16.9.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 250/3


ECONOMISCHE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds

PREAMBULE

PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

HET KONINKRIJK BELGIË,

DE REPUBLIEK BULGARIJE,

DE TSJECHISCHE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK DENEMARKEN,

DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

DE REPUBLIEK ESTLAND,

IERLAND,

DE HELLEENSE REPUBLIEK,

HET KONINKRIJK SPANJE,

DE FRANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK KROATIË,

DE ITALIAANSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK CYPRUS,

DE REPUBLIEK LETLAND,

DE REPUBLIEK LITOUWEN,

HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,

HONGARIJE,

DE REPUBLIEK MALTA,

HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

DE REPUBLIEK POLEN,

DE PORTUGESE REPUBLIEK,

ROEMENIË,

DE REPUBLIEK SLOVENIË,

DE SLOWAAKSE REPUBLIEK,

DE REPUBLIEK FINLAND,

HET KONINKRIJK ZWEDEN,

HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten van de Europese Unie” genoemd,

en

DE EUROPESE UNIE, enerzijds, en

DE REPUBLIEK BOTSWANA,

HET KONINKRIJK LESOTHO,

DE REPUBLIEK MOZAMBIQUE,

DE REPUBLIEK NAMIBIË,

DE REPUBLIEK ZUID-AFRIKA, en

HET KONINKRIJK SWAZILAND,

hierna de „staten van de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika die partij zijn bij de economische partnerschapsovereenkomst”, anderzijds („de SADC-EPO-staten”),

GEZIEN de wens van de partijen hun handelsbetrekkingen te versterken en nauwe en duurzame banden tot stand te brengen op basis van partnerschap en samenwerking,

ERVAN OVERTUIGD dat deze overeenkomst de economische en handelsbetrekkingen tussen de partijen verder zal verdiepen en stimuleren,

MET DE WENS op het grondgebied van de partijen nieuwe werkgelegenheid te creëren, investeringen aan te trekken en de levensstandaard te verbeteren, en daarbij duurzame ontwikkeling te bevorderen,

ZICH BEWUST van het belang van samenwerking bij de ontwikkelingsfinanciering voor de uitvoering van deze overeenkomst,

ERKENNENDE de inspanningen van de SADC-EPO-staten om zorg te dragen voor de economische en sociale ontwikkeling van hun bevolking tegen de achtergrond van verdieping van de regionale integratie in de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika („SADC-regio”),

UITDRUKKING GEVENDE aan de vastberadenheid van de partijen om de regionale samenwerking en de economische integratie te bevorderen alsmede de liberalisering van de handel in de SADC-regio te stimuleren,

ERKENNENDE dat de SADC-EPO-staten bijzondere behoeften en belangen hebben en dat het noodzakelijk is rekening te houden met hun verschillende niveaus van economische ontwikkeling en uiteenlopende geografische en sociaal-economische problemen,

ZICH BEWUST VAN de bijzondere omstandigheden waarin Botswana, Lesotho, Namibië en Swaziland („BLNS-staten”) zich ten aanzien van deze overeenkomst bevinden en van de noodzaak rekening te houden met de gevolgen van de handelsliberalisering in het kader van de Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen Zuid-Afrika en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend op 11 oktober 1999 („TDC-overeenkomst”), voor hen,

ERKENNENDE dat door een speciale en gedifferentieerde behandeling en asymmetrie rekening moet worden gehouden met de bijzondere omstandigheden en behoeften van de minst ontwikkelde landen („MOL's”) van de SADC-EPO-staten,

ZICH BEWUST VAN de bijzondere omstandigheden waarin Lesotho zich als het enige MOL in de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie („SACU”) bevindt en van de noodzaak wegens de gevolgen van de verlaging van de tariefinkomsten ingevolge de TDC-overeenkomst en deze overeenkomst prioriteit aan steun voor de handel toe te kennen,

ZICH BEWUST VAN de bijzondere omstandigheden van die SADC-EPO-staten die herstellen van langdurige gewapende conflicten, en waarvoor een speciale en gedifferentieerde behandeling en asymmetrie nodig is,

REKENING HOUDENDE met de rechten en verplichtingen van de partijen als lid van de Wereldhandelsorganisatie („WTO”), en het belang van het multilaterale handelssysteem bevestigend,

HERINNEREND aan het belang dat de partijen hechten aan de beginselen en regels van het multilaterale handelssysteem en aan de noodzaak deze op transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen,

INDACHTIG de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan („ACS”), enerzijds, en de Europese Gemeenschap („EG”) en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend op 23 juni 2000 en herzien op 25 juni 2005 („Overeenkomst van Cotonou”),

UITDRUKKING GEVENDE aan de inzet en steun van de partijen voor de economische ontwikkeling in de SADC-EPO-staten, zodat deze de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling („MDG's”) kunnen halen,

INDACHTIG de TDC-overeenkomst,

GELET OP de vastberadenheid van de partijen ervoor te zorgen dat hun wederzijdse afspraken het proces van regionale integratie in het kader van het Verdrag inzake de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika, ondertekend op 17 augustus 1992, zoals gewijzigd („SADC-verdrag”), ondersteunen,

ERKENNENDE het bijzondere geval van de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie, in 2002 bij de Overeenkomst inzake de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie opgericht tussen de regeringen van de Republiek Botswana, het Koninkrijk Lesotho, de Republiek Namibië, de Republiek Zuid-Afrika en het Koninkrijk Swaziland, ondertekend op 21 oktober 2002 („SACU-overeenkomst”),

UITDRUKKING GEVENDE aan de ondersteuning en stimulering van het proces van handelsliberalisering door de partijen,

DE NADRUK LEGGENDE op het belang van landbouw en duurzame ontwikkeling voor het verlichten van de armoede in de SADC-EPO-staten,

HEBBEN BESLOTEN deze overeenkomst te sluiten:

DEEL I

DUURZAME ONTWIKKELING EN ANDERE SAMENWERKINGSGEBIEDEN

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Doelstellingen

De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:

a)

bijdragen tot het terugdringen en uitroeien van armoede door de instelling van een handelspartnerschap dat in overeenstemming is met het doel van duurzame ontwikkeling, de MDG's en de Overeenkomst van Cotonou;

b)

bevorderen van regionale integratie, economische samenwerking en goed bestuur met het oog op de totstandbrenging en uitvoering van een doeltreffend, voorspelbaar en transparant regionaal regelgevingskader voor handel en investeringen tussen de partijen en tussen de SADC-EPO-staten onderling;

c)

bevorderen van de geleidelijke integratie van de SADC-EPO-staten in de wereldeconomie, in overeenstemming met hun politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten;

d)

verbeteren van de capaciteit van de SADC-EPO-staten op het gebied van handelsbeleid en handelsgerelateerde vraagstukken;

e)

ondersteunen van de voorwaarden voor meer investeringen en initiatieven van de particuliere sector en verbeteren van de leveringscapaciteit, het concurrentievermogen en de economische groei in de SADC-EPO-staten, en

f)

versterken van de bestaande relaties tussen de partijen op basis van solidariteit en wederzijdse belangen. Hiertoe worden met deze overeenkomst de economische en handelsbetrekkingen verbeterd, wordt de uitvoering van het Protocol over handel in de regio van de ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika, ondertekend op 24 augustus 1996 (SADC-handelsprotocol), en van de SACU-overeenkomst geconsolideerd, wordt een nieuwe handelsdynamiek tussen de partijen door middel van de geleidelijke, asymmetrische liberalisering van de onderlinge handel ondersteund, en wordt de samenwerking op alle gebieden die van belang zijn voor de handel versterkt, verruimd en verdiept, een en ander met inachtneming van de WTO-verplichtingen.

Artikel 2

Beginselen

1.   Deze overeenkomst is gebaseerd op de grondbeginselen alsmede op de essentiële en fundamentele elementen, zoals neergelegd in artikel 2 respectievelijk artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou. Deze overeenkomst bouwt voort op de verworvenheden van de Overeenkomst van Cotonou, de TDC-overeenkomst en de eerdere ACS-EG-overeenkomsten op het gebied van regionale samenwerking en integratie en van samenwerking op economisch en handelsgebied.

2.   Deze overeenkomst wordt op zodanige wijze uitgevoerd dat zij, de Overeenkomst van Cotonou en de TDC-overeenkomst elkaar aanvullen en wederzijds versterken, met inachtneming van de artikelen 110 en 111.

3.   De partijen komen overeen bij de uitvoering van deze overeenkomst samen te werken op een wijze die in overeenstemming is met het ontwikkelingsbeleid en de regionale integratieprogramma's waarbij de SADC-EPO-staten betrokken zijn of betrokken kunnen worden.

4.   De partijen komen overeen samen te werken om aan hun verbintenissen en verplichtingen te voldoen en de SADC-EPO-staten beter in staat te stellen deze overeenkomst uit te voeren.

Artikel 3

Regionale integratie

1.   De partijen erkennen dat regionale integratie een integraal bestanddeel van hun partnerschap en een krachtig instrument voor het bereiken van de doelstellingen van deze overeenkomst is.

2.   De partijen bekrachtigen het belang van regionale en subregionale integratie tussen de SADC-EPO-staten voor het verbeteren van economische kansen, het vergroten van politieke stabiliteit en het bevorderen van de daadwerkelijke integratie van ontwikkelingslanden in de wereldeconomie.

3.   De partijen steunen in het bijzonder de integratieprocessen die zijn gebaseerd op de SACU-overeenkomst, het SADC-verdrag en de op 11 juli 2000 goedgekeurde Oprichtingsakte van de Afrikaanse Unie, alsmede het ontwikkelingsbeleid en de politieke doelstellingen die met die processen verband houden. De partijen beogen elkaar met behulp van die instrumenten bij de uitvoering van deze overeenkomst te ondersteunen, daarbij rekening houdend met hun respectieve ontwikkelingsniveau, behoeften, geografische realiteit en strategieën voor duurzame ontwikkeling.

Artikel 4

Toezicht

1.   De partijen verbinden zich ertoe voortdurend toezicht te houden op het functioneren en het effect van deze overeenkomst door middel van passende mechanismen en tijdschema's in het kader van hun respectieve participatieprocessen en participerende instellingen alsmede die welke in het kader van deze overeenkomst zijn ingevoerd, teneinde te waarborgen dat de doelstellingen van deze overeenkomst worden verwezenlijkt en dat deze overeenkomst correct wordt uitgevoerd en hun bevolking, en in het bijzonder de kwetsbaarste groepen, zoveel mogelijk voordelen biedt.

2.   De partijen verbinden zich ertoe elkaar onverwijld te raadplegen over elke aangelegenheid betreffende de uitvoering van deze overeenkomst.

Artikel 5

Samenwerking in internationale fora

De partijen streven naar samenwerking in alle internationale fora waar aangelegenheden in verband met deze overeenkomst worden besproken.

HOOFDSTUK II

Handel en duurzame ontwikkeling

Artikel 6

Context en doelstellingen

1.   De partijen herinneren aan Agenda 21 over milieu en ontwikkeling van 1992, de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie („IAO”) over de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk van 1998, het Uitvoeringsplan van Johannesburg over duurzame ontwikkeling van 2002, de Ministeriële Verklaring van de Economische en Sociale Raad van de VN over volledige werkgelegenheid en fatsoenlijk werk van 2006, de Verklaring van de IAO over sociale gerechtigheid voor een eerlijke mondialisering van 2008 en het slotdocument van de Conferentie van de VN over duurzame ontwikkeling van 2012 getiteld „The Future We Want”.

2.   De partijen herbevestigen dat zij vastbesloten zijn de ontwikkeling van de internationale handel op zodanige wijze te bevorderen dat deze bijdraagt tot de doelstelling van duurzame ontwikkeling in de drie pijlers ervan (economische ontwikkeling, sociale ontwikkeling en milieubescherming), voor het welzijn van huidige en toekomstige generaties, en zullen ernaar streven dat deze doelstelling wordt geïntegreerd in en tot uitdrukking komt op elk niveau van hun handelsbetrekkingen.

3.   De bepalingen van DEEL III zijn niet van toepassing op dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 7.

Artikel 7

Duurzame ontwikkeling

1.   De partijen herbevestigen dat de doelstelling van duurzame ontwikkeling op elk niveau van hun economische partnerschap moet worden toegepast en geïntegreerd, ter uitvoering van de prioritaire verplichtingen neergelegd in de artikelen 1, 2 en 9 van de Overeenkomst van Cotonou, en met name van de algemene verbintenis armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te roeien op een wijze die in overeenstemming is met de doelstellingen van duurzame ontwikkeling.

2.   Voor de toepassing van deze overeenkomst vatten de partijen deze doelstelling op als een verbintenis om:

a)

bij de toepassing van deze overeenkomst ten volle rekening te houden met de belangen van hun respectieve bevolking en van toekomstige generaties op menselijk, cultureel, economisch, sociaal, gezondheids- en milieugebied, en

b)

bij de besluitvorming methoden toe te passen die aansluiten bij de grondbeginselen van eigen inbreng, deelname en dialoog.

3.   De partijen komen daarom overeen samen te werken aan de verwezenlijking van een duurzame ontwikkeling waarbij de mens centraal staat.

Artikel 8

Multilaterale milieu- en arbeidsnormen en -overeenkomsten

1.   De partijen erkennen de waarde van internationale governance en overeenkomsten op milieugebied als antwoord van de internationale gemeenschap op mondiale of regionale milieuproblemen, en beschouwen fatsoenlijk werk voor iedereen als hoofdelement van duurzame ontwikkeling voor alle landen en als prioritaire doelstelling van internationale samenwerking.

2.   Rekening houdend met de Overeenkomst van Cotonou, met name de artikelen 49 en 50, herbevestigen de partijen in het kader van dit artikel hun rechten en hun verbintenis tot uitvoering van hun verplichtingen met betrekking tot de multilaterale milieuovereenkomsten („MEA's”) en de IAO-verdragen die zij hebben geratificeerd.

Artikel 9

Regelgevingsrecht en beschermingsniveaus

1.   De partijen erkennen het recht van elke partij haar eigen niveaus van interne arbeids- en milieubescherming te bepalen, en dienovereenkomstig haar wetgeving en beleid ter zake vast te stellen of te wijzigen, overeenkomstig internationaal erkende normen en overeenkomsten waarbij zij partij zijn.

2.   De partijen herbevestigen het belang van de bescherming waarin hun arbeids- en milieuwetgeving voorziet.

3.   De partijen erkennen dat het niet gepast is handel of investeringen aan te moedigen door de interne niveaus van arbeids- en milieubescherming af te zwakken of te verminderen, en zij wijken met het oog daarop niet af van hun respectieve arbeids- en milieuwetgeving noch verzuimen aanhoudend die daadwerkelijk te handhaven.

Artikel 10

Handel en investeringen ten behoeve van duurzame ontwikkeling

1.   De partijen herbevestigen hun verbintenis om de bijdrage van handel en investeringen aan de doelstelling van duurzame ontwikkeling in economisch, sociaal en ecologisch opzicht te versterken.

2.   Een partij kan via het Handels- en ontwikkelingscomité verzoeken om overleg met de andere partij over elke aangelegenheid die zich in verband met dit hoofdstuk voordoet.

3.   Aan de dialoog en de samenwerking tussen de partijen in het kader van dit hoofdstuk via het Handels- en ontwikkelingscomité kan door andere betrokken autoriteiten en belanghebbenden worden deelgenomen.

Artikel 11

Samenwerking bij handel en duurzame ontwikkeling

1.   De partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van handelsgerelateerde aspecten van het arbeids- en milieubeleid teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken.

2.   De partijen kunnen informatie uitwisselen en ervaring delen over hun werkzaamheden ter bevordering van de samenhang en de wederzijdse versterking van handels-, milieu- en sociale doelstellingen, en zij versterken de dialoog en de samenwerking op het gebied van duurzameontwikkelingsvraagstukken die zich in het kader van hun handelsbetrekkingen kunnen voordoen.

3.   Ten aanzien van de leden 1 en 2 kunnen de partijen onder meer op de volgende gebieden samenwerken:

a)

de handelsaspecten van het arbeids- of milieubeleid in internationale fora, zoals de IAO-agenda voor fatsoenlijk werk en de MEA's;

b)

de gevolgen van deze overeenkomst voor duurzame ontwikkeling;

c)

maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoordingsplicht;

d)

de handelsaspecten van het wederzijds belang bij de bevordering van het behoud en het duurzame gebruik van de biologische diversiteit;

e)

de handelsaspecten van duurzaam bosbeheer, en

f)

de handelsaspecten van duurzamevisserijmethoden.

HOOFDSTUK III

Samenwerkingsgebieden

Artikel 12

Ontwikkelingssamenwerking

1.   De partijen verbinden zich ertoe samen te werken met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst en de ondersteuning van de handels- en ontwikkelingsstrategieën van de SADC-EPO-staten in het kader van het algemene regionale integratieproces van de SADC. De samenwerking kan zowel financiële als niet-financiële vormen aannemen.

2.   De partijen erkennen dat ontwikkelingssamenwerking een cruciaal bestanddeel van hun partnerschap en een essentiële factor voor de verwezenlijking van de in artikel 1 genoemde doelstellingen van deze overeenkomst is. De samenwerking op het gebied van de ontwikkelingsfinanciering ter bevordering van de regionale economische samenwerking en integratie, zoals voorzien in de Overeenkomst van Cotonou, wordt zodanig uitgevoerd dat de inspanningen van de SADC-EPO-staten om deze doelstellingen te bereiken, worden ondersteund en bevorderd en de verwachte voordelen van deze overeenkomst zo groot mogelijk zijn. De gebieden van samenwerking en technische bijstand worden in voorkomend geval in deze overeenkomst vastgesteld. De samenwerking vindt plaats overeenkomstig de in dit artikel bepaalde modaliteiten. Die modaliteiten worden permanent getoetst en zo nodig herzien in overeenstemming met de bepalingen van artikel 116.

3.   De financiering door de EU (1) van de ontwikkelingssamenwerking tussen de SADC-EPO-staten en de EU ter ondersteuning van de uitvoering van deze overeenkomst vindt plaats in het kader van de voorschriften en de desbetreffende procedures die zijn neergelegd in de Overeenkomst van Cotonou, met name de programmeringsprocedures van het Europees Ontwikkelingsfonds, en in het kader van de desbetreffende instrumenten die uit de algemene begroting van de Unie worden gefinancierd. Steun bij de uitvoering van deze overeenkomst is een van de prioriteiten in dit verband.

4.   De lidstaten van de Europese Unie verbinden zich er gezamenlijk toe door middel van hun respectieve ontwikkelingsbeleid en -instrumenten activiteiten op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking te ondersteunen die gericht zijn op de regionale economische samenwerking en integratie en op de uitvoering van deze overeenkomst in de SADC-EPO-staten en op regionaal niveau, in overeenstemming met de beginselen van complementariteit en de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp zoals vervat in de Verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp van 2005 en de Actieagenda van Accra van 2008.

5.   De partijen erkennen dat voldoende middelen nodig zijn om deze overeenkomst uit te voeren en de voordelen ervan ten volle te verwezenlijken. In dit verband zullen de partijen samenwerken om de SADC-EPO-staten in staat te stellen toegang te krijgen tot andere financiële instrumenten en faciliteiten verlenen aan andere donoren die bereid zijn de inspanningen van de SADC-EPO-staten tot verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst te ondersteunen.

6.   De partijen zijn het erover eens dat een regionaal mechanisme voor ontwikkelingsfinanciering, zoals een EPO-fonds, een nuttig instrument zou zijn om ontwikkelingsgelden doeltreffend te kanaliseren en de begeleidende maatregelen bij de EPO uit te voeren. De EU stemt ermee in de inspanningen van de regio om een dergelijk mechanisme op te zetten, te ondersteunen. Wanneer een audit bevredigende resultaten oplevert, zal de EU bijdragen in het fonds.

Artikel 13

Samenwerkingsprioriteiten

1.   Voor de uitvoering van deze overeenkomst en met inachtneming van het ontwikkelingsbeleid van de SADC-EPO-staten komen de partijen overeen dat de in dit artikel en in artikel 14 genoemde onderwerpen prioritaire gebieden voor handels- en economische samenwerking zijn.

2.   De samenwerking inzake de handel in goederen heeft ten doel de handel in goederen uit te breiden en het vermogen van de SADC-EPO-staten handel te drijven te versterken, onder meer door de geleidelijke afschaffing van tarieven en douanerechten in overeenstemming met de in deze overeenkomst neergelegde verbintenissen ten aanzien van liberalisering, door correcte toepassing van de oorsprongsregels, handelsbeschermingsinstrumenten, niet-tarifaire maatregelen, sanitaire en fytosanitaire normen („SPS-normen”) en technische handelsbelemmeringen („TBT”), door aandacht voor niet-tarifaire maatregelen en door de stimulering van douanesamenwerking en handelsbevordering.

3.   De samenwerking op het gebied van het concurrentievermogen aan de aanbodzijde heeft ten doel het concurrentievermogen van de SADC-EPO-staten te vergroten en obstakels aan de aanbodzijde op nationaal en institutioneel niveau en in het bijzonder bij de ondernemingen te verwijderen. Deze samenwerking omvat onder meer gebieden als productie, technologische ontwikkeling en innovatie, marketing, financiering, distributie, vervoer, diversificatie van de economische basis, ontwikkeling van de particuliere sector, verbetering van het handels- en ondernemingsklimaat en steun voor kleine en middelgrote ondernemingen op het gebied van de landbouw, visserij, industrie en diensten.

4.   De samenwerking op het gebied van de infrastructuur ten behoeve van het bedrijfsleven heeft ten doel een concurrentiegericht ondernemingsklimaat op gebieden als informatie- en communicatietechnologie, vervoer en energie te ontwikkelen.

5.   De partijen komen overeen samen te werken bij de ontwikkeling en de uitbreiding van de handel in diensten als bedoeld in artikel 73.

6.   De partijen komen overeen samen te werken bij de ontwikkeling en de uitbreiding van handelsgerelateerde aangelegenheden als bedoeld in de artikelen 8 tot en met 11, 16 tot en met 19, en 73 en 74.

7.   De samenwerking op het gebied van handelsgegevens heeft ten doel ervoor te zorgen dat de SADC-EPO-staten beter in staat zijn handelsgegevens te verzamelen, te analyseren en te verspreiden.

8.   De samenwerking bij de institutionele capaciteitsopbouw in verband met de EPO heeft ten doel steun te verlenen aan institutionele structuren ten behoeve van het beheer van de uitvoering van de EPO en de capaciteitsopbouw in verband met handelsbesprekingen en het handelsbeleid, in samenwerking met de desbetreffende institutionele mechanismen die zijn opgericht in het kader van het SADC-verdrag en de SACU-overeenkomst of in de respectieve SADC-EPO-staten.

Artikel 14

Samenwerking op het gebied van begrotingsaanpassing

1.   De partijen zijn zich ervan bewust dat de geleidelijke afschaffing dan wel de verlaging van douanerechten ingevolge deze overeenkomst van invloed kan zijn op de belastingontvangsten van de SADC-EPO-staten, en komen overeen op dit gebied samen te werken.

2.   De partijen komen overeen in overeenstemming met artikel 12 met name op de volgende punten samen te werken:

a)

steun bij budgettaire hervormingen, en

b)

ondersteuning van maatregelen ter aanvulling van budgettaire hervormingen, die de netto-impact van deze overeenkomst op de begroting moeten beperken en die zullen worden vastgesteld overeenkomstig een gezamenlijk overeengekomen mechanisme.

3.   De partijen zijn zich ervan bewust dat de verlaging van douanerechten in het bijzonder gevolgen zal hebben voor de belastingontvangsten van Lesotho en komen overeen bij de toepassing van artikel 12 bijzondere aandacht te schenken aan de situatie van Lesotho.

Artikel 15

Soorten maatregelen

Ontwikkelingssamenwerking in het kader van deze overeenkomst omvat onder meer, maar niet uitsluitend, de volgende maatregelen in verband met deze overeenkomst:

a)

beleidsontwikkeling;

b)

ontwikkeling van wetgeving en van regelgevingskaders;

c)

institutionele en organisatorische ontwikkeling;

d)

capaciteitsopbouw en opleiding (2);

e)

technische adviezen;

f)

administratieve diensten;

g)

ondersteuning op het gebied van SPS-maatregelen en TBT, en

h)

operationele steun, met inbegrip van uitrusting, materiaal en werkzaamheden in verband daarmee.

Artikel 16

Samenwerking op het gebied van bescherming van intellectuele-eigendomsrechten

1.   De partijen herbevestigen hun verbintenissen op grond van artikel 46 van de Overeenkomst van Cotonou en hun rechten, verplichtingen en flexibiliteiten als vastgelegd in de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, die is opgenomen in bijlage IC bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie („TRIPs-overeenkomst”).

2.   De partijen komen overeen passende, doeltreffende en niet-discriminerende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten („IER's”) te verlenen en te verzekeren, en voorzien in maatregelen voor de handhaving van die rechten in geval van schending daarvan, in overeenstemming met de bepalingen van de internationale overeenkomsten waarbij zij partij zijn.

3.   De partijen kunnen samenwerken in aangelegenheden die verband houden met geografische aanduidingen („GA's”), in overeenstemming met de bepalingen van afdeling 3 (artikelen 22-24) van de TRIPs-overeenkomst. De partijen erkennen het belang van GA's en oorspronggebonden producten voor duurzame landbouw en plattelandsontwikkeling.

4.   De partijen zijn het erover eens dat het van belang is te antwoorden op redelijke verzoeken om elkaar informatie en opheldering over aangelegenheden in verband met GA's en andere IER's te verschaffen. Onverminderd de algemene strekking van deze samenwerking kunnen de partijen, met wederzijdse instemming, internationale en regionale organisaties met deskundigheid op het gebied van GA's inschakelen.

5.   De partijen beschouwen traditionele kennis als een belangrijk gebied waarop in de toekomst samenwerking mogelijk is.

6.   De partijen kunnen overwegen in de toekomst onderhandelingen over de bescherming van IER's te openen, en de SADC-EPO-staten hebben de ambitie en zullen ernaar streven bij onderhandelingen als collectief op te treden. Als onderhandelingen worden begonnen, zal de EU de opneming van bepalingen inzake samenwerking en speciale en gedifferentieerde behandeling in overweging nemen.

7.   Indien een partij bij deze overeenkomst geen partij is bij een toekomstige overeenkomst inzake de bescherming van IER's waarover overeenkomstig lid 6 is onderhandeld en tot die overeenkomst wenst toe te treden, kan zij onderhandelen over de voorwaarden voor toetreding daartoe.

8.   Indien een overeenkomst die voortvloeit uit de in de leden 6 en 7 bedoelde onderhandelingen, leidt tot resultaten die onverenigbaar blijken met de toekomstige ontwikkeling van een regionaal kader van de SADC voor IER's, zullen de partijen bij de onderhavige overeenkomst gezamenlijk inspanningen doen om deze overeenkomst aan te passen en in overeenstemming te brengen met het regionale kader en tegelijkertijd zorgen voor een evenwichtige verdeling van de voordelen.

Artikel 17

Samenwerking op het gebied van overheidsopdrachten

1.   De partijen erkennen het belang van transparante overheidsopdrachten voor het bevorderen van de economische ontwikkeling en de industrialisering. De partijen zijn het eens over het belang van samenwerking voor het verbeteren van het wederzijdse begrip van hun respectieve regelingen voor overheidsopdrachten. De partijen verklaren opnieuw te hechten aan transparante en voorspelbare regelingen voor overheidsopdrachten in overeenstemming met de nationale wettelijke voorschriften.

2.   De partijen erkennen dat het van belang is hun wet- en regelgeving en algemene administratieve beschikkingen alsmede alle wijzigingen daarvan te blijven bekendmaken of op een andere manier voor het publiek beschikbaar te blijven stellen, in een officieel daartoe aangewezen elektronische of gedrukte vorm die op ruime schaal wordt verspreid en gemakkelijk toegankelijk blijft voor het publiek. De partijen zijn het erover eens dat het van belang is te antwoorden op redelijke verzoeken om elkaar informatie en opheldering over bovengenoemde aangelegenheden te verschaffen.

3.   De partijen kunnen overwegen in de toekomst onderhandelingen over overheidsopdrachten te openen, en de SADC-EPO-staten hebben de ambitie en zullen ernaar streven bij onderhandelingen als collectief op te treden. Als onderhandelingen worden begonnen, stemt de EU in met de opneming van bepalingen inzake samenwerking en speciale en gedifferentieerde behandeling.

4.   Indien een partij bij deze overeenkomst geen partij is bij een toekomstige overeenkomst inzake overheidsopdrachten en tot die overeenkomst wenst toe te treden, kan zij onderhandelen over de voorwaarden voor toetreding daartoe.

5.   Indien een overeenkomst die voortvloeit uit de in de leden 3 en 4 bedoelde onderhandelingen, leidt tot resultaten die onverenigbaar blijken met de toekomstige ontwikkeling van een regionaal kader van de SADC voor overheidsopdrachten, zullen de partijen bij de onderhavige overeenkomst gezamenlijk inspanningen doen om deze overeenkomst aan te passen en in overeenstemming te brengen met het regionale kader en tegelijkertijd zorgen voor een evenwichtige verdeling van de voordelen.

Artikel 18

Samenwerking op het gebied van concurrentie

1.   De partijen erkennen dat bepaalde zakelijke praktijken, zoals concurrentiebeperkende overeenkomsten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen en misbruik van machtsposities, de handel tussen de partijen kunnen beperken en daardoor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst in gevaar kunnen brengen.

2.   De partijen komen overeen in overeenstemming met artikel 13, lid 6, samen te werken op het gebied van concurrentie.

3.   De partijen kunnen overwegen in de toekomst onderhandelingen over concurrentie te openen, en de SADC-EPO-staten hebben de ambitie en zullen ernaar streven bij onderhandelingen als collectief op te treden. Als onderhandelingen worden begonnen, stemt de EU in met de opneming van bepalingen inzake samenwerking en speciale en gedifferentieerde behandeling.

4.   Indien een partij bij deze overeenkomst geen partij is bij een toekomstige overeenkomst inzake concurrentie en tot die overeenkomst wenst toe te treden, kan zij onderhandelen over de voorwaarden voor toetreding daartoe.

5.   Indien een overeenkomst die voortvloeit uit de in de leden 3 en 4 bedoelde onderhandelingen, leidt tot resultaten die onverenigbaar blijken met de toekomstige ontwikkeling van een regionaal kader van de SADC voor concurrentie, zullen de partijen bij de onderhavige overeenkomst gezamenlijk inspanningen doen om deze overeenkomst aan te passen en in overeenstemming te brengen met het regionale kader en tegelijkertijd zorgen voor een evenwichtige verdeling van de voordelen.

Artikel 19

Samenwerking op het gebied van fiscaal bestuur

De partijen erkennen het belang van samenwerking met betrekking tot de beginselen van behoorlijk bestuur in belastingzaken via de bevoegde autoriteiten.

DEEL II

HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN

HOOFDSTUK I

Handel in goederen

Artikel 20

Vrijhandelsgebied

1.   Bij deze overeenkomst wordt tussen de partijen een vrijhandelsgebied opgericht, in overeenstemming met de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel („GATT 1994”), en met name met artikel XXIV van die overeenkomst.

2.   Voor deze overeenkomst wordt het beginsel van asymmetrie, wat het niveau van en het tijdschema voor verbintenissen uit hoofde van deze overeenkomst betreft, in acht genomen, in overeenstemming met de specifieke behoeften en de capaciteitsbeperkingen van de SADC-EPO-staten.

Artikel 21

Toepassingsgebied

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in goederen tussen de partijen (3).

Artikel 22

Oorsprongsregels

De in deze overeenkomst vastgestelde tariefpreferenties worden toegepast op goederen die aan de oorsprongsregels in Protocol I voldoen.

Artikel 23

Douanerechten

1.   Onder douanerechten worden verstaan alle soorten rechten en heffingen, met inbegrip van alle aanvullende belastingen en aanvullende heffingen, die worden opgelegd ter zake van of in verband met de invoer van goederen, met uitzondering van:

a)

interne belastingen en andere interne heffingen die in overeenstemming met artikel 40 worden opgelegd;

b)

rechten die in overeenstemming met DEEL II, hoofdstuk II, worden opgelegd, en

c)

vergoedingen en andere heffingen die in overeenstemming met artikel 27 worden opgelegd.

2.   Voor geen enkel geliberaliseerd product worden vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst in de handel tussen de partijen nieuwe douanerechten ingevoerd of al bestaande douanerechten verhoogd, met uitzondering van het bepaalde in:

a)

lid 7;

b)

lid 9;

c)

BIJLAGE I, DEEL 1, afdeling A, punt 7, en

d)

BIJLAGE II, DEEL 1, afdeling A, punt 8.

3.   Tenzij in deze overeenkomst anders bepaald, is voor elk product het basisrecht waarvoor de in deze overeenkomst neergelegde verbintenissen tot tariefverlaging gelden, het meestbegunstigingsrecht dat wordt toegepast op de dag waarop deze overeenkomst in werking treedt.

4.   Wanneer de verlaging van de tarieven niet bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst begint, is het basisrecht waarvoor de in deze overeenkomst neergelegde verbintenissen tot tariefverlaging gelden, het in lid 3 bedoelde recht of, indien dit lager is, het meestbegunstigingsrecht dat wordt toegepast op de dag waarop de tariefverlaging volgens het desbetreffende tijdschema ingaat.

5.   Op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de EU het secretariaat van de SACU en het Ministerie van Industrie en Handel van Mozambique in kennis van haar lijst van basisrechten waarvoor de in deze overeenkomst neergelegde verbintenissen tot tariefverlaging gelden. Op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst stellen de SACU en Mozambique de Europese Commissie in kennis van hun respectieve lijsten van basisrechten waarvoor de in deze overeenkomst neergelegde verbintenissen tot tariefverlaging gelden. Na de kennisgeving als bedoeld in dit lid publiceert elke partij elk van deze lijsten, overeenkomstig haar eigen interne procedures, binnen één maand na de uitwisseling van de kennisgevingen. Het Handels- en ontwikkelingscomité stelt op zijn eerste bijeenkomst na de kennisgeving en publicatie de lijsten van de door de partijen respectievelijk de SACU meegedeelde basisrechten vast. De rechten die zijn opgenomen in de lijst van de EU in BIJLAGE I, DEEL II, en in de lijst van Mozambique in BIJLAGE III, DEEL II, zijn indicatief en vormen geen basisrechten in de zin van lid 3.

6.   De verlaagde rechten die in overeenstemming met de in deze overeenkomst vervatte tariefverlagingsschema's zijn berekend, worden voor de toepassing afgerond op één decimaal of, in het geval van specifieke rechten, op twee decimalen.

7.   Voor die tariefpreferenties die worden uitgedrukt als een percentage van het toegepaste meestbegunstigingsrecht geldt dat, indien op enig moment na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een partij het door haar toegepaste meestbegunstigingsrecht verhoogt of verlaagt, het ten aanzien van de andere partij toegepaste recht tegelijkertijd wordt verhoogd of verlaagd zolang de preferentiële marge overeenkomstig de lijst van de partij wordt gehandhaafd.

8.   Voor die tariefpreferenties die in deze overeenkomst volledig worden uitgedrukt als een vast recht geldt dat, indien op enig moment na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een partij het door haar toegepaste meestbegunstigingsrecht verlaagt, dat verlaagde recht wordt toegepast ten aanzien van de andere partij indien en zolang het lager is dan het overeenkomstig de lijst van die partij berekende vaste douanerecht.

9.   De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op die producten die zijn uitgesloten van de verbintenissen tot tariefverlaging die worden aangeduid door de afbouwcategorie „X” in de lijst van elke partij in respectievelijk BIJLAGE I, II en III.

Artikel 24

Douanerechten van de EU op producten van oorsprong uit de SADC-EPO-staten

1.   Producten van oorsprong uit Botswana, Lesotho, Mozambique, Namibië en Swaziland krijgen bij invoer in de EU de in BIJLAGE I voor die landen vastgestelde rechten- en contingentvrije behandeling.

2.   Producten van oorsprong uit Zuid-Afrika krijgen bij invoer in de EU de in BIJLAGE I voor dat land vastgestelde behandeling.

Artikel 25

Douanerechten van de SADC-EPO-staten op producten van oorsprong uit de EU

1.   Producten van oorsprong uit de EU krijgen bij invoer in de SACU de in BIJLAGE II vastgestelde behandeling.

2.   Producten van oorsprong uit de EU krijgen bij invoer in Mozambique de in BIJLAGE III vastgestelde behandeling.

Artikel 26

Rechten en belastingen bij uitvoer

1.   Tenzij in dit artikel anders bepaald, worden vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst in de handel tussen de partijen geen nieuwe douanerechten of belastingen ter zake van of in verband met de uitvoer van goederen ingevoerd, noch al bestaande rechten of belastingen verhoogd.

2.   In uitzonderlijke omstandigheden, wanneer dit gerechtvaardigd is wegens specifieke behoeften inzake ontvangsten, wanneer dit noodzakelijk is voor de bescherming van opkomende industrieën of van het milieu, of wanneer dit van wezenlijk belang is om een acute, algemene of plaatselijke schaarste van voedingsmiddelen of andere producten die noodzakelijk zijn voor de voedselzekerheid te voorkomen of te lenigen, kunnen Botswana, Lesotho, Namibië, Mozambique en Swaziland, na overleg met de EU, op een beperkt aantal extra producten tijdelijke douanerechten of belastingen invoeren ter zake van of in verband met de uitvoer van goederen.

3.   In uitzonderlijke omstandigheden, wanneer zij industriële-ontwikkelingsbehoeften kunnen aantonen, kunnen de SADC-EPO-staten tijdelijke douanerechten of belastingen invoeren ter zake van of in verband met de uitvoer van een beperkt aantal producten naar de EU. De SADC-EPO-staat die dergelijke tijdelijke douanerechten of belastingen wil invoeren, stelt de EU daarvan in kennis, onder mededeling van alle relevante informatie en de redenen daarvoor, en voert hierover desgevraagd overleg met de EU. Dergelijke tijdelijke rechten of belastingen worden door de afzonderlijke SADC-EPO-staten te allen tijde uitsluitend toegepast op een totaal van acht (8) producten, gedefinieerd als een tariefpost op GS6-niveau of, in het geval van „erts en concentraten daarvan”, als een tariefpost op GS4-niveau, gedurende een periode van in totaal hoogstens twaalf (12) jaar. Die periode kan voor hetzelfde product met instemming van de EU worden verlengd of opnieuw worden ingevoerd.

4.   De volgende voorwaarden gelden voor lid 3, maar niet voor lid 2:

a)

de SADC-EPO-staat stelt gedurende de eerste zes (6) jaar, te rekenen vanaf de datum van invoering van een recht of belasting bij uitvoer, de uitvoer naar de EU vrij van de toepassing van dat recht of die belasting voor een jaarlijks bedrag gelijk aan de gemiddelde omvang van de uitvoer van dat product naar de EU gedurende de periode van drie (3) jaar die aan de invoering van het recht of de belasting voorafgaat. De SADC-EPO-staat stelt met ingang van het zevende jaar na de invoering van dat recht of die belasting en tot het tijdstip van het vervallen daarvan ingevolge lid 3, de uitvoer naar de EU vrij van de toepassing van dat recht of die belasting voor een jaarlijks bedrag gelijk aan 50 % van de gemiddelde omvang van de uitvoer van dat product naar de EU gedurende de periode van drie (3) jaar die aan de invoering van het recht of de belasting voorafgaat, en

b)

de rechten of belastingen bij uitvoer bedragen niet meer dan 10 % van de uitvoerwaarde van het product.

5.   Wanneer de SADC-EPO-staten aan de uitvoer van een voor een belangrijke handelsmacht bestemd product een gunstigere behandeling toekennen in de vorm van of in verband met douanerechten of belastingen, geldt deze gunstigere behandeling vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst ook voor het voor het grondgebied van de EU bestemde soortgelijke product. Voor de toepassing van dit artikel geldt de definitie van „belangrijke handelsmacht” in artikel 28, lid 6.

6.   Wanneer een SADC-EPO-staat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een zending producten die ingevolge de leden 1, 3 en 4 niet aan rechten bij uitvoer zijn onderworpen, uit de EU is wederuitgevoerd naar een of meer derde landen dan wel naar die derde landen is omgeleid zonder in de EU te zijn binnengebracht, kan hij die kwestie aan de orde stellen in het Handels- en ontwikkelingscomité.

7.   Het Handels- en ontwikkelingscomité onderzoekt de kwestie binnen een termijn van negentig (90) dagen. Indien het Handels- en ontwikkelingscomité na afloop van het onderzoek geen besluit neemt, kunnen de douaneautoriteiten van de betrokken SADC-EPO-staat het Handels- en ontwikkelingscomité verzoeken de importeur van het betrokken product in de EU om een verklaring te vragen dat het ingevoerde product in de EU zal worden verwerkt en niet zal worden wederuitgevoerd naar derde landen.

8.   Indien een SADC-EPO-staat, nadat gedurende ten minste negentig (90) dagen van die verklaringen gebruik wordt gemaakt, nog steeds gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een zending producten die ingevolge de leden 1, 3 en 4 niet aan rechten bij uitvoer zijn onderworpen, uit de EU is wederuitgevoerd naar een of meer derde landen dan wel naar die derde landen is omgeleid zonder in de EU te zijn binnengebracht, kan hij het Handels- en ontwikkelingscomité in kennis stellen van de gronden voor zijn ongerustheid.

9.   Wordt, nadat deze stappen zijn gevolgd, binnen dertig (30) dagen geen oplossing gevonden, dan kan de betrokken SADC-EPO-staat doeltreffende maatregelen opleggen om te voorkomen dat die rechten worden ontweken, op voorwaarde dat deze maatregelen het minst restrictief voor het handelsverkeer zijn en niet gelden voor de marktdeelnemers die hebben aangetoond niet bij de ontwijkingspraktijk betrokken te zijn. Bij wijze van alternatief kunnen met terugwerkende kracht opnieuw uitvoerrechten worden ingesteld op de uit de EU naar een of meer derde landen wederuitgevoerde zending.

10.   De partijen komen overeen uiterlijk drie (3) jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst dit artikel in het kader van de Gezamenlijke Raad SADC-EPO-staten — EU („Gezamenlijke Raad”) te herzien, waarbij ten volle rekening wordt gehouden met de gevolgen ervan voor de ontwikkeling en diversificatie van de economieën van de SADC-EPO-staten.

Artikel 27

Vergoedingen en heffingen

1.   Alle vergoedingen en heffingen van welke aard ook, invoer- en uitvoerrechten en de belastingen vallende onder artikel 40 uitgezonderd, die ter zake van of in verband met in- of uitvoer worden opgelegd, mogen niet hoger zijn dan de kosten van de verleende diensten en mogen geen indirecte bescherming van interne producten noch een belasting op de in- of uitvoer voor fiscale doeleinden inhouden.

2.   Onverminderd artikel 30 mag een partij geen strenge boeten opleggen wegens geringe overtredingen van douaneregelingen of -voorschriften. Met name mag een boete wegens een verzuim of abuis in de douanebescheiden, indien gemakkelijk te herstellen en kennelijk zonder bedrieglijke opzet of schromelijke nalatigheid begaan, niet hoger zijn dan nodig is om louter als waarschuwing te dienen.

3.   De bepalingen van dit artikel hebben eveneens betrekking op door de overheid opgelegde vergoedingen en heffingen in verband met in- en uitvoer, met inbegrip van die welke betrekking hebben op:

a)

consulaire formaliteiten, zoals consulaire facturen en certificaten;

b)

kwantitatieve beperkingen;

c)

vergunningen;

d)

deviezencontrole;

e)

diensten ten behoeve van de statistiek;

f)

documenten, documentatie en certificering;

g)

analyse en onderzoek, en

h)

quarantaine, sanitair onderzoek en ontsmetting.

4.   Voor consulaire diensten worden geen vergoedingen en heffingen opgelegd.

Artikel 28

Gunstigere behandeling als gevolg van vrijhandelsovereenkomsten

1.   Wat de in artikel 23, lid 1, en artikel 26, lid 1, omschreven douanerechten en de in artikel 27 omschreven vergoedingen en andere heffingen betreft, past de EU elke gunstigere behandeling die toepasselijk wordt doordat zij na de ondertekening van deze overeenkomst partij wordt bij een preferentiële handelsovereenkomst met derde partijen, ook toe ten aanzien van de SADC-EPO-staten.

2.   Wat de in artikel 23, lid 1, en artikel 26, lid 1, omschreven douanerechten en de in artikel 27 omschreven vergoedingen en andere heffingen betreft, passen de SADC-EPO-staten, op verzoek van de EU, elke gunstigere behandeling die toepasselijk wordt doordat zij, individueel respectievelijk tezamen, na de ondertekening van deze overeenkomst partij worden bij een preferentiële handelsovereenkomst met een belangrijke handelsmacht, ook toe ten aanzien van de EU.

3.   In afwijking van lid 2 geldt dat de SADC-EPO-staten de behandeling die toepasselijk wordt doordat zij, individueel respectievelijk tezamen, partij worden bij een preferentiële handelsovereenkomst met landen van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan of andere landen of regio's in Afrika, niet ook ten aanzien van de EU toepassen.

4.   In afwijking van lid 2 geldt dat wanneer een SADC-EPO-staat aantoont dat hij, doordat hij een preferentiële handelsovereenkomst met een belangrijke handelsmacht heeft gesloten, een in zijn geheel aanzienlijk gunstigere behandeling krijgt dan die welke door de EU wordt verleend, de partijen hierover overleg plegen en gezamenlijk besluiten hoe de bepalingen van lid 2 het best kunnen worden uitgevoerd.

5.   Dit artikel wordt niet zo uitgelegd dat de EU respectievelijk een SADC-EPO-staat verplicht is een SADC-EPO-staat respectievelijk de EU een preferentiële behandeling toe te kennen die toepasselijk wordt doordat de EU of een SADC-EPO-staat op de datum van ondertekening van deze overeenkomst partij is bij een preferentiële handelsovereenkomst met derde partijen.

6.   Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „belangrijke handelsmacht” verstaan elk ontwikkeld land of elk land dat in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 2 bedoelde overeenkomst een aandeel van meer dan 1 % in de mondiale uitvoer van goederen had, of elke groep landen die individueel, tezamen of via een overeenkomst inzake economische integratie in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 2 bedoelde overeenkomst een aandeel van meer dan 1,5 % in de mondiale uitvoer van goederen had.

7.   In afwijking van lid 1 geldt dat wanneer de EU na de ondertekening van deze overeenkomst partij wordt bij een preferentiële handelsovereenkomst met een derde partij en die preferentiële handelsovereenkomst voorziet in een gunstigere behandeling van de derde partij dan die welke de EU Zuid-Afrika uit hoofde van deze overeenkomst verleent, de EU en Zuid-Afrika hierover in overleg treden teneinde te besluiten of en hoe de gunstigere behandeling uit de preferentiële handelsovereenkomst ook ten aanzien van Zuid-Afrika kan worden toegepast. De Gezamenlijke Raad kan voorstellen tot wijziging van de bepalingen van deze overeenkomst aannemen overeenkomstig artikel 117.

8.   In afwijking van lid 2 geldt dat wanneer de SACU of een MOL dat tot de SADC-EPO-staten behoort partij wordt bij een preferentiële handelsovereenkomst met een belangrijke handelsmacht en die preferentiële handelsovereenkomst voorziet in een gunstigere behandeling van de belangrijke handelsmacht door de SACU of het betrokken MOL dat tot de SADC-EPO-staten behoort dan die welke de EU uit hoofde van deze overeenkomst wordt verleend, de SACU of het respectieve MOL dat tot de SADC-EPO-staten behoort en de EU hierover in overleg treden teneinde te besluiten of en hoe de gunstigere behandeling uit de preferentiële handelsovereenkomst ook ten aanzien van de EU kan worden toegepast. De Gezamenlijke Raad kan voorstellen tot wijziging van de bepalingen van deze overeenkomst aannemen overeenkomstig artikel 117.

Artikel 29

Vrij verkeer

1.   Op goederen van oorsprong uit de EU respectievelijk de SADC-EPO-staten worden bij invoer op het grondgebied van de SADC-EPO-staten respectievelijk de EU slechts éénmaal douanerechten geheven.

2.   Rechten die worden betaald bij invoer van goederen in een SADC-EPO-staat die tevens een SACU-lidstaat is, worden volledig terugbetaald wanneer de goederen weer uit het douanegebied van die SADC-EPO-staat van eerste invoer worden uitgevoerd naar een SADC-EPO-staat die niet tevens een SACU-lidstaat is. Op die goederen worden dan rechten geheven in het land waar de goederen worden verbruikt. In afwachting van overeenstemming tussen de SADC-EPO-staten over de ter zake van dit lid toe te passen procedures, wordt dit lid toegepast overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving en -procedures.

3.   De partijen komen overeen samen te werken met het oog op bevordering van het goederenverkeer en vereenvoudiging van de douaneprocedures in de SADC-EPO-staten, in het bijzonder als voorzien in artikel 13, lid 2.

Artikel 30

Speciale bepalingen over administratieve samenwerking

1.   De partijen zijn het erover eens dat administratieve samenwerking van essentieel belang is voor de toepassing van en de controle op de preferentiële behandeling die op grond van dit hoofdstuk wordt verleend, en benadrukken hun vastberadenheid om onregelmatigheden en fraude op het gebied van douane- en aanverwante aangelegenheden te bestrijden.

2.   De partijen komen tevens overeen samen te werken teneinde ervoor te zorgen dat de nodige institutionele structuren de bevoegde autoriteiten in staat stellen tijdig en doeltreffend op verzoeken om bijstand te reageren.

3.   Onverminderd artikel 9 van protocol 2 wordt voor de toepassing van dit artikel onder het niet verlenen van administratieve samenwerking onder meer verstaan:

a)

het herhaaldelijk niet nakomen van de in artikel 38 van protocol 1 neergelegde verplichting om de oorsprongsstatus van het betrokken product of de betrokken producten te controleren;

b)

het herhaaldelijk weigeren de in artikel 38 van protocol 1 bedoelde controle achteraf van het bewijs van oorsprong te verrichten en/of de resultaten daarvan mede te delen, of onnodige vertraging daarbij;

c)

het herhaaldelijk weigeren van toestemming voor de in artikel 7 van protocol 2 bedoelde missies in het kader van de administratieve samenwerking ter controle van de echtheid van documenten of de juistheid van gegevens die van belang zijn voor het verlenen van de betrokken preferentiële behandeling, of onnodige vertraging daarbij.

4.   Voor de toepassing van dit artikel kunnen onregelmatigheden of fraude onder meer worden vastgesteld wanneer de invoer van goederen snel stijgt, zonder dat daarvoor een gegronde verklaring is, die invoer de gebruikelijke productie- en uitvoercapaciteit van de andere partij te boven gaat, en de stijging in verband kan worden gebracht met objectieve informatie betreffende onregelmatigheden of fraude.

5.   Wanneer een partij op basis van objectieve informatie heeft vastgesteld dat geen administratieve samenwerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of fraude hebben voorgedaan, kan de betrokken partij de desbetreffende preferentiële behandeling ten aanzien van het betrokken product of de betrokken producten en de specifieke oorsprong ervan in uitzonderlijke gevallen in overeenstemming met dit artikel tijdelijk schorsen.

6.   Voor de toepassing van dit artikel worden onder uitzonderlijke omstandigheden verstaan omstandigheden die een aanzienlijk negatief effect op een partij hebben of kunnen hebben indien een bepaalde preferentiële behandeling ten aanzien van het betrokken product of de betrokken producten wordt voortgezet.

7.   Voor een tijdelijke schorsing ingevolge lid 5 moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

a)

de partij die op basis van objectieve informatie heeft vastgesteld dat geen administratieve samenwerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of fraude hebben voorgedaan, stelt het Handels- en ontwikkelingscomité onverwijld in kennis van haar bevindingen en van de objectieve informatie, en treedt in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité op basis van alle relevante informatie en objectief vastgestelde bevindingen, informatie die verband houdt met capaciteits- en/of structurele beperkingen daaronder begrepen, in overleg om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden;

b)

wanneer het Handels- en ontwikkelingscomité de kwestie heeft onderzocht en niet binnen vier (4) maanden na ontvangst van de kennisgeving overeenstemming over een aanvaardbare oplossing heeft bereikt, kan de betrokken partij de desbetreffende preferentiële behandeling ten aanzien van het betrokken product of de betrokken producten en de specifieke oorsprong ervan tijdelijk schorsen. Het Handels- en ontwikkelingscomité wordt van de tijdelijke schorsing onverwijld in kennis gesteld. Op verzoek van een van de partijen kan de periode voor het bereiken van overeenstemming over een aanvaardbare oplossing om naar behoren gemotiveerde redenen worden verlengd tot vijf (5) maanden;

c)

tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel blijven beperkt tot wat nodig is om de financiële belangen van de betrokken partij te beschermen. De schorsingen duren niet langer dan zes (6) maanden, waarna verlenging mogelijk is nadat het Handels- en ontwikkelingscomité in de gelegenheid is geweest de kwestie opnieuw te onderzoeken. Tijdelijke schorsingen worden onmiddellijk na goedkeuring ervan ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité gebracht. Binnen het Handels- en ontwikkelingscomité vindt hierover periodiek overleg plaats, met name met het oog op opheffing van de schorsingen zodra niet langer aan de voorwaarden voor de schorsing wordt voldaan.

Artikel 31

Handelwijze bij administratieve fouten

De partijen erkennen elkaars recht om administratieve fouten bij de uitvoering van deze overeenkomst te corrigeren. Wanneer fouten worden vastgesteld, kan elk van de partijen het Handels- en ontwikkelingscomité verzoeken de mogelijkheden te onderzoeken om passende maatregelen te nemen om de situatie te herstellen.

HOOFDSTUK II

Handelsbeschermingsinstrumenten

Artikel 32

Antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen

Ten aanzien van de rechten en verplichtingen van elk van de partijen in verband met de toepassing van antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen gelden de desbetreffende WTO-overeenkomsten. De bepalingen van DEEL III zijn niet van toepassing op dit artikel.

Artikel 33

Multilaterale vrijwaringsmaatregelen

1.   Onder voorbehoud van het bepaalde in dit artikel belet niets in deze overeenkomst een partij maatregelen te treffen overeenkomstig artikel XIX van de GATT 1994, de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, artikel 5 van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw, die een bijlage vormt bij de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie („WTO-overeenkomst”), en andere WTO-overeenkomsten ter zake.

2.   Niettegenstaande lid 1 en gezien de algemene ontwikkelingsdoelstellingen van deze overeenkomst en de geringe omvang van de economieën van de SADC-EPO-staten, sluit de EU de invoer uit een SADC-EPO-staat uit van maatregelen die zij neemt uit hoofde van artikel XIX van de GATT 1994, de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen en artikel 5 van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.

3.   Lid 2 geldt voor een periode van vijf (5) jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. Uiterlijk honderdtwintig (120) dagen voor afloop van deze periode onderzoekt de Gezamenlijke Raad de toepassing van lid 2 in het licht van de ontwikkelingsbehoeften van de SADC-EPO-staten, teneinde vast te stellen of de toepassing ervan kan worden verlengd.

4.   De bepalingen van DEEL III zijn niet van toepassing op lid 1.

Artikel 34

Algemene bilaterale vrijwaringsmaatregelen

1.   Niettegenstaande artikel 33 kan een partij respectievelijk de SACU, na alternatieve oplossingen te hebben onderzocht, vrijwaringsmaatregelen van beperkte duur toepassen die afwijken van de artikelen 24 en 25, onder de voorwaarden van en in overeenstemming met de procedures in dit artikel.

2.   De in lid 1 bedoelde vrijwaringsmaatregelen kunnen worden getroffen wanneer, ten gevolge van de door een partij krachtens deze overeenkomst aangegane verplichtingen, met inbegrip van tariefconcessies, een product van oorsprong uit een van de partijen in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden op het grondgebied van de andere partij respectievelijk de SACU wordt ingevoerd dat deze invoer:

a)

op het grondgebied van de partij van invoer respectievelijk de SACU ernstige schade veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de interne bedrijfstak die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigt;

b)

leidt tot of dreigt te leiden tot verstoring van een economische sector die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigt, met name wanneer hierdoor grote sociale problemen of moeilijkheden ontstaan die een ernstige verslechtering van de economische situatie van de partij van invoer respectievelijk de SACU tot gevolg kunnen hebben, of

c)

leidt tot of dreigt te leiden tot verstoring van de markten voor soortgelijke of rechtstreeks concurrerende landbouwproducten op het grondgebied van de partij van invoer respectievelijk de SACU.

Deze vrijwaringsmaatregelen mogen niet verder gaan dan wat nodig is om de ernstige schade of de verstoringen te verhelpen of te voorkomen.

3.   De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen bestaan uit een of meer van de volgende maatregelen:

a)

schorsing van de verdere verlaging van het invoerrecht op het betrokken product, zoals bepaald in deze overeenkomst;

b)

verhoging van het douanerecht op het betrokken product tot een niveau dat het meestbegunstigingsrecht dat geldt op het tijdstip waarop de maatregel wordt genomen, niet overschrijdt, of

c)

invoering van tariefcontingenten voor het betrokken product.

4.   Onverminderd de leden 1, 2 en 3 kan de EU, wanneer een product van oorsprong uit een SADC-EPO-staat in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden wordt ingevoerd dat hierdoor voor een soortgelijke of rechtstreeks concurrerende productiesector in een of meer ultraperifere gebieden van de EU een van de in lid 2, onder a), b) of c), genoemde situaties ontstaat of dreigt te ontstaan, overeenkomstig de in de leden 6, 7 en 8 neergelegde procedures toezicht- of vrijwaringsmaatregelen nemen die beperkt zijn tot dat gebied of die gebieden.

5.   Onverminderd de leden 1, 2 en 3 kan een SADC-EPO-staat respectievelijk de SACU, wanneer een product van oorsprong uit de EU in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden wordt ingevoerd dat hierdoor voor die SADC-EPO-staat respectievelijk de SACU een van de in lid 2, onder a), b) of c), genoemde situaties ontstaat of dreigt te ontstaan, overeenkomstig de in de leden 6, 7 en 8 neergelegde procedures toezicht- of vrijwaringsmaatregelen nemen die beperkt zijn tot zijn respectievelijk haar grondgebied.

6.   De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen:

a)

worden slechts gehandhaafd zolang als nodig is om de ernstige schade of de verstoringen als omschreven in de leden 2, 4 en 5 te voorkomen of te verhelpen;

b)

worden voor een periode van niet meer dan twee (2) jaar toegepast. Wanneer de omstandigheden die de instelling van vrijwaringsmaatregelen rechtvaardigden, blijven bestaan, kunnen deze maatregelen worden verlengd met nog eens maximaal twee (2) jaar. Wanneer een SADC-EPO-staat respectievelijk de SACU een vrijwaringsmaatregel toepast, of wanneer de EU een maatregel toepast die beperkt is tot een of meer van haar ultraperifere gebieden, kan die maatregel evenwel voor een periode van niet meer dan vier (4) jaar worden toegepast, met een mogelijke verlenging met nog eens vier (4) jaar wanneer de omstandigheden die de instelling van vrijwaringsmaatregelen rechtvaardigden, blijven bestaan;

c)

die langer dan één (1) jaar gelden, bevatten duidelijke bepalingen die uiterlijk aan het einde van de vastgestelde periode geleidelijk leiden tot de intrekking ervan, en

d)

mogen gedurende een periode van ten minste één (1) jaar na het verstrijken ervan niet opnieuw worden genomen ten aanzien van de invoer van een product waarop al eerder vrijwaringsmaatregelen van toepassing waren.

7.   Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 6 gelden de volgende bepalingen:

a)

wanneer een partij respectievelijk de SACU van oordeel is dat een van de in lid 2, onder a), b) of c), lid 4 en/of lid 5 genoemde situaties zich voordoet, legt zij de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek voor aan het Handels- en ontwikkelingscomité;

b)

het Handels- en ontwikkelingscomité kan elke aanbeveling doen die nodig is om de situatie te verhelpen. Indien het Handels- en ontwikkelingscomité daartoe geen aanbevelingen heeft gedaan of indien er binnen dertig (30) dagen nadat de aangelegenheid aan het Handels- en ontwikkelingscomité werd voorgelegd geen andere bevredigende oplossing is bereikt, kan de partij van invoer overeenkomstig dit artikel passende maatregelen vaststellen om de situatie te verhelpen;

c)

alvorens een in dit artikel bedoelde maatregel te nemen of in de gevallen waarin lid 8 van toepassing is, verstrekt de partij respectievelijk de SACU het Handels- en ontwikkelingscomité zo spoedig mogelijk alle informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een voor de betrokken partijen aanvaardbare oplossing te vinden;

d)

bij de keuze van vrijwaringsmaatregelen krachtens dit artikel moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die de werking van deze overeenkomst zo min mogelijk verstoren. Indien het meestbegunstigingsrecht dat geldt op de dag onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop deze overeenkomst in werking treedt, lager is dan het meestbegunstigingsrecht dat geldt op het tijdstip waarop de maatregel wordt genomen, mogen de overeenkomstig lid 3, onder b), toegepaste maatregelen het meestbegunstigingsrecht dat geldt op de dag onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop deze overeenkomst in werking treedt, overschrijden. In een dergelijk geval verstrekt de partij respectievelijk de SACU, overeenkomstig de bepalingen onder c), het Handels- en ontwikkelingscomité de nodige informatie waaruit blijkt dat een verhoging van het recht tot het niveau van het meestbegunstigingsrecht dat geldt op het tijdstip van inwerkingtreding niet volstaat en dat een maatregel die dit recht overschrijdt noodzakelijk is om de ernstige schade of de verstoringen overeenkomstig lid 2 te verhelpen of te voorkomen;

e)

alle krachtens dit artikel genomen vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité gebracht en zijn het voorwerp van periodiek overleg binnen dat comité, in het bijzonder om een tijdschema vast te stellen voor de intrekking van de maatregelen zodra de omstandigheden dat toelaten.

8.   Wanneer uitstel tot moeilijk te herstellen schade zou leiden, kan de partij van invoer respectievelijk de SACU voorlopig de in de leden 3, 4 en/of 5 bedoelde maatregelen nemen zonder aan de eisen van lid 7 te voldoen.

a)

Deze maatregelen hebben een maximale duur van honderdtachtig (180) dagen wanneer zij door de EU worden genomen, en van tweehonderd (200) dagen wanneer zij door een SADC-EPO-staat respectievelijk de SACU worden genomen of wanneer zij door de EU worden genomen en beperkt zijn tot een of meer van haar ultraperifere gebieden.

b)

De duur van een dergelijke voorlopige maatregel wordt meegerekend als deel van de initiële periode en van eventuele verlengingen als bedoeld in lid 6.

c)

Bij de vaststelling van dergelijke voorlopige maatregelen wordt rekening gehouden met de belangen van alle betrokken partijen.

d)

De partij van invoer respectievelijk de SACU stelt de andere betrokken partij in kennis en legt de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek voor aan het Handels- en ontwikkelingscomité.

9.   Indien de partij van invoer respectievelijk de SACU de invoer van een product onderwerpt aan een administratieve procedure die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de ontwikkeling van handelsstromen die tot de in dit artikel bedoelde problemen kunnen leiden, stelt zij het Handels- en ontwikkelingscomité daarvan onverwijld in kennis.

10.   De WTO-bepalingen over geschillenbeslechting zijn niet van toepassing op de krachtens dit artikel vastgestelde vrijwaringsmaatregelen.

Artikel 35

Landbouwvrijwaringsmaatregelen

1.   Niettegenstaande artikel 34 kan een vrijwaringsmaatregel in de vorm van een invoerrecht worden toegepast indien, gedurende een periode van twaalf maanden, het invoervolume naar de SACU van een in bijlage IV vermeld landbouwproduct van oorsprong uit de EU de daarin vermelde referentiehoeveelheid voor het product overschrijdt.

2.   Op de in lid 1 bedoelde landbouwproducten kan een recht worden geheven dat niet meer bedraagt dan 25 % van het geldende geconsolideerde tarief in het kader van de WTO of, als dit hoger is, 25 procentpunten. Dit recht is niet hoger dan het gebruikelijke meestbegunstigingstarief.

3.   De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen worden gehandhaafd gedurende het resterende deel van het kalenderjaar of, als dit langer is, gedurende vijf (5) maanden.

4.   De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen worden niet tegelijkertijd met een van de volgende maatregelen gehandhaafd of toegepast met betrekking tot hetzelfde product:

a)

een algemene bilaterale vrijwaringsmaatregel overeenkomstig artikel 34;

b)

een maatregel overeenkomstig artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, of

c)

een bijzondere vrijwaringsmaatregel op grond van artikel 5 van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.

5.   De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen worden op transparante wijze uitgevoerd. Binnen tien (10) dagen, te rekenen vanaf de toepassingsdatum van een dergelijke maatregel, stelt de SACU de EU hiervan schriftelijk in kennis en verstrekt zij haar relevante gegevens met betrekking tot de maatregel. Op verzoek raadpleegt de SACU de EU over de toepassing van de maatregel. De SACU stelt tevens binnen dertig (30) dagen na de instelling van een dergelijke maatregel het Handels- en ontwikkelingscomité hiervan in kennis.

6.   De toepassing en werking van dit artikel kan voorwerp van bespreking en onderzoek in het Handels- en ontwikkelingscomité zijn. Op verzoek van een van de partijen kan het Handels- en ontwikkelingscomité de referentiehoeveelheden en de landbouwproducten als bedoeld in dit artikel onderzoeken.

7.   Dit artikel geldt slechts voor een periode van twaalf (12) jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Artikel 36

Vrijwaringsmaatregelen inzake voedselzekerheid

1.   De partijen erkennen dat de verwijdering van handelsbelemmeringen tussen hen, zoals die in deze overeenkomst is voorzien, aanzienlijke problemen voor de producenten van landbouwproducten en voedingsmiddelen van de SADC-EPO-staten kan opleveren, en zij komen overeen hierover overleg met elkaar te voeren.

2.   Niettegenstaande artikel 34 geldt dat wanneer dit van wezenlijk belang is om een acute, algemene of plaatselijke schaarste van voedingsmiddelen of andere producten te voorkomen of te lenigen teneinde de voedselzekerheid van een SADC-EPO-staat te waarborgen en wanneer deze situatie tot grote moeilijkheden voor die staat leidt of dreigt te leiden, de betrokken SADC-EPO-staat overeenkomstig de procedure van artikel 34, lid 7, onder b), c) en d), lid 8 en lid 9, vrijwaringsmaatregelen kan vaststellen. De maatregel zal ten minste éénmaal per jaar aan een onderzoek worden onderworpen en wordt ingetrokken zodra de omstandigheden die tot de vaststelling ervan hebben geleid, niet meer bestaan.

Artikel 37

Transitoire vrijwaringsmaatregelen van BLNS-staten

1.   De partijen erkennen de gevoeligheid van de in bijlage V vermelde geliberaliseerde producten voor de BLNS-staten.

2.   Niettegenstaande artikel 34 geldt dat wanneer een van de in bijlage V vermelde producten van oorsprong uit de EU in dermate toegenomen hoeveelheden op het grondgebied van een BLNS-staat wordt ingevoerd dat hierdoor in een BLNS-staat ernstige schade ontstaat of dreigt te ontstaan, de betrokken BLNS-staat een transitoire vrijwaringsmaatregel kan toepassen.

3.   In lid 2 bedoelde vrijwaringsmaatregelen hebben de vorm van een recht op het in bijlage V vermelde betrokken product tot een niveau dat het meestbegunstigingsrecht dat geldt op het tijdstip waarop de maatregel wordt genomen, niet overschrijdt, of bestaat in de invoering van een tariefcontingent tegen nulrecht, op voorwaarde dat het recht buiten het contingent niet hoger is dan het meestbegunstigingsrecht dat geldt op het tijdstip waarop de maatregel wordt genomen.

4.   Dertig (30) dagen vóór de toepassing van de vrijwaringsmaatregel geeft de betrokken BLNS-staat de EU schriftelijk kennis van de maatregel. Na de kennisgeving heeft de betrokken BLNS-staat zestig (60) dagen de tijd om alle relevante informatie met betrekking tot de maatregel te verstrekken.

5.   Onverminderd lid 2 treden de betrokken BLNS-staat en de EU op verzoek van een van beide partijen in overleg over de vrijwaringsmaatregel.

6.   De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen worden voor een periode van niet meer dan vier (4) jaar toegepast. Wanneer de omstandigheden die de instelling van de maatregel rechtvaardigden, blijven bestaan, kan deze maatregel worden verlengd met nog eens maximaal vier (4) jaar.

7.   Na afloop van een periode van twaalf (12) jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, mag geen in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregel meer worden vastgesteld.

Artikel 38

Vrijwaringsmaatregelen ter bescherming van opkomende industrieën

1.   Niettegenstaande artikel 34 kunnen Botswana, Lesotho, Namibië, Mozambique en Swaziland verdere verlagingen van het douanerecht tijdelijk schorsen of het douanerecht verhogen tot een niveau dat het meestbegunstigingsrecht niet overschrijdt, wanneer een product van oorsprong uit de EU als gevolg van de verlaging van de douanerechten in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden op hun grondgebied wordt ingevoerd dat dit een bedreiging vormt voor de vestiging van een opkomende industrie of dat hierdoor voor een opkomende industrie die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigt, verstoringen ontstaan of dreigen te ontstaan.

2.   Vrijwaringsmaatregelen die overeenkomstig de voorwaarden van lid 1 worden vastgesteld door een SADC-EPO-staat die tevens een SACU-lidstaat is, hebben de vorm van aanvullende rechten die uitsluitend worden geheven door de SADC-EPO-staat die zich op deze bepaling beroept.

3.   De in lid 1 bedoelde vrijwaringsmaatregelen kunnen voor een periode van niet meer dan acht (8) jaar worden toegepast en kunnen bij besluit van de Gezamenlijke Raad worden verlengd.

4.   Wat betreft de toepassing van de leden 1 en 2 gelden de volgende bepalingen:

a)

wanneer een SADC-EPO-staat van oordeel is dat de in lid 1 bedoelde situatie zich voordoet, legt hij de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek voor aan het Handels- en ontwikkelingscomité. De betrokken SADC-EPO-staat verstrekt het Handels- en ontwikkelingscomité alle informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie;

b)

het Handels- en ontwikkelingscomité kan elke aanbeveling met het oog op het vinden van een aanvaardbare oplossing doen die nodig is om de situatie te verhelpen. Indien het Handels- en ontwikkelingscomité geen aanbevelingen heeft gedaan of indien er binnen dertig (30) dagen nadat de aangelegenheid aan het Handels- en ontwikkelingscomité werd voorgelegd geen andere bevredigende oplossing is bereikt, kan de betrokken SADC-EPO-staat overeenkomstig dit artikel maatregelen vaststellen;

c)

bij de toepassing van maatregelen krachtens lid 1 moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die de werking van deze overeenkomst zo min mogelijk verstoren, en

d)

alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité gebracht en zijn het voorwerp van periodiek overleg binnen dat comité.

5.   In kritieke omstandigheden waarin uitstel tot moeilijk te herstellen schade zou leiden, kan de betrokken SADC-EPO-staat voorlopig de in lid 1 bedoelde maatregelen nemen zonder aan de eisen van lid 4 te voldoen. Deze maatregel heeft een maximale duur van tweehonderd (200) dagen. De duur van een dergelijke voorlopige maatregel wordt meegerekend als deel van de in lid 3 bedoelde periode. Bij de vaststelling van dergelijke voorlopige maatregelen wordt rekening gehouden met de belangen van alle betrokken partijen. De betrokken invoerende SADC-EPO-staat stelt de EU in kennis en legt de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek van deze voorlopige maatregel voor aan het Handels- en ontwikkelingscomité.

6.   De SACU-lidstaten hebben het recht een beroep te doen op artikel 26 van de SACU-overeenkomst.

HOOFDSTUK III

Niet-tarifaire maatregelen

Artikel 39

Verbod op kwantitatieve beperkingen

De partijen kunnen kwantitatieve beperkingen toepassen op voorwaarde dat dit geschiedt in overeenstemming met de WTO-overeenkomst.

Artikel 40

Nationale behandeling op het gebied van interne belastingen en regelgeving

1.   De partijen erkennen dat interne belastingen en andere interne heffingen, alsmede wetten, verordeningen en voorschriften betreffende verkoop, aanbod ten verkoop, koop, vervoer, distributie of gebruik van producten op de interne markt, en interne kwantitatieve regelingen die menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen voorschrijven, niet op zodanige wijze op ingevoerde of interne producten mogen worden toegepast dat bescherming aan de interne productie wordt verleend.

2.   Ingevoerde producten van oorsprong uit de andere partij mogen noch direct noch indirect aan hogere interne belastingen of hogere andere interne heffingen van welke aard ook worden onderworpen dan die welke direct of indirect op soortgelijke interne producten van toepassing zijn. Bovendien mogen de partijen ook anderszins geen interne belastingen of andere interne heffingen op ingevoerde of interne producten toepassen op een wijze die in strijd is met de in lid 1 geformuleerde beginselen (4).

3.   Ingevoerde producten van oorsprong uit de andere partij mogen, wat betreft alle wetten, verordeningen en voorschriften betreffende verkoop, aanbod ten verkoop, koop, vervoer, distributie of gebruik op de interne markt, niet minder gunstig worden behandeld dan soortgelijke producten van nationale oorsprong. Het bepaalde in dit lid vormt geen beletsel voor de toepassing van differentiële interne vervoerstarieven die uitsluitend berusten op de economische exploitatie van het vervoermiddel en niet op de oorsprong van het product.

4.   De partijen mogen geen interne kwantitatieve regelingen inzake menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen invoeren of handhaven die direct of indirect vereisen dat een bepaalde hoeveelheid of verhouding van een onder de regeling vallend product uit interne bron afkomstig is. Bovendien mogen de partijen ook anderszins geen interne kwantitatieve regelingen toepassen op een wijze die in strijd is met de in lid 1 geformuleerde beginselen.

5.   Interne kwantitatieve regelingen inzake menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen mogen niet op zodanige wijze worden toegepast dat die hoeveelheden of verhoudingen over externe toevoerbronnen worden verdeeld.

6.   De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op wetten, verordeningen of voorschriften voor de aanschaffing door overheidsinstanties van producten die worden aangekocht voor overheidsdoeleinden en niet met het oog op commerciële wederverkoop of het gebruik bij de productie van goederen voor commerciële verkoop.

7.   De bepalingen van dit artikel vormen geen beletsel voor de toekenning van subsidies aan uitsluitend interne producenten, met inbegrip van betalingen uit de opbrengsten van interne belastingen of heffingen die overeenkomstig de bepalingen van dit artikel worden toegepast en van subsidies in de vorm van aankopen van interne producten door de overheid.

8.   De partijen erkennen dat interne prijsbeheersing door middel van vaststelling van maximumprijzen, zelfs indien deze in overeenstemming is met de andere bepalingen van dit artikel, nadelige gevolgen kan teweegbrengen voor de belangen van partijen die ingevoerde producten leveren. Bijgevolg dienen de partijen die dergelijke maatregelen toepassen rekening te houden met de belangen van de partijen van uitvoer teneinde deze nadelige gevolgen zoveel mogelijk te vermijden.

9.   De bepalingen van dit artikel beletten een partij niet interne kwantitatieve regelingen die betrekking hebben op belichte cinematografische films en die voldoen aan de voorwaarden van artikel IV van de GATT 1947, in te stellen of in stand te houden.

HOOFDSTUK IV

Douane en handelsbevordering

Artikel 41

Doelstellingen

De doelstellingen van dit hoofdstuk zijn:

a)

versterken van de samenwerking op het gebied van douane en handelsbevordering, teneinde ervoor te zorgen dat de wettelijke voorschriften en procedures ter zake alsmede de administratieve capaciteit van de douanediensten voldoen aan de doelstellingen van doeltreffende controle en stimulering van de handelsbevordering;

b)

bevorderen van de harmonisatie van de douanewetgeving en -procedures;

c)

ervoor zorgen dat legitieme doelstellingen van het overheidsbeleid, met inbegrip van die met betrekking tot de veiligheid en de fraudebestrijding op het gebied van douane en handelsbevordering, op generlei wijze in het gedrang komen, en

d)

bieden van de noodzakelijke steun aan de douanediensten van de SADC-EPO-staten voor de doeltreffende uitvoering van deze overeenkomst.

Artikel 42

Samenwerking op administratief en douanegebied

1.   De partijen nemen met het oog op de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk en om doeltreffend in te spelen op de in artikel 41 genoemde doelstellingen de volgende maatregelen:

a)

zij wisselen informatie uit over de douanewetgeving en -procedures;

b)

zij ontwikkelen gezamenlijke initiatieven op het gebied van douane en handelsbevordering en de versterking van de administratieve capaciteit;

c)

zij wisselen ervaringen en goede praktijken uit over de bestrijding van corruptie en fraude op gebieden die onder dit hoofdstuk vallen;

d)

zij wisselen ervaringen en goede praktijken uit met betrekking tot de invoer-, uitvoer- en doorvoerprocedures en de verbetering van de dienstverlening aan het bedrijfsleven;

e)

zij wisselen ervaringen en goede praktijken uit over de vergemakkelijking van de doorvoer;

f)

zij bevorderen de uitwisseling van deskundigen tussen douanediensten, en

g)

zij stimuleren de coördinatie tussen alle betrokken instanties, zowel intern als grensoverschrijdend.

2.   De partijen treffen voorbereidingen voor en ontwikkelen een nauwere samenwerking op het gebied van de uitvoering van het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de Werelddouaneorganisatie („WDO”) van 2005. Deze samenwerking omvat initiatieven die gericht zijn op de uiteindelijke wederzijdse erkenning van de status van „geautoriseerde marktdeelnemer” (Authorised Economic Operator) en de uitwisseling van voorinformatie om een doeltreffende risicobeoordeling en een doeltreffend risicobeheer voor veiligheidsdoeleinden mogelijk te maken.

3.   De partijen verlenen elkaar administratieve bijstand in douaneaangelegenheden in overeenstemming met protocol 2.

Artikel 43

Douanewetgeving en -procedures

1.   De partijen komen overeen hun respectieve handels- en douanewetgeving alsmede hun respectieve handels- en douaneprocedures zoveel mogelijk te baseren op:

a)

de herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures van 1999, de materiële elementen van het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de WDO, het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem en andere internationale instrumenten en normen die op het gebied van douane en handel van toepassing zijn;

b)

de noodzaak de legitieme handel te beschermen en te bevorderen;

c)

de noodzaak onnodige en discriminerende lasten voor marktdeelnemers te voorkomen, maatregelen tegen fraude en corruptie te treffen en marktdeelnemers die de wettelijke voorschriften goed naleven extra faciliteiten te verlenen;

d)

de noodzaak voor elke partij één enkel administratief document of elektronisch equivalent daarvan te gebruiken;

e)

de toepassing van moderne douanetechnieken, zoals risicobeoordeling, vereenvoudigde procedures voor de binnenkomst en de vrijgave van goederen, controles na de vrijgave en bedrijfsaudits;

f)

transparantie, doeltreffendheid en evenredigheid, teneinde de kosten te verminderen en de voorspelbaarheid voor de marktdeelnemers te vergroten;

g)

de noodzaak erop toe te zien dat de eisen en procedures die van toepassing zijn op de in-, uit- en doorvoer van goederen niet discriminerend zijn, hoewel zendingen verschillend mogen worden behandeld op grond van objectieve criteria voor de risicobeoordeling;

h)

de geleidelijke ontwikkeling van systemen, met inbegrip van die welke zijn gebaseerd op informatietechnologie, voor zowel invoer- als uitvoerverrichtingen, teneinde de uitwisseling van informatie tussen marktdeelnemers, douanediensten en andere instanties te vergemakkelijken;

i)

de invoering van systemen die de invoer van goederen vergemakkelijken door het gebruik van vereenvoudigde douaneregelingen en -procedures, waaronder inklaring vóór aankomst;

j)

de afschaffing van alle vereisten ten aanzien van het verplichte gebruik van inspecties vóór verzending, zoals bedoeld in de WTO-overeenkomst inzake inspecties vóór verzending, of van soortgelijke vereisten;

k)

de toepassing van voorschriften die waarborgen dat geen onevenredige sancties worden opgelegd wegens geringe overtredingen van douaneregelingen of procedurele voorschriften, en dat de toepassing ervan niet leidt tot onnodige vertraging bij de douaneafhandeling;

l)

een systeem van bindende uitspraken over douaneaangelegenheden, met name over de tariefindeling en de oorsprongsregels, in overeenstemming met hun respectieve wettelijke voorschriften;

m)

de vergemakkelijking van doorvoer;

n)

de afschaffing van alle vereisten met betrekking tot de verplichte inschakeling van douane-expediteurs, en

o)

transparante, niet-discriminerende en evenredige voorschriften met betrekking tot het verlenen van vergunningen aan douane-expediteurs.

2.   Om de werkmethoden te verbeteren en de transparantie en doeltreffendheid van de douaneafhandeling te waarborgen:

a)

zorgen de partijen er door de toepassing van anticorruptiemaatregelen op dit gebied voor dat de hoogste integriteitsnormen in acht worden genomen;

b)

nemen de partijen nadere maatregelen om de gegevens in de door de douane en andere, verwante instanties benodigde documentatie te verminderen, te vereenvoudigen en te standaardiseren;

c)

vereenvoudigen de partijen waar mogelijk de eisen en formaliteiten, zodat goederen snel worden vrijgegeven en ingeklaard;

d)

zorgen de partijen voor doeltreffende, snelle en niet-discriminerende procedures om op te komen tegen administratieve maatregelen, uitspraken en besluiten van de douane en andere instanties betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen. Die procedures moeten eenvoudig toegankelijk zijn, ook voor het midden- en kleinbedrijf, en

e)

scheppen de partijen een goed klimaat voor de doeltreffende handhaving van de wettelijke vereisten.

Artikel 44

Vergemakkelijking van de doorvoer

1.   De partijen waarborgen de vrije doorvoer over hun grondgebied volgens de route die daarvoor het meest geschikt is. Eventuele controles of eisen moeten niet-discriminerend en evenredig zijn en overal op dezelfde wijze worden toegepast.

2.   Onverminderd rechtmatige douanecontroles behandelen de partijen de doorvoer van goederen niet ongunstiger dan de in- en uitvoer en het verkeer van interne goederen.

3.   De partijen:

a)

hanteren entrepotregelingen waarmee goederen, onder voorbehoud van een passende zekerheidsstelling, zonder betaling van rechten en andere heffingen kunnen worden doorgevoerd;

b)

bevorderen regionale doorvoerregelingen en voeren deze uit;

c)

passen internationale normen en instrumenten in verband met de doorvoer toe, en

d)

stimuleren de coördinatie tussen alle betrokken instanties, zowel intern als grensoverschrijdend.

Artikel 45

Relaties met het bedrijfsleven

De partijen komen overeen:

a)

erop toe te zien dat alle wettelijke voorschriften, procedures en vergoedingen en heffingen op douanegebied, alsmede waar mogelijk de nodige toelichtingen, openbaar worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg;

b)

voor zover mogelijk tijdig en regelmatig overleg te voeren met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven over wetsvoorstellen en procedures met betrekking tot de douane en douanegerelateerde handelsaangelegenheden;

c)

in voorkomend geval nieuwe of gewijzigde wettelijke voorschriften en nieuwe of gewijzigde procedures op zodanige wijze in te voeren en in werking te doen treden dat handelaren zich goed kunnen voorbereiden op de naleving daarvan. De partijen maken administratieve berichten ter zake openbaar, met name over de eisen voor douane-expediteurs, procedures bij binnenkomst van de goederen, openingstijden en werkwijzen van douanekantoren in havens en bij grensposten en contactpunten voor het inwinnen van informatie, en

d)

de samenwerking tussen de marktdeelnemers en de betrokken diensten te stimuleren door toepassing van instrumenten als memoranda van overeenstemming.

Artikel 46

Vaststelling van de douanewaarde

1.   Op de voorschriften inzake de vaststelling van de douanewaarde, die worden toegepast in de onder deze overeenkomst vallende handel, is de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994 („WTO-overeenkomst inzake de douanewaarde”) van toepassing.

2.   De partijen werken samen aan een gemeenschappelijke aanpak van aangelegenheden in verband met de vaststelling van de douanewaarde.

Artikel 47

Harmonisatie van douanenormen op regionaal niveau

1.   De partijen bevorderen de harmonisatie van de douanewetgeving, -procedures, -normen en -vereisten.

2.   Elk van de partijen bepaalt zelf de inhoud en het tempo van dit proces.

Artikel 48

Steun voor de douanediensten van de SADC-EPO-staten

1.   De partijen erkennen het belang van steun voor de douanediensten van de SADC-EPO-staten bij de uitvoering van dit hoofdstuk, in overeenstemming met de bepalingen van Deel I, hoofdstuk III.

2.   De prioriteitsgebieden voor die steun zijn:

a)

de toepassing van moderne douanetechnieken, met inbegrip van:

i)

risicobeheer,

ii)

controles na de vrijgave, en

iii)

automatisering van douaneprocedures;

b)

de controle van de vaststelling van de douanewaarde, de indeling en de oorsprongsregels, ook met het oog op het voldoen aan het vereiste van artikel 43, lid 1, onder j);

c)

de vergemakkelijking van de doorvoer en een grotere doeltreffendheid van regionale doorvoerregelingen;

d)

transparantiekwesties met betrekking tot de bekendmaking en het beheer van alle handelsregelingen en van de vergoedingen en formaliteiten ter zake;

e)

de invoering en toepassing van procedures en praktijken die geïnspireerd zijn op internationale instrumenten en normen op het gebied van douane en handel, onder meer de herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures en het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de WDO.

3.   De partijen erkennen dat het noodzakelijk is de specifieke behoeften te evalueren met inachtneming van de situatie in elk land en met gebruikmaking van de WTO- en WDO-instrumenten voor de evaluatie van behoeften of van andere, onderling overeengekomen instrumenten.

Artikel 49

Overgangsregelingen

1.   De partijen erkennen de noodzaak van overgangsregelingen om de soepele uitvoering van de bepalingen van dit hoofdstuk te waarborgen.

2.   Met het oog op de noodzaak hun capaciteit op het gebied van douane en handelsbevordering te vergroten en onverminderd hun rechten en verplichtingen in het kader van de WTO geldt voor de SADC-EPO-staten een overgangsperiode van acht (8) jaar om te voldoen aan de in de artikelen 27, 43, 44 en 45 genoemde eisen waarvoor op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze overeenkomst nog capaciteit moet worden opgebouwd.

3.   De Gezamenlijke Raad kan besluiten deze overgangsperiode met twee (2) jaar te verlengen wanneer de noodzakelijke capaciteit nog niet is bereikt.

Artikel 50

Speciaal comité voor douane en handelsbevordering

1.   De partijen richten een speciaal comité voor douane en handelsbevordering op, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen.

2.   Het speciaal comité voor douane en handelsbevordering heeft onder meer de volgende taken:

a)

toezicht houden op de uitvoering en het beheer van dit hoofdstuk en van protocol I;

b)

bieden van een forum voor overleg en discussie over alle onderwerpen betreffende de douane, zoals oorsprongsregels, algemene douaneprocedures, vaststelling van de douanewaarde, tariefindeling, doorvoer en wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden;

c)

versterken van de samenwerking bij de ontwikkeling, toepassing en handhaving van de oorsprongsregels en douaneprocedures in verband daarmee, algemene douaneprocedures en wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden;

d)

versterken van de samenwerking bij de capaciteitsopbouw en de technische bijstand;

e)

volgen van de uitvoering van artikel 47;

f)

vaststellen van zijn eigen reglement van orde, en

g)

behandelen van alle andere onderwerpen waarover de partijen met betrekking tot dit hoofdstuk overeenstemming bereiken.

3.   Het speciaal comité voor douane en handelsbevordering komt bijeen op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen in onderling overleg zijn vastgesteld.

4.   De partijen nemen beurtelings het voorzitterschap van het speciaal comité voor douane en handelsbevordering waar.

5.   Het speciaal comité voor douane en handelsbevordering brengt verslag uit aan het Handels- en ontwikkelingscomité.

HOOFDSTUK V

Technische handelsbelemmeringen

Artikel 51

Multilaterale verplichtingen

1.   De partijen bevestigen vastbesloten te zijn de rechten en verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen („TBT-overeenkomst van de WTO”) in acht te nemen.

2.   Die rechten en verplichtingen liggen ten grondslag aan de activiteiten van de partijen in het kader van dit hoofdstuk.

Artikel 52

Doelstellingen

De partijen komen overeen:

a)

samen te werken om hun onderlinge goederenverkeer te vergemakkelijken en uit te breiden door binnen het kader van de TBT-overeenkomst van de WTO onnodige handelsbelemmeringen te signaleren, te voorkomen en uit de weg te ruimen;

b)

samen te werken om de regionale integratie en samenwerking, in het bijzonder tussen de SADC-EPO-staten onderling, bij TBT-aangelegenheden te versterken, en

c)

technische capaciteit van de SADC-EPO-staten voor TBT-aangelegenheden tot stand te brengen en uit te breiden.

Artikel 53

Toepassingsgebied en definities

1.   De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures in de zin van de TBT-overeenkomst van de WTO, voor zover zij gevolgen hebben voor de handel waarop deze overeenkomst betrekking heeft.

2.   Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de in de TBT-overeenkomst van de WTO gebruikte definities.

Artikel 54

Samenwerking en regionale integratie

De partijen zijn het erover eens dat samenwerking tussen de nationale en regionale autoriteiten die bevoegd zijn voor TBT-aangelegenheden, zowel in de particuliere als in de overheidssector, belangrijk is voor de bevordering van de handel in de regio en tussen de partijen, alsmede voor het algehele proces van regionale integratie, en zij verbinden zich ertoe om met het oog hierop samen te werken.

Artikel 55

Transparantie

1.   De partijen bevestigen opnieuw het beginsel van transparantie bij de toepassing van technische voorschriften en normen in overeenstemming met de TBT-overeenkomst van de WTO.

2.   De partijen erkennen het belang van doeltreffende mechanismen voor overleg, kennisgeving en informatie-uitwisseling ten aanzien van technische voorschriften en normen in overeenstemming met de TBT-overeenkomst van de WTO.

3.   De partijen komen overeen een mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing op te zetten om te verzekeren dat de SADC-EPO-staten vooraf in kennis worden gesteld van nieuwe maatregelen van de EU die gevolgen kunnen hebben voor de uitvoer van de SADC-EPO-staten naar de EU. De partijen maken optimaal gebruik van de bestaande mechanismen en voorkomen onnodige overlapping met multilaterale of unilaterale mechanismen.

Artikel 56

Maatregelen in verband met technische handelsbelemmeringen

De partijen komen overeen mechanismen vast te stellen en toe te passen die door de TBT-overeenkomst van de WTO worden ondersteund en het meest geschikt zijn voor specifieke prioritaire kwesties of sectoren. Bij deze mechanismen kan het gaan om:

a)

intensivering van de samenwerking tussen de partijen, teneinde de toegang tot elkaars markten te vergemakkelijken door de kennis van en het begrip voor elkaars systemen op het gebied van technische voorschriften, normen, metrologie, accreditatie en conformiteitsbeoordeling te vergroten;

b)

uitwisseling van informatie, vaststelling en toepassing van passende mechanismen voor specifieke kwesties of sectoren, d.w.z. aanpassing aan internationale normen, vertrouwen op de conformiteitsverklaring van de leverancier, gebruik van internationaal erkende accreditatie voor de kwalificatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties en gebruik van internationale test- en certificeringsprogramma's voor producten;

c)

aanwijzing en organisatie van sectorspecifieke interventies inzake normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde het begrip voor en de toegang tot elkaars markten te bevorderen. Bij de keuze van de sectoren wordt rekening gehouden met de belangrijkste handelsgebieden, met inbegrip van prioritaire producten;

d)

ontwikkeling van samenwerkingsactiviteiten en -maatregelen, teneinde de uitvoering van de rechten en verplichtingen op grond van de TBT-overeenkomst van de WTO te ondersteunen;

e)

in voorkomend geval, ontwikkeling van gemeenschappelijke standpunten en wijzen van aanpak inzake praktijken ten aanzien van technische regelgeving, onder meer wat betreft transparantie, overleg, noodzaak en evenredigheid, gebruik van internationale normen, conformiteitsbeoordelingsvereisten, gebruikmaking van effect- en risicobeoordeling, handhaving en markttoezicht;

f)

waar mogelijk bevordering van harmonisatie op gebieden van wederzijds belang, teneinde te komen tot internationale normen, en het gebruik van dergelijke normen bij de ontwikkeling van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

g)

een verbintenis om te zijner tijd onderhandelingen over overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning op gebieden van wederzijds economisch belang te overwegen;

h)

bevordering van samenwerking tussen de organen van de partijen die verantwoordelijk zijn voor technische voorschriften, metrologie, normalisatie, testen, certificering, inspectie en accreditatie, en

i)

bevordering van de deelname van de SADC-EPO-staten in internationale normalisatie-instellingen.

Artikel 57

Rol van het Handels- en ontwikkelingscomité bij TBT-aangelegenheden

De partijen komen overeen dat het Handels- en ontwikkelingscomité bevoegd is:

a)

toezicht te houden op de uitvoering van dit hoofdstuk en die uitvoering te evalueren;

b)

TBT-aangelegenheden te coördineren en daarover overleg te voeren;

c)

prioritaire sectoren en producten en de hieruit voortvloeiende prioritaire gebieden voor samenwerking aan te wijzen en te herzien;

d)

indien nodig en dienstig, aanbevelingen voor wijzigingen van dit hoofdstuk te formuleren, en

e)

alle andere onderwerpen te behandelen waarover de partijen met betrekking tot dit hoofdstuk overeenstemming bereiken.

Artikel 58

Capaciteitsopbouw en technische bijstand

1.   De partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van technische voorschriften, normen, metrologie, accreditatie en conformiteitsbeoordeling om de doelstellingen van dit hoofdstuk te verwezenlijken.

2.   De partijen komen overeen dat prioritaire gebieden voor samenwerking zijn:

a)

de invoering van passende regelingen voor het delen van deskundigheid, met inbegrip van passende opleidingen om een adequate en duurzame technische competentie van de desbetreffende normalisatie- en conformiteitsbeoordelingsinstanties van de SADC-EPO-staten en wederzijds begrip tussen dergelijke instanties op het grondgebied van de partijen te waarborgen;

b)

de ontwikkeling van de capaciteit van de SADC-EPO-staten op het gebied van technische voorschriften, metrologie, normen, accreditatie en conformiteitsbeoordeling, onder meer door het oprichten of moderniseren van laboratoria en andere voorzieningen. In dit verband erkennen de partijen het belang van versterking van de regionale samenwerking en de noodzaak rekening te houden met prioritaire producten en sectoren;

c)

de ontwikkeling en vaststelling, in de SADC-EPO-staten, van geharmoniseerde technische voorschriften, normen, metrologie-, accreditatie- en conformiteitsbeoordelingsprocedures, die zijn gebaseerd op internationale normen ter zake;

d)

steun voor de deelname van de SADC-EPO-staten aan internationale activiteiten op het gebied van normalisatie, accreditatie en metrologie, en

e)

de inrichting van TBT-informatie- en meldpunten in de SADC-EPO-staten.

HOOFDSTUK VI

Sanitaire en fytosanitaire maatregelen

Artikel 59

Multilaterale verplichtingen

1.   De partijen bevestigen vastbesloten te zijn de rechten en verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen („SPS-overeenkomst van de WTO”), het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten („IPPC”), de Codex Alimentarius-Commissie en de Wereldorganisatie voor diergezondheid („OIE”) in acht te nemen.

2.   Die rechten en verplichtingen liggen ten grondslag aan de activiteiten van de partijen in het kader van dit hoofdstuk.

Artikel 60

Doelstellingen

De partijen komen overeen:

a)

bij de bevordering van handel en investeringen in de SADC-EPO-staten en tussen de partijen te verzekeren dat de vastgestelde maatregelen niet verder gaan dan nodig is om het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten te beschermen in overeenstemming met de SPS-overeenkomst van de WTO;

b)

samen te werken om de regionale integratie en in het bijzonder de samenwerking tussen de SADC-EPO-staten op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen („SPS-maatregelen”) te versterken en om bij het aanpakken van problemen die voortvloeien uit SPS-maatregelen betreffende in BIJLAGE VI opgenomen overeengekomen prioritaire producten en sectoren voldoende rekening te houden met de regionale integratie;

c)

de samenwerking te bevorderen met het oog op de erkenning van passende beschermingsniveaus in het kader van SPS-maatregelen, en

d)

technische capaciteit van de SADC-EPO-staten voor de uitvoering van en het toezicht op SPS-maatregelen tot stand te brengen en uit te breiden, en daarbij een ruimer gebruik van internationale SPS-normen en andere SPS-aspecten te bevorderen.

Artikel 61

Toepassingsgebied en definities

1.   De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op SPS-maatregelen in de zin van de SPS-Overeenkomst van de WTO.

2.   Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de in de SPS-overeenkomst van de WTO en bij internationale normalisatie-instellingen, te weten de Codex Alimentarius-Commissie, het IPPC en de OIE, gebruikte definities.

Artikel 62

Bevoegde instanties

1.   De SPS-instanties in de partijen zijn bevoegd voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bedoelde maatregelen.

2.   De partijen stellen elkaar, in overeenstemming met deze overeenkomst, in kennis van hun respectieve bevoegde SPS-instanties, en van alle wijzigingen daarin.

Artikel 63

Transparantie

1.   De partijen bevestigen opnieuw het beginsel van transparantie bij de toepassing van SPS-maatregelen in overeenstemming met de SPS-overeenkomst van de WTO.

2.   De partijen erkennen het belang van doeltreffende mechanismen voor overleg, kennisgeving en informatie-uitwisseling ten aanzien van SPS-maatregelen in overeenstemming met de SPS-overeenkomst van de WTO.

3.   De partij van invoer stelt de partij van uitvoer in kennis van alle wijzigingen van haar sanitaire en fytosanitaire invoervoorschriften die gevolgen kunnen hebben voor de handel waarop dit hoofdstuk van toepassing is. De partijen verbinden zich ertoe om waar nodig mechanismen voor de uitwisseling van dergelijke informatie in te stellen.

4.   De partijen passen bij de vaststelling van invoervoorwaarden het beginsel van zonering of compartimentering toe, waarbij rekening wordt gehouden met internationale normen. Indien mogelijk kunnen van geval tot geval ook zones of compartimenten met een vastgestelde sanitaire of fytosanitaire status door de partijen gezamenlijk worden vastgesteld en voorgesteld, teneinde handelsverstoringen te voorkomen.

Artikel 64

Uitwisseling van informatie

1.   De partijen komen overeen een systeem voor vroegtijdige waarschuwing op te zetten om te verzekeren dat de SADC-EPO-staten vooraf in kennis worden gesteld van nieuwe SPS-maatregelen van de EU die gevolgen kunnen hebben voor de uitvoer van de SADC-EPO-staten naar de EU. Dit systeem wordt in voorkomend geval gebaseerd op bestaande mechanismen.

2.   De partijen komen overeen samen te werken bij de uitbouw van het netwerk voor epidemiologische surveillance voor dierziekten en op fytosanitair gebied. De partijen wisselen informatie uit over het vóórkomen van schadelijke organismen en ziekten waarvan bekend is dat zij onmiddellijk gevaar voor de andere partij opleveren.

Artikel 65

Rol van het Handels- en ontwikkelingscomité bij SPS-aangelegenheden

Het Handels- en ontwikkelingscomité is bevoegd:

a)

toezicht te houden op de uitvoering van dit hoofdstuk en die uitvoering te evalueren;

b)

adviezen en aanbevelingen voor de uitvoering van dit hoofdstuk te formuleren met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen ervan;

c)

een forum te bieden voor discussie en uitwisseling van informatie en waar aspecten in verband met samenwerking aan de orde kunnen worden gesteld;

d)

indien nodig en dienstig, aanbevelingen voor wijzigingen van dit hoofdstuk te formuleren;

e)

de lijst van prioritaire producten en sectoren in BIJLAGE VI alsmede de hieruit voortvloeiende prioritaire gebieden voor samenwerking te herzien;

f)

de samenwerking bij de ontwikkeling, toepassing en handhaving van SPS-maatregelen te versterken, en

g)

alle andere relevante aangelegenheden in verband hiermee te bespreken.

Artikel 66

Overleg

Indien een van de partijen van oordeel is dat een andere partij maatregelen heeft getroffen die gevolgen kunnen hebben of kunnen hebben gehad voor de toegang tot haar markt, vindt passend overleg plaats teneinde onnodige vertragingen te voorkomen en een passende oplossing te vinden in overeenstemming met de SPS-overeenkomst van de WTO. In dit verband verstrekken de partijen elkaar de namen en adressen van contactpunten met sanitaire en fytosanitaire expertise, teneinde de communicatie en de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken.

Artikel 67

Samenwerking, capaciteitsopbouw en technische bijstand

De partijen komen overeen:

a)

de samenwerking tussen vergelijkbare instellingen van de partijen te bevorderen;

b)

samen te werken bij de bevordering van de regionale harmonisatie van maatregelen en de ontwikkeling van passende regelgevingskaders en beleidsmaatregelen binnen en tussen de SADC-EPO-staten en zo te zorgen voor meer intraregionale handel en investeringen, en

c)

samen te werken op de volgende prioritaire gebieden:

i)

de opbouw van technische capaciteit in de particuliere en overheidssector van de SADC-EPO-staten om sanitaire en fytosanitaire controle mogelijk te maken, met inbegrip van opleidingen en informatiebijeenkomsten over inspectie, certificering, toezicht en controle;

ii)

de opbouw van capaciteit in de SADC-EPO-staten met het oog op behoud en uitbreiding van hun markttoegangsmogelijkheden;

iii)

de opbouw van capaciteit om te waarborgen dat goedgekeurde maatregelen geen onnodige handelsbelemmeringen worden, waarbij erkend wordt dat partijen het recht hebben hun eigen passende beschermingsniveau vast te stellen;

iv)

de uitbreiding van de technische capaciteit voor de uitvoering van en het toezicht op SPS-maatregelen, met inbegrip van de bevordering van een ruimer gebruik van internationale normen;

v)

de bevordering van samenwerking bij de uitvoering van de SPS-overeenkomst van de WTO, in het bijzonder door verbetering van de kennisgevingsprocedures en uitbreiding van het aantal informatiepunten in de SADC-EPO-staten, alsmede bij andere aangelegenheden betreffende internationale normalisatie-instellingen ter zake;

vi)

de ontwikkeling van de capaciteit voor risicoanalyse, harmonisatie, naleving, testen, certificering, residubewaking, traceerbaarheid en accreditatie, onder meer door het oprichten of moderniseren van laboratoria en andere voorzieningen, teneinde de SADC-EPO-staten te helpen aan de internationale normen te voldoen. In dit verband erkennen de partijen het belang van versterking van de regionale samenwerking en de noodzaak rekening te houden met de in overeenstemming met dit hoofdstuk vastgestelde prioritaire producten en sectoren, en

vii)

steun voor de deelname van de SADC-EPO-staten in internationale normalisatie-instellingen ter zake.

HOOFDSTUK VII

Landbouw

Artikel 68

Samenwerking op het gebied van landbouw

1.   De partijen benadrukken het belang van de landbouwsector voor de SADC-EPO-staten wat betreft de voedselzekerheid, het scheppen van werkgelegenheid in plattelandsgebieden, het vergroten van de inkomens van landbouwbedrijven, het creëren van een inclusieve plattelandseconomie, en als basis voor verdergaande industrialisering en voor duurzame ontwikkeling, alsmede om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

2.   Het gebruik van uitvoersubsidies op landbouwproducten in de handel tussen de partijen is met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst niet toegestaan.

3.   De EU en de SADC-EPO-staten sluiten een landbouwpartnerschap teneinde een gedachtewisseling tussen de partijen onder meer over landbouw, voedselzekerheid, ontwikkeling, regionale waardeketens en integratie te vergemakkelijken. De door het landbouwpartnerschap bestreken aangelegenheden en de voorschriften voor de werking ervan worden in onderlinge overeenstemming door de partijen vastgesteld in het in artikel 103 bedoelde comité.

HOOFDSTUK VIII

Lopende betalingen en kapitaalbewegingen

Artikel 69

Lopende betalingen

1.   Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 70 en 71 verbinden de partijen zich ertoe alle betalingen in vrij converteerbare valuta voor lopende transacties tussen hun ingezetenen toe te staan en geen beperkingen dienaangaande vast te stellen.

2.   De partijen kunnen de nodige maatregelen nemen om te waarborgen dat het bepaalde in lid 1 niet wordt gebruikt voor het verrichten van overschrijvingen die niet in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving van een partij.

Artikel 70

Vrijwaringsmaatregelen

1.   Wanneer betalingen en kapitaalbewegingen tussen de partijen in uitzonderlijke omstandigheden ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor het monetair beleid of het wisselkoersbeleid van een of meer SADC-EPO-staten of een of meer lidstaten van de Europese Unie, kan de EU of de betrokken SADC-EPO-staat voor ten hoogste zes (6) maanden strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van betalingen en kapitaalbewegingen nemen.

2.   De Gezamenlijke Raad wordt onverwijld van de vaststelling van vrijwaringsmaatregelen en zo spoedig mogelijk van een tijdschema voor de opheffing ervan in kennis gesteld.

Artikel 71

Betalingsbalansmoeilijkheden

Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans of de buitenlandse financiële positie van een of meer lidstaten van de Europese Unie of van een SADC-EPO-staat ernstige moeilijkheden voordoen of dreigen voor te doen, kan die lidstaat respectievelijk die SADC-EPO-staat in overeenstemming met de voorwaarden bepaald in de WTO-overeenkomst en de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds beperkende maatregelen treffen, die van beperkte duur moeten zijn en niet verder mogen gaan dan nodig is om de situatie van de betalingsbalans te corrigeren. Een partij die dergelijke maatregelen heeft getroffen of gehandhaafd, stelt de andere partij daarvan onverwijld in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van deze maatregelen voor.

HOOFDSTUK IX

Handel in diensten en investeringen

Artikel 72

Doelstellingen

De partijen erkennen het toenemende belang van de handel in diensten en investeringen voor de ontwikkeling van hun economieën en herbevestigen hun verbintenis met betrekking tot diensten in de artikelen 41, 42 en 43 van de Overeenkomst van Cotonou en hun respectieve rechten en verplichtingen in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten („GATS”).

Artikel 73

Handel in diensten

1.   De partijen kunnen onderhandelingen over de handel in diensten voeren met het oog op uitbreiding van het toepassingsgebied van deze overeenkomst. In dit verband hebben Botswana, Lesotho, Mozambique en Swaziland („deelnemende SADC-EPO-staten”), enerzijds, en de EU, anderzijds, onderhandelingen over de handel in diensten geopend, die zij zullen voortzetten.

2.   Aan de onderhandelingen tussen de EU en de deelnemende SADC-EPO-staten liggen de volgende beginselen ten grondslag:

a)

de onderhandelingen hebben betrekking op de definities en beginselen voor de liberalisering van de handel in diensten;

b)

de onderhandelingen hebben betrekking op de lijsten van verbintenissen, waarin de voorwaarden die van toepassing zijn op de liberalisering van de handel in diensten worden omschreven. Die voorwaarden moeten per geliberaliseerde sector worden vermeld en moeten, waar nodig, beperkingen inzake markttoegang en nationale behandeling alsook overgangsperioden voor de liberalisering omvatten;

c)

bij de onderhandelingen wordt tevens regelgeving ter ondersteuning van de liberalisering van de handel in diensten besproken;

d)

de liberalisering van de handel in diensten moet voldoen aan de vereisten van artikel V van de GATS;

e)

de liberalisering van de handel in diensten moet wederzijds en asymmetrisch zijn, rekening houdend met de ontwikkelingsbehoeften van de deelnemende SADC-EPO-staten. Dit kan er tevens toe leiden dat bepalingen inzake samenwerking en speciale en gedifferentieerde behandeling worden opgenomen;

f)

de onderhandelingen moeten voortbouwen op de relevante bepalingen van bestaande toepasselijke rechtskaders.

3.   De EU en de deelnemende SADC-EPO-staten komen overeen samen te werken bij de versterking van de regelgevingskaders van de deelnemende SADC-EPO-staten alsmede de uitvoering te ondersteunen van de verbintenissen die voortvloeien uit de onderhandelingen overeenkomstig artikel 13, lid 5. De partijen erkennen dat, overeenkomstig artikel 13, lid 8, de opbouw van handelscapaciteit de ontwikkeling van economische activiteiten kan ondersteunen.

4.   Indien een partij bij deze overeenkomst geen partij is bij een overeenkomst inzake de handel in diensten waarover overeenkomstig de leden 1 en 2 is onderhandeld en tot die overeenkomst wenst toe te treden, kan zij onderhandelen over de voorwaarden voor toetreding daartoe.

5.   Indien een overeenkomst die voortvloeit uit de in de leden 1 en 4 bedoelde onderhandelingen, leidt tot resultaten die onverenigbaar blijken met de toekomstige ontwikkeling van een regionaal kader van de SADC voor diensten, zullen de partijen bij de onderhavige overeenkomst onderhandelingen aangaan om deze overeenkomst in overeenstemming te brengen met een dergelijk regionaal kader en tegelijkertijd zorgen voor een evenwichtige verdeling van de voordelen.

Artikel 74

Handel en investeringen

1.   De EU en de deelnemende SADC-EPO-staten komen overeen samen te werken op het gebied van investeringen overeenkomstig artikel 13, lid 6, en kunnen in de toekomst onderhandelingen in overweging nemen over de sluiting van een overeenkomst inzake investeringen in andere economische sectoren dan de dienstensector.

2.   Indien een partij bij deze overeenkomst geen partij is bij een overeenkomst inzake investeringen waarover overeenkomstig lid 1 is onderhandeld en tot die overeenkomst wenst toe te treden, kan zij onderhandelen over de voorwaarden voor toetreding daartoe.

3.   Indien een overeenkomst die voortvloeit uit de in de leden 1 en 2 bedoelde onderhandelingen, leidt tot resultaten die onverenigbaar blijken met de toekomstige ontwikkeling van een regionaal kader van de SADC voor investeringen, zullen de partijen bij de onderhavige overeenkomst gezamenlijk inspanningen doen om deze overeenkomst in overeenstemming te brengen met een dergelijk regionaal kader en tegelijkertijd zorgen voor een evenwichtige verdeling van de voordelen.

DEEL III

VERMIJDEN EN BESLECHTEN VAN GESCHILLEN

HOOFDSTUK I

Doelstelling en toepassingsgebied

Artikel 75

Doelstelling

1.   Het doel van deel III is geschillen tussen de partijen over de interpretatie en de toepassing van deze overeenkomst te vermijden of te beslechten teneinde waar mogelijk tot een onderling overeengekomen oplossing te komen.

2.   In het kader van geschillen die betrekking hebben op een of meer van haar collectieve maatregelen, treedt de SACU voor de toepassing van dit Deel als collectief op en is voor de EU de SACU als zodanig de andere partij in het geschil.

3.   In het kader van geschillen die betrekking hebben op een of meer van zijn individuele maatregelen, treedt een SADC-EPO-staat voor de toepassing van dit Deel individueel op en is voor de EU uitsluitend de specifieke staat die haars inziens een bepaling van deze overeenkomst heeft geschonden de andere partij in het geschil.

Artikel 76

Toepassingsgebied

1.   Deel III is van toepassing op alle geschillen over de interpretatie en de toepassing van deze overeenkomst, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

2.   Niettegenstaande lid 1 vindt bij geschillen over de financiering van de ontwikkelingssamenwerking tussen de partijen de procedure van artikel 98 van de Overeenkomst van Cotonou toepassing.

HOOFDSTUK II

Overleg en bemiddeling

Artikel 77

Overleg

1.   De partijen streven ernaar elk in artikel 76 bedoeld geschil op te lossen door te goeder trouw overleg te plegen om tot een schikking in der minne te komen.

2.   Een partij verzoekt de andere partij schriftelijk om overleg, met kopie aan het Handels- en ontwikkelingscomité, waarbij zij aangeeft om welke maatregel het gaat en met welke bepalingen van deze overeenkomst de maatregel volgens haar niet in overeenstemming is.

3.   Het overleg vindt plaats binnen veertig (40) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek. Het overleg wordt zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek geacht te zijn afgesloten, tenzij beide partijen overeenkomen het overleg voort te zetten. Alle tijdens het overleg verstrekte informatie blijft vertrouwelijk.

4.   Overleg over dringende kwesties, zoals die over bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, vindt plaats binnen vijftien (15) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek en wordt dertig (30) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek geacht te zijn afgesloten.

5.   Indien het overleg niet binnen de in respectievelijk lid 3 of lid 4 genoemde termijnen plaatsvindt, of indien het overleg is afgesloten zonder dat een onderling overeengekomen oplossing is bereikt, kan de klagende partij verzoeken om de instelling van een arbitragepanel overeenkomstig artikel 79.

Artikel 78

Bemiddeling

1.   Indien het overleg niet tot een onderling overeengekomen oplossing leidt, kunnen de partijen overeenkomen een beroep te doen op een bemiddelaar. Tenzij de partijen anders overeenkomen, heeft het mandaat van de bemiddelaar betrekking op de in het verzoek om overleg genoemde aangelegenheid.

2.   Tenzij de partijen binnen vijftien (15) dagen na de datum van de overeenstemming over het verzoek om bemiddeling overeenstemming over een bemiddelaar bereiken, wijst de voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité of diens vertegenwoordiger door middel van loting uit de groep personen op de in artikel 94 bedoelde lijst een bemiddelaar aan die geen onderdaan van een van de partijen is. De loting vindt binnen vijfentwintig (25) dagen na de datum van de overeenstemming over het verzoek om bemiddeling plaats in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van elk van de partijen. De bemiddelaar roept de partijen uiterlijk dertig (30) dagen na zijn aanwijzing bijeen. Hij krijgt de stukken van elk van de partijen uiterlijk vijftien (15) dagen voor de bijeenkomst en hij geeft uiterlijk vijfenveertig (45) dagen na zijn aanwijzing een advies.

3.   Het advies van de bemiddelaar kan een aanbeveling omvatten over de wijze waarop het geschil in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst kan worden opgelost. Het advies van de bemiddelaar is niet bindend.

4.   De partijen kunnen overeenkomen de in lid 2 genoemde termijnen te wijzigen. De bemiddelaar kan op verzoek van een van de partijen of op eigen initiatief ook besluiten deze termijnen te wijzigen wegens de buitengewone moeilijkheden die de betrokken partij ondervindt of wegens de complexiteit van de zaak.

5.   De bemiddelingsprocedure en in het bijzonder alle tijdens de procedure door de partijen verstrekte informatie en ingenomen standpunten blijven vertrouwelijk.

HOOFDSTUK III

Geschillenbeslechtingsprocedures

Artikel 79

Inleiding van de arbitrageprocedure

1.   Wanneer de partijen er niet in zijn geslaagd het geschil door middel van het in artikel 77 bedoelde overleg of de in artikel 78 bedoelde bemiddeling op te lossen, kan de klagende partij verzoeken om de instelling van een arbitragepanel.

2.   Het verzoek om instelling van een arbitragepanel moet schriftelijk worden gedaan bij de partij waartegen de klacht gericht is en bij het Handels- en ontwikkelingscomité. De klagende partij vermeldt in haar verzoek de specifieke maatregelen die in het geding zijn en legt uit waarom die maatregelen een inbreuk op de bepalingen van deze overeenkomst zijn.

Artikel 80

Instelling van het arbitragepanel

1.   Een arbitragepanel bestaat uit drie (3) arbiters.

2.   Binnen tien (10) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om instelling van een arbitragepanel stelt elke partij een arbiter aan. Binnen twintig (20) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om instelling van een arbitragepanel stellen de twee (2) arbiters een derde arbiter aan, die als voorzitter van het arbitragepanel zal fungeren. De voorzitter van het arbitragepanel is geen onderdaan van een van de partijen en woont niet permanent op het grondgebied van een van de partijen.

3.   Indien niet binnen twintig (20) dagen alle drie (3) arbiters zijn aangesteld, of indien een van de partijen binnen tien (10) dagen na de aanstelling van de derde arbiter schriftelijk een met redenen omkleed bezwaar tegen de aangestelde arbiters indient bij het Handels- en ontwikkelingscomité, kan elk van beide partijen de voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité of diens vertegenwoordiger verzoeken alle drie (3) panelleden door middel van loting aan te wijzen uit de in artikel 94 bedoelde lijst, te weten één lid uit de personen die door de klagende partij zijn voorgedragen, één lid uit de personen die door de partij waartegen de klacht gericht is, zijn voorgedragen en één lid uit de personen die door de partijen zijn aangewezen om als voorzitter te fungeren. Wanneer de partijen het over een of meer leden van het arbitragepanel eens zijn, worden de overige leden volgens de in dit lid bedoelde procedure aangewezen.

4.   De voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité of diens vertegenwoordiger wijst in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van elk van de partijen binnen vijf (5) dagen na de datum van ontvangst van het in lid 3 bedoelde verzoek van een van de partijen de arbiters aan.

5.   De datum van instelling van het arbitragepanel is de datum waarop de drie (3) arbiters uiteindelijk worden aangewezen.

Artikel 81

Tussentijds panelverslag

Het arbitragepanel geeft de partijen in de regel uiterlijk honderdtwintig (120) dagen na de datum van instelling ervan kennis van een tussentijds verslag met een beschrijving van het geschil en met zijn bevindingen en conclusies. In dringende gevallen wordt de termijn verkort tot zestig (60) dagen. Een partij kan het arbitragepanel binnen vijftien (15) dagen na de kennisgeving van het tussentijdse verslag schriftelijke opmerkingen over specifieke aspecten van het tussentijdse verslag doen toekomen.

Artikel 82

Arbitrale uitspraak

1.   Het arbitragepanel stelt de partijen en het Handels- en ontwikkelingscomité binnen honderdvijftig (150) dagen na de datum van instelling ervan in kennis van zijn uitspraak. Wanneer het arbitragepanel van oordeel is dat deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de voorzitter van het panel de partijen en het Handels- en ontwikkelingscomité hiervan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en de datum waarop het panel zijn werkzaamheden denkt te kunnen voltooien. In geen geval mag van de uitspraak later dan honderdtachtig (180) dagen na de datum van instelling van het arbitragepanel worden kennisgegeven.

2.   In dringende gevallen, zoals bij bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, stelt het arbitragepanel alles in het werk om binnen negentig (90) dagen na de datum van instelling ervan van zijn uitspraak kennis te geven. Het arbitragepanel kan binnen tien (10) dagen na de datum van instelling ervan een voorlopige uitspraak doen over de vraag of het een zaak dringend acht.

3.   Elk van de partijen kan het arbitragepanel verzoeken een aanbeveling te doen over de vraag hoe de partij waartegen de klacht gericht is, aan de overeenkomst kan voldoen.

Artikel 83

Naleving van de arbitrale uitspraak

De partij waartegen de klacht gericht is, neemt alle nodige maatregelen om de arbitrale uitspraak na te leven en beide partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over de termijn waarbinnen die uitspraak moet worden nageleefd.

Artikel 84

Redelijke termijn voor naleving

1.   Uiterlijk dertig (30) dagen na de datum van ontvangst door de partijen van de kennisgeving van de arbitrale uitspraak stelt de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij en het Handels- en ontwikkelingscomité in kennis van de redelijke termijn die zij nodig heeft om de arbitrale uitspraak na te leven.

2.   Na de kennisgeving door de partij waartegen de klacht gericht is, streven de partijen ernaar overeenstemming te bereiken over een redelijke termijn. Indien de partijen het niet eens worden over de redelijke termijn voor naleving van de arbitrale uitspraak, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel binnen dertig (30) dagen na de datum van de kennisgeving krachtens lid 1 schriftelijk om een redelijke termijn vast te stellen. De partij waartegen de klacht gericht is en het Handels- en ontwikkelingscomité worden tegelijkertijd van dit verzoek in kennis gesteld. Het arbitragepanel stelt de partijen en het Handels- en ontwikkelingscomité binnen dertig (30) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek in kennis van zijn uitspraak.

3.   Het arbitragepanel houdt bij de vaststelling van de redelijke termijn rekening met de tijd die de partij waartegen de klacht gericht is normaliter nodig heeft om wettelijke of bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen die vergelijkbaar zijn met die welke door die partij noodzakelijk worden geacht om naleving te waarborgen. Het arbitragepanel houdt ook rekening met capaciteitsbeperkingen en het verschil in ontwikkeling, die van invloed kunnen zijn op de vaststelling van de noodzakelijke maatregelen door de partij waartegen de klacht gericht is.

4.   Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw kan (kunnen) bijeenkomen, is de procedure van artikel 80 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt vijfenveertig (45) dagen na de datum van ontvangst van het in lid 2 bedoelde verzoek.

5.   De partijen kunnen de redelijke termijn in onderling overleg verlengen.

Artikel 85

Onderzoek van de maatregelen tot naleving van de arbitrale uitspraak

1.   De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Handels- en ontwikkelingscomité vóór afloop van de redelijke termijn in kennis van alle maatregelen die zij heeft getroffen om de arbitrale uitspraak na te leven.

2.   Wanneer er tussen de partijen onenigheid bestaat over de verenigbaarheid van een maatregel waarvan krachtens lid 1 is kennisgegeven met de bepalingen van deze overeenkomst, kan de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk verzoeken hierover uitspraak te doen. In dat verzoek wordt aangegeven om welke specifieke maatregel het gaat en wordt uiteengezet waarom deze niet verenigbaar is met de bepalingen van deze overeenkomst. Het arbitragepanel geeft binnen negentig (90) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek kennis van zijn uitspraak. In dringende gevallen, zoals bij bederfelijke waren of seizoensgebonden goederen, geeft het arbitragepanel binnen vijfenveertig (45) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek kennis van zijn uitspraak.

3.   Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw kan (kunnen) bijeenkomen, is de procedure van artikel 80 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt honderdvijf (105) dagen na de datum van ontvangst van het in lid 2 bedoelde verzoek.

Artikel 86

Tijdelijke maatregelen bij niet-naleving

1.   Indien de partij waartegen de klacht gericht is niet vóór afloop van de redelijke termijn kennisgeeft van de maatregelen die zij heeft getroffen om de arbitrale uitspraak na te leven, of indien het arbitragepanel oordeelt dat de maatregel waarvan krachtens artikel 85, lid 1, is kennisgegeven, niet verenigbaar is met de bepalingen van deze overeenkomst, doet de partij waartegen de klacht gericht is de klagende partij, op verzoek van deze laatste, een compensatieaanbod. Deze compensatie kan geheel of ten dele bestaan uit een financiële vergoeding, hoewel geen enkele bepaling van deze overeenkomst de partij waartegen de klacht gericht is, verplicht een dergelijke financiële vergoeding aan te bieden.

2.   Indien de partijen binnen dertig (30) dagen na afloop van de redelijke termijn of na de in artikel 85 bedoelde arbitrale uitspraak dat een nalevingsmaatregel niet verenigbaar is met deze overeenkomst, geen overeenstemming bereiken over compensatie, is de klagende partij gerechtigd om, na de partij waartegen de klacht gericht is hiervan in kennis te hebben gesteld, passende maatregelen vast te stellen.

3.   Wanneer de klagende partij dergelijke maatregelen vaststelt, streeft zij ernaar maatregelen te kiezen die evenredig aan de schending zijn en zo min mogelijk van invloed zijn op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en houdt zij rekening met de gevolgen ervan voor de economie van de partij waartegen de klacht gericht is en voor elk van de SADC-EPO-staten.

4.   Indien de EU uiterlijk bij het verstrijken van de redelijke termijn geen kennis geeft van de maatregelen die zij heeft getroffen om de arbitrale uitspraak na te leven of indien het arbitragepanel oordeelt dat de maatregel waarvan krachtens artikel 85, lid 1, is kennisgegeven, niet verenigbaar is met de verplichtingen van die partij uit hoofde van deze overeenkomst, en de klagende partij aanvoert dat de vaststelling van passende maatregelen tot aanzienlijke schade voor haar economie zou leiden, overweegt de EU een financiële vergoeding aan te bieden.

5.   De EU betracht de nodige terughoudendheid bij het vragen van compensatie of bij de vaststelling van passende maatregelen uit hoofde van de leden 1 of 2.

6.   De compensatie of de passende maatregelen zijn van tijdelijke aard en worden slechts toegepast totdat de maatregel waarvan is vastgesteld dat die in strijd is met de bepalingen van deze overeenkomst, is ingetrokken of is gewijzigd en met die bepalingen in overeenstemming is gebracht, of totdat de partijen zijn overeengekomen hun geschil bij te leggen.

7.   Voor de toepassing van de artikelen 86 en 87 worden met „passende maatregelen” maatregelen bedoeld die vergelijkbaar zijn met die op grond van het Memorandum van overeenstemming inzake de regels en procedures betreffende de beslechting van geschillen („DSU”), dat is neergelegd in bijlage 2 bij de WTO-overeenkomst.

Artikel 87

Onderzoek van de nalevingsmaatregelen getroffen na de vaststelling van passende maatregelen

1.   De partij waartegen de klacht gericht is, stelt de klagende partij en het Handels- en ontwikkelingscomité in kennis van alle maatregelen die zij heeft getroffen om de arbitrale uitspraak na te leven en van haar verzoek om beëindiging van de toepassing van passende maatregelen door de klagende partij.

2.   Indien de partijen binnen dertig (30) dagen na de datum van kennisgeving geen overeenstemming bereiken over de verenigbaarheid van de maatregel waarvan is kennisgegeven met de bepalingen van deze overeenkomst, verzoekt de klagende partij het oorspronkelijke arbitragepanel schriftelijk hierover uitspraak te doen. De partij waartegen de klacht gericht is en het Handels- en ontwikkelingscomité worden van dit verzoek in kennis gesteld. Van de arbitrale uitspraak wordt binnen vijfenveertig (45) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek kennisgegeven aan de partijen en het Handels- en ontwikkelingscomité. Indien het arbitragepanel oordeelt dat een nalevingsmaatregel niet in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst is, besluit het of de klagende partij passende maatregelen mag blijven toepassen. Indien het arbitragepanel oordeelt dat een nalevingsmaatregel in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst is, worden de passende maatregelen beëindigd.

3.   Indien het oorspronkelijke arbitragepanel, of één of meer van de leden ervan, niet opnieuw kan (kunnen) bijeenkomen, is de procedure van artikel 80 van toepassing. De termijn voor de kennisgeving van de uitspraak bedraagt zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het in lid 2 bedoelde verzoek.

HOOFDSTUK IV

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 88

Onderling overeengekomen oplossing

De partijen kunnen te allen tijde onderling een oplossing voor een onder dit hoofdstuk vallend geschil overeenkomen. Zij stellen het Handels- en ontwikkelingscomité en in voorkomend geval het arbitragepanel van die oplossing in kennis. Na goedkeuring van de onderling overeengekomen oplossing wordt de geschillenbeslechtingsprocedure beëindigd.

Artikel 89

Reglement van orde en gedragscode

1.   De partijen komen binnen twaalf (12) maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tot overeenstemming over een reglement van orde en een gedragscode, die zullen worden goedgekeurd door de Gezamenlijke Raad.

2.   De vergaderingen van het arbitragepanel zijn overeenkomstig het reglement van orde openbaar, tenzij het arbitragepanel op eigen initiatief of op verzoek van de partijen anderszins besluit. Het arbitragepanel komt achter gesloten deuren bijeen wanneer de door een partij ingediende stukken of de argumenten van een partij vertrouwelijke informatie bevatten.

Artikel 90

Informatie en technisch advies

Het arbitragepanel kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief informatie inwinnen bij alle bronnen, met inbegrip van de bij het geschil betrokken partijen, die het voor de arbitrageprocedure nuttig acht. Het arbitragepanel heeft tevens het recht deskundigen om advies te vragen wanneer het dat nuttig acht. Belanghebbenden kunnen overeenkomstig het reglement van orde als amicus curiae opmerkingen bij het arbitragepanel indienen. Alle op deze manier verkregen informatie moet aan de partijen worden medegedeeld en voor opmerkingen aan hen worden voorgelegd.

Artikel 91

Taal van de stukken en opmerkingen

1.   Voor de schriftelijke stukken en de mondelinge opmerkingen van de partijen wordt een van de officiële talen van de partijen gebruikt.

2.   De partijen streven ernaar om voor elke specifieke procedure in het kader van dit deel een gemeenschappelijke werktaal overeen te komen. Indien de partijen niet tot overeenstemming kunnen komen over een gemeenschappelijke werktaal, draagt elk van de partijen de zorg en de kosten voor de vertaling van haar schriftelijke stukken en voor vertolking tijdens hoorzittingen in de taal die is gekozen door de partij waartegen de klacht gericht is, tenzij die taal een officiële taal van die partij is. Bij het streven naar overeenstemming over een gemeenschappelijke werktaal houdt de EU rekening met het potentiële effect van de kosten ervan voor de SADC-EPO-staten.

Artikel 92

Interpretatieregels

Het arbitragepanel legt de bepalingen van deze overeenkomst uit volgens de gebruikelijke regels voor de interpretatie van het internationaal publiekrecht, met inbegrip van die welke in het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht zijn neergelegd. De uitspraken van het arbitragepanel kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst niet verruimen of beperken.

Artikel 93

Arbitrale uitspraken

1.   Het arbitragepanel stelt alles in het werk om elk besluit bij consensus te nemen. Wanneer het evenwel niet mogelijk is bij consensus tot een besluit te komen, wordt een besluit bij meerderheid van stemmen genomen.

2.   De uitspraak vermeldt de resultaten van het feitenonderzoek, de toepasselijkheid van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst alsmede de aan de bevindingen en conclusies van het panel ten grondslag liggende motivering. Het Handels- en ontwikkelingscomité maakt de arbitrale uitspraak openbaar, maar kan besluiten dat niet te doen.

Artikel 94

Lijst van arbiters

1.   Het Handels- en ontwikkelingscomité stelt uiterlijk drie (3) maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van eenentwintig (21) personen die bereid en in staat zijn om als arbiter op te treden. Elk van de partijen wijst acht (8) personen aan die als arbiter in aanmerking komen. De partijen wijzen in onderling overleg tevens vijf (5) personen aan die geen onderdaan van een van de partijen zijn en die als voorzitter van het arbitragepanel kunnen optreden. Het Handels- en ontwikkelingscomité ziet erop toe dat de lijst te allen tijde overeenkomstig dit artikel bijgewerkt is.

2.   De arbiters beschikken over gespecialiseerde kennis over onder deze overeenkomst vallende onderwerpen of over ervaring op het gebied van recht en internationale handel. Zij dienen onafhankelijk te zijn, op persoonlijke titel op te treden, geen instructies aan te nemen van enige organisatie of regering en niet verbonden te zijn aan de regering van een van de partijen, en dienen zich te houden aan de aan het reglement van orde gehechte gedragscode.

3.   Het Handels- en ontwikkelingscomité kan een aanvullende lijst van vijftien (15) personen met sectorale expertise op specifieke onder deze overeenkomst vallende onderwerpen opstellen. Wanneer de selectieprocedure van artikel 80 wordt toegepast, kan de voorzitter van het Handels- en ontwikkelingscomité met instemming van beide partijen van die sectorale lijst gebruikmaken.

Artikel 95

Verhouding tot WTO-verplichtingen

1.   De krachtens deze overeenkomst ingestelde arbitragepanels doen geen uitspraak in geschillen die verband houden met de rechten en verplichtingen van een partij uit hoofde van de WTO-overeenkomst.

2.   Een beroep op de bepalingen van deze overeenkomst over geschillenbeslechting doet geen afbreuk aan enige rechtsvordering in het kader van de WTO, met inbegrip van die tot beslechting van een geschil. Wanneer echter een partij in verband met een specifieke maatregel een procedure voor de beslechting van een geschil heeft ingeleid, hetzij krachtens deze overeenkomst, hetzij krachtens de WTO-overeenkomst, kan zij in verband met dezelfde maatregel geen procedure voor geschillenbeslechting in het andere forum inleiden totdat de eerste procedure is afgesloten. Voor de toepassing van dit lid worden procedures voor geschillenbeslechting krachtens de WTO-overeenkomst geacht te zijn ingeleid door het verzoek van een partij tot instelling van een panel overeenkomstig artikel 6 van het DSU.

3.   Geen enkele bepaling van deze overeenkomst belet een partij over te gaan tot een schorsing van verplichtingen die door het Orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO is toegestaan.

Artikel 96

Termijnen

1.   Alle in dit deel vermelde termijnen, met inbegrip van die waarbinnen de arbitragepanels moeten kennisgeven van hun uitspraken, worden gerekend in kalenderdagen vanaf de dag die volgt op de dag waarop het desbetreffende besluit wordt genomen of het desbetreffende feit plaatsvindt.

2.   Alle in dit deel vermelde termijnen kunnen met wederzijdse instemming van de partijen worden verlengd.

DEEL IV

ALGEMENE UITZONDERINGEN

Artikel 97

Algemene uitzonderingsclausule

Mits de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen bij soortgelijke omstandigheden, of een verkapte beperking van de internationale handel vormen, wordt geen enkele bepaling van deze overeenkomst uitgelegd als een beletsel voor een van de partijen om maatregelen vast te stellen of toe te passen die:

a)

noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden;

b)

noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van mens, dier of plant;

c)

verband houden met de invoer of de uitvoer van goud of zilver;

d)

noodzakelijk zijn voor de handhaving van wet- en regelgeving die niet strijdig is met de bepalingen van deze overeenkomst, met inbegrip van maatregelen voor de handhaving van douanevoorschriften, de handhaving van monopolies waarvan de werking in overeenstemming is met artikel II, lid 4, en artikel XVII van de GATT, de bescherming van octrooien, handelsmerken en auteursrechten en de voorkoming van misleidende praktijken;

e)

betrekking hebben op voortbrengselen van gevangenisarbeid;

f)

worden opgelegd ter bescherming van nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed;

g)

betrekking hebben op de instandhouding van niet-duurzame natuurlijke hulpbronnen, mits die maatregelen gepaard gaan met beperkingen van de interne productie of het interne verbruik;

h)

uitvoering geven aan verplichtingen die voortvloeien uit een intergouvernementele grondstoffenovereenkomst die beantwoordt aan criteria die aan de overeenkomstsluitende partijen bij de GATT zijn voorgelegd en niet door hen zijn afgewezen of die zelf aan die partijen is voorgelegd en niet is afgewezen (5);

i)

noodzakelijke beperkingen stellen aan de uitvoer van interne grondstoffen om te verzekeren dat de interne verwerkende industrie over voldoende van deze grondstoffen beschikt in perioden waarin de interne prijzen ervan als onderdeel van een stabilisatieprogramma van de overheid onder de wereldmarktprijs worden gehouden, mits zulke beperkingen niet worden gebruikt voor de bescherming van de interne industrie of om de uitvoer van deze industrie te vergroten en niet strijdig zijn met de niet-discriminatiebepalingen van deze overeenkomst, of

j)

van wezenlijk belang zijn voor de verwerving of distributie van producten waaraan een algemeen of plaatselijk tekort bestaat, mits de maatregelen in overeenstemming zijn met het beginsel dat de partijen en de SADC-EPO-staten recht hebben op een billijk aandeel in het internationale aanbod van die producten en, wanneer zij strijdig zijn met andere bepalingen van deze overeenkomst, worden beëindigd zodra de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot de maatregelen, niet meer bestaan.

Artikel 98

Uitzonderingen op grond van veiligheidsoverwegingen

1.   Geen enkele bepaling van deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat:

a)

een van de partijen verplicht wordt informatie te verstrekken waarvan zij openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen; of

b)

een van de partijen belet wordt maatregelen te nemen die zij ter bescherming van haar wezenlijke veiligheidsbelangen nodig acht en die:

i)

betrekking hebben op splijtstoffen of op grondstoffen waaruit deze kunnen worden vervaardigd, of

ii)

betrekking hebben op de handel in wapens, munitie en oorlogstuig en op de handel in andere goederen en materialen die direct of indirect wordt gedreven met het doel een militaire inrichting te bevoorraden, of

iii)

in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen worden genomen; of

c)

een van de partijen belet wordt maatregelen te nemen tot handhaving van de internationale vrede en veiligheid ingevolge haar verplichtingen krachtens het Handvest van de Verenigde Naties.

2.   Het Handels- en ontwikkelingscomité wordt ingelicht over maatregelen die krachtens lid 1, onder b) en c), worden genomen en over de beëindiging daarvan.

Artikel 99

Belastingen

1.   Geen enkele bepaling van deze overeenkomst of van een in het kader van deze overeenkomst getroffen regeling mag worden uitgelegd als beletsel voor een van de partijen om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van haar belastingwetgeving een onderscheid te maken tussen belastingbetalers die niet in dezelfde situatie verkeren, in het bijzonder met betrekking tot hun verblijfplaats of de plaats waar hun kapitaal is geïnvesteerd.

2.   Geen enkele bepaling van deze overeenkomst of van een in het kader van deze overeenkomst getroffen regeling mag worden uitgelegd als beletsel voor de vaststelling of handhaving van maatregelen ter voorkoming van belastingontwijking of -ontduiking in overeenstemming met de fiscale bepalingen van overeenkomsten inzake voorkoming van dubbele belastingheffing, andere belastingregelingen of interne belastingwetgeving.

3.   Geen enkele bepaling van deze overeenkomst doet afbreuk aan de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van enig belastingverdrag. In geval van strijdigheid tussen de bepalingen van deze overeenkomst en die van een dergelijk verdrag hebben de bepalingen van dat verdrag voorrang voor zover het de strijdige bepalingen betreft.

DEEL V

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Artikel 100

Gezamenlijke Raad

Er wordt een Gezamenlijke Raad SADC-EPO-staten — EU („Gezamenlijke Raad”) opgericht, die toezicht houdt op de uitvoering van deze overeenkomst en deze beheert.

Artikel 101

Samenstelling en taken

1.   De Gezamenlijke Raad bestaat uit de betrokken leden van de Raad van de EU en de betrokken leden van de Europese Commissie of hun vertegenwoordigers, enerzijds, en de betrokken ministers van de SADC-EPO-staten of hun vertegenwoordigers, anderzijds. De eerste vergadering van de Gezamenlijke Raad wordt gezamenlijk voorgezeten door de partijen.

2.   Met betrekking tot aangelegenheden ten aanzien waarvan de SACU voor de toepassing van deze overeenkomst als collectief optreedt, treedt zij in het kader van deze bepaling als collectief op en wordt zij door de EU als zodanig behandeld. Met betrekking tot aangelegenheden ten aanzien waarvan de lidstaten van de SACU in het kader van deze bepaling individueel optreden, treedt de betrokken SACU-lidstaat individueel op en wordt hij door de EU als zodanig behandeld.

3.   Onverminderd de in artikel 15 van de Overeenkomst van Cotonou genoemde taken van de Raad van Ministers, heeft de Gezamenlijke Raad de volgende taken:

a)

hij is verantwoordelijk voor de werking en de uitvoering van deze overeenkomst en ziet toe op de verwezenlijking van de doelstellingen ervan;

b)

hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen en die van gemeenschappelijk belang zijn en gevolgen hebben voor de handel tussen de partijen;

c)

hij behandelt voorstellen en aanbevelingen van de partijen met het oog op de herziening van deze overeenkomst;

d)

hij doet passende aanbevelingen;

e)

hij houdt toezicht op de ontwikkeling van de economische en handelsbetrekkingen tussen de partijen;

f)

hij houdt toezicht op en evalueert de gevolgen van de bepalingen van deze overeenkomst inzake samenwerking voor de duurzame ontwikkeling;

g)

hij houdt toezicht op en beoordeelt de vooruitgang op alle door deze overeenkomst bestreken gebieden;

h)

hij stelt zijn eigen reglement van orde vast;

i)

hij stelt het reglement van orde van het Handels- en ontwikkelingscomité vast;

j)

hij houdt toezicht op de werkzaamheden van het Handels- en ontwikkelingscomité, en

k)

hij voert andere taken uit hoofde van deze overeenkomst uit.

4.   De Gezamenlijke Raad kan periodiek verslagen over de werking van deze overeenkomst indienen bij de Raad van Ministers die is opgericht overeenkomstig artikel 15 van de Overeenkomst van Cotonou.

Artikel 102

Beslissingsbevoegdheden en procedures

1.   Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst heeft de Gezamenlijke Raad beslissingsbevoegdheid ten aanzien van alle onder deze overeenkomst vallende aangelegenheden.

2.   De besluiten van de Gezamenlijke Raad worden bij consensus genomen en zijn bindend voor de partijen. De partijen nemen de nodige maatregelen om deze besluiten in overeenstemming met hun interne voorschriften uit te voeren.

3.   Voor procedurekwesties en procedures voor geschillenbeslechting stelt de Gezamenlijke Raad besluiten en aanbevelingen in onderling overleg tussen de partijen vast.

4.   De Gezamenlijke Raad komt met regelmatige tussenpozen van niet meer dan twee (2) jaar bijeen, en wanneer de omstandigheden zulks vereisen in buitengewone vergadering, indien de partijen daartoe gezamenlijk besluiten.

Artikel 103

Handels- en ontwikkelingscomité

1.   De Gezamenlijke Raad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Handels- en ontwikkelingscomité, dat bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen, gewoonlijk hoge ambtenaren.

2.   Het Handels- en ontwikkelingscomité wordt beurtelings voor één jaar voorgezeten door een vertegenwoordiger van elk van de partijen. De eerste vergadering van het Handels- en ontwikkelingscomité wordt gezamenlijk voorgezeten door de partijen.

3.   Dat comité kan speciale technische werkgroepen oprichten, die zich bezighouden met specifieke aangelegenheden waarvoor zij deskundigheid bezitten.

4.   Dat comité stelt het reglement van orde van de krachtens lid 3 opgerichte speciale technische werkgroepen vast.

5.   Dat comité brengt verslag uit en legt verantwoording af aan de Gezamenlijke Raad.

6.   Dat comité neemt besluiten of doet aanbevelingen in de gevallen waarin deze overeenkomst hierin voorziet of wanneer de Gezamenlijke Raad het daartoe bevoegdheid heeft verleend. In dat geval neemt het comité zijn besluiten bij consensus.

7.   Dat comité heeft in het bijzonder de volgende taken:

a)

op het gebied van handel:

i)

toezicht houden op en evalueren van de uitvoering van de besluiten van de Gezamenlijke Raad;

ii)

vergemakkelijken van en toezicht houden op de uitvoering van de bepalingen van deze overeenkomst;

iii)

bespreken van samenwerkingsprioriteiten en doen van aanbevelingen hierover aan de Gezamenlijke Raad;

iv)

doen van aanbevelingen aan de Gezamenlijke Raad om potentiële conflicten op door deze overeenkomst bestreken gebieden te voorkomen;

v)

uitvoeren van andere hieraan door de Gezamenlijke Raad toevertrouwde taken;

vi)

toezicht houden op de werkzaamheden van de in lid 3 bedoelde speciale technische werkgroepen;

vii)

toezicht houden op de ontwikkeling van de regionale integratie en van de economische en handelsbetrekkingen tussen de partijen;

viii)

bespreken van maatregelen ter bevordering van de handel, van investeringen en van zakelijke mogelijkheden tussen de partijen, en uitvoeren van deze maatregelen, en

ix)

bespreken van alle aangelegenheden die onder deze overeenkomst vallen en alle kwesties die gevolgen kunnen hebben voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan;

b)

op het gebied van ontwikkelingssamenwerking:

i)

toezicht houden op de uitvoering van de bepalingen van deze overeenkomst inzake samenwerking en coördineren van maatregelen ter zake met andere donoren;

ii)

doen van aanbevelingen over handelsgerelateerde samenwerking tussen de partijen;

iii)

periodiek evalueren van de in deze overeenkomst neergelegde samenwerkingsprioriteiten en in voorkomend geval doen van aanbevelingen over het opnemen van nieuwe prioriteiten;

iv)

evalueren en bespreken van samenwerkingsaangelegenheden die vallen onder de regionale integratie en de uitvoering van deze overeenkomst, en

v)

toezicht houden op de gevolgen van de uitvoering van deze overeenkomst voor de duurzame ontwikkeling van de partijen en evalueren van deze gevolgen.

DEEL VI

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 104

Definitie van de partijen en naleving van de verplichtingen

1.   De partijen bij deze overeenkomst zijn Botswana, Lesotho, Namibië, Zuid-Afrika, Swaziland en Mozambique, enerzijds („de SADC-EPO-staten”), en de Europese Unie of haar lidstaten dan wel de Europese Unie en haar lidstaten, in het kader van hun respectieve bevoegdheidsgebieden overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), anderzijds („de EU”).

2.   De term „partij” heeft naargelang het geval betrekking op de afzonderlijke SADC-EPO-staten enerzijds of op de EU anderzijds.

3.   Wanneer in deze overeenkomst naar de SACU wordt verwezen, zoals in artikel 25, lid 1, de artikelen 34, 35 en 101, en in DEEL III, treden Botswana, Lesotho, Namibië, Zuid-Afrika en Swaziland als collectief op in de zin van de SACU-overeenkomst.

4.   De Gezamenlijke Raad kan besluiten de wijze waarop lid 3 wordt toegepast, te wijzigen.

5.   De partijen treffen alle algemene of bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen en zien erop toe dat zij de in deze overeenkomst neergelegde doelstellingen in acht nemen.

Artikel 105

Uitwisseling van informatie

1.   Om de communicatie met betrekking tot de doeltreffende uitvoering van deze overeenkomst te vergemakkelijken, wijzen de partijen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst elk een coördinator voor de uitwisseling van informatie aan. De aanwijzing van een coördinator voor de uitwisseling van informatie laat de specifieke aanwijzing van bevoegde instanties in het kader van specifieke bepalingen van deze overeenkomst onverlet.

2.   Op verzoek van een partij geeft de coördinator van de andere partij aan welk bureau of welke ambtenaar verantwoordelijk is voor enige aangelegenheid die betrekking heeft op de uitvoering van deze overeenkomst en verleent hij de nodige hulp om de communicatie met de verzoekende partij te vergemakkelijken.

3.   Op verzoek van een partij verstrekt de andere partij, voor zover juridisch mogelijk, informatie en beantwoordt zij onverwijld elke vraag over een bestaande of voorgestelde maatregel die gevolgen kan hebben voor de handel tussen de partijen.

Artikel 106

Transparantie

1.   Een partij publiceert haar wet- en regelgeving, procedures en algemene administratieve beschikkingen alsmede alle andere verbintenissen krachtens een internationale overeenkomst met betrekking tot enige handelsaangelegenheid die onder deze overeenkomst valt, of maakt deze openbaar. Wanneer dergelijke maatregelen na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden vastgesteld, worden zij ter kennis van de andere partij gebracht.

