsrisico

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor medische kosten in verband met het invaliditeits- en morbiditeitsrisico als volgt berekenen:

Formula

waarbij

(a)

MP staat voor het bedrag aan medische betalingen gedurende het afgelopen jaar op grond van ziekteverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen van het afgelopen jaar;

(b)

n staat voor de modified duration in jaren van de kasstroom als opgenomen in de beste schatting van die verplichtingen;

(c)

i staat voor het gewogen gemiddelde inflatiepercentage voor medische betalingen als opgenomen in de beste schatting van die verplichtingen, gewogen naar de contante waarde van de medische betalingen als opgenomen in de berekening van de beste schatting van die verplichtingen.

Artikel 100

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor inkomensbescherming in verband met invaliditeits- en morbiditeitsrisico

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor inkomensbescherming in verband met invaliditeits- en morbiditeitsrisico als volgt berekenen:

SCRincome-protection-disability-morbidity =

0,35 · CAR 1 · d 1 + 0,25 · 1,1 (n – 3)/2 · (n – 1) · CAR 2 · d 2 + 0,2 · 1,1 (n –1)/2 · t · n · BEdis

waarbij, met betrekking tot verzekerings- en herverzekeringspolissen met een positief risicobedrag

(a)

CAR1 staat voor het totale risicobedrag, zijnde de som, voor elke overeenkomst, van het risicobedrag van de overeenkomsten, waarbij onder het risicobedrag van een overeenkomst wordt verstaan het hoogste van de volgende bedragen: ofwel nul ofwel het verschil tussen de volgende twee bedragen:

i)

de som van:

het bedrag dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming op het moment zelf zou betalen in geval van het overlijden of invalide worden van de in het kader van de overeenkomst verzekerde personen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

de verwachte contante waarde van de niet onder het vorige streepje vallende bedragen die de onderneming in de toekomst zou betalen in geval van het onmiddellijk overlijden of invalide worden van de in het kader van de overeenkomst verzekerde personen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

ii)

de beste schatting van de overeenkomstige verplichtingen, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald;

(b)

CAR2 staat voor het totale risicobedrag als bedoeld onder a), na 12 maanden;

(c)

d1 staat voor het verwachte gemiddelde invaliditeits- en morbiditeitscijfer in de eerstvolgende 12 maanden, gewogen naar de verzekerde som;

(d)

d2 staat voor het verwachte gemiddelde invaliditeits- en morbiditeitscijfer in de 12 maanden na de eerstvolgende 12 maanden, gewogen naar de verzekerde som;

(e)

n staat voor de modified duration van de betalingen bij invaliditeit-morbiditeit als opgenomen in de beste schatting;

(f)

t staat voor de verwachte beëindigingscijfers in de eerstvolgende 12 maanden;

(g)

BEdis staat voor de beste schatting van de verplichtingen die blootstaan aan invaliditeits- en morbiditeitsrisico.

Artikel 101

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor kostenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor het kostenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf als volgt berekenen:

Formula

waarbij

(1)

EI staat voor de kosten die in het afgelopen jaar zijn gemaakt bij het nakomen van de ziekteverzekerings- en ziekteherverzekeringsverplichtingen;

(2)

n staat voor de modified duration in jaren van de kasstroom als opgenomen in de beste schatting van die verplichtingen;

(3)

i staat voor het gewogen gemiddelde inflatiepercentage als opgenomen in de berekening van de beste schatting van die verplichtingen, gewogen naar de contante waarde van de kosten als opgenomen in de berekening van de beste schatting voor het nakomen van de bestaande verplichtingen in het levensverzekeringsbedrijf.

Artikel 102

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor vervalrisico in verband met het SLT-ziekteverzekeringsbedrijf

1.   Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor het risico van een permanente stijging van de vervalpercentages als bedoeld in artikel 159, lid 1, onder a), als volgt berekenen:

Formula

waarbij

(a)

lup staat voor het hoogste van de volgende percentages: het gemiddelde vervalpercentage van de polissen met een positieve „surrender strain” en 83 %;

(b)

nup staat voor de gemiddelde periode in jaren waarin de polissen met een positieve „surrender strain” aflopen;

(c)

Sup staat voor de som van de positieve „surrender strains”.

2.   Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor het risico van een permanente daling van de vervalpercentages als bedoeld in artikel 159, lid 1, onder a), als volgt berekenen:

Formula

waarbij

(a)

ldown staat voor het gemiddelde vervalpercentage van de polissen met een negatieve „surrender strain”;

(b)

ndown staat voor de gemiddelde periode in jaren waarin de polissen met een negatieve „surrender strain” aflopen;

(c)

Sdown staat voor de som van de negatieve „surrender strains”.

3.   De 'surrender strain' van een verzekeringspolis als bedoeld in de leden 1 en 2 is het verschil tussen:

(a)

het op het moment zelf door de verzekeringsonderneming te betalen bedrag bij stopzetting door de verzekeringnemer, uitgezonderd eventuele bedragen die op verzekeringnemers of intermediairs kunnen worden verhaald;

(b)

het bedrag van de technische voorzieningen zonder de risicomarge.

Artikel 103

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor renterisico voor verzekerings- en herverzekeringscaptives

1.   Indien de artikelen 88 en 89 worden nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf als volgt berekenen:

(a)

de som, voor elke valuta, van de kapitaalvereisten voor het risico van een stijging van de rentetermijnstructuur als vermeld in lid 2 van dit artikel;

(b)

de som, voor elke valuta, van de kapitaalvereisten voor het risico van een daling van de rentetermijnstructuur als vermeld in lid 3 van dit artikel.

2.   Voor de toepassing van lid 1, onder a), van dit artikel is het kapitaalvereiste voor het risico van een stijging van de rentetermijnstructuur voor een gegeven valuta gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

de eerste som alle looptijdintervallen i omvat als vermeld in lid 4 van dit artikel;

(b)

MVALi staat voor de waarde van de activa minus de passiva, met uitzondering van technische voorzieningen voor looptijdinterval i, overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG;

(c)

duri staat voor de simplified duration van looptijdinterval i;

(d)

ratei staat voor de relevante risicovrije rentevoet voor de simplified duration van looptijdinterval i;

(e)

stress(i,up) staat voor de relatieve opwaartse druk van de rentevoet voor de simplified duration van looptijdinterval i;

(f)

de tweede som alle branches omvat die in bijlage I van deze verordening worden vermeld;

(g)

BElob staat voor de beste schatting in branche lob;

(h)

durlob staat voor de modified duration van de beste schatting in branche lob;

(i)

ratelob staat voor de relevante risicovrije rentevoet voor de modified duration in branche lob;

(j)

stress(lob,up) staat voor de relatieve opwaartse druk van de rentevoet voor de modified duration durlob .

3.   Voor de toepassing van lid 1, onder b), van dit artikel is het kapitaalvereiste voor het risico van een daling van de rentetermijnstructuur voor een gegeven valuta gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

de eerste som alle looptijdintervallen i omvat als vermeld in lid 4;

(b)

MVALi staat voor de waarde van de activa minus de passiva, met uitzondering van technische voorzieningen voor looptijdinterval i, overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG;

(c)

duri staat voor de simplified duration van looptijdinterval i;

(d)

ratei staat voor de relevante risicovrije rentevoet voor de simplified duration van looptijdinterval i;

(e)

stress(i,down) staat voor de relatieve neerwaartse druk van de rentevoet voor de simplified duration van looptijdinterval i;

(f)

de tweede som alle branches omvat die in bijlage I van deze verordening worden vermeld;

(g)

BElob staat voor de beste schatting in branche lob;

(h)

durlob staat voor de modified duration van de beste schatting in branche lob;

(i)

ratelob staat voor de relevante risicovrije rentevoet voor de modified duration in branche lob;

(j)

stress(lob, down) staat voor de relatieve neerwaartse druk van de rente voor de modified duration durlob .

4.   De looptijdintervallen i en de simplified duration als bedoeld in lid 2, onder a) en c), en in lid 3, onder a) en c), zijn als volgt:

(a)

voor een looptijd tot een jaar bedraagt de simplified duration 0,5 jaar;

(b)

voor een looptijd van een tot drie jaar bedraagt de simplified duration 2 jaar;

(c)

voor een looptijd van drie tot vijf jaar bedraagt de simplified duration 4 jaar;

(d)

voor een looptijd van vijf jaar tot tien jaar bedraagt de simplified duration 7 jaar;

(e)

voor een looptijd van meer dan tien jaar bedraagt de simplified duration 12 jaar.

Artikel 104

Vereenvoudigde berekening van spreadrisico van obligaties en leningen

1.   Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het kapitaalvereiste voor het spreadrisico als bedoeld in artikel 176 van deze verordening als volgt berekenen:

Formula

waarbij

(a)

SCRbonds staat voor het kapitaalvereiste voor spreadrisico van obligaties en leningen;

(b)

MVbonds staat voor de waarde van de activa die onderworpen zijn aan kapitaalvereisten voor het spreadrisico van obligaties en leningen, overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG;

(c)

%MVi bonds staat voor het aandeel van de activaportefeuille dat onderworpen is aan een kapitaalvereiste voor het spreadrisico van obligaties en leningen met kredietkwaliteitscategorie i, wanneer een kredietbeoordeling door een aangewezen EKBI voor die activa beschikbaar is;

(d)

%MVbonds norating staat voor het aandeel van de activaportefeuille dat onderworpen is aan een kapitaalvereiste voor het spreadrisico van obligaties en leningen, wanneer geen kredietbeoordeling door een aangewezen EKBI voor die activa beschikbaar is;

(e)

duri en durnorating staan voor de modified duration, uitgedrukt in jaren, van de activa die onderworpen zijn aan een kapitaalvereiste voor het spreadrisico van obligaties en leningen, wanneer geen kredietbeoordeling door een aangewezen EKBI voor die activa beschikbaar is;

(f)

stressi staat voor een functie van kredietkwaliteitscategorie i en van de modified duration, uitgedrukt in jaren, van de activa die onderworpen zijn aan een kapitaalvereiste voor het spreadrisico van obligaties en leningen met kredietkwaliteitscategorie i, als vermeld in lid 2;

(g)

ΔLiabul staat voor de verhoging van de technische voorzieningen minus risicomarge voor polissen waarbij de polishouders het beleggingsrisico, met ingebouwde opties en garanties, dragen dat zou ontstaan bij een onmiddellijke waardevermindering van de activa die onderworpen zijn aan het kapitaalvereiste voor het spreadrisico van obligaties en leningen van:

Formula

.

2.   stressi als bedoeld in lid 1, onder f), is voor elke kredietkwaliteitscategorie i gelijk aan:Formula, duri bi waarbij duri staat voor de modified duration, uitgedrukt in jaren, van de activa die onderworpen zijn aan een kapitaalvereiste voor het spreadrisico van obligaties en leningen met kredietkwaliteitscategorie i, en bi wordt bepaald overeenkomstig de volgende tabel:

Kredietkwaliteitscategorie i

0

1

2

3

4

5

6

bi

0,9 %

1,1 %

1,4 %

2,5 %

4,5 %

7,5 %

7,5 %

3.   durnorating als bedoeld in lid 1, onder e), en duri als bedoeld in lid 2, is niet lager dan 1 jaar.

Artikel 105

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor spreadrisico van obligaties en leningen voor verzekerings- en herverzekeringscaptives

Indien de artikelen 88 en 89 worden nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringscaptives de bij de berekening van het kapitaalvereiste voor spreadrisico als bedoeld in artikel 176, uitgaan van de veronderstelling dat aan alle activa kredietkwaliteitscategorie 3 is toegekend.

Artikel 106

Vereenvoudigde berekening van het kapitaalvereiste voor marktrisicoconcentratie voor verzekerings- en herverzekeringscaptives

Indien de artikelen 88 en 89 worden nageleefd, mogen captive verzekerings- en herverzekeringsondernemingen uitgaan van alle volgende veronderstellingen bij de berekening van het kapitaalvereiste voor concentratierisico:

(1)

interne activapoolingregelingen van verzekerings- of herverzekeringscaptives kunnen van de toepassing van de berekeningsgrondslag als bedoeld in artikel 184, lid 2, worden vrijgesteld indien er wettelijk afdwingbare contractuele voorwaarden zijn vastgesteld die waarborgen dat de passiva van de verzekerings- of herverzekeringscaptive worden gecompenseerd door haar intragroep-blootstellingen ten aanzien van andere entiteiten van de groep.

(2)

de relatieve excedentblootstellingsdrempel als bedoeld in artikel 184, lid 1, onder c), is gelijk aan 15 % voor de volgende singlenameblootstellingen:

(a)

blootstellingen aan kredietinstellingen die niet tot dezelfde groep behoren en waaraan kredietkwaliteitscategorie 2 is toegekend;

(b)

blootstellingen aan entiteiten van de groep die de liquide middelen van de verzekerings- en herverzekeringscaptive beheren waaraan kredietkwaliteitscategorie 2 is toegekend.

Artikel 107

Vereenvoudigde berekening van het risicolimiteringseffect voor herverzekeringsregelingen of securitisatie

1.   Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het risicolimiteringseffect op het verzekeringstechnisch risico van een herverzekeringsregeling of securitisatie als bedoeld in artikel 196, als volgt berekenen:

Formula

waarbij

(a)

RMre,all staat voor het risicolimiteringseffect op het verzekeringstechnisch risico van de herverzekeringsregelingen en securitisaties voor alle tegenpartijen, berekend overeenkomstig lid 2;

(b)

Recoverablesi staat voor de beste schatting van de bedragen die op de herverzekeringsregeling of de securitisatie en de overeenkomstige debiteuren kunnen worden verhaald voor tegenpartij i, en Recoverablesall staat voor de beste schatting van de bedragen die op de herverzekeringsregelingen en securitisaties en de overeenkomstige debiteuren kunnen worden verhaald voor alle tegenpartijen.

2.   Het risicolimiteringseffect op het verzekeringstechnisch risico van de herverzekeringsregelingen en securitisaties voor alle tegenpartijen als bedoeld in lid 1, is het verschil tussen de volgende kapitaalvereisten:

(a)

het hypothetische kapitaalvereiste voor het verzekeringstechnisch risico van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming indien er geen herverzekeringsregelingen of securitisaties aanwezig zijn;

(b)

de kapitaalvereisten voor het verzekeringstechnisch risico van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

Artikel 108

Vereenvoudigde berekening van het risicolimiteringseffect voor proportionele herverzekeringsregelingen

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het risicolimiteringseffect op het verzekeringstechnisch risico j van een proportionele herverzekeringsregeling voor tegenpartij i als bedoeld in artikel 196, als volgt berekenen:

Formula

waarbij

(a)

BE staat voor de beste schatting van de verplichtingen, na aftrek van de bedragen die kunnen worden verhaald;

(b)

Recoverablesi staat voor de beste schatting van de bedragen die op de herverzekeringsregeling en de overeenkomstige debiteuren kunnen worden verhaald voor tegenpartij i;

(c)

Recoverablesall staat voor de beste schatting van de bedragen die op de herverzekeringsregeling en de overeenkomstige debiteuren kunnen worden verhaald voor alle tegenpartijen;

(d)

SCRj staat voor de kapitaalvereisten voor het verzekeringstechnisch risico van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.

Artikel 109

Vereenvoudigde berekeningen voor poolingregelingen

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen voor de toepassing van de artikelen 193, 194 en 195 de volgende vereenvoudigde berekeningen toepassen:

(a)

de beste schatting als bedoeld in artikel 194, lid 1, onder d), kan als volgt worden berekend:

Formula

waarbij BEU staat voor de beste schatting van de aansprakelijkheid die door de bij de poolingregeling aangesloten onderneming aan de poolingregeling is gecedeerd, exclusief alle bedragen die bij niet bij de poolingregeling aangesloten tegenpartijen zijn herverzekerd;

(b)

de beste schatting als bedoeld in artikel 195, lid 1, onder c), kan als volgt worden berekend:

Formula

waarbij BECEP staat voor de beste schatting van de aansprakelijkheid die door de pool aan de externe tegenpartij is gecedeerd met betrekking tot het risico dat door de onderneming aan de pool is gecedeerd.

(c)

het risicolimiteringseffect als bedoeld in artikel 195, lid 1, onder d), kan als volgt worden berekend:

Formula

waarbij

i)

BECE staat voor de beste schatting van de door de poolingregeling als geheel aan de externe tegenpartij gecedeerde aansprakelijkheid;

ii)

ΔRMCEP staat voor de bijdrage van alle externe tegenpartijen aan het risicolimiteringseffect van de poolingregeling op het verzekeringstechnisch risico van de onderneming;

(d)

de tegenpartijen die lid zijn van de pool en de tegenpartijen die niet bij de pool zijn aangesloten, kunnen worden gegroepeerd overeenkomstig de kredietbeoordeling door een aangewezen EKBI, mits er afzonderlijke groepen zijn voor poolblootstellingen van type A, type B en type C.

Artikel 110

Vereenvoudigde berekening — Groepering van singlenameblootstellingen

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het verlies bij wanbetaling als vermeld in artikel 192 berekenen voor een groep van singlenameblootstellingen. In dat geval wordt aan de groep van singlenameblootstellingen de grootste kans op wanbetaling toegekend die overeenkomstig artikel 199 is toegekend aan singlenameblootstellingen welke deel uitmaken van de groep.

Artikel 111

Vereenvoudigde berekening van het risicolimiteringseffect

Indien artikel 88 wordt nageleefd, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen het risicolimiteringseffect op het verzekeringstechnisch risico en het marktrisico van een herverzekeringsregeling, een securitisatie of een derivaat als bedoeld in artikel 196, berekenen als het verschil tussen de volgende kapitaalvereisten:

(a)

de som van het hypothetische kapitaalvereiste voor de ondermodules van het verzekeringstechnisch risico of het marktrisico van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die door de risicolimiteringstechniek zou worden beïnvloed, indien de herverzekeringsregeling, de securitisatie of het derivaat niet zouden bestaan;

(b)

de som van de kapitaalvereisten voor de ondermodules van de modules verzekeringstechnisch risico en marktrisico van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die door de risicolimiteringstechniek wordt beïnvloed.

Artikel 112

Vereenvoudigde berekening van de risicogewogen waarde van een zakelijke zekerheid om rekening te houden met het economisch effect van die zekerheid

1.   Indien artikel 88 van deze verordening wordt nageleefd, en zowel aan het tegenpartijvereiste als aan het derdenvereiste als bedoeld in artikel 197, lid 1, is voldaan, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, voor de toepassing van artikel 197, de risicogewogen waarde van een als zekerheid verschaft activum als bedoeld in artikel 1, lid 26, onder b), berekenen als 85 % van de waarde van de als zekerheid aangehouden activa, gewaardeerd overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG.

2.   Indien de artikelen 88 en 214 van deze verordening worden nageleefd, en zowel aan het tegenpartijvereiste als aan het derdenvereiste als bedoeld in artikel 197, lid 1, is voldaan, mogen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, voor de toepassing van artikel 197, de risicogewogen waarde van een als zekerheid verschaft activum als bedoeld in artikel 1, lid 26, onder b), berekenen als 75 % van de waarde van de als zekerheid aangehouden activa, gewaardeerd overeenkomstig artikel 75 van Richtlijn 2009/138/EG.

Onderafdeling 7

Reikwijdte van de verzekeringstechnische risicomodules

Artikel 113

Voor de berekening van de kapitaalvereisten voor verzekeringstechnische risico's in het schadeverzekeringsbedrijf, het levensverzekeringsbedrijf en het ziekteverzekeringsbedrijf, passen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de volgende modules toe:

(a)

de module schadeverzekeringstechnisch risico op schadeverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen met uitzondering van ziekteverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen;

(b)

de module levensverzekeringstechnisch risico op levensverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen met uitzondering van ziekteverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen;

(c)

de module ziekteverzekeringstechnisch risico op ziekteverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen.

AFDELING 2

Module schadeverzekeringstechnisch risico

Artikel 114

Module schadeverzekeringstechnisch risico

1.   De module schadeverzekeringstechnisch risico bestaat uit alle volgende ondermodules:

(a)

de ondermodule premie- en reserverisico in de schadeverzekeringsbranche als bedoeld in artikel 105, lid 2, derde alinea, onder a), van Richtlijn 2009/138/EG;

(b)

de ondermodule rampenrisico in de schadeverzekeringsbranche als bedoeld in artikel 105, lid 2, derde alinea, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG;

(c)

de ondermodule vervalrisico in het schadeverzekeringsbedrijf.

2.   Het kapitaalvereiste voor het schadeverzekeringstechnisch risico is gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

de som alle mogelijke combinaties (i,j) van de ondermodules als vermeld in lid 1 omvat;

(b)

CorrNL(i,j) staat voor de correlatieparameter voor het schadeverzekeringstechnisch risico voor de ondermodules i en j;

(c)

SCRi en SCRj staan voor de kapitaalvereisten voor de respectievelijke risico-ondermodules i en j.

3.   De correlatieparameter CorrNL(i,j) als bedoeld in lid 2 staat voor de waarde als vermeld in rij i en in kolom j van de volgende correlatiematrix:

j

i

Premie- en reserverisico in de schadeverzekeringsbranche

Rampenrisico in de schadeverzekeringsbranche

Vervalrisico in de schadeverzekerings-branche

Premie- en reserverisico in de schadeverzekeringsbranche

1

0,25

0

Rampenrisico in de schadeverzekeringsbranche

0,25

1

0

Vervalrisico in de schadeverzekeringsbranche

0

0

1

Artikel 115

Ondermodule premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf

Het kapitaalvereiste voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf is gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

σnl staat voor de standaardafwijking voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf als bepaald overeenkomstig artikel 117;

(b)

Vnl staat voor de volumemaatstaf voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf als bepaald overeenkomstig artikel 116.

Artikel 116

Volumemaatstaf voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf

1.   De volumemaatstaf voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf is gelijk aan de som van de volumemaatstaven voor premie- en reserverisico van de segmenten als vermeld in bijlage II.

2.   Voor alle segmenten als vermeld in bijlage II is de volumemaatstaf van een bepaald segment s gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

V(prem,s) staat voor de volumemaatstaf voor premierisico van segment s;

(b)

V(res,s) staat voor de volumemaatstaf voor reserverisico van segment s;

(c)

DIVs staat voor de factor voor geografische diversificatie van segment s.

3.   Voor alle segmenten als vermeld in bijlage II is de volumemaatstaf voor premierisico van een bepaald segment s gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

Ps staat voor een schatting van door de verzekerings- of de herverzekeringsonderneming gedurende de eerstvolgende 12 maanden in segment s te verdienen premies;

(b)

P(last,s) staat voor de door de verzekerings- en herverzekeringsonderneming gedurende de afgelopen 12 maanden in segment s verdiende premies;

(c)

FP(existing,s) staat voor de verwachte contante waarde van door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming na de eerstvolgende 12 maanden in segment s te verdienen premies voor bestaande verzekeringsovereenkomsten;

(d)

FP(future,s) staat voor de verwachte contante waarde van door de verzekerings- en herverzekeringsonderneming in segment s voor overeenkomsten te verdienen premies indien de datum van eerste opname in de eerstvolgende 12 maanden valt, maar exclusief de gedurende de 12 maanden na de datum van eerste opname te verdienen premies.

