ISSN 1725-2598

doi:10.3000/17252598.L_2010.073.dut

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 73

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

53e jaargang
20 maart 2010


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) nr. 206/2010 van de Commissie van 12 maart 2010 tot vaststelling van lijsten van derde landen en gebieden, of delen daarvan, waaruit bepaalde dieren en vers vlees in de Europese Unie mogen worden binnengebracht, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering ( 1 )

1

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

20.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 73/1


VERORDENING (EU) Nr. 206/2010 VAN DE COMMISSIE

van 12 maart 2010

tot vaststelling van lijsten van derde landen en gebieden, of delen daarvan, waaruit bepaalde dieren en vers vlees in de Europese Unie mogen worden binnengebracht, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gelet op Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo’s waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (1), en met name op artikel 17, lid 2, onder b), en lid 3, onder a), en onder c), eerste alinea, artikel 18, lid 1, vierde streepje, en artikel 19,

Gelet op Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (2), en met name op artikel 8 en artikel 9, lid 2, onder b), en lid 4,

Gelet op Richtlijn 2004/68/EG van de Raad van 26 april 2004 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer in en de doorvoer via de Gemeenschap van bepaalde levende hoefdieren, tot wijziging van de Richtlijnen 90/426/EEG en 92/65/EEG en tot intrekking van Richtlijn 72/462/EEG (3), en met name op artikel 3, lid 1, eerste en tweede alinea, artikel 6, lid 1, eerste alinea, artikel 7, onder e), artikel 8, artikel 10, eerste alinea, en artikel 13, lid 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (4), en met name op artikel 12,

Gelet op Verordening (EG) No 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (5), en met name op artikel 9,

Gelet op Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (6), en met name op artikel 11, lid 1, en artikel 16,

Gelet op Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (7), en met name op artikel 48, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 72/462/EEG van de Raad van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (8) bepaalt dat een lijst moet worden opgesteld van landen of delen daarvan waaruit de lidstaten de invoer van bepaalde levende dieren en van vers vlees van bepaalde dieren toestaan.

(2)

Uit dien hoofde is Beschikking 79/542/EEG van de Raad van 21 december 1976 tot vaststelling van een lijst van derde landen of delen van derde landen, alsmede tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften, gezondheidsvoorschriften en voorschriften inzake de veterinaire certificering voor de invoer in de Gemeenschap van levende dieren en vers vlees daarvan (9) vastgesteld. Bij die beschikking zijn gezondheidsvoorschriften vastgesteld voor de invoer in de Europese Unie van levende dieren, behalve paardachtigen, en voor de invoer van vers vlees, met uitzondering van vleesbereidingen, van levende dieren, inclusief paardachtigen. Verder bevatten de bijlagen I en II bij die beschikking lijsten van derde landen of delen daarvan waaruit bepaalde levende dieren en vers vlees daarvan in de EU mogen worden ingevoerd, en modellen van veterinaire certificaten.

(3)

Sinds de vaststelling van die beschikking zijn bij andere EU-regelgeving nieuwe voorschriften op het gebied van de dier- en de volksgezondheid vastgesteld, waardoor op dit gebied een nieuw rechtskader is ontstaan. Bovendien is Richtlijn 72/462/EEG ingetrokken bij Richtlijn 2004/68/EG.

(4)

Volgens artikel 20 van Richtlijn 2004/68/EG blijven bepalingen betreffende de invoer die zijn vastgesteld bij besluiten uit hoofde van Richtlijn 72/462/EEG – wat het geval is met Beschikking 79/542/EEG – van kracht totdat zij zijn vervangen door maatregelen uit hoofde van het nieuwe rechtskader.

(5)

Ingevolge artikel 4, lid 3, van Richtlijn 2004/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 houdende intrekking van bepaalde richtlijnen inzake levensmiddelenhygiëne en tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van bepaalde voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG en 92/118/EEG van de Raad en van Beschikking 95/408/EG van de Raad (10) treden de op grond van Richtlijn 72/462/EEG vastgestelde uitvoeringsbepalingen buiten werking zodra de nodige bepalingen op basis van de Verordeningen (EG) nr. 852/2004, (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004 of Richtlijn 2002/99/EG zijn vastgesteld.

(6)

Beschikking 79/542/EEG is herhaaldelijk gewijzigd en bevat inmiddels invoerbepalingen die op het nieuwe rechtskader gebaseerd zijn. Omwille van de duidelijkheid en transparantie moeten de maatregelen van Beschikking 79/542/EEG in een nieuw wetgevingsbesluit worden opgenomen. Deze verordening bevat alle bepalingen van Beschikking 79/542/EEG. Zodra deze verordening in werking treedt, is Beschikking 79/542/EEG dus achterhaald en niet meer van toepassing, al moet zij nog uitdrukkelijk worden ingetrokken.

(7)

Richtlijn 92/65/EEG bevat de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de EU van levende dieren, sperma, eicellen en embryo’s waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke EU-wetgevingsbesluiten als bedoeld in bijlage F bij die richtlijn gelden. Krachtens die richtlijn mogen levende dieren, sperma, eicellen en embryo’s als hierin bedoeld alleen in de EU worden ingevoerd als zij afkomstig zijn uit een derde land dat is opgenomen in een lijst die overeenkomstig de in die richtlijn bedoelde procedure is vastgesteld. Bovendien moeten die levende dieren vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat volgens een model dat overeenkomstig de in die richtlijn bedoelde procedure is opgesteld.

(8)

Richtlijn 96/93/EG van de Raad van 17 december 1996 inzake de certificering van dieren en dierlijke producten (11) bevat de voorschriften voor de afgifte van de door de veterinaire wetgeving vereiste certificaten om misleidende of frauduleuze certificering te voorkomen. Er moet voor worden gezorgd dat de officiële inspecteurs en dierenartsen van derde landen voorschriften en beginselen toepassen die ten minste gelijkwaardig zijn aan die van de richtlijn. Sommige derde landen, die in bijlage II bij deze verordening zijn opgenomen, hebben voldoende garanties geboden dat dergelijke voorschriften en beginselen bestaan en worden toegepast. Daarom moet het binnenbrengen van bepaalde levende dieren uit die derde landen in de EU worden toegestaan, mits er geen verdere beperkingen vereist zijn op grond van hun specifieke ziektesituatie.

(9)

Richtlijn 2002/99/EG van de Raad bevat de veterinairrechtelijke voorschriften voor het binnenbrengen van producten van dierlijke oorsprong en daaruit verkregen voor menselijke consumptie bestemde producten in de EU. Krachtens die richtlijn moeten lijsten van derde landen of regio’s van derde landen worden opgesteld waaruit de invoer van bepaalde producten van dierlijke oorsprong is toegestaan, en moet bij die invoer aan bepaalde voorschriften inzake veterinaire certificering worden voldaan.

(10)

Richtlijn 2004/68/EG bevat de veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer in en doorvoer via de EU van bepaalde levende hoefdieren. De invoer in en doorvoer via de EU van die levende hoefdieren is alleen toegestaan als zij afkomstig zijn uit derde landen of gebieden die voorkomen op een of meer lijsten die volgens de in die richtlijn bedoelde procedure zijn opgesteld, en bij die invoer moet aan bepaalde voorschriften inzake veterinaire certificering worden voldaan.

(11)

Met inachtneming van artikel 17, lid 2, laatste alinea, van Richtlijn 92/65/EEG mogen levende dieren en producten van dierlijke oorsprong waarop de Richtlijnen 92/65/EEG, 2002/99/EG en 2004/68/EG van toepassing zijn, alleen worden ingevoerd in of doorgevoerd via de EU als zij vergezeld gaan van een veterinair certificaat en voldoen aan de desbetreffende voorschriften van de EU-wetgeving.

(12)

Voor de toepassing van de Richtlijnen 92/65/EEG, 2002/99/EG en 2004/68/EG moeten derhalve in deze verordening lijsten worden vastgesteld van derde landen en gebieden, of delen daarvan, alsmede de desbetreffende invoervoorschriften, met inbegrip van modellen van veterinaire certificaten, voor bepaalde levende dieren en voor vers vlees van bepaalde dieren.

(13)

Met het oog op de samenhang van de EU-wetgeving moet in deze verordening ook rekening worden gehouden met de volksgezondheidsvoorschriften in andere EU-regelgeving, met name de Verordeningen (EG) nr. 852/2004, (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004, die voorschriften bevatten voor de hygiëne van levensmiddelen in het algemeen, respectievelijk levensmiddelen van dierlijke oorsprong en voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, alsmede met de voorschriften van Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan (12) en Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (13).

(14)

Verordening (EG) nr. 882/2004 bevat algemene voorschriften voor de uitvoering van de officiële controles op het gebied van levensmiddelen, diervoeders, diergezondheid en dierenwelzijn. Op grond van artikel 48 van die verordening kan de Commissie een lijst van derde landen vaststellen waaruit specifieke producten in de EU mogen worden ingevoerd. Verordening (EG) nr. 854/2004 bevat specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, waaronder het opstellen van lijsten van derde landen waaruit de invoer van producten van dierlijke oorsprong toegestaan is. Volgens die voorschriften kunnen die lijsten worden gecombineerd met andere voor doeleinden van volksgezondheid en diergezondheid opgestelde lijsten.

(15)

De in de bijlagen bij deze verordening opgenomen modelcertificaten moeten daarom verklaringen bevatten waarin wordt bevestigd dat aan de volksgezondheidsvoorschriften van Richtlijn 96/23/EG en de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 852/2004, (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004 wordt voldaan.

(16)

Ook moeten de in de bijlagen bij deze verordening opgenomen modelcertificaten een verklaring bevatten waarin wordt bevestigd dat aan de voorschriften inzake dierenwelzijn van Richtlijn 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden (14) en Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten (15) wordt voldaan.

(17)

Om ervoor te zorgen dat de gezondheid van levende dieren die in de EU worden binnengebracht tijdens het vervoer van het derde land van oorsprong naar de EU geen schade lijdt, moeten bepaalde voorschriften voor het vervoer van levende dieren worden vastgesteld, waaronder voorschriften voor verzamelcentra.

(18)

Met het oog op de bescherming van de diergezondheid in de EU moeten levende dieren rechtstreeks naar hun plaats van bestemming in de EU worden vervoerd.

(19)

Het risico voor de volksgezondheid van vers vlees dat in de EU wordt binnengebracht met het oog op doorvoer naar een ander derde land, is te verwaarlozen. Wel moet dat vlees aan alle toepasselijke veterinairrechtelijke voorschriften voldoen. Daarom moeten er specifieke bepalingen voor de doorvoer en daaraan voorafgaande opslag van vers vlees worden vastgesteld.

(20)

In verband met de geografische ligging van Kaliningrad moeten er speciale voorwaarden komen voor de doorvoer van zendingen door de EU van en naar Rusland; dit betreft alleen Letland, Litouwen en Polen.

(21)

Het binnenbrengen van zendingen vers vlees, met uitzondering van slachtafval en gehakt vlees, van gekweekte niet-gedomesticeerde dieren van de orde Artiodactyla, afkomstig van in het wild gevangen dieren, in de EU moet worden toegestaan. Om alle risico’s voor de diergezondheid als gevolg van het binnenbrengen van dergelijke zendingen uit te sluiten moeten de betrokken dieren gedurende de drie maanden voorafgaande aan het binnenbrengen van die zendingen in de EU afgezonderd worden gehouden van wilde dieren. Dit moet in het model van het veterinaire certificaat voor die zendingen (RUF) worden opgenomen.

(22)

Beschikking 2003/881/EG van de Commissie van 11 december 2003 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften en de certificeringsvoorwaarden voor de invoer van bijen en hommels (Apis mellifera & Bombus spp.) uit bepaalde derde landen (16) bevat de veterinairrechtelijke voorschriften en de certificeringsvoorwaarden voor de invoer van bijen en hommels uit bepaalde derde landen. Ter vereenvoudiging van de EU-wetgeving moeten de maatregelen van die beschikking in deze verordening worden opgenomen. Beschikking 2003/881/EG moet dan worden ingetrokken.

(23)

Er moet een overgangsperiode worden vastgesteld zodat de lidstaten en het bedrijfsleven de nodige maatregelen kunnen nemen om aan de voorschriften van deze verordening te voldoen.

(24)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   In deze verordening worden de voorschriften inzake veterinaire certificering vastgesteld voor het binnenbrengen in de EU van zendingen die levende dieren of vers vlees bevatten zoals hieronder bedoeld:

a)

hoefdieren;

b)

de in bijlage IV, deel 2, genoemde dieren;

c)

voor menselijke consumptie bestemd vers vlees, met uitzondering van vleesbereidingen, van hoefdieren en paardachtigen.

2.   In deze verordening worden de lijsten van derde landen en gebieden, of delen daarvan, vastgesteld waaruit de in lid 1 bedoelde zendingen in de EU mogen worden binnengebracht.

3.   Deze verordening is niet van toepassing op het binnenbrengen in de EU van niet-gedomesticeerde dieren:

a)

voor shows of tentoonstellingen waar die levende dieren niet op regelmatige basis worden gehouden of gefokt;

b)

die deel uitmaken van circussen;

c)

die bestemd zijn voor officieel erkende instellingen, instituten of centra als omschreven in artikel 2, lid 1, onder c), van Richtlijn 92/65/EEG.

4.   Deze verordening is van toepassing onverminderd eventuele specifieke certificeringsvoorschriften die in andere EU-regelgeving of door de EU met derde landen gesloten overeenkomsten zijn vastgelegd.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

a)

„hoefdieren”: hoefdieren als omschreven in artikel 2, onder d), van Richtlijn 2004/68/EG;

b)

„vers vlees”: vers vlees als omschreven in punt 1.10 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 853/2004.

c)

„paardachtigen”: paardachtigen als omschreven in artikel 2, onder b), van Richtlijn 90/426/EEG van de Raad (17);

d)

„bedrijf”: een landbouwbedrijf of een andere onder officieel toezicht staande agrarische, industriële of commerciële onderneming, met inbegrip van dierentuinen, pretparken, wildparken en jachtgebieden, waar op regelmatige basis levende dieren worden gehouden of gefokt.

HOOFDSTUK II

VOORWAARDEN VOOR HET BINNENBRENGEN VAN LEVENDE DIEREN IN DE EU

Artikel 3

Algemene voorwaarden voor het binnenbrengen van hoefdieren in de EU

Zendingen hoefdieren mogen alleen in de EU worden binnengebracht als zij voldoen aan de volgende voorwaarden:

a)

zij zijn afkomstig uit een derde land, gebied of deel daarvan dat is vermeld in de kolommen 1, 2 en 3 van de tabel in bijlage I, deel 1, en waarvoor in kolom 4 van die tabel een model van het voor de zending te gebruiken veterinaire certificaat is aangegeven;

b)

zij gaan vergezeld van het vereiste veterinaire certificaat, dat is opgesteld volgens het desbetreffende model in bijlage I, deel 2, met inachtneming van de specifieke voorwaarden die in kolom 6 van de tabel in deel 1 van die bijlage zijn aangegeven, en dat is ingevuld en ondertekend door een officiële dierenarts van het derde land van uitvoer;

c)

zij voldoen aan de vereisten in het onder b) bedoelde veterinaire certificaat, met inbegrip van:

i)

de in dat certificaat vermelde aanvullende garanties, wanneer dat in kolom 5 van de tabel in bijlage I, deel 1, is aangegeven;

ii)

eventuele aanvullende eisen inzake veterinaire certificering die de lidstaat van bestemming in overeenstemming met de veterinaire regelgeving van de EU kan stellen en die in het certificaat zijn vermeld.