2.   Onverminderd de specifieke transparantiebepalingen van deze overeenkomst wordt de in dit artikel bedoelde informatie geacht ter kennis van de andere partij te zijn gebracht wanneer de informatie beschikbaar is gemaakt:

a)

door middel van een passende kennisgeving aan de WTO; of

b)

op de officiële, voor iedereen kosteloos toegankelijke website; of

c)

aan de coördinator van de andere partij.

Wanneer evenwel de EU dergelijke informatie via een officiële, voor iedereen kosteloos toegankelijke website heeft verspreid, maar niet ter kennis van de WTO heeft gebracht, kunnen de SADC-EPO-staten die wegens capaciteitsbeperkingen problemen hebben met de toegang tot een dergelijke website, de EU verzoeken die informatie aan de desbetreffende coördinator te verstrekken.

3.   Geen enkele bepaling van deze overeenkomst verplicht een partij ertoe vertrouwelijke informatie te verstrekken wanneer bekendmaking ervan de rechtshandhaving zou belemmeren, anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde openbare of particuliere ondernemingen, tenzij bekendmaking nodig mocht zijn in het kader van een procedure voor geschillenbeslechting ingevolge deze overeenkomst. Wanneer een krachtens DEEL III ingesteld panel bekendmaking nodig acht, ziet het erop toe dat de vertrouwelijkheid volledig in acht wordt genomen.

Artikel 107

Tijdelijke moeilijkheden bij de uitvoering

Een partij die wegens factoren waarop zij geen invloed heeft, moeilijkheden ondervindt om aan haar verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst te voldoen, brengt de aangelegenheid onmiddellijk ter kennis van de Gezamenlijke Raad.

Artikel 108

Regionale preferenties

1.   Geen enkele bepaling van deze overeenkomst verplicht een partij ertoe een gunstiger behandeling die zij als onderdeel van haar regionale integratieproces toepast, naar de andere partij uit te breiden.

2.   Wanneer een SADC-EPO-staat de EU in het kader van deze overeenkomst een gunstiger behandeling of een voordeel toekent, geldt deze gunstiger behandeling of dit voordeel ook voor de andere SADC-EPO-staten.

Artikel 109

Ultraperifere gebieden van de EU

1.   Gezien de geografische nabijheid van de ultraperifere gebieden van de EU en de SADC-EPO-staten en ter versterking van de economische en sociale banden tussen die gebieden en de SADC-EPO-staten, streven de partijen ernaar de samenwerking tussen de ultraperifere gebieden van de EU en de SADC-EPO-staten op alle door deze overeenkomst bestreken gebieden te bevorderen.

2.   De in lid 1 genoemde doelstellingen worden waar mogelijk ook nagestreefd door de gezamenlijke deelname van de SADC-EPO-staten en de ultraperifere gebieden van de EU aan de kaderprogramma's en specifieke programma's van de EU op door deze overeenkomst bestreken gebieden te stimuleren.

3.   De EU streeft naar coördinatie van de verschillende financiële instrumenten van het cohesie- en ontwikkelingsbeleid van de EU, teneinde de samenwerking tussen de SADC-EPO-staten en de ultraperifere gebieden van de EU op door deze overeenkomst bestreken gebieden te stimuleren.

4.   Geen enkele bepaling van deze overeenkomst belet de toepassing door de EU van bestaande maatregelen uit hoofde van artikel 349 VWEU die zijn gericht op verbetering van de structurele economische en sociale situatie van haar ultraperifere gebieden. Het is op grond van deze bepaling verboden andere handelstarieven tussen de partijen te handhaven dan die welke ingevolge BIJLAGE I, DEEL III, punt 2, zijn toegestaan.

Artikel 110

Verhouding tot de Overeenkomst van Cotonou

1.   Met uitzondering van de bepalingen inzake ontwikkelingssamenwerking in deel 3, titel II, van de Overeenkomst van Cotonou hebben in geval van strijdigheid tussen de bepalingen van deze overeenkomst en die van deel 3, titel II, van de Overeenkomst van Cotonou de bepalingen van deze overeenkomst voorrang voor zover het de strijdige bepalingen betreft.

2.   Geen enkele bepaling van deze overeenkomst mag worden uitgelegd als beletsel voor een van de partijen om passende maatregelen uit hoofde van de Overeenkomst van Cotonou vast te stellen.

Artikel 111

Verhouding tot de TDC-overeenkomst

Voor de verhouding tussen deze overeenkomst en de TDC-overeenkomst gelden de bepalingen van protocol 4.

Artikel 112

Verhouding tot de WTO-overeenkomst

De partijen komen overeen dat zij op grond van geen enkele bepaling van deze overeenkomst verplicht zijn te handelen op een wijze die in strijd is met hun WTO-verplichtingen.

Artikel 113

Inwerkingtreding (6)

1.   Deze overeenkomst wordt ondertekend, geratificeerd of goedgekeurd volgens de toepasselijke grondwettelijke of interne voorschriften en procedures van elke partij.

2.   Deze overeenkomst treedt in werking op de dertigste (30e) dag na de datum van nederlegging van de laatste akte van ratificatie, aanvaarding of goedkeuring.

3.   In afwachting van de inwerkingtreding van deze overeenkomst komen de EU en de SADC-EPO-staten overeen de bepalingen van de overeenkomst die binnen hun respectieve bevoegdheidsgebied vallen, alvast toe te passen („voorlopige toepassing”). Dit kan gebeuren door middel van voorlopige toepassing, wanneer dat mogelijk is, of door ratificatie van deze overeenkomst.

4.   Deze overeenkomst wordt tien (10) dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de voorlopige toepassing door de EU of, indien dit later is, van de ratificatie of voorlopige toepassing door een SADC-EPO-staat, voorlopig toegepast tussen de EU en die SADC-EPO-staat.

5.   De in artikel 24, lid 2, en artikel 25, lid 1, bedoelde concessies inzake toegang tot de markt voor landbouwproducten en inzake toegang tot de markt voor visserijproducten, die in de tarieflijsten in de bijlagen I en II worden aangeduid met een asterisk (*), zijn uitgesloten van de voorlopige toepassing van deze overeenkomst tussen de EU en een SACU-lidstaat zolang niet alle SACU-lidstaten deze overeenkomst hebben geratificeerd of voorlopig hebben toegepast.

6.   De in artikel 24, lid 2, en artikel 25, lid 1, bedoelde concessies inzake toegang tot de markt voor landbouwproducten, die in de tarieflijsten in de bijlagen I en II worden aangeduid met een asterisk (*), zijn uitgesloten van de voorlopige toepassing of de inwerkingtreding van deze overeenkomst tussen de EU en een SACU-lidstaat zolang niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 16 van protocol 3.

7.   De kennisgevingen van voorlopige toepassing of ratificatie worden gericht aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, die depositaris van deze overeenkomst is. Voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van de kennisgevingen worden neergelegd bij de uitvoerend secretaris van het secretariaat van de SADC.

8.   Indien de partijen, in afwachting van de inwerkingtreding ervan, besluiten deze overeenkomst voorlopig toe te passen, worden alle verwijzingen in deze overeenkomst naar de datum van inwerkingtreding geacht betrekking te hebben op de datum waarop deze voorlopige toepassing van kracht wordt.

Artikel 114

Duur

1.   Deze overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd.

2.   Elke partij kan schriftelijk kennisgeven van haar voornemen deze overeenkomst op te zeggen.

3.   De opzegging wordt zes (6) maanden na de datum van de in lid 2 bedoelde kennisgeving van kracht.

Artikel 115

Territoriale toepassing

1.   Deze overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op elk grondgebied waarop het VEU en het VWEU van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van elk van de SADC-EPO-staten.

2.   Verwijzingen naar „grondgebied” in deze overeenkomst worden in deze zin begrepen.

Artikel 116

Herzieningsclausule

1.   De partijen komen overeen deze overeenkomst uiterlijk vijf (5) jaar na de inwerkingtreding ervan in haar geheel te herzien. Die herziening laat aanpassingen, onderzoeken of herzieningen elders in deze overeenkomst voorzien, zoals in artikel 12, lid 2, artikel 16, lid 8, artikel 17, lid 5, artikel 18, lid 5, artikel 26, lid 10, artikel 33, lid 3, artikel 35, lid 6, en artikel 65, onder e), onverlet.

2.   Wat de uitvoering van deze overeenkomst betreft, kan elke partij voorstellen de samenwerking op handelsgebied, gezien de bij de uitvoering opgedane ervaring, aan te passen.

3.   De partijen zijn het erover eens dat deze overeenkomst kan moeten worden herzien in het licht van latere ontwikkelingen in de internationale economische betrekkingen en van het verstrijken van de Overeenkomst van Cotonou.

Artikel 117

Wijzigingen

1.   Elke partij kan voorstellen voor wijzigingen van deze overeenkomst voor onderzoek en aanneming aan de Gezamenlijke Raad voorleggen.

2.   Na aanneming door de Gezamenlijke Raad worden wijzigingen van deze overeenkomst aan de partijen voorgelegd voor ratificatie, aanvaarding of goedkeuring overeenkomstig hun respectieve grondwettelijke bepalingen of interne wettelijke voorschriften.

Artikel 118

Toetreding van nieuwe EU-lidstaten

1.   De Gezamenlijke Raad wordt in kennis gesteld van elk verzoek van een derde staat om toe te treden tot de EU. Tijdens de onderhandelingen tussen de EU en de staat die het verzoek heeft ingediend, verstrekt de EU de SADC-EPO-staten alle ter zake dienende inlichtingen. De SADC-EPO-staten stellen de EU in kennis van hun bezorgdheden en kunnen de EU om overleg verzoeken, zodat zij daar ten volle rekening mee kan houden. De EU stelt de SADC-EPO-staten in kennis van elke toetreding tot de EU.

2.   Elke nieuwe lidstaat van de EU wordt vanaf de datum van zijn toetreding partij bij deze overeenkomst door middel van een daartoe strekkende clausule in de akte van toetreding. Indien de akte van toetreding tot de EU niet voorziet in een automatische toetreding van de nieuwe EU-lidstaat tot deze overeenkomst, treedt de betrokken EU-lidstaat toe door nederlegging van een akte van toetreding bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, dat hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doet toekomen aan de SADC-EPO-staten.

3.   De partijen onderzoeken de gevolgen van de toetreding van nieuwe EU-lidstaten voor deze overeenkomst. De Gezamenlijke Raad kan zo nodig overgangs- of wijzigingsmaatregelen vaststellen.

Artikel 119

Toetreding

1.   Een derde staat of een organisatie met bevoegdheden met betrekking tot de aangelegenheden waarop deze overeenkomst betrekking heeft, kan om toetreding tot deze overeenkomst verzoeken. Indien de Gezamenlijke Raad ermee instemt dit verzoek in overweging te nemen, voeren de partijen en de staat of de organisatie die het verzoek om toetreding heeft gedaan, onderhandelingen over de toetredingsvoorwaarden. Na aanneming van het toetredingsprotocol door de Gezamenlijke Raad wordt dit protocol aan de partijen voorgelegd voor ratificatie, aanvaarding of goedkeuring overeenkomstig hun respectieve grondwettelijke bepalingen of interne wettelijke voorschriften.

2.   De partijen onderzoeken de gevolgen van een dergelijke toetreding voor deze overeenkomst. De Gezamenlijke Raad kan zo nodig overgangs- of wijzigingsmaatregelen vaststellen.

3.   Niettegenstaande lid 1 komen de partijen overeen dat in het geval van een verzoek van Angola aan de Gezamenlijke Raad om tot deze overeenkomst toe te treden, onderhandelingen over de toetredingsvoorwaarden op de grondslag van deze overeenkomst dienen te worden gevoerd, rekening houdend met de specifieke situatie van Angola.

Artikel 120

Talen en authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. Wanneer de teksten elkaar tegenspreken, geldt de taal waarin de onderhandelingen over de overeenkomst plaatsvonden.

Artikel 121

Bijlagen

De bijlagen, protocollen en voetnoten bij deze overeenkomst vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel 122

Rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst mag aldus worden uitgelegd dat daaraan rechten kunnen worden ontleend door of daarmee verplichtingen worden opgelegd aan personen, anders dan die welke de partijen krachtens internationaal publiekrecht hebben vastgesteld.

Ten blijke waarvan de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze overeenkomst hebben geplaatst.

Съставено в Казан на десети юни две хиляди и шестнадесета година.

Hecho en Kasane el diez de junio de dos mil dieciséis.

V Kasane dne desátého června dva tisíce šestnáct.

Udfærdiget i Kasane, den tiende juni to tusind og seksten.

Geschehen zu Kasane am zehnten Juni zweitausendundsechzehn.

Kahe tuhande kuueteistkümnenda aasta juunikuu kümnendal päeval Kasanes.

Έγινε στο Κασάνε, στις δέκα Ιουνίου δύο χιλιάδες δεκαέξι.

Done at Kasane on the tenth day of June in the year two thousand and sixteen.

Fait à Kasane, le dix juin deux mille seize.

Sastavljeno u Kasaneu desetog lipnja godine dvije tisuće šesnaeste.

Fatto a Kasane, addì dieci giugno duemilasedici.

Kasanē, divi tūkstoši sešpadsmitā gada desmitajā jūnijā.

Priimta du tūkstančiai šešioliktų metų birželio dešimtą dieną Kasanėje.

Kelt Kasanében, a kétezer-tizenhatodik év június havának tizedik napján.

Magħmul f'Kasane fl-għaxar jum ta' Ġunju fis-sena elfejn u sittax.

Gedaan te Kasane, tien juni tweeduizend zestien.

Sporządzono w Kasane dnia dziesiątego czerwca roku dwa tysiące szesnastego.

Feito em Kasane, em dez de junho de dois mil e dezasseis.

Întocmit la Kasane, la zece iunie două mii șaisprezece.

V Kasane desiateho júna roku dvetisíc šestnásť.

V Kasaneju, deseti dan junija leta dva tisoč šestnajst.

Tehty Kasanessa kymmenentenä päivänä kesäkuuta vuonna kaksituhattakuusitoista.

Som skedde i Kasane den tionde juni år tjugohundrasexton.

Voor het Koninkrijk België

Pour le Royaume de Belgique

Für das Königreich Belgien

Image 1

Deze handtekening verbindt eveneens de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Cette signature engage également la Communauté française, la Communauté flamande, la Communauté germanophone, la Région wallonne, la Région flamande et la Région de Bruxelles-Capitale.

Diese Unterschrift bindet zugleich die Deutschsprachige Gemeinschaft, die Flämische Gemeinschaft, die Französische Gemeinschaft, die Wallonische Region, die Flämische Region und die Region Brüssel-Hauptstadt.

За Република България

Image 2

Za Českou republiku

Image 3

For Kongeriget Danmark

Image 4

Für die Bundesrepublik Deutschland

Image 5

Eesti Vabariigi nimel

Image 6

Thar cheann Na hÉireann

For Ireland

Image 7

Για την Ελληνική Δημοκρατία

Image 8

Por el Reino de España

Image 9

Pour la République française

Image 10

Za Republiku Hrvatsku

Image 11

Per la Repubblica italiana

Image 12

Για την Κυπριακή Δημοκρατία

Image 13

Latvijas Republikas vārdā –

Image 14

Lietuvos Respublikos vardu

Image 15

Pour le Grand-Duché de Luxembourg

Image 16

Magyarország részéről

Image 17

Għar-Repubblika ta' Malta

Image 18

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

Image 19

Für die Republik Österreich

Image 20

W imieniu Rzeczypospolitej Polskiej

Image 21

Pela República Portuguesa

Image 22

Pentru România

Image 23

Za Republiko Slovenijo

Image 24

Za Slovenskú republiku

Image 25

Suomen tasavallan puolesta

För Republiken Finland

Image 26

För Konungariket Sverige

Image 27

For the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland

Image 28

За Европейския съюз

Рог la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Za Europsku uniju

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Image 29

For the Republic of Botswana

Image 30

For the Kingdom of Lesotho

Image 31

Pela República de Moçambique

Image 32

For the Republic of Namibia

Image 33

For the Republic of South Africa

Image 34

For the Kingdom of Swaziland

Image 35


(1)  Het begrip „EU” dat in deze overeenkomst wordt gebruikt wordt gedefinieerd in artikel 104.

(2)  Voor de toepassing van dit artikel kan „capaciteitsopbouw” in het bijzonder opleiding, institutionele ontwikkeling, organisatorische ontwikkeling (structuren en procedures), operationele steun alsmede interinstitutionele communicatie- en samenwerkingsprocedures omvatten.

(3)  Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, hebben de termen „goederen” en „producten” dezelfde betekenis.

(4)  Een belasting die aan het bepaalde in de eerste zin van dit lid voldoet, zou alleen worden geacht onverenigbaar te zijn met het bepaalde in de tweede zin wanneer er sprake is van concurrentie tussen enerzijds het belaste product en anderzijds een rechtstreeks daarmee concurrerend of verwisselbaar product dat niet aan dezelfde belasting is onderworpen.

(5)  De in dit punt bedoelde uitzondering geldt voor elke grondstoffenovereenkomst die beantwoordt aan de beginselen die door de Economische en Sociale Raad bij resolutie 30 (IV) van 28 maart 1947 zijn goedgekeurd.

(6)  De partijen bij het aangehechte protocol betreffende geografische aanduidingen en handel in wijn en gedistilleerde dranken geven uitvoering aan de daarin opgenomen verbintenissen.


LIJST VAN BIJLAGEN EN PROTOCOLLEN

BIJLAGE I:

Douanerechten van de EU op producten van oorsprong uit de SADC-EPO-staten

BIJLAGE II:

Douanerechten van de SACU op producten van oorsprong uit de EU

BIJLAGE III:

Douanerechten van Mozambique op producten van oorsprong uit de EU

BIJLAGE IV:

Landbouwvrijwaringsmaatregelen

BIJLAGE V:

Transitoire vrijwaringsmaatregelen van BLNS-staten

BIJLAGE VI:

Prioritaire producten en sectoren in het kader van SPS

PROTOCOL 1:

Betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking

PROTOCOL 2:

Wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden

PROTOCOL 3:

Geografische aanduidingen en handel in wijn en gedistilleerde dranken

PROTOCOL 4:

Betreffende de verhouding tussen de TDC-overeenkomst en deze overeenkomst

SLOTAKTE

 


BIJLAGE I

DOUANERECHTEN VAN DE EU OP PRODUCTEN VAN OORSPRONG UIT DE SADC-EPO-STATEN

DEEL I

Algemene aantekeningen

1.

Wanneer een afbouwcategorie met een letter wordt aangeduid, is de concessie of het gedeelte van de concessie als beschreven in deze BIJLAGE met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst in de zin van artikel 113, lid 2, of de datum van de voorlopige toepassing van deze overeenkomst in de zin van artikel 113, lid 4, indien deze datum eerder valt, van toepassing op goederen van oorsprong uit een SADC-EPO-staat die voor inklaring worden aangeboden in de EU.

2.

Wanneer een afbouwcategorie niet enkel met een letter, maar ook met een sterretje („*”) wordt aangeduid, is de concessie of het gedeelte van de concessie als beschreven in deze BIJLAGE met ingang van de datum waarop aan beide voorwaarden van artikel 113, leden 5 en 6, is voldaan, van toepassing op goederen van oorsprong uit een SADC-EPO-staat die voor inklaring worden aangeboden in de EU.

3.

Wanneer in de kolom „Afbouwcategorie voor Zuid-Afrika” van de lijst in DEEL II geen met een letter aangeduide afbouwcategorie, maar een douanerecht wordt vermeld, is dat recht als beschreven in deze BIJLAGE van toepassing met ingang van de in punt 1 bedoelde datum.

4.

Algemene verwijzingen naar een goederencategorie tussen vierkante haakjes in de afdelingen A en B zijn slechts ter indicatie. DEEL II van de lijst bevat de productomschrijving van elke afbouwcategorie.

5.

Naast de eisen van artikel 23, lid 5, stelt de EU het ministerie van Handel en Industrie van Zuid-Afrika op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst in kennis van haar lijst met rechten die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika en als de afbouwcategorieën „B*” en „C*” worden aangeduid. Na de in dit punt bedoelde kennisgeving publiceert de EU binnen één maand na de kennisgeving die lijst volgens haar eigen interne procedures. Het Handels- en ontwikkelingscomité stelt op zijn eerste bijeenkomst na de kennisgeving en publicatie de door de EU meegedeelde lijst vast.

AFDELING A

Afschaffing van douanerechten

6.

Tenzij anderszins is bepaald in de in DEEL II van deze BIJLAGE opgenomen EU-lijst, geschiedt de afschaffing van de douanerechten door de EU uit hoofde van artikel 24 overeenkomstig de volgende afbouwcategorieën:

a)

de douanerechten op goederen van oorsprong die in de EU-lijst als afbouwcategorie „A” worden aangeduid, worden afgeschaft op de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum;

b)

de douanerechten op goederen van oorsprong die in de EU-lijst als afbouwcategorie „A*” worden aangeduid, worden afgeschaft op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum;

c)

[vis] de douanerechten op goederen van oorsprong die in de EU-lijst als afbouwcategorie „B*” worden aangeduid, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig de volgende bepalingen:

i)

op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verlaagd tot 83 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika;

ii)

op 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 67 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika;

iii)

een jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 50 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika;

iv)

twee (2) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 33 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika;

v)

drie (3) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 17 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika; en

vi)

vier (4) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden de resterende douanerechten afgeschaft.

d)

[vis] de douanerechten op goederen van oorsprong die in de EU-lijst als afbouwcategorie „C*” worden aangeduid, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig de volgende bepalingen:

i)

op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verlaagd tot 90 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika;

ii)

op 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 80 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika;

iii)

een jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 70 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika;

iv)

twee (2) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 60 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika;

v)

drie (3) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 50 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika;

vi)

vier (4) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 40 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika;

vii)

vijf (5) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 30 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika;

viii)

zes (6) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 20 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika;

ix)

zeven (7) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 10 procent van de douanerechten van de EU die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze overeenkomst van toepassing zijn op goederen van oorsprong uit Zuid-Afrika; en

x)

acht (8) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden de resterende douanerechten afgeschaft.

e)

[sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen)] de douanerechten op goederen van oorsprong die in de EU-lijst als afbouwcategorie „D*” worden aangeduid, zijn vanaf de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum uitgesloten van de verbintenissen tot tariefverlaging, behalve:

van 1 juni tot en met 15 oktober: in deze periode worden geen rechten toegepast; en

van 16 oktober tot en met 30 november: met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum zullen de in deze periode toegepaste douanerechten geleidelijk worden afgeschaft overeenkomstig de volgende bepalingen:

i)

op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verlaagd tot 91 procent van het basisrecht;

ii)

op 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 82 procent van het basisrecht;

iii)

een jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 73 procent van het basisrecht;

iv)

twee (2) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 64 procent van het basisrecht;

v)

drie (3) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 55 procent van het basisrecht;

vi)

vier (4) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 45 procent van het basisrecht;

vii)

vijf (5) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 36 procent van het basisrecht;

viii)

zes (6) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 27 procent van het basisrecht;

ix)

zeven (7) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 18 procent van het basisrecht;

x)

acht (8) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 9 procent van het basisrecht; en

xi)

negen (9) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden de resterende douanerechten afgeschaft.

7.

De douanerechten op goederen van oorsprong die in de EU-lijst onder posten in afbouwcategorie „X” vallen, zijn uitgesloten van de verbintenissen tot tariefverlaging.

AFDELING B

Tariefcontingenten voor specifieke goederen

8.

De tariefcontingenten die de EU in het kader van deze overeenkomst heeft toegekend, worden beheerd op basis van het beginsel „wie het eerst komt, het eerst maalt”.

9.

De tariefcontingenten die in het kader van de TDC-overeenkomst werden toegepast voor de invoer in de EU van producten van oorsprong uit Zuid-Afrika en die in het kader van deze overeenkomst onder dezelfde voorwaarden worden toegekend, zijn van toepassing met ingang van de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum. Indien de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum na 1 januari en voor 31 december van hetzelfde kalenderjaar valt, wordt de hoeveelheid van het product die vanaf 1 januari van het jaar van de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum tot en met die datum binnen de tariefcontingenten in de EU werd ingevoerd in het kader van de TDC-overeenkomst afgetrokken van de hoeveelheid van het product die binnen de in deze overeenkomst vastgestelde tariefcontingenten in de EU mag worden ingevoerd.

10.

Wanneer meer wordt ingevoerd dan de in deze afdeling vermelde hoeveelheden, worden de douanerechten op de goederen die meer worden ingevoerd, behandeld volgens afbouwcategorie „X” als beschreven in punt 7 van afdeling A, ook al zijn deze goederen in de lijst van de EU niet aldus aangeduid.

11.

Onverminderd artikel 116 evalueren de partijen, wanneer een van de partijen daarom verzoekt, het beheer van de tariefcontingenten, met inbegrip van de vraag of het beheer voldoende doeltreffend is om de benutting van de tariefcontingenten te waarborgen. In het kader van deze evaluatie kunnen de partijen aanbevelingen doen om het beheer van de tariefcontingenten bij te sturen.

12.

De volgende afbouwcategorieën zijn van toepassing op de ingevolge artikel 24, lid 2, door de EU toegekende tariefcontingenten:

a)

[mageremelkpoeder] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „E*” die met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar rechtenvrij mag worden ingevoerd, bedraagt:

Hoeveelheid

(in ton)

500

Indien de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum na 1 januari en voor 31 december van hetzelfde kalenderjaar valt, wordt het tariefcontingent voor het resterende deel van dat kalenderjaar verlaagd in verhouding tot het resterende aantal dagen van dat kalenderjaar.

b)

[boter] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „F*” die met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar rechtenvrij mag worden ingevoerd, bedraagt:

Hoeveelheid

(in ton)

500

Indien de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum na 1 januari en voor 31 december van hetzelfde kalenderjaar valt, wordt het tariefcontingent voor het resterende deel van dat kalenderjaar verlaagd in verhouding tot het resterende aantal dagen van dat kalenderjaar.

c)

[bloemen: rozen, orchideeën en chrysanten] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „G*” die met ingang van de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum tot en met de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar voor een douanerecht van 50 procent van het toegepaste meestbegunstigingsrecht mag worden ingevoerd, bedraagt:

Jaar

Hoeveelheid

(in ton)

2015

725

2016

740

2017

755

2018

770

2019

785

2020

800

Na 2020 wordt het tariefcontingent met 15 ton per jaar verhoogd.

Het tariefcontingent van elk kalenderjaar geldt van 1 juni tot en met 31 oktober voor orchideeën (GN 0603 13 00) en van 1 november tot en met 31 mei voor rozen (GN 0603 11 00) en chrysanten (0603 14 00).

Van 1 november tot en met 31 mei worden de douanerechten op orchideeën (GN 0603 13 00) bovendien afgeschaft en mogen deze goederen elk kalenderjaar rechtenvrij worden ingevoerd.

Met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden de douanerechten op en tariefcontingenten voor goederen van oorsprong in deze afbouwcategorie afgeschaft.

d)

[bloemen: lelies en „andere”] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „H*” die met ingang van de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum tot en met de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar vanaf 1 juni tot en met 31 oktober voor een douanerecht van 50 procent van het toegepaste meestbegunstigingsrecht mag worden ingevoerd, bedraagt:

Jaar

Hoeveelheid

(in ton)

2015

870

2016

888

2017

906

2018

924

2019

942

2020

960

Na 2020 wordt het tariefcontingent met 18 ton per jaar verhoogd.

Van 1 november tot en met 31 mei worden de douanerechten op goederen van oorsprong bovendien afgeschaft en mogen deze goederen elk kalenderjaar gedurende deze periode rechtenvrij worden ingevoerd.

Met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden de douanerechten op en tariefcontingenten voor goederen van oorsprong in deze afbouwcategorie afgeschaft.

e)

[bloemen: niet vers] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „I*” die met ingang van de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum tot en met de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar voor een douanerecht van 25 procent van het toegepaste meestbegunstigingsrecht mag worden ingevoerd, bedraagt:

Jaar

Hoeveelheid

(in ton)

2015

725

2016

740

2017

755

2018

770

2019

785

2020

800

Na 2020 wordt het tariefcontingent met 15 ton per jaar verhoogd.

Met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden de douanerechten op en tariefcontingenten voor goederen van oorsprong in deze afbouwcategorie afgeschaft.

f)

[aardbeien] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „J*” die met ingang van de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar rechtenvrij mag worden ingevoerd, bedraagt:

Jaar

Hoeveelheid

(in ton)

2015

370,0

2016

377,5

2017

385,0

2018

392,5

2019

400,0

2020

407,5

Na 2020 wordt het tariefcontingent met 7,5 ton per jaar verhoogd.

g)

[suiker] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „K*” die met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar rechtenvrij mag worden ingevoerd, bedraagt:

Hoeveelheid geraffineerde suiker of rietsuiker bestemd om te worden geraffineerd

(in ton)

 

Hoeveelheid rietsuiker bestemd om te worden geraffineerd

(in ton)

50 000

 

100 000

Indien de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum na 1 januari en voor 31 december van hetzelfde kalenderjaar valt, worden de tariefcontingenten voor het resterende deel van dat kalenderjaar verlaagd in verhouding tot het resterende aantal dagen van dat kalenderjaar.

h)

[wit kristallijn poeder] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „L*” die met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar rechtenvrij mag worden ingevoerd, bedraagt:

Hoeveelheid

(in ton)

500

Indien de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum na 1 januari en voor 31 december van hetzelfde kalenderjaar valt, wordt het tariefcontingent voor het resterende deel van dat kalenderjaar verlaagd in verhouding tot het resterende aantal dagen van dat kalenderjaar.

i)

[citrusjam] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „M*” die met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar voor een douanerecht van 50 procent van het toegepaste meestbegunstigingsrecht mag worden ingevoerd, bedraagt:

Hoeveelheid

(in ton)

100

Indien de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum na 1 januari en voor 31 december van hetzelfde kalenderjaar valt, wordt het tariefcontingent voor het resterende deel van dat kalenderjaar verlaagd in verhouding tot het resterende aantal dagen van dat kalenderjaar.

j)

[vruchten in blik, met uitzondering van tropische vruchten in blik] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „N*” die met ingang van de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum tot en met de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar voor een douanerecht van 50 procent van het toegepaste meestbegunstigingsrecht mag worden ingevoerd, bedraagt:

Jaar

Hoeveelheid peren, abrikozen en perziken

(in ton)

Hoeveelheid mengsels van niet-tropische vruchten

(in ton)

2015

59 630,25

26 552,20

2016

60 866,00

27 102,40

2017

62 102,75

27 652,60

2018

63 339,50

28 202,80

2019

64 576,25

28 753,00

2020

65 813,00

29 303,20

Na 2020 wordt het tariefcontingent voor peren, abrikozen en perziken met 1 236,75 ton per jaar verhoogd en dat voor mengsels van niet-tropische vruchten met 550,20 ton.

Met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum:

bedraagt de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van deze afbouwcategorie die elk kalenderjaar mag worden ingevoerd:

Hoeveelheid

(in ton)

57 156

worden de douanerechten geleidelijk afgeschaft overeenkomstig de volgende bepalingen:

i)

op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verlaagd tot 45 procent van het meestbegunstigingsrecht;

ii)

op 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 41 procent van het meestbegunstigingsrecht;

iii)

een jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 36 procent van het meestbegunstigingsrecht;

iv)

twee (2) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 32 procent van het meestbegunstigingsrecht;

v)

drie (3) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 27 procent van het meestbegunstigingsrecht;

vi)

vier (4) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 23 procent van het meestbegunstigingsrecht;

vii)

vijf (5) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 18 procent van het meestbegunstigingsrecht;

viii)

zes (6) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 14 procent van het meestbegunstigingsrecht;

ix)

zeven (7) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 9 procent van het meestbegunstigingsrecht;

x)

acht (8) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden alle douanerechten verder verlaagd tot 5 procent van het meestbegunstigingsrecht; en

xi)

negen (9) jaar na 1 januari volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden de resterende douanerechten afgeschaft.

Indien de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum na 1 januari en voor 31 december van hetzelfde kalenderjaar valt, bedraagt het tariefcontingent voor het resterende deel van dat jaar 57 156 ton verminderd met de hoeveelheid die in het kader van de tariefcontingenten van de TDC-overeenkomst is ingevoerd en de hoeveelheid die vanaf 1 januari van dat kalenderjaar tot en met de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum in het kader van deze overeenkomst is ingevoerd.

k)

[tropische vruchten in blik] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „O*” die met ingang van de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar voor een douanerecht van 50 procent van het toegepaste meestbegunstigingsrecht mag worden ingevoerd, bedraagt:

Jaar

Hoeveelheid

(in ton)

2015

2 900

2016

2 960

2017

3 020

2018

3 080

2019

3 140

2020

3 200

Na 2020 wordt het tariefcontingent met 60 ton per jaar verhoogd.

Met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden de douanerechten voor goederen in deze afbouwcategorie die onder GN-code 2007 99 50 van de EU vallen, afgeschaft, is de invoer van deze goederen niet meer aan de voorwaarden van het tariefcontingent onderworpen en wordt niet meer berekend vanaf wanneer het volledige contingent is bereikt.

l)

[bevroren sinaasappelsap] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „P*” die met ingang van de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar voor een douanerecht van 50 procent van het toegepaste meestbegunstigingsrecht mag worden ingevoerd, bedraagt:

Jaar

Hoeveelheid

(in ton)

2015

1 015

2016

1 036

2017

1 057

2018

1 078

2019

1 099

2020

1 120

Na 2020 wordt het tariefcontingent met 21 ton per jaar verhoogd.

Met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum worden de douanerechten op de binnen dit tariefcontingent ingevoerde goederen van oorsprong afgeschaft.

m)

[appelsap en ananassap] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „Q*” die met ingang van de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum tot en met de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar voor een douanerecht van 50 procent van het toegepaste meestbegunstigingsrecht mag worden ingevoerd, bedraagt:

Jaar

Hoeveelheid

(in ton)

2015

7 250

2016

7 400

2017

7 550

2018

7 700

2019

7 850

2020

8 000

Na 2020 wordt het tariefcontingent met 150 ton per jaar verhoogd.

Met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum:

worden de douanerechten op en de tariefcontingenten voor de goederen in deze afbouwcategorie die onder GN-code 2009 41 92 (met uitzondering van goederen met een waarde van niet meer dan 30 EUR per 100 kg nettogewicht) en GN-code 2009 49 30 van de EU vallen, afgeschaft; en

bedraagt voor de resterende goederen in deze afbouwcategorie de totale hoeveelheid die ieder kalenderjaar voor een douanerecht van 50 procent van het toegepaste meestbegunstigingsrecht mag worden ingevoerd 47 procent van de in de bovenstaande tabel opgenomen totale hoeveelheid voor het jaar van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum.

Indien de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum na 1 januari en voor 31 december van hetzelfde kalenderjaar valt, bedraagt het tariefcontingent voor het resterende deel van dat jaar 47 procent van de in de bovenstaande tabel opgenomen totale hoeveelheid voor het jaar van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum, verminderd met de hoeveelheid van die resterende goederen die in het kader van de tariefcontingenten van de TDC-overeenkomst en van deze overeenkomst is ingevoerd vanaf 1 januari van dat kalenderjaar tot en met de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum.

Elk daaropvolgend kalenderjaar wordt de omvang van het tariefcontingent met 70,5 ton verhoogd, behalve voor de periode van tien (10) kalenderjaren vanaf het kalenderjaar volgend op de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum; gedurende die periode wordt de omvang van het contingent jaarlijks met nog eens 46,5 ton verhoogd, wat resulteert in een jaarlijkse verhoging met 117,0 ton.

n)

[levende gist] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „R*” die met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar rechtenvrij mag worden ingevoerd, bedraagt:

Hoeveelheid

(in ton)

350

Indien de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum na 1 januari en voor 31 december van hetzelfde kalenderjaar valt, wordt het tariefcontingent voor het resterende deel van dat kalenderjaar verlaagd in verhouding tot het resterende aantal dagen van dat kalenderjaar.

o)

[wijn]

1.   Geliberaliseerde wijnen

De douanerechten op goederen van oorsprong onder de posten in de afbouwcategorieën „S” en „S*”:

i)

met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 18 % vol; of

ii)

met een effectief alcoholvolumegehalte van niet meer dan 13 % vol, andere dan witte wijn en in verpakkingen van meer dan 2 liter,

worden afgeschaft en deze goederen mogen vanaf de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum rechtenvrij worden ingevoerd.

2.   De tariefcontingenten van de TDC-overeenkomst

De totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „S”, andere dan geliberaliseerde wijnen, met een effectief alcoholvolumegehalte van niet meer dan 15 % vol die met ingang van de in punt 1 van deze BIJLAGE bedoelde datum tot en met de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar rechtenvrij mag worden ingevoerd, bedraagt:

Jaar

Hoeveelheid

(liter)

2015

49 067 000

2016

50 126 000

2017

51 185 000

2018

52 244 000

2019

53 303 000

2020

54 362 000

Na 2020 wordt het tariefcontingent met 1 059 000 liter per jaar verhoogd.

3.   Het na de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum toepasselijke tariefcontingent

De totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van de afbouwcategorieën „S” en „S*”, andere dan geliberaliseerde wijnen, die met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar rechtenvrij mag worden ingevoerd, bedraagt:

Jaar

Wijncontingent A:

Hoeveelheid wijn in verpakkingen van niet meer dan 2 liter

(liter)

Wijncontingent B:

Hoeveelheid wijn in verpakkingen van eender welke inhoud

(liter)

1

77 000 000

33 000 000

2

77 741 300

33 317 700

3

78 482 600

33 635 400

4

79 223 900

33 953 100

5

79 965 200

34 270 800

Elk daaropvolgend kalenderjaar wordt het tariefcontingent voor producten in wijncontingent A jaarlijks met 741 300 liter verhoogd en dat en voor producten in wijncontingent B jaarlijks met 317 700 liter.

Vanaf 1 september van elk jaar mogen producten in verpakkingen van eender welke inhoud binnen wijncontingent A worden ingevoerd voor het resterende deel van dat kalenderjaar.

Indien de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum na 1 januari en voor 31 december van hetzelfde kalenderjaar valt, is de gezamenlijke hoeveelheid van wijncontingent A en wijncontingent B voor het resterende deel van dat jaar de som van:

a)

de hoeveelheid van het tariefcontingent van de TDC-overeenkomst in dat kalenderjaar, verminderd met de hoeveelheid die vóór de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum binnen dat tariefcontingent is ingevoerd; en

b)

110 miljoen liter verminderd met de hoeveelheid van het tariefcontingent van de TDC-overeenkomst in dat kalenderjaar, waarbij het hieruit voortvloeiende verschil pro rata wordt verlaagd op basis van het aantal resterende dagen in dat kalenderjaar.

Indien de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum voor 31 augustus van dat kalenderjaar valt, wordt de gezamenlijke hoeveelheid van de bovengenoemde tariefcontingenten tot en met 31 augustus van dat jaar over wijncontingent A en wijncontingent B verdeeld volgens hetzelfde percentage als aangegeven in de bovenstaande tabel voor jaar 1 (70:30). Vanaf 1 september van dat jaar mogen producten in verpakkingen van eender welke inhoud voor het resterende deel van dat jaar binnen wijncontingent A worden ingevoerd.

Onverminderd punt 11 van deze BIJLAGE kunnen zowel de aan wijncontingent A en B toegewezen hoeveelheden als de datum vanaf wanneer verpakkingen van eender welke inhoud binnen wijncontingent A mogen worden ingevoerd, worden herzien.

p)

[ethanol] de totale hoeveelheid van de goederen van oorsprong van afbouwcategorie „T*” die met ingang van de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum ieder kalenderjaar rechtenvrij mag worden ingevoerd, bedraagt:

Hoeveelheid

(in ton)

80 000

Indien de in punt 2 van deze BIJLAGE bedoelde datum na 1 januari en voor 31 december van hetzelfde kalenderjaar valt, wordt het tariefcontingent voor het resterende deel van dat kalenderjaar verlaagd in verhouding tot het resterende aantal dagen van dat kalenderjaar.

DEEL II

Tarieflijst van de EU

Verband met de gecombineerde nomenclatuur (GN) van de Europese Gemeenschap

De bepalingen in deze lijst worden in het algemeen uitgedrukt overeenkomstig de GN; voor de interpretatie ervan gelden, evenals voor de producten die onder de onderverdelingen van deze lijst vallen, de algemene aantekeningen op de GN en de aantekeningen op de afdelingen en hoofdstukken van de GN. Voor zover de bepalingen van deze lijst identiek zijn aan de overeenkomstige bepalingen van de GN, hebben zij dezelfde betekenis als die overeenkomstige bepalingen van de GN.

BIJLAGE I: Douanerechten van de EU op producten van oorsprong uit de SADC-EPO-staten

GN 2014

Omschrijving

Sector

Rechten (ter indicatie)

Afbouwcategorie voor Zuid-Afrika

Afbouwcategorie voor BLMNS

Opmerking

I

AFDELING I — LEVENDE DIEREN EN PRODUCTEN VAN HET DIERENRIJK

 

 

 

 

 

01

HOOFDSTUK 1 — LEVENDE DIEREN

 

 

 

 

 

0101

Levende paarden, ezels, muildieren en muilezels

 

 

 

 

 

 

paarden

 

 

 

 

 

0101 21 00

– –

fokdieren van zuiver ras

Landbouw

Vrij

A

A

 

0101 29

– –

andere

 

 

 

 

 

0101 29 10

– – –

slachtpaarden

Landbouw

Vrij

A

A

 

0101 29 90

– – –

andere

Landbouw

11,5 %

A

A

 

0101 30 00

ezels

Landbouw

7,7 %

A

A

 

0101 90 00

andere

Landbouw

10,9 %

A

A

 

0102

Levende runderen

 

 

 

 

 

 

rundvee

 

 

 

 

 

0102 21

– –

fokdieren van zuiver ras

 

 

 

 

 

0102 21 10

– – –

vaarzen (vrouwelijke runderen die nog niet gekalfd hebben)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0102 21 30

– – –

koeien

Landbouw

Vrij

A

A

 

0102 21 90

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0102 29

– –

andere

 

 

 

 

 

0102 29 05

– – –

van het ondergeslacht „Bibos” of van het ondergeslacht „Poephagus

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0102 29 10

– – – –

met een gewicht van niet meer dan 80 kg

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

 

– – – –

met een gewicht van meer dan 80 kg doch niet meer dan 160 kg

 

 

 

 

 

0102 29 21

– – – – –

slachtdieren

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

0102 29 29

– – – – –

andere

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

 

– – – –

met een gewicht van meer dan 160 kg doch niet meer dan 300 kg

 

 

 

 

 

0102 29 41

– – – – –

slachtdieren

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

0102 29 49

– – – – –

andere

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

 

– – – –

met een gewicht van meer dan 300 kg

 

 

 

 

 

 

– – – – –

vaarzen (vrouwelijke runderen die nog niet gekalfd hebben)

 

 

 

 

 

0102 29 51

– – – – – –

slachtvaarzen

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

0102 29 59

– – – – – –

andere

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

 

– – – – –

koeien

 

 

 

 

 

0102 29 61

– – – – – –

slachtkoeien

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

0102 29 69

– – – – – –

andere

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

 

– – – – –

andere

 

 

 

 

 

0102 29 91

– – – – – –

slachtdieren

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

0102 29 99

– – – – – –

andere

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

 

buffels

 

 

 

 

 

0102 31 00

– –

fokdieren van zuiver ras

Landbouw

Vrij

A

A

 

0102 39

– –

andere

 

 

 

 

 

0102 39 10

– – –

huisdieren

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

0102 39 90

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0102 90

andere

 

 

 

 

 

0102 90 20

– –

fokdieren van zuiver ras

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

0102 90 91

– – –

huisdieren

Landbouw

10,2 % + 93,1 EUR/100 kg

X

A

Voor de toepassing van artikel 4, lid 15, onder c), van Protocol 1 bij deze overeenkomst worden met betrekking tot de afbouwcategorie voor BLMNS producten van oorsprong uit Zuid-Afrika geacht rechtstreeks en vrij van rechten en contingenten in de EU te zijn ingevoerd.