4.   Voor alle segmenten die in bijlage II worden vermeld, kunnen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als alternatief voor de berekening als vermeld in lid 3 van dit artikel, ervoor kiezen de volumemaatstaf voor premierisico van een bepaald segment s te berekenen overeenkomstig de volgende formule:

Formula

mits aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

(a)

het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de verzekerings- of de herverzekeringsonderneming heeft besloten dat de gedurende de eerstvolgende 12 maanden in segment s verdiende premies niet meer zullen bedragen dan Ps ;

(b)

de verzekerings- of herverzekeringsonderneming heeft effectieve controlemechanismen ingesteld om ervoor te zorgen dat aan de limieten inzake verdiende premies als bedoeld in punt a), zal worden voldaan;

(c)

de verzekerings- of herverzekeringsonderneming heeft haar toezichthoudende autoriteit over het besluit als bedoeld in punt a) en de redenen ervoor geïnformeerd.

Voor de toepassing van deze berekening hebben de termen Ps , FP(existing,s) en FP(future,s) de betekenis die in lid 3, onder a), c) en d), is vermeld.

5.   Voor de berekeningen als vermeld in de leden 3 en 4, worden nettopremies gebruikt, na aftrek van premies voor herverzekeringsovereenkomsten. De volgende premies voor herverzekeringsovereenkomsten worden niet afgetrokken:

(a)

premies met betrekking tot niet-verzekeringsgebeurtenissen of afgewikkelde schaden die niet worden verantwoord in de kasstromen als bedoeld in artikel 41, lid 3;

(b)

premies voor herverzekeringsovereenkomsten die niet voldoen aan de artikelen 209, 210, 211 en 213.

6.   Voor alle segmenten als vermeld in bijlage II is de volumemaatstaf voor reserverisico van een bepaald segment gelijk aan de beste schatting van de voorzieningen voor te betalen schaden voor het segment, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, mits de herverzekeringsovereenkomsten of special purpose vehicles voldoen aan de artikelen 209, 210, 211 en 213. De volumemaatstaf is geen negatief bedrag.

7.   Voor alle segmenten als vermeld in bijlage II is de standaardfactor voor geografische diversificatie van een specifiek segment ofwel gelijk aan 1, ofwel wordt hij berekend overeenkomstig bijlage III.

Artikel 117

Standaardafwijking voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf

1.   De standaardafwijking voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf is gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

Vnl staat voor de volumemaatstaf voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf;

(b)

de som alle mogelijke combinaties (s,t) omvat van de segmenten als vermeld in bijlage II;

(c)

CorrS(s,t) staat voor de correlatieparameter voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf voor segment s en segment t als vermeld in bijlage IV;

(d)

σs en σt staan voor de standaardafwijkingen voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf van de respectievelijke segmenten s en t;

(e)

Vs en Vt staan voor de volumemaatstaven voor premie- en reserverisico van de respectievelijke segmenten s en t, als bedoeld in artikel 116.

2.   Voor alle segmenten als vermeld in bijlage II is de standaardafwijking voor premie- en reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf van een bepaald segment s gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

σ(prem,s) staat voor de standaardafwijking voor premierisico in het schadeverzekeringsbedrijf van segment s als bepaald overeenkomstig lid 3;

(b)

σ(res,s) staat voor de standaardafwijking voor reserverisico in het schadeverzekeringsbedrijf van segment s als vermeld in bijlage II;

(c)

V(prem,s) staat voor de volumemaatstaf voor premierisico van segment s als bedoeld in artikel 116;

(d)

V(res,s) staat voor de volumemaatstaf voor reserverisico van segment s als bedoeld in artikel 116.

3.   Voor alle segmenten als vermeld in bijlage II is de standaardafwijking voor premierisico in het schadeverzekeringsbedrijf van een bepaald segment gelijk aan het product van de standaardafwijking voor bruto premierisico in het schadeverzekeringsbedrijf van het segment als vermeld in bijlage II en de correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering. Voor de segmenten 1, 4 en 5 als vermeld in bijlage II is de correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering gelijk aan 80 %. Voor alle andere segmenten als vermeld in bijlage II is de correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering gelijk aan 100 %.

Artikel 118

De ondermodule vervalrisico in het schadeverzekeringsbedrijf

1.   Het kapitaalvereiste voor de ondermodule vervalrisico in het schadeverzekeringsbedrijf als bedoeld in artikel 114, lid 1, onder c), is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming als gevolg van de combinatie van de volgende onmiddellijke gebeurtenissen:

(a)

de stopzetting van 40 % van de verzekeringsovereenkomsten waarvoor stopzetting in een stijging van de technische voorzieningen zonder de risicomarge zou resulteren;

(b)

indien de herverzekeringsovereenkomsten verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten omvatten die in de toekomst zullen worden geboekt, de vermindering met 40 % van het aantal van die toekomstige verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten dat bij de berekening van de technische voorzieningen wordt gebruikt.

2.   De gebeurtenissen als bedoeld in lid 1 zijn op uniforme wijze op alle betrokken verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten van toepassing. Ten aanzien van herverzekeringsovereenkomsten zijn de gebeurtenissen als bedoeld in lid 1, onder a), op de onderliggende verzekeringsovereenkomsten van toepassing.

3.   Voor het bepalen van het verlies aan kernvermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming ten gevolge van de gebeurtenis als bedoeld in lid 1, onder a), baseert de onderneming de berekening op het soort stopzetting dat per overeenkomst het meest negatieve effect op het kernvermogen van de onderneming heeft.

Artikel 119

Ondermodule rampenrisico in het schadeverzekeringsbedrijf

1.   De ondermodule rampenrisico in het schadeverzekeringsbedrijf bestaat uit alle volgende ondermodules:

(a)

de ondermodule natuurramprisico in het schadeverzekeringsbedrijf;

(b)

de ondermodule voor rampenrisico van niet-proportionele zaakherverzekering;

(c)

de ondermodule risico van antropogene rampen;

(d)

de ondermodule voor overige rampenrisico's in het schadeverzekeringsbedrijf.

2.   Het kapitaalvereiste voor de ondermodule rampenrisico in het schadeverzekeringsbedrijf is gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

SCRnatCAT het kapitaalvereiste is voor natuurramprisico;

(b)

SCRnpproperty het kapitaalvereiste is voor rampenrisico van niet-proportionele zaakherverzekering;

(c)

SCRmmCAT het kapitaalvereiste is voor het risico van antropogene rampen;

(d)

SCRCATother het kapitaalvereiste is voor overige risico's in het schadeverzekeringsbedrijf.

Artikel 120

Ondermodule natuurramprisico

1.   De ondermodule risico natuurramprisico bestaat uit alle volgende ondermodules:

(a)

de ondermodule stormrisico;

(b)

de ondermodule aardbevingsrisico;

(c)

de ondermodule overstromingsrisico;

(d)

de ondermodule hagelrisico;

(e)

de ondermodule verzakkingsrisico;

2.   Het kapitaalvereiste voor natuurramprisico is gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

de som alle mogelijke combinaties omvat van de ondermodules i als vermeld in lid 1;

(b)

SCRi staat voor het kapitaalvereiste voor ondermodule i.

Artikel 121

Ondermodule stormrisico

1.   Het kapitaalvereiste voor stormrisico is gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

de som alle mogelijke combinaties (r,s) omvat van de regio's als vermeld in bijlage V;

(b)

CorrWS(r,s) staat voor de correlatiecoëfficiënt voor stormrisico voor regio r en regio s als vermeld in bijlage V;

(c)

SCR(windstorm,r) en SCR(windstorm,s) staan voor de kapitaalvereisten voor stormrisico in de respectievelijke regio's r en s;

(d)

SCR(windstorm,other) staat voor het kapitaalvereiste voor stormrisico in andere regio's dan die welke in bijlage XIII zijn vermeld.

2.   Voor alle regio's als vermeld in bijlage V is het kapitaalvereiste voor stormrisico in een bepaalde regio r het grootste van de volgende twee kapitaalvereisten:

(a)

het kapitaalvereiste voor stormrisico in regio r overeenkomstig scenario A als vermeld in lid 3;

(b)

het kapitaalvereiste voor stormrisico in regio r overeenkomstig scenario B als vermeld in lid 4.

3.   Voor alle regio's als vermeld in bijlage V is het kapitaalvereiste voor stormrisico in een bepaalde regio r overeenkomstig scenario A gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van de volgende opeenvolging van gebeurtenissen:

(a)

een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 80 % van het gespecificeerde verlies door storm in regio r;

(b)

een verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 40 % van het gespecificeerde verlies door storm in regio r.

4.   Voor alle regio's als vermeld in bijlage V is het kapitaalvereiste voor stormrisico in een bepaalde regio r overeenkomstig scenario B gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van de volgende opeenvolging van gebeurtenissen:

(a)

een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 100 % van het gespecificeerde verlies door storm in regio r;

(b)

een verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 20 % van het gespecificeerde verlies door storm in regio r.

5.   Voor alle regio's als vermeld in bijlage V is het gespecificeerde verlies door storm in een bepaalde regio r gelijk aan het volgende bedrag:

Formula

waarbij

(a)

Q(windstorm,r) staat voor de stormrisicofactor voor regio r als vermeld in bijlage V;

(b)

de som alle mogelijke combinaties van risicozones (i,j) van regio r omvat als vermeld in bijlage IX;

(c)

Cor(windstorm,r,i,j)r staat voor de correlatiecoëfficiënt voor stormrisico in risicozones i en j van regio r als vermeld in bijlage XXII;

(d)

WSI(windstorm,r,i) en WS(windstorm,r,j)I staan voor de gewogen verzekerde bedragen voor stormrisico in risicozones i en j van regio r als vermeld in bijlage IX.

6.   Voor alle regio's als vermeld in bijlage V en alle risicozones van die regio's als vermeld in bijlage IX is het gewogen verzekerde bedrag voor stormrisico in een bepaalde stormzone i van een bepaalde regio r gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

W(windstorm,r,i) staat voor het risicogewicht voor stormrisico in risicozone i van regio r als vermeld in bijlage X;

(b)

SI(windstorm,r,i) staat voor het verzekerde bedrag voor stormrisico in stormzone i van regio r.

7.   Voor alle regio's als vermeld in bijlage V en alle risicozones van die regio's als vermeld in bijlage IX is het gewogen verzekerde bedrag voor stormrisico in een bepaalde stormzone i van een bepaalde regio r gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

SI(property,r,i) staat voor het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de branches 7 en 19 verzekerde bedrag als vermeld in bijlage I met betrekking tot overeenkomsten die stormrisico dekken, en waarbij het risico in risicozone i van regio r gelegen is;

(b)

SI(onshore-property,r,i) staat voor het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de branches 6 en 18 verzekerde bedrag als vermeld in bijlage I met betrekking tot overeenkomsten die stormrisico dekken, en waarbij het risico in risicozone i van regio r gelegen is.

8.   Het kapitaalvereiste voor stormrisico in andere regio's dan die welke in bijlage XIII zijn vermeld, is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies met betrekking tot elke verzekerings- en herverzekeringsovereenkomst die een van de volgende verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen omvat:

(a)

verplichtingen van de branches 7 of 19 als vermeld in bijlage I die stormrisico dekken en waarbij het risico niet in een van de regio's als vermeld in bijlage XIII gelegen is;

(b)

verplichtingen van de branches 6 of 18 als vermeld in bijlage I met betrekking tot stormschade aan op het vasteland gelegen goederen, waarbij het risico niet in een van de regio's als vermeld in bijlage XIII gelegen is.

9.   Het bedrag van het onmiddellijke verlies, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in lid 8 is gelijk aan het volgende bedrag:

Formula

waarbij

(a)

DIVwindstorm wordt berekend overeenkomstig bijlage III, maar op basis van de premies met betrekking tot de verplichtingen als bedoeld in lid 8 en beperkt tot de regio's 5 tot en met 18 als bedoeld in punt 8) van bijlage III;

(b)

Pwindstorm een schatting is van de door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te verdienen premies voor elke overeenkomst die gedurende de eerstvolgende 12 maanden de verplichtingen als bedoeld in lid 8 omvat: hierbij gaat het om bruto premies, zonder aftrek van premies voor herverzekeringsovereenkomsten.

Artikel 122

Ondermodule aardbevingsrisico

1.   Het kapitaalvereiste voor aardbevingsrisico is gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

de som alle mogelijke combinaties (r,s) omvat van de regio's als vermeld in bijlage VI;

(b)

CorrEQ(r,s) staat voor de correlatiecoëfficiënt voor aardbevingsrisico voor regio r en regio s als vermeld in bijlage VI;

(c)

SCR(earthquake,r) en SCR(earthquake,s) staan voor de kapitaalvereisten voor aardbevingsrisico in de respectievelijke regio's r en s;

(d)

SCR(earthquake,other) staat voor het kapitaalvereiste voor aardbevingsrisico in andere regio's dan die welke in bijlage XIII zijn vermeld.

2.   Voor alle regio's als vermeld in bijlage VII is het kapitaalvereiste voor aardbevingsrisico in een bepaalde regio r gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan het volgende bedrag:

Formula

waarbij

(a)

Q(earthquake,r) staat voor de aardbevingsrisicofactor voor regio r als vermeld in bijlage VI;

(b)

de som alle mogelijke combinaties van risicozones (i,j) van regio r omvat als vermeld in bijlage IX;

(c)

Corr(earthquake,r,i,j) staat voor de correlatiecoëfficiënt voor aardbevingsrisico in risicozones i en j van regio r als vermeld in bijlage XXIII;

(d)

WSI(earthquake,r,i) en WSI(earthquake,r,j) staan voor de gewogen verzekerde bedragen voor aardbevingsrisico in risicozones i en j van regio r als vermeld in bijlage IX.

3.   Voor alle regio's als vermeld in bijlage VI en alle risicozones van die regio's als vermeld in bijlage IX is het gewogen verzekerde bedrag voor aardbevingsrisico in een bepaalde aardbevingszone i van een bepaalde regio r gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

W(earthquake,r,i) staat voor het risicogewicht voor aardbevingsrisico in risicozone i van regio r als vermeld in bijlage X;

(b)

SI(earthquake,r,i) staat voor het verzekerde bedrag voor aardbevingsrisico in aardbevingszone i van regio r.

4.   Voor alle regio's als vermeld in bijlage VIII en alle risicozones van die regio's als vermeld in bijlage IX is het gewogen verzekerde bedrag voor aardbevingsrisico in een bepaalde aardbevingszone i van een bepaalde regio r gelijk aan:

Formula

waarbij

(a)

SI(property,r,i) staat voor het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de branches 7 en 19 verzekerde bedrag als vermeld in bijlage I met betrekking tot overeenkomsten die aardbevingsrisico dekken en waarbij het risico in risicozone i van regio r gelegen is;

(b)

SI(onshore-property,r,i) staat voor het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de branches 6 en 18 verzekerde bedrag als vermeld in bijlage I met betrekking tot overeenkomsten die aardbevingsschade aan op het vasteland gelegen goederen dekken en waarbij het risico in risicozone i van regio r gelegen is.

5.   Het kapitaalvereiste voor aardbevingsrisico in andere regio's dan die welke in bijlage XIII zijn vermeld, is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies met betrekking tot elke verzekerings- en herverzekeringsovereenkomst die een of meer van de volgende verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen omvat:

(a)

verplichtingen van de branches 7 of 19 als vermeld in bijlage I die aardbevingsrisico dekken, waarbij het risico niet in een van de regio's als vermeld in bijlage XIII gelegen is;

(b)

verplichtingen van de branches 6 of 18 als vermeld in bijlage I met betrekking tot aardbevingsschade aan op het vasteland gelegen goederen, waarbij het risico niet in een van de regio's als vermeld in bijlage XIII gelegen is.

6.   Het bedrag van het onmiddellijke verlies, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in lid 5 is gelijk aan het volgende bedrag:

Formula

waarbij

(a)

DIVearthquake wordt berekend overeenkomstig bijlage III, maar op basis van de premies met betrekking tot de verplichtingen als bedoeld in lid 5, onder a) en b), en beperkt tot de regio's 5 tot en met 18 als bedoeld in bijlage III;

(b)

Pearthquake een schatting is van de door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te verdienen premies voor elke overeenkomst die gedurende de eerstvolgende 12 maanden de verplichtingen als bedoeld in lid 5, onder a) en b), omvat: hierbij gaat het om bruto premies, zonder aftrek van premies voor herverzekeringsovereenkomsten.

Artikel 123

Ondermodule overstromingsrisico

1.   Het kapitaalvereiste voor overstromingsrisico is gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

de som alle mogelijke combinaties (r,s) omvat van de regio's als vastgesteld in bijlage VII;

(b)

CorrFL(r,s) staat voor de correlatiecoëfficiënt voor overstromingsrisico voor regio r en regio s als vastgesteld in bijlage VII;

(c)

SCR(flood,r) en SCR(flood,s) staat voor het kapitaalvereiste voor overstromingsrisico in regio r respectievelijk s;

(d)

SCR(flood,other) staat voor het kapitaalvereiste voor overstromingsrisico in de regio's behalve die als vastgesteld in bijlage XIII.

2.   Voor alle regio's als vastgesteld in bijlage VII is het kapitaalvereiste voor overstromingsrisico in een bepaalde regio r het grootste van de volgende kapitaalvereisten:

(a)

het kapitaalvereiste voor overstromingsrisico in regio r overeenkomstig scenario A als vastgesteld in lid 3;

(b)

het kapitaalvereiste voor overstromingsrisico in regio r overeenkomstig scenario B als vastgesteld in lid 4.

3.   Voor alle regio's als vastgesteld in bijlage VII is het kapitaalvereiste voor overstromingsrisico in een bepaalde regio r overeenkomstig scenario A gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van de volgende opeenvolging van gebeurtenissen:

(a)

een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 65 % van het gespecificeerde verlies door overstroming in regio r;

(b)

een verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 45 % van het gespecificeerde verlies door overstroming in regio r.

4.   Voor alle regio's als vastgesteld in bijlage VII is het kapitaalvereiste voor overstromingsrisico in een bepaalde regio r overeenkomstig scenario B gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van de volgende opeenvolging van gebeurtenissen:

(a)

een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 100 % van het gespecificeerde verlies door overstroming in regio r;

(b)

een verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 10 % van het gespecificeerde verlies door overstroming in regio r.

5.   Voor alle regio's als vastgesteld in bijlage VII is het gespecificeerde verlies door overstroming in een bepaalde regio r gelijk aan het volgende bedrag:

Formula

waarbij:

(a)

Q(flood,r) staat voor de overstromingsrisicofactor voor regio r als vastgesteld in bijlageVII;

(b)

de som alle mogelijke combinaties van risicozones (i,j) van regio r omvat als vastgesteld in bijlage IX;

(c)

Corr(flood,r,i,j) staat voor de correlatiecoëfficiënt voor overstromingsrisico in overstromingszones i en j van regio r als vastgesteld in bijlage XXIV;

(d)

WSI(flood,r,i) en WSI(flood,r,j) staan voor de gewogen verzekerde bedragen voor overstromingsrisico in risicozones i en j van regio r als vastgesteld in bijlage IX.

6.   Voor alle regio's als vastgesteld in bijlage VII en alle risicozones van die regio's als vastgesteld in bijlage IX is het gewogen verzekerde bedrag voor overstromingsrisico in een bepaalde overstromingszone i van een bepaalde regio r gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

W(flood,r,i) staat voor het risicogewicht voor overstromingsrisico in risicozone i van regio r als vastgesteld in bijlage X;

(b)

SI(flood,r,i) staat voor het verzekerde bedrag voor overstromingsrisico in overstromingszone i van regio r.

7.   Voor alle regio's als vastgesteld in bijlage VII en alle risicozones van die regio's als vastgesteld in bijlage IX is het verzekerde bedrag voor een bepaalde overstromingszone i van een bepaalde regio r gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

SI(property,r,i) staat voor het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de branches 7 en 19 verzekerde bedrag als vastgesteld in bijlage I met betrekking tot overeenkomsten die overstromingsrisico dekken, waarbij het risico in risicozone i van regio r gelegen is;

(b)

SI(onshore-property,r,i) staat voor het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de branches 6 en 18 verzekerde bedrag als vastgesteld in bijlage I met betrekking tot overeenkomsten die schade aan op het vaste land gelegen goederen door overstroming dekken en waarbij het risico in risicozone i van regio r gelegen is;

(c)

SI(motor,r,i) staat voor het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de branches 5 en 17 verzekerde bedrag als vastgesteld in bijlage I met betrekking tot overeenkomsten die overstromingsrisico dekken, waarbij het risico in risicozone i van regio r gelegen is;

8.   Het kapitaalvereiste voor overstromingsrisico in regio's behalve die als vastgesteld in bijlage XIII is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies met betrekking tot elke verzekerings- en herverzekeringsovereenkomst die voor elk van de volgende verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen geldt:

(a)

verplichtingen van de branches 7 of 19 als vastgesteld in bijlage I die overstromingsrisico dekken, waarbij het risico niet in een van de regio's als vastgesteld in bijlage XIII gelegen is;

(b)

verplichtingen van de branches 6 of 18 als vastgesteld in bijlage I met betrekking tot schade aan op het vaste land gelegen goederen door overstroming, waarbij het risico niet in een van de regio's als vastgesteld in bijlage XIII gelegen is;

(c)

verplichtingen van de branches 5 of 17 als vastgesteld in bijlage I die overstromingsrisico dekken, waarbij het risico niet in een van de regio's als vastgesteld in bijlage XIII gelegen is.

9.   Het bedrag van het onmiddellijke verlies, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in lid 8 is gelijk aan het volgende bedrag:

Formula

waarbij:

(a)

DIVflood wordt berekend overeenkomstig bijlage III, maar op basis van de premies met betrekking tot de verplichtingen als bedoeld in de punten a), b) en c) van lid 8 en beperkt is tot de regio's 5 tot 18 als bedoeld in punt 8) van bijlage III;

(b)

Pflood een schatting is van de door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te verdienen premies voor elke overeenkomst die gedurende de volgende 12 maanden voor de verplichtingen als bedoeld in de punten a), b) en c) van lid 8 geldt: hierbij gaat het om bruto premies, zonder aftrek van premies voor herverzekeringsovereenkomsten.

Artikel 124

Ondermodule hagelrisico

1.   Het kapitaalvereiste voor hagelrisico is gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

de som alle mogelijke combinaties (r,s) van de regio's als vastgesteld in bijlage VIII omvat;

(b)

CorrHL(r,s) staat voor de correlatiecoëfficiënt voor hagelrisico voor regio r en regio s als vastgesteld in bijlage VIII;

(c)

SCR(hail,r) en SCR(hail,s) staat voor het kapitaalvereiste voor hagelrisico in regio r respectievelijk s;

(d)

SCR(hail,other) staat voor het kapitaalvereiste voor hagelrisico in de regio's behalve die als vastgesteld in bijlage XIII.

2.   Voor alle regio's als vastgesteld in bijlage VIII is het kapitaalvereiste voor hagelrisico in een bepaalde regio r het grootste van de volgende kapitaalvereisten:

(a)

het kapitaalvereiste voor hagelrisico in regio r overeenkomstig scenario A;

(b)

het kapitaalvereiste voor hagelrisico in regio r overeenkomstig scenario B.

3.   Voor alle regio's als vastgesteld in bijlage VIII is het kapitaalvereiste voor hagelrisico in een bepaalde regio r overeenkomstig scenario A gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van de volgende opeenvolging van gebeurtenissen:

(a)

een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 70 % van het gespecificeerde verlies door hagel in regio r;

(b)

een verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 50 % van het gespecificeerde verlies door hagel in regio r.

4.   Voor alle regio's als vastgesteld in bijlage VIII is het kapitaalvereiste voor hagelrisico in een bepaalde regio r overeenkomstig scenario B gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van de volgende opeenvolging van gebeurtenissen:

(a)

een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 100 % van het gespecificeerde verlies door hagel in regio r;

(b)

een verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 20 % van het gespecificeerde verlies door hagel in regio r.

5.   Voor alle regio's als vastgesteld in bijlage VIII is het gespecificeerde verlies door hagel in een bepaalde regio r gelijk aan het volgende bedrag:

Formula

waarbij:

(a)

Q(hail,r) staat voor de hagelrisicofactor voor regio r als vastgesteld in bijlage VIII;

(b)

de som alle mogelijke combinaties van risicozones (i,j) van regio r omvat als vastgesteld in bijlage IX;

(c)

Corr(hail,r,i,j) staat voor de correlatiecoëfficiënt voor hagelrisico in risicozones i en j van regio r als vastgesteld in bijlage XXV;

(d)

WSI(hail,r,i) en WSI(hail,r,j) staan voor de gewogen verzekerde bedragen voor hagelrisico in risicozones i en j van regio r als vastgesteld in bijlage IX.

6.   Voor alle regio's als vastgesteld in bijlage VIII en alle risicozones van die regio's als vastgesteld in bijlage IX is het gewogen verzekerde bedrag voor hagelrisico in een bepaalde hagelzone i van een bepaalde regio r gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

W(hail,r,i) staat voor het risicogewicht voor hagelrisico in risicozone i van regio r als vastgesteld in bijlage X;

(b)

SI(hail,r,i) staat voor het verzekerde bedrag voor hagelrisico in hagelzone i van regio r.

7.   Voor alle regio's als vastgesteld in bijlage VIII en alle hagelzones is het verzekerde bedrag voor hagelrisico in een bepaalde hagelzone i van een bepaalde regio r gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

SI(property,r,i) staat voor het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de branches 7 en 19 verzekerde bedrag als vastgesteld in bijlage I met betrekking tot overeenkomsten die hagelrisico dekken, waarbij het risico in risicozone i van regio r gelegen is;

(b)

SI(onshore-property,r,i) staat voor het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de branches 6 en 18 verzekerde bedrag als vastgesteld in bijlage I met betrekking tot overeenkomsten die schade aan op het vaste land gelegen goederen door hagel dekken, waarbij het risico in risicozone i van regio r gelegen is;

(c)

SI(motor,r,i) staat voor het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen voor de branches 5 en 17 verzekerde bedrag als vastgesteld in bijlage I met betrekking tot overeenkomsten die hagelrisico dekken, waarbij het risico in risicozone i van regio r gelegen is;

8.   Het kapitaalvereiste voor hagelrisico in regio's behalve die als vastgesteld in bijlage XIII is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies met betrekking tot elke verzekerings- en herverzekeringsovereenkomst die voor een of meer van de volgende verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen geldt:

(a)

verplichtingen van de branches 7 of 19 als vastgesteld in bijlage I die hagelrisico dekken, waarbij het risico niet in een van de regio's als vastgesteld in bijlage XIII gelegen is;

(b)

verplichtingen van de branches 6 of 18 als vastgesteld in bijlage I met betrekking tot schade aan op het vaste land gelegen goederen door hagel, waarbij het risico niet in een van de regio's als vastgesteld in bijlage XIII gelegen is;

(c)

verplichtingen van de branches 5 of 17 als vastgesteld in bijlage I die hagelrisico dekken, waarbij het risico niet in een van de regio's als vastgesteld in bijlage XIII gelegen is.

9.   Het bedrag van het onmiddellijke verlies, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in lid 8 is gelijk aan het volgende bedrag:

Formula

waarbij:

(a)

DIVhail wordt berekend overeenkomstig bijlage III, maar op basis van de premies met betrekking tot de verplichtingen als bedoeld in de punten a), b) en c) van lid 8 en beperkt is tot de regio's 5 tot 18 als bedoeld in bijlage III;

(b)

Phail is een schatting van de door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te verdienen premies voor elke overeenkomst die gedurende de volgende 12 maanden voor de verplichtingen als bedoeld in de punten a), b) en c) van lid 8 geldt: ten behoeve hiervan zijn de premies bruto premies, zonder aftrek van premies voor herverzekeringsovereenkomsten.

Artikel 125

Ondermodule aardverzakkingsrisico

1.   Het kapitaalvereiste voor de ondermodule aardverzakkingsrisico is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

de som alle mogelijke combinaties van risicozones (i,j) van Frankrijk omvat als vastgesteld in bijlage IX;

(b)

Corr(subsidence,r,i,j) staat voor de correlatiecoëfficiënt voor aardverzakkingsrisico in risicozones i en j als vastgesteld in bijlage XXVI;

(c)

WSI(subsidence,i) and WSI(subsidence,j) staan voor de gewogen verzekerde bedragen voor aardverzakkingsrisico in risicozones i en j van Frankrijk als vastgesteld in bijlage IX.

2.   Voor alle aardverzakkingszones is het gewogen verzekerde bedrag voor aardverzakkingsrisico in een bepaalde risicozone i van Frankrijk als vastgesteld in bijlage IX gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

W(subsidence,i) staat voor het risicogewicht voor aardverzakkingsrisico in risicozone i als vastgesteld in bijlage X;

(b)

SI(subsidence,i) staat voor het verzekerde bedrag van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de branches 7 en 19 als vastgesteld in bijlage I met betrekking tot overeenkomsten die aardverzakkingsrisico van woongebouwen in aardverzakkingszone i dekken.

Artikel 126

Interpretatie van rampscenario's

1.   Voor de toepassing van artikel 121, leden 3 en 4, artikel 123, leden 3 en 4, en artikel 124, leden 3 en 4, baseren verzekerings- en herverzekeringsondernemingen de berekening van het kapitaalvereiste op de volgende veronderstellingen:

(a)

de twee opeenvolgende gebeurtenissen als bedoeld in die artikelen zijn onafhankelijk;

(b)

verzekerings- en herverzekeringsondernemingen begeven zich tussen de twee gebeurtenissen niet in nieuwe verzekeringsrisicolimiteringstechnieken.

2.   Niettegenstaande punt d) van artikel 83, lid 1, houden verzekerings- en herverzekeringsondernemingen, indien actuele herverzekeringsovereenkomsten ruimte laten voor wedersamenstellingen tot het oorspronkelijke bedrag, rekening met toekomstige managementsacties met betrekking tot de wedersamenstellingen tot het oorspronkelijke bedrag tussen de eerste en de tweede gebeurtenis. De veronderstellingen over toekomstige managementsacties zijn realistisch, objectief en verifieerbaar.

Artikel 127

Ondermodule voor rampenrisico van niet-proportionele zaakherverzekering

1.   Het kapitaalvereiste voor rampenrisico van niet-proportionele zaakherverzekering is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies met betrekking tot elke herverzekeringsovereenkomst die herverzekeringsverplichtingen van branche 28 dekt als vastgesteld in bijlage I behalve niet-proportionele herverzekeringsverplichtingen betreffende verzekeringsverplichtingen die zijn opgenomen in de branches 9 en 21 als vastgesteld in bijlage 1.

2.   Het bedrag van het onmiddellijke verlies, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als bedoeld in lid 1 is gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

DIVnpproperty berekend wordt overeenkomstig bijlage III, maar op basis van de door de verzekerings- en herverzekeringsonderneming in branche 28 verdiende premies als vastgesteld in bijlage I, behalve niet-proportionele herverzekeringsverplichtingen betreffende verzekeringsverplichtingen die zijn opgenomen in de branches 9 en 21 als vastgesteld in bijlage I.

(b)

Pproperty is een schatting van de door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gedurende de volgende 12 maanden te verdienen premies voor elke overeenkomst die geldt voor de herverzekeringsverplichtingen van branche 28 als vastgesteld in bijlage I behalve niet-proportionele herverzekeringsverplichtingen betreffende verzekeringsverplichtingen die zijn opgenomen in de branches 9 en 21 als vastgesteld in bijlage 1: ten behoeve hiervan zijn de premies bruto premies, zonder aftrek van premies voor herverzekeringsovereenkomsten.

Artikel 128

Ondermodule risico van antropogene rampen

1.   De ondermodule risico van antropogene rampen bestaat uit alle volgende ondermodules:

(a)

de ondermodule risico van wettelijke aansprakelijkheid voor motorvoertuigen;

(b)

de ondermodule zeerisico;

(c)

de ondermodule luchtvaartrisico;

(d)

de ondermodule brandrisico;

(e)

de ondermodule aansprakelijkheidsrisico;

(f)

de ondermodule krediet- en borgtochtrisico.

2.   Het kapitaalvereiste voor het risico van antropogene rampen is gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

de som alle ondermodules omvat als vastgesteld in lid 1;

(b)

SCRi staat voor de kapitaalvereisten voor ondermodule i.

Artikel 129

Ondermodule risico van wettelijke aansprakelijkheid voor motorvoertuigen

1.   Het kapitaalvereiste voor risico van wettelijke aansprakelijkheid voor motorvoertuigen is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan het volgende bedrag in euro:

Formula

waarbij:

(a)

Na het aantal voertuigen is dat door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de branches 4 en 16 als vastgesteld in bijlage I verzekerd is met een aangenomen verzekeringsovereenkomstlimiet boven 24 000 000 EUR;

(b)

Nb het aantal voertuigen is dat door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de branches 4 en 16 als vastgesteld in bijlage I verzekerd is met een aangenomen verzekeringsovereenkomstlimiet onder of gelijk aan 24 000 000 EUR;

Het aantal motorvoertuigen waarvoor de proportionele herverzekeringsverplichtingen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gelden, wordt gewogen naar het relatieve aandeel van de verplichtingen van de onderneming met betrekking tot het verzekerde bedrag van de motorvoertuigen.

2.   De aangenomen verzekeringsovereenkomstlimiet als bedoeld in lid 1 is de totale limiet van de verzekeringsovereenkomst wettelijke aansprakelijkheid voor motorvoertuigen of, indien in de voorwaarden van de verzekeringsovereenkomst geen dergelijke totale limiet is gespecificeerd, de som van de limieten voor schade aan goederen en voor lichamelijk letsel. Indien de verzekeringsovereenkomstlimiet als een maximum per slachtoffer is gespecificeerd, is de aangenomen verzekeringsovereenkomstlimiet gebaseerd op de veronderstelling dat er tien slachtoffers zijn.

Artikel 130

Ondermodule zeerisico

1.   Het kapitaalvereiste voor zeerisico is gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

a)

SCRtanker het kapitaalvereiste voor het risico van een tankeraanvaring is;

b)

SCRtanker het kapitaalvereiste is voor het risico van een explosie van een boorplatform.

2.   Het kapitaalvereiste voor het risico van een tankeraanvaring is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan het volgende:

Image

waarbij:

(a)

het maximum betrekking heeft op alle olie- en gastankers die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met betrekking tot tankeraanvaring in de branches 6, 18 en 27 als vastgesteld in bijlage I zijn verzekerd;

(b)

SI(hull,t) het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor zeecascoverzekering en -herverzekering met betrekking tot tanker t verzekerde bedrag is;

(c)

SI(liab,t) het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor aansprakelijkheidsverzekering en -herverzekering zeeschepen met betrekking tot tanker t verzekerde bedrag is;

(d)

SI(pollution,t) het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor verzekering en herverzekering olieverontreiniging met betrekking tot tanker t verzekerde bedrag is.

3.   Het kapitaalvereiste voor het risico van een explosie van een boorplatform is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan het volgende:

Image

waarbij:

(a)

het maximum betrekking heeft op alle offshore olie- en gasplatforms die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met betrekking tot explosie van een boorplatform in de branches 6, 18 en 27 als vastgesteld in bijlage I zijn verzekerd;

(b)

SIp het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor de volgende verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen met betrekking tot platform p geaccumuleerde verzekerde bedrag is:

i)

verplichtingen om schade aan goederen te vergoeden;

ii)

verplichtingen om de kosten voor het verwijderen van wrakstukken te vergoeden;

iii)

verplichtingen om verlies aan productie-inkomsten te vergoeden;

iv)

verplichtingen om de kosten voor het afdichten van de bron of beveiligen van de bron te vergoeden;

v)

aansprakelijkheidsverzekerings- en -herverzekeringsverplichtingen.

Artikel 131

Ondermodule luchtvaartrisico

Het kapitaalvereiste voor de ondermodule luchtvaartrisico is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan het volgende:

Image

waarbij:

(a)

het maximum betrekking heeft op alle door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in de branches 6, 18 en 27 als vastgesteld in bijlage I verzekerde vliegtuigen;

(b)

SIa het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voor luchtvaartcascoverzekering en -herverzekering en luchtvaartaansprakelijkheidsverzekering en -herverzekering met betrekking tot vliegtuig a verzekerde bedrag is.

Artikel 132

Ondermodule brandrisico

1.   Het kapitaalvereiste voor brandrisico is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan het door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming met betrekking tot de grootste brandrisicoconcentratie verzekerde bedrag.

2.   De grootste brandrisicoconcentratie van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is de reeks van gebouwen met het grootste verzekerde bedrag die aan alle volgende voorwaarden voldoet:

(a)

de verzekerings- of herverzekeringsonderneming heeft met betrekking tot elk gebouw verzekerings- of herverzekeringsverplichtingen in de branches 7 en 19 als vastgesteld in bijlage I ter dekking van schade door brand of ontploffing, inclusief als gevolg van terreuraanslagen;

(b)

alle gebouwen zijn geheel of gedeeltelijk binnen een straal van 200 meter gelegen.

3.   Voor de toepassing van lid 2 kan de reeks gebouwen door een of meer verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten gedekt zijn.

Artikel 133

Ondermodule aansprakelijkheidsrisico

1.   Het kapitaalvereiste voor aansprakelijkheidsrisico is gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

de som alle mogelijke combinaties van aansprakelijkheidsrisicogroepen (i,j) omvat als vastgesteld in bijlage XI;

(b)

Corr(liability,i,j) staat voor de correlatiecoëfficiënt voor aansprakelijkheidsrisico van de aansprakelijkheidsrisicogroepen i en j als vastgesteld in bijlage XI;

(c)

SCR(liability,i) staat voor het kapitaalvereiste voor aansprakelijkheidsrisico van aansprakelijkheidsrisicogroep i.

2.   Voor alle aansprakelijkheidsrisicogroepen als vastgesteld in bijlage XI is het kapitaalvereiste voor aansprakelijkheidsrisico van een bepaalde aansprakelijkheidsrisicogroep i gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, als volgt wordt berekend:

Formula

waarbij:

(a)

f(liability,i) staat voor de risicofactor voor aansprakelijkheidsrisicogroep i als vastgesteld in bijlage XI;

(b)

P(liability,i) staat voor de door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gedurende de volgende 12 maanden verdiende premies met betrekking tot verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen in aansprakelijkheidsrisicogroep i; ten behoeve hiervan zijn de premies bruto premies, zonder aftrek van premies voor herverzekeringsovereenkomsten.

3.   De berekening van het verlies aan kernvermogen als bedoeld in lid 2 is gebaseerd op de volgende veronderstellingen:

(a)

het verlies van aansprakelijkheidsrisicogroep i wordt veroorzaakt door ni schaden en de door deze schaden veroorzaakte verliezen zijn representatief voor het bedrijf van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in aansprakelijkheidsrisicogroep i en worden bij het verlies van aansprakelijkheidsrisicogroep i geteld;

(b)

het aantal schaden ni is gelijk aan het laagste geheel getal dat het volgende bedrag overschrijdt:

Formula

waarbij:

i)

f(liability,i) en P(liability,i) worden omschreven als in lid 2;

ii)

Lim(i,1) staat voor de grootste aansprakelijkheidslimiet van schadevergoeding die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming in aansprakelijkheidsrisicogroep i wordt verstrekt;

(c)

indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming ongelimiteerde dekking verstrekt in aansprakelijkheidsrisicogroep i, is het aantal schaden ni gelijk aan één.

Artikel 134

Ondermodule krediet- en borgtochtrisico

1.   Het kapitaalvereiste voor krediet- en borgtochtrisico is gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

SCRdefault het kapitaalvereiste is voor het risico van een groot kredietverzuim;

(b)

SCRrecession het kapitaalvereiste is voor recessierisico.

2.   Het kapitaalvereiste voor het risico van een groot kredietverzuim is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk wanbetaling op de twee grootste blootstellingen met betrekking tot verplichtingen die zijn opgenomen in de branches 9 en 21 van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming. De berekening van het kapitaalvereiste is gebaseerd op de veronderstelling dat het verlies bij wanbetaling, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, van elke blootstelling 10 % van het verzekerde bedrag met betrekking tot de blootstelling bedraagt.

3.   De twee grootste kredietverzekeringsblootstellingen als bedoeld in lid 2 worden bepaald op basis van een vergelijking van het netto verlies bij wanbetaling van de kredietverzekeringsblootstellingen, zijnde het verlies bij wanbetaling na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald.

4.   Het kapitaalvereiste voor recessierisico is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies van een bedrag dat, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, gelijk is aan 100 % van de door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gedurende de volgende 12 maanden in de branches 9 en 21 verdiende premies.

Artikel 135

Ondermodule voor ander rampenrisico in het schadeverzekeringsbedrijf

Het kapitaalvereiste voor ander rampenrisico in het schadeverzekeringsbedrijf is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijk verlies, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, dat gelijk is aan het volgende bedrag:

Formula

waarbij:

(a)

P1 , P2 , P3 , P4 en P5 staan voor schattingen van de bruto premie, zonder aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten kunnen worden verhaald, die door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gedurende de volgende 12 maanden met betrekking tot de groepen van verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen 1 tot 5 als vastgesteld in bijlage XII naar verwachting zal worden verdiend;

(b)

c1 , c2 , c3 , c4 en c5 staan voor de risicofactoren voor de groepen van verzekerings- en herverzekeringsverplichtingen 1 tot 5 als vermeld in bijlage XII.

AFDELING 3

Module levensverzekeringstechnisch risico

Artikel 136

Correlatiecoëfficiënten

1.   De module levensverzekeringstechnisch risico bestaat uit alle volgende ondermodules:

(a)

de ondermodule kortlevenrisico als bedoeld in punt a) van de tweede alinea van artikel 105, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG;

(b)

de ondermodule langlevenrisico als bedoeld in punt b) van de tweede alinea van artikel 105, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG;

(c)

de ondermodule invaliditeits- en morbiditeitsrisico als bedoeld in punt c) van de tweede alinea van artikel 105, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG;

(d)

de ondermodule kostenrisico in het levensverzekeringsbedrijf als bedoeld in punt d) van de tweede alinea van artikel 105, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG;

(e)

de ondermodule herzieningsrisico als bedoeld in punt e) van de tweede alinea van artikel 105, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG;

(f)

de ondermodule vervalrisico als bedoeld in punt f) van de tweede alinea van artikel 105, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG;

(g)

de ondermodule rampenrisico in het levensverzekeringsbedrijf als bedoeld in punt g) van de tweede alinea van artikel 105, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG.

2.   Het kapitaalvereiste voor het levensverzekeringstechnisch risico is gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

de som alle mogelijke combinaties (i,j) van de ondermodules als vastgesteld in lid 1 omvat;

(b)

CorrNL(i,j) staat voor de correlatieparameter voor het levensverzekeringstechnisch risico voor de ondermodules i en j;

(c)

SCRi en SCRj voor de kapitaalvereisten voor risico-ondermodule i respectievelijk j staat.

3.   De correlatiecoëfficiënt Corri,j als bedoeld in punt 3 van bijlage IV van Richtlijn 2009/138/EG is gelijk aan de waarde als vastgesteld in rij i en in kolom j van de volgende correlatiematrix:

j

i

Kortleven

Langleven

Invaliditeit

Kosten in het levensverzekeringsbedrijf

Herziening

Verval

Rampen in het levensverzekeringsbedrijf

Kortleven

1

– 0,25

0,25

0,25

0

0

0,25

Langleven

– 0,25

1

0

0,25

0,25

0,25

0

Invaliditeit

0,25

0

1

0,5

0

0

0,25

Kosten in het levensverzekeringsbedrijf

0,25

0,25

0,5

1

0,5

0,5

0,25

Herziening

0

0,25

0

0,5

1

0

0

Verval

0

0,25

0

0,5

0

1

0,25

Rampen in het levensverzekeringsbedrijf

0,25

0

0,25

0,25

0

0,25

1

Artikel 137

Ondermodule kortlevenrisico

1.   Het kapitaalvereiste voor kortlevenrisico als bedoeld in artikel 105, lid 3, onder a), van Richtlijn 2009/138/EG is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijke, permanente stijging met 15 % van de sterftecijfers ten behoeve van de berekening van technische voorzieningen.

2.   De stijging van de sterftecijfers als bedoeld in lid 1 geldt slechts voor verzekeringsovereenkomsten waarvoor een stijging van de sterftecijfers tot een stijging van de technische voorzieningen zonder de risicomarge leidt. De aanwijzing van verzekeringsovereenkomsten waarvoor een stijging van de sterftecijfers tot een stijging van de technische voorzieningen zonder de risicomarge leidt, kan worden gebaseerd op de volgende aannames:

(a)

meerdere verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot dezelfde verzekerde kunnen als één verzekeringsovereenkomst worden behandeld;

(b)

indien de berekening van technische voorzieningen op groepen van verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in artikel 35 gebaseerd is, kan de aanwijzing van de verzekeringsovereenkomsten waarvoor de technische voorzieningen stijgen bij een stijging van de sterftecijfers ook op die groepen van verzekeringsovereenkomsten in plaats van op één verzekeringsovereenkomst gebaseerd worden, op voorwaarde dat zij een resultaat oplevert dat niet materieel verschilt.

3.   Met betrekking tot herverzekeringsverplichtingen geldt de aanwijzing van de overeenkomsten waarvoor de technische voorzieningen bij een stijging van de sterftecijfers stijgen alleen voor de onderliggende verzekeringsovereenkomsten en wordt deze uitgevoerd in overeenstemming met lid 2.

Artikel 138

Ondermodule langlevenrisico

1.   Het kapitaalvereiste voor langlevenrisico als bedoeld in artikel 105, lid 3, onder b), van Richtlijn 2009/138/EG is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijke, permanente daling met 20 % van de sterftecijfers ten behoeve van de berekening van de technische voorzieningen.

2.   De daling van de sterftecijfers als bedoeld in lid 1 geldt slechts voor verzekeringsovereenkomsten waarvoor een daling van de sterftecijfers tot een stijging van de technische voorzieningen zonder de risicomarge leidt. De aanwijzing van verzekeringsovereenkomsten waarvoor een daling van de sterftecijfers tot een stijging van de technische voorzieningen zonder de risicomarge leidt, kan worden gebaseerd op de volgende aannames:

(a)

meerdere verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot dezelfde verzekerde kunnen als één verzekeringsovereenkomst worden behandeld;

(b)

indien de berekening van technische voorzieningen gebaseerd is op groepen van verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in artikel 35, kan de aanwijzing van de verzekeringsovereenkomsten waarvoor de technische voorzieningen stijgen bij een daling van de sterftecijfers ook op die groepen van verzekeringsovereenkomsten in plaats van op één verzekeringsovereenkomst gebaseerd worden, op voorwaarde dat zij een resultaat oplevert dat niet materieel verschilt.

3.   Met betrekking tot herverzekeringsverplichtingen geldt de aanwijzing van de verzekeringsovereenkomsten waarvoor de technische voorzieningen stijgen bij een daling van de sterftecijfers alleen voor de onderliggende verzekeringsovereenkomsten en wordt deze uitgevoerd in overeenstemming met lid 2.

Artikel 139

Ondermodule invaliditeits- en morbiditeitsrisico

Het kapitaalvereiste voor invaliditeits- en morbiditeitsrisico als bedoeld in artikel 105, lid 3, onder c), van Richtlijn 2009/138/EG is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van de combinatie van de volgende onmiddellijke permanente wijzigingen:

(a)

een stijging met 35 % van de invaliditeits- en morbiditeitscijfers ten behoeve van de berekening van de technische voorzieningen om het invaliditeits- en morbiditeitsverloop in de volgende 12 maanden weer te geven;

(b)

een stijging met 25 % van de invaliditeits- en morbiditeitscijfers ten behoeve van de berekening van de technische voorzieningen om het invaliditeits- en morbiditeitsverloop voor alle maanden na de volgende 12 maanden weer te geven;

(c)

een daling met 20 % van de percentages van herstel van invaliditeit en morbiditeit ten behoeve van de berekening van de technische voorzieningen met betrekking tot de volgende 12 maanden en voor alle jaren daarna.

Artikel 140

Ondermodule kostenrisico in het levensverzekeringsbedrijf

Het kapitaalvereiste voor kostenrisico in het levensverzekeringsbedrijf als bedoeld in artikel 105, lid 3, onder d), van Richtlijn 2009/138/EG is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van de combinatie van de volgende onmiddellijke permanente wijzigingen:

(a)

een stijging met 10 % van het bedrag van de kosten waarmee rekening wordt gehouden bij de berekening van de technische voorzieningen;

(b)

een stijging met 1 procentpunt van het kosteninflatiepercentage dat gebruikt worden voor de berekening van de technische voorzieningen.

Met betrekking tot herverzekeringsverplichtingen passen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die wijzigingen op hun eigen kosten en, in voorkomend geval, op de kosten van de cederende ondernemingen toe.

Artikel 141

Ondermodule herzieningsrisico

Het kapitaalvereiste voor herzieningsrisico als bedoeld in artikel 105, lid 3, onder e), van Richtlijn 2009/138/EG is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijke, permanente stijging met 3 % van het bedrag van lijfrente-uitkeringen enkel betreffende lijfrenteverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen waarbij de krachtens de onderliggende verzekeringsovereenkomsten betaalbare uitkeringen als gevolg van veranderingen in het wettelijk kader of in de gezondheidstoestand van de verzekerde zouden kunnen stijgen.

Artikel 142

Ondermodule vervalrisico

1.   Het kapitaalvereiste voor vervalrisico als bedoeld in artikel 105, lid 3, onder f), van Richtlijn 2009/138/EG is gelijk aan het hoogste van de volgende kapitaalvereisten:

(a)

het kapitaalvereiste voor het risico van een permanente stijging van de vervalpercentages;

(b)

het kapitaalvereiste voor het risico van een permanente daling van de vervalpercentages;

(c)

het kapitaalvereiste voor het risico van massaal verval.

2.   Het kapitaalvereiste voor het risico van permanente stijging van vervalpercentages is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijke, permanente stijging met 50 % van de percentages van uitoefening van betrokken opties als vastgesteld in de leden 4 en 5. Niettemin bedragen de gestegen percentages van uitoefening van opties niet meer dan 100 % en geldt de stijging van de percentages van uitoefening van opties alleen voor die betrokken opties waarvoor de uitoefening van de optie in een stijging van de technische voorzieningen zonder de risicomarge zou resulteren.

3.   Het kapitaalvereiste voor het risico van permanente daling van vervalpercentages is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijke, permanente daling met 50 % van de percentages van uitoefening van de betrokken opties als vastgesteld in de leden 4 en 5. Niettemin bedraagt de daling van de percentages van uitoefening van opties niet meer dan 20 procentpunten en geldt de daling van de percentages van uitoefening van opties alleen voor die betrokken opties waarvoor de uitoefening van de optie in een daling van de technische voorzieningen zonder de risicomarge zou resulteren.

4.   De betrokken opties voor de toepassing van de leden 2 en 3 zijn de volgende:

(a)

alle wettelijke of contractuele rechten van verzekeringsnemers om de verzekeringsdekking geheel of gedeeltelijk te beëindigen, af te kopen, te verlagen, te beperken of op te schorten of om de verzekeringsovereenkomst te laten vervallen;

(b)

alle wettelijke of contractuele rechten van verzekeringsnemers om de verzekerings- of herverzekeringsdekking geheel of gedeeltelijk in te stellen, te vernieuwen, te verhogen, te verlengen of te hervatten.

Voor de toepassing van punt b) geldt de wijziging van het percentage van uitoefening van opties als bedoeld in de leden 2 en 3 voor het percentage dat weergeeft dat de betrokken optie niet wordt uitgeoefend.

5.   Met betrekking tot herverzekeringsovereenkomsten zijn de betrokken opties voor de toepassing van de leden 2 en 3 de volgende:

(a)

de rechten als bedoeld in lid 4 van verzekeringsnemers van herverzekeringsovereenkomsten;

(b)

de rechten als bedoeld in lid 4 van verzekeringsnemers van verzekeringsovereenkomsten die aan herverzekeringsovereenkomsten ten grondslag liggen;

(c)

indien herverzekeringsovereenkomsten verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten omvatten die in de toekomst zullen worden ondertekend, het recht van potentiële verzekeringsnemers deze verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten niet te sluiten.

6.   Het kapitaalvereiste voor het risico van massaal verval is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een combinatie van de volgende onmiddellijke gebeurtenissen:

(a)

de stopzetting van 70 % van de verzekeringsovereenkomsten die binnen het toepassingsgebied vallen van de verrichtingen als bedoeld in artikel 2, lid 3, onder b), iii) en iv), van Richtlijn 2009/138/EG, waarvoor stopzetting in een stijging van de technische voorzieningen zonder de risicomarge zou resulteren en indien aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

i)

de verzekeringsnemer is geen natuurlijke persoon en stopzetting van de verzekeringsovereenkomst is niet onderworpen aan goedkeuring door de begunstigden van het pensioenfonds;

ii)

de verzekeringsnemer is een natuurlijke persoon die handelt in het belang van de begunstigden van de verzekeringsovereenkomst, behalve indien er sprake is van een familieband tussen die natuurlijke persoon en de begunstigden, of indien de verzekeringsovereenkomst gesloten is voor private nalatenschapsplanning of erfenisdoeleinden en het aantal begunstigden krachtens de verzekeringsovereenkomst niet groter is dan 20;

(b)

de stopzetting van 40 % van de verzekeringsovereenkomsten, behalve die welke onder punt a) vallen, waarvoor stopzetting zou resulteren in een stijging van de technische voorzieningen zonder de risicomarge;

(c)

indien de herverzekeringsovereenkomsten verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten omvatten die in de toekomst zullen worden ondertekend, de daling met 40 % van het aantal van die toekomstige verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten ten behoeve van de berekening van de technische voorzieningen.

De gebeurtenissen als bedoeld in de eerste alinea gelden op uniforme wijze voor alle betrokken verzekerings- en herverzekeringsovereenkomsten. Ten aanzien van herverzekeringsovereenkomsten is de gebeurtenis als bedoeld in punt a) op de onderliggende verzekeringsovereenkomsten van toepassing.

Voor het bepalen van het verlies aan kernvermogen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming uit hoofde van de gebeurtenissen als bedoeld in de punten a) en b) baseert de onderneming de berekening op het type van stopzetting dat op verzekeringsovereenkomstbasis het negatiefste effect op het kernvermogen van de onderneming heeft.

7.   Indien de hoogste van de kapitaalvereisten als bedoeld in de punten a), b) en c) van lid 1 van dit artikel en de hoogste van de overeenkomstige kapitaalvereisten als berekend in overeenstemming met artikel 206, lid 2, van deze verordening niet op hetzelfde scenario zijn gebaseerd, is het kapitaalvereiste voor vervalrisico als bedoeld in artikel 105, lid 3, onder f), van Richtlijn 2009/138/EG het kapitaalvereiste als bedoeld in de punten a), b) en c) van lid 1 van dit artikel waarvoor het onderliggende scenario in het hoogste overeenkomstige kapitaalvereiste als berekend in overeenstemming met artikel 206, lid 2, van deze verordening resulteert.

Artikel 143

Ondermodule rampenrisico in het levensverzekeringsbedrijf

1.   Het kapitaalvereiste voor rampenrisico in het levensverzekeringsbedrijf als bedoeld in artikel 105, lid 3, onder g), van Richtlijn 2009/138/EG is gelijk aan het verlies aan kernvermogen van verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als gevolg van een onmiddellijke stijging met 0,15 procentpunten van de sterftepercentages ten behoeve van de berekening van de technische voorzieningen om het sterfteverloop in de volgende 12 maanden weer te geven.

2.   De stijging van de sterftecijfers als bedoeld in lid 1 is alleen van toepassing op die verzekeringsovereenkomsten waarvoor een stijging van de sterftecijfers ten behoeve van de weergave van het sterfteverloop in de volgende 12 maanden tot een stijging van de technische voorzieningen leidt. De aanwijzing van verzekeringsovereenkomsten waarvoor een stijging van de sterftecijfers tot een stijging van de technische voorzieningen zonder de risicomarge leidt, kan worden gebaseerd op de volgende aannames:

(a)

meerdere verzekeringsovereenkomsten met betrekking tot dezelfde verzekerde kunnen als één verzekeringsovereenkomst worden behandeld;

(b)

indien de berekening van technische voorzieningen op groepen van verzekeringsovereenkomsten als bedoeld in artikel 35 gebaseerd is, kan de aanwijzing van de verzekeringsovereenkomsten waarvoor de technische voorzieningen stijgen bij een stijging van de sterftecijfers ook op die groepen van verzekeringsovereenkomsten in plaats van op één verzekeringsovereenkomst gebaseerd worden, op voorwaarde dat zij een resultaat oplevert dat niet materieel verschilt.

3.   Met betrekking tot herverzekeringsovereenkomsten geldt de aanwijzing van de verzekeringsovereenkomsten waarvoor de technische voorzieningen stijgen bij een stijging van de sterftecijfers alleen voor de onderliggende verzekeringsovereenkomsten en wordt deze uitgevoerd in overeenstemming met lid 2.

AFDELING 4

Module ziekteverzekeringstechnisch risico

Artikel 144

Module ziekteverzekeringstechnisch risico

1.   De module ziekteverzekeringstechnisch risico bestaat uit alle volgende ondermodules:

(a)

de ondermodule NSLT-ziekteverzekeringstechnisch risico;

(b)

de ondermodule SLT-ziekteverzekeringstechnisch risico;

(c)

de ondermodule rampenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf.

2.   Het kapitaalvereiste voor het ziekteverzekeringstechnisch risico is gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

de som alle mogelijke combinaties (i,j) van de ondermodules als vastgesteld in lid 1 omvat;

(b)

CorrH(i,j) staat voor de correlatieparameter voor ziekteverzekeringstechnisch risico voor de ondermodules i en j;

(c)

SCRi en SCRj voor de kapitaalvereisten voor risico-ondermodule i respectievelijk j staat.

3.   De correlatiecoëfficiënt CorrH(i,j) als bedoeld in lid 2 staat voor de waarde als vastgesteld in rij i en in kolom j van de volgende correlatiematrix:

j

i

NSLT-ziekteverzekering

SLT-ziekteverzekering

Rampen in het ziekteverzekeringsbedrijf

NSLT-ziekteverzekering

1

0,5

0,25

SLT-ziekteverzekering

0,5

1

0,25

Rampen in het ziekteverzekeringsbedrijf

0,25

0,25

1

4.   Verzekerings- en herverzekeringsondernemingen passen:

(a)

de ondermodule NSLT-ziekteverzekeringstechnisch risico toe op ziekteverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen als opgenomen in de branches 1, 2, 3, 13, 14, 15 en 25 als vastgesteld in bijlage I;

(b)

de ondermodule SLT-ziekteverzekeringstechnisch risico toe op ziekteverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen als opgenomen in de branches 29, 33 and 35 als vastgesteld in bijlage I;

(c)

de ondermodule rampenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf toe op ziekteverzekerings- en herverzekeringsverplichtingen.

Artikel 145

Ondermodule NSLT-ziekteverzekeringstechnisch risico

1.   De ondermodule NSLT-ziekteverzekeringstechnisch risico bestaat uit de volgende ondermodules:

(a)

de ondermodule premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf;

(b)

de ondermodule vervalrisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf.

2.   Het kapitaalvereiste voor NSLT-ziekteverzekeringstechnisch risico is gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

SCR(NSLTh,pr) staat voor het kapitaalvereiste voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf;

(b)

SCR(NSLTh,lapse) staat voor het kapitaalvereiste voor vervalrisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf.

Artikel 146

Ondermodule premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf

Het kapitaalvereiste voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf is gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

σNSLTh staat voor de standaardafwijking voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf als bepaald overeenkomstig artikel 148;

(b)

VNSLTh staat voor de volumemaatstaf voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf als bepaald overeenkomstig artikel 147.

Artikel 147

Volumemaatstaf voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf

1.   De volumemaatstaf voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf is gelijk aan de som van de volumemaatstaven voor premie- en reserverisico van de segmenten als vastgesteld in bijlage XIV.

2.   Voor alle segmenten als vastgesteld in bijlage XIV is de volumemaatstaf van een bepaald segment s gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

V(prem,s) staat voor de volumemaatstaf voor premierisico van segment s;

(b)

V(res,s) staat voor de volumemaatstaf voor reserverisico van segment s;

(c)

DIVs staat voor de factor voor geografische diversificatie van segment s.

3.   Voor alle segmenten als vastgesteld in bijlage XIV is de volumemaatstaf voor premierisico van een bepaald segment s gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

Ps staat voor een raming van door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming gedurende de volgende 12 maanden in segment s te verdienen premies;

(b)

P(last,s) staat voor de door de verzekerings- en herverzekeringsonderneming gedurende de laatste 12 maanden in segment s verdiende premies;

(c)

FP(existing,s) staat voor de verwachte contante waarde van door de verzekerings- en herverzekeringsonderneming na de volgende 12 maanden voor bestaande verzekeringsovereenkomsten in segment s te verdienen premies;

(d)

FP(future,s) staat voor de verwachte contante waarde van door de verzekerings- en herverzekeringsonderneming in segment s voor overeenkomsten te verdienen premies indien de datum van eerste opneming in de volgende 12 maanden valt, maar exclusief de gedurende de 12 maanden na de datum van eerste opneming te verdienen premies.

4.   Voor alle segmenten als vastgesteld in bijlage XIV kunnen verzekerings- en herverzekeringsondernemingen als alternatief voor de berekening als vastgesteld in lid 3 ervoor kiezen de volumemaatstaf voor premierisico van een bepaald segment s te berekenen overeenkomstig de volgende formule:

Formula

mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

(a)

het bestuurlijk, beleidsbepalend of toezichthoudend orgaan van de verzekerings- of de herverzekeringsonderneming heeft besloten dat haar gedurende de volgende 12 maanden in segment s verdiende premies niet meer zullen bedragen dan Ps ;

(b)

de verzekerings- of herverzekeringsonderneming heeft effectieve controlemechanismen ingesteld om ervoor te zorgen dat aan de limieten inzake verdiende premies als bedoeld in punt a) zal zijn voldaan;

(c)

de verzekerings- of herverzekeringsonderneming heeft haar toezichthoudende autoriteit over het besluit als bedoeld in punt a) en de redenen ervoor geïnformeerd.

Voor de toepassing van dit lid hebben de termen Ps , FP(existing,s) en FP(future,s) de betekenis die zij hebben in de punten a), c) en d) van lid 3.

5.   Voor de berekeningen als vastgesteld in de leden 3 en 4 worden nettopremies gebruikt, na aftrek van premies voor herverzekeringsovereenkomsten. De volgende premies voor herverzekeringsovereenkomsten worden niet afgetrokken:

(a)

premies met betrekking tot niet-verzekeringsgebeurtenissen of afgewikkelde schaden die niet worden verantwoord in de kasstromen als bedoeld in artikel 41, lid 3;

(b)

premies voor herverzekeringsovereenkomsten die niet voldoen aan de artikelen 209, 210, 211 en 213.

6.   Voor alle segmenten als vastgesteld in bijlage XIV is de volumemaatstaf voor reserverisico van een bepaald segment gelijk aan de beste schatting van de voorzieningen voor te betalen schaden voor het segment, na aftrek van de bedragen die op herverzekeringsovereenkomsten en special purpose vehicles kunnen worden verhaald, mits de herverzekeringsovereenkomsten of special purpose vehicles voldoen aan de artikelen 209, 210, 211 en 213. De volumemaatstaf is geen negatief bedrag.

7.   Voor alle segmenten als vastgesteld in bijlage XIV is de standaardfactor voor geografische diversificatie hetzij gelijk aan 1 of wordt hij berekend overeenkomstig bijlage III.

Artikel 148

Standaardafwijking voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf

1.   De standaardafwijking voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf is gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

VNSLTh staat voor de volumemaatstaf voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf;

(b)

de som alle mogelijke combinaties (s,t) omvat van de segmenten als vastgesteld in bijlage XIV;

(c)

CorrHS(s,t) staat voor de correlatiecoëfficiënt voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf voor segment s en segment t als vastgesteld in bijlage XV;

(d)

σs en σt staat voor de standaardafwijkingen voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van de segmenten s respectievelijk t;

(e)

Vs en Vt staat voor de volumemaatstaven voor premie- en reserverisico van de segmenten s respectievelijk t, als bedoeld in bijlage XIV.

2.   Voor alle segmenten als vastgesteld in bijlage XIV is de standaardafwijking voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van een bepaald segment s gelijk aan het volgende:

Formula

waarbij:

(a)

σ(prem,s) staat voor de standaardafwijking voor premierisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van segment s als bepaald overeenkomstig lid 3;

(b)

σ(res,s) staat voor de standaardafwijking voor reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van segment s als vastgesteld in bijlage XIV;

(c)

V(prem,s) staat voor de volumemaatstaf voor premierisico van segment s als bedoeld in artikel 147;

(d)

V(res,s) staat voor de volumemaatstaf voor reserverisico van segment s als bedoeld in artikel 147.

3.   Voor alle segmenten als vastgesteld in bijlage XIV is de standaardafwijking voor premierisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van een bepaald segment gelijk aan het product van de standaardafwijking voor bruto premierisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van het segment als vastgesteld in bijlage XIV en de correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering. Voor alle segmenten als vastgesteld in bijlage XIV is de correctiefactor voor niet-proportionele herverzekering gelijk aan 100 %.

Artikel 149

Risicovereveningssystemen voor zorgverzekeraars

1.   Voor de toepassing van artikel 109 bis, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG worden ziekteverzekeringsverplichtingen die aan het risicovereveningssysteem voor zorgverzekeraars („HRES”) onderworpen zijn, gescheiden van de andere activiteiten van de verzekeringsondernemingen aangewezen, beheerd en georganiseerd, zonder enige mogelijkheid van cessie aan niet aan het HRES onderworpen ziekteverzekeringsverplichtingen.

2.   De standaardafwijkingen voor premie- en reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van de segmenten 1, 2 en 3 in bijlage XIV voor het aan het HRES onderworpen bedrijf voldoen aan alle volgende vereisten:

(a)

de standaardafwijkingen worden voor elk van de segmenten 1, 2 en 3 afzonderlijk bepaald, als vastgesteld in bijlage XIV, en worden afzonderlijk bepaald voor premie- en reserverisico;

(b)

voor elk van de segmenten als vastgesteld in bijlage XIV is de standaardafwijking voor premierisico het laagste van de volgende bedragen:

i)

de standaardafwijking voor premierisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van dat segment als vastgesteld in bijlage XIV;

ii)

het hoogste van de volgende bedragen:

A.

een derde van de standaardafwijking voor premierisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van dat segment als vastgesteld in bijlage XIV;

B.

een schatting van de representatieve standaardafwijking van de gecombineerde ratio van een verzekeringsonderneming d.w.z. de ratio van de volgende jaarlijkse bedragen:

de som van de betalingen, inclusief de desbetreffende kosten, en de technische voorzieningen die zijn aangelegd voor schaden die tijdens het jaar voor het aan het HRES onderworpen bedrijf zijn geleden, inclusief alle wijzigingen als gevolg van het HRES;

de verdiende premie van het jaar voor het aan het HRES onderworpen bedrijf;

(c)

voor elk van de segmenten als vastgesteld in bijlage XIV is de standaardafwijking voor reserverisico het laagste van de volgende bedragen:

i)

de standaardafwijking voor reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van dat segment als vastgesteld in bijlage XIV;

ii)

het hoogste van de volgende bedragen:

A.

een derde van de standaardafwijking voor reserverisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf van dat segment als vastgesteld in bijlage XIV;

B.

een schatting van de representatieve standaardafwijking van de uitloopratio van een verzekeringsonderneming d.w.z. de ratio van de volgende jaarlijkse bedragen:

de som van de beste schatting van de voorzieningen aan het einde van het jaar voor aan het begin van het jaar te betalen schaden en alle schade- en kostenbetalingen gedurende het jaar voor aan het begin van het jaar te betalen schaden: beide bedragen omvatten alle wijzigingen als gevolg van het HRES;

de beste schatting van de voorzieningen aan het begin van het jaar voor te betalen schaden in verband met het bedrijf dat aan het HRES onderworpen is, inclusief alle wijzigingen als gevolg van het HRES;

(d)

de bepaling van de standaardafwijking is gebaseerd op toereikende, toepasselijke en relevante actuariële en statistische technieken;

(e)

de standaardafwijking wordt bepaald op basis van volledige, nauwkeurige en passende gegevens die rechtstreeks relevant zijn voor het bedrijf dat aan het HRES onderworpen is en geeft de gemiddelde diversificatiegraad op verzekeringsondernemingsniveau weer;

(f)

de standaardafwijking wordt bepaald op basis van actuele en betrouwbare informatie en realistische aannames;

(g)

bij de bepaling van de standaardafwijking wordt ook rekening gehouden met alle risico's die door het HRES niet gelimiteerd worden, met name het risico als bedoeld in artikel 105, lid 4, onder a), van Richtlijn 2009/138/EG en risico's die niet worden weergegeven in de ondermodule rampenrisico in het ziekteverzekeringsbedrijf en die tegelijkertijd van invloed zouden kunnen zijn op een groter aantal verzekeringsondernemingen die aan het HRES onderworpen zijn;

(h)

de methode voor de berekening van de standaardafwijking en de berekening van de standaardafwijking is publiek beschikbaar.

3.   Indien de uitvoeringshandeling als vastgesteld ingevolge artikel 109 bis, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG een standaardafwijking voor premierisico in het NSLT-ziekteverzekeringsbedrijf voor het onder een HRES vallend bedrijf bepaalt die aan de vereisten als vastgesteld in lid 2 van dit artikel voldoet, gebruiken de verzekeringsondernemingen