Artikel 4

Voorwaarden voor verzamelcentra voor bepaalde zendingen hoefdieren

Zendingen hoefdieren met levende dieren van meer dan één bedrijf mogen alleen in de EU worden binnengebracht als zij worden verzameld in verzamelcentra die overeenkomstig de voorschriften van bijlage I, deel 5, door de bevoegde autoriteit van het derde land van oorsprong zijn erkend.

Artikel 5

Protocollen voor de standaardisatie van testmateriaal en bemonsterings- en testmethoden voor hoefdieren

Wanneer de in kolom 4 van de tabel in bijlage I, deel 1, aangegeven veterinaire certificaten voor het binnenbrengen van zendingen hoefdieren in de EU bemonstering en tests vereisen in verband met de in deel 6 van die bijlage genoemde ziekten, worden die bemonstering en tests door of onder toezicht van de bevoegde autoriteit van het derde land van oorsprong uitgevoerd overeenkomstig de in deel 6 van die bijlage opgenomen protocollen voor de standaardisatie van testmateriaal en -methoden.

Artikel 6

Speciale voorwaarden voor bepaalde zendingen hoefdieren die in Saint-Pierre en Miquelon zijn ingevoerd en in de EU worden binnengebracht

Zendingen hoefdieren van de in de tabel in deel 7 van bijlage I genoemde soorten die minder dan zes maanden vóór hun verzending naar de EU in Saint-Pierre en Miquelon zijn binnengebracht, mogen alleen in de EU worden binnengebracht als:

a)

zij voldoen aan de voorschriften inzake verblijf en quarantaine die zijn opgenomen in hoofdstuk 1 van dat deel;

b)

zij tests hebben ondergaan in overeenstemming met de voorschriften voor diergezondheidstests die zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van dat deel.

Artikel 7

Algemene voorwaarden voor het binnenbrengen van bepaalde soorten bijen en hommels in de EU

1.   Zendingen bijen of hommels van de in bijlage IV, deel 2, tabel 1, opgenomen soorten mogen alleen in de EU worden binnengebracht uit derde landen of gebieden:

a)

die in bijlage II, deel 1, worden genoemd;

b)

waar voor het hele grondgebied van het derde land of het gebied in kwestie een aangifteplicht geldt voor Amerikaans vuilbroed, de kleine bijenkastkever (Aethina tumida) en de tropilaelapsmijt (Tropilaelaps spp.).

2.   In afwijking van lid 1, onder a), mogen zendingen bijen of hommels in de EU worden binnengebracht uit een deel van een in bijlage II, deel 1, opgenomen derde land of gebied dat:

a)

een geografisch en epidemiologisch geïsoleerd deel van het derde land of gebied is;

b)

is opgenomen in de derde kolom van de tabel in bijlage IV, deel 1, afdeling 1.

Wanneer van deze afwijking gebruik wordt gemaakt, is het binnenbrengen in de EU van zendingen bijen of hommels uit alle andere delen van het derde land of gebied, die niet in de derde kolom van de tabel in bijlage IV, deel 1, afdeling 1, zijn opgenomen, verboden.

3.   Zendingen bijen of hommels van de in bijlage IV, deel 2, tabel 1, opgenomen soorten bestaan uit:

a)

koninginnenkasten (Apis mellifera en Bombus spp.) met elk één koningin met maximaal twintig voedsters, of

b)

bergingsmiddelen voor hommels (Bombus spp.) met elk één volk bestaande uit maximaal 200 volwassen hommels.

4.   Zendingen bijen of hommels van de in bijlage IV, deel 2, tabel 1, opgenomen soorten:

a)

gaan vergezeld van het vereiste veterinaire certificaat, dat is opgesteld volgens het desbetreffende model in bijlage IV, deel 2, en is ingevuld en ondertekend door een officiële inspecteur van het derde land van uitvoer;

b)

voldoen aan de veterinaire voorschriften in het onder a) bedoelde veterinaire certificaat.

Artikel 8

Algemene voorwaarden voor het vervoer van levende dieren naar de EU

Zendingen levende dieren mogen in de periode tussen het laden in het derde land van oorsprong en de aankomst aan de grensinspectiepost van binnenkomst in de EU niet:

a)

samen worden vervoerd met levende dieren die:

i)

niet bestemd zijn om in de EU te worden binnengebracht, of

ii)

een lagere gezondheidsstatus hebben;

b)

worden uitgeladen in, of, indien zij door de lucht worden vervoerd, worden overgeladen in een ander vliegtuig, of over de weg, per spoor of op eigen kracht worden verplaatst via een derde land, gebied of deel daarvan dat niet is vermeld in de kolommen 1, 2 en 3 van de tabel in bijlage I, deel 1, of waarvoor in de overeenkomstige kolom 4 van die tabel geen model van het voor de zending te gebruiken veterinaire certificaat is aangegeven.

Artikel 9

Maximale duur van het vervoer van levende dieren naar de EU

Zendingen levende dieren mogen de EU alleen worden binnengebracht als zij binnen tien dagen na de datum van afgifte van het vereiste veterinaire certificaat aan de grensinspectiepost van binnenkomst in de EU aankomen.

Bij vervoer over zee wordt de periode van tien dagen verlengd met de duur van de zeereis, zoals bevestigd door een ondertekende verklaring van de kapitein van het schip, die is opgesteld overeenkomstig bijlage I, deel 3, en waarvan het origineel aan het veterinaire certificaat is gehecht.

Artikel 10

Speciale voorwaarden voor de bespuiting van zendingen levende dieren die door de lucht naar de EU worden vervoerd

Indien zendingen levende dieren, met uitzondering van bijen en hommels, door de lucht worden vervoerd, worden de krat of container waarin zij worden vervoerd en de omringende ruimte met een geschikt insecticide bespoten.

Die bespuiting vindt plaats onmiddellijk voordat de deuren van het vliegtuig worden gesloten en telkens wanneer daarna de deuren in een derde land worden geopend, totdat de eindbestemming is bereikt.

De gezagvoerder van het vliegtuig bevestigt dat de bespuiting heeft plaatsgevonden door ondertekening van een verklaring die is opgesteld overeenkomstig bijlage I, deel 4, waarvan het origineel aan het veterinaire certificaat wordt gehecht.

Artikel 11

Na binnenbrengen in de EU van bepaalde zendingen hoefdieren geldende voorwaarden

1.   Zendingen hoefdieren, bedoeld voor fok- en gebruiksdoeleinden of voor dierentuinen, pretparken en wildparken of jachtgebieden, worden na binnenbrengen in de EU onverwijld naar het bedrijf van bestemming gebracht.

De hoefdieren blijven ten minste dertig dagen op dat bedrijf, tenzij zij rechtstreeks naar een slachthuis worden verzonden.

2.   Zendingen hoefdieren dieren die bestemd zijn om onmiddellijk te worden geslacht, worden na binnenbrengen in de EU onverwijld naar het slachthuis van bestemming gebracht, waar zij binnen vijf werkdagen na hun aankomst moeten worden geslacht.

Artikel 12

Specifieke voorwaarden voor de doorvoer van bepaalde zendingen hoefdieren door derde landen

Indien specifieke voorwaarde I van bijlage I, deel 1, van toepassing is, gelden voor de doorvoer van de in die voorwaarde bedoelde zendingen hoefdieren, van oorsprong uit een lidstaat en bestemd voor een andere lidstaat, door een derde land, gebied of deel daarvan dat in de tabel in bijlage I, deel 1, is opgenomen maar waarvoor in kolom 4 van die tabel geen model van een veterinair certificaat voor zendingen van de betrokken hoefdieren is aangegeven, de volgende voorwaarden:

a)

in het geval van mestrunderen:

i)

moeten de bedrijven van eindbestemming van tevoren door de bevoegde autoriteit van de eindbestemming worden aangewezen;

ii)

mogen de levende dieren waaruit de zending bestaat, het bedrijf van eindbestemming niet verlaten, behalve om onmiddellijk te worden geslacht;

iii)

moeten, zolang de dieren waaruit de zending bestaat op het bedrijf van eindbestemming worden gehouden, alle verplaatsingen van levende dieren van en naar dat bedrijf onder toezicht van de bevoegde autoriteit gebeuren;

b)

in het geval van hoefdieren die bestemd zijn om onmiddellijk te worden geslacht, is artikel 11, lid 2, van toepassing.

Artikel 13

Na binnenbrengen in de EU van de in artikel 7 bedoelde zendingen bijen en hommels geldende voorwaarden

1.   In artikel 7, lid 3, onder a), bedoelde zendingen koninginnen worden onverwijld naar de aangewezen plaats van eindbestemming gebracht, waar de kasten onder toezicht van de bevoegde autoriteit worden geplaatst en de koninginnen naar nieuwe kasten worden overgebracht voordat zij met plaatselijke volken in contact worden gebracht.

2.   De kasten, de voedsters en het andere materiaal dat uit het derde land van oorsprong met de koninginnen was meegestuurd, worden naar een door de bevoegde autoriteit aangewezen laboratorium gezonden voor onderzoek op de aanwezigheid van:

a)

de kleine bijenkastkever (Aethina tumida) of eieren of larven daarvan;

b)

tekenen van de tropilaelapsmijt (Tropilaelaps spp.).

Na dat onderzoek worden de kasten, de voedsters en het materiaal vernietigd.

3.   In artikel 7, lid 3, onder b), bedoelde zendingen hommels (Bombus spp.) worden onverwijld naar de aangewezen plaats van bestemming gebracht.

Die hommels mogen tot het einde van de levensduur van het volk in het bergingsmiddel blijven waarin zij in de EU zijn binnengebracht.

Dat bergingsmiddel en het materiaal dat uit het derde land van oorsprong met de hommels was meegestuurd, worden uiterlijk aan het einde van de levensduur van het volk vernietigd.

HOOFDSTUK III

VOORWAARDEN VOOR HET BINNENBRENGEN VAN VERS VLEES IN DE EU

Artikel 14

Algemene voorwaarden voor de invoer van vers vlees

Voor menselijke consumptie bestemde zendingen vers vlees mogen alleen in de EU worden ingevoerd als zij voldoen aan de volgende voorwaarden:

a)

zij zijn afkomstig uit een derde land, gebied of deel daarvan dat is vermeld in de kolommen 1, 2 en 3 van de tabel in bijlage II, deel 1, en waarvoor in kolom 4 van die tabel een model van het voor de zending te gebruiken veterinaire certificaat is aangegeven;

b)

wanneer zij in de grensinspectiepost van binnenkomst in de EU worden aangeboden, gaan zij vergezeld van het vereiste veterinaire certificaat, dat is opgesteld volgens het desbetreffende model in bijlage II, deel 2, met inachtneming van de specifieke voorwaarden die in kolom 6 van de tabel in deel 1 van die bijlage zijn aangegeven, en dat is ingevuld en ondertekend door een officiële dierenarts van het derde land van uitvoer;

c)

zij voldoen aan de vereisten in het onder b) bedoelde veterinaire certificaat, met inbegrip van:

i)

de in dat certificaat vermelde aanvullende garanties, wanneer dat in kolom 5 van de tabel in bijlage II, deel 1, is aangegeven;

ii)

eventuele aanvullende eisen inzake veterinaire certificering die de lidstaat van bestemming in overeenstemming met de veterinaire regelgeving van de EU kan stellen en die in het certificaat zijn vermeld.

Artikel 15

Na invoer van niet-onthuide karkassen van vrij evenhoevig wild geldende voorwaarden

Overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Richtlijn 97/78/EG van de Raad (18) worden zendingen niet-onthuide karkassen van vrij evenhoevig wild die bestemd zijn voor menselijke consumptie na verdere verwerking, onverwijld naar de verwerkingsinrichting van bestemming gebracht.

Artikel 16

Doorvoer en opslag van vers vlees

Het binnenbrengen in de EU van zendingen vers vlees die niet voor invoer in de EU bestemd zijn maar voor doorvoer naar een derde land, hetzij rechtstreeks, hetzij na opslag in de EU overeenkomstig artikel 12, lid 4, en artikel 13, van Richtlijn 97/78/EG, wordt alleen toegestaan als de zendingen aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

zij zijn afkomstig uit een derde land, gebied of deel daarvan dat is vermeld in de kolommen 1, 2 en 3 van de tabel in bijlage II, deel 1, en waarvoor in kolom 4 van die tabel een model van het voor de zending te gebruiken veterinaire certificaat is aangegeven;

b)

zij voldoen aan de specifieke veterinaire voorschriften voor de betrokken zending, zoals aangegeven in het onder a) bedoelde veterinaire certificaat;

c)

zij gaan vergezeld van een veterinair certificaat, dat is opgesteld volgens het model in bijlage III en is ingevuld en ondertekend door een officiële dierenarts van het derde land van uitvoer;

d)

de officiële dierenarts van de grensinspectiepost van binnenkomst in de EU heeft op het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst als bedoeld in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 136/2004 van de Commissie (19) verklaard dat de zendingen doorgevoerd en in voorkomend geval opgeslagen mogen worden.

Artikel 17

Afwijking voor doorvoer door Letland, Litouwen en Polen

1.   In afwijking van artikel 16 is de doorvoer door de EU over de weg of per spoor tussen de aangewezen grensinspectieposten in Letland, Litouwen en Polen die in Beschikking 2009/821/EG van de Commissie (20) vermeld staan, van zendingen afkomstig uit en bestemd voor Rusland, rechtstreeks of via een ander derde land, toegestaan onder de volgende voorwaarden:

a)

de zending is in de grensinspectiepost van binnenkomst in de EU door de veterinaire dienst van de bevoegde autoriteit verzegeld met een zegel dat van een volgnummer is voorzien;

b)

de documenten die de zending vergezellen, zoals bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 97/78/EG, worden op elke bladzijde door de officiële dierenarts van de bevoegde autoriteit waaronder de grensinspectiepost van binnenkomst in de EU valt, voorzien van het stempel „ALLEEN VOOR DOORVOER DOOR DE EU NAAR RUSLAND”;

c)

aan de procedurevoorschriften van artikel 11 van Richtlijn 97/78/EG is voldaan;

d)

de officiële dierenarts van de grensinspectiepost van binnenkomst in de EU heeft op het Gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst verklaard dat de zending mag worden doorgevoerd.

2.   Het lossen of opslaan van dergelijke zendingen op het grondgebied van de EU overeenkomstig artikel 12, lid 4, of artikel 13 van Richtlijn 97/78/EG is niet toegestaan.

3.   De bevoegde autoriteit verricht op gezette tijden audits om na te gaan of de aantallen zendingen en hoeveelheden producten die het grondgebied van de EU binnengekomen zijn en verlaten hebben, met elkaar in overeenstemming zijn.

HOOFDSTUK IV

ALGEMENE, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 18

Certificering

De krachtens deze verordening vereiste veterinaire certificaten worden ingevuld met inachtneming van de toelichting in bijlage V.

Dit sluit evenwel niet uit dat gebruik kan worden gemaakt van een elektronisch certificeringssysteem of een ander overeengekomen systeem, voor zover het op EU-niveau is geharmoniseerd.

Artikel 19

Overgangsbepaling

Zendingen levende dieren en voor menselijke consumptie bestemd vers vlees, waarvoor de vereiste veterinaire certificaten zijn afgegeven overeenkomstig Beschikking 79/542/EEG of Beschikking 2003/881/EG, mogen tot en met 30 juni 2010 in de EU worden binnengebracht.

Artikel 20

Intrekking

Beschikking 2003/881/EG wordt ingetrokken.

Artikel 21

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 maart 2010.

Voor de Commissie

José Manuel BARROSO

De President


(1)   PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54.

(2)   PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(3)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 321.

(4)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1.

(5)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55.

(6)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206.

(7)   PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1.

(8)   PB L 302 van 31.12.1972, blz. 28.

(9)   PB L 146 van 14.6.1979, blz. 15.

(10)   PB L 157 van 30.4.2004, blz. 33.

(11)   PB L 13 van 16.1.1997, blz. 28.

(12)   PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10.

(13)   PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1.

(14)   PB L 340 van 31.12.1993, blz. 21.

(15)   PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1.

(16)   PB L 328 van 17.12.2003, blz. 26.

(17)   PB L 224 van 18.8.1990, blz. 42.

(18)   PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9.

(19)   PB L 21 van 28.1.2004, blz. 11.

(20)   PB L 296 van 12.11.2009, blz. 1.


BIJLAGE I

HOEFDIEREN

DEEL 1

Lijst van derde landen en gebieden of delen daarvan (*1)

ISO-code en naam van het derde land

Gebiedscode

Omschrijving van het derde land, gebied of deel daarvan

Veterinair certificaat

Specifieke voorwaarden

Model

AG

1

2

3

4

5

6

CA – Canada

CA-0

Het hele land

POR-X

 

IVb IX

CA-1

Het hele land met uitzondering van het gebied Okanagan Valley in British Columbia, omschreven als volgt:

vanaf het punt op de grens tussen Canada en de Verenigde Staten van Amerika met de coördinaten 120° 15′ WL, 49° NB

noordwaarts tot het punt met de coördinaten 119° 35′ WL, 50° 30′ NB

noordoostwaarts tot het punt met de coördinaten 119° WL, 50° 45′ NB

zuidwaarts tot het punt op de grens tussen Canada en de Verenigde Staten van Amerika met de coördinaten 118° 15′ WL, 49° NB

BOV-X, OVI-X, OVI-Y RUM (*2)

A

CH – Zwitserland

CH-0

Het hele land

 (*3)

 

 

CL – Chili

CL-0

Het hele land

BOV-X, OVI-X, RUM

 

 

POR-X, SUI

B

 

GL – Groenland

GL-0

Het hele land

OVI-X, RUM

 

V

HR – Kroatië

HR-0

Het hele land

BOV-X, BOV-Y, RUM, OVI-X, OVI-Y

 

 

IS – IJsland

IS-0

Het hele land

BOV-X, BOV-Y RUM, OVI-X, OVI-Y

 

 

POR-X, POR-Y

B

ME – Montenegro

ME-0

Het hele land

 

 

I

MK – Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (*4)

MK-0

Het hele land

 

 

I

NZ – Nieuw-Zeeland

NZ-0

Het hele land

BOV-X, BOV-Y, RUM, POR-X, POR-Y OVI-X, OVI-Y

 

III V

PM – Saint-Pierre en Miquelon

PM-0

Het hele land

BOV-X, BOV-Y, RUM, OVI-X, OVI-Y CAM

 

 

RS – Servië (*5)

RS-0

Het hele land

 

 

I

Specifieke voorwaarden (zie de voetnoten in elk certificaat):

„I”

:

Voor doorvoer via het grondgebied van een derde land voor uit een lidstaat verzonden en voor een lidstaat bestemde slachtdieren of levende mestrunderen in vrachtwagens die zijn verzegeld met een zegel dat van een volgnummer is voorzien.

Het zegelnummer moet worden ingevuld op het gezondheidscertificaat volgens het model in bijlage F bij Richtlijn 64/432/EEG (1) voor levende slacht- en mestrunderen en volgens model I in bijlage E bij Richtlijn 91/68/EEG (2) voor slachtschapen en -geiten.

Bovendien moet het zegel intact zijn bij aankomst in de aangewezen grensinspectiepost van binnenkomst in de EU en moet het zegelnummer in het geïntegreerd veterinair computersysteem van de EU (Traces) worden geregistreerd.

Het certificaat moet vóór de doorvoer van de zending via een of meer derde landen op het punt van uitgang in de EU door de bevoegde veterinaire autoriteit worden afgestempeld met een stempel met de volgende tekst: „UITSLUITEND VOOR DOORVOER TUSSEN VERSCHILLENDE DELEN VAN DE EUROPESE UNIE VIA DE VOORMALIGE JOEGOSLAVISCHE REPUBLIEK MACEDONIË/MONTENEGRO/SERVIË (*6)  (*7) ”.

Mestrunderen moeten rechtstreeks worden vervoerd naar het bedrijf van bestemming dat is aangewezen door de bevoegde veterinaire autoriteit van het land van bestemming. Die dieren mogen dat bedrijf niet verlaten, behalve om onmiddellijk te worden geslacht.

„II”

:

Gebied dat als officieel tuberculosevrij is erkend in het kader van de uitvoer naar de EU van levende dieren waarvoor een certificaat is afgegeven volgens model BOV-X.

„III”

:

Gebied dat als officieel brucellosevrij is erkend in het kader van de uitvoer naar de EU van levende dieren waarvoor een certificaat is afgegeven volgens model BOV-X.

„IVa”

:

Gebied dat als officieel vrij van enzoötische boviene leukose (EBL) is erkend in het kader van de uitvoer naar de EU van levende dieren waarvoor een certificaat is afgegeven volgens model BOV-X.

„IVb”

:

Gebied met bedrijven die als officieel vrij van enzoötische boviene leukose (EBL) zijn erkend in het kader van de uitvoer naar de EU van levende dieren waarvoor een certificaat is afgegeven volgens model BOV-X.

„V”

:

Gebied dat als officieel brucellosevrij is erkend in het kader van de uitvoer naar de EU van levende dieren waarvoor een certificaat is afgegeven volgens model OVI-X.

„VI”

:

Geografische beperkingen.

„VII”

:

Gebied dat als officieel tuberculosevrij is erkend in het kader van de uitvoer naar de EU van levende dieren waarvoor een certificaat is afgegeven volgens model RUM.

„VIII”

:

Gebied dat als officieel brucellosevrij is erkend in het kader van de uitvoer naar de EU van levende dieren waarvoor een certificaat is afgegeven volgens model RUM.

„IX”

:

Gebied dat als officieel vrij van de ziekte van Aujeszky is erkend in het kader van de uitvoer naar de EU van levende dieren waarvoor een certificaat is afgegeven volgens model POR-X.

DEEL 2

Modellen van de veterinaire certificaten

Modellen:

„BOV-X”

:

Veterinair certificaat voor als landbouwhuisdier gehouden fok- en/of gebruiksrunderen (inclusief Bubalus, Bison en kruisingen daarvan).

„BOV-Y”

:

Veterinair certificaat voor als landbouwhuisdier gehouden runderen (inclusief Bubalus, Bison en kruisingen daarvan), bestemd om na invoer onmiddellijk te worden geslacht.

„OVI-X”

:

Veterinair certificaat voor als huisdier gehouden fok- en/of gebruiksschapen (Ovis aries) en fok- en/of gebruiksgeiten (Capra hircus).

„OVI-Y”

:

Veterinair certificaat voor als landbouwhuisdier gehouden schapen (Ovis aries) en geiten (Capra hircus), bestemd om na invoer onmiddellijk te worden geslacht.

„POR-X”

:

Veterinair certificaat voor als landbouwhuisdier gehouden fok- en/of gebruiksvarkens (Sus scrofa).

„POR-Y”

:

Veterinair certificaat voor als landbouwhuisdier gehouden varkens (Sus scrofa), bestemd om na invoer onmiddellijk te worden geslacht.

„RUM”

:

Veterinair certificaat voor dieren van de orde Artiodactyla (met uitzondering van runderen (inclusief Bubalus, Bison en kruisingen daarvan), Ovis aries, Capra hircus, Suidae en Tayassuidae) en van de families Rhinocerotidae en Elephantidae.

„SUI”

:

Veterinair certificaat voor niet-gedomesticeerde Suidae, Tayassuidae en Tapiridae.

„CAM”

:

Speciale verklaring voor de invoer van dieren uit Saint-Pierre en Miquelon volgens de in deel 7 van bijlage I vastgelegde voorwaarden.

AG (Aanvullende garanties):

„A”

:

Garanties inzake tests op bluetongue en epizoötische hemorragische ziekte bij dieren waarvoor een certificaat is afgegeven volgens model BOV-X (punt II.2.8 B), OVI-X (punt II.2.6 D) en RUM (punt II.2.6).

„B”

:

Garanties inzake tests op vesiculaire varkensziekte en klassieke varkenspest bij dieren waarvoor een certificaat is afgegeven volgens model POR-X (punt II.2.4 B) en SUI (punt II.2.4 B).

„C”

:

Garanties inzake een test op brucellose bij dieren waarvoor een certificaat is afgegeven volgens model POR-X (punt II.2.4 C) en SUI (punt II.2.4 C).

Image 1

Tekst van het beeld

Image 2

Tekst van het beeld

Image 3

Tekst van het beeld

Image 4

Tekst van het beeld

Image 5

Tekst van het beeld

Image 6

Tekst van het beeld

Image 7

Tekst van het beeld

Image 8

Tekst van het beeld

Image 9

Tekst van het beeld