0102 90 99

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0103

Levende varkens

 

 

 

 

 

0103 10 00

fokdieren van zuiver ras

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

0103 91

– –

met een gewicht van minder dan 50 kg

 

 

 

 

 

0103 91 10

– – –

huisdieren

Landbouw

41,2 EUR/100 kg

A

A

 

0103 91 90

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0103 92

– –

met een gewicht van 50 kg of meer

 

 

 

 

 

 

– – –

huisdieren

 

 

 

 

 

0103 92 11

– – – –

zeugen die ten minste eenmaal gebigd hebben, met een gewicht van 160 kg of meer

Landbouw

35,1 EUR/100 kg

A

A

 

0103 92 19

– – – –

andere

Landbouw

41,2 EUR/100 kg

A

A

 

0103 92 90

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0104

Levende schapen en geiten

 

 

 

 

 

0104 10

schapen

 

 

 

 

 

0104 10 10

– –

fokdieren van zuiver ras

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

0104 10 30

– – –

lammeren (tot de leeftijd van een jaar)

Landbouw

80,5 EUR/100 kg

A

A

 

0104 10 80

– – –

andere

Landbouw

80,5 EUR/100 kg

A

A

 

0104 20

geiten

 

 

 

 

 

0104 20 10

– –

fokdieren van zuiver ras

Landbouw

3,2 %

A

A

 

0104 20 90

– –

andere

Landbouw

80,5 EUR/100 kg

A

A

 

0105

Levend pluimvee (hanen, kippen, eenden, ganzen, kalkoenen en parelhoenders)

 

 

 

 

 

 

met een gewicht van niet meer dan 185 g

 

 

 

 

 

0105 11

– –

hanen en kippen

 

 

 

 

 

 

– – –

vrouwelijke selectie- en vermeerderingskuikens

 

 

 

 

 

0105 11 11

– – – –

legrassen

Landbouw

52 EUR/1 000  p/st

A

A

 

0105 11 19

– – – –

andere

Landbouw

52 EUR/1 000  p/st

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0105 11 91

– – – –

legrassen

Landbouw

52 EUR/1 000  p/st

A

A

 

0105 11 99

– – – –

andere

Landbouw

52 EUR/1 000  p/st

A

A

 

0105 12 00

– –

kalkoenen

Landbouw

152 EUR/1 000  p/st

A

A

 

0105 13 00

– –

eenden

Landbouw

52 EUR/1 000  p/st

A

A

 

0105 14 00

– –

ganzen

Landbouw

152 EUR/1 000 p/st

A

A

 

0105 15 00

– –

parelhoenders

Landbouw

52 EUR/1 000 p/st

A

A

 

 

ander

 

 

 

 

 

0105 94 00

– –

hanen en kippen

Landbouw

20,9 EUR/100 kg

A

A

 

0105 99

– –

ander

 

 

 

 

 

0105 99 10

– – –

eenden

Landbouw

32,3 EUR/100 kg

A

A

 

0105 99 20

– – –

ganzen

Landbouw

31,6 EUR/100 kg

A

A

 

0105 99 30

– – –

kalkoenen

Landbouw

23,8 EUR/100 kg

A

A

 

0105 99 50

– – –

parelhoenders

Landbouw

34,5 EUR/100 kg

A

A

 

0106

Andere levende dieren

 

 

 

 

 

 

zoogdieren

 

 

 

 

 

0106 11 00

– –

primaten

Landbouw

Vrij

A

A

 

0106 12 00

– –

walvissen, dolfijnen en bruinvissen (zoogdieren van de orde „Cetacea”); lamantijnen en doejongs (zoogdieren van de orde „Sirenia”); zeehonden, zeeleeuwen en walrussen (zoogdieren van de suborde „Pinnipedia”)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0106 13 00

– –

kamelen en andere kameelachtigen (Camelidae)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0106 14

– –

konijnen en hazen

 

 

 

 

 

0106 14 10

– – –

tamme konijnen

Landbouw

3,8 %

A

A

 

0106 14 90

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0106 19 00

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0106 20 00

reptielen (slangen en zeeschildpadden daaronder begrepen)

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

vogels

 

 

 

 

 

0106 31 00

– –

roofvogels

Landbouw

Vrij

A

A

 

0106 32 00

– –

Psittaciformes (papegaaiachtigen) (papegaaien, parkieten, ara's en kaketoes daaronder begrepen)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0106 33 00

– –

struisvogels; emoes (Dromaius novaehollandiae)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0106 39

– –

andere

 

 

 

 

 

0106 39 10

– – –

duiven

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0106 39 80

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

insecten

 

 

 

 

 

0106 41 00

– –

bijen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0106 49 00

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0106 90 00

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

02

HOODSTUK 2 — VLEES EN EETBARE SLACHTAFVALLEN

 

 

 

 

 

0201

Vlees van runderen, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0201 10 00

hele en halve dieren

Landbouw

12,8 % + 176,8 EUR/100 kg

X

A

 

0201 20

andere delen, met been

 

 

 

 

 

0201 20 20

– –

„compensated quarters”

Landbouw

12,8 % + 176,8 EUR/100 kg

X

A

 

0201 20 30

– –

voorvoeten en voorspannen

Landbouw

12,8 % + 141,4 EUR/100 kg

X

A

 

0201 20 50

– –

achtervoeten en achterspannen

Landbouw

12,8 % + 212,2 EUR/100 kg

X

A

 

0201 20 90

– –

andere

Landbouw

12,8 % + 265,2 EUR/100 kg

X

A

 

0201 30 00

zonder been

Landbouw

12,8 % + 303,4 EUR/100 kg

X

A

 

0202

Vlees van runderen, bevroren

 

 

 

 

 

0202 10 00

hele en halve dieren

Landbouw

12,8 % + 176,8 EUR/100 kg

X

A

 

0202 20

andere delen, met been

 

 

 

 

 

0202 20 10

– –

„compensated quarters”

Landbouw

12,8 % + 176,8 EUR/100 kg

X

A

 

0202 20 30

– –

voorvoeten en voorspannen

Landbouw

12,8 % + 141,4 EUR/100 kg

X

A

 

0202 20 50

– –

achtervoeten en achterspannen

Landbouw

12,8 % + 221,1 EUR/100 kg

X

A

 

0202 20 90

– –

andere

Landbouw

12,8 % + 265,3 EUR/100 kg

X

A

 

0202 30

zonder been

 

 

 

 

 

0202 30 10

– –

voorvoeten, geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen, waarbij iedere voorvoet in één enkel vriesblok wordt aangeboden; zogenaamde „compensated quarters” aangeboden in twee vriesblokken, waarvan het ene blok de voorvoet in zijn geheel of verdeeld in ten hoogste vijf delen omvat, en het andere de achtervoet, zonder de filet, in één enkel deel

Landbouw

12,8 % + 221,1 EUR/100 kg

X

A

 

0202 30 50

– –

als „crops”, „chucks and blades” en „briskets” aangeduide delen

Landbouw

12,8 % + 221,1 EUR/100 kg

X

A

 

0202 30 90

– –

ander

Landbouw

12,8 % + 304,1 EUR/100 kg

X

A

 

0203

Vlees van varkens, vers, gekoeld of bevroren

 

 

 

 

 

 

vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0203 11

– –

hele en halve dieren

 

 

 

 

 

0203 11 10

– – –

huisdieren

Landbouw

53,6 EUR/100 kg

A

A

 

0203 11 90

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0203 12

– –

hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been

 

 

 

 

 

 

– – –

van huisdieren

 

 

 

 

 

0203 12 11

– – – –

hammen en delen daarvan

Landbouw

77,8 EUR/100 kg

A

A

 

0203 12 19

– – – –

schouders en delen daarvan

Landbouw

60,1 EUR/100 kg

A

A

 

0203 12 90

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0203 19

– –

ander

 

 

 

 

 

 

– – –

van huisdieren

 

 

 

 

 

0203 19 11

– – – –

voorstukken en delen daarvan

Landbouw

60,1 EUR/100 kg

A

A

 

0203 19 13

– – – –

karbonadestrengen en delen daarvan

Landbouw

86,9 EUR/100 kg

A

A

 

0203 19 15

– – – –

buiken (buikspek) en delen daarvan

Landbouw

46,7 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

ander

 

 

 

 

 

0203 19 55

– – – – –

zonder been

Landbouw

86,9 EUR/100 kg

A

A

 

0203 19 59

– – – – –

ander

Landbouw

86,9 EUR/100 kg

A

A

 

0203 19 90

– – –

ander

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

bevroren

 

 

 

 

 

0203 21

– –

hele en halve dieren

 

 

 

 

 

0203 21 10

– – –

huisdieren

Landbouw

53,6 EUR/100 kg

A

A

 

0203 21 90

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0203 22

– –

hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been

 

 

 

 

 

 

– – –

van huisdieren

 

 

 

 

 

0203 22 11

– – – –

hammen en delen daarvan

Landbouw

77,8 EUR/100 kg

A

A

 

0203 22 19

– – – –

schouders en delen daarvan

Landbouw

60,1 EUR/100 kg

A

A

 

0203 22 90

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0203 29

– –

ander

 

 

 

 

 

 

– – –

van huisdieren

 

 

 

 

 

0203 29 11

– – – –

voorstukken en delen daarvan

Landbouw

60,1 EUR/100 kg

A

A

 

0203 29 13

– – – –

karbonadestrengen en delen daarvan

Landbouw

86,9 EUR/100 kg

A

A

 

0203 29 15

– – – –

buiken (buikspek) en delen daarvan

Landbouw

46,7 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

ander

 

 

 

 

 

0203 29 55

– – – – –

zonder been

Landbouw

86,9 EUR/100 kg

A

A

 

0203 29 59

– – – – –

ander

Landbouw

86,9 EUR/100 kg

A

A

 

0203 29 90

– – –

ander

Landbouw

Vrij

A

A

 

0204

Vlees van schapen of van geiten, vers, gekoeld of bevroren

 

 

 

 

 

0204 10 00

hele en halve lammeren, vers of gekoeld

Landbouw

12,8 % + 171,3 EUR/100 kg

A

A

 

 

ander vlees van schapen, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0204 21 00

– –

hele en halve dieren

Landbouw

12,8 % + 171,3 EUR/100 kg

A

A

 

0204 22

– –

andere delen, met been

 

 

 

 

 

0204 22 10

– – –

voorstukken en halve voorstukken

Landbouw

12,8 % + 119,9 EUR/100 kg

A

A

 

0204 22 30

– – –

nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels

Landbouw

12,8 % + 188,5 EUR/100 kg

A

A

 

0204 22 50

– – –

achterstellen en halve achterstellen

Landbouw

12,8 % + 222,7 EUR/100 kg

A

A

 

0204 22 90

– – –

andere

Landbouw

12,8 % + 222,7 EUR/100 kg

A

A

 

0204 23 00

– –

zonder been

Landbouw

12,8 % + 311,8 EUR/100 kg

A

A

 

0204 30 00

hele en halve lammeren, bevroren

Landbouw

12,8 % + 128,8 EUR/100 kg

A

A

 

 

ander vlees van schapen, bevroren

 

 

 

 

 

0204 41 00

– –

hele en halve dieren

Landbouw

12,8 % + 128,8 EUR/100 kg

A

A

 

0204 42

– –

andere delen, met been

 

 

 

 

 

0204 42 10

– – –

voorstukken en halve voorstukken

Landbouw

12,8 % + 90,2 EUR/100 kg

A

A

 

0204 42 30

– – –

nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels

Landbouw

12,8 % + 141,7 EUR/100 kg

A

A

 

0204 42 50

– – –

achterstellen en halve achterstellen

Landbouw

12,8 % + 167,5 EUR/100 kg

A

A

 

0204 42 90

– – –

andere

Landbouw

12,8 % + 167,5 EUR/100 kg

A

A

 

0204 43

– –

zonder been

 

 

 

 

 

0204 43 10

– – –

van lammeren

Landbouw

12,8 % + 234,5 EUR/100 kg

A

A

 

0204 43 90

– – –

andere

Landbouw

12,8 % + 234,5 EUR/100 kg

A

A

 

0204 50

vlees van geiten

 

 

 

 

 

 

– –

vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0204 50 11

– – –

hele en halve dieren

Landbouw

12,8 % + 171,3 EUR/100 kg

A

A

 

0204 50 13

– – –

voorstukken en halve voorstukken

Landbouw

12,8 % + 119,9 EUR/100 kg

A

A

 

0204 50 15

– – –

nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels

Landbouw

12,8 % + 188,5 EUR/100 kg

A

A

 

0204 50 19

– – –

achterstellen en halve achterstellen

Landbouw

12,8 % + 222,7 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

ander

 

 

 

 

 

0204 50 31

– – – –

delen met been

Landbouw

12,8 % + 222,7 EUR/100 kg

A

A

 

0204 50 39

– – – –

delen zonder been

Landbouw

12,8 % + 311,8 EUR/100 kg

A

A

 

 

– –

bevroren

 

 

 

 

 

0204 50 51

– – –

hele en halve dieren

Landbouw

12,8 % + 128,8 EUR/100 kg

A

A

 

0204 50 53

– – –

voorstukken en halve voorstukken

Landbouw

12,8 % + 90,2 EUR/100 kg

A

A

 

0204 50 55

– – –

nierstukken en/of zadels en halve nierstukken en/of zadels

Landbouw

12,8 % + 141,7 EUR/100 kg

A

A

 

0204 50 59

– – –

achterstellen en halve achterstellen

Landbouw

12,8 % + 167,5 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

ander

 

 

 

 

 

0204 50 71

– – – –

delen met been

Landbouw

12,8 % + 167,5 EUR/100 kg

A

A

 

0204 50 79

– – – –

delen zonder been

Landbouw

12,8 % + 234,5 EUR/100 kg

A

A

 

0205 00

Vlees van paarden, van ezels, van muildieren of van muilezels, vers, gekoeld of bevroren

 

 

 

 

 

0205 00 20

vers of gekoeld

Landbouw

5,1 %

A

A

 

0205 00 80

bevroren

Landbouw

5,1 %

A

A

 

0206

Eetbare slachtafvallen van runderen, van varkens, van schapen, van geiten, van paarden, van ezels, van muildieren of van muilezels, vers, gekoeld of bevroren

 

 

 

 

 

0206 10

van runderen, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0206 10 10

– –

bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

0206 10 95

– – –

longhaasjes en omlopen

Landbouw

12,8 % + 303,4 EUR/100 kg

X

A

 

0206 10 98

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

van runderen, bevroren

 

 

 

 

 

0206 21 00

– –

tongen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0206 22 00

– –

levers

Landbouw

Vrij

A

A

 

0206 29

– –

andere

 

 

 

 

 

0206 29 10

– – –

bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0206 29 91

– – – –

longhaasjes en omlopen

Landbouw

12,8 % + 304,1 EUR/100 kg

X

A

 

0206 29 99

– – – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0206 30 00

van varkens, vers of gekoeld

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

van varkens, bevroren

 

 

 

 

 

0206 41 00

– –

levers

Landbouw

Vrij

A

A

 

0206 49 00

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0206 80

andere, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0206 80 10

– –

bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

0206 80 91

– – –

van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0206 80 99

– – –

van schapen en van geiten

Landbouw

Vrij

A

A

 

0206 90

andere, bevroren

 

 

 

 

 

0206 90 10

– –

bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

0206 90 91

– – –

van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0206 90 99

– – –

van schapen en van geiten

Landbouw

Vrij

A

A

 

0207

Vlees en eetbare slachtafvallen van pluimvee (bedoeld bij post 0105 ), vers, gekoeld of bevroren

 

 

 

 

 

 

van hanen of van kippen

 

 

 

 

 

0207 11

– –

niet in stukken gesneden, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0207 11 10

– – –

geplukt, ontdarmd, met kop en met poten (zogenaamde kippen 83 %)

Landbouw

26,2 EUR/100 kg

A

A

 

0207 11 30

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kippen 70 %)

Landbouw

29,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 11 90

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kippen 65 %), of in andere staat aangeboden

Landbouw

32,5 EUR/100 kg

A

A

 

0207 12

– –

niet in stukken gesneden, bevroren

 

 

 

 

 

0207 12 10

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kippen 70 %)

Landbouw

29,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 12 90

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kippen 65 %), of in andere staat aangeboden

Landbouw

32,5 EUR/100 kg

A

A

 

0207 13

– –

delen en slachtafvallen, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

 

– – –

delen

 

 

 

 

 

0207 13 10

– – – –

zonder been

Landbouw

102,4 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

met been

 

 

 

 

 

0207 13 20

– – – – –

helften en kwarten

Landbouw

35,8 EUR/100 kg

A

A

 

0207 13 30

– – – – –

hele vleugels, ook indien zonder spits

Landbouw

26,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 13 40

– – – – –

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 13 50

– – – – –

borsten en delen daarvan

Landbouw

60,2 EUR/100 kg

A

A

 

0207 13 60

– – – – –

dijen en delen daarvan

Landbouw

46,3 EUR/100 kg

A

A

 

0207 13 70

– – – – –

andere

Landbouw

100,8 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

slachtafvallen

 

 

 

 

 

0207 13 91

– – – –

levers

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0207 13 99

– – – –

andere

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 14

– –

delen en slachtafvallen, bevroren

 

 

 

 

 

 

– – –

delen

 

 

 

 

 

0207 14 10

– – – –

zonder been

Landbouw

102,4 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

met been

 

 

 

 

 

0207 14 20

– – – – –

helften en kwarten

Landbouw

35,8 EUR/100 kg

A

A

 

0207 14 30

– – – – –

hele vleugels, ook indien zonder spits

Landbouw

26,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 14 40

– – – – –

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 14 50

– – – – –

borsten en delen daarvan

Landbouw

60,2 EUR/100 kg

A

A

 

0207 14 60

– – – – –

dijen en delen daarvan

Landbouw

46,3 EUR/100 kg

A

A

 

0207 14 70

– – – – –

andere

Landbouw

100,8 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

slachtafvallen

 

 

 

 

 

0207 14 91

– – – –

levers

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0207 14 99

– – – –

andere

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

 

van kalkoenen

 

 

 

 

 

0207 24

– –

niet in stukken gesneden, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0207 24 10

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kalkoenen 80 %)

Landbouw

34 EUR/100 kg

A

A

 

0207 24 90

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kalkoenen 73 %), of in andere staat aangeboden

Landbouw

37,3 EUR/100 kg

A

A

 

0207 25

– –

niet in stukken gesneden, bevroren

 

 

 

 

 

0207 25 10

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde kalkoenen 80 %)

Landbouw

34 EUR/100 kg

A

A

 

0207 25 90

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde kalkoenen 73 %), of in andere staat aangeboden

Landbouw

37,3 EUR/100 kg

A

A

 

0207 26

– –

delen en slachtafvallen, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

 

– – –

delen

 

 

 

 

 

0207 26 10

– – – –

zonder been

Landbouw

85,1 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

met been

 

 

 

 

 

0207 26 20

– – – – –

helften en kwarten

Landbouw

41 EUR/100 kg

A

A

 

0207 26 30

– – – – –

hele vleugels, ook indien zonder spits

Landbouw

26,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 26 40

– – – – –

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 26 50

– – – – –

borsten en delen daarvan

Landbouw

67,9 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – – –

dijen en delen daarvan

 

 

 

 

 

0207 26 60

– – – – – –

onderdijen en delen daarvan

Landbouw

25,5 EUR/100 kg

A

A

 

0207 26 70

– – – – – –

andere

Landbouw

46 EUR/100 kg

A

A

 

0207 26 80

– – – – –

andere

Landbouw

83 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

slachtafvallen

 

 

 

 

 

0207 26 91

– – – –

levers

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0207 26 99

– – – –

andere

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 27

– –

delen en slachtafvallen, bevroren

 

 

 

 

 

 

– – –

delen

 

 

 

 

 

0207 27 10

– – – –

zonder been

Landbouw

85,1 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

met been

 

 

 

 

 

0207 27 20

– – – – –

helften en kwarten

Landbouw

41 EUR/100 kg

A

A

 

0207 27 30

– – – – –

hele vleugels, ook indien zonder spits

Landbouw

26,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 27 40

– – – – –

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 27 50

– – – – –

borsten en delen daarvan

Landbouw

67,9 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – – –

dijen en delen daarvan

 

 

 

 

 

0207 27 60

– – – – – –

onderdijen en delen daarvan

Landbouw

25,5 EUR/100 kg

A

A

 

0207 27 70

– – – – – –

andere

Landbouw

46 EUR/100 kg

A

A

 

0207 27 80

– – – – –

andere

Landbouw

83 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

slachtafvallen

 

 

 

 

 

0207 27 91

– – – –

levers

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0207 27 99

– – – –

andere

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

 

van eenden

 

 

 

 

 

0207 41

– –

niet in stukken gesneden, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0207 41 20

– – –

geplukt, uitgebloed, ontdarmd maar niet schoongemaakt, met kop en met poten (zogenaamde eenden 85 %)

Landbouw

38 EUR/100 kg

A

A

 

0207 41 30

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde eenden 70 %)

Landbouw

46,2 EUR/100 kg

A

A

 

0207 41 80

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde eenden 63 %), of in andere staat aangeboden

Landbouw

51,3 EUR/100 kg

A

A

 

0207 42

– –

niet in stukken gesneden, bevroren

 

 

 

 

 

0207 42 30

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, doch met hals, met hart, met lever en met spiermaag (zogenaamde eenden 70 %)

Landbouw

46,2 EUR/100 kg

A

A

 

0207 42 80

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop, zonder hals, zonder poten, zonder hart, zonder lever en zonder spiermaag (zogenaamde eenden 63 %), of in andere staat aangeboden

Landbouw

51,3 EUR/100 kg

A

A

 

0207 43 00

– –

vette levers (foies gras), vers of gekoeld

Landbouw

Vrij

A

A

 

0207 44

– –

andere, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

 

– – –

delen

 

 

 

 

 

0207 44 10

– – – –

zonder been

Landbouw

128,3 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

met been

 

 

 

 

 

0207 44 21

– – – – –

helften en kwarten

Landbouw

56,4 EUR/100 kg

A

A

 

0207 44 31

– – – – –

hele vleugels, ook indien zonder spits

Landbouw

26,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 44 41

– – – – –

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 44 51

– – – – –

borsten en delen daarvan

Landbouw

115,5 EUR/100 kg

A

A

 

0207 44 61

– – – – –

dijen en delen daarvan

Landbouw

46,3 EUR/100 kg

A

A

 

0207 44 71

– – – – –

zogenaamde eendenpaletots

Landbouw

66 EUR/100 kg

A

A

 

0207 44 81

– – – – –

andere

Landbouw

123,2 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

slachtafvallen

 

 

 

 

 

0207 44 91

– – – –

levers, andere dan vette levers (foies gras)

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0207 44 99

– – – –

andere

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 45

– –

andere, bevroren

 

 

 

 

 

 

– – –

delen

 

 

 

 

 

0207 45 10

– – – –

zonder been

Landbouw

128,3 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

met been

 

 

 

 

 

0207 45 21

– – – – –

helften en kwarten

Landbouw

56,4 EUR/100 kg

A

A

 

0207 45 31

– – – – –

hele vleugels, ook indien zonder spits

Landbouw

26,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 45 41

– – – – –

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 45 51

– – – – –

borsten en delen daarvan

Landbouw

115,5 EUR/100 kg

A

A

 

0207 45 61

– – – – –

dijen en delen daarvan

Landbouw

46,3 EUR/100 kg

A

A

 

0207 45 71

– – – – –

zogenaamde eendenpaletots

Landbouw

66 EUR/100 kg

A

A

 

0207 45 81

– – – – –

andere

Landbouw

123,2 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

slachtafvallen

 

 

 

 

 

 

– – – –

levers

 

 

 

 

 

0207 45 93

– – – – –

vette levers (foies gras)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0207 45 95

– – – – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0207 45 99

– – – –

andere

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

 

van ganzen

 

 

 

 

 

0207 51

– –

niet in stukken gesneden, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0207 51 10

– – –

geplukt, uitgebloed, niet ontdarmd, met kop en met poten (zogenaamde ganzen 82 %)

Landbouw

45,1 EUR/100 kg

A

A

 

0207 51 90

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, ook indien met hart en met spiermaag (zogenaamde ganzen 75 %), of in andere staat aangeboden

Landbouw

48,1 EUR/100 kg

A

A

 

0207 52

– –

niet in stukken gesneden, bevroren

 

 

 

 

 

0207 52 10

– – –

geplukt, uitgebloed, niet ontdarmd, met kop en met poten (zogenaamde ganzen 82 %)

Landbouw

45,1 EUR/100 kg

A

A

 

0207 52 90

– – –

geplukt, schoongemaakt, zonder kop en zonder poten, ook indien met hart en met spiermaag (zogenaamde ganzen 75 %), of in andere staat aangeboden

Landbouw

48,1 EUR/100 kg

A

A

 

0207 53 00

– –

vette levers (foies gras), vers of gekoeld

Landbouw

Vrij

A

A

 

0207 54

– –

andere, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

 

– – –

delen

 

 

 

 

 

0207 54 10

– – – –

zonder been

Landbouw

110,5 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

met been

 

 

 

 

 

0207 54 21

– – – – –

helften en kwarten

Landbouw

52,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 54 31

– – – – –

hele vleugels, ook indien zonder spits

Landbouw

26,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 54 41

– – – – –

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 54 51

– – – – –

borsten en delen daarvan

Landbouw

86,5 EUR/100 kg

A

A

 

0207 54 61

– – – – –

dijen en delen daarvan

Landbouw

69,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 54 71

– – – – –

zogenaamde ganzenpaletots

Landbouw

66 EUR/100 kg

A

A

 

0207 54 81

– – – – –

andere

Landbouw

123,2 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

slachtafvallen

 

 

 

 

 

0207 54 91

– – – –

levers, andere dan vette levers (foies gras)

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0207 54 99

– – – –

andere

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 55

– –

andere, bevroren

 

 

 

 

 

 

– – –

delen

 

 

 

 

 

0207 55 10

– – – –

zonder been

Landbouw

110,5 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

met been

 

 

 

 

 

0207 55 21

– – – – –

helften en kwarten

Landbouw

52,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 55 31

– – – – –

hele vleugels, ook indien zonder spits

Landbouw

26,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 55 41

– – – – –

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 55 51

– – – – –

borsten en delen daarvan

Landbouw

86,5 EUR/100 kg

A

A

 

0207 55 61

– – – – –

dijen en delen daarvan

Landbouw

69,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 55 71

– – – – –

zogenaamde ganzenpaletots

Landbouw

66 EUR/100 kg

A

A

 

0207 55 81

– – – – –

andere

Landbouw

123,2 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

slachtafvallen

 

 

 

 

 

 

– – – –

levers

 

 

 

 

 

0207 55 93

– – – – –

vette levers (foies gras)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0207 55 95

– – – – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0207 55 99

– – – –

andere

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 60

van parelhoenders

 

 

 

 

 

0207 60 05

– –

niet in stukken gesneden, vers, gekoeld of bevroren

Landbouw

49,3 EUR/100 kg

A

A

 

 

– –

andere, vers, gekoeld of bevroren

 

 

 

 

 

 

– – –

delen

 

 

 

 

 

0207 60 10

– – – –

zonder been

Landbouw

128,3 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

met been

 

 

 

 

 

0207 60 21

– – – – –

helften en kwarten

Landbouw

54,2 EUR/100 kg

A

A

 

0207 60 31

– – – – –

hele vleugels, ook indien zonder spits

Landbouw

26,9 EUR/100 kg

A

A

 

0207 60 41

– – – – –

ruggen; halzen; ruggen met halzen; staarten; vleugelspitsen

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0207 60 51

– – – – –

borsten en delen daarvan

Landbouw

115,5 EUR/100 kg

A

A

 

0207 60 61

– – – – –

dijen en delen daarvan

Landbouw

46,3 EUR/100 kg

A

A

 

0207 60 81

– – – – –

andere

Landbouw

123,2 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

slachtafvallen

 

 

 

 

 

0207 60 91

– – – –

levers

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0207 60 99

– – – –

andere

Landbouw

18,7 EUR/100 kg

A

A

 

0208

Ander vlees en andere eetbare slachtafvallen, vers, gekoeld of bevroren

 

 

 

 

 

0208 10

van konijnen of van hazen

 

 

 

 

 

0208 10 10

– –

van tamme konijnen

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0208 10 90

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0208 30 00

van primaten

Landbouw

9 %

A

A

 

0208 40

van walvissen, van dolfijnen of van bruinvissen (zoogdieren van de orde „Cetacea”); van lamantijnen of van doejongs (zoogdieren van de orde „Sirenia”); van zeehonden, van zeeleeuwen of van walrussen (zoogdieren van de suborde „Pinnipedia”)

 

 

 

 

 

0208 40 10

– –

vlees van walvissen

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0208 40 20

– –

vlees van zeehonden

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0208 40 80

– –

andere

Landbouw

9 %

A

A

 

0208 50 00

van reptielen (slangen en zeeschildpadden daaronder begrepen)

Landbouw

9 %

A

A

 

0208 60 00

van kamelen en van andere kameelachtigen (Camelidae)

Landbouw

9 %

A

A

 

0208 90

andere

 

 

 

 

 

0208 90 10

– –

van tamme duiven

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0208 90 30

– –

van wild (met uitzondering van konijnen of van hazen)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0208 90 60

– –

van rendieren

Landbouw

9 %

A

A

 

0208 90 70

– –

kikkerbilletjes

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0208 90 98

– –

andere

Landbouw

9 %

A

A

 

0209

Spek (ander dan doorregen spek), alsmede varkensvet en vet van gevogelte, niet gesmolten noch anderszins geëxtraheerd, vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt

 

 

 

 

 

0209 10

van varkens

 

 

 

 

 

 

– –

spek

 

 

 

 

 

0209 10 11

– – –

vers, gekoeld, bevroren, gezouten of gepekeld

Landbouw

21,4 EUR/100 kg

A

A

 

0209 10 19

– – –

gedroogd of gerookt

Landbouw

23,6 EUR/100 kg

A

A

 

0209 10 90

– –

varkensvet

Landbouw

12,9 EUR/100 kg

A

A

 

0209 90 00

ander

Landbouw

41,5 EUR/100 kg

A

A

 

0210

Vlees en eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt; meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie

 

 

 

 

 

 

vlees van varkens

 

 

 

 

 

0210 11

– –

hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been

 

 

 

 

 

 

– – –

van varkens (huisdieren)

 

 

 

 

 

 

– – – –

gezouten of gepekeld

 

 

 

 

 

0210 11 11

– – – – –

hammen en delen daarvan

Landbouw

77,8 EUR/100 kg

A

A

 

0210 11 19

– – – – –

schouders en delen daarvan

Landbouw

60,1 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

gedroogd of gerookt

 

 

 

 

 

0210 11 31

– – – – –

hammen en delen daarvan

Landbouw

151,2 EUR/100 kg

A

A

 

0210 11 39

– – – – –

schouders en delen daarvan

Landbouw

119 EUR/100 kg

A

A

 

0210 11 90

– – –

andere

Landbouw

15,4 %

A

A

 

0210 12

– –

buiken (buikspek) en delen daarvan

 

 

 

 

 

 

– – –

van varkens (huisdieren)

 

 

 

 

 

0210 12 11

– – – –

gezouten of gepekeld

Landbouw

46,7 EUR/100 kg

A

A

 

0210 12 19

– – – –

gedroogd of gerookt

Landbouw

77,8 EUR/100 kg

A

A

 

0210 12 90

– – –

andere

Landbouw

15,4 %

A

A

 

0210 19

– –

ander

 

 

 

 

 

 

– – –

van varkens (huisdieren)

 

 

 

 

 

 

– – – –

gezouten of gepekeld

 

 

 

 

 

0210 19 10

– – – – –

halve baconvarkens en „spencers”

Landbouw

68,7 EUR/100 kg

A

A

 

0210 19 20

– – – – –

„3/4 sides” en „middles”

Landbouw

75,1 EUR/100 kg

A

A

 

0210 19 30

– – – – –

voorstukken en delen daarvan

Landbouw

60,1 EUR/100 kg

A

A

 

0210 19 40

– – – – –

karbonadestrengen en delen daarvan

Landbouw

86,9 EUR/100 kg

A

A

 

0210 19 50

– – – – –

ander

Landbouw

86,9 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

gedroogd of gerookt

 

 

 

 

 

0210 19 60

– – – – –

voorstukken en delen daarvan

Landbouw

119 EUR/100 kg

A

A

 

0210 19 70

– – – – –

karbonadestrengen en delen daarvan

Landbouw

149,6 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – – –

ander

 

 

 

 

 

0210 19 81

– – – – – –

zonder been

Landbouw

151,2 EUR/100 kg

A

A

 

0210 19 89

– – – – – –

ander

Landbouw

151,2 EUR/100 kg

A

A

 

0210 19 90

– – –

ander

Landbouw

15,4 %

A

A

 

0210 20

vlees van runderen

 

 

 

 

 

0210 20 10

– –

met been

Landbouw

15,4 % + 265,2 EUR/100 kg

X

A

 

0210 20 90

– –

zonder been

Landbouw

15,4 % + 303,4 EUR/100 kg

X

A

 

 

ander, meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie, daaronder begrepen

 

 

 

 

 

0210 91 00

– –

van primaten

Landbouw

15,4 %

A

A

 

0210 92

– –

van walvissen, van dolfijnen of van bruinvissen (zoogdieren van de orde „Cetacea”); van lamantijnen of van doejongs (zoogdieren van de orde „Sirenia”); van zeehonden, van zeeleeuwen of van walrussen (zoogdieren van de suborde „Pinnipedia”)

 

 

 

 

 

0210 92 10

– – –

van walvissen, van dolfijnen of van bruinvissen (zoogdieren van de orde „Cetacea”); van lamantijnen of van doejongs (zoogdieren van de orde „Sirenia”)

Landbouw

15,4 %

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0210 92 91

– – – –

vlees

Landbouw

1 300  EUR/1 000  kg

A

A

 

0210 92 92

– – – –

slachtafvallen

Landbouw

15,4 %

A

A

 

0210 92 99

– – – –

meel en poeder, van vlees of van slachtafvallen

Landbouw

15,4 % + 303,4 EUR/100 kg

X

A

 

0210 93 00

– –

van reptielen (slangen en zeeschildpadden daaronder begrepen)

Landbouw

15,4 %

A

A

 

0210 99

– –

andere

 

 

 

 

 

 

– – –

vlees

 

 

 

 

 

0210 99 10

– – – –

van paarden, gezouten, gepekeld of gedroogd

Landbouw

6,4 %

A

A

 

 

– – – –

van schapen en van geiten

 

 

 

 

 

0210 99 21

– – – – –

met been

Landbouw

222,7 EUR/100 kg

A

A

 

0210 99 29

– – – – –

zonder been

Landbouw

311,8 EUR/100 kg

A

A

 

0210 99 31

– – – –

van rendieren

Landbouw

15,4 %

A

A

 

0210 99 39

– – – –

ander

Landbouw

1 300  EUR/1 000  kg

A

A

 

 

– – –

slachtafvallen

 

 

 

 

 

 

– – – –

van varkens (huisdieren)

 

 

 

 

 

0210 99 41

– – – – –

levers

Landbouw

64,9 EUR/100 kg

A

A

 

0210 99 49

– – – – –

andere

Landbouw

47,2 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

van runderen

 

 

 

 

 

0210 99 51

– – – – –

longhaasjes en omlopen

Landbouw

15,4 % + 303,4 EUR/100 kg

X

A

 

0210 99 59

– – – – –

andere

Landbouw

12,8 %

X

A

 

 

– – – –

andere

 

 

 

 

 

 

– – – – –

levers van pluimvee

 

 

 

 

 

0210 99 71

– – – – – –

vette levers (foies gras), van ganzen en van eenden, gezouten of gepekeld

Landbouw

Vrij

A

A

 

0210 99 79

– – – – – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0210 99 85

– – – – –

andere

Landbouw

15,4 %

A

A

 

0210 99 90

– – –

meel en poeder, van vlees of van slachtafvallen

Landbouw

15,4 % + 303,4 EUR/100 kg

X

A

 

03

HOOFDSTUK 3 — VIS, SCHAALDIEREN, WEEKDIEREN EN ANDERE ONGEWERVELDE WATERDIEREN

 

 

 

 

 

0301

Levende vis

 

 

 

 

 

 

siervis

 

 

 

 

 

0301 11 00

– –

zoetwatervis

Visserij

Vrij

A*

A

 

0301 19 00

– –

andere

Visserij

7,5 %

A*

A

 

 

andere levende vis

 

 

 

 

 

0301 91

– –

forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster)

 

 

 

 

 

0301 91 10

– – –

van de soorten Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster

Visserij

8 %

A*

A

 

0301 91 90

– – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0301 92

– –

paling of aal (Anguilla spp.)

 

 

 

 

 

0301 92 10

– – –

met een lengte van minder dan 12 cm

Visserij

Vrij

A*

A

 

0301 92 30

– – –

met een lengte van 12 of meer, maar minder dan 20 cm

Visserij

Vrij

A*

A

 

0301 92 90

– – –

met een lengte van 20 cm of meer

Visserij

Vrij

A*

A

 

0301 93 00

– –

karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus)

Visserij

8 %

A*

A

 

0301 94

– –

Atlantische en Pacifische blauwvintonijn (Thunnus thynnus, Thunnus orientalis)

 

 

 

 

 

0301 94 10

– – –

Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus)

Visserij

16 %

A*

A

 

0301 94 90

– – –

Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis)

Visserij

16 %

A*

A

 

0301 95 00

– –

zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii)

Visserij

16 %

A*

A

 

0301 99

– –

andere

 

 

 

 

 

 

– – –

zoetwatervis

 

 

 

 

 

0301 99 11

– – – –

Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho)

Visserij

2 %

A*

A

 

0301 99 18

– – – –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

0301 99 85

– – –

andere

Visserij

16 %

A*

A

 

0302

Vis, vers of gekoeld, andere dan visfilets en ander visvlees bedoeld bij post 0304

 

 

 

 

 

 

zalmachtigen (Salmonidae), met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0302 11

– –

forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster)

 

 

 

 

 

0302 11 10

– – –

van de soorten Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster

Visserij

8 %

A*

A

 

0302 11 20

– – –

van de soort Oncorhynchus mykiss, met kop en kieuwen, doch ontdaan van ingewanden („gutted”), wegende meer dan 1,2 kg per stuk, of ontdaan van de kop („heads off”) en van ingewanden en kieuwen („gilled and gutted”), wegende meer dan 1 kg per stuk

Visserij

12 %

A*

A

 

0302 11 80

– – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0302 13 00

– –

Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus)

Visserij

2 %

A*

A

 

0302 14 00

– –

Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho)

Visserij

2 %

A*

A

 

0302 19 00

– –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

 

platvis (Pleuronectidae, Bothidae, Cynoglossidae, Soleidae, Scophthalmidae en Citharidae), met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0302 21

– –

heilbot (Reinhardtius hippoglossoides, Hippoglossus hippoglossus, Hippoglossus stenolepis)

 

 

 

 

 

0302 21 10

– – –

zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides)

Visserij

8 %

A*

A

 

0302 21 30

– – –

Atlantische heilbot (Hippoglossus hippoglossus)

Visserij

8 %

A*

A

 

0302 21 90

– – –

Pacifische heilbot (Hippoglossus stenolepis)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 22 00

– –

schol (Pleuronectes platessa)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0302 23 00

– –

tong (Solea spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 24 00

– –

tarbot (Psetta maxima)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 29

– –

andere

 

 

 

 

 

0302 29 10

– – –

schartong (Lepidorhombus spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 29 80

– – –

andere

Visserij

15 %

A*

A

 

 

tonijn (van het geslacht Thunnus) en boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis), met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0302 31

– –

witte tonijn (Thunnus alalunga)

 

 

 

 

 

0302 31 10

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0302 31 90

– – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

0302 32

– –

geelvintonijn (Thunnus albacares)

 

 

 

 

 

0302 32 10

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0302 32 90

– – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

0302 33

– –

boniet

 

 

 

 

 

0302 33 10

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0302 33 90

– – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

0302 34

– –

grootoogtonijn (Thunnus obesus)

 

 

 

 

 

0302 34 10

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0302 34 90

– – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

0302 35

– –

Atlantische en Pacifische blauwvintonijn (Thunnus thynnus, Thunnus orientalis)

 

 

 

 

 

 

– – –

Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus)

 

 

 

 

 

0302 35 11

– – – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0302 35 19

– – – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

 

– – –

Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis)

 

 

 

 

 

0302 35 91

– – – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0302 35 99

– – – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

0302 36

– –

zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii)

 

 

 

 

 

0302 36 10

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0302 36 90

– – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

0302 39

– –

andere

 

 

 

 

 

0302 39 20

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0302 39 80

– – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

 

haring (Clupea harengus, Clupea pallasii), ansjovis (Engraulis spp.), sardines (Sardina pilchardus, Sardinops spp.), sardinella's (Sardinella spp.), sprot (Sprattus sprattus), makreel (Scomber scombrus, Scomber australasicus, Scomber japonicus), horsmakreel (Trachurus spp.), cobia (Rachycentron canadum) en zwaardvis (Xiphias gladius), met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0302 41 00

– –

haring (Clupea harengus, Clupea pallasii)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 42 00

– –

ansjovis (Engraulis spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 43

– –

sardines (Sardina pilchardus, Sardinops spp.), sardinella's (Sardinella spp.) en sprot (Sprattus sprattus)

 

 

 

 

 

0302 43 10

– – –

sardines van de soortSardina pilchardus

Visserij

23 %

A*

A

 

0302 43 30

– – –

sardines van het geslachtSardinops; sardinella's (Sardinella spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 43 90

– – –

sprot (Sprattus sprattus)

Visserij

13 %

A*

A

 

0302 44 00

– –

makreel (Scomber scombrus, Scomber australasicus, Scomber japonicus)

Visserij

20 %

A*

A

 

0302 45

– –

horsmakreel (Trachurus spp.)

 

 

 

 

 

0302 45 10

– – –

Atlantische horsmakreel (Trachurus trachurus)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 45 30

– – –

Chileense horsmakreel (Trachurus murphyi)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 45 90

– – –

andere

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 46 00

– –

cobia (Rachycentron canadum)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 47 00

– –

zwaardvis (Xiphias gladius)

Visserij

15 %

A*

A

 

 

vis die behoort tot een der families „Bregmacerotidae”, „Euclichthyidae”, „Gadidae”, „Macrouridae”, „Melanonidae”, „Merlucciidae”, „Moridae” en „Muraenolepididae”, met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0302 51

– –

kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus)

 

 

 

 

 

0302 51 10

– – –

van de soortGadus morhua

Visserij

12 %

A*

A

 

0302 51 90

– – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0302 52 00

– –

schelvis (Melanogrammus aeglefinus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0302 53 00

– –

koolvis (Pollachius virens)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0302 54

– –

heek (Merluccius spp., Urophycis spp.)

 

 

 

 

 

 

– – –

van het geslacht Merluccius

 

 

 

 

 

0302 54 11

– – – –

Kaapse heek (Merluccius capensis of Merluccius paradoxus)

Visserij

15 %

C*

A

 

0302 54 15

– – – –

Australische heek (Merluccius australis)

Visserij

15 %

C*

A

 

0302 54 19

– – – –

andere

Visserij

15 %

C*

A

 

0302 54 90

– – –

van het geslacht Urophycis

Visserij

15 %

C*

A

 

0302 55 00

– –

Alaska koolvis (Theragra chalcogramma)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0302 56 00

– –

blauwe wijting (Micromesistius poutassou, Micromesistius australis)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0302 59

– –

andere

 

 

 

 

 

0302 59 10

– – –

vis van de soort Boreogadus saida

Visserij

12 %

A*

A

 

0302 59 20

– – –

wijting (Merlangius merlangus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0302 59 30

– – –

witte koolvis, pollak of vlaswijting (Pollachius pollachius)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0302 59 40

– – –

leng (Molva spp.)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0302 59 90

– – –

andere

Visserij

15 %

A*

A

 

 

tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.), met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0302 71 00

– –

tilapia (Oreochromis spp.)

Visserij

8 %

A*

A

 

0302 72 00

– –

katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.)

Visserij

8 %

A*

A

 

0302 73 00

– –

karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus)

Visserij

8 %

A*

A

 

0302 74 00

– –

paling of aal (Anguilla spp.)

Visserij

Vrij

A*

A

 

0302 79 00

– –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

 

andere vis, met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0302 81

– –

haai

 

 

 

 

 

0302 81 10

– – –

doornhaai (Squalus acanthias)

Visserij

6 %

A*

A

 

0302 81 20

– – –

hondshaai (Scyliorhinus spp.)

Visserij

6 %

A*

A

 

0302 81 30

– – –

neushaai (Lamna nasus)

Visserij

8 %

A*

A

 

0302 81 90

– – –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

0302 82 00

– –

rog (Rajidae)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 83 00

– –

Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 84

– –

zeebaars (Dicentrarchus spp.)

 

 

 

 

 

0302 84 10

– – –

zeebaars (Dicentrarchus labrax)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 84 90

– – –

andere

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 85

– –

zeebrasem (Sparidae)

 

 

 

 

 

0302 85 10

– – –

zeebrasem (Dentex dentex, Pagellus spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 85 30

– – –

goudbrasem (Sparus aurata)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 85 90

– – –

andere

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 89

– –

andere

 

 

 

 

 

0302 89 10

– – –

zoetwatervis

Visserij

8 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

 

– – – –

vis van het geslacht Euthynnus, andere dan boniet bedoeld bij onderverdeling 0302 33

 

 

 

 

 

0302 89 21

– – – – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0302 89 29

– – – – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

 

– – – –

Noorse schelvis of roodbaars (Sebastes spp.)

 

 

 

 

 

0302 89 31

– – – – –

van de soort Sebastes marinus

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0302 89 39

– – – – –

andere

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0302 89 40

– – – –

braam (Brama spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 89 50

– – – –

zeeduivel (Lophius spp.)

Visserij

15 %

C*

A

 

0302 89 60

– – – –

roze koningklip (Genypterus blacodes)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0302 89 90

– – – –

andere

Visserij

15 %

A*

A

 

0302 90 00

levers, hom en kuit

Visserij

10 %

A*

A

 

0303

Bevroren vis, andere dan visfilets en ander visvlees bedoeld bij post 0304

 

 

 

 

 

 

zalmachtigen (Salmonidae), met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0303 11 00

– –

rode zalm (Oncorhynchus nerka)

Visserij

2 %

A*

A

 

0303 12 00

– –

andere Pacifische zalm (Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus)

Visserij

2 %

A*

A

 

0303 13 00

– –

Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho)

Visserij

2 %

A*

A

 

0303 14

– –

forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster)

 

 

 

 

 

0303 14 10

– – –

van de soorten Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster

Visserij

9 %

A*

A

 

0303 14 20

– – –

van de soortOncorhynchus mykiss, met kop en kieuwen, doch ontdaan van ingewanden („gutted”), wegende meer dan 1,2 kg per stuk, of ontdaan van de kop („heads off”) en van ingewanden en kieuwen („gilled and gutted”), wegende meer dan 1 kg per stuk

Visserij

12 %

A*

A

 

0303 14 90

– – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0303 19 00

– –

andere

Visserij

9 %

A*

A

 

 

tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.), met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0303 23 00

– –

tilapia (Oreochromis spp.)

Visserij

8 %

A*

A

 

0303 24 00

– –

katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.)

Visserij

8 %

A*

A

 

0303 25 00

– –

karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus)

Visserij

8 %

A*

A

 

0303 26 00

– –

paling of aal (Anguilla spp.)

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 29 00

– –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

 

platvis (Pleuronectidae, Bothidae, Cynoglossidae, Soleidae, Scophthalmidae en Citharidae), met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0303 31

– –

heilbot (Reinhardtius hippoglossoides, Hippoglossus hippoglossus, Hippoglossus stenolepis)

 

 

 

 

 

0303 31 10

– – –

zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 31 30

– – –

Atlantische heilbot (Hippoglossus hippoglossus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 31 90

– – –

Pacifische heilbot (Hippoglossus stenolepis)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 32 00

– –

schol (Pleuronectes platessa)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 33 00

– –

tong (Solea spp.)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 34 00

– –

tarbot (Psetta maxima)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 39

– –

andere

 

 

 

 

 

0303 39 10

– – –

bot (Platichthys flesus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 39 30

– – –

vis van het geslacht Rhombosolea

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 39 50

– – –

vis van de soort Pelotreis flavilatus of Peltorhamphus novaezelandiae

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 39 85

– – –

andere

Visserij

15 %

A*

A

 

 

tonijn (van het geslacht Thunnus) en boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis), met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0303 41

– –

witte tonijn (Thunnus alalunga)

 

 

 

 

 

0303 41 10

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 41 90

– – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

0303 42

– –

geelvintonijn (Thunnus albacares)

 

 

 

 

 

 

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

 

 

 

 

 

 

– – – –

in gehele staat

 

 

 

 

 

0303 42 12

– – – – –

wegende meer dan 10 kg per stuk

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 42 18

– – – – –

andere

Visserij

Vrij

A*

A

 

 

– – – –

andere

 

 

 

 

 

0303 42 42

– – – – –

wegende meer dan 10 kg per stuk

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 42 48

– – – – –

andere

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 42 90

– – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

0303 43

– –

boniet

 

 

 

 

 

0303 43 10

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 43 90

– – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

0303 44

– –

grootoogtonijn (Thunnus obesus)

 

 

 

 

 

0303 44 10

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 44 90

– – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

0303 45

– –

Atlantische en Pacifische blauwvintonijn (Thunnus thynnus, Thunnus orientalis)

 

 

 

 

 

 

– – –

Atlantische blauwvintonijn (Thunnus thynnus)

 

 

 

 

 

0303 45 12

– – – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 45 18

– – – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

 

– – –

Pacifische blauwvintonijn (Thunnus orientalis)

 

 

 

 

 

0303 45 91

– – – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 45 99

– – – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

0303 46

– –

zuidelijke blauwvintonijn (Thunnus maccoyii)

 

 

 

 

 

0303 46 10

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 46 90

– – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

0303 49

– –

andere

 

 

 

 

 

0303 49 20

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 49 85

– – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

 

haring (Clupea harengus, Clupea pallasii), sardines (Sardina pilchardus, Sardinops spp.), sardinella's (Sardinella spp.), sprot (Sprattus sprattus), makreel (Scomber scombrus, Scomber australasicus, Scomber japonicus), horsmakreel (Trachurus spp.), cobia (Rachycentron canadum) en zwaardvis (Xiphias gladius), met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0303 51 00

– –

haring (Clupea harengus, Clupea pallasii)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 53

– –

sardines (Sardina pilchardus, Sardinops spp.), sardinella's (Sardinella spp.) en sprot (Sprattus sprattus)

 

 

 

 

 

0303 53 10

– – –

sardines van de soort Sardina pilchardus

Visserij

23 %

A*

A

 

0303 53 30

– – –

sardines van het geslacht Sardinops en sardinella's (Sardinella spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 53 90

– – –

sprot (Sprattus sprattus)

Visserij

13 %

A*

A

 

0303 54

– –

makreel (Scomber scombrus, Scomber australasicus, Scomber japonicus)

 

 

 

 

 

0303 54 10

– – –

van de soorten Scomber scombrus en Scomber japonicus

Visserij

Zie opmerking

A*

A

Van 15 februari tot en met 15 juni: vrij; van 16 juni tot en met 14 februari: 20 %.

0303 54 90

– – –

van de soort Scomber australasicus

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 55

– –

horsmakreel (Trachurus spp.)

 

 

 

 

 

0303 55 10

– – –

Atlantische horsmakreel (Trachurus trachurus)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 55 30

– – –

Chileense horsmakreel (Trachurus murphyi)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 55 90

– – –

andere

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 56 00

– –

cobia (Rachycentron canadum)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 57 00

– –

zwaardvis (Xiphias gladius)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

 

vis die behoort tot een der families „Bregmacerotidae”, „Euclichthyidae”, „Gadidae”, „Macrouridae”, „Melanonidae”, „Merlucciidae”, „Moridae” en „Muraenolepididae”, met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0303 63

– –

kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus)

 

 

 

 

 

0303 63 10

– – –

van de soort Gadus morhua

Visserij

12 %

A*

A

 

0303 63 30

– – –

van de soort Gadus ogac

Visserij

12 %

A*

A

 

0303 63 90

– – –

van de soort Gadus macrocephalus

Visserij

12 %

A*

A

 

0303 64 00

– –

schelvis (Melanogrammus aeglefinus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 65 00

– –

koolvis (Pollachius virens)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 66

– –

heek (Merluccius spp., Urophycis spp.)

 

 

 

 

 

 

– – –

van het geslacht Merluccius

 

 

 

 

 

0303 66 11

– – – –

Kaapse heek (Merluccius capensis of Merluccius paradoxus)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 66 12

– – – –

Argentijnse heek of Zuid-Amerikaanse heek (Merluccius hubbsi)

Visserij

15 %

C*

A

 

0303 66 13

– – – –

Australische heek (Merluccius australis)

Visserij

15 %

C*

A

 

0303 66 19

– – – –

andere

Visserij

15 %

C*

A

 

0303 66 90

– – –

van het geslacht Urophycis

Visserij

15 %

C*

A

 

0303 67 00

– –

Alaska koolvis (Theragra chalcogramma)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 68

– –

blauwe wijting (Micromesistius poutassou, Micromesistius australis)

 

 

 

 

 

0303 68 10

– – –

blauwe wijting (Micromesistius poutassou, Gadus poutassou)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 68 90

– – –

zuidelijke blauwe wijting (Micromesistius australis)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 69

– –

andere

 

 

 

 

 

0303 69 10

– – –

vis van de soort Boreogadus saida

Visserij

12 %

A*

A

 

0303 69 30

– – –

wijting (Merlangius merlangus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 69 50

– – –

witte koolvis, pollak of vlaswijting (Pollachius pollachius)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 69 70

– – –

blauwe grenadier (Macruronus novaezelandiae)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 69 80

– – –

leng (Molva spp.)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 69 90

– – –

andere

Visserij

15 %

A*

A

 

 

andere vis, met uitzondering van levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0303 81

– –

haai

 

 

 

 

 

0303 81 10

– – –

doornhaai (Squalus acanthias)

Visserij

6 %

A*

A

 

0303 81 20

– – –

hondshaai (Scyliorhinus spp.)

Visserij

6 %

A*

A

 

0303 81 30

– – –

neushaai (Lamna nasus)

Visserij

8 %

A*

A

 

0303 81 90

– – –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

0303 82 00

– –

rog (Rajidae)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 83 00

– –

Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 84

– –

zeebaars (Dicentrarchus spp.)

 

 

 

 

 

0303 84 10

– – –

zeebaars (Dicentrarchus labrax)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 84 90

– – –

andere

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 89

– –

andere

 

 

 

 

 

0303 89 10

– – –

zoetwatervis

Visserij

8 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

 

– – – –

vis van het geslacht Euthynnus, andere dan boniet bedoeld bij onderverdeling 0303 43

 

 

 

 

 

0303 89 21

– – – – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van producten bedoeld bij post 1604

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 89 29

– – – – –

andere

Visserij

22 %

A*

A

 

 

– – – –

Noorse schelvis of roodbaars (Sebastes spp.)

 

 

 

 

 

0303 89 31

– – – – –

van de soort Sebastes marinus

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 89 39

– – – – –

andere

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 89 40

– – – –

vis van de soort Orcynopsis unicolor

Visserij

Zie opmerking

A*

A

Van 15 februari tot en met 15 juni: vrij; van 16 juni tot en met 14 februari: 10 %.

0303 89 45

– – – –

ansjovis (Engraulis spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 89 50

– – – –

zeebrasem (Dentex dentex, Pagellus spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 89 55

– – – –

goudbrasem (Sparus aurata)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 89 60

– – – –

braam (Brama spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 89 65

– – – –

zeeduivel (Lophius spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 89 70

– – – –

roze koningklip (Genypterus blacodes)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0303 89 90

– – – –

andere

Visserij

15 %

A*

A

 

0303 90

levers, hom en kuit

 

 

 

 

 

0303 90 10

– –

kuit en hom, bestemd voor de vervaardiging van desoxyribonucleïnezuur of protaminesulfaat

Visserij

Vrij

A*

A

 

0303 90 90

– –

andere

Visserij

10 %

A*

A

 

0304

Visfilets en ander visvlees (ook indien fijngemaakt), vers, gekoeld of bevroren

 

 

 

 

 

 

verse of gekoelde filets van tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.)

 

 

 

 

 

0304 31 00

– –

tilapia (Oreochromis spp.)

Visserij

9 %

C*

A

 

0304 32 00

– –

katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.)

Visserij

9 %

C*

A

 

0304 33 00

– –

nijlbaars (Lates niloticus)

Visserij

9 %

C*

A

 

0304 39 00

– –

andere

Visserij

9 %

C*

A

 

 

verse of gekoelde filets van andere vis

 

 

 

 

 

0304 41 00

– –

Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho)

Visserij

2 %

A*

A

 

0304 42

– –

forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster)

 

 

 

 

 

0304 42 10

– – –

van de soortOncorhynchus mykiss, wegende meer dan 400 g per stuk

Visserij

12 %

A*

A

 

0304 42 50

– – –

van de soorten Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster

Visserij

9 %

A*

A

 

0304 42 90

– – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0304 43 00

– –

platvis (Pleuronectidae, Bothidae, Cynoglossidae, Soleidae, Scophthalmidae en Citharidae)

Visserij

18 %

A*

A

 

0304 44

– –

vis die behoort tot een der families „Bregmacerotidae”, „Euclichthyidae”, „Gadidae”, „Macrouridae”, „Melanonidae”, „Merlucciidae”, „Moridae” en „Muraenolepididae

 

 

 

 

 

0304 44 10

– – –

kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus) en vis van de soort Boreogadus saida

Visserij

18 %

A*

A

 

0304 44 30

– – –

koolvis (Pollachius virens)

Visserij

18 %

A*

A

 

0304 44 90

– – –

andere

Visserij

18 %

A*

A

 

0304 45 00

– –

zwaardvis (Xiphias gladius)

Visserij

18 %

A*

A

 

0304 46 00

– –

Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.)

Visserij

18 %

A*

A

 

0304 49

– –

andere

 

 

 

 

 

0304 49 10

– – –

van zoetwatervis

Visserij

9 %

C*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0304 49 50

– – – –

Noorse schelvis of roodbaars (Sebastes spp.)

Visserij

18 %

A*

A

 

0304 49 90

– – – –

andere

Visserij

18 %

A*

A

 

 

ander, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0304 51 00

– –

tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp)

Visserij

8 %

A*

A

 

0304 52 00

– –

zalmachtigen (Salmonidae)

Visserij

8 %

A*

A

 

0304 53 00

– –

vis die behoort tot een der families „Bregmacerotidae”, „Euclichthyidae”, „Gadidae”, „Macrouridae”, „Melanonidae”, „Merlucciidae”, „Moridae” en „Muraenolepididae

Visserij

15 %

A*

A

 

0304 54 00

– –

zwaardvis (Xiphias gladius)

Visserij

15 %

A*

A

 

0304 55 00

– –

Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0304 59

– –

ander

 

 

 

 

 

0304 59 10

– – –

zoetwatervis

Visserij

8 %

A*

A

 

 

– – –

ander

 

 

 

 

 

0304 59 50

– – – –

haringlappen

Visserij

Zie opmerking

A*

A

Van 15 februari tot en met 15 juni: vrij; van 16 juni tot en met 14 februari: 15 %.

0304 59 90

– – – –

ander

Visserij

15 %

A*

A

 

 

bevroren filets van tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.)

 

 

 

 

 

0304 61 00

– –

tilapia (Oreochromis spp.)

Visserij

9 %

C*

A

 

0304 62 00

– –

katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.)

Visserij

9 %

C*

A

 

0304 63 00

– –

nijlbaars (Lates niloticus)

Visserij

9 %

C*

A

 

0304 69 00

– –

andere

Visserij

9 %

C*

A

 

 

bevroren filets van vis die behoort tot een der families „Bregmacerotidae”, „Euclichthyidae”, „Gadidae”, „Macrouridae”, „Melanonidae”, „Merlucciidae”, „Moridae” en „Muraenolepididae

 

 

 

 

 

0304 71

– –

kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus)

 

 

 

 

 

0304 71 10

– – –

kabeljauw van de soort Gadus macrocephalus

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 71 90

– – –

andere

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 72 00

– –

schelvis (Melanogrammus aeglefinus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 73 00

– –

koolvis (Pollachius virens)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 74

– –

heek (Merluccius spp., Urophycis spp.)

 

 

 

 

 

 

– – –

van het geslacht Merluccius

 

 

 

 

 

0304 74 11

– – – –

Kaapse heek (Merluccius capensis, Merluccius paradoxus)

Visserij

7,5 %

B*

A

 

0304 74 15

– – – –

Argentijnse heek of Zuid-Amerikaanse heek (Merluccius hubbsi)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 74 19

– – – –

andere

Visserij

6,1 %

A*

A

 

0304 74 90

– – –

van het geslacht Urophycis

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 75 00

– –

Alaska koolvis (Theragra chalcogramma)

Visserij

13,7 %

A*

A

 

0304 79

– –

andere

 

 

 

 

 

0304 79 10

– – –

vis van de soort Boreogadus saida

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 79 30

– – –

wijting (Merlangius merlangus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 79 50

– – –

blauwe grenadier (Macruronus novaezelandiae)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 79 80

– – –

leng (Molva spp.)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 79 90

– – –

andere

Visserij

15 %

C*

A

 

 

bevroren filets van andere vis

 

 

 

 

 

0304 81 00

– –

Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho)

Visserij

2 %

A*

A

 

0304 82

– –

forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster)

 

 

 

 

 

0304 82 10

– – –

van de soort Oncorhynchus mykiss, wegende meer dan 400 g per stuk

Visserij

12 %

A*

A

 

0304 82 50

– – –

van de soorten Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster

Visserij

9 %

A*

A

 

0304 82 90

– – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0304 83

– –

platvis (Pleuronectidae, Bothidae, Cynoglossidae, Soleidae, Scophthalmidae en Citharidae)

 

 

 

 

 

0304 83 10

– – –

schol (Pleuronectes platessa)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 83 30

– – –

bot (Platichthys flesus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 83 50

– – –

schartong (Lepidorhombus spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0304 83 90

– – –

andere

Visserij

15 %

C*

A

 

0304 84 00

– –

zwaardvis (Xiphias gladius)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 85 00

– –

Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0304 86 00

– –

haring (Clupea harengus, Clupea pallasii)

Visserij

15 %

A*

A

 

0304 87 00

– –

tonijn (van het geslacht Thunnus) en boniet (Euthynnus (Katsuwonus) pelamis)

Visserij

18 %

A*

A

 

0304 89

– –

andere

 

 

 

 

 

0304 89 10

– – –

zoetwatervis

Visserij

9 %

C*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

 

– – – –

Noorse schelvis of roodbaars (Sebastes spp.)

 

 

 

 

 

0304 89 21

– – – – –

van de soort Sebastes marinus

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 89 29

– – – – –

andere

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 89 30

– – – –

vis van het geslacht Euthynnus, andere dan boniet bedoeld bij onderverdeling 0304 87 00

Visserij

18 %

A*

A

 

 

– – – –

makreel (Scomber scombrus, Scomber australasicus, Scomber japonicus) en vis van de soort Orcynopsis unicolor

 

 

 

 

 

0304 89 41

– – – – –

makreel van de soort Scomber australasicus

Visserij

15 %

A*

A

 

0304 89 49

– – – – –

andere

Visserij

15 %

A*

A

 

 

– – – –

hondshaai, doornhaai en andere haaien

 

 

 

 

 

0304 89 51

– – – – –

doornhaai en hondshaai (Squalus acanthias, Scyliorhinus spp.)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 89 55

– – – – –

neushaai (Lamna nasus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 89 59

– – – – –

andere haaiensoorten

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 89 60

– – – –

zeeduivel (Lophius spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0304 89 90

– – – –

andere

Visserij

15 %

C*

A

 

 

ander, bevroren

 

 

 

 

 

0304 91 00

– –

zwaardvis (Xiphias gladius)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 92 00

– –

Antarctische diepzeeheek (Dissostichus spp.)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 93

– –

tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.)

 

 

 

 

 

0304 93 10

– – –

surimi

Visserij

14,2 %

A*

A

 

0304 93 90

– – –

ander

Visserij

8 %

A*

A

 

0304 94

– –

Alaska koolvis (Theragra chalcogramma)

 

 

 

 

 

0304 94 10

– – –

surimi

Visserij

14,2 %

A*

A

 

0304 94 90

– – –

ander

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 95

– –

vis die behoort tot een der families „Bregmacerotidae”, „Euclichthyidae”, „Gadidae”, „Macrouridae”, „Melanonidae”, „Merlucciidae”, „Moridae” en „Muraenolepididae”, andere dan Alaska koolvis (Theragra chalcogramma)

 

 

 

 

 

0304 95 10

– – –

surimi

Visserij

14,2 %

A*

A

 

 

– – –

ander

 

 

 

 

 

 

– – – –

kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus) en vis van de soort Boreogadus saida

 

 

 

 

 

0304 95 21

– – – – –

kabeljauw van de soort Gadus macrocephalus

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 95 25

– – – – –

kabeljauw van de soort Gadus morhua

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 95 29

– – – – –

ander

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 95 30

– – – –

schelvis (Melanogrammus aeglefinus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 95 40

– – – –

koolvis (Pollachius virens)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 95 50

– – – –

van het geslacht Merluccius

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 95 60

– – – –

blauwe wijting (Micromesistius poutassou, Gadus poutassou)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 95 90

– – – –

ander

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 99

– –

ander

 

 

 

 

 

0304 99 10

– – –

surimi

Visserij

14,2 %

A*

A

 

 

– – –

ander

 

 

 

 

 

0304 99 21

– – – –

zoetwatervis

Visserij

8 %

A*

A

 

 

– – – –

ander

 

 

 

 

 

0304 99 23

– – – – –

haring (Clupea harengus, Clupea pallasii)

Visserij

Zie opmerking

A*

A

Van 15 februari tot en met 15 juni: vrij; van 16 juni tot en met 14 februari: 15 %.

0304 99 29

– – – – –

Noorse schelvis of roodbaars (Sebastes spp.)

Visserij

8 %

A*

A

 

0304 99 55

– – – – –

schartong (Lepidorhombus spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0304 99 61

– – – – –

braam (Brama spp.)

Visserij

15 %

A*

A

 

0304 99 65

– – – – –

zeeduivel (Lophius spp.)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0304 99 99

– – – – –

ander

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0305

Vis, gedroogd, gezouten of gepekeld; gerookte vis, ook indien voor of tijdens het roken gekookt; meel, poeder en pellets, van vis, geschikt voor menselijke consumptie

 

 

 

 

 

0305 10 00

meel, poeder en pellets, van vis, geschikt voor menselijke consumptie

Visserij

13 %

A*

A

 

0305 20 00

vislevers, hom en kuit, gedroogd, gerookt, gezouten of gepekeld

Visserij

11 %

A*

A

 

 

visfilets, gedroogd, gezouten of gepekeld, doch niet gerookt

 

 

 

 

 

0305 31 00

– –

tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.)

Visserij

16 %

A*

A

 

0305 32

– –

vis die behoort tot een der families „Bregmacerotidae”, „Euclichthyidae”, „Gadidae”, „Macrouridae”, „Melanonidae”, „Merlucciidae”, „Moridae” en „Muraenolepididae

 

 

 

 

 

 

– – –

kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus) en vis van de soort Boreogadus saida

 

 

 

 

 

0305 32 11

– – – –

kabeljauw van de soort Gadus macrocephalus

Visserij

16 %

A*

A

 

0305 32 19

– – – –

andere

Visserij

20 %

A*

A

 

0305 32 90

– – –

andere

Visserij

16 %

A*

A

 

0305 39

– –

andere

 

 

 

 

 

0305 39 10

– – –

Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho), gezouten of gepekeld

Visserij

15 %

A*

A

 

0305 39 50

– – –

zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides), gezouten of gepekeld

Visserij

15 %

A*

A

 

0305 39 90

– – –

andere

Visserij

16 %

A*

A

 

 

gerookte vis, filets daaronder begrepen, andere dan eetbaar slachtafval van vis

 

 

 

 

 

0305 41 00

– –

Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho)

Visserij

13 %

A*

A

 

0305 42 00

– –

haring (Clupea harengus, Clupea pallasii)

Visserij

10 %

A*

A

 

0305 43 00

– –

forel (Salmo trutta, Oncorhynchus mykiss, Oncorhynchus clarki, Oncorhynchus aguabonita, Oncorhynchus gilae, Oncorhynchus apache en Oncorhynchus chrysogaster)

Visserij

14 %

A*

A

 

0305 44

– –

tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.)

 

 

 

 

 

0305 44 10

– – –

paling of aal (Anguilla spp.)

Visserij

14 %

A*

A

 

0305 44 90

– – –

andere

Visserij

14 %

A*

A

 

0305 49

– –

andere

 

 

 

 

 

0305 49 10

– – –

zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides)

Visserij

15 %

A*

A

 

0305 49 20

– – –

Atlantische heilbot (Hippoglossus hippoglossus)

Visserij

16 %

A*

A

 

0305 49 30

– – –

makreel (Scomber scombrus, Scomber australasicus, Scomber japonicus)

Visserij

14 %

A*

A

 

0305 49 80

– – –

andere

Visserij

14 %

A*

A

 

 

gedroogde vis, andere dan eetbaar slachtafval van vis, ook indien gezouten, doch niet gerookt

 

 

 

 

 

0305 51

– –

kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus)

 

 

 

 

 

0305 51 10

– – –

gedroogd, ongezouten

Visserij

13 %

A*

A

 

0305 51 90

– – –

gedroogd, gezouten

Visserij

13 %

A*

A

 

0305 59

– –

andere

 

 

 

 

 

0305 59 10

– – –

vis van de soort Boreogadus saida

Visserij

13 %

A*

A

 

0305 59 30

– – –

haring (Clupea harengus, Clupea pallasii)

Visserij

12 %

A*

A

 

0305 59 50

– – –

ansjovis (Engraulis spp.)

Visserij

10 %

A*

A

 

0305 59 70

– – –

Atlantische heilbot (Hippoglossus hippoglossus)

Visserij

15 %

A*

A

 

0305 59 80

– – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

 

vis, gezouten, doch niet gedroogd of gerookt, alsmede gepekelde vis, andere dan eetbaar slachtafval van vis

 

 

 

 

 

0305 61 00

– –

haring (Clupea harengus, Clupea pallasii)

Visserij

12 %

A*

A

 

0305 62 00

– –

kabeljauw (Gadus morhua, Gadus ogac, Gadus macrocephalus)

Visserij

13 %

A*

A

 

0305 63 00

– –

ansjovis (Engraulis spp.)

Visserij

10 %

A*

A

 

0305 64 00

– –

tilapia (Oreochromis spp.), katvis (Pangasius spp., Silurus spp., Clarias spp., Ictalurus spp.), karper (Cyprinus carpio, Carassius carassius, Ctenopharyngodon idellus, Hypophthalmichthys spp., Cirrhinus spp., Mylopharyngodon piceus), paling of aal (Anguilla spp.), nijlbaars (Lates niloticus) en slangenkopvis (Channa spp.)

Visserij

12 %

A*

A

 

0305 69

– –

andere

 

 

 

 

 

0305 69 10

– – –

vis van de soort Boreogadus saida

Visserij

13 %

A*

A

 

0305 69 30

– – –

Atlantische heilbot (Hippoglossus hippoglossus)

Visserij

15 %

A*

A

 

0305 69 50

– – –

Pacifische zalm (Oncorhynchus nerka, Oncorhynchus gorbuscha, Oncorhynchus keta, Oncorhynchus tschawytscha, Oncorhynchus kisutch, Oncorhynchus masou en Oncorhynchus rhodurus), Atlantische zalm (Salmo salar) en Donauzalm (Hucho hucho)

Visserij

11 %

A*

A

 

0305 69 80

– – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

 

vinnen, koppen, staarten, zwemblazen en ander eetbaar slachtafval van vis

 

 

 

 

 

0305 71

– –

haaienvinnen

 

 

 

 

 

0305 71 10

– – –

gerookt

Visserij

14 %

A*

A

 

0305 71 90

– – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0305 72 00

– –

vissenkoppen, -staarten en zwemblazen

Visserij

13 %

A*

A

 

0305 79 00

– –

ander

Visserij

13 %

A*

A

 

0306

Schaaldieren, ook indien ontdaan van de schaal, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; gerookte schaaldieren, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt; schaaldieren in de schaal, gestoomd of in water gekookt, ook indien gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; meel, poeder en pellets, van schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie

 

 

 

 

 

 

bevroren

 

 

 

 

 

0306 11

– –

langoesten (Palinurus spp., Panulirus spp., Jasus spp.)

 

 

 

 

 

0306 11 05

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0306 11 10

– – – –

staarten van langoesten

Visserij

12,5 %

A*

A

 

0306 11 90

– – – –

andere

Visserij

12,5 %

A*

A

 

0306 12

– –

zeekreeften (Homarus spp.)

 

 

 

 

 

0306 12 05

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0306 12 10

– – – –

in gehele staat

Visserij

6 %

A*

A

 

0306 12 90

– – – –

andere

Visserij

16 %

A*

A

 

0306 14

– –

krabben

 

 

 

 

 

0306 14 05

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

8 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0306 14 10

– – – –

van de soorten Paralithodes camchaticus en Callinectes sapidus en van het geslacht Chionoecetes

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0306 14 30

– – – –

Noordzeekrabben (Cancer pagurus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0306 14 90

– – – –

andere

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0306 15

– –

langoustines (Nephrops norvegicus)

 

 

 

 

 

0306 15 10

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

0306 15 90

– – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0306 16

– –

koudwatergarnalen (Pandalus spp., Crangon crangon)

 

 

 

 

 

0306 16 10

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0306 16 91

– – – –

garnalen van de soort Crangon crangon

Visserij

18 %

A*

A

 

0306 16 99

– – – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0306 17

– –

andere garnalen

 

 

 

 

 

0306 17 10

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0306 17 91

– – – –

roze diepzeegarnaal (Parapenaeus longirostris)

Visserij

12 %

A*

A

 

0306 17 92

– – – –

garnalen van het geslacht Penaeus

Visserij

12 %

A*

A

 

0306 17 93

– – – –

garnalen van de familie „Pandalidae”, andere dan het geslacht Pandalus

Visserij

12 %

A*

A

 

0306 17 94

– – – –

garnalen van het geslacht Crangon, andere dan de soort Crangon crangon

Visserij

18 %

A*

A

 

0306 17 99

– – – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0306 19

– –

andere, daaronder begrepen meel, poeder en pellets, van schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie

 

 

 

 

 

0306 19 05

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0306 19 10

– – – –

rivierkreeften

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0306 19 90

– – – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

 

niet bevroren

 

 

 

 

 

0306 21

– –

langoesten (Palinurus spp., Panulirus spp., Jasus spp.)

 

 

 

 

 

0306 21 10

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

0306 21 90

– – –

andere

Visserij

12,5 %

A*

A

 

0306 22

– –

zeekreeften (Homarus spp.)

 

 

 

 

 

0306 22 10

– – –

levende

Visserij

8 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0306 22 30

– – – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – – –

andere

 

 

 

 

 

0306 22 91

– – – – –

in gehele staat

Visserij

8 %

A*

A

 

0306 22 99

– – – – –

andere

Visserij

10 %

A*

A

 

0306 24

– –

krabben

 

 

 

 

 

0306 24 10

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

8 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0306 24 30

– – – –

Noordzeekrabben (Cancer pagurus)

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0306 24 80

– – – –

andere

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0306 25

– –

langoustines (Nephrops norvegicus)

 

 

 

 

 

0306 25 10

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

0306 25 90

– – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0306 26

– –

koudwatergarnalen (Pandalus spp., Crangon crangon)

 

 

 

 

 

0306 26 10

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

 

– – – –

garnalen van de soort Crangon crangon

 

 

 

 

 

0306 26 31

– – – – –

vers of gekoeld, of gestoomd of in water gekookt

Visserij

18 %

A*

A

 

0306 26 39

– – – – –

andere

Visserij

18 %

A*

A

 

0306 26 90

– – – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0306 27

– –

andere garnalen

 

 

 

 

 

0306 27 10

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0306 27 91

– – – –

garnalen van de familie „Pandalidae”, andere dan het geslacht Pandalus

Visserij

12 %

A*

A

 

0306 27 95

– – – –

garnalen van het geslacht Crangon, andere dan de soort Crangon crangon

Visserij

18 %

A*

A

 

0306 27 99

– – – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0306 29

– –

andere, daaronder begrepen meel, poeder en pellets, van schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie

 

 

 

 

 

0306 29 05

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schaal, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0306 29 10

– – – –

rivierkreeften

Visserij

7,5 %

A*

A

 

0306 29 90

– – – –

andere

Visserij

12 %

A*

A

 

0307

Weekdieren, ook indien ontdaan van de schelp, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; gerookte weekdieren, ook indien ontdaan van de schelp, ook indien voor of tijdens het roken gekookt; meel, poeder en pellets, van weekdieren, geschikt voor menselijke consumptie

 

 

 

 

 

 

oesters

 

 

 

 

 

0307 11

– –

levend, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0307 11 10

– – –

levende platte oesters (Ostrea spp.), wegende, in de schelp, niet meer dan 40 g per stuk

Visserij

Vrij

A*

A

 

0307 11 90

– – –

andere

Visserij

9 %

A*

A

 

0307 19

– –

andere

 

 

 

 

 

0307 19 10

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

0307 19 90

– – –

andere

Visserij

9 %

A*

A

 

 

jakobsschelpen en andere schelpdieren van de geslachten Pecten, Chlamys of Placopecten

 

 

 

 

 

0307 21 00

– –

levend, vers of gekoeld

Visserij

8 %

A*

A

 

0307 29

– –

andere

 

 

 

 

 

0307 29 05

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0307 29 10

– – – –

jakobsschelpen (Pecten maximus), bevroren

Visserij

8 %

A*

A

 

0307 29 90

– – – –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

 

mosselen (Mytilus spp., Perna spp.)

 

 

 

 

 

0307 31

– –

levend, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0307 31 10

– – –

van het geslacht Mytilus

Visserij

10 %

A*

A

 

0307 31 90

– – –

van het geslacht Perna

Visserij

8 %

A*

A

 

0307 39

– –

andere

 

 

 

 

 

0307 39 05

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0307 39 10

– – – –

van het geslacht Mytilus

Visserij

10 %

A*

A

 

0307 39 90

– – – –

van het geslacht Perna

Visserij

8 %

A*

A

 

 

inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiola spp.); pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Loligo spp., Nototodarus spp., Sepioteuthis spp.)

 

 

 

 

 

0307 41

– –

levend, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0307 41 10

– – –

inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiola spp.)

Visserij

8 %

A*

A

 

 

– – –

pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Loligo spp., Nototodarus spp., Sepioteuthis spp.)

 

 

 

 

 

0307 41 92

– – – –

van het geslacht Loligo

Visserij

6 %

A*

A

 

0307 41 99

– – – –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

0307 49

– –

andere

 

 

 

 

 

0307 49 05

– – –

gerookt, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

bevroren

 

 

 

 

 

 

– – – –

inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiola spp.)

 

 

 

 

 

 

– – – – –

van het geslacht Sepiola

 

 

 

 

 

0307 49 09

– – – – – –

kleine zeekat (Sepiola rondeleti)

Visserij

6 %

A*

A

 

0307 49 11

– – – – – –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

0307 49 18

– – – – –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

 

– – – –

pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Loligo spp., Nototodarus spp., Sepioteuthis spp.)

 

 

 

 

 

 

– – – – –

van het geslacht Loligo

 

 

 

 

 

0307 49 31

– – – – – –

van de soort Loligo vulgaris

Visserij

6 %

A*

A

 

0307 49 33

– – – – – –

van de soort Loligo pealei

Visserij

6 %

A*

A

 

0307 49 35

– – – – – –

van de soort Loligo patagonica

Visserij

6 %

A*

A

 

0307 49 38

– – – – – –

andere

Visserij

6 %

A*

A

 

0307 49 59

– – – – –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0307 49 71

– – – –

inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma, Sepiola spp.)

Visserij

8 %

A*

A

 

 

– – – –

pijlinktvissen (Ommastrephes spp., Loligo spp., Nototodarus spp., Sepioteuthis spp.)

 

 

 

 

 

0307 49 92

– – – – –

van het geslacht Loligo

Visserij

6 %

A*

A

 

0307 49 99

– – – – –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

 

achtarmige inktvissen (Octopus spp.)

 

 

 

 

 

0307 51 00

– –

levend, vers of gekoeld

Visserij

8 %

A*

A

 

0307 59

– –

andere

 

 

 

 

 

0307 59 05

– – –

gerookt, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0307 59 10

– – – –

bevroren

Visserij

8 %

C*

A

 

0307 59 90

– – – –

andere

Visserij

8 %

A*

A

 

0307 60

eetbare slakken, andere dan zeeslakken

 

 

 

 

 

0307 60 10

– –

gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

0307 60 90

– –

andere

Visserij

Vrij

A*

A

 

 

tweekleppigen, kokkels en arkschelpen (de families „Arcidae”, „Arcticidae”, „Cardiidae”, „Donacidae”, „Hiatellidae”, „Mactridae”, „Mesodesmatidae”, „Myidae”, „Semelidae”, „Solecurtidae”, „Solenidae”, „Tridacnidae” en „Veneridae”)

 

 

 

 

 

0307 71 00

– –

levend, vers of gekoeld

Visserij

11 %

A*

A

 

0307 79

– –

andere

 

 

 

 

 

0307 79 10

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

0307 79 30

– – –

tapijtschelp of andere soorten van de familie „Veneridae”, bevroren

Visserij

8 %

A*

A

 

0307 79 90

– – –

andere

Visserij

11 %

A*

A

 

 

zeeoren (Haliotis spp.)

 

 

 

 

 

0307 81 00

– –

levend, vers of gekoeld

Visserij

11 %

A*

A

 

0307 89

– –

andere

 

 

 

 

 

0307 89 10

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

0307 89 90

– – –

andere

Visserij

11 %

A*

A

 

 

andere, daaronder begrepen meel, poeder en pellets, geschikt voor menselijke consumptie

 

 

 

 

 

0307 91

– –

levend, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0307 91 10

– – –

grote pijlinktvis (Todarodes sagittatus)

Visserij

6 %

A*

A

 

0307 91 90

– – –

andere

Visserij

11 %

A*

A

 

0307 99

– –

andere

 

 

 

 

 

0307 99 10

– – –

gerookt, ook indien ontdaan van de schelp, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

20 %

A*

A

 

 

– – –

bevroren

 

 

 

 

 

0307 99 11

– – – –

van het geslacht Illex

Visserij

8 %

A*

A

 

0307 99 14

– – – –

grote pijlinktvis (Todarodes sagittatus)

Visserij

6 %

A*

A

 

0307 99 17

– – – –

andere

Visserij

11 %

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0307 99 20

– – – –

grote pijlinktvis (Todarodes sagittatus)

Visserij

6 %

A*

A

 

0307 99 80

– – – –

andere

Visserij

11 %

A*

A

 

0308

Ongewervelde waterdieren, andere dan schaal- en weekdieren, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; gerookte ongewervelde waterdieren, andere dan schaal- en weekdieren, ook indien voor of tijdens het roken gekookt; meel, poeder en pellets van ongewervelde waterdieren, andere dan schaal- en weekdieren, geschikt voor menselijke consumptie

 

 

 

 

 

 

zeekomkommers (Stichopus japonicus, Holothurioidea)

 

 

 

 

 

0308 11 00

– –

levend, vers of gekoeld

Visserij

11 %

A*

A

 

0308 19

– –

andere

 

 

 

 

 

0308 19 10

– – –

gerookt, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

26 %

A*

A

 

0308 19 30

– – –

bevroren

Visserij

11 %

A*

A

 

0308 19 90

– – –

andere

Visserij

11 %

A*

A

 

 

zee-egels (Strongylocentrotus spp., Paracentrotus lividus, Loxechinus albus, Echinus esculentus)

 

 

 

 

 

0308 21 00

– –

levend, vers of gekoeld

Visserij

11 %

A*

A

 

0308 29

– –

andere

 

 

 

 

 

0308 29 10

– – –

gerookt, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

26 %

A*

A

 

0308 29 30

– – –

bevroren

Visserij

11 %

A*

A

 

0308 29 90

– – –

andere

Visserij

11 %

A*

A

 

0308 30

kwallen (Rhopilema spp.)

 

 

 

 

 

0308 30 10

– –

levend, vers of gekoeld

Visserij

11 %

A*

A

 

0308 30 30

– –

gerookt, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

26 %

A*

A

 

0308 30 50

– –

bevroren

Visserij

Vrij

A*

A

 

0308 30 90

– –

andere

Visserij

11 %

A*

A

 

0308 90

andere

 

 

 

 

 

0308 90 10

– –

levend, vers of gekoeld

Visserij

11 %

A*

A

 

0308 90 30

– –

gerookt, ook indien voor of tijdens het roken gekookt, niet op andere wijze bereid

Visserij

26 %

A*

A

 

0308 90 50

– –

bevroren

Visserij

11 %

A*

A

 

0308 90 90

– –

andere

Visserij

11 %

A*

A

 

04

HOOFDSTUK 4 — MELK EN ZUIVELPRODUCTEN; VOGELEIEREN; NATUURHONING; EETBARE PRODUCTEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG, ELDERS GENOEMD NOCH ELDERS ONDER BEGREPEN

 

 

 

 

 

0401

Melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

 

 

 

 

 

0401 10

met een vetgehalte van niet meer dan 1 gewichtspercent

 

 

 

 

 

0401 10 10

– –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

Landbouw

13,8 EUR/100 kg

A

A

 

0401 10 90

– –

andere

Landbouw

12,9 EUR/100 kg

A

A

 

0401 20

met een vetgehalte van meer dan 1 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

 

– –

met een vetgehalte van niet meer dan 3 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0401 20 11

– – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

Landbouw

18,8 EUR/100 kg

A

A

 

0401 20 19

– – –

andere

Landbouw

17,9 EUR/100 kg

A

A

 

 

– –

met een vetgehalte van meer dan 3 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0401 20 91

– – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

Landbouw

22,7 EUR/100 kg

A

A

 

0401 20 99

– – –

andere

Landbouw

21,8 EUR/100 kg

A

A

 

0401 40

met een vetgehalte van meer dan 6 doch niet meer dan 10 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0401 40 10

– –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

Landbouw

57,5 EUR/100 kg

A

A

 

0401 40 90

– –

andere

Landbouw

56,6 EUR/100 kg

A

A

 

0401 50

met een vetgehalte van meer dan 10 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

 

– –

met een vetgehalte van niet meer dan 21 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0401 50 11

– – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

Landbouw

57,5 EUR/100 kg

A

A

 

0401 50 19

– – –

andere

Landbouw

56,6 EUR/100 kg

A

A

 

 

– –

met een vetgehalte van meer dan 21 doch niet meer dan 45 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0401 50 31

– – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

Landbouw

110 EUR/100 kg

A

A

 

0401 50 39

– – –

andere

Landbouw

109,1 EUR/100 kg

A

A

 

 

– –

met een vetgehalte van meer dan 45 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0401 50 91

– – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2 l

Landbouw

183,7 EUR/100 kg

A

A

 

0401 50 99

– – –

andere

Landbouw

182,8 EUR/100 kg

A

A

 

0402

Melk en room, ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

 

 

 

 

 

0402 10

in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een vetgehalte van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

 

 

 

 

 

 

– –

zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

 

 

 

 

 

0402 10 11

– – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

Landbouw

125,4 EUR/100 kg

E*

A

 

0402 10 19

– – –

andere

Landbouw

118,8 EUR/100 kg

E*

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

0402 10 91

– – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

Landbouw

1,19 EUR/kg/melkgedeelte + 27,5 EUR/100 kg

E*

A

 

0402 10 99

– – –

andere

Landbouw

1,19 EUR/kg/melkgedeelte + 21 EUR/100 kg

E*

A

 

 

in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, met een vetgehalte van meer dan 1,5 gewichtspercent

 

 

 

 

 

0402 21

– –

zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

 

 

 

 

 

 

– – –

met een vetgehalte van niet meer dan 27 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0402 21 11

– – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

Landbouw

135,7 EUR/100 kg

A*

A

 

0402 21 18

– – – –

andere

Landbouw

130,4 EUR/100 kg

A*

A

 

 

– – –

met een vetgehalte van meer dan 27 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0402 21 91

– – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

Landbouw

167,2 EUR/100 kg

A*

A

 

0402 21 99

– – – –

andere

Landbouw

161,9 EUR/100 kg

A*

A

 

0402 29

– –

andere

 

 

 

 

 

 

– – –

met een vetgehalte van niet meer dan 27 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0402 29 11

– – – –

melk voor zuigelingen, luchtdicht verpakt in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 500 g en met een vetgehalte van meer dan 10 gewichtspercenten

Landbouw

1,31 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

 

– – – –

andere

 

 

 

 

 

0402 29 15

– – – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

Landbouw

1,31 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

0402 29 19

– – – – –

andere

Landbouw

1,31 EUR/kg/melkgedeelte + 16,8 EUR/100 kg

A*

A

 

 

– – –

met een vetgehalte van meer dan 27 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0402 29 91

– – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

Landbouw

1,62 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

0402 29 99

– – – –

andere

Landbouw

1,62 EUR/kg/melkgedeelte + 16,8 EUR/100 kg

A*

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

0402 91

– –

zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

 

 

 

 

 

0402 91 10

– – –

met een vetgehalte van niet meer dan 8 gewichtspercenten

Landbouw

34,7 EUR/100 kg

A

A

 

0402 91 30

– – –

met een vetgehalte van meer dan 8 doch niet meer dan 10 gewichtspercenten

Landbouw

43,4 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

met een vetgehalte van meer dan 10 doch niet meer dan 45 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0402 91 51

– – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

Landbouw

110 EUR/100 kg

A

A

 

0402 91 59

– – – –

andere

Landbouw

109,1 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

met een vetgehalte van meer dan 45 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0402 91 91

– – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

Landbouw

183,7 EUR/100 kg

A

A

 

0402 91 99

– – – –

andere

Landbouw

182,8 EUR/100 kg

A

A

 

0402 99

– –

andere

 

 

 

 

 

0402 99 10

– – –

met een vetgehalte van niet meer dan 9,5 gewichtspercenten

Landbouw

57,2 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

met een vetgehalte van meer dan 9,5 doch niet meer dan 45 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0402 99 31

– – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

Landbouw

1,08 EUR/kg/melkgedeelte + 19,4 EUR/100 kg

A

A

 

0402 99 39

– – – –

andere

Landbouw

1,08 EUR/kg/melkgedeelte + 18,5 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

met een vetgehalte van meer dan 45 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0402 99 91

– – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg

Landbouw

1,81 EUR/kg/melkgedeelte + 19,4 EUR/100 kg

A

A

 

0402 99 99

– – – –

andere

Landbouw

1,81 EUR/kg/melkgedeelte + 18,5 EUR/100 kg

A

A

 

0403

Karnemelk, gestremde melk en room, yoghurt, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao

 

 

 

 

 

0403 10

yoghurt

 

 

 

 

 

 

– –

niet gearomatiseerd noch met toegevoegde vruchten of cacao

 

 

 

 

 

 

– – –

zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen en met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0403 10 11

– – – –

van niet meer dan 3 gewichtspercenten

Landbouw

20,5 EUR/100 kg

A

A

 

0403 10 13

– – – –

van meer dan 3 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

Landbouw

24,4 EUR/100 kg

A

A

 

0403 10 19

– – – –

van meer dan 6 gewichtspercenten

Landbouw

59,2 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

andere, met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0403 10 31

– – – –

van niet meer dan 3 gewichtspercenten

Landbouw

0,17 EUR/kg/melkgedeelte + 21,1 EUR/100 kg

A

A

 

0403 10 33

– – – –

van meer dan 3 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

Landbouw

0,2 EUR/kg/melkgedeelte + 21,1 EUR/100 kg

A

A

 

0403 10 39

– – – –

van meer dan 6 gewichtspercenten

Landbouw

0,54 EUR/kg/melkgedeelte + 21,1 EUR/100 kg

A

A

 

 

– –

gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao

 

 

 

 

 

 

– – –

in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen

 

 

 

 

 

0403 10 51

– – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

8,3 % + 95 EUR/100 kg

0 % + 95 EUR/100 kg

A

 

0403 10 53

– – – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

8,3 % + 130,4 EUR/100 kg

0 % + 130,4 EUR/100 kg

A

 

0403 10 59

– – – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

8,3 % + 168,8 EUR/100 kg

0 % + 168,8 EUR/100 kg

A

 

 

– – –

andere, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen

 

 

 

 

 

0403 10 91

– – – –

van niet meer dan 3 gewichtspercenten

Landbouw

8,3 % + 12,4 EUR/100 kg

0 % + 12,4 EUR/100 kg

A

 

0403 10 93

– – – –

van meer dan 3 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

Landbouw

8,3 % + 17,1 EUR/100 kg

0 % + 17,1 EUR/100 kg

A

 

0403 10 99

– – – –

van meer dan 6 gewichtspercenten

Landbouw

8,3 % + 26,6 EUR/100 kg

0 % + 26,6 EUR/100 kg

A

 

0403 90

andere

 

 

 

 

 

 

– –

niet gearomatiseerd noch met toegevoegde vruchten of cacao

 

 

 

 

 

 

– – –

in poeder, in korrels of in andere vaste vorm

 

 

 

 

 

 

– – – –

zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen en met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0403 90 11

– – – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

100,4 EUR/100 kg

A*

A

 

0403 90 13

– – – – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

135,7 EUR/100 kg

A*

A

 

0403 90 19

– – – – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

167,2 EUR/100 kg

A*

A

 

 

– – – –

andere, met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0403 90 31

– – – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

0,95 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

0403 90 33

– – – – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

1,31 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

0403 90 39

– – – – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

1,62 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

 

– – – –

zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen en met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0403 90 51

– – – – –

van niet meer dan 3 gewichtspercenten

Landbouw

20,5 EUR/100 kg

A

A

 

0403 90 53

– – – – –

van meer dan 3 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

Landbouw

24,4 EUR/100 kg

A

A

 

0403 90 59

– – – – –

van meer dan 6 gewichtspercenten

Landbouw

59,2 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

andere, met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0403 90 61

– – – – –

van niet meer dan 3 gewichtspercenten

Landbouw

0,17 EUR/kg/melkgedeelte + 21,1 EUR/100 kg

A

A

 

0403 90 63

– – – – –

van meer dan 3 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

Landbouw

0,2 EUR/kg/melkgedeelte + 21,1 EUR/100 kg

A

A

 

0403 90 69

– – – – –

van meer dan 6 gewichtspercenten

Landbouw

0,54 EUR/kg/melkgedeelte + 21,1 EUR/100 kg

A

A

 

 

– –

gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao

 

 

 

 

 

 

– – –

in poeder, in korrels of in andere vaste vorm en met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen

 

 

 

 

 

0403 90 71

– – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

8,3 % + 95 EUR/100 kg

0 % + 95 EUR/100 kg

A

 

0403 90 73

– – – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

8,3 % + 130,4 EUR/100 kg

0 % + 130,4 EUR/100 kg

A

 

0403 90 79

– – – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

8,3 % + 168,8 EUR/100 kg

0 % + 168,8 EUR/100 kg

A

 

 

– – –

andere, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen

 

 

 

 

 

0403 90 91

– – – –

van niet meer dan 3 gewichtspercenten

Landbouw

8,3 % + 12,4 EUR/100 kg

0 % + 12,4 EUR/100 kg

A

 

0403 90 93

– – – –

van meer dan 3 doch niet meer dan 6 gewichtspercenten

Landbouw

8,3 % + 17,1 EUR/100 kg

0 % + 17,1 EUR/100 kg

A

 

0403 90 99

– – – –

van meer dan 6 gewichtspercenten

Landbouw

8,3 % + 26,6 EUR/100 kg

0 % + 26,6 EUR/100 kg

A

 

0404

Wei, ook indien ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen; producten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, elders genoemd noch elders onder begrepen

 

 

 

 

 

0404 10

wei en gewijzigde wei, ook indien ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

 

 

 

 

 

 

– –

in poeder, in korrels of in andere vaste vorm

 

 

 

 

 

 

– – –

zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen en met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte × 6,38)

 

 

 

 

 

 

– – – –

van niet meer dan 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0404 10 02

– – – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

7 EUR/100 kg

A*

A

 

0404 10 04

– – – – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

135,7 EUR/100 kg

A*

A

 

0404 10 06

– – – – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

167,2 EUR/100 kg

A*

A

 

 

– – – –

van meer dan 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0404 10 12

– – – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

100,4 EUR/100 kg

A*

A

 

0404 10 14

– – – – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

135,7 EUR/100 kg

A*

A

 

0404 10 16

– – – – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

167,2 EUR/100 kg

A*

A

 

 

– – –

andere, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte × 6,38)

 

 

 

 

 

 

– – – –

van niet meer dan 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0404 10 26

– – – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

0,07 EUR/kg/melkgedeelte + 16,8 EUR/100 kg

A*

A

 

0404 10 28

– – – – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

1,31 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

0404 10 32

– – – – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

1,62 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

 

– – – –

van meer dan 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0404 10 34

– – – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

0,95 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

0404 10 36

– – – – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

1,31 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

0404 10 38

– – – – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

1,62 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

 

– – –

zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen en met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte × 6,38)

 

 

 

 

 

 

– – – –

van niet meer dan 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0404 10 48

– – – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

0,07 EUR/kg/van melk afkomstige droge stof

A

A

 

0404 10 52

– – – – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

135,7 EUR/100 kg

A

A

 

0404 10 54

– – – – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

167,2 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

van meer dan 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0404 10 56

– – – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

100,4 EUR/100 kg

A

A

 

0404 10 58

– – – – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

135,7 EUR/100 kg

A

A

 

0404 10 62

– – – – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

167,2 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

andere, met een gehalte aan proteïne (stikstofgehalte × 6,38)

 

 

 

 

 

 

– – – –

van niet meer dan 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0404 10 72

– – – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

0,07 EUR/kg/van melk afkomstige droge stof + 16,8 EUR/100 kg

A

A

 

0404 10 74

– – – – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

1,31 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A

A

 

0404 10 76

– – – – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

1,62 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

van meer dan 15 gewichtspercenten en met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0404 10 78

– – – – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

0,95 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A

A

 

0404 10 82

– – – – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

1,31 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A

A

 

0404 10 84

– – – – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

1,62 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A

A

 

0404 90

andere

 

 

 

 

 

 

– –

zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen en met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0404 90 21

– – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

100,4 EUR/100 kg

A*

A

 

0404 90 23

– – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

135,7 EUR/100 kg

A*

A

 

0404 90 29

– – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

167,2 EUR/100 kg

A*

A

 

 

– –

andere, met een vetgehalte

 

 

 

 

 

0404 90 81

– – –

van niet meer dan 1,5 gewichtspercent

Landbouw

0,95 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

0404 90 83

– – –

van meer dan 1,5 doch niet meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

1,31 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

0404 90 89

– – –

van meer dan 27 gewichtspercenten

Landbouw

1,62 EUR/kg/melkgedeelte + 22 EUR/100 kg

A*

A

 

0405

Boter en andere van melk afkomstige vetstoffen; zuivelpasta's

 

 

 

 

 

0405 10

boter

 

 

 

 

 

 

– –

met eenvetgehalte van niet meer dan 85 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

 

– – –

natuurlijke boter

 

 

 

 

 

0405 10 11

– – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

Landbouw

189,6 EUR/100 kg

F*

A

 

0405 10 19

– – – –

andere

Landbouw

189,6 EUR/100 kg

F*

A

 

0405 10 30

– – –

gerecombineerde boter

Landbouw

189,6 EUR/100 kg

F*

A

 

0405 10 50

– – –

weiboter

Landbouw

189,6 EUR/100 kg

F*

A

 

0405 10 90

– –

andere

Landbouw

231,3 EUR/100 kg

F*

A

 

0405 20

zuivelpasta's

 

 

 

 

 

0405 20 10

– –

met een vetgehalte van 39 of meer gewichtspercenten doch minder dan 60 gewichtspercenten

Landbouw

9 % + EA

0 % + EA

A

 

0405 20 30

– –

met een vetgehalte van 60 of meer gewichtspercenten doch niet meer dan 75 gewichtspercenten

Landbouw

9 % + EA

0 % + EA

A

 

0405 20 90

– –

met een vetgehalte van meer dan 75 doch minder dan 80 gewichtspercenten

Landbouw

189,6 EUR/100 kg

A*

A

 

0405 90

andere

 

 

 

 

 

0405 90 10

– –

met een vetgehalte van 99,3 of meer gewichtspercenten en een vochtgehalte van niet meer dan 0,5 gewichtspercent

Landbouw

231,3 EUR/100 kg

A*

A

 

0405 90 90

– –

andere

Landbouw

231,3 EUR/100 kg

A*

A

 

0406

Kaas en wrongel

 

 

 

 

 

0406 10

verse (niet gerijpte) kaas, weikaas daaronder begrepen, en wrongel

 

 

 

 

 

0406 10 20

– –

met een vetgehalte van niet meer dan 40 gewichtspercenten

Landbouw

185,2 EUR/100 kg

A

A

 

0406 10 80

– –

andere

Landbouw

221,2 EUR/100 kg

A

A

 

0406 20

kaas van alle soorten, geraspt of in poeder

 

 

 

 

 

0406 20 10

– –

Glariskruidkaas (zogenaamde Schabziger), vervaardigd van afgeroomde melk waaraan fijngemalen kruiden zijn toegevoegd

Landbouw

7,7 %

A*

A

 

0406 20 90

– –

andere

Landbouw

188,2 EUR/100 kg

A

A

 

0406 30

smeltkaas, niet geraspt noch in poeder

 

 

 

 

 

0406 30 10

– –

waarin geen andere kaassoorten zijn verwerkt dan Emmentaler, Gruyère en Appenzell en eventueel met toevoeging van Glariskruidkaas (zogenaamde Schabziger), opgemaakt voor de verkoop in het klein, met een vetgehalte, berekend op de droge stof, van niet meer dan 56 gewichtspercenten

Landbouw

144,9 EUR/100 kg

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

 

– – –

met een vetgehalte van niet meer dan 36 gewichtspercenten en met een vetgehalte, berekend op de droge stof

 

 

 

 

 

0406 30 31

– – – –

van niet meer dan 48 gewichtspercenten

Landbouw

139,1 EUR/100 kg

A

A

 

0406 30 39

– – – –

van meer dan 48 gewichtspercenten

Landbouw

144,9 EUR/100 kg

A

A

 

0406 30 90

– – –

met een vetgehalte van meer dan 36 gewichtspercenten

Landbouw

215 EUR/100 kg

A

A

 

0406 40

blauw-groen geaderde kaas en andere kaas die aders bevat die zijn verkregen door gebruik te maken van Penicillium roqueforti

 

 

 

 

 

0406 40 10

– –

Roquefort

Landbouw

140,9 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 40 50

– –

Gorgonzola

Landbouw

140,9 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 40 90

– –

andere

Landbouw

140,9 EUR/100 kg

A

A

 

0406 90

andere kaas

 

 

 

 

 

0406 90 01

– –

bestemd voor verwerking

Landbouw

167,1 EUR/100 kg

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

0406 90 13

– – –

Emmentaler

Landbouw

171,7 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 15

– – –

Gruyère en Sbrinz

Landbouw

171,7 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 17

– – –

Bergkäse en Appenzell

Landbouw

171,7 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 18

– – –

Fromage Fribourgeois, Vacherin Mont d'Or en Tête de Moine

Landbouw

171,7 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 19

– – –

Glariskruidkaas (zogenaamde Schabziger), vervaardigd van afgeroomde melk waaraan fijngemalen kruiden zijn toegevoegd

Landbouw

7,7 %

A*

A

 

0406 90 21

– – –

Cheddar

Landbouw

167,1 EUR/100 kg

A

A

 

0406 90 23

– – –

Edam

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 25

– – –

Tilsit

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 27

– – –

Butterkäse

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 29

– – –

Kashkaval

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 32

– – –

Feta

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 35

– – –

Kefalotyri

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 37

– – –

Finlandia

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 39

– – –

Jarlsberg

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0406 90 50

– – – –

schapenkaas en kaas bereid uit buffelmelk, in bergingsmiddelen die pekel bevatten of in zakken van schapen- of geitenvellen

Landbouw

151 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – –

andere

 

 

 

 

 

 

– – – – –

met eenvetgehalte van niet meer dan 40 gewichtspercenten en een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa

 

 

 

 

 

 

– – – – – –

van niet meer dan 47 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0406 90 61

– – – – – – –

Grana Padano en Parmigiano Reggiano

Landbouw

188,2 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 63

– – – – – – –

Fiore Sardo en Pecorino

Landbouw

188,2 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 69

– – – – – – –

andere

Landbouw

188,2 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – – – – –

van meer dan 47 doch niet meer dan 72 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0406 90 73

– – – – – – –

Provolone

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 75

– – – – – – –

Asiago, Caciocavallo, Montasio en Ragusano

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 76

– – – – – – –

Danbo, Fontal, Fontina, Fynbo, Havarti, Maribo en Samsø

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 78

– – – – – – –

Gouda

Landbouw

151 EUR/100 kg

A

A

 

0406 90 79

– – – – – – –

Esrom, Italico, Kernhem, Saint-Nectaire, Saint-Paulin en Taleggio

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 81

– – – – – – –

Cantal, Cheshire, Wensleydale, Lancashire, Double Gloucester, Blarney, Colby en Monterey

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 82

– – – – – – –

Camembert

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 84

– – – – – – –

Brie

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

0406 90 85

– – – – – – –

Kefalograviera en Kasseri

Landbouw

151 EUR/100 kg

A*

A

 

 

– – – – – – –

andere kaas, met een vochtgehalte, berekend op de vetvrije kaasmassa

 

 

 

 

 

0406 90 86

– – – – – – – –

van meer dan 47 doch niet meer dan 52 gewichtspercenten

Landbouw

151 EUR/100 kg

A

A

 

0406 90 87

– – – – – – – –

van meer dan 52 doch niet meer dan 62 gewichtspercenten

Landbouw

151 EUR/100 kg

A

A

 

0406 90 88

– – – – – – – –

van meer dan 62 doch niet meer dan 72 gewichtspercenten

Landbouw

151 EUR/100 kg

A

A

 

0406 90 93

– – – – – –

van meer dan 72 gewichtspercenten

Landbouw

185,2 EUR/100 kg

A

A

 

0406 90 99

– – – – –

andere

Landbouw

221,2 EUR/100 kg

A

A

 

0407

Vogeleieren in de schaal, vers, verduurzaamd of gekookt

 

 

 

 

 

 

broedeieren

 

 

 

 

 

0407 11 00

– –

van kippen

Landbouw

35 EUR/1 000  p/st

A

A

 

0407 19

– –

andere

 

 

 

 

 

 

– – –

van pluimvee, andere dan van kippen

 

 

 

 

 

0407 19 11

– – – –

van kalkoenen of van ganzen

Landbouw

105 EUR/1 000  p/st

A

A

 

0407 19 19

– – – –

andere

Landbouw

35 EUR/1 000  p/st

A

A

 

0407 19 90

– – –

andere

Landbouw

7,7 %

A

A

 

 

andere verse eieren

 

 

 

 

 

0407 21 00

– –

van kippen

Landbouw

30,4 EUR/100 kg

A

A

 

0407 29

– –

andere

 

 

 

 

 

0407 29 10

– – –

van pluimvee, andere dan van kippen

Landbouw

30,4 EUR/100 kg

A

A

 

0407 29 90

– – –

andere

Landbouw

7,7 %

A

A

 

0407 90

andere

 

 

 

 

 

0407 90 10

– –

van pluimvee

Landbouw

30,4 EUR/100 kg

A

A

 

0407 90 90

– –

andere

Landbouw

7,7 %

A

A

 

0408

Vogeleieren uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

 

 

 

 

 

 

eigeel

 

 

 

 

 

0408 11

– –

gedroogd

 

 

 

 

 

0408 11 20

– – –

ongeschikt voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

0408 11 80

– – –

ander

Landbouw

142,3 EUR/100 kg

A

A

 

0408 19

– –

ander

 

 

 

 

 

0408 19 20

– – –

ongeschikt voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– – –

ander

 

 

 

 

 

0408 19 81

– – – –

vloeibaar

Landbouw

62 EUR/100 kg

A

A

 

0408 19 89

– – – –

ander, inclusief bevroren

Landbouw

66,3 EUR/100 kg

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

0408 91

– –

gedroogd

 

 

 

 

 

0408 91 20

– – –

ongeschikt voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

0408 91 80

– – –

andere

Landbouw

137,4 EUR/100 kg

A

A

 

0408 99

– –

andere

 

 

 

 

 

0408 99 20

– – –

ongeschikt voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

0408 99 80

– – –

andere

Landbouw

35,3 EUR/100 kg

A

A

 

0409 00 00

Natuurhoning

Landbouw

17,3 %

A

A

 

0410 00 00

Eetbare producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen

Landbouw

7,7 %

A

A

 

05

HOOFDSTUK 5 — ANDERE PRODUCTEN VAN DIERLIJKE OORSPRONG, ELDERS GENOEMD NOCH ELDERS ONDER BEGREPEN

 

 

 

 

 

0501 00 00

Mensenhaar, onbewerkt, ook indien gewassen of ontvet; afval van mensenhaar

Landbouw

Vrij

A

A

 

0502

Haar van varkens of van wilde zwijnen; dassenhaar en ander dierlijk haar, voor borstelwerk; afval van dit haar

 

 

 

 

 

0502 10 00

haar van varkens of van wilde zwijnen en afval van dit haar

Landbouw

Vrij

A

A

 

0502 90 00

ander

Landbouw

Vrij

A

A

 

0504 00 00

Darmen, blazen en magen van dieren (andere dan die van vissen), in hun geheel of in stukken, vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt

Landbouw

Vrij

A

A

 

0505

Vogelhuiden en andere delen van vogels, met veren of dons bezet, veren en delen van veren (ook indien bijgesneden) en dons, ruw, gereinigd, ontsmet of op andere wijze behandeld ter voorkoming van bederf, doch niet verder bewerkt; poeder en afval, van veren of van delen van veren

 

 

 

 

 

0505 10

veren van de soorten die als opvulmateriaal worden gebruikt; dons

 

 

 

 

 

0505 10 10

– –

ruw

Landbouw

Vrij

A

A

 

0505 10 90

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0505 90 00

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0506

Beenderen en hoornpitten, ruw, ontvet of eenvoudig voorbehandeld (doch niet in vorm gesneden), met zuur behandeld of ontdaan van gelatine; poeder en afval van deze stoffen

 

 

 

 

 

0506 10 00

osseïne en met zuur behandelde beenderen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0506 90 00

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0507

Ivoor, schildpad, walvisbaarden (walvisbaardhaar daaronder begrepen), horens, geweien, hoeven, nagels, klauwen en snavels, ruw of eenvoudig voorbehandeld, doch niet in vorm gesneden; poeder en afval van deze stoffen

 

 

 

 

 

0507 10 00

ivoor; poeder en afval, van ivoor

Landbouw

Vrij

A

A

 

0507 90 00

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0508 00 00

Koraal en dergelijke stoffen, ruw of eenvoudig voorbehandeld, doch niet verder bewerkt; schelpen en schalen, van schaaldieren, van weekdieren of van stekelhuidigen, alsmede rugplaten van inktvissen, ruw of eenvoudig voorbehandeld, doch niet in vorm gesneden, alsmede poeder en afval van deze stoffen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0510 00 00

Grijze amber, bevergeil, civet en muskus; Spaanse vlieg; gal, ook indien gedroogd; klieren en andere stoffen van dierlijke oorsprong, die worden gebruikt voor het bereiden van farmaceutische producten, vers, gekoeld, bevroren of anderszins voorlopig geconserveerd

Landbouw

Vrij

A

A

 

0511

Producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen; dode dieren van de soorten bedoeld bij hoofdstuk 1 of 3, niet geschikt voor menselijke consumptie

 

 

 

 

 

0511 10 00

rundersperma

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

0511 91

– –

producten van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren; dode dieren van de soorten bedoeld bij hoofdstuk 3

 

 

 

 

 

0511 91 10

– – –

visafvallen

Visserij

Vrij

A*

A

 

0511 91 90

– – –

andere

Visserij

Vrij

A*

A

 

0511 99

– –

andere

 

 

 

 

 

0511 99 10

– – –

pezen en zenen; snippers en dergelijk afval van ongelooide huiden of vellen

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– – –

echte sponsen

 

 

 

 

 

0511 99 31

– – – –

ruw

Landbouw

Vrij

A

A

 

0511 99 39

– – – –

andere

Landbouw

5,1 %

A

A

 

0511 99 85

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

II

AFDELING II — PRODUCTEN VAN HET PLANTENRIJK

 

 

 

 

 

06

HOOFDSTUK 6 — LEVENDE PLANTEN EN PRODUCTEN VAN DE BLOEMENTEELT

 

 

 

 

 

0601

Bollen, knollen en wortelstokken, ook indien in blad of in bloei; cichoreiplanten en -wortels, andere dan die bedoeld bij post 1212

 

 

 

 

 

0601 10

bollen, knollen en wortelstokken, in rusttoestand

 

 

 

 

 

0601 10 10

– –

hyacinten

Landbouw

5,1 %

A

A

 

0601 10 20

– –

narcissen

Landbouw

5,1 %

A

A

 

0601 10 30

– –

tulpen

Landbouw

5,1 %

A

A

 

0601 10 40

– –

gladiolen

Landbouw

5,1 %

A

A

 

0601 10 90

– –

andere

Landbouw

5,1 %

A

A

 

0601 20

bollen, knollen en wortelstokken, in blad of in bloei; cichoreiplanten en -wortels

 

 

 

 

 

0601 20 10

– –

cichoreiplanten en -wortels

Landbouw

Vrij

A

A

 

0601 20 30

– –

orchideeën, hyacinten, narcissen en tulpen

Landbouw

9,6 %

A

A

 

0601 20 90

– –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0602

Andere levende planten (wortels daaronder begrepen), stekken en enten; champignonbroed

 

 

 

 

 

0602 10

stekken zonder wortels en enten

 

 

 

 

 

0602 10 10

– –

van de wijnstok

Landbouw

Vrij

A

A

 

0602 10 90

– –

andere

Landbouw

4 %

A

A

 

0602 20

bomen en heesters, voor de teelt van eetbare vruchten, ook indien geënt

 

 

 

 

 

0602 20 10

– –

plantgoed van wijnstokken, geënt of met wortels

Landbouw

Vrij

A

A

 

0602 20 90

– –

andere

Landbouw

8,3 %

A

A

 

0602 30 00

rododendrons en azalea's, ook indien geënt

Landbouw

8,3 %

A

A

 

0602 40 00

rozen, ook indien geënt

Landbouw

8,3 %

A

A

 

0602 90

andere

 

 

 

 

 

0602 90 10

– –

champignonbroed

Landbouw

8,3 %

A

A

 

0602 90 20

– –

ananasplantjes

Landbouw

Vrij

A

A

 

0602 90 30

– –

groenteplanten en aardbeiplanten

Landbouw

8,3 %

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

 

– – –

planten voor de open grond

 

 

 

 

 

 

– – – –

bomen en heesters

 

 

 

 

 

0602 90 41

– – – – –

woudbomen en woudheesters (zogenaamd bosplantsoen)

Landbouw

8,3 %

A

A

 

 

– – – – –

andere

 

 

 

 

 

0602 90 45

– – – – – –

bewortelde stekken en jonge planten

Landbouw

6,5 %

A

A

 

0602 90 49

– – – – – –

andere

Landbouw

8,3 %

A

A

 

0602 90 50

– – – –

andere planten voor de open grond

Landbouw

8,3 %

A

A

 

 

– – –

kamerplanten

 

 

 

 

 

0602 90 70

– – – –

bewortelde stekken, zaailingen en plantgoed, met uitzondering van cactussen

Landbouw

6,5 %

A

A

 

 

– – – –

andere

 

 

 

 

 

0602 90 91

– – – – –

bloeiende planten (in knop of bloem), met uitzondering van cactussen

Landbouw

6,5 %

A

A

 

0602 90 99

– – – – –

andere

Landbouw

6,5 %

A

A

 

0603

Afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, voor bloemstukken of voor versiering, vers, gedroogd, gebleekt, geverfd, geïmpregneerd of op andere wijze geprepareerd

 

 

 

 

 

 

vers

 

 

 

 

 

0603 11 00

– –

rozen

Landbouw

Zie opmerking

G*

A

Van 1 juni tot en met 31 oktober: 12 %; van 1 november tot en met 31 mei: 8,5 %.

0603 12 00

– –

anjers

Landbouw

Zie opmerking

X

A

Van 1 juni tot en met 31 oktober: 12 %; van 1 november tot en met 31 mei: 8,5 %.

0603 13 00

– –

orchideeën

Landbouw

Zie opmerking

G*

A

Van 1 juni tot en met 31 oktober: 12 %; van 1 november tot en met 31 mei: 8,5 %.

0603 14 00

– –

chrysanten

Landbouw

Zie opmerking

G*

A

Van 1 juni tot en met 31 oktober: 12 %; van 1 november tot en met 31 mei: 8,5 %.

0603 15 00

– –

lelies (Lilium spp.)

Landbouw

Zie opmerking

H*

A

Van 1 juni tot en met 31 oktober: 12 %; van 1 november tot en met 31 mei: 8,5 %.

0603 19

– –

andere

 

 

 

 

 

0603 19 10

– – –

gladiolen

Landbouw

Zie opmerking

A*

A

Van 1 juni tot en met 31 oktober: 12 %; van 1 november tot en met 31 mei: 8,5 %.

0603 19 80

– – –

andere

Landbouw

Zie opmerking

H*

A

Van 1 juni tot en met 31 oktober: 12 %; van 1 november tot en met 31 mei: 8,5 %.

0603 90 00

andere

Landbouw

10 %

I*

A

 

0604

Loof, bladeren, twijgen, takken en andere delen van planten, zonder bloemen, bloesems of bloemknoppen, alsmede grassen, mossen en korstmossen, voor bloemstukken of voor versiering, vers, gedroogd, gebleekt, geverfd, geïmpregneerd of op andere wijze geprepareerd

 

 

 

 

 

0604 20

vers

 

 

 

 

 

 

– –

mossen en korstmossen

 

 

 

 

 

0604 20 11

– – –

rendiermos

Landbouw

Vrij

A

A

 

0604 20 19

– – –

andere

Landbouw

5 %

A

A

 

0604 20 20

– –

kerstbomen

Landbouw

2,5 %

A

A

 

0604 20 40

– –

takken en twijgen van naaldbomen

Landbouw

2,5 %

A

A

 

0604 20 90

– –

andere

Landbouw

2 %

A

A

 

0604 90

andere

 

 

 

 

 

 

– –

mossen en korstmossen

 

 

 

 

 

0604 90 11

– – –

rendiermos

Landbouw

Vrij

A

A

 

0604 90 19

– – –

andere

Landbouw

5 %

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

0604 90 91

– – –

enkel gedroogd

Landbouw

Vrij

A

A

 

0604 90 99

– – –

andere

Landbouw

10,9 %

A

A

 

07

HOOFDSTUK 7 — GROENTEN, PLANTEN, WORTELS EN KNOLLEN, VOOR VOEDINGSDOELEINDEN

 

 

 

 

 

0701

Aardappelen, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0701 10 00

pootaardappelen

Landbouw

4,5 %

A

A

 

0701 90

andere

 

 

 

 

 

0701 90 10

– –

bestemd voor de vervaardiging van zetmeel

Landbouw

5,8 %

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

0701 90 50

– – –

nieuwe aardappelen (primeurs), van 1 januari tot en met 30 juni

Landbouw

Zie opmerking

A

A

Van 1 januari tot en met 15 mei: 9,6 %; van 16 mei tot en met 30 juni: 13,4 %.

0701 90 90

– – –

andere

Landbouw

11,5 %

A

A

 

0702 00 00

Tomaten, vers of gekoeld

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0703

Uien, sjalotten, knoflook, prei en andere eetbare looksoorten, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0703 10

uien en sjalotten

 

 

 

 

 

 

– –

uien

 

 

 

 

 

0703 10 11

– – –

plantuitjes

Landbouw

9,6 %

A

A

 

0703 10 19

– – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

0703 10 90

– –

sjalotten

Landbouw

9,6 %

A

A

 

0703 20 00

knoflook

Landbouw

9,6 % + 120 EUR/100 kg

A

A

 

0703 90 00

prei en andere eetbare looksoorten

Landbouw

10,4 %

A

A

 

0704

Rodekool, wittekool, bloemkool, spruitjes, koolrabi, boerenkool en dergelijke eetbare kool van het geslacht Brassica, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0704 10 00

bloemkool

Landbouw

Zie opmerking

A

A

Van 15 april tot en met 30 november: 13,6 % MIN 1,6 EUR/100 kg/net; van 1 december tot en met 14 april: 9,6 % MIN 1,1 EUR/100 kg/net.

0704 20 00

spruitjes

Landbouw

12 %

A

A

 

0704 90

andere

 

 

 

 

 

0704 90 10

– –

wittekool en rodekool

Landbouw

12 % MIN 0,4 EUR/100 kg

A

A

 

0704 90 90

– –

andere

Landbouw

12 %

A

A

 

0705

Sla (Lactuca sativa), andijvie, witloof en andere cichoreigroenten (Cichorium spp.), vers of gekoeld

 

 

 

 

 

 

sla

 

 

 

 

 

0705 11 00

– –

kropsla

Landbouw

Zie opmerking

A

A

Van 1 april tot en met 30 november: 12 % MIN 2 EUR/100 kg/br; van 1 december tot en met 31 maart: 10,4 % MIN 1,3 EUR/100 kg/br.

0705 19 00

– –

andere

Landbouw

10,4 %

A

A

 

 

andijvie, witloof en andere cichoreigroenten

 

 

 

 

 

0705 21 00

– –

witloof (Cichorium intybus var. foliosum)

Landbouw

10,4 %

A

A

 

0705 29 00

– –

andere

Landbouw

10,4 %

A

A

 

0706

Wortelen, rapen, kroten, schorseneren, knolselderij, radijs en dergelijke eetbare wortelen en knollen, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0706 10 00

wortelen en rapen

Landbouw

13,6 %

A

A

 

0706 90

andere

 

 

 

 

 

0706 90 10

– –

knolselderij

Landbouw

Zie opmerking

A

A

Van 1 mei tot en met 30 september: 10,4 %; van 1 oktober tot en met 30 april: 13,6 %.

0706 90 30

– –

mierikswortel of peperwortel (Cochlearia armoracia)

Landbouw

12 %

A

A

 

0706 90 90

– –

andere

Landbouw

13,6 %

A

A

 

0707 00

Komkommers en augurken, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0707 00 05

komkommers

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0707 00 90

augurken

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0708

Peulgroenten, ook indien gedopt, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0708 10 00

erwten (Pisum sativum), peultjes daaronder begrepen

Landbouw

Zie opmerking

A

A

Van 1 juni tot en met 31 augustus: 13,6 %; van 1 september tot en met 31 mei: 8 %.

0708 20 00

bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.)

Landbouw

Zie opmerking

A

A

Van 1 oktober tot en met 30 juni: 10,4 % MIN 1,6 EUR/100 kg/net; van 1 juli tot en met 30 september: 13,6 % MIN 1,6 EUR/100 kg/net.

0708 90 00

andere peulgroenten

Landbouw

11,2 %

A

A

 

0709

Andere groenten, vers of gekoeld

 

 

 

 

 

0709 20 00

asperges

Landbouw

10,2 %

A

A

 

0709 30 00

aubergines

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0709 40 00

selderij, andere dan knolselderij

Landbouw

12,8 %

A

A

 

 

paddenstoelen en truffels

 

 

 

 

 

0709 51 00

– –

paddenstoelen van het geslacht Agaricus

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0709 59

– –

andere

 

 

 

 

 

0709 59 10

– – –

cantharellen

Landbouw

3,2 %

A

A

 

0709 59 30

– – –

eekhoorntjesbrood

Landbouw

5,6 %

A

A

 

0709 59 50

– – –

truffels

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0709 59 90

– – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0709 60

vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta

 

 

 

 

 

0709 60 10

– –

niet-scherpsmakende pepers

Landbouw

7,2 %

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

0709 60 91

– – –

capsicumsoorten bestemd voor de vervaardiging van capsaïcine of van tincturen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0709 60 95

– – –

bestemd voor de industriële vervaardiging van etherische oliën of van harsaroma's

Landbouw

Vrij

A

A

 

0709 60 99

– – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0709 70 00

spinazie, Nieuw-Zeelandse spinazie en tuinmelde

Landbouw

10,4 %

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

0709 91 00

– –

artisjokken

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0709 92

– –

olijven

 

 

 

 

 

0709 92 10

– – –

bestemd voor andere doeleinden dan het vervaardigen van olie

Landbouw

4,5 %

A

A

 

0709 92 90

– – –

andere

Landbouw

13,1 EUR/100 kg

A

A

 

0709 93

– –

pompoenen en kalebassen (Cucurbita spp.)

 

 

 

 

 

0709 93 10

– – –

kleine pompoenen (zogenaamde courgettes)

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0709 93 90

– – –

andere

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0709 99

– –

andere

 

 

 

 

 

0709 99 10

– – –

sla, andere dan Lactuca sativa en andere dan cichoreigroenten (Cichorium spp.)

Landbouw

10,4 %

A

A

 

0709 99 20

– – –

snijbiet en kardoen

Landbouw

10,4 %

A

A

 

0709 99 40

– – –

kappers

Landbouw

5,6 %

A

A

 

0709 99 50

– – –

venkel

Landbouw

8 %

A

A

 

0709 99 60

– – –

suikermais

Landbouw

9,4 EUR/100 kg

X

A

 

0709 99 90

– – –

andere

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0710

Groenten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren

 

 

 

 

 

0710 10 00

aardappelen

Landbouw

14,4 %

A

A

 

 

peulgroenten, ook indien gedopt

 

 

 

 

 

0710 21 00

– –

erwten (Pisum sativum), peultjes daaronder begrepen

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0710 22 00

– –

bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.)

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0710 29 00

– –

andere

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0710 30 00

spinazie, Nieuw-Zeelandse spinazie en tuinmelde

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0710 40 00

suikermais

Landbouw

5,1 % + 9,4 EUR/100 kg/net eda

1,6 % + 9,4 EUR/100 kg/net eda

A

 

0710 80

andere groenten

 

 

 

 

 

0710 80 10

– –

olijven

Landbouw

15,2 %

A

A

 

 

– –

vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta

 

 

 

 

 

0710 80 51

– – –

niet-scherpsmakende pepers

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0710 80 59

– – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

 

– –

paddenstoelen

 

 

 

 

 

0710 80 61

– – –

van het geslacht Agaricus

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0710 80 69

– – –

andere

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0710 80 70

– –

tomaten

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0710 80 80

– –

artisjokken

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0710 80 85

– –

asperges

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0710 80 95

– –

andere

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0710 90 00

mengsels van groenten

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0711

Groenten, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie

 

 

 

 

 

0711 20

olijven

 

 

 

 

 

0711 20 10

– –

bestemd voor andere doeleinden dan het vervaardigen van olie

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0711 20 90

– –

andere

Landbouw

13,1 EUR/100 kg

A

A

 

0711 40 00

komkommers en augurken

Landbouw

12 %

A

A

 

 

paddenstoelen en truffels

 

 

 

 

 

0711 51 00

– –

paddenstoelen van het geslacht Agaricus

Landbouw

9,6 % + 191 EUR/100 kg/net eda

A

A

 

0711 59 00

– –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

0711 90

andere groenten; mengsels van groenten

 

 

 

 

 

 

– –

groenten

 

 

 

 

 

0711 90 10

– – –

vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta, andere dan niet-scherpsmakende pepers

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0711 90 30

– – –

suikermais

Landbouw

5,1 % + 9,4 EUR/100 kg/net eda

1,6 % + 9,4 EUR/100 kg/net eda

A

 

0711 90 50

– – –

uien

Landbouw

7,2 %

A

A

 

0711 90 70

– – –

kappers

Landbouw

4,8 %

A

A

 

0711 90 80

– – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

0711 90 90

– –

mengsels van groenten

Landbouw

12 %

A

A

 

0712

Gedroogde groenten, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid

 

 

 

 

 

0712 20 00

uien

Landbouw

12,8 %

A

A

 

 

paddenstoelen, judasoren (Auricularia spp.), trilzwammen (Tremella spp.) en truffels

 

 

 

 

 

0712 31 00

– –

paddenstoelen van het geslacht Agaricus

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0712 32 00

– –

judasoren (Auricularia spp.)

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0712 33 00

– –

trilzwammen (Tremella spp.)

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0712 39 00

– –

andere

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0712 90

andere groenten; mengsels van groenten

 

 

 

 

 

0712 90 05

– –

aardappelen, ook indien in stukken of in schijven gesneden, doch niet op andere wijze bereid

Landbouw

10,2 %

A

A

 

 

– –

suikermais (Zea mays var. saccharata)

 

 

 

 

 

0712 90 11

– – –

hybriden, bestemd voor zaaidoeleinden

Landbouw

Vrij

A

A

 

0712 90 19

– – –

andere

Landbouw

9,4 EUR/100 kg

A

A

 

0712 90 30

– –

tomaten

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0712 90 50

– –

wortelen

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0712 90 90

– –

andere

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0713

Gedroogde zaden van peulgroenten, ook indien gepeld (bijvoorbeeld spliterwten)

 

 

 

 

 

0713 10

erwten (Pisum sativum)

 

 

 

 

 

0713 10 10

– –

voor zaaidoeleinden

Landbouw

Vrij

A

A

 

0713 10 90

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0713 20 00

kekers

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

bonen (Vigna spp., Phaseolus spp.)

 

 

 

 

 

0713 31 00

– –

bonen van de soort Vigna mungo (L.) Hepper of Vigna radiata (L.) Wilczek

Landbouw

Vrij

A

A

 

0713 32 00

– –

bonen van de soort Phaseolus angularis of Vigna angularis (adzukibonen)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0713 33

– –

bonen van de soort Phaseolus vulgaris

 

 

 

 

 

0713 33 10

– – –

voor zaaidoeleinden

Landbouw

Vrij

A

A

 

0713 33 90

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0713 34 00

– –

bambarabonen (Vigna subterranea of Voandzeia subterranea)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0713 35 00

– –

koeienerwten (Vigna unguiculata)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0713 39 00

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0713 40 00

linzen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0713 50 00

tuinbonen (Vicia faba var. major), paardenbonen (Vicia faba var. equina) en duivenbonen (Vicia faba var. minor)

Landbouw

3,2 %

A

A

 

0713 60 00

struikerwten (Cajanus cajan)

Landbouw

3,2 %

A

A

 

0713 90 00

andere

Landbouw

3,2 %

A

A

 

0714

Maniokwortel, arrowroot (pijlwortel), salepwortel, aardperen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel of aan inuline, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in stukken of in pellets; merg van de sagopalm

 

 

 

 

 

0714 10 00

maniokwortel

Landbouw

9,5 EUR/100 kg

A

A

 

0714 20

bataten (zoete aardappelen)

 

 

 

 

 

0714 20 10

– –

vers, geheel, bestemd voor menselijke consumptie

Landbouw

3 %

A

A

 

0714 20 90

– –

andere

Landbouw

6,4 EUR/100 kg

A

A

 

0714 30 00

yams (Dioscorea spp.)

Landbouw

9,5 EUR/100 kg

A

A

 

0714 40 00

taro (Colocasia spp.)

Landbouw

9,5 EUR/100 kg

A

A

 

0714 50 00

yautia (Xanthosoma spp.)

Landbouw

9,5 EUR/100 kg

A

A

 

0714 90

andere

 

 

 

 

 

0714 90 20

– –

arrowroot (pijlwortel), salepwortel en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel

Landbouw

9,5 EUR/100 kg

A

A

 

0714 90 90

– –

andere

Landbouw

3 %

A

A

 

08

HOOFDSTUK 8 — FRUIT; SCHILLEN VAN CITRUSVRUCHTEN EN VAN MELOENEN

 

 

 

 

 

0801

Kokosnoten, paranoten en cashewnoten, vers of gedroogd, ook zonder dop of schaal

 

 

 

 

 

 

kokosnoten

 

 

 

 

 

0801 11 00

– –

gedroogd

Landbouw

Vrij

A

A

 

0801 12 00

– –

in de binnenste schaal (endocarpium)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0801 19 00

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

paranoten

 

 

 

 

 

0801 21 00

– –

in de dop

Landbouw

Vrij

A

A

 

0801 22 00

– –

zonder dop

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

cashewnoten

 

 

 

 

 

0801 31 00

– –

in de dop

Landbouw

Vrij

A

A

 

0801 32 00

– –

zonder dop

Landbouw

Vrij

A

A

 

0802

Andere noten, vers of gedroogd, ook zonder dop of schaal, al dan niet gepeld

 

 

 

 

 

 

amandelen

 

 

 

 

 

0802 11

– –

in de dop

 

 

 

 

 

0802 11 10

– – –

bittere amandelen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0802 11 90

– – –

andere

Landbouw

5,6 %

A

A

 

0802 12

– –

zonder dop

 

 

 

 

 

0802 12 10

– – –

bittere amandelen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0802 12 90

– – –

andere

Landbouw

3,5 %

A

A

 

 

hazelnoten (Corylus spp.)

 

 

 

 

 

0802 21 00

– –

in de dop

Landbouw

3,2 %

A

A

 

0802 22 00

– –

zonder dop

Landbouw

3,2 %

A

A

 

 

walnoten

 

 

 

 

 

0802 31 00

– –

in de dop

Landbouw

4 %

A

A

 

0802 32 00

– –

zonder dop

Landbouw

5,1 %

A

A

 

 

kastanjes (Castanea spp.)

 

 

 

 

 

0802 41 00

– –

in de dop

Landbouw

5,6 %

A

A

 

0802 42 00

– –

zonder dop

Landbouw

5,6 %

A

A

 

 

pistaches

 

 

 

 

 

0802 51 00

– –

in de dop

Landbouw

1,6 %

A

A

 

0802 52 00

– –

zonder dop

Landbouw

1,6 %

A

A

 

 

macadamianoten

 

 

 

 

 

0802 61 00

– –

in de dop

Landbouw

2 %

A

A

 

0802 62 00

– –

zonder dop

Landbouw

2 %

A

A

 

0802 70 00

colanoten (Cola spp.)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0802 80 00

arecanoten (of betelnoten)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0802 90

andere

 

 

 

 

 

0802 90 10

– –

pecannoten

Landbouw

Vrij

A

A

 

0802 90 50

– –

pingels of pignolen

Landbouw

2 %

A

A

 

0802 90 85

– –

andere

Landbouw

2 %

A

A

 

0803

Bananen, plantains daaronder begrepen, vers of gedroogd

 

 

 

 

 

0803 10

plantains

 

 

 

 

 

0803 10 10

– –

vers

Landbouw

16 %

A

A

 

0803 10 90

– –

gedroogd

Landbouw

16 %

A

A

 

0803 90

andere

 

 

 

 

 

0803 90 10

– –

vers

Landbouw

132 EUR/1 000  kg

X

A

 

0803 90 90

– –

gedroogd

Landbouw

16 %

A

A

 

0804

Dadels, vijgen, ananassen, advocaten (avocado's), guaves, manga's en manggistans, vers of gedroogd

 

 

 

 

 

0804 10 00

dadels

Landbouw

7,7 %

A

A

 

0804 20

vijgen

 

 

 

 

 

0804 20 10

– –

vers

Landbouw

5,6 %

A

A

 

0804 20 90

– –

gedroogd

Landbouw

8 %

A

A

 

0804 30 00

ananassen

Landbouw

5,8 %

A

A

 

0804 40 00

advocaten (avocado's)

Landbouw

Zie opmerking

A

A

Van 1 december tot en met 31 mei: 4 %; van 1 juni tot en met 30 november: 5,1 %.

0804 50 00

guaves, manga's en manggistans

Landbouw

Vrij

A

A

 

0805

Citrusvruchten, vers of gedroogd

 

 

 

 

 

0805 10

sinaasappelen

 

 

 

 

 

0805 10 20

– –

andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers

Landbouw

Invoerprijzen

D*

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0805 10 80

– –

andere

Landbouw

Zie opmerking

A

A

Van 1 april tot en met 15 oktober: 12 %; van 16 oktober tot en met 31 maart: 16 %.

0805 20

mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen); clementines, wilkings en dergelijke kruisingen van citrusvruchten

 

 

 

 

 

0805 20 10

– –

clementines

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0805 20 30

– –

monreales en satsuma's

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0805 20 50

– –

mandarijnen en wilkings

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0805 20 70

– –

tangerines

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0805 20 90

– –

andere

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0805 40 00

pompelmoezen, grapefruits en pomelo's

Landbouw

Zie opmerking

A

A

Van 1 mei tot en met 31 oktober: 2,4 %; van 1 november tot en met 30 april: 1,5 %.

0805 50

citroenen (Citrus limon, Citrus limonum) en lemmetjes (Citrus aurantifolia, Citrus latifolia)

 

 

 

 

 

0805 50 10

– –

citroenen (Citrus limon, Citrus limonum)

Landbouw

Invoerprijzen

A*

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd en is de afbouwcategorie van toepassing van 1 mei tot en met 30 oktober.

0805 50 90

– –

lemmetjes (Citrus aurantifolia, Citrus latifolia)

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0805 90 00

andere

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0806

Druiven, rozijnen en krenten

 

 

 

 

 

0806 10

druiven

 

 

 

 

 

0806 10 10

– –

voor tafelgebruik

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd en is de afbouwcategorie van toepassing van 1 november tot en met 20 juli.

0806 10 90

– –

andere

Landbouw

Zie opmerking

A

A

Van 15 juli tot en met 31 oktober: 17,6 %; van 1 november tot en met 14 juli: 14,4 %.

0806 20

rozijnen en krenten

 

 

 

 

 

0806 20 10

– –

krenten

Landbouw

2,4 %

A

A

 

0806 20 30

– –

sultana's

Landbouw

2,4 %

A

A

 

0806 20 90

– –

andere

Landbouw

2,4 %

A

A

 

0807

Meloenen (watermeloenen daaronder begrepen) en papaja's, vers

 

 

 

 

 

 

meloenen (watermeloenen daaronder begrepen)

 

 

 

 

 

0807 11 00

– –

watermeloenen

Landbouw

8,8 %

A

A

 

0807 19 00

– –

andere

Landbouw

8,8 %

A

A

 

0807 20 00

papaja's

Landbouw

Vrij

A

A

 

0808

Appelen, peren en kweeperen, vers

 

 

 

 

 

0808 10

appelen

 

 

 

 

 

0808 10 10

– –

persappelen, los verladen; van 16 september tot en met 15 december

Landbouw

7,2 % MIN 0,36 EUR/100 kg

A

A

 

0808 10 80

– –

andere

Landbouw

Invoerprijzen

X

A

 

0808 30

peren

 

 

 

 

 

0808 30 10

– –

persperen, los verladen; van 1 augustus tot en met 31 december

Landbouw

7,2 % MIN 0,36 EUR/100 kg

A

A

 

0808 30 90

– –

andere

Landbouw

Invoerprijzen

A*

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd en is de afbouwcategorie van toepassing van 1 mei tot en met 30 juni.

0808 40 00

kweeperen

Landbouw

7,2 %

A

A

 

0809

Abrikozen, kersen, perziken (nectarines daaronder begrepen), pruimen en sleepruimen, vers

 

 

 

 

 

0809 10 00

abrikozen

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

 

kersen

 

 

 

 

 

0809 21 00

– –

zure kersen (Prunus cerasus)

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0809 29 00

– –

andere

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0809 30

perziken (nectarines daaronder begrepen)

 

 

 

 

 

0809 30 10

– –

nectarines

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0809 30 90

– –

andere

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0809 40

pruimen en sleepruimen

 

 

 

 

 

0809 40 05

– –

pruimen

Landbouw

Invoerprijzen

A

A

Met betrekking tot de afbouwcategorie voor Zuid-Afrika wordt het invoerprijzensysteem gehandhaafd.

0809 40 90

– –

sleepruimen

Landbouw

12 %

A

A

 

0810

Ander fruit, vers

 

 

 

 

 

0810 10 00

aardbeien

Landbouw

Zie opmerking

A

A

Van 1 augustus tot en met 30 april: 11,2 %; van 1 mei tot en met 31 juli: 12,8 % MIN 2,4 EUR/100 kg/net.

0810 20

frambozen, bramen, moerbeien en loganbessen

 

 

 

 

 

0810 20 10

– –

frambozen

Landbouw

8,8 %

A

A

 

0810 20 90

– –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

0810 30

zwarte, witte of rode aalbessen en kruisbessen

 

 

 

 

 

0810 30 10

– –

zwarte aalbessen

Landbouw

8,8 %

A

A

 

0810 30 30

– –

rode aalbessen

Landbouw

8,8 %

A

A

 

0810 30 90

– –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

0810 40

veenbessen, bosbessen en andere vruchten van het geslacht Vaccinium

 

 

 

 

 

0810 40 10

– –

rode bosbessen (vruchten van de Vaccinium vitis-idaea)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0810 40 30

– –

blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus)

Landbouw

3,2 %

A

A

 

0810 40 50

– –

vruchten van de Vaccinium macrocarpon en van de Vaccinium corymbosum

Landbouw

3,2 %

A

A

 

0810 40 90

– –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

0810 50 00

kiwi's

Landbouw

Zie opmerking

A

A

Van 15 mei tot en met 15 november: 8 %; van 16 november tot en met 14 mei: 8,8 %.

0810 60 00

doerians

Landbouw

8,8 %

A

A

 

0810 70 00

dadelpruimen

Landbouw

8,8 %

A

A

 

0810 90

ander

 

 

 

 

 

0810 90 20

– –

tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka's („jackfruit”), sapodilla's, passievruchten, carambola's en pitahaya's

Landbouw

Vrij

A

A

 

0810 90 75

– –

ander

Landbouw

8,8 %

A

A

 

0811

Vruchten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren, al dan niet met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

 

 

 

 

 

0811 10

aardbeien

 

 

 

 

 

 

– –

met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

 

 

 

 

 

0811 10 11

– – –

met een suikergehalte van meer dan 13 gewichtspercenten

Landbouw

20,8 % + 8,4 EUR/100 kg

A

A

 

0811 10 19

– – –

andere

Landbouw

20,8 %

A

A

 

0811 10 90

– –

andere

Landbouw

14,4 %

J

A

 

0811 20

frambozen, bramen, moerbeien, loganbessen, zwarte, witte of rode aalbessen en kruisbessen

 

 

 

 

 

 

– –

met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

 

 

 

 

 

0811 20 11

– – –

met een suikergehalte van meer dan 13 gewichtspercenten

Landbouw

20,8 % + 8,4 EUR/100 kg

A

A

 

0811 20 19

– – –

andere

Landbouw

20,8 %

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

0811 20 31

– – –

frambozen

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0811 20 39

– – –

zwarte aalbessen

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0811 20 51

– – –

rode aalbessen

Landbouw

12 %

A

A

 

0811 20 59

– – –

bramen en moerbeien

Landbouw

12 %

A

A

 

0811 20 90

– – –

andere

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0811 90

andere

 

 

 

 

 

 

– –

met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

 

 

 

 

 

 

– – –

met een suikergehalte van meer dan 13 gewichtspercenten

 

 

 

 

 

0811 90 11

– – – –

tropische vruchten en tropische noten

Landbouw

13 % + 5,3 EUR/100 kg

A

A

 

0811 90 19

– – – –

andere

Landbouw

20,8 % + 8,4 EUR/100 kg

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0811 90 31

– – – –

tropische vruchten en tropische noten

Landbouw

13 %

A

A

 

0811 90 39

– – – –

andere

Landbouw

20,8 %

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

0811 90 50

– – –

blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus)

Landbouw

12 %

A

A

 

0811 90 70

– – –

blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtilloides en van de Vaccinium angustifolium)

Landbouw

3,2 %

A

A

 

 

– – –

kersen

 

 

 

 

 

0811 90 75

– – – –

zure kersen (Prunus cerasus)

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0811 90 80

– – – –

andere

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0811 90 85

– – –

tropische vruchten en tropische noten

Landbouw

9 %

A

A

 

0811 90 95

– – –

andere

Landbouw

14,4 %

A

A

 

0812

Vruchten, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie

 

 

 

 

 

0812 10 00

kersen

Landbouw

8,8 %

A

A

 

0812 90

andere

 

 

 

 

 

0812 90 25

– –

abrikozen; sinaasappelen

Landbouw

12,8 %

A

A

 

0812 90 30

– –

papaja's

Landbouw

2,3 %

A

A

 

0812 90 40

– –

blauwe bosbessen (vruchten van de Vaccinium myrtillus)

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0812 90 70

– –

guaves, manga's, manggistans, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka's („jackfruit”), sapodilla's, passievruchten, carambola's, pitahaya's en tropische noten

Landbouw

5,5 %

A

A

 

0812 90 98

– –

andere

Landbouw

8,8 %

A

A

 

0813

Vruchten, andere dan bedoeld bij de posten 0801 tot en met 0806 , gedroogd; mengsels van noten of gedroogde vruchten, bedoeld bij dit hoofdstuk

 

 

 

 

 

0813 10 00

abrikozen

Landbouw

5,6 %

A

A

 

0813 20 00

pruimen

Landbouw

9,6 %

A

A

 

0813 30 00

appelen

Landbouw

3,2 %

A

A

 

0813 40

andere vruchten

 

 

 

 

 

0813 40 10

– –

perziken, nectarines daaronder begrepen

Landbouw

5,6 %

A

A

 

0813 40 30

– –

peren

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0813 40 50

– –

papaja's

Landbouw

2 %

A

A

 

0813 40 65

– –

tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka's („jackfruit”), sapodilla's, passievruchten, carambola's en pitahaya's

Landbouw

Vrij

A

A

 

0813 40 95

– –

andere

Landbouw

2,4 %

A

A

 

0813 50

mengsels van noten of gedroogde vruchten, bedoeld bij dit hoofdstuk

 

 

 

 

 

 

– –

mengsels van gedroogde vruchten, andere dan bedoeld bij de posten 0801 tot en met 0806

 

 

 

 

 

 

– – –

zonder pruimen

 

 

 

 

 

0813 50 12

– – – –

van papaja's, tamarindevruchten, cashewappelen, lychees, nangka's („jackfruit”), sapodilla's, passievruchten, carambola's en pitahaya's

Landbouw

4 %

A

A

 

0813 50 15

– – – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

0813 50 19

– – –

met pruimen

Landbouw

9,6 %

A

A

 

 

– –

mengsels uitsluitend bestaande uit noten bedoeld bij de posten 0801 en 0802

 

 

 

 

 

0813 50 31

– – –

van tropische noten

Landbouw

4 %

A

A

 

0813 50 39

– – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

 

– –

andere mengsels

 

 

 

 

 

0813 50 91

– – –

geen pruimen of vijgen bevattend

Landbouw

8 %

A

A

 

0813 50 99

– – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

0814 00 00

Schillen van citrusvruchten en van meloenen (watermeloenen daaronder begrepen), vers, bevroren, gedroogd, dan wel in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd

Landbouw

1,6 %

A

A

 

09

HOOFDSTUK 9 — KOFFIE, THEE, MATÉ EN SPECERIJEN

 

 

 

 

 

0901

Koffie, cafeïnevrije koffie daaronder begrepen, ook indien gebrand; bolsters en schillen, van koffie; koffiesurrogaten die koffie bevatten, ongeacht de mengverhouding

 

 

 

 

 

 

koffie, ongebrand

 

 

 

 

 

0901 11 00

– –

waaruit geen cafeïne is verwijderd

Landbouw

Vrij

A

A

 

0901 12 00

– –

waaruit cafeïne is verwijderd

Landbouw

8,3 %

A

A

 

 

koffie, gebrand

 

 

 

 

 

0901 21 00

– –

waaruit geen cafeïne is verwijderd

Landbouw

7,5 %

A

A

 

0901 22 00

– –

waaruit cafeïne is verwijderd

Landbouw

9 %

A

A

 

0901 90

andere

 

 

 

 

 

0901 90 10

– –

bolsters en schillen, van koffie

Landbouw

Vrij

A

A

 

0901 90 90

– –

koffiesurrogaten die koffie bevatten

Landbouw

11,5 %

A

A

 

0902

Thee, ook indien gearomatiseerd

 

 

 

 

 

0902 10 00

groene (niet-gefermenteerde) thee in onmiddellijke verpakkingen met een inhoud van niet meer dan 3 kg

Landbouw

3,2 %

A

A

 

0902 20 00

andere groene (niet-gefermenteerde) thee

Landbouw

Vrij

A

A

 

0902 30 00

zwarte (gefermenteerde) thee en gedeeltelijk gefermenteerde thee, in onmiddellijke verpakkingen met een inhoud van niet meer dan 3 kg

Landbouw

Vrij

A

A

 

0902 40 00

andere zwarte (gefermenteerde) thee en andere gedeeltelijk gefermenteerde thee

Landbouw

Vrij

A

A

 

0903 00 00

Maté

Landbouw

Vrij

A

A

 

0904

Peper van het geslacht Piper; vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta, gedroogd, fijngemaakt of gemalen

 

 

 

 

 

 

peper van het geslacht Piper

 

 

 

 

 

0904 11 00

– –

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0904 12 00

– –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

4 %

A

A

 

 

vruchten van de geslachten Capsicum en Pimenta

 

 

 

 

 

0904 21

– –

gedroogd, niet fijngemaakt en niet gemalen

 

 

 

 

 

0904 21 10

– – –

niet-scherpsmakende pepers (Capsicum annuum)

Landbouw

9,6 %

A

A

 

0904 21 90

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0904 22 00

– –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

5 %

A

A

 

0905

Vanille

 

 

 

 

 

0905 10 00

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

6 %

A

A

 

0905 20 00

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

6 %

A

A

 

0906

Kaneel en kaneelknoppen

 

 

 

 

 

 

niet fijngemaakt en niet gemalen

 

 

 

 

 

0906 11 00

– –

kaneel (Cinnamomum zeylanicum Blume)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0906 19 00

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

0906 20 00

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0907

Kruidnagels, moernagels en kruidnagelstelen

 

 

 

 

 

0907 10 00

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

8 %

A

A

 

0907 20 00

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

8 %

A

A

 

0908

Muskaatnoten, foelie, amomen en kardemom

 

 

 

 

 

 

muskaatnoten

 

 

 

 

 

0908 11 00

– –

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0908 12 00

– –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

foelie

 

 

 

 

 

0908 21 00

– –

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0908 22 00

– –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

amomen en kardemom

 

 

 

 

 

0908 31 00

– –

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0908 32 00

– –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0909

Anijszaad, steranijszaad, venkelzaad, korianderzaad, komijnzaad en karwijzaad; jeneverbessen

 

 

 

 

 

 

korianderzaad

 

 

 

 

 

0909 21 00

– –

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0909 22 00

– –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

komijnzaad

 

 

 

 

 

0909 31 00

– –

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0909 32 00

– –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

anijszaad, steranijszaad, karwijzaad en venkelzaad; jeneverbessen

 

 

 

 

 

0909 61 00

– –

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0909 62 00

– –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0910

Gember, saffraan, kurkuma, tijm, laurierbladeren, kerrie en andere specerijen

 

 

 

 

 

 

gember

 

 

 

 

 

0910 11 00

– –

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0910 12 00

– –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0910 20

saffraan

 

 

 

 

 

0910 20 10

– –

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0910 20 90

– –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

8,5 %

A

A

 

0910 30 00

kurkuma

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

0910 91

– –

mengsels bedoeld bij aantekening 1, onder b), op dit hoofdstuk

 

 

 

 

 

0910 91 05

– – –

kerrie

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0910 91 10

– – – –

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0910 91 90

– – – –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

12,5 %

A

A

 

0910 99

– –

andere

 

 

 

 

 

0910 99 10

– – –

fenegriekzaad

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– – –

tijm

 

 

 

 

 

 

– – – –

niet fijngemaakt en niet gemalen

 

 

 

 

 

0910 99 31

– – – – –

wilde tijm (Thymus serpyllum L.)

Landbouw

Vrij

A

A

 

0910 99 33

– – – – –

andere

Landbouw

7 %

A

A

 

0910 99 39

– – – –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

8,5 %

A

A

 

0910 99 50

– – –

laurierbladeren

Landbouw

7 %

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

0910 99 91

– – – –

niet fijngemaakt en niet gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

0910 99 99

– – – –

fijngemaakt of gemalen

Landbouw

12,5 %

A

A

 

10

HOOFDSTUK 10 — GRANEN

 

 

 

 

 

1001

Tarwe en mengkoren

 

 

 

 

 

 

harde tarwe

 

 

 

 

 

1001 11 00

– –

zaaigoed

Landbouw

148 EUR/1 000  kg

A

A

 

1001 19 00

– –

andere

Landbouw

148 EUR/1 000  kg

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

1001 91

– –

zaaigoed

 

 

 

 

 

1001 91 10

– – –

spelt

Landbouw

12,8 %

A

A

 

1001 91 20

– – –

zachte tarwe en mengkoren

Landbouw

95 EUR/1 000  kg

A

A

 

1001 91 90

– – –

andere

Landbouw

95 EUR/1 000  kg

A

A

 

1001 99 00

– –

andere

Landbouw

95 EUR/1 000  kg

A

A

 

1002

Rogge

 

 

 

 

 

1002 10 00

zaaigoed

Landbouw

93 EUR/1 000  kg

A

A

 

1002 90 00

andere

Landbouw

93 EUR/1 000  kg

A

A

 

1003

Gerst

 

 

 

 

 

1003 10 00

zaaigoed

Landbouw

93 EUR/1 000  kg

A

A

 

1003 90 00

andere

Landbouw

93 EUR/1 000  kg

A

A

 

1004

Haver

 

 

 

 

 

1004 10 00

zaaigoed

Landbouw

89 EUR/1 000  kg

A

A

 

1004 90 00

andere

Landbouw

89 EUR/1 000  kg

A

A

 

1005

Mais

 

 

 

 

 

1005 10

zaaigoed

 

 

 

 

 

 

– –

hybriden

 

 

 

 

 

1005 10 13

– – –

drieweghybriden

Landbouw

Vrij

A

A

 

1005 10 15

– – –

enkele hybriden

Landbouw

Vrij

A

A

 

1005 10 18

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1005 10 90

– –

andere

Landbouw

94 EUR/1 000  kg

X

A

 

1005 90 00

andere

Landbouw

94 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006

Rijst

 

 

 

 

 

1006 10

padie

 

 

 

 

 

1006 10 10

– –

zaaigoed

Landbouw

7,7 %

X

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

 

– – –

voorgekookte (parboiled) rijst

 

 

 

 

 

1006 10 21

– – – –

rondkorrelige rijst

Landbouw

211 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 10 23

– – – –

halflangkorrelige rijst

Landbouw

211 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– – – –

langkorrelige rijst

 

 

 

 

 

1006 10 25

– – – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

Landbouw

211 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 10 27

– – – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

Landbouw

211 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1006 10 92

– – – –

rondkorrelige rijst

Landbouw

211 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 10 94

– – – –

halflangkorrelige rijst

Landbouw

211 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– – – –

langkorrelige rijst

 

 

 

 

 

1006 10 96

– – – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte groter isdan 2 doch kleiner dan 3

Landbouw

211 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 10 98

– – – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

Landbouw

211 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 20

gedopte (bruine) rijst of zilvervliesrijst

 

 

 

 

 

 

– –

voorgekookte (parboiled) rijst

 

 

 

 

 

1006 20 11

– – –

rondkorrelige rijst

Landbouw

30 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 20 13

– – –

halflangkorrelige rijst

Landbouw

30 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– – –

langkorrelige rijst

 

 

 

 

 

1006 20 15

– – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte groteris dan 2 doch kleiner dan 3

Landbouw

30 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 20 17

– – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

Landbouw

30 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

1006 20 92

– – –

rondkorrelige rijst

Landbouw

30 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 20 94

– – –

halflangkorrelige rijst

Landbouw

30 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– – –

langkorrelige rijst

 

 

 

 

 

1006 20 96

– – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

Landbouw

30 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 20 98

– – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

Landbouw

30 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 30

halfwitte of volwitte rijst, ook indien gepolijst of geglansd

 

 

 

 

 

 

– –

halfwitte rijst

 

 

 

 

 

 

– – –

voorgekookte (parboiled) rijst

 

 

 

 

 

1006 30 21

– – – –

rondkorrelige rijst

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 30 23

– – – –

halflangkorrelige rijst

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– – – –

langkorrelige rijst

 

 

 

 

 

1006 30 25

– – – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 30 27

– – – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1006 30 42

– – – –

rondkorrelige rijst

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 30 44

– – – –

halflangkorrelige rijst

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– – – –

langkorrelige rijst

 

 

 

 

 

1006 30 46

– – – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 30 48

– – – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– –

volwitte rijst

 

 

 

 

 

 

– – –

voorgekookte (parboiled) rijst

 

 

 

 

 

1006 30 61

– – – –

rondkorrelige rijst

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 30 63

– – – –

halflangkorrelige rijst

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– – – –

langkorrelige rijst

 

 

 

 

 

1006 30 65

– – – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 30 67

– – – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1006 30 92

– – – –

rondkorrelige rijst

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 30 94

– – – –

halflangkorrelige rijst

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– – – –

langkorrelige rijst

 

 

 

 

 

1006 30 96

– – – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte groter is dan 2 doch kleiner dan 3

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 30 98

– – – – –

waarvan de verhouding lengte/breedte gelijk is aan of groter dan 3

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

X

A

 

1006 40 00

breukrijst

Landbouw

65 EUR/1 000  kg

X

A

 

1007

Graansorgho

 

 

 

 

 

1007 10

zaaigoed

 

 

 

 

 

1007 10 10

– –

hybriden

Landbouw

6,4 %

X

A

 

1007 10 90

– –

andere

Landbouw

94 EUR/1 000  kg

A

A

 

1007 90 00

andere

Landbouw

94 EUR/1 000  kg

A

A

 

1008

Boekweit, gierst (andere dan sorgho) en kanariezaad; andere granen

 

 

 

 

 

1008 10 00

boekweit

Landbouw

37 EUR/1 000  kg

A

A

 

 

gierst

 

 

 

 

 

1008 21 00

– –

zaaigoed

Landbouw

56 EUR/1 000  kg

A

A

 

1008 29 00

– –

andere

Landbouw

56 EUR/1 000  kg

A

A

 

1008 30 00

kanariezaad

Landbouw

Vrij

A

A

 

1008 40 00

fonio (Digitaria spp.)

Landbouw

37 EUR/1 000  kg

A

A

 

1008 50 00

quinoa (Chenopodium quinoa)

Landbouw

37 EUR/1 000  kg

A

A

 

1008 60 00

triticale

Landbouw

93 EUR/1 000  kg

A

A

 

1008 90 00

andere granen

Landbouw

37 EUR/1 000  kg

A

A

 

11

HOOFDSTUK 11 — PRODUCTEN VAN DE MEELINDUSTRIE; MOUT; ZETMEEL; INULINE; TARWEGLUTEN

 

 

 

 

 

1101 00

Meel van tarwe of van mengkoren

 

 

 

 

 

 

van tarwe

 

 

 

 

 

1101 00 11

– –

van harde tarwe („durum”)

Landbouw

172 EUR/1 000  kg

A

A

 

1101 00 15

– –

van zachte tarwe en spelt

Landbouw

172 EUR/1 000  kg

A

A

 

1101 00 90

van mengkoren

Landbouw

172 EUR/1 000  kg

A

A

 

1102

Meel van granen, andere dan van tarwe of van mengkoren

 

 

 

 

 

1102 20

maïsmeel

 

 

 

 

 

1102 20 10

– –

waarvan het gehalte aan vetstoffen niet meer dan 1,5 gewichtspercent bedraagt

Landbouw

173 EUR/1 000  kg

X

A

 

1102 20 90

– –

ander

Landbouw

98 EUR/1 000  kg

X

A

 

1102 90

ander

 

 

 

 

 

1102 90 10

– –

van gerst

Landbouw

171 EUR/1 000  kg

A

A

 

1102 90 30

– –

van haver

Landbouw

164 EUR/1 000  kg

A

A

 

1102 90 50

– –

rijstmeel

Landbouw

138 EUR/1 000  kg

X

A

 

1102 90 70

– –

roggemeel

Landbouw

168 EUR/1 000  kg

A

A

 

1102 90 90

– –

ander

Landbouw

98 EUR/1 000  kg

A

A

 

1103

Gries, griesmeel en pellets van granen

 

 

 

 

 

 

gries en griesmeel

 

 

 

 

 

1103 11

– –

van tarwe

 

 

 

 

 

1103 11 10

– – –

van harde tarwe („durum”)

Landbouw

267 EUR/1 000  kg

A

A

 

1103 11 90

– – –

van zachte tarwe en spelt

Landbouw

186 EUR/1 000  kg

A

A

 

1103 13

– –

van mais

 

 

 

 

 

1103 13 10

– – –

waarvan het gehalte aan vetstoffen niet meer dan 1,5 gewichtspercent bedraagt

Landbouw

173 EUR/1 000  kg

X

A

 

1103 13 90

– – –

ander

Landbouw

98 EUR/1 000  kg

X

A

 

1103 19

– –

van andere granen

 

 

 

 

 

1103 19 20

– – –

van rogge of van gerst

Landbouw

171 EUR/1 000  kg

A

A

 

1103 19 40

– – –

van haver

Landbouw

164 EUR/1 000  kg

A

A

 

1103 19 50

– – –

van rijst

Landbouw

138 EUR/1 000  kg

X

A

 

1103 19 90

– – –

ander

Landbouw

98 EUR/1 000  kg

A

A

 

1103 20

pellets

 

 

 

 

 

1103 20 25

– –

van rogge of van gerst

Landbouw

171 EUR/1 000  kg

A

A

 

1103 20 30

– –

van haver

Landbouw

164 EUR/1 000  kg

A

A

 

1103 20 40

– –

van mais

Landbouw

173 EUR/1 000  kg

X

A

 

1103 20 50

– –

van rijst

Landbouw

138 EUR/1 000  kg

X

A

 

1103 20 60

– –

van tarwe

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

A

A

 

1103 20 90

– –

andere

Landbouw

98 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104

Op andere wijze bewerkte granen (bijvoorbeeld gepeld, geplet, in vlokken, gepareld, gesneden of gebroken), andere dan rijst bedoeld bij post 1006 ; graankiemen, ook indien geplet, in vlokken of gemalen

 

 

 

 

 

 

granen, geplet of in vlokken

 

 

 

 

 

1104 12

– –

van haver

 

 

 

 

 

1104 12 10

– – –

geplet

Landbouw

93 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 12 90

– – –

vlokken

Landbouw

182 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 19

– –

van andere granen

 

 

 

 

 

1104 19 10

– – –

van tarwe

Landbouw

175 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 19 30

– – –

van rogge

Landbouw

171 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 19 50

– – –

van mais

Landbouw

173 EUR/1 000  kg

X

A

 

 

– – –

van gerst

 

 

 

 

 

1104 19 61

– – – –

geplet

Landbouw

97 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 19 69

– – – –

vlokken

Landbouw

189 EUR/1 000  kg

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1104 19 91

– – – –

vlokken van rijst

Landbouw

234 EUR/1 000  kg

X

A

 

1104 19 99

– – – –

andere

Landbouw

173 EUR/1 000  kg

A

A

 

 

andere bewerkte granen (bijvoorbeeld gepeld, gepareld, gesneden of gebroken)

 

 

 

 

 

1104 22

– –

van haver

 

 

 

 

 

1104 22 40

– – –

gepeld, al dan niet gesneden of gebroken

Landbouw

162 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 22 50

– – –

gepareld

Landbouw

145 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 22 95

– – –

andere

Landbouw

93 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 23

– –

van mais

 

 

 

 

 

1104 23 40

– – –

gepeld, al dan niet gesneden of gebroken; gepareld

Landbouw

152 EUR/1 000  kg

X

A

 

1104 23 98

– – –

andere

Landbouw

98 EUR/1 000  kg

X

A

 

1104 29

– –

van andere granen

 

 

 

 

 

 

– – –

van gerst

 

 

 

 

 

1104 29 04

– – – –

gepeld, al dan niet gesneden of gebroken

Landbouw

150 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 29 05

– – – –

gepareld

Landbouw

236 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 29 08

– – – –

andere

Landbouw

97 EUR/1 000  kg

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1104 29 17

– – – –

gepeld, al dan niet gesneden of gebroken

Landbouw

129 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 29 30

– – – –

gepareld

Landbouw

154 EUR/1 000  kg

A

A

 

 

– – – –

enkel gebroken

 

 

 

 

 

1104 29 51

– – – – –

van tarwe

Landbouw

99 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 29 55

– – – – –

van rogge

Landbouw

97 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 29 59

– – – – –

andere

Landbouw

98 EUR/1 000  kg

A

A

 

 

– – – –

andere

 

 

 

 

 

1104 29 81

– – – – –

van tarwe

Landbouw

99 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 29 85

– – – – –

van rogge

Landbouw

97 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 29 89

– – – – –

andere

Landbouw

98 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 30

graankiemen, ook indien geplet, in vlokken of gemalen

 

 

 

 

 

1104 30 10

– –

van tarwe

Landbouw

76 EUR/1 000  kg

A

A

 

1104 30 90

– –

van andere granen

Landbouw

75 EUR/1 000  kg

X

A

 

1105

Meel, gries, poeder, vlokken, korrels en pellets, van aardappelen

 

 

 

 

 

1105 10 00

meel, gries en poeder

Landbouw

12,2 %

A

A

 

1105 20 00

vlokken, korrels en pellets

Landbouw

12,2 %

A

A

 

1106

Meel, gries en poeder, van gedroogde zaden van peulgroenten bedoeld bij post 0713 , van sago en van wortels of knollen bedoeld bij post 0714 en van vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8

 

 

 

 

 

1106 10 00

van gedroogde zaden van peulgroenten bedoeld bij post 0713

Landbouw

7,7 %

A

A

 

1106 20

van sago en van wortels of knollen bedoeld bij post 0714

 

 

 

 

 

1106 20 10

– –

gedenatureerd

Landbouw

95 EUR/1 000  kg

A

A

 

1106 20 90

– –

ander

Landbouw

166 EUR/1 000  kg

A

A

 

1106 30

van vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8

 

 

 

 

 

1106 30 10

– –

van bananen

Landbouw

10,9 %

A

A

 

1106 30 90

– –

ander

Landbouw

8,3 %

A

A

 

1107

Mout, ook indien gebrand

 

 

 

 

 

1107 10

niet gebrand

 

 

 

 

 

 

– –

van tarwe

 

 

 

 

 

1107 10 11

– – –

in de vorm van meel

Landbouw

177 EUR/1 000  kg

A

A

 

1107 10 19

– – –

ander

Landbouw

134 EUR/1 000  kg

A

A

 

 

– –

ander

 

 

 

 

 

1107 10 91

– – –

in de vorm van meel

Landbouw

173 EUR/1 000  kg

A

A

 

1107 10 99

– – –

ander

Landbouw

131 EUR/1 000  kg

A

A

 

1107 20 00

gebrand

Landbouw

152 EUR/1 000  kg

A

A

 

1108

Zetmeel en inuline

 

 

 

 

 

 

zetmeel

 

 

 

 

 

1108 11 00

– –

tarwezetmeel

Landbouw

224 EUR/1 000  kg

X

A

 

1108 12 00

– –

maiszetmeel

Landbouw

166 EUR/1 000  kg

X

A

 

1108 13 00

– –

aardappelzetmeel

Landbouw

166 EUR/1 000  kg

X

A

 

1108 14 00

– –

maniokzetmeel (cassave)

Landbouw

166 EUR/1 000  kg

X

A

 

1108 19

– –

ander zetmeel

 

 

 

 

 

1108 19 10

– – –

rijstzetmeel

Landbouw

216 EUR/1 000  kg

X

A

 

1108 19 90

– – –

ander

Landbouw

166 EUR/1 000  kg

X

A

 

1108 20 00

inuline

Landbouw

19,2 %

15,7 %

A

 

1109 00 00

Tarwegluten, ook indien gedroogd

Landbouw

512 EUR/1 000  kg

X

A

 

12

HOOFDSTUK 12 — OLIEHOUDENDE ZADEN EN VRUCHTEN; ALLERLEI ZADEN, ZAAIGOED EN VRUCHTEN; PLANTEN VOOR INDUSTRIEEL EN VOOR GENEESKUNDIG GEBRUIK; STRO EN VOEDER

 

 

 

 

 

1201

Sojabonen, ook indien gebroken

 

 

 

 

 

1201 10 00

zaaigoed

Landbouw

Vrij

A

A

 

1201 90 00

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1202

Grondnoten, niet gebrand of op andere wijze door verhitting bereid, ook indien gedopt of gebroken

 

 

 

 

 

1202 30 00

zaaigoed

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

1202 41 00

– –

in de dop

Landbouw

Vrij

A

A

 

1202 42 00

– –

gedopt, ook indien gebroken

Landbouw

Vrij

A

A

 

1203 00 00

Kopra

Landbouw

Vrij

A

A

 

1204 00

Lijnzaad, ook indien gebroken

 

 

 

 

 

1204 00 10

zaaigoed

Landbouw

Vrij

A

A

 

1204 00 90

ander

Landbouw

Vrij

A

A

 

1205

Kool- en raapzaad, ook indien gebroken

 

 

 

 

 

1205 10

kool- en raapzaad met een laag gehalte aan erucazuur

 

 

 

 

 

1205 10 10

– –

zaaigoed

Landbouw

Vrij

A

A

 

1205 10 90

– –

ander

Landbouw

Vrij

A

A

 

1205 90 00

ander

Landbouw

Vrij

A

A

 

1206 00

Zonnebloempitten, ook indien gebroken

 

 

 

 

 

1206 00 10

zaaigoed

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

1206 00 91

– –

gedopt; ongedopt en grijs/wit gestreept

Landbouw

Vrij

A

A

 

1206 00 99

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1207

Andere oliehoudende zaden en vruchten, ook indien gebroken

 

 

 

 

 

1207 10 00

palmnoten en palmpitten

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

katoenzaad

 

 

 

 

 

1207 21 00

– –

zaaigoed

Landbouw

Vrij

A

A

 

1207 29 00

– –

ander

Landbouw

Vrij

A

A

 

1207 30 00

ricinuszaad

Landbouw

Vrij

A

A

 

1207 40

sesamzaad

 

 

 

 

 

1207 40 10

– –

zaaigoed

Landbouw

Vrij

A

A

 

1207 40 90

– –

ander

Landbouw

Vrij

A

A

 

1207 50

mosterdzaad

 

 

 

 

 

1207 50 10

– –

zaaigoed

Landbouw

Vrij

A

A

 

1207 50 90

– –

ander

Landbouw

Vrij

A

A

 

1207 60 00

saffloerzaad (Carthamus tinctorius)

Landbouw

Vrij

A

A

 

1207 70 00

meloenzaad

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

1207 91

– –

maanzaad

 

 

 

 

 

1207 91 10

– – –

zaaigoed

Landbouw

Vrij

A

A

 

1207 91 90

– – –

ander

Landbouw

Vrij

A

A

 

1207 99

– –

andere

 

 

 

 

 

1207 99 20

– – –

zaaigoed

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1207 99 91

– – – –

hennepzaad

Landbouw

Vrij

A

A

 

1207 99 96

– – – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1208

Meel van oliehoudende zaden en vruchten, ander dan mosterdmeel

 

 

 

 

 

1208 10 00

van sojabonen

Landbouw

4,5 %

A

A

 

1208 90 00

ander

Landbouw

Vrij

A

A

 

1209

Zaaigoed, sporen daaronder begrepen

 

 

 

 

 

1209 10 00

suikerbietenzaad

Landbouw

8,3 %

A

A

 

 

zaad van voedergewassen

 

 

 

 

 

1209 21 00

– –

luzernezaad (alfalfa)

Landbouw

2,5 %

A

A

 

1209 22

– –

klaverzaad (Trifolium spp.)

 

 

 

 

 

1209 22 10

– – –

van rode klaver (Trifolium pratense L.)

Landbouw

Vrij

A

A

 

1209 22 80

– – –

ander

Landbouw

Vrij

A

A

 

1209 23

– –

zwenkgraszaad

 

 

 

 

 

1209 23 11

– – –

van beemdlangbloem (Festuca pratensis Huds.)

Landbouw

Vrij

A

A

 

1209 23 15

– – –

van rood zwenkgras (Festuca rubra L.)

Landbouw

Vrij

A

A

 

1209 23 80

– – –

ander

Landbouw

2,5 %

A

A

 

1209 24 00

– –

veldbeemdgraszaad (Poa pratensis L.)

Landbouw

Vrij

A

A

 

1209 25

– –

raaigraszaad (Lolium multiflorum Lam., Lolium perenne L.)

 

 

 

 

 

1209 25 10

– – –

van Westerwolds en Italiaans raaigras (Lolium multiflorum Lam.)

Landbouw

Vrij

A

A

 

1209 25 90

– – –

van Engels raaigras (Lolium perenne L.)

Landbouw

Vrij

A

A

 

1209 29

– –

ander

 

 

 

 

 

1209 29 45

– – –

timotheegraszaad; van wikken; van ruw beemdgras (Poa palustris L., Poa trivialis L.); van kropaar (Dactylis glomerata L.); van struisgras (Agrostides)

Landbouw

Vrij

A

A

 

1209 29 50

– – –

lupinezaad

Landbouw

2,5 %

A

A

 

1209 29 60

– – –

voederbietenzaad (Beta vulgaris var. alba)

Landbouw

8,3 %

A

A

 

1209 29 80

– – –

ander

Landbouw

2,5 %

A

A

 

1209 30 00

zaad van kruidachtige planten hoofdzakelijk gekweekt voor de bloemen

Landbouw

3 %

A

A

 

 

ander

 

 

 

 

 

1209 91

– –

groentezaad

 

 

 

 

 

1209 91 30

– – –

rodebietenzaad (Beta vulgaris var. conditiva)

Landbouw

8,3 %

A

A

 

1209 91 80

– – –

ander

Landbouw

3 %

A

A

 

1209 99

– –

ander

 

 

 

 

 

1209 99 10

– – –

zaden van woudbomen en van woudheesters

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– – –

ander

 

 

 

 

 

1209 99 91

– – – –

zaad van planten hoofdzakelijk gekweekt voor de bloemen, ander dan dat bedoeld bij onderverdeling 1209 30

Landbouw

3 %

A

A

 

1209 99 99

– – – –

ander

Landbouw

4 %

A

A

 

1210

Hopbellen, vers of gedroogd, ook indien fijngemaakt, gemalen of in pellets; lupuline

 

 

 

 

 

1210 10 00

hopbellen, niet fijngemaakt en niet gemalen, noch in pellets

Landbouw

5,8 %

A

A

 

1210 20

hopbellen, fijngemaakt, gemalen of in pellets; lupuline

 

 

 

 

 

1210 20 10

– –

hopbellen, fijngemaakt, gemalen of in pellets, met lupuline verrijkt; lupuline

Landbouw

5,8 %

A

A

 

1210 20 90

– –

andere

Landbouw

5,8 %

A

A

 

1211

Planten, plantendelen, zaden en vruchten, van de soort hoofdzakelijk gebruikt in de reukwerkindustrie, in de geneeskunde of voor insecten- of parasietenbestrijding of voor dergelijke doeleinden, vers of gedroogd, ook indien gesneden, gebroken of in poedervorm

 

 

 

 

 

1211 20 00

ginsengwortel

Landbouw

Vrij

A

A

 

1211 30 00

cocabladeren

Landbouw

Vrij

A

A

 

1211 40 00

papaverbolkaf

Landbouw

Vrij

A

A

 

1211 90

andere

 

 

 

 

 

1211 90 20

– –

van het geslacht Ephedra

Landbouw

Vrij

A

A

 

1211 90 30

– –

tonkabonen

Landbouw

3 %

A

A

 

1211 90 86

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1212

Sint-jansbrood, zeewier en andere algen, suikerbieten en suikerriet, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in poedervorm; vruchtenpitten, ook indien in de steen en andere plantaardige producten (ongebrande cichoreiwortels van de variëteit Cichorium intybus sativum daaronder begrepen) hoofdzakelijk gebruikt voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen

 

 

 

 

 

 

zeewier en andere algen

 

 

 

 

 

1212 21 00

– –

geschikt voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

1212 29 00

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

1212 91

– –

suikerbieten

 

 

 

 

 

1212 91 20

– – –

gedroogd, ook indien in poedervorm

Landbouw

23 EUR/100 kg

A

A

 

1212 91 80

– – –

andere

Landbouw

6,7 EUR/100 kg

A

A

 

1212 92 00

– –

sint-jansbrood

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1212 93 00

– –

suikerriet

Landbouw

4,6 EUR/100 kg

A

A

 

1212 94 00

– –

cichoreiwortels

Landbouw

Vrij

A

A

 

1212 99

– –

andere

 

 

 

 

 

 

– – –

sint-jansbroodpitten

 

 

 

 

 

1212 99 41

– – – –

niet gepeld, niet gebroken of niet gemalen

Landbouw

Vrij

A

A

 

1212 99 49

– – – –

andere

Landbouw

5,8 %

A

A

 

1212 99 95

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1213 00 00

Stro en kaf van graangewassen, onbewerkt, ook indien gehakt, gemalen, geperst of in pellets

Landbouw

Vrij

A

A

 

1214

Koolrapen, voederbieten, voederwortels, hooi, luzerne, klaver, hanenkammetjes (esparcette), mergkool, lupine, wikke en dergelijke voedergewassen, ook indien in pellets

 

 

 

 

 

1214 10 00

luzernemeel en luzerne in pellets

Landbouw

Vrij

A

A

 

1214 90

andere

 

 

 

 

 

1214 90 10

– –

mangelwortels (voederbieten), voederrapen en andere voederwortels

Landbouw

5,8 %

A

A

 

1214 90 90

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

13

HOOFDSTUK 13 — GOMMEN, HARSEN EN ANDERE PLANTENSAPPEN EN PLANTENEXTRACTEN

 

 

 

 

 

1301

Gomlak (schellak); gommen, harsen, gomharsen en oleoharsen (bijvoorbeeld balsems), van natuurlijke oorsprong

 

 

 

 

 

1301 20 00

Arabische gom

Landbouw

Vrij

A

A

 

1301 90 00

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1302

Plantensappen en plantenextracten; pectinestoffen, pectinaten en pectaten; agar-agar en andere uit plantaardige producten verkregen plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd

 

 

 

 

 

 

plantensappen en plantenextracten

 

 

 

 

 

1302 11 00

– –

opium

Landbouw

Vrij

A

A

 

1302 12 00

– –

van zoethout

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1302 13 00

– –

van hop

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1302 19

– –

andere

 

 

 

 

 

1302 19 05

– – –

vanille-oleohars

Landbouw

3 %

A

A

 

1302 19 20

– – –

van planten van het geslacht Ephedra

Landbouw

Vrij

A

A

 

1302 19 70

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1302 20

pectinestoffen, pectinaten en pectaten

 

 

 

 

 

1302 20 10

– –

in droge toestand

Landbouw

19,2 %

12,8 %

A

 

1302 20 90

– –

andere

Landbouw

11,2 %

7,4 %

A

 

 

plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd, verkregen uit plantaardige producten

 

 

 

 

 

1302 31 00

– –

agar-agar

Landbouw

Vrij

A

A

 

1302 32

– –

plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd, uit sint-jansbrood, uit sint-jansbroodpitten of uit guarzaden

 

 

 

 

 

1302 32 10

– – –

uit sint-jansbrood of uit sint-jansbroodpitten

Landbouw

Vrij

A

A

 

1302 32 90

– – –

uit guarzaden

Landbouw

Vrij

A

A

 

1302 39 00

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

14

HOOFDSTUK 14 — STOFFEN VOOR HET VLECHTEN EN ANDERE PRODUCTEN VAN PLANTAARDIGE OORSPRONG, ELDERS GENOEMD NOCH ELDERS ONDER BEGREPEN

 

 

 

 

 

1401

Plantaardige stoffen van de soort hoofdzakelijk gebruikt in de mandenmakerij of voor vlechtwerk (bijvoorbeeld bamboe, rotting, riet, bies, teen, raffia, lindebast, alsmede gezuiverd, gebleekt of geverfd stro van graangewassen)

 

 

 

 

 

1401 10 00

bamboe

Landbouw

Vrij

A

A

 

1401 20 00

rotting

Landbouw

Vrij

A

A

 

1401 90 00

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1404

Plantaardige producten, elders genoemd noch elders onder begrepen

 

 

 

 

 

1404 20 00

katoenlinters

Landbouw

Vrij

A

A

 

1404 90 00

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

III

AFDELING III — VETTEN EN OLIËN (DIERLIJKE EN PLANTAARDIGE) EN DISSOCIATIEPRODUCTEN DAARVAN; BEWERKT SPIJSVET; WAS VAN DIERLIJKE OF VAN PLANTAARDIGE OORSPRONG

 

 

 

 

 

15

HOOFDSTUK 15 — VETTEN EN OLIËN (DIERLIJKE EN PLANTAARDIGE) EN DISSOCIATIEPRODUCTEN DAARVAN; BEWERKT SPIJSVET; WAS VAN DIERLIJKE OF VAN PLANTAARDIGE OORSPRONG

 

 

 

 

 

1501

Varkensvet (reuzel daaronder begrepen) en vet van gevogelte, ander dan dat bedoeld bij post 0209 of 1503

 

 

 

 

 

1501 10

reuzel

 

 

 

 

 

1501 10 10

– –

bestemd voor ander industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

1501 10 90

– –

andere

Landbouw

17,2 EUR/100 kg

A

A

 

1501 20

ander varkensvet

 

 

 

 

 

1501 20 10

– –

bestemd voor ander industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

1501 20 90

– –

ander

Landbouw

17,2 EUR/100 kg

A

A

 

1501 90 00

ander

Landbouw

11,5 %

A

A

 

1502

Rund-, schapen- of geitenvet, ander dan dat bedoeld bij post 1503

 

 

 

 

 

1502 10

talk

 

 

 

 

 

1502 10 10

– –

bestemd voor ander industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

1502 10 90

– –

andere

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1502 90

ander

 

 

 

 

 

1502 90 10

– –

bestemd voor ander industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

1502 90 90

– –

ander

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1503 00

Varkensstearine, spekolie, oleostearine, oleomargarine en talkolie, niet geëmulgeerd, niet vermengd, noch op andere wijze bereid

 

 

 

 

 

 

varkensstearine en oleostearine

 

 

 

 

 

1503 00 11

– –

bestemd voor industrieel gebruik

Landbouw

Vrij

A

A

 

1503 00 19

– –

andere

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1503 00 30

talkolie, bestemd voor ander industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

1503 00 90

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

1504

Vetten en oliën, van vis of van zeezoogdieren, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

 

 

 

 

 

1504 10

oliën uit vislevers en fracties daarvan

 

 

 

 

 

1504 10 10

– –

met een gehalte aan vitamine A van 2 500 of minder internationale eenheden per gram

Landbouw

3,8 %

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

1504 10 91

– – –

van heilbot

Landbouw

Vrij

A

A

 

1504 10 99

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1504 20

vetten en oliën van vis, alsmede fracties daarvan, andere dan oliën uit vislevers

 

 

 

 

 

1504 20 10

– –

vaste fracties

Landbouw

10,9 %

A

A

 

1504 20 90

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1504 30

vetten en oliën van zeezoogdieren, alsmede fracties daarvan

 

 

 

 

 

1504 30 10

– –

vaste fracties

Landbouw

10,9 %

A

A

 

1504 30 90

– –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1505 00

Wolvet en daaruit verkregen vetstoffen, lanoline daaronder begrepen

 

 

 

 

 

1505 00 10

ruw wolvet

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1505 00 90

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

1506 00 00

Andere dierlijke vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

Landbouw

Vrij

A

A

 

1507

Sojaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

 

 

 

 

 

1507 10

ruwe olie, ook indien ontgomd

 

 

 

 

 

1507 10 10

– –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1507 10 90

– –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

1507 90

andere

 

 

 

 

 

1507 90 10

– –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1507 90 90

– –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

1508

Grondnotenolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

 

 

 

 

 

1508 10

ruwe olie

 

 

 

 

 

1508 10 10

– –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

1508 10 90

– –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

1508 90

andere

 

 

 

 

 

1508 90 10

– –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1508 90 90

– –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

1509

Olijfolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

 

 

 

 

 

1509 10

verkregen bij de eerste persing

 

 

 

 

 

1509 10 10

– –

lampolie

Landbouw

122,6 EUR/100 kg

A

A

 

1509 10 90

– –

andere

Landbouw

124,5 EUR/100 kg

A

A

 

1509 90 00

andere

Landbouw

134,6 EUR/100 kg

A

A

 

1510 00

Andere olie en fracties daarvan, uitsluitend verkregen uit olijven, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd, mengsels daarvan met olijfolie of fracties daarvan, bedoeld bij post 1509 , daaronder begrepen

 

 

 

 

 

1510 00 10

ruwe olie

Landbouw

110,2 EUR/100 kg

A

A

 

1510 00 90

andere

Landbouw

160,3 EUR/100 kg

A

A

 

1511

Palmolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

 

 

 

 

 

1511 10

ruwe olie

 

 

 

 

 

1511 10 10

– –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

1511 10 90

– –

andere

Landbouw

3,8 %

A

A

 

1511 90

andere

 

 

 

 

 

 

– –

vaste fracties

 

 

 

 

 

1511 90 11

– – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

Landbouw

12,8 %

A

A

 

1511 90 19

– – –

andere

Landbouw

10,9 %

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

1511 90 91

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1511 90 99

– – –

andere

Landbouw

9 %

A

A

 

1512

Zonnebloemzaad-, saffloer- en katoenzaadolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

 

 

 

 

 

 

zonnebloemzaad- en saffloerolie, alsmede fracties daarvan

 

 

 

 

 

1512 11

– –

ruwe olie

 

 

 

 

 

1512 11 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

3,2 %

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1512 11 91

– – – –

zonnebloemzaadolie

Landbouw

6,4 %

A

A

 

1512 11 99

– – – –

saffloerolie

Landbouw

6,4 %

A

A

 

1512 19

– –

andere

 

 

 

 

 

1512 19 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1512 19 90

– – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

 

katoenzaadolie en fracties daarvan

 

 

 

 

 

1512 21

– –

ruwe olie, ook indien ontdaan van gossypol

 

 

 

 

 

1512 21 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1512 21 90

– – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

1512 29

– –

andere

 

 

 

 

 

1512 29 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1512 29 90

– – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

1513

Kokosolie (kopraolie), palmpitten- en babassunotenolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

 

 

 

 

 

 

kokosolie (kopraolie) en fracties daarvan

 

 

 

 

 

1513 11

– –

ruwe olie

 

 

 

 

 

1513 11 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

2,5 %

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1513 11 91

– – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

Landbouw

12,8 %

A

A

 

1513 11 99

– – – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

1513 19

– –

andere

 

 

 

 

 

 

– – –

vaste fracties

 

 

 

 

 

1513 19 11

– – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

Landbouw

12,8 %

A

A

 

1513 19 19

– – – –

andere

Landbouw

10,9 %

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1513 19 30

– – – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

 

– – – –

andere

 

 

 

 

 

1513 19 91

– – – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

Landbouw

12,8 %

A

A

 

1513 19 99

– – – – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

 

palmpitten- en babassunotenolie, alsmede fracties daarvan

 

 

 

 

 

1513 21

– –

ruwe olie

 

 

 

 

 

1513 21 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

3,2 %

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1513 21 30

– – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

Landbouw

12,8 %

A

A

 

1513 21 90

– – – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

1513 29

– –

andere

 

 

 

 

 

 

– – –

vaste fracties

 

 

 

 

 

1513 29 11

– – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

Landbouw

12,8 %

A

A

 

1513 29 19

– – – –

andere

Landbouw

10,9 %

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1513 29 30

– – – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

 

– – – –

andere

 

 

 

 

 

1513 29 50

– – – – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

Landbouw

12,8 %

A

A

 

1513 29 90

– – – – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

1514

Koolzaad-, raapzaad- en mosterdzaadolie, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

 

 

 

 

 

 

koolzaad- en raapzaadolie met een laag gehalte aan erucazuur, alsmede fracties daarvan

 

 

 

 

 

1514 11

– –

ruwe olie

 

 

 

 

 

1514 11 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1514 11 90

– – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

1514 19

– –

andere

 

 

 

 

 

1514 19 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1514 19 90

– – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

1514 91

– –

ruwe olie

 

 

 

 

 

1514 91 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1514 91 90

– – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

1514 99

– –

andere

 

 

 

 

 

1514 99 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1514 99 90

– – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

1515

Andere plantaardige vetten en vette oliën (jojobaolie daaronder begrepen), alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

 

 

 

 

 

 

lijnolie en fracties daarvan

 

 

 

 

 

1515 11 00

– –

ruwe olie

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1515 19

– –

andere

 

 

 

 

 

1515 19 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1515 19 90

– – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

 

maisolie en fracties daarvan

 

 

 

 

 

1515 21

– –

ruwe olie

 

 

 

 

 

1515 21 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1515 21 90

– – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

1515 29

– –

andere

 

 

 

 

 

1515 29 10

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1515 29 90

– – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

1515 30

ricinusolie en fracties daarvan

 

 

 

 

 

1515 30 10

– –

bestemd voor de vervaardiging van amino-undekaanzuur hetwelk is bestemd voor de vervaardiging van synthetische textielvezels en van kunststof

Landbouw

Vrij

A

A

 

1515 30 90

– –

andere

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1515 50

sesamolie en fracties daarvan

 

 

 

 

 

 

– –

ruwe olie

 

 

 

 

 

1515 50 11

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1515 50 19

– – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

1515 50 91

– – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

1515 50 99

– – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

1515 90

andere

 

 

 

 

 

1515 90 11

– –

tungolie; jojobaolie, oiticicaolie; myricawas en japanwas; fracties van deze producten

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– –

tabakszaadolie en fracties daarvan

 

 

 

 

 

 

– – –

ruwe olie

 

 

 

 

 

1515 90 21

– – – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

1515 90 29

– – – –

andere

Landbouw

6,4 %

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1515 90 31

– – – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

Vrij

A

A

 

1515 90 39

– – – –

andere

Landbouw

9,6 %

A

A

 

 

– –

andere oliën, alsmede fracties daarvan

 

 

 

 

 

 

– – –

ruwe oliën

 

 

 

 

 

1515 90 40

– – – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

3,2 %

A

A

 

 

– – – –

andere

 

 

 

 

 

1515 90 51

– – – – –

vast, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

Landbouw

12,8 %

A

A

 

1515 90 59

– – – – –

vast, in andere verpakkingen; vloeibaar

Landbouw

6,4 %

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1515 90 60

– – – –

voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

 

– – – –

andere

 

 

 

 

 

1515 90 91

– – – – –

vast, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

Landbouw

12,8 %

A

A

 

1515 90 99

– – – – –

vast, in andere verpakkingen; vloeibaar

Landbouw

9,6 %

A

A

 

1516

Dierlijke en plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, geheel of gedeeltelijk gehydrogeneerd, veresterd, opnieuw veresterd of geëlaïdiniseerd, ook indien geraffineerd, doch niet verder bereid

 

 

 

 

 

1516 10

dierlijke vetten en oliën, alsmede fracties daarvan

 

 

 

 

 

1516 10 10

– –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

Landbouw

12,8 %

A

A

 

1516 10 90

– –

andere

Landbouw

10,9 %

A

A

 

1516 20

plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan

 

 

 

 

 

1516 20 10

– –

gehydrogeneerde ricinusolie, zogenaamde „opal wax”

Landbouw

3,4 %

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

1516 20 91

– – –

in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 1 kg

Landbouw

12,8 %

A

A

 

 

– – –

andere

 

 

 

 

 

1516 20 95

– – – –

koolzaad- en raapzaadolie, lijnolie, zonnebloemzaadolie, illipenotenolie, karitenotenolie, makoreolie, touloucounazadenolie en babassunotenolie, voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

Landbouw

5,1 %

A

A

 

 

– – – –

andere

 

 

 

 

 

1516 20 96

– – – – –

grondnotenolie, katoenzaadolie, sojaolie en zonnebloemzaadolie; andere oliën met een gehalte aan vrije vetzuren van minder dan 50 gewichtspercenten en met uitzondering van palmpittenolie, van illipenotenolie, van kokosolie, van koolzaad- en raapzaadolie en van kopaivaolie

Landbouw

9,6 %

A

A

 

1516 20 98

– – – – –

andere

Landbouw

10,9 %

A

A

 

1517

Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 1516

 

 

 

 

 

1517 10

margarine, andere dan vloeibare margarine

 

 

 

 

 

1517 10 10

– –

met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

Landbouw

8,3 % + 28,4 EUR/100 kg

0 % + 28,4 EUR/100 kg

A

 

1517 10 90

– –

andere

Landbouw

16 %

A

A

 

1517 90

andere

 

 

 

 

 

1517 90 10

– –

met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

Landbouw

8,3 % + 28,4 EUR/100 kg

0 % + 28,4 EUR/100 kg

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

1517 90 91

– – –

mengsels van vloeibare vette plantaardige oliën

Landbouw

9,6 %

A

A

 

1517 90 93

– – –

mengsels en bereidingen voor menselijke consumptie van de soorten gebruikt als preparaten voor het insmeren van bakvormen

Landbouw

2,9 %

A

A

 

1517 90 99

– – –

andere

Landbouw

16 %

A

A

 

1518 00

Standolie en andere dierlijke of plantaardige oliën, alsmede fracties daarvan, gekookt, geoxideerd, gedehydreerd, gezwaveld, geblazen of op andere wijze chemisch gewijzigd, andere dan die bedoeld bij post 1516 ; mengsels en bereidingen van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij dit hoofdstuk, niet geschikt voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen

 

 

 

 

 

1518 00 10

linoxyne

Landbouw

7,7 %

A

A

 

 

mengsels van vloeibare vette plantaardige oliën, voor ander technisch of industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie

 

 

 

 

 

1518 00 31

– –

ruwe

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1518 00 39

– –

andere

Landbouw

5,1 %

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

1518 00 91

– –

standolie en andere dierlijke of plantaardige oliën, alsmede fracties daarvan, gekookt, geoxideerd, gedehydreerd, gezwaveld, geblazen of op andere wijze chemisch gewijzigd, andere dan die bedoeld bij post 1516

Landbouw

7,7 %

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

1518 00 95

– – –

mengsels en bereidingen van dierlijke vetten en oliën of van dierlijke en plantaardige vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, niet geschikt voor menselijke consumptie

Landbouw

2 %

A

A

 

1518 00 99

– – –

andere

Landbouw

7,7 %

A

A

 

1520 00 00

Ruwe glycerol; glycerolwater en glycerollogen

Landbouw

Vrij

A

A

 

1521

Plantaardige was (andere dan triglyceriden), bijenwas, was van andere insecten, alsmede walschot (spermaceti), ook indien geraffineerd of gekleurd

 

 

 

 

 

1521 10 00

plantaardige was

Landbouw

Vrij

A

A

 

1521 90

andere

 

 

 

 

 

1521 90 10

– –

walschot (spermaceti), ruw of geraffineerd, ook indien gekleurd

Landbouw

Vrij

A

A

 

 

– –

bijenwas en was van andere insecten, ook indien gekleurd

 

 

 

 

 

1521 90 91

– – –

ruw

Landbouw

Vrij

A

A

 

1521 90 99

– – –

andere

Landbouw

2,5 %

A

A

 

1522 00

Dégras; afvallen, afkomstig van de behandeling van vetstoffen of van dierlijke of plantaardige was

 

 

 

 

 

1522 00 10

dégras

Landbouw

3,8 %

A

A

 

 

afvallen, afkomstig van de bewerking van vetstoffen of van dierlijke of plantaardige was

 

 

 

 

 

 

– –

die olie bevatten die de kenmerken van olijfolie heeft

 

 

 

 

 

1522 00 31

– – –

soapstocks

Landbouw

29,9 EUR/100 kg

A

A

 

1522 00 39

– – –

andere

Landbouw

47,8 EUR/100 kg

A

A

 

 

– –

andere

 

 

 

 

 

1522 00 91

– – –

droesem of bezinksel van olie; soapstocks

Landbouw

3,2 %

A

A

 

1522 00 99

– – –

andere

Landbouw

Vrij

A

A

 

IV

AFDELING IV — PRODUCTEN VAN DE VOEDSELINDUSTRIE; DRANKEN, ALCOHOLHOUDENDE VLOEISTOFFEN EN AZIJN; TABAK EN TOT VERBRUIK BEREIDE TABAKSSURROGATEN

 

 

 

 

 

16

HOOFDSTUK 16 — BEREIDINGEN VAN VLEES, VAN VIS, VAN SCHAALDIEREN, VAN WEEKDIEREN OF VAN ANDERE ONGEWERVELDE WATERDIEREN

 

 

 

 

 

1601 00

Worst van alle soorten, van vlees, van slachtafvallen of van bloed; bereidingen van deze producten, voor menselijke consumptie

 

 

 

 

 

1601 00 10

van lever

Landbouw

15,4 %

A

A

 

 

andere

 

 

 

 

 

1601 00 91

– –

gedroogde worst en smeerworst, niet gekookt en niet gebakken

Landbouw

149,4 EUR/100 kg

A

A

 

1601 00 99

– –

andere

Landbouw

100,5 EUR/100 kg

A

A

 

1602

Andere bereidingen en conserven, van vlees, van slachtafvallen of van bloed

 

 

 

 

 

1602 10 00

gehomogeniseerde bereidingen

Landbouw

16,6 %

A

A

 

1602 20

van levers van dieren van alle soorten

 

 

 

 

 

1602 20 10

– –

van ganzen of van eenden

Landbouw

10,2 %

A

A

 

1602 20 90

– –

andere

Landbouw

16 %

A

A

 

 

van pluimvee bedoeld bij post 0105

 

 

 

 

 

1602 31

– –

van kalkoenen

 

 

 

 

 

 

– – –

57 of meer gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee, bevattend

 

 

 

 

 

1602 31 11

– – – –

uitsluitend niet-gekookt en niet-gebakken vlees van kalkoenen bevattend

Landbouw

1 024  EUR/1 000  kg

A

A

 

1602 31 19

– – – –

andere

Landbouw

1 024  EUR/1 000  kg

A

A

 

1602 31 80

– – –

andere

Landbouw

1 024  EUR/1 000  kg

A

A

 

1602 32

– –

van hanen of van kippen

 

 

 

 

 

 

– – –

57 of meer gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee, bevattend

 

 

 

 

 

1602 32 11

– – – –

niet gekookt en niet gebakken

Landbouw

2 765  EUR/1 000  kg

A

A

 

1602 32 19

– – – –

andere

Landbouw

1 024  EUR/1 000  kg

A

A

 

1602 32 30

– – –

25 of meer doch minder dan 57 gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee, bevattend

Landbouw

2 765  EUR/1 000  kg

A

A

 

1602 32 90

– – –

andere

Landbouw

2 765  EUR/1 000  kg

A

A

 

1602 39

– –

andere

 

 

 

 

 

 

– – –

57 of meer gewichtspercenten vlees of slachtafvallen, van pluimvee, bevattend

 

 

 

 

 

1602 39 21

– – – –

niet gekookt en niet gebakken

Landbouw

2 765  EUR/1 000  kg

A

A

 

1602 39 29

– – – –

andere

Landbouw

2 765  EUR/1 000  kg

A

A

 

1602 39 85

– – –

andere

Landbouw

2 765  EUR/1 000  kg

A

A

 

 

van varkens

 

 

 

 

 

1602 41

– –

hammen en delen daarvan

 

 

 

 

 

1602 41 10

– – –

van varkens (huisdieren)

Landbouw

156,8 EUR/100 kg

A

A

 

1602 41 90

– – –

andere

Landbouw

10,9 %

A

A

 

1602 42

– –

schouders en delen daarvan

 

 

 

 

 

1602 42 10

– – –

van varkens (huisdieren)

Landbouw

129,3 EUR/100 kg

A

A