Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.
Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
18.4.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
L 101/1
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/608 VAN DE COMMISSIE
van 14 april 2015
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 798/2008 wat betreft de vermeldingen voor Oekraïne en Israël in de lijst van derde landen, de goedkeuring van het Oekraïense salmonellabestrijdingsprogramma voor legkippen, de voorschriften inzake veterinaire certificering met betrekking tot Newcastle disease en de verwerkingseisen voor eiproducten
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (1), en met name artikel 10, lid 2,
Gezien Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (2), en met name artikel 11, lid 1,
Gezien Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (3), en met name artikel 8, inleidende zin, artikel 8, punt 1, eerste alinea, artikel 8, punt 4, artikel 9, lid 2, onder b), en artikel 9, lid 4,
Gezien Richtlijn 2009/158/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren (4), en met name artikel 23, lid 1, artikel 25, artikel 26, lid 2, en artikel 28, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
In Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie (5) is vastgelegd dat de onder die verordening vallende producten alleen mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Unie uit de derde landen, gebieden, zones of compartimenten die in de kolommen 1 en 3 van deel 1 van bijlage I bij die verordening zijn opgenomen.
(2)
Bij Verordening (EG) nr. 2160/2003 zijn voorschriften voor de bestrijding van salmonella bij diverse pluimveepopulaties in de Unie vastgesteld. Voorwaarde om te worden opgenomen of gehandhaafd in de in de wetgeving van de Unie vastgestelde lijsten van derde landen voor de betrokken diersoort of categorie waaruit de lidstaten consumptie-eieren van door die verordening bestreken pluimvee mogen invoeren, is volgens die verordening dat het betrokken derde land bij de Commissie een salmonellabestrijdingsprogramma indient dat garanties biedt die gelijkwaardig zijn aan die van de nationale salmonellabestrijdingsprogramma's van de lidstaten. Daarnaast zijn relevante garanties en informatie hieromtrent opgenomen in de desbetreffende modellen van veterinaire certificaten in deel 2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
(3)
Oekraïne heeft zijn bestrijdingsprogramma's wat betreft salmonella bij koppels van legkippen van Gallus gallus bij de Commissie ingediend. Aangezien werd geconstateerd dat deze programma's garanties bieden die gelijkwaardig zijn aan de in Verordening (EG) nr. 2160/2003 vastgestelde garanties, moeten zij worden goedgekeurd.
(4)
Oekraïne is opgenomen in Besluit 2011/163/EU van de Commissie (6) en heeft een goedgekeurd residubewakingsplan voor eieren.
(5)
Als gevolg van de gelijkwaardigheid van de salmonellabestrijdingsprogramma's moet de vermelding voor Oekraïne in de lijst in deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 worden gewijzigd om de invoer van eieren van klasse A in de Unie toe te staan.
(6)
In Verordening (EG) nr. 798/2008 zijn ook de voorschriften inzake veterinaire certificering vastgelegd voor deze producten. In deze voorschriften wordt er rekening mee gehouden of al dan niet specifieke voorwaarden vereist zijn in verband met de ziektestatus van die derde landen, gebieden, zones of compartimenten, met inbegrip van bemonstering en tests op verschillende pluimveeziekten, indien van toepassing. Deze specifieke voorwaarden, alsmede de modellen van veterinaire certificaten waarvan deze producten bij invoer in en doorvoer door de Unie vergezeld moeten gaan, zijn vastgelegd in deel 2 van bijlage I bij die verordening.
(7)
Newcastle disease (ND) is een zeer besmettelijke virusziekte bij pluimvee die een ernstige ziekte tot gevolg kan hebben, met name bij onbeschermde, ongevaccineerde pluimveekoppels. Newcastle disease komt in verschillende derde landen op een zeldzame of sporadische basis voor, en de afgelopen jaren komt de ziekte in epidemische golven voor in Israël.
(8)
In juni 2014 heeft het Voedsel- en Veterinair Bureau (VVB) van de Commissie een audit uitgevoerd in Israël ter evaluatie van de veterinaire controles voor pluimvee en pluimveeproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie.
(9)
Tijdens de controle werd bevestigd dat de Israëlische veterinaire diensten over het algemeen over goede systemen beschikken voor de bestrijding van uitbraken van Newcastle disease in commerciële pluimveebedrijven.
(10)
Desalniettemin werden ernstige tekortkomingen geconstateerd in de bestrijding van Newcastle disease in niet-commerciële pluimveebedrijven, zoals het ontbreken van zonering rond besmette bedrijven. Het ontbreken van verplaatsingsbeperkingen van pluimvee en pluimveeproducten in het gebied rond een uitbraak van Newcastle disease kan leiden tot de verspreiding van het virus en het overbrengen ervan op commerciële pluimveekoppels, met inbegrip van koppels waaruit levend pluimvee of pluimveeproducten naar de Unie worden verzonden.
(11)
Bovendien werd geconstateerd dat de onderzoeken die voorafgaand aan de uitvoer worden uitgevoerd in ouderkoppels van pluimvee waarvan de broedeieren en eendagskuikens zijn verkregen, niet worden uitgevoerd door een officiële dierenarts en dat er niet genoeg informatie beschikbaar was voor de veterinaire ambtenaar op het tijdstip van verzending van de pluimveeproducten naar de Unie.
(12)
De audit toonde ook aan dat er doeltreffende epidemiologische onderzoeken ontbraken in verband met geconstateerde uitbraken van Newcastle disease, alsook een epidemiologische analyse van gegevens van uitbraken en vaccinatiestudies. Dit belemmert de ziektebestrijding en het inzicht in de epidemiologische situatie in verband met de persistentie van het Newcastlediseasevirus. Dientengevolge is Israël momenteel niet in staat om een uitgebreide en doeltreffende strategie te ontwikkelen en uit te voeren ter bestrijding van Newcastle disease.
(13)
Deze tekortkomingen ondermijnen de betrouwbaarheid van de sanitaire garanties voor pluimveeproducten in de veterinaire certificaten en tonen aan dat de Israëlische bestrijdingsmaatregelen voor Newcastle disease momenteel niet volledig voldoen aan de desbetreffende voorschriften van Richtlijn 92/66/EEG van de Raad (7).
(14)
In reactie op de conclusies en aanbevelingen van het VVB hebben de Israëlische autoriteiten de tekortkomingen aangepakt, met name de voorwaarden voor veterinaire certificering en de zonering rondom uitbraken in niet-commerciële koppels.
(15)
Ondanks de inspanningen en enkele verbeteringen op bioveiligheidsniveau en andere preventieve maatregelen voor Newcastle disease gedurende de laatste twee jaren, blijven er regelmatig uitbraken van deze ziekte plaatsvinden in Israël, zowel in de commerciële en niet-commerciële pluimveehouderij en het is niet waarschijnlijk dat deze ziekte in de nabije toekomst volledig onder controle zal zijn en uitgeroeid zal worden.
(16)
Vanwege de persistentie van het Newcastlediseasevirus op het Israëlische grondgebied en de aanhoudende uitbraken in commerciële pluimveekoppels is het noodzakelijk om de bestaande invoervoorwaarden en certificeringsvoorschriften te wijzigen om aanvullende maatregelen vast te stellen die voorzien in betere garanties voor de veiligheid van de invoer van pluimvee en pluimveeproducten uit Israël in de Unie.
(17)
De gezondheids- en veterinairrechtelijke voorschriften voor bedrijven met fok- en gebruikspluimvee en fok- en gebruiksloopvogels zijn strenger dan die voor slachtpluimvee en pluimvee om in het wild te worden uitgezet, die dus een hoger risico lopen op blootstelling aan het Newcastlediseasevirus. Bovendien is het moeilijk om de ziektestatus te beoordelen van in het wild levende vogels waarvan het vlees in de Unie wordt ingevoerd.
(18)
De invoer van slachtpluimvee en pluimvee om in het wild te worden uitgezet, dient te worden verboden aangezien deze gehouden worden op bedrijven die niet beschouwd worden voldoende veterinairrechtelijke garanties te bieden gezien de persistentie van het Newcastlediseasevirus op Israëlisch grondgebied.
(19)
De invoer van vlees van wilde vogels moet worden verboden, omdat het vlees is verkregen van in het wild levende vogels, waarvan de gezondheidsstatus niet voldoende kan worden beoordeeld wegens onbekende blootstelling aan het Newcastlediseasevirus.
(20)
De vermelding voor Israël in deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 moet derhalve worden gewijzigd en de code „P3” moet worden opgenomen in kolom 6 waarmee wordt verwezen naar de geldende beperkingen met betrekking tot Newcastle disease, en er moet een „uiterste datum” worden opgenomen in kolom 6A voor de producten waarvoor de invoer moet worden verboden (SRP en WGM).
(21)
Pluimvee wordt in Israël gewoonlijk tegen Newcastle disease gevaccineerd en vertoont zelden klinische ziekte bij besmetting met het Newcastlediseasevirus, waardoor het virus mogelijk niet ontdekt wordt. Met het oog op de beheersing van deze mogelijke risico's moeten aanvullende bemonstering en laboratoriumtests voor de aanwezigheid van het Newcastlediseasevirus voorafgaand aan de uitvoer naar de Unie verplicht worden gesteld voor koppels waarvan levend pluimvee en levende loopvogels bestemd zijn voor invoer in de Unie, ouderkoppels pluimvee en loopvogels die broedeieren en eendagskuikens voortbrengen die bestemd zijn voor invoer in de Unie, koppels slachtpluimvee en slachtloopvogels voor de productie van vlees dat bestemd is voor invoer in de Unie en koppels legkippen waarvan de eieren bestemd zijn voor invoer in de Unie.
(22)
In dit opzicht is in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 798/2008 bepaald dat de procedures voor bemonstering en tests op verschillende pluimveeziekten moeten worden uitgevoerd overeenkomstig bijlage III. In deel I van die bijlage moeten de bemonsterings- en testvoorschriften worden beschreven met betrekking tot de aanvullende garanties voor Newcastle disease.
(23)
Derhalve moet in deel 2 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 een vermelding „X” worden toegevoegd in de sectie „Aanvullende garanties (AG)”, waarin wordt verwezen naar de specifieke bemonsterings- en testvoorschriften die zijn vastgelegd in bijlage III. De code „X” moet worden opgenomen in kolom 5 in de vermelding voor Israël in deel 1 van bijlage I.
(24)
Bovendien moeten de veterinaire certificaten BPP, BPR, DOC, DOR, HEP, HER, POU, RAT en E worden gewijzigd om te verwijzen naar de onder „X” gespecificeerde Aanvullende garanties (AG) waaraan moet worden voldaan bij invoer in de Unie met betrekking tot Newcastle disease.
(25)
Daarnaast moeten in het model van het veterinair certificaat voor eiproducten (EP) voorschriften worden opgenomen voor de aanvullende behandeling van eiproducten overeenkomstig de normen van de Werelddiergezondheidsorganisatie (OIE) teneinde een eventuele aanwezigheid van het Newcastlediseasevirus te neutraliseren in het geval van een uitbraak van Newcastle disease op het grondgebied van een derde land.
(26)
In de modellen van veterinaire certificaten voor fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels (BPP), eendagskuikens met uitzondering van die van loopvogels (DOC), broedeieren van pluimvee met uitzondering van loopvogels (HEP) en slachtpluimvee en pluimvee om in het wild te worden uitgezet met uitzondering van loopvogels (SRP) wordt verwezen naar artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 798/2008 met betrekking tot het gebruik van vaccins tegen Newcastle disease in het derde land van oorsprong en zijn aanvullende gezondheidsvoorschriften vastgesteld waaraan moet worden voldaan. Teneinde mogelijke misverstanden te voorkomen wanneer de aanvullende gezondheidsvoorschriften niet van toepassing zijn op het derde land, het gebied, de zone of het compartiment van herkomst van het desbetreffende product, moet het mogelijk zijn om de hele sectie uit die modellen van certificaten te schrappen.
(27)
Verordening (EG) nr. 798/2008 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(28)
Er moet een redelijke overgangsperiode worden toegestaan voordat de gewijzigde modellen van veterinaire certificaten verplicht worden, teneinde de lidstaten en de bedrijfstak in staat te stellen zich aan te passen aan de nieuwe vereisten die zijn vastgesteld in de gewijzigde modellen van veterinaire certificaten.
(29)
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Goedkeuring van het bestrijdingsprogramma
Het bestrijdingsprogramma dat Oekraïne overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2160/2003 heeft ingediend, wordt goedgekeurd wat betreft salmonella bij koppels van legkippen.
Artikel 2
Wijziging van Verordening (EG) nr. 798/2008
Deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 3
Overgangsbepalingen
Gedurende een overgangsperiode tot en met 18 mei 2015 blijft het binnenbrengen in de Unie van zendingen producten die worden bestreken door Verordening (EG) nr. 798/2008, en die worden vergezeld door een veterinair certificaat dat is ingevuld in overeenstemming met de bijbehorende modellen van veterinaire certificaten BPP, BPR, DOC, DOR, HEP, HER, POU, RAT, E of EP zoals vastgesteld in deel 2 van bijlage I bij die verordening vóór de wijzigingen die zijn aangebracht door de onderhavige verordening, toegestaan mits het veterinaire certificaat voor 3 mei 2015 is ingevuld, ondertekend en gedateerd.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
(5) Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie van 8 augustus 2008 tot vaststelling van een lijst van derde landen, gebieden, zones of compartimenten waaruit pluimvee en pluimveeproducten mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (PB L 226 van 23.8.2008, blz. 1).
(6) Besluit 2011/163/EU van de Commissie van 16 maart 2011 tot goedkeuring van de door derde landen ingediende plannen overeenkomstig artikel 29 van Richtlijn 96/23/EG van de Raad (PB L 70 van 17.3.2011, blz. 40).
(7) Richtlijn 92/66/EEG van de Raad van 14 juli 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle (PB L 260 van 5.9.1992, blz. 1).
BIJLAGE
De bijlagen I en III bij Verordening (EG) nr. 798/2008 worden als volgt gewijzigd:
1)
Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:
a)
in deel I wordt de vermelding voor Israël vervangen door:
ISO-code en naam van het derde land of gebied
Code van het derde land, het gebied, de zone of het compartiment
Omschrijving van het derde land, het gebied, de zone of het compartiment
Veterinair certificaat
Bijzondere voorwaarden
Bijzondere voorwaarden
Status t.a.v. bewaking aviaire influenza
Status t.a.v. vaccinatie aviaire influenza
Status salmonellabestrijding
Model
Aanvullende garanties
Uiterste datum
Aanvangsdatum
1
2
3
4
5
6
6A
6B
7
8
9
„IL — Israël (6)
IL-0
Het hele land
SPF
BPP, BPR, DOC, DOR, HEP, HER
X
N
A
S5, ST1
SRP
P3
18.4.2015
POU, RAT
X
N
WGM
VIII
P3
18.4.2015
E
X
S4
EP”
b)
in deel I wordt de vermelding voor Oekraïne vervangen door:
ISO-code en naam van het derde land of gebied
Code van het derde land, het gebied, de zone of het compartiment
Omschrijving van het derde land, het gebied, de zone of het compartiment
Veterinair certificaat
Bijzondere voorwaarden
Bijzondere voorwaarden
Status t.a.v. bewaking aviaire influenza
Status t.a.v. vaccinatie aviaire influenza
Status salmonellabestrijding
Model
Aanvullende garanties
Uiterste datum
Aanvangsdatum
1
2
3
4
5
6
6A
6B
7
8
9
„UA — Oekraïne
UA-0
Het hele land
E, EP, POU, RAT, WGM”
c)
deel 2 wordt als volgt gewijzigd:
i)
in de sectie over „Modellen van veterinaire certificaten” wordt onder „Aanvullende garanties (AG)” de volgende tekst toegevoegd:
„„X”
:
aanvullende garanties voor goederen die zijn gecertificeerd overeenkomstig sectie I, punt 8, van bijlage III en de modelcertificaten BPP, BPR, DOC, DOR, HEP, HER, POU, RAT en E”
;
ii)
de modellen van de veterinaire certificaten BPP, BPR, DOC, DOR, HEP en HER worden als volgt vervangen:
„
Veterinair certificaat voor fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels (BPP)
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het in dit certificaat beschreven pluimvee (1) aan de volgende voorwaarden voldoet:
II.1.1 de voorschriften van Richtlijn 2009/158/EG;
II.1.2 de dieren hebben verbleven in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
en wel ten minste de laatste drie maanden of sinds zij zijn uitgebroed indien zij jonger zijn dan drie maanden. Indien zij in het land, het gebied, de zone of het compartiment van herkomst zijn ingevoerd, vond dit plaats overeenkomstig veterinaire voorschriften die ten minste even stringent zijn als de desbetreffende eisen van Richtlijn 2009/158/EG en van de op grond daarvan vastgestelde besluiten;
II.1.3 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) (12) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
a) dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;
b) waar een bewakingsprogramma voor aviaire influenza wordt uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008;
II.1.4 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene en laagpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008, en het pluimvee is gehouden in een inrichting:
a) waarin zich de laatste 30 dagen voor invoer in de EU geen laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
b) die is gevestigd in een gebied waarvoor de bevoegde autoriteit geen officiële beperkende maatregelen heeft ingesteld in verband met een uitbraak van laagpathogene aviaire influenza en in elk geval waaromheen zich in een gebied met een straal van 1 km de laatste 30 dagen voor invoer in de Unie in geen enkele inrichting laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
c) waar er geen epidemiologisch verband is met een inrichting waar zich de laatste 30 dagen voor invoer in de Unie laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;]
II.1.5 zij zijn afkomstig uit een koppel dat niet tegen aviaire influenza is ingeënt;
II.1.6 zij zijn afkomstig van de in vak I.11 van deel I genoemde inrichting(en), die officieel is (zijn) erkend overeenkomstig voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van bijlage II bij Richtlijn 2009/158/EG, waar zij sinds zij zijn uitgebroed of ten minste de laatste zes weken vóór uitvoer hebben verbleven, en
a) waarvan de erkenning niet is geschorst of ingetrokken;
b) waarvoor op het tijdstip van verzending geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen golden;
c) waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of Newcastle disease heeft voorgedaan;
II.1.7 zij zijn afkomstig uit een koppel:
a) dat maximaal 24 uur voor het inladen is onderzocht en geen klinische ziekteverschijnselen vertoonde en er niet van werd verdacht te zijn besmet;
b) waarvoor een gezondheidsbewakingsprogramma is toegepast ten aanzien van:
(3) hetzij [Salmonella Pullorum, S. Gallinarum en Mycoplasma gallisepticum (kippen),]
(3) hetzij [Salmonella arizonae (serogroep O:18(K)), S. Pullorum en S. Gallinarum, Mycoplasma meleagridis en M. gallisepticum (kalkoenen),]
(3) hetzij [Salmonella Pullorum en S. Gallinarum (parelhoenders, kwartels, fazanten, patrijzen en eenden),]
overeenkomstig hoofdstuk III van bijlage II bij Richtlijn 2009/158/EG, waarbij is gebleken dat het koppel niet met deze ziekteverwekkers besmet is en er evenmin van verdacht wordt te zijn besmet;
(3) hetzij [c) dat niet is ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [c) dat tegen Newcastle disease is ingeënt:
]
(5) en/of [d) dat met officieel goedgekeurde vaccins is ingeënt:
]
II.1.8 de dieren zijn op de dag van afgifte van dit certificaat onderzocht en vertoonden geen klinische ziekteverschijnselen en werden er niet van verdacht te zijn besmet;
II.1.9 zij zijn in de onder II.1.6 genoemde periode niet in contact geweest met pluimvee dat niet aan de voorwaarden van dit certificaat voldoet, noch met wilde vogels.
II.2. Aanvullende garanties inzake de volksgezondheid
(6) [II.2.1 Het in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 2160/2003 bedoelde programma ter bestrijding van salmonella en de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1177/2006 voor het gebruik van antimicrobiële stoffen en vaccins zijn toegepast op het koppel van herkomst en het koppel is getest op salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid:
De laatste drie weken vóór invoer werden om andere redenen dan het programma ter bestrijding van salmonella:
(3) hetzij [geen antimicrobiële stoffen toegediend aan het fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels.]
(3) (8) hetzij [de volgende antimicrobiële stoffen toegediend aan het fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels:;]]
(6) [II.2.2 In het geval van fokpluimvee werd noch Salmonella Enteritidis, noch Salmonella Typhimurium gevonden in het kader van het onder II.2.1 bedoelde bestrijdingsprogramma.]
II.3. Aanvullende garanties inzake de diergezondheid
(9) [II.3.1 wanneer de zending bestemd is voor een lidstaat met de in artikel 15, lid 2, van Richtlijn 2009/158/EG genoemde status, is het in dit certificaat beschreven pluimvee:
a) niet ingeënt tegen Newcastle disease;
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
Partijnummer
Naam en producent van het vaccin
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Ingeënt tegen
Partijnummer
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Datum van de laatste bemonstering van het koppel waarvan het testresultaat bekend is [dd/mm/jjjj]
b) de laatste 14 dagen vóór verzending onder toezicht van een officiële dierenarts in een inrichting afgezonderd gehouden. In dit verband heeft op de inrichting van herkomst of in het quarantainestation, naargelang van het geval, geen pluimvee verbleven dat in de laatste 21 dagen vóór verzending tegen Newcastle disease is ingeënt, en is daar in die periode, met uitzondering van de voor verzending bestemde dieren, geen enkele vogel binnengebracht;
c) in de laatste 14 dagen vóór verzending negatief gebleken bij een serologische test op de aanwezigheid van antilichamen tegen Newcastle disease;]
(5) [II.3.2 aan de volgende aanvullende garanties, die door de lidstaat van bestemming zijn gevraagd overeenkomstig artikel 16 en/of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG, is voldaan:
;]
(9) [II.3.3 wanneer de dieren bestemd zijn voor Finland of Zweden:
(3) hetzij [hebben zij, als het om fokpluimvee gaat, negatief gereageerd op tests overeenkomstig Beschikking 2003/644/EG.]
(3) hetzij [hebben zij, als het om legkippen (gebruikspluimvee dat wordt gehouden voor de productie van consumptie-eieren) gaat, negatief gereageerd op tests overeenkomstig Beschikking 2004/235/EG.]]
(13) [II.3.4 het in dit certificaat beschreven fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels is onderzocht en getest overeenkomstig sectie I, punt 8, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 798/2008.]
hoewel het gebruik van vaccins tegen Newcastle disease die niet aan de in bijlage VI, deel II, bij Verordening (EG) nr. 798/2008 vastgestelde specifieke criteria voldoen, niet verboden is in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
is het in dit certificaat beschreven pluimvee:
a) ten minste de laatste twaalf maanden niet met dergelijke vaccins ingeënt;
b) afkomstig uit een of meer koppels die in een officieel laboratorium in de 14 dagen vóór verzending een virusisolatietest op Newcastle disease hebben ondergaan, uitgevoerd op een aselecte steekproef van cloacaswabs van ten minste 60 dieren per koppel, waarbij geen aviair paramyxovirus met een intracerebrale pathogeniteitsindex (ICPI) van meer dan 0,4 is gevonden;
c) in de 60 dagen vóór verzending niet in contact geweest met pluimvee dat niet voldoet aan de voorwaarden onder a) en b);
d) in de onder b) genoemde 14 dagen onder officiële bewaking op de inrichting van herkomst afgezonderd gehouden.]
(11) II.5. Verklaring inzake het vervoer van de dieren
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het in dit certificaat beschreven pluimvee in kratten of kooien wordt vervoerd:
a) die uitsluitend pluimvee van eenzelfde soort, categorie en type, afkomstig van dezelfde inrichting, bevatten;
b) waarop het erkenningsnummer van de inrichting van herkomst is aangebracht;
c) die volgens de instructies van de bevoegde autoriteit zo zijn gesloten dat verwisseling van de inhoud onmogelijk is;
d) die, evenals de voertuigen waarmee ze worden vervoerd, zo zijn ontworpen dat:
i) tijdens het vervoer geen uitwerpselen en zo weinig mogelijk veren kunnen worden verloren;
ii) het pluimvee visueel kan worden geïnspecteerd;
iii) zij kunnen worden gereinigd en ontsmet;
e) die, evenals de voertuigen waarmee ze worden vervoerd, vóór het laden zijn gereinigd en ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit.
— Vak I.8: indien nodig code van de zone of het compartiment van herkomst vermelden, conform de code in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
— Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van vermeerderings- of opfokbedrijf.
— Vak I.15: registratienummer(s) van wagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, het volgnummer van het zegel te worden vermeld in vak I.23.
— Vak I.19: de juiste GS-code (geharmoniseerd systeem van de Werelddouaneorganisatie) gebruiken: 01.05 of 01.06.39.
— Vak I.28 (categorie): kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ ouderdieren/leghennen/andere.
Deel II:
(1) Fokpluimvee en gebruikspluimvee als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008.
(2) Gebiedscode als vermeld in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
(3) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(4) Naam van compartiment(en) invullen.
(5) Doorhalen indien niet van toepassing.
(6) Deze garantie geldt alleen voor pluimvee van de soort Gallus gallus en kalkoenen.
(7) Als voor de onderstaande serotypen een of meer van de resultaten positief waren tijdens de levensduur van het koppel, aangeven als positief:
— koppels fokpluimvee: Salmonella Hadar, Salmonella Virchow en Salmonella Infantis;
— koppels gebruikspluimvee: Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium.
(8) Indien van toepassing: naam van het gebruikte product en werkzame stof invullen.
(9) Doorhalen indien de zending niet bestemd is voor Finland of Zweden.
(10) Deze garantie is alleen vereist voor pluimvee afkomstig uit landen, gebieden, zones of compartimenten waarop artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 798/2008 van toepassing is.
(11) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2005 worden de dieren door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten gecontroleerd om na te gaan of zij na binnenkomst in de EU geschikt zijn voor verder vervoer. Indien niet aan de eisen wordt voldaan, moeten de dieren worden uitgeladen en moeten nadere maatregelen worden genomen.
(12) Indien bij landen of gebieden voor fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels (BPP) in kolom 6 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 de code „N” staat, betekent dit dat in geval van een uitbraak van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008 de land- of gebiedscode verder gebruikt wordt, maar dat delen waarvoor op de datum van afgifte van dit certificaat officiële beperkende maatregelen gelden die het desbetreffende derde land in verband met Newcastle disease heeft ingesteld, hiervan zijn uitgesloten.
(13) Deze garantie is alleen vereist voor fok- of gebruikspluimvee met uitzondering van loopvogels, afkomstig uit landen, gebieden, zones of compartimenten met de code „X” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
Dit certificaat is tien dagen geldig.
Officiële dierenarts
Naam (in blokletters): Hoedanigheid en titel:
Datum: Handtekening:
Stempel:
Veterinair certificaat voor fok- of gebruiksloopvogels (BPR)
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de in dit certificaat beschreven loopvogels (1) aan de volgende voorwaarden voldoen:
II.1.1 de voorschriften van Richtlijn 2009/158/EG;
II.1.2 de dieren hebben verbleven in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ;]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ;]
en wel ten minste de laatste drie maanden of sinds zij zijn uitgebroed indien zij jonger zijn dan drie maanden. Indien zij in het land, het gebied, de zone of het compartiment van herkomst zijn ingevoerd, vond dit plaats overeenkomstig veterinaire voorschriften die ten minste even stringent zijn als de desbetreffende eisen van Richtlijn 2009/158/EG en van de op grond daarvan vastgestelde besluiten;
II.1.3 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) (9) hetzij [het gebied met code ;]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ;]
(3) hetzij [a) dat (die) vrij was (waren) van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
(3) (5) hetzij [a) dat niet vrij was van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
b) waar een bewakingsprogramma voor aviaire influenza wordt uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008;
II.1.4 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ;]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ;]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene en laagpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008, en de loopvogels zijn gehouden in een inrichting:
a) waarin zich de laatste 30 dagen voor invoer in de EU geen laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
b) die is gevestigd in een gebied waarvoor de bevoegde autoriteit geen officiële beperkende maatregelen heeft ingesteld in verband met een uitbraak van laagpathogene aviaire influenza en in elk geval waaromheen zich in een gebied met een straal van 1 km de laatste 30 dagen voor invoer in de Unie in geen enkele inrichting laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
c) waar er geen epidemiologisch verband is met een inrichting waar zich de laatste 30 dagen voor invoer in de Unie laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;]
II.1.5 zij zijn afkomstig uit een koppel dat niet tegen aviaire influenza is ingeënt;
II.1.6 zij zijn afkomstig van de in vak I.11 van deel I genoemde inrichting(en), die officieel is (zijn) erkend overeenkomstig voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van bijlage II bij Richtlijn 2009/158/EG, waar zij sinds zij zijn uitgebroed of ten minste de laatste zes weken vóór uitvoer hebben verbleven, en
i) waarvan de erkenning niet is geschorst of ingetrokken;
ii) waarvoor geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen gelden;
iii) waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of Newcastle disease heeft voorgedaan;
II.1.7 zij zijn afkomstig uit een koppel:
a) dat maximaal 24 uur voor het inladen is onderzocht en geen klinische ziekteverschijnselen vertoonde en er niet van werd verdacht te zijn besmet;
(3) hetzij [b) dat niet is ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [b) dat tegen Newcastle disease is ingeënt:
]
(6) en/of [c) dat met officieel goedgekeurde vaccins is ingeënt:
]
(6) II.1.8 de dieren zijn, indien zij afkomstig zijn uit landen in Azië of Afrika:
(3) hetzij [ten minste de laatste 21 dagen vóór invoer in de EU afgezonderd in een teekvrije ruimte, waarbij een officieel goedgekeurd programma voor de bestrijding van knaagdieren is toegepast;]
(3) hetzij [zo behandeld dat alle eventueel aanwezige teken gegarandeerd zijn vernietigd voordat zij naar de teekvrije ruimte werden overgebracht; specificatie van de behandeling:;]
(3) hetzij [nadat zij 14 dagen in de teekvrije ruimte hadden verbleven, onderworpen aan een competitie-Elisa op antilichamen tegen Krim-Congo-hemorragische koorts, waarbij alle loopvogels die de afzonderingsruimte verlieten negatief op de test gereageerd hebben;]]
II.1.9 de dieren zijn op de dag van afgifte van dit certificaat onderzocht en vertoonden geen klinische ziekteverschijnselen en werden er niet van verdacht te zijn besmet;
II.1.10 zij zijn in de onder II.1.6 genoemde periode niet in contact geweest met loopvogels die niet aan de voorwaarden van dit certificaat voldoen, noch met andere vogels.
(7) [II.2.1 wanneer de zending bestemd is voor een lidstaat met de in artikel 15, lid 2, van Richtlijn 2009/158/EG genoemde status, zijn de in dit certificaat beschreven loopvogels:
a) niet ingeënt tegen Newcastle disease;
b) de laatste 14 dagen vóór verzending onder toezicht van een officiële dierenarts in een inrichting afgezonderd gehouden. In dit verband hebben op de inrichting geen loopvogels of ander pluimvee verbleven die in de laatste 21 dagen vóór verzending tegen Newcastle disease zijn ingeënt, en is daar in die periode, met uitzondering van de voor verzending bestemde dieren, geen enkele vogel binnengebracht;
c) in de laatste 14 dagen vóór verzending negatief gebleken bij een serologische test op de aanwezigheid van antilichamen tegen Newcastle disease;]
(6) [II.2.1 aan de volgende aanvullende garanties, die door de lidstaat van bestemming zijn gevraagd overeenkomstig artikel 16 en/of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG, is voldaan:
;]
(7) [II.2.2 wanneer de dieren bestemd zijn voor Finland of Zweden:
(3) hetzij [hebben zij, als het om fokloopvogels gaat, negatief gereageerd op tests overeenkomstig Beschikking 2003/644/EG;]
(3) hetzij [hebben zij, als het om legdieren (gebruiksloopvogels die worden gehouden voor de productie van consumptie-eieren) gaat, negatief gereageerd op tests overeenkomstig Beschikking 2004/235/EG.]]
(10) [II.2.3 zijn de fok- of gebruiksloopvogels onderzocht en getest overeenkomstig sectie I, punt 8, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 798/2008;
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
Partijnummer
Naam en producent van het vaccin
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Ingeënt tegen
Partijnummer
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
(5) II.3. Aanvullende gezondheidsvoorschriften voor landen die niet vrij zijn van Newcastle disease
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de in dit certificaat beschreven loopvogels aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) zij zijn ten minste de laatste 21 dagen vóór invoer in de EU onder officiële bewaking gehouden in een door de bevoegde autoriteiten erkend quarantainestation, als omschreven in artikel 2 van Richtlijn 2009/158/EG:
(erkenningsnummer en adres van het quarantainestation: );
b) zij hebben in een officieel laboratorium, tussen zeven en tien dagen nadat zij in quarantaine zijn geplaatst, een virusisolatietest op Newcastle disease ondergaan, uitgevoerd op cloacaswabs of fecesmonsters van elk dier, waarbij geen isolaat van het aviaire paramyxovirus (type 1) met een intracerebrale pathogeniteitsindex (ICPI) van meer dan 0,4 is gevonden. Voor elk dier heeft de test een gunstig resultaat opgeleverd voordat zij het quarantainestation hebben verlaten om in de EU te worden ingevoerd;
c) zij komen uit koppels waarbij ten minste de laatste zes maanden vóór invoer in de EU bewaking ten aanzien van Newcastle disease is uitgevoerd aan de hand van een op statistische gegevens gebaseerd bemonsteringsplan, met negatief resultaat.]
(8) II.4. Verklaring inzake het vervoer van de dieren
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de in dit certificaat beschreven loopvogels in kratten of kooien worden vervoerd:
a) die uitsluitend loopvogels van eenzelfde soort, categorie en type, afkomstig van dezelfde inrichting, bevatten;
b) waarop het erkenningsnummer van de inrichting van herkomst is aangebracht;
c) die volgens de instructies van de bevoegde autoriteit zo zijn gesloten dat verwisseling van de inhoud onmogelijk is;
d) die, evenals de voertuigen waarmee ze worden vervoerd, zo zijn ontworpen dat:
i) tijdens het vervoer geen uitwerpselen en zo weinig mogelijk veren kunnen worden verloren;
ii) de loopvogels visueel kunnen worden geïnspecteerd;
iii) zij kunnen worden gereinigd en ontsmet;
e) die, evenals de voertuigen waarmee ze worden vervoerd, vóór het laden zijn gereinigd en ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit.
Opmerkingen
Deel I:
— Vak I.8: indien nodig code van de zone of het compartiment van herkomst vermelden, conform de code in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
— Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van vermeerderings- of opfokbedrijf.
— Vak I.15: registratienummer(s) van wagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, het volgnummer van het zegel te worden vermeld in vak I.23.
— Vak I.28 (categorie): kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/ grootouderdieren/ouderdieren/andere; (identificatiesysteem en identificatienummer): halsmerken en microchips moeten de ISO-code van het land van herkomst bevatten; microchips moeten voldoen aan de ISO-normen.
Deel II:
(1) Loopvogels: dieren van de orde Struthioniformes (Casuariidae, Rheidae, Struthionidae) die in gevangenschap voor fok- of gebruiksdoeleinden worden opgefokt of gehouden.
(2) Gebiedscode als vermeld in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
(5) Dit is alleen van toepassing op de landen met de code „I” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008. Dit geldt echter niet voor fok- en gebruiksloopvogels afkomstig uit compartimenten.
(6) Doorhalen indien niet van toepassing.
(7) Doorhalen indien de zending niet bestemd is voor Finland of Zweden.
(8) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2005 worden de dieren door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten gecontroleerd om na te gaan of zij na binnenkomst in de EU geschikt zijn voor verder vervoer. Indien niet aan de eisen wordt voldaan, moeten de dieren worden uitgeladen en moeten nadere maatregelen worden genomen.
(9) Indien bij landen of gebieden voor fok- of gebruiksloopvogels (BPR) in kolom 6 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 de code „N” staat, betekent dit dat in geval van een uitbraak van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008 de land- of gebiedscode verder gebruikt wordt, maar dat delen waarvoor op de datum van afgifte van dit certificaat officiële beperkende maatregelen gelden die het desbetreffende derde land in verband met Newcastle disease heeft ingesteld, hiervan zijn uitgesloten.
(10) Deze garantie is alleen vereist voor fok- of gebruiksloopvogels afkomstig uit landen, gebieden, zones of compartimenten met de code „X” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
Dit certificaat is tien dagen geldig.
Officiële dierenarts
Naam (in blokletters): Hoedanigheid en titel:
Datum: Handtekening:
Stempel:
Veterinair certificaat voor eendagskuikens met uitzondering van die van loopvogels (DOC)
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de in dit certificaat beschreven eendagskuikens (1) aan de volgende voorwaarden voldoen:
II.1.1 de voorschriften van Richtlijn 2009/158/EG;
II.1.2 zij zijn uitgekomen in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ;]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ;]
Indien de koppels waarvan de broedeieren zijn verkregen in het land, het gebied, de zone of het compartiment van herkomst zijn ingevoerd, vond dit plaats overeenkomstig veterinaire voorschriften die ten minste even stringent zijn als de desbetreffende eisen van Richtlijn 2009/158/EG en van de op grond daarvan vastgestelde besluiten;
II.1.3 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) (12) hetzij [het gebied met code ;]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ;]
a) dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;
b) waar een bewakingsprogramma voor aviaire influenza wordt uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008;
II.1.4 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ;]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ;]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene en laagpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008, en zijn afkomstig van ouderkoppels die zijn gehouden in een inrichting:
a) waarin zich de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren waaruit de eendagskuikens zijn uitgekomen geen laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
b) die is gevestigd in een gebied waarvoor de bevoegde autoriteit geen officiële beperkende maatregelen heeft ingesteld in verband met een uitbraak van laagpathogene aviaire influenza en in elk geval waaromheen zich in een gebied met een straal van 1 km de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren waaruit de eendagskuikens zijn uitgekomen in geen enkele inrichting laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
c) waar er geen epidemiologisch verband is met een inrichting waar zich de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren waaruit de eendagskuikens zijn uitgekomen laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;]
II.1.5 a) de dieren zijn niet ingeënt tegen aviaire influenza;
b) zij zijn afkomstig van ouderkoppels die:
(3) hetzij [niet zijn ingeënt tegen aviaire influenza;]
(3) hetzij [zijn ingeënt tegen aviaire influenza volgens een vaccinatieprogramma overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008, met:
(naam en type vaccin(s))
op de leeftijd van weken;]
II.1.6 zij zijn uitgebroed in de in vak I.11 van deel I genoemde inrichting(en), die officieel is (zijn) erkend overeenkomstig voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van bijlage II bij Richtlijn 2009/158/EG, en
a) waarvan de erkenning niet is geschorst of ingetrokken;
b) waarvoor op het tijdstip van verzending geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen golden;
c) waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of Newcastle disease heeft voorgedaan;
II.1.7 zij zijn afkomstig van eieren uit koppels die aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) zij zijn ten minste de laatste zes weken vóór invoer in de EU in officieel erkende inrichtingen gehouden waarvan de erkenning niet geschorst of ingetrokken was op het tijdstip van verzending van de broedeieren naar de broederij;
b) er golden op het tijdstip van verzending geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen;
c) zij hebben een gezondheidsbewakingsprogramma ondergaan ten aanzien van:
(3) hetzij [Salmonella Pullorum, S. Gallinarum en Mycoplasma gallisepticum (kippen),]
(3) hetzij [Salmonella arizonae (serogroep O:18(K)), S. Pullorum en S. Gallinarum, Mycoplasma meleagridis en M. gallisepticum (kalkoenen),]
(3) hetzij [Salmonella Pullorum en S. Gallinarum (parelhoenders, kwartels, fazanten, patrijzen en eenden),]
overeenkomstig hoofdstuk III van bijlage II bij Richtlijn 2009/158/EG, waarbij is gebleken dat het koppel niet met deze ziekteverwekkers besmet is en er evenmin van verdacht wordt te zijn besmet;
(3) hetzij [d) zij zijn niet ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [d) zij zijn tegen Newcastle disease ingeënt:
]
(5) en/of [e) zij zijn met officieel goedgekeurde vaccins ingeënt
]
II.1.8 zij zijn verkregen uit broedeieren die:
a) vóór verzending naar de broederij zijn gemerkt volgens de instructies van de bevoegde autoriteit;
b) zijn ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit;
(5) II.1.9 zij zijn op met een officieel goedgekeurd vaccin ingeënt tegen (indien nodig herhalen).]
II.2. Aanvullende garanties inzake de volksgezondheid
(6) [II.2.1 Het in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 2160/2003 bedoelde programma ter bestrijding van salmonella en de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1177/2006 voor het gebruik van antimicrobiële stoffen en vaccins zijn toegepast op het ouderkoppel van herkomst en dit ouderkoppel is getest op salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid:
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
Partijnummer
Naam en producent van het vaccin
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Ingeënt tegen
Partijnummer
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Datum van de laatste bemonstering van het koppel waarvan het testresultaat bekend is [dd/mm/jjjj]
De specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1177/2006 voor het gebruik van antimicrobiële stoffen en vaccins zijn op de eendagskuikens toegepast.
Om andere redenen dan het programma ter bestrijding van salmonella werden:
(3) hetzij [geen antimicrobiële stoffen toegediend aan de eendagskuikens (met inbegrip van in-ovo-injectie);]
(3) (8) hetzij [de volgende antimicrobiële stoffen toegediend aan de eendagskuikens (met inbegrip van in-ovo-injectie);]]
(6) [II.2.2 Als de eendagskuikens voor de fok bestemd zijn, werd noch Salmonella Enteritidis, noch Salmonella Typhimurium gevonden in het kader van het onder II.2.1 bedoelde bestrijdingsprogramma.]
II.3. Aanvullende garanties inzake de diergezondheid
(9) [II.3.1 wanneer de zending bestemd is voor een lidstaat met de in artikel 15, lid 2, van Richtlijn 2009/158/EG genoemde status, zijn de in dit certificaat beschreven eendagskuikens afkomstig van broedeieren uit koppels die:
(3) hetzij [niet zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [met een geïnactiveerd vaccin zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [ten minste 60 dagen vóór de datum waarop de eieren zijn verzameld, met een levend vaccin zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]]
(5) [II.3.2 aan de volgende aanvullende garanties, die door de lidstaat van bestemming zijn gevraagd overeenkomstig artikel 16 en/of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG, is voldaan:
;]
(9) [II.3.3 wanneer de lidstaat van bestemming Finland of Zweden is, zijn de voor koppels van fokpluimvee of gebruikspluimvee bestemde eendagskuikens afkomstig van koppels die negatief hebben gereageerd op tests overeenkomstig Beschikking 2003/644/EG.]
(13) [II.3.4 de in dit certificaat beschreven eendagskuikens zijn afkomstig van eieren uit koppels die zijn onderzocht en getest overeenkomstig sectie I, punt 8, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 798/2008.]
(10) [II.4.1 hoewel het gebruik van vaccins tegen Newcastle disease die niet aan de in bijlage VI, deel II, bij Verordening (EG) nr. 798/2008 vastgestelde specifieke criteria voldoen, niet verboden is in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ;]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ;]
is het fokpluimvee waarvan de eendagskuikens afstammen:
a) ten minste de laatste twaalf maanden niet met dergelijke vaccins ingeënt;
b) afkomstig uit een of meer koppels die in een officieel laboratorium in de 14 dagen vóór verzending een virusisolatietest op Newcastle disease hebben ondergaan, uitgevoerd op een aselecte steekproef van cloacaswabs van ten minste 60 dieren per koppel, waarbij geen aviair paramyxovirus met een intracerebrale pathogeniteitsindex (ICPI) van meer dan 0,4 is gevonden;
c) in de 60 dagen vóór verzending niet in contact geweest met pluimvee dat niet voldoet aan de voorwaarden onder a) en b);
d) in de onder b) genoemde periode van 14 dagen onder officiële bewaking op de inrichting van herkomst afgezonderd gehouden;
(10) [II.4.2 de broedeieren waaruit de eendagskuikens verkregen zijn, zijn in de broederij en tijdens het vervoer niet in contact geweest met eieren of pluimvee die niet aan bovengenoemde eisen voldoen.]
(11) II.5. Verklaring inzake het vervoer van de dieren
a) die uitsluitend eendagskuikens van eenzelfde soort, categorie en type, afkomstig van dezelfde inrichting, bevatten;
b) waarop de volgende informatie vermeld staat:
— de naam van het land, het gebied, de zone of het compartiment van verzending,
— de betrokken soort pluimvee,
— het aantal kuikens,
— de categorie en het productietype waarvoor zij bestemd zijn,
— de naam, het adres en het erkenningsnummer van de productie-inrichting,
— het erkenningsnummer van de inrichting van herkomst,
— de lidstaat van bestemming;
c) die volgens de instructies van de bevoegde autoriteit zo zijn gesloten dat verwisseling van de inhoud onmogelijk is.
die volgens de instructies van de bevoegde autoriteit zo zijn gesloten dat verwisseling van de inhoud onmogelijk is.
De containers en transportmiddelen waarin de hierboven bedoelde dozen worden vervoerd, zijn vóór het inladen gereinigd en ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit.
Opmerkingen
Deel I:
— Vak I.8: indien nodig code van de zone of het compartiment van herkomst vermelden, conform de code in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
— Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van de broederijen en het vermeerderingsbedrijf.
— Vak I.15: registratienummer(s) van wagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, het volgnummer van het zegel te worden vermeld in vak I.23.
— Vak I.19: de juiste GS-code (geharmoniseerd systeem van de Werelddouaneorganisatie) gebruiken: 01.05 of 01.06.39.
— Vak I.28: (categorie): kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ ouderdieren/leghennen/vleeskuikens/andere.
Deel II:
(1) Eendagskuikens: als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008.
(2) Gebiedscode als vermeld in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
(3) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(4) Naam van compartiment(en) invullen.
(5) Doorhalen indien niet van toepassing.
(6) Deze garantie geldt alleen voor eendagskuikens van de soort Gallus gallus en kalkoenen.
(7) Als voor de onderstaande serotypen een of meer van de resultaten positief waren tijdens de levensduur van het koppel, aangeven als positief:
— koppels fokpluimvee: Salmonella Hadar, Salmonella Virchow en Salmonella Infantis;
— koppels gebruikspluimvee: Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium.
(8) Indien van toepassing: naam van het gebruikte product en werkzame stof invullen.
(9) Doorhalen indien de zending niet bestemd is voor Finland of Zweden.
(10) Deze garantie is alleen vereist voor pluimvee afkomstig uit landen, gebieden, zones of compartimenten waarop artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 798/2008 van toepassing is.
(11) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2005 worden de dieren door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten gecontroleerd om na te gaan of zij na binnenkomst in de EU geschikt zijn voor verder vervoer. Indien niet aan de eisen wordt voldaan, moeten de dieren worden uitgeladen en moeten nadere maatregelen worden genomen.
(12) Indien bij landen of gebieden voor eendagskuikens met uitzondering van die van loopvogels (DOC) in kolom 6 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 de code „N” staat, betekent dit dat in geval van een uitbraak van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008 de land- of gebiedscode verder gebruikt wordt, maar dat delen waarvoor op de datum van afgifte van dit certificaat officiële beperkende maatregelen gelden die het desbetreffende derde land in verband met Newcastle disease heeft ingesteld, hiervan zijn uitgesloten.
(13) Deze garantie is alleen vereist voor eendagskuikens afkomstig uit landen, gebieden, zones of compartimenten met de code „X” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
Dit certificaat is tien dagen geldig.
Officiële dierenarts
Naam (in blokletters): Hoedanigheid en titel:
Datum: Handtekening:
Stempel:
(14) III. Aanvullende informatie over de gezondheid betreffende het certificaat met het in vak I.2 vermelde referentienummer:
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de in dit certificaat beschreven eendagskuikens (1) aan de volgende voorwaarden voldoen:
II.1.1 de voorschriften van Richtlijn 2009/158/EG;
II.1.2 zij zijn uitgekomen in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ;]
Indien de koppels waarvan de broedeieren zijn verkregen in het land, het gebied, de zone of het compartiment van herkomst zijn ingevoerd, vond dit plaats overeenkomstig veterinaire voorschriften die ten minste even stringent zijn als de desbetreffende eisen van Richtlijn 2009/158/EG en van de op grond daarvan vastgestelde besluiten;
II.1.3 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) (9) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
(3) hetzij [a) dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
(3) (5) hetzij [a) dat op de datum van afgifte van dit certificaat niet vrij was van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
b) waar een bewakingsprogramma voor aviaire influenza wordt uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008;
II.1.4 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene en laagpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008, en zijn afkomstig van ouderkoppels die zijn gehouden in een inrichting:
a) waarin zich de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren waaruit de eendagskuikens zijn uitgekomen geen laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
b) die is gevestigd in een gebied waarvoor de bevoegde autoriteit geen officiële beperkende maatregelen heeft ingesteld in verband met een uitbraak van laagpathogene aviaire influenza en in elk geval waaromheen zich in een gebied met een straal van 1 km de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren waaruit de eendagskuikens zijn uitgekomen in geen enkele inrichting laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
c) waar er geen epidemiologisch verband is met een inrichting waar zich de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren waaruit de eendagskuikens zijn uitgekomen laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;]
II.1.5 a) de dieren zijn niet ingeënt tegen aviaire influenza;
b) zij zijn afkomstig van ouderkoppels die:
(3) hetzij [niet zijn ingeënt tegen aviaire influenza;]
(3) hetzij [zijn ingeënt tegen aviaire influenza volgens een vaccinatieprogramma overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008, met:
II.1.6 zij zijn uitgebroed in de in vak I.11 van deel I genoemde inrichting(en), die officieel is (zijn) erkend overeenkomstig voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van bijlage II bij Richtlijn 2009/158/EG, en
a) waarvan de erkenning niet is geschorst of ingetrokken;
b) waarvoor op het tijdstip van verzending geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen golden;
c) waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of Newcastle disease heeft voorgedaan;
II.1.7 zij zijn afkomstig van eieren uit koppels die aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) zij zijn ten minste de laatste zes weken in officieel erkende inrichtingen gehouden waarvan de erkenning niet geschorst of ingetrokken was op het tijdstip van verzending van de broedeieren naar de broederij;
(3) hetzij [b) zij zijn gehouden in inrichtingen in een land, gebied, zone of compartiment dat/die vrij is van Newcastle disease;]
(3)(5) hetzij [b) zij zijn gehouden in inrichtingen in een land, gebied of zone dat/die niet vrij is van Newcastle disease;]
c) er golden op het tijdstip van verzending geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen;
(3) hetzij [d) zij zijn niet ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [d) zij zijn tegen Newcastle disease ingeënt:
]
(7) en/of [e) zij zijn met officieel goedgekeurde vaccins ingeënt:
]
II.1.8 zij zijn verkregen uit broedeieren die:
a) vóór verzending naar de broederij zijn gemerkt volgens de instructies van de bevoegde autoriteit;
b) zijn ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit;
II.1.9 zij zijn uitgekomen op (dd/mm/jjjj);
(7) [II.1.10 zij zijn op met een officieel goedgekeurd vaccin ingeënt tegen (indien nodig herhalen);]
II.1.11 zij zijn op het tijdstip van verzending onderzocht en vertoonden geen klinische ziekteverschijnselen en werden er niet van verdacht te zijn besmet;
II.1.12 zij zijn niet in contact geweest met pluimvee, inclusief loopvogels, dat niet aan de voorwaarden van dit certificaat voldoet.
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
Partijnummer
Naam en producent van het vaccin
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Ingeënt tegen
Partijnummer
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
(6) [II.2.1 wanneer de zending bestemd is voor een lidstaat met de in artikel 15, lid 2, van Richtlijn 2009/158/EG genoemde status, zijn de in dit certificaat beschreven eendagskuikens afkomstig van:
a) broedeieren van koppels die:
(3) hetzij [niet zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [met een geïnactiveerd vaccin zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [ten minste 60 dagen vóór de datum waarop de eieren zijn verzameld, met een levend vaccin zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
b) een broederij waar de werkmethoden zodanig zijn dat wordt gegarandeerd dat deze eieren worden uitgebroed op volstrekt andere plaatsen en tijdstippen dan eieren die niet aan de onder a) vermelde eisen voldoen;]
(7) [II.2.2 aan de volgende aanvullende garanties, die door de lidstaat van bestemming zijn gevraagd overeenkomstig artikel 16 en/of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG, is voldaan:
;]
(6) [II.2.3 wanneer de lidstaat van bestemming Finland of Zweden is, zijn de voor koppels van fok- of gebruiksloopvogels bestemde eendagskuikens afkomstig van koppels die negatief hebben gereageerd op tests overeenkomstig Beschikking 2003/644/EG.]
(10) [II.2.4 de eendagskuikens zijn afkomstig van eieren uit fokloopvogels die zijn onderzocht en getest overeenkomstig sectie I, punt 8, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 798/2008.]
II.3. Aanvullende gezondheidsvoorschriften voor landen die niet vrij zijn van Newcastle disease
II.3.1 de fokloopvogels waarvan de eendagskuikens afstammen:
a) zijn ten minste de laatste 30 dagen voordat de broedeieren waaruit de voor invoer in de EU bestemde eendagskuikens zijn verkregen, zijn gelegd, onder officiële bewaking afgezonderd gehouden;
b) hebben in een officieel laboratorium, tussen zeven en tien dagen nadat zij in afzondering zijn geplaatst, een virusisolatietest op Newcastle disease ondergaan, uitgevoerd op cloacaswabs of fecesmonsters van elk dier, waarbij geen isolaat van het aviaire paramyxovirus (type 1) met een intracerebrale pathogeniteitsindex (ICPI) van meer dan 0,4 is gevonden. Alle uitgevoerde tests hebben een gunstig resultaat opgeleverd voordat de eendagskuikens de broederij hebben verlaten voor invoer in de EU;
c) zijn de laatste 30 dagen voordat de broedeieren waaruit de voor invoer in de EU bestemde eendagskuikens zijn verkregen, zijn gelegd en tijdens het leggen zelf niet in contact geweest met pluimvee (met inbegrip van loopvogels) dat niet aan de onder a), b) en d) genoemde voorwaarden voldoet;
d) komen uit koppels waarbij ten minste de laatste zes maanden vóór invoer in de EU bewaking ten aanzien van Newcastle disease is uitgevoerd aan de hand van een op statistische gegevens gebaseerd bemonsteringsplan, met negatief resultaat;]
(5) [II.3.2 de broedeieren waaruit de eendagskuikens verkregen zijn en de eendagskuikens zelf zijn in de broederij en tijdens het vervoer niet in contact geweest met eieren of pluimvee, inclusief loopvogels, die niet aan bovengenoemde garanties voldoen.]
(8) II.4. Verklaring inzake het vervoer van de dieren
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de eendagskuikens worden vervoerd in schone, nieuwe wegwerpdozen:
a) die uitsluitend eendagskuikens van eenzelfde soort, categorie en type, afkomstig van dezelfde inrichting, bevatten;
b) waarop, duidelijk leesbaar en in ten minste één van de talen van de EU de volgende vermeldingen zijn aangebracht:
— de naam van het land, het gebied, de zone of het compartiment van verzending,
— de betrokken soort loopvogels,
— het aantal kuikens,
— de categorie en het productietype waarvoor zij bestemd zijn,
— de naam, het adres en het erkenningsnummer van het vermeerderingsbedrijf,
— de naam, het adres en het erkenningsnummer van de inrichting van herkomst,
— de datum van verzending,
— de lidstaat van bestemming;
c) die volgens de instructies van de bevoegde autoriteit zo zijn gesloten dat verwisseling van de inhoud onmogelijk is.
De containers en transportmiddelen waarin de hierboven bedoelde dozen worden vervoerd, zijn vóór het inladen gereinigd en ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit.
Opmerkingen
Deel I:
— Vak I.8: indien nodig code van de zone of het compartiment van herkomst vermelden, conform de code in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
— Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van de broederijen en het vermeerderingsbedrijf.
— Vak I.15: registratienummer(s) van wagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, het volgnummer van het zegel te worden vermeld in vak I.23.
— Vak I.28 (categorie): kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ouderdieren/ andere.
Deel II:
(1) Eendagskuikens: loopvogels die nog geen 72 uur oud zijn.
(2) Gebiedscode als vermeld in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
(3) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(4) Naam van compartiment(en) invullen.
(5) Dit is alleen van toepassing op de landen met de code „II” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008. Dit geldt echter niet voor eendagskuikens van loopvogels afkomstig uit compartimenten.
(6) Doorhalen indien de zending niet bestemd is voor Finland of Zweden.
(7) Doorhalen indien niet van toepassing.
(8) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2005 worden de dieren door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten gecontroleerd om na te gaan of zij na binnenkomst in de EU geschikt zijn voor verder vervoer. Indien niet aan de eisen wordt voldaan, moeten de dieren worden uitgeladen en moeten nadere maatregelen worden genomen.
(9) Indien bij landen of gebieden voor eendagskuikens van loopvogels (DOR) in kolom 6 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 de code „N” staat, betekent dit dat in geval van een uitbraak van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008 de land- of gebiedscode verder gebruikt wordt, maar dat delen waarvoor op de datum van afgifte van dit certificaat officiële beperkende maatregelen gelden die het desbetreffende derde land in verband met Newcastle disease heeft ingesteld, hiervan zijn uitgesloten.
(10) Deze garantie is alleen vereist voor eendagskuikens afkomstig uit landen, gebieden, zones of compartimenten met de code „X” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
Dit certificaat is tien dagen geldig.
Officiële dierenarts
Naam (in blokletters): Hoedanigheid en titel:
Datum: Handtekening:
Stempel:
Veterinair certificaat voor broedeieren van pluimvee met uitzondering van loopvogels (HEP)
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de in dit certificaat beschreven broedeieren (1) aan de volgende voorwaarden voldoen:
II.1.1 de voorschriften van Richtlijn 2009/158/EG;
II.1.2 zij zijn afkomstig van koppels die ten minste de laatste drie maanden in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
hebben verbleven. Indien de koppels waarvan de broedeieren zijn verkregen in het land, het gebied, de zone of het compartiment van herkomst zijn ingevoerd, vond dit plaats overeenkomstig veterinaire voorschriften die ten minste even stringent zijn als de desbetreffende eisen van Richtlijn 2009/158/EG en van de op grond daarvan vastgestelde besluiten;
II.1.3 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) (10) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
a) dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;
b) waar een bewakingsprogramma voor aviaire influenza wordt uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008;
II.1.4 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene en laagpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008, en zijn afkomstig van ouderkoppels die zijn gehouden in een inrichting:
a) waarin zich de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren geen laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
b) die is gevestigd in een gebied waarvoor de bevoegde autoriteit geen officiële beperkende maatregelen heeft ingesteld in verband met een uitbraak van laagpathogene aviaire influenza en in elk geval waaromheen zich in een gebied met een straal van 1 km de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren in geen enkele inrichting laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
c) waar er geen epidemiologisch verband is met een inrichting waar zich de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;]
II.1.5 zij zijn afkomstig van ouderkoppels die:
(3) hetzij [niet zijn ingeënt tegen aviaire influenza;]
(3) hetzij [zijn ingeënt tegen aviaire influenza volgens een vaccinatieprogramma overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008, met:
(naam en type vaccin(s))
op de leeftijd van weken;]
II.1.6 zij zijn afkomstig van koppels die aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) de dieren zijn op de dag van afgifte van dit certificaat onderzocht en vertoonden geen klinische ziekteverschijnselen en werden er niet van verdacht te zijn besmet;
b) zij hebben ten minste de laatste zes weken vóór invoer in de EU verbleven in de in vak I.11 van deel I genoemde inrichting(en), die officieel is (zijn) erkend overeenkomstig voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van bijlage II bij Richtlijn 2009/158/EG, en
— waarvan de erkenning niet is geschorst of ingetrokken;
— waarvoor geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen gelden;
— waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of Newcastle disease heeft voorgedaan;
c) de dieren zijn in de onder b) genoemde periode niet in contact geweest met pluimvee dat niet aan de voorwaarden van dit certificaat voldoet, noch met wilde vogels;
d) zij hebben een gezondheidsbewakingsprogramma ondergaan ten aanzien van:
(3) hetzij [Salmonella Pullorum, S. Gallinarum en Mycoplasma gallisepticum (kippen),]
(3) hetzij [Salmonella arizonae (serogroep O:18(K)), S. Pullorum en S. Gallinarum, Mycoplasma meleagridis en M. gallisepticum (kalkoenen),]
(3) hetzij [Salmonella Pullorum en S. Gallinarum (parelhoenders, kwartels, fazanten, patrijzen en eenden),]
overeenkomstig hoofdstuk III van bijlage II bij Richtlijn 2009/158/EG, waarbij is gebleken dat het koppel niet met deze ziekteverwekkers besmet is en er evenmin van verdacht wordt te zijn besmet;
(3) hetzij [e) zij zijn niet ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [e) zij zijn tegen Newcastle disease ingeënt:
]
(8) en/of [f) zij zijn met officieel goedgekeurde vaccins ingeënt:
]
(9) II.1.7 zij zijn gemerkt zoals aangegeven in vak I.28 van het certificaat met (kleur inkt);
II.1.8 zij zijn overeenkomstig mijn instructies ontsmet met (naam van het product en de werkzame stof) gedurende (minuten);
II.1.9 zij zijn verzameld van (dd/mm/jjjj) tot en met (dd/mm/jjjj);
II.1.10 zij zijn op de dag van afgifte van dit certificaat onderzocht en vertoonden geen klinische ziekteverschijnselen en werden er niet van verdacht te zijn besmet.
II.2. Aanvullende garanties inzake de volksgezondheid
(5) [II.2.1 Het in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 2160/2003 bedoelde programma ter bestrijding van salmonella en de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1177/2006 voor het gebruik van antimicrobiële stoffen en vaccins zijn toegepast op het ouderkoppel van herkomst en dit ouderkoppel is getest op salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid:
]
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
Partijnummer
Naam en producent van het vaccin
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Ingeënt tegen
Partijnummer
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Datum van de laatste bemonstering van het koppel waarvan het testresultaat bekend is [dd/mm/jjjj]
(7) [II.3.1 wanneer de zending bestemd is voor een lidstaat met de in artikel 15, lid 2, van Richtlijn 2009/158/EG genoemde status, zijn de in dit certificaat beschreven broedeieren afkomstig van dieren die:
(3) hetzij [niet zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [met een geïnactiveerd vaccin zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [ten minste 60 dagen vóór de eerste onder II.1.9 genoemde datum met een levend vaccin zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]]
(8) [II.3.2 aan de volgende aanvullende garanties, die door de lidstaat van bestemming zijn gevraagd overeenkomstig artikel 16 en/of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG, is voldaan:
;]
(7) [II.3.3 wanneer de broedeieren bestemd zijn voor Finland of Zweden, zijn zij afkomstig van koppels die negatief hebben gereageerd op tests overeenkomstig Beschikking 2003/644/EG.]
(11) [II.3.4 de in dit certificaat beschreven broedeieren zijn afkomstig van koppels fokpluimvee die zijn onderzocht en getest overeenkomstig sectie I, punt 8, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 798/2008].
hoewel het gebruik van vaccins tegen Newcastle disease die niet aan de in bijlage VI, deel II, bij Verordening (EG) nr. 798/2008 vastgestelde specifieke criteria voldoen, niet verboden is in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
is het pluimvee waarvan de broedeieren zijn verkregen:
a) ten minste de laatste twaalf maanden niet met dergelijke vaccins ingeënt;
b) afkomstig uit een of meer koppels die in een officieel laboratorium in de 14 dagen vóór verzending een virusisolatietest op Newcastle disease hebben ondergaan, uitgevoerd op een aselecte steekproef van cloacaswabs van ten minste 60 dieren per koppel, waarbij geen aviair paramyxovirus met een intracerebrale pathogeniteitsindex (ICPI) van meer dan 0,4 is gevonden;
c) in de 60 dagen vóór verzending niet in contact geweest met pluimvee dat niet voldoet aan de voorwaarden onder a) en b);
d) in de onder b) genoemde periode van 14 dagen onder officiële bewaking op de inrichting van herkomst afgezonderd gehouden.]
— het erkenningsnummer van de inrichting van herkomst,
— de lidstaat van bestemming;
c) die volgens de instructies van de bevoegde autoriteit zo zijn gesloten dat verwisseling van de inhoud onmogelijk is.
II.5.2 De containers en transportmiddelen waarin de hierboven bedoelde dozen worden vervoerd, zijn vóór het inladen gereinigd en ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit.
Opmerkingen
Deel I:
— Vak I.8: indien nodig code van de zone of het compartiment van herkomst vermelden, conform de code in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
— Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van het vermeerderingsbedrijf.
— Vak I.15: registratienummer(s) van wagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, het volgnummer van het zegel te worden vermeld in vak I.23.
— Vak I.28 (categorie): kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ouderdieren/ leghennen/consumptie-eieren van kalkoenen/andere; (identificatiesysteem en identificatienummer): op de eieren aangebracht merkteken invullen.
Deel II:
(1) Broedeieren van pluimvee als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008 met uitzondering van loopvogels.
(2) Gebiedscode als vermeld in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
(3) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(4) Naam van compartiment(en) invullen.
(5) Deze garantie geldt alleen voor pluimvee van de soort Gallus gallus en kalkoenen.
(6) Als voor de volgende serotypen een of meer van de resultaten positief waren tijdens de levensduur van het ouderkoppel, aangeven als positief: Salmonella Infantis, Salmonella Virchow en Salmonella Hadar.
(7) Doorhalen indien de zending niet bestemd is voor Finland of Zweden.
(8) Doorhalen indien niet van toepassing.
(9) Bij de verzending moeten de eieren individueel worden gemerkt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 617/2008, met vermelding van het erkenningsnummer van het vermeerderingsbedrijf, in onuitwisbare zwarte inkt; het merkteken moet duidelijk leesbaar zijn en gesteld in ten minste één van de talen van de EU.
(10) Indien bij landen of gebieden voor broedeieren van pluimvee met uitzondering van loopvogels (HEP) in kolom 6 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 de code „N” staat, betekent dit dat in geval van een uitbraak van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008 de land- of gebiedscode verder gebruikt wordt, maar dat delen waarvoor op de datum van afgifte van dit certificaat officiële beperkende maatregelen gelden die het desbetreffende derde land in verband met Newcastle disease heeft ingesteld, hiervan zijn uitgesloten.
(11) Deze garantie is alleen vereist voor broedeieren afkomstig uit landen, gebieden, zones of compartimenten met de code „X” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
Dit certificaat is tien dagen geldig.
Officiële dierenarts
Naam (in blokletters): Hoedanigheid en titel:
Datum: Handtekening:
Stempel:
Veterinair certificaat voor broedeieren van loopvogels (HER)
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de in dit certificaat beschreven broedeieren (1) aan de volgende voorwaarden voldoen:
II.1.1 de voorschriften van Richtlijn 2009/158/EG;
II.1.2 zij zijn afkomstig van koppels die ten minste de laatste drie maanden in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
hebben verbleven. Indien de koppels in het land, het gebied, de zone of het compartiment van herkomst zijn ingevoerd, vond dit plaats overeenkomstig veterinaire voorschriften die ten minste even stringent zijn als de desbetreffende eisen van Richtlijn 2009/158/EG en van de op grond daarvan vastgestelde besluiten;
II.1.3 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) (9) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
(3) hetzij [a) dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
(3) (5) hetzij [a) dat op de datum van afgifte van dit certificaat niet vrij was van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
b) waar een bewakingsprogramma voor aviaire influenza wordt uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008;
II.1.4 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene en laagpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008, en zijn afkomstig van ouderkoppels die zijn gehouden in een inrichting:
a) waarin zich de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren geen laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
b) die is gevestigd in een gebied waarvoor de bevoegde autoriteit geen officiële beperkende maatregelen heeft ingesteld in verband met een uitbraak van laagpathogene aviaire influenza en in elk geval waaromheen zich in een gebied met een straal van 1 km de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren in geen enkele inrichting laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
c) waar er geen epidemiologisch verband is met een inrichting waar zich de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;]
II.1.5 zij zijn afkomstig van ouderkoppels die:
(3) hetzij [niet zijn ingeënt tegen aviaire influenza;]
(3) hetzij [zijn ingeënt tegen aviaire influenza volgens een vaccinatieprogramma overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008, met:
(naam en type vaccin(s))
op de leeftijd van weken;]
II.1.6 zij zijn afkomstig van koppels die aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) de dieren zijn op de dag van afgifte van dit certificaat onderzocht en vertoonden geen klinische ziekteverschijnselen en werden er niet van verdacht te zijn besmet;
b) zij hebben ten minste de laatste zes weken vóór invoer in de EU verbleven in de in vak I.11 van deel I genoemde inrichting(en), die officieel is (zijn) erkend overeenkomstig voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan de voorschriften van bijlage II bij Richtlijn 2009/158/EG, en
— waarvan de erkenning niet is geschorst of ingetrokken;
— waarvoor geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen gelden;
— waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of Newcastle disease heeft voorgedaan;
c) zij zijn in de onder b) genoemde periode niet in contact geweest met pluimvee of andere loopvogels die niet aan de voorwaarden van dit certificaat voldoen;
(3) hetzij [d) zij zijn niet ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [d) zij zijn tegen Newcastle disease ingeënt:
]
(8) [e) zij zijn met officieel goedgekeurde vaccins ingeënt:
]
(6) II.1.7 zij zijn gemerkt zoals aangegeven in vak I.28 van het certificaat met (kleur inkt);
II.1.8 zij zijn overeenkomstig mijn instructies ontsmet met (naam van het product en de werkzame stof) gedurende (minuten);
II.1.9 zij zijn verzameld van (dd/mm/jjjj) tot en met (dd/mm/jjjj);
II.1.10 zij zijn op de dag van afgifte van dit certificaat onderzocht en vertoonden geen klinische ziekteverschijnselen en werden er niet van verdacht te zijn besmet.
(7) [II.2.1 wanneer de zending bestemd is voor een lidstaat met de in artikel 15, lid 2, van Richtlijn 2009/158/EG genoemde status, zijn de in dit certificaat beschreven broedeieren afkomstig van loopvogels die:
(3) hetzij [niet zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [met een geïnactiveerd vaccin zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [ten minste 60 dagen vóór de eerste onder II.1.9 genoemde datum met een levend vaccin zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]]
(8) [II.2.2 aan de volgende aanvullende garanties, die door de lidstaat van bestemming zijn gevraagd overeenkomstig artikel 16 en/of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG, is voldaan:
;]
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
Partijnummer
Naam en producent van het vaccin
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Ingeënt tegen
Partijnummer
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
(7) [II.2.3 wanneer de broedeieren bestemd zijn voor Finland of Zweden, zijn zij afkomstig van koppels die negatief hebben gereageerd op tests overeenkomstig Beschikking 2003/644/EG.]
(10) [II.2.4 de in dit certificaat beschreven broedeieren zijn afkomstig van fokloopvogels die zijn onderzocht en getest overeenkomstig sectie I, punt 8, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 798/2008].
(5) II.3. Aanvullende gezondheidsvoorschriften voor landen die niet vrij zijn van Newcastle disease
[Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de fokloopvogels waarvan de in dit certificaat beschreven broedeieren zijn verkregen aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) zij zijn ten minste de laatste 30 dagen voordat de in de EU in te voeren broedeieren zijn gelegd, onder officiële bewaking afgezonderd gehouden;
b) zij hebben in een officieel laboratorium, tussen zeven en tien dagen nadat zij in afzondering zijn geplaatst, een virusisolatietest op Newcastle disease ondergaan, uitgevoerd op cloacaswabs of fecesmonsters van elk dier, waarbij geen isolaat van het aviaire paramyxovirus (type 1) met een intracerebrale pathogeniteitsindex (ICPI) van meer dan 0,4 is gevonden. Voor elk dier heeft de test een gunstig resultaat opgeleverd voordat de eieren de afzonderingsruimte hebben verlaten om in de EU te worden ingevoerd;
c) zij zijn de laatste 30 dagen voordat de voor invoer in de EU bestemde broedeieren zijn gelegd en tijdens het leggen zelf niet in contact geweest met pluimvee (met inbegrip van loopvogels) dat niet aan de onder a), b) en d) genoemde voorwaarden voldoet;
d) zij komen uit koppels waarbij ten minste de laatste zes maanden vóór invoer in de EU bewaking ten aanzien van Newcastle disease is uitgevoerd aan de hand van een op statistische gegevens gebaseerd bemonsteringsplan, met negatief resultaat.]
II.4. Verklaring inzake het vervoer van de dieren
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de broedeieren worden vervoerd in schone, nieuwe wegwerpdozen:
a) die uitsluitend broedeieren van eenzelfde soort, categorie en type, afkomstig van dezelfde inrichting, bevatten;
b) waarop, duidelijk leesbaar in ten minste één van de talen van de EU de volgende vermeldingen zijn aangebracht:
— het woord „broedei”,
— de naam van het land, het gebied, de zone of het compartiment van verzending,
— de betrokken soort loopvogels,
— het aantal eieren,
— de categorie en het productietype waarvoor zij bestemd zijn,
— de naam, het adres en het erkenningsnummer van het vermeerderingsbedrijf,
— de naam en het adres van de inrichting van herkomst,
— de datum van verzending,
— de lidstaat van bestemming;
c) die volgens de instructies van de bevoegde autoriteit zo zijn gesloten dat verwisseling van de inhoud onmogelijk is.
De containers en transportmiddelen waarin de hierboven bedoelde dozen worden vervoerd, zijn vóór het inladen gereinigd en ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit.
Opmerkingen
Deel I:
— Vak I.8: indien nodig code van de zone of het compartiment van herkomst vermelden, conform de code in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
— Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van het vermeerderingsbedrijf.
— Vak I.15: registratienummer(s) van wagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, het volgnummer van het zegel te worden vermeld in vak I.23.
— Vak I.28 (categorie): kies een van de volgende categorieën: raszuivere dieren/grootouderdieren/ouderdieren /andere; (identificatiesysteem en identificatienummer): op de eieren aangebracht merkteken invullen.
Deel II:
(1) Voor broedeieren van dieren van de orde Struthioniformes (Casuariidae, Rheidae, Struthionidae).
(2) Gebiedscode als vermeld in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
(3) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(4) Naam van compartiment(en) invullen.
(5) Alleen van toepassing op de landen met de code „III” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008. Dit geldt echter niet voor broedeieren van loopvogels afkomstig uit compartimenten.
(6) Bij de verzending moeten de eieren individueel worden gemerkt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 617/2008, met vermelding van het erkenningsnummer van het vermeerderingsbedrijf, in onuitwisbare zwarte inkt; het merkteken moet duidelijk leesbaar zijn en gesteld in ten minste één van de talen van de EU.
(7) Doorhalen indien de zending niet bestemd is voor Finland of Zweden.
(8) Invullen indien van toepassing.
(9) Indien bij landen of gebieden voor broedeieren van loopvogels (HER) in kolom 6 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 de code „N” staat, betekent dit dat in geval van een uitbraak van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008 de land- of gebiedscode verder gebruikt wordt, maar dat delen waarvoor op de datum van afgifte van dit certificaat officiële beperkende maatregelen gelden die het desbetreffende derde land in verband met Newcastle disease heeft ingesteld, hiervan zijn uitgesloten.
(10) Deze garantie is alleen vereist voor broedeieren afkomstig uit landen, gebieden, zones of compartimenten met de code „X” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
Dit certificaat is tien dagen geldig.
Officiële dierenarts
Naam (in blokletters): Hoedanigheid en titel:
Datum: Handtekening:
Stempel:
”
iii)
het model van veterinair certificaat SRP wordt als volgt vervangen:
„
Veterinair certificaat voor slachtpluimvee en pluimvee om in het wild te worden uitgezet met uitzondering van loopvogels (SRP)
SRP (slachtpluimvee en pluimvee om in het wild te worden uitgezet m.u.v. loopvogels)
II. Informatie over de gezondheid
II.a. Referentienummer certificaat
II.b.
Deel II: Certificering
II.1. Verklaring inzake de diergezondheid
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het in dit certificaat beschreven pluimvee (1) aan de volgende voorwaarden voldoet:
II.1.1 de voorschriften van Richtlijn 2009/158/EG;
II.1.2 de dieren hebben verbleven in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
gedurende ten minste de laatste zes weken vóór invoer in de EU of sinds zij zijn uitgebroed indien zij jonger zijn dan zes weken. Indien het in het land, het gebied, de zone of het compartiment van herkomst is ingevoerd, vond dit plaats overeenkomstig veterinaire voorschriften die ten minste even stringent zijn als de desbetreffende eisen van Richtlijn 2009/158/EG en van de op grond daarvan vastgestelde besluiten;
II.1.3 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) (12) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
a) dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;
b) waar een bewakingsprogramma voor aviaire influenza wordt uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008;
II.1.4 zij zijn afkomstig uit:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene en laagpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
(3) hetzij [II.1.4.1 dat (die) op de datum van afgifte van dit certificaat vrij was (waren) van hoogpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008, en het pluimvee is afkomstig van een inrichting:
a) waarin zich de laatste 30 dagen voor invoer in de EU geen laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
b) die is gevestigd in een gebied waarvoor de bevoegde autoriteit geen officiële beperkende maatregelen heeft ingesteld in verband met een uitbraak van laagpathogene aviaire influenza en in elk geval waaromheen zich in een gebied met een straal van 1 km de laatste 30 dagen voor invoer in de Unie in geen enkele inrichting laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;
c) waar er geen epidemiologisch verband is met een inrichting waar zich de laatste 30 dagen voor invoer in de Unie laagpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;]
II.1.5 zij zijn afkomstig uit een koppel dat niet tegen aviaire influenza is ingeënt;
II.1.6 de dieren hebben sinds zij zijn uitgebroed of ten minste de laatste 30 dagen verbleven in de inrichting(en) van herkomst,
a) waarvoor geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen gelden;
b) waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of Newcastle disease heeft voorgedaan;
II.1.7 zij zijn afkomstig van koppels die aan de volgende voorwaarden voldoen:
a) de dieren zijn op de dag van afgifte van dit certificaat onderzocht en vertoonden geen klinische ziekteverschijnselen en werden er niet van verdacht te zijn besmet;
(3) hetzij [b) zij zijn niet ingeënt tegen Newcastle disease;]
SRP (slachtpluimvee en pluimvee om in het wild te worden uitgezet m.u.v. loopvogels)
II. Informatie over de gezondheid
II.a. Referentienummer certificaat
II.b.
(3) hetzij [b) zij zijn tegen Newcastle disease ingeënt:
]
(5) [c) zij zijn met officieel goedgekeurde vaccins ingeënt:
]
II.1.8 zij zijn in de onder II.1.6 genoemde periode niet in contact geweest met pluimvee dat niet aan de voorwaarden van dit certificaat voldoet, noch met wilde vogels.
II.2. Aanvullende garanties inzake de volksgezondheid
(6) [Het in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 2160/2003 bedoelde programma ter bestrijding van salmonella en de specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 1177/2006 voor het gebruik van antimicrobiële stoffen en vaccins zijn toegepast op het koppel van herkomst en het koppel is getest op salmonellaserotypen die van belang zijn voor de volksgezondheid:
De laatste drie weken vóór invoer werden om andere redenen dan het programma ter bestrijding van salmonella:
(3) hetzij [geen antimicrobiële stoffen toegediend aan het slachtpluimvee;]
(3) (8) hetzij [de volgende antimicrobiële stoffen toegediend aan het slachtpluimvee: ;]]
II.3. Aanvullende garanties inzake de diergezondheid
(9) [II.3.1 wanneer de zending bestemd is voor een lidstaat met de in artikel 15, lid 2, van Richtlijn 2009/158/EG genoemde status, is het in dit certificaat beschreven pluimvee afkomstig van koppels die:
(3) hetzij [niet zijn ingeënt tegen Newcastle disease en in de laatste 14 dagen vóór verzending negatief zijn gebleken bij een serologische test op de aanwezigheid van antilichamen tegen Newcastle disease;]
(3) hetzij [tegen Newcastle disease zijn ingeënt, maar niet in de laatste 30 dagen vóór verzending met een levend vaccin, en in de laatste 14 dagen vóór verzending negatief zijn gebleken bij een virusisolatietest op Newcastle disease, uitgevoerd op een aselecte steekproef van cloacaswabs of fecesmonsters van ten minste 60 dieren;]]
(5) [II.3.2 aan de volgende aanvullende garanties, die door de lidstaat van bestemming zijn gevraagd overeenkomstig artikel 16 en/of artikel 17 van Richtlijn 2009/158/EG, is voldaan:
;]
(9) [II.3.3 wanneer de dieren bestemd zijn voor Finland of Zweden:
(3) hetzij [hebben zij negatief gereageerd op een microbiologische test die steekproefsgewijs op het bedrijf van herkomst is verricht overeenkomstig Beschikking 95/410/EG;]
(3) hetzij [komen zij van een bedrijf waarvoor een programma geldt dat door de Europese Commissie als gelijkwaardig aan het nationale programma van Finland, respectievelijk Zweden, is erkend.]]
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
Partijnummer
Naam en producent van het vaccin
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Vaccinatiedatum [dd/mm/jjjj]
Ingeënt tegen
Partijnummer
Naam, producent en soort officieel goedgekeurd vaccin
Identificatie van het koppel
Leeftijd van de vogels
Datum van de laatste bemonstering van het koppel waarvan het testresultaat bekend is [dd/mm/jjjj]
(10) [hoewel het gebruik van vaccins tegen Newcastle disease die niet aan de in bijlage VI, deel II, bij Verordening (EG) nr. 798/2008 vastgestelde specifieke criteria voldoen, niet verboden is in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(3) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
is het in dit certificaat beschreven pluimvee:
a) ten minste de laatste twaalf maanden niet met dergelijke vaccins ingeënt;
b) afkomstig uit een koppel dat in een officieel laboratorium in de 14 dagen vóór verzending een virusisolatietest op Newcastle disease heeft ondergaan, uitgevoerd op een aselecte steekproef van cloacaswabs van ten minste 60 dieren per koppel, waarbij geen aviair paramyxovirus met een intracerebrale pathogeniteitsindex (ICPI) van meer dan 0,4 is gevonden;
c) in de 60 dagen vóór verzending niet in contact geweest met pluimvee dat niet voldoet aan de voorwaarden onder a) en b);
d) in de onder b) genoemde periode van 14 dagen onder officiële bewaking op de inrichting van herkomst afgezonderd gehouden.]
(11) II.5. Verklaring inzake het vervoer van de dieren
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het in dit certificaat beschreven pluimvee in kratten of kooien wordt vervoerd:
a) die uitsluitend pluimvee van eenzelfde soort, categorie en type, afkomstig van dezelfde inrichting, bevatten;
b) die volgens de instructies van de bevoegde autoriteit zo zijn gesloten dat verwisseling van de inhoud onmogelijk is;
c) die, evenals de voertuigen waarmee ze worden vervoerd, zo zijn ontworpen dat:
i) tijdens het vervoer geen uitwerpselen en zo weinig mogelijk veren kunnen worden verloren;
ii) het pluimvee visueel kan worden geïnspecteerd;
iii) zij kunnen worden gereinigd en ontsmet;
d) die, evenals de voertuigen waarmee ze worden vervoerd, vóór het laden zijn gereinigd en ontsmet volgens de instructies van de bevoegde autoriteit.
Opmerkingen
Deel I:
— Vak I.8: indien nodig code van de zone of het compartiment van herkomst vermelden, conform de code in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
— Vak I.15: registratienummer(s) van wagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, het volgnummer van het zegel te worden vermeld in vak I.23.
— Vak I.19: de juiste GS-code (geharmoniseerd systeem van de Werelddouaneorganisatie) gebruiken: 01.05 of 01.06.39.
Deel II:
(1) Pluimvee als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008 met uitzondering van loopvogels.
(2) Gebiedscode als vermeld in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
SRP (slachtpluimvee en pluimvee om in het wild te worden uitgezet m.u.v. loopvogels)
II. Informatie over de gezondheid
II.a. Referentienummer certificaat
II.b.
(4) Naam van compartiment(en) invullen.
(5) Invullen indien van toepassing.
(6) Deze garantie geldt alleen voor pluimvee van de soort Gallus gallus en kalkoenen.
(7) Als voor de volgende serotypen een of meer van de resultaten positief waren tijdens de levensduur van het koppel van herkomst, aangeven als positief: Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium.
(8) Indien van toepassing: naam van het gebruikte product en werkzame stof invullen.
(9) Doorhalen indien de zending niet bestemd is voor Finland of Zweden.
(10) Deze garantie is alleen vereist voor pluimvee afkomstig uit landen, gebieden, zones of compartimenten waarop artikel 13, lid 1, van Verordening (EG) nr. 798/2008 van toepassing is.
(11) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1/2005 worden de dieren door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten gecontroleerd om na te gaan of zij na binnenkomst in de EU geschikt zijn voor verder vervoer. Indien niet aan de eisen wordt voldaan, moeten de dieren worden uitgeladen en moeten nadere maatregelen worden genomen.
(12) Indien bij landen of gebieden voor slachtpluimvee en pluimvee om in het wild te worden uitgezet met uitzondering van loopvogels (SRP) in kolom 6 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 de code „N” staat, betekent dit dat in geval van een uitbraak van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008 de land- of gebiedscode verder gebruikt wordt, maar dat delen waarvoor op de datum van afgifte van dit certificaat officiële beperkende maatregelen gelden die het desbetreffende derde land in verband met Newcastle disease heeft ingesteld, hiervan zijn uitgesloten.
Dit certificaat is tien dagen geldig.
Officiële dierenarts
Naam (in blokletters): Hoedanigheid en titel:
Datum: Handtekening:
Stempel:
”
iv)
de modellen van de veterinaire certificaten POU en RAT worden als volgt vervangen:
„
Veterinair certificaat voor vlees van pluimvee (POU)
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat hij kennis heeft van de desbetreffende bepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 852/2004, (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004 en dat het in dit certificaat beschreven vlees van pluimvee (1) overeenkomstig deze voorschriften is geproduceerd en met name:
a) afkomstig is van een of meer inrichtingen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 852/2004 een op de HACCP-beginselen gebaseerd programma toepassen;
b) geproduceerd is overeenkomstig de voorschriften van de secties II en V van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004;
c) op grond van een overeenkomstig sectie IV, hoofdstuk V, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 854/2004 uitgevoerde ante- en postmortemkeuring geschikt voor menselijke consumptie is bevonden;
d) van een identificatiemerk is voorzien overeenkomstig sectie I van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 853/2004;
e) voldoet aan de criteria van Verordening (EG) nr. 2073/2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen;
f) met betrekking tot levende dieren en producten daarvan alle garanties worden geboden die zijn vervat in de overeenkomstig Richtlijn 96/23/EG, en met name artikel 29 daarvan, ingediende plannen betreffende residuen;
(2) [g) voldoet aan de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 1688/2005 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft bijzondere garanties ten aanzien van salmonella voor de verzending naar Finland en Zweden van bepaalde soorten vlees en eieren.]
II.2. Verklaring inzake de diergezondheid
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het in dit certificaat beschreven vlees van pluimvee aan de volgende voorwaarden voldoet:
II.2.1 het is afkomstig uit:
(3) (4) (6) hetzij [het gebied met code ,]
(4) (5) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
dat (die) op de datum waarop dit certificaat wordt afgegeven, vrij was (waren) van:
hoogpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008, en
Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;
II.2.2 het vlees is verkregen van pluimvee dat:
(4) hetzij [niet is ingeënt tegen aviaire influenza;]
(4) hetzij [tegen aviaire influenza is ingeënt volgens een vaccinatieprogramma overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008, met:
(naam en type vaccin(s))
op de leeftijd van weken;]
II.2.3 het vlees is verkregen van pluimvee dat is gehouden in:
(3) (4) (9) hetzij [het (de) gebied(en) met code ,]
(4) (5) (9) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
sinds het is uitgekomen of als eendagskuikens of slachtpluimvee is ingevoerd uit a) een of meer derde landen die voor het desbetreffende product zijn opgenomen in deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008, waarbij die invoer plaatsvond onder voorwaarden die ten minste gelijkwaardig zijn aan de in die verordening opgenomen voorwaarden;
II.2.4 het vlees is verkregen van pluimvee dat komt van inrichtingen:
a) waarvoor geen veterinairrechtelijke verbodsbepalingen gelden;
b) waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of Newcastle disease heeft voorgedaan;
(7) a) is geslacht op (dd/mm/jjjj) of tussen (dd/mm/jjjj) en (dd/mm/jjjj);
b) niet is geslacht in het kader van een veterinairrechtelijk programma voor de bestrijding of de uitroeiing van een pluimveeziekte;
c) tijdens het vervoer naar het slachthuis niet in contact geweest is met pluimvee dat met hoogpathogene aviaire influenza of met Newcastle disease besmet was;
II.2.6 a) het vlees komt van erkende slachthuizen waarvoor op het moment van het slachten geen beperkende maatregelen golden in verband met een vermoedelijke of een bevestigde uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of van Newcastle disease en waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of van Newcastle disease heeft voorgedaan;
b) het vlees is tijdens het slachten, het uitsnijden, de opslag of het vervoer nooit in contact geweest met pluimvee of vlees met een lagere gezondheidsstatus;
(8) [II.2.7 het vlees is afkomstig van slachtpluimvee:
a) dat niet is ingeënt met vaccins op basis van een master seed van het Newcastlediseasevirus met een hogere pathogeniteit dan lentogene virusstammen;
b) dat in een officieel laboratorium tijdens het slachten een virusisolatietest op Newcastle disease heeft ondergaan, uitgevoerd op een aselecte steekproef van cloacaswabs van ten minste zestig dieren per koppel, waarbij geen aviair paramyxovirus met een intracerebrale pathogeniteitsindex (ICPI) van meer dan 0,4 is gevonden;
c) dat in de 30 dagen vóór het slachten niet in contact is geweest met pluimvee dat niet voldoet aan de voorwaarden onder a) en b).]
(10) [II.2.8 het vlees is afkomstig van koppels slachtpluimvee die zijn onderzocht en getest overeenkomstig sectie I, punt 8, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 798/2008.]
II.3. Verklaring inzake het dierenwelzijn
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het in deel I van dit certificaat omschreven verse vlees verkregen is van dieren die in het slachthuis vóór en tijdens het slachten of doden zijn behandeld met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van de wetgeving van de EU en hebben voldaan aan voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld in de hoofdstukken II en III van Verordening (EG) nr. 1099/2009.
Opmerkingen
Deel I:
— Vak I.8: indien nodig code van de zone of het compartiment van herkomst vermelden, conform de code in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
— Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van de inrichting van verzending.
— Vak I.15: registratienummer(s) van wagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, het volgnummer van het zegel te worden vermeld in vak I.23.
— Vak I.19: de juiste GS-code (geharmoniseerd systeem van de Werelddouaneorganisatie) gebruiken: 02.07, 02.08 of 05.04.
Deel II:
(1) Onder vlees van pluimvee wordt verstaan: de eetbare delen van gekweekte vogels, met inbegrip van vogels die niet als landbouwhuisdier worden beschouwd, maar wel als landbouwhuisdier worden gekweekt, met uitzondering van loopvogels, die ter bevordering van de houdbaarheid geen andere behandeling dan een koudebehandeling hebben ondergaan; vacuümverpakt vlees of vlees in gasverpakking moet eveneens vergezeld gaan van een certificaat volgens dit model.
Dit omvat ook vlees van gekweekt vederwild als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008.
(2) Doorhalen indien de zending niet bestemd is voor Finland of Zweden.
(3) Gebiedscode als vermeld in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
(6) Indien bij landen of gebieden voor vlees van pluimvee (POU) in kolom 6 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 de code „N” staat, betekent dit dat in geval van een uitbraak van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008 de land- of gebiedscode verder gebruikt wordt, maar dat delen waarvoor op de datum van afgifte van dit certificaat officiële beperkende maatregelen gelden die het desbetreffende derde land in verband met Newcastle disease heeft ingesteld, hiervan zijn uitgesloten.
(7) Datum of data van slachting invullen. Invoer van dit vlees is niet toegestaan als het verkregen is van pluimvee dat is geslacht in het gebied of het (de) compartiment(en) als genoemd onder II.2.1 in een periode waarin beperkende maatregelen van de EU golden voor de invoer van vlees uit het (de) betrokken gebied of compartiment(en).
(8) Alleen van toepassing op de landen met de code „VI” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
(9) Indien het vlees afkomstig is van slachtpluimvee uit een of meer andere derde landen waaruit dat product volgens deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 in de EU mag worden ingevoerd, moet(en) de code(s) van dat (die) land(en) of gebied(en) daarvan worden vermeld alsmede de code van het derde land waar het pluimvee is geslacht.
(10) Deze garantie is alleen vereist voor pluimveevlees afkomstig uit landen, gebieden, zones of compartimenten met de code „X” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
Officiële dierenarts
Naam (in blokletters): Hoedanigheid en titel:
Datum: Handtekening:
Stempel:
Veterinair certificaat voor vlees van gekweekte loopvogels voor menselijke consumptie (RAT)
RAT (vlees van gekweekte loopvogels voor menselijke consumptie)
II. Informatie over de gezondheid
II.a. Referentienummer certificaat
II.b.
Deel II: Certificering
II.1. Verklaring inzake de volksgezondheid
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat hij kennis heeft van de desbetreffende bepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 852/2004, (EG) nr. 853/2004 en (EG) nr. 854/2004 en dat het in dit certificaat beschreven vlees van loopvogels (1) overeenkomstig deze voorschriften is geproduceerd en met name:
a) afkomstig is van een of meer inrichtingen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 852/2004 een op de HACCP-beginselen gebaseerd programma toepassen;
b) geproduceerd is overeenkomstig de voorschriften van de secties III en V van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004;
c) op grond van een overeenkomstig sectie IV, hoofdstuk VII, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 854/2004 uitgevoerde ante- en postmortemkeuring geschikt voor menselijke consumptie is bevonden (2);
d) van een identificatiemerk is voorzien overeenkomstig sectie I van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 853/2004;
e) met betrekking tot levende dieren en producten daarvan alle garanties biedt die zijn vervat in de overeenkomstig Richtlijn 96/23/EG, met name artikel 29, ingediende plannen betreffende residuen.
II.2. Verklaring inzake de diergezondheid
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het in dit certificaat beschreven vlees van loopvogels aan de volgende voorwaarden voldoet:
II.2.1 het is afkomstig uit:
(2) (3) (5) hetzij [het gebied met code ,]
(2) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]
(2) hetzij [II.2.1.1 dat (die) op de datum waarop dit certificaat wordt afgegeven, vrij was (waren) van:hoogpathogene aviaire influenza als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008,
(6) [en Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008]];
(2) (11) hetzij [II.2.1.1 door de bevoegde autoriteit erkend(e) geregistreerd(e) gesloten bedrijf/bedrijven waarrond zich binnen een straal van 100 km — eventueel met inbegrip van het grondgebied van een buurland — ten minste in de laatste 24 maanden geen uitbraak van laagpathogene of hoogpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan en waarbij geen epidemiologisch verband bestaat met een loopvogel- of pluimveebedrijf waar zich in de laatste 24 maanden laagpathogene of hoogpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan, en dat (die) op de datum waarop dit certificaat wordt afgegeven, vrij was (waren) van laagpathogene en hoogpathogene aviaire influenza en Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;]
II.2.2 het vlees is verkregen van loopvogels die:
(2) hetzij [niet zijn ingeënt tegen aviaire influenza;]
(2) hetzij [zijn ingeënt tegen aviaire influenza volgens een vaccinatieprogramma overeenkomstig Verordening (EG) nr. 798/2008, met:
(naam en type vaccin(s))
op de leeftijd van weken;]
(7) zijn geslacht op (dd/mm/jjjj) of tussen (dd/mm/jjjj) en (dd/mm/jjjj);
II.2.3 het vlees is:
(2) (6) hetzij [II.2.3.1 van gekweekte loopvogels die ten minste drie maanden vóór ze zijn geslacht of sinds ze zijn uitgebroed ononderbroken zijn gehouden in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(2) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]]
(2) (11) hetzij [II.2.3.1 van gekweekte loopvogels die ten minste drie maanden vóór ze zijn geslacht of sinds ze zijn uitgebroed ononderbroken zijn gehouden in (een) door de bevoegde autoriteit erkend(e) geregistreerd(e) gesloten bedrijf/bedrijven waarrond zich binnen een straal van 100 km — eventueel met inbegrip van het grondgebied van een buurland — ten minste in de laatste 24 maanden geen uitbraak van laagpathogene of hoogpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan en waarbij geen epidemiologisch verband bestaat met een loopvogel- of pluimveebedrijf waar zich in de laatste 24 maanden laagpathogene of hoogpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;]
RAT (vlees van gekweekte loopvogels voor menselijke consumptie)
II. Informatie over de gezondheid
II.a. Referentienummer certificaat
II.b.
(2) (8) hetzij [II.2.3.1 zonder been en zonder huid en is verkregen van gekweekte loopvogels die ten minste drie maanden vóór ze zijn geslacht of sinds ze zijn uitgebroed ononderbroken zijn gehouden in:
(2) (3) hetzij [het gebied met code ,]
(2) (4) hetzij [het/de compartiment(en) ,]]
II.2.4 het vlees is:
(6) (2) (12) hetzij [II.2.4.1 verkregen van loopvogels van een of meer inrichtingen:
a) waar regelmatig veterinaire controles worden verricht voor de opsporing van op mens of dier overdraagbare ziekten;
b) waarvoor geen veterinairrechtelijke beperkende maatregelen gelden in verband met een ziekte waarvoor loopvogels en/of ander pluimvee gevoelig zijn/is;
c) waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of Newcastle disease heeft voorgedaan;]
(8) (2) (12) hetzij [II.2.4.1 zonder been en zonder huid en is afkomstig van loopvogels die zijn opgefokt of ten minste de laatste drie maanden vóór het slachten zijn gehouden in inrichtingen:
a) waar regelmatig veterinaire controles worden verricht voor de opsporing van op mens of dier overdraagbare ziekten;
b) waarvoor geen veterinairrechtelijke beperkende maatregelen gelden in verband met een ziekte waarvoor loopvogels en/of ander pluimvee gevoelig zijn/is;
c) waar zich in de laatste zes maanden geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of van Newcastle disease heeft voorgedaan, en waaromheen zich in een gebied dat zich uitstrekt tot 10 km buiten de omtrek van dat deel van de inrichting waar de loopvogels worden gehouden en dat eventueel ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste drie maanden geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of van Newcastle disease heeft voorgedaan;]
(2) hetzij [II.2.4.1 zonder been en zonder huid en is afkomstig van loopvogels uit landen in Azië of Afrika die:
a) ten minste de laatste 14 dagen vóór het slachten geïsoleerd in een teekvrije ruimte zijn gehouden, waarbij een officieel goedgekeurd programma voor de bestrijding van knaagdieren is toegepast;
b) voordat zij naar de teekvrije ruimte zijn gebracht,
(2) hetzij [onderzocht en teekvrij bevonden zijn;]
(2) hetzij [zo zijn behandeld dat alle eventueel aanwezige teken gegarandeerd zijn vernietigd
met (specificatie van de behandeling):
waarbij deze behandeling geen aantoonbare residuen in het vlees van de loopvogels heeft achtergelaten;]
c) bij aankomst in het slachthuis (per batch) op teken zijn onderzocht, waarbij geen teken zijn gevonden;]
II.2.5 het vlees is niet verkregen van loopvogels die zijn geslacht in het kader van een veterinairrechtelijk programma voor de bestrijding of de uitroeiing van ziekten bij pluimvee en/of loopvogels;
II.2.6 het is afkomstig van loopvogels:
(2) (6) (9) hetzij [II.2.6.1 die in de laatste dertig dagen vóór het slachten met een levend vaccin tegen Newcastle disease zijn ingeënt;]
(2) (6) hetzij [II.2.6.1 die in de laatste dertig dagen vóór het slachten niet met een levend vaccin tegen Newcastle disease zijn ingeënt;]
(2) (8) hetzij [II.2.6.1 die niet zijn ingeënt tegen Newcastle disease;]
(2) (8) hetzij [II.2.6.1 die tegen Newcastle disease zijn ingeënt met een levend vaccin dat niet voldoet aan de eisen van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 798/2008, maar de inenting is niet in de laatste dertig dagen vóór het slachten uitgevoerd;]
(2) (8) hetzij [II.2.6.1 die tegen Newcastle disease zijn ingeënt met een geïnactiveerd vaccin dat voldoet aan de eisen van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 798/2008;]
(8) (10) [II.2.7 het is afkomstig van loopvogels uit inrichtingen waar ten minste gedurende de laatste zes maanden vóór invoer in de EU bewaking ten aanzien van Newcastle disease is uitgevoerd aan de hand van een op statistische gegevens gebaseerd bemonsteringsplan, met negatief resultaat;]
RAT (vlees van gekweekte loopvogels voor menselijke consumptie)
II. Informatie over de gezondheid
II.a. Referentienummer certificaat
II.b.
II.2.8 het is afkomstig van loopvogels die tijdens het vervoer naar het slachthuis niet in contact zijn geweest met pluimvee en/of loopvogels die met hoogpathogene aviaire influenza of met Newcastle disease besmet waren;
II.2.9 het vlees komt van erkende slachthuizen waarvoor op het moment van het slachten geen beperkende maatregelen golden in verband met een vermoedelijke of een bevestigde uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of van Newcastle disease en waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza of van Newcastle disease heeft voorgedaan, en het vlees is tijdens het slachten, het uitsnijden, de opslag en het vervoer nooit in contact geweest met loopvogels of vlees die niet voldoen aan Verordening (EG) nr. 853/2004.
(13) [II.2.10 het vlees is afkomstig van koppels slachtloopvogels die zijn onderzocht en getest overeenkomstig sectie I, punt 8, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 798/2008.]
II.3. Verklaring inzake het dierenwelzijn
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat het in deel I van dit certificaat omschreven verse vlees verkregen is van dieren die in het slachthuis vóór en tijdens het slachten of doden zijn behandeld met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van de wetgeving van de EU en hebben voldaan aan voorschriften die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld in de hoofdstukken II en III van Verordening (EG) nr. 1099/2009.
Opmerkingen
Deel I:
— Vak I.8: indien nodig code van de zone of het compartiment van herkomst vermelden, conform de code in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
— Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van de inrichting van verzending.
— Vak I.15: registratienummer(s) van wagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, het volgnummer van het zegel te worden vermeld in vak I.23.
Deel II:
(1) Onder vlees van loopvogels wordt verstaan: alle voor menselijke consumptie geschikte delen, met uitzondering van slachtafval, van gekweekte loopvogels die ter bevordering van de houdbaarheid geen andere behandeling dan een koudebehandeling hebben ondergaan; vacuümverpakt vlees of vlees in gasverpakking moet eveneens vergezeld gaan van een certificaat volgens dit model.
(2) Doorhalen wat niet van toepassing is.
(3) Gebiedscode als vermeld in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
(4) Naam van compartiment(en) invullen.
(5) Indien bij landen of gebieden voor vlees gekweekte loopvogels voor menselijke consumptie (RAT) in kolom 6 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 de code „N” staat, betekent dit dat in geval van een uitbraak van Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008 de land- of gebiedscode verder gebruikt wordt, maar dat delen waarvoor op de datum van afgifte van dit certificaat officiële beperkende maatregelen gelden die het desbetreffende derde land in verband met Newcastle disease heeft ingesteld, hiervan zijn uitgesloten.
(6) Niet van toepassing op de landen met de code „VII” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
(7) Datum of data van slachting invullen. Invoer van dit vlees is niet toegestaan als het verkregen is van loopvogels die zijn geslacht in het gebied of het (de) compartiment(en) als genoemd onder II.2.1 in een periode waarin beperkende maatregelen van de EU golden voor de invoer van vlees uit het (de) betrokken gebied of compartiment(en).
(8) Alleen van toepassing op de landen met de code „VII” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
(9) Dergelijke zendingen mogen niet naar Finland of Zweden worden verzonden.
(10) Bij niet-gevaccineerde koppels is deze bewaking gebaseerd op serologische tests, en bij gevaccineerde koppels op onderzoek van tracheaswabs.
(11) Voor vlees van gekweekte loopvogels voor menselijke consumptie (RAT) alleen uit landen of gebieden van dat land met de code „H” in kolom 6 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008. Er zijn garanties verstrekt dat het vlees van gekweekte loopvogels voor menselijke consumptie (RAT) afkomstig is van loopvogels van een geregistreerd gesloten loopvogelbedrijf dat door de bevoegde autoriteit van het derde land is erkend. Bij een uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza mag dergelijk vlees toch nog worden ingevoerd, mits het vlees afkomstig is van loopvogels van een geregistreerd gesloten bedrijf dat vrij van laagpathogene en hoogpathogene aviaire influenza is, en op voorwaarde dat er zich binnen een straal van 100 km rond dat bedrijf — eventueel met inbegrip van het grondgebied van een buurland — ten minste in de laatste 24 maanden geen uitbraak van laagpathogene of hoogpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan en er geen epidemiologisch verband bestaat met een loopvogel- of pluimveebedrijf waar zich in de laatste 24 maanden laagpathogene of hoogpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan.
RAT (vlees van gekweekte loopvogels voor menselijke consumptie)
II. Informatie over de gezondheid
II.a. Referentienummer certificaat
II.b.
(12) Niet van toepassing op geregistreerde gesloten loopvogelbedrijven.
(13) Deze garantie is alleen vereist voor vlees van gekweekte loopvogels afkomstig uit landen, gebieden, zones of compartimenten met de code „X” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
Officiële dierenarts
Naam (in blokletters): Hoedanigheid en titel:
Datum: Handtekening:
Stempel:
”
v)
de modellen van de veterinaire certificaten E en EP worden als volgt vervangen:
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de in dit certificaat beschreven eieren aan de volgende voorwaarden voldoen:
II.1.1 zij zijn afkomstig van inrichtingen die de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren en tot de afgifte van dit certificaat vrij was van hoogpathogene aviaire influenza en Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008;
(2) [II.1.2 en zij zijn afkomstig van koppels die zijn onderzocht en getest overeenkomstig sectie I, punt 8, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 798/2008.]
II.2. Verklaring inzake de volksgezondheid
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat hij kennis heeft van de bepalingen van de Verordeningen (EG) nrs. 178/2002, 852/2004, 853/2004 en 2160/2003 en dat de in dit certificaat beschreven eieren overeenkomstig deze voorschriften zijn geproduceerd en met name:
II.2.1 afkomstig zijn van een of meer inrichtingen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 852/2004 een op de HACCP-beginselen gebaseerd programma toepassen;
II.2.2 zijn opgeslagen, vervoerd en geleverd overeenkomstig de voorschriften van sectie X, hoofdstuk I, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004;
(1) [II.2.2.1 voldoen aan de voorwaarden van Verordening (EG) nr. 1688/2005 van de Commissie tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft bijzondere garanties ten aanzien van salmonella voor de verzending naar Finland en Zweden van bepaalde soorten vlees en eieren of aan de voorwaarden van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 427/2012 van de Commissie van 22 mei 2012 tot uitbreiding van de bijzondere waarborgen betreffende salmonella, als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad, tot voor Denemarken bestemde eieren;]
II.2.3 met betrekking tot levende dieren en producten daarvan alle garanties bieden die zijn vervat in de overeenkomstig Richtlijn 96/23/EG, met name artikel 29, ingediende plannen betreffende residuen;
II.2.4 voldoen aan de voorschriften van artikel 10, lid 6, van Verordening (EG) nr. 2160/2003. Meer in het bijzonder:
i) mogen geen eieren worden ingevoerd uit koppels van legkippen waarin Salmonella spp. is geconstateerd als gevolg van een epidemiologisch onderzoek naar een door voedsel overgedragen uitbraak of indien geen gelijkwaardige garanties zijn verstrekt, tenzij zij gemerkt zijn als eieren van klasse B;
ii) mogen geen eieren worden ingevoerd uit koppels van legkippen met onbekende gezondheidsstatus waarvan wordt vermoed dat zij besmet zijn, of uit koppels die besmet zijn met Salmonella Enteritidis en/of Salmonella Typhimurium waarvoor in de wetgeving van de Unie een doelstelling voor het verminderen van de prevalentie is vastgesteld en waarop geen monitoring wordt toegepast die gelijkwaardig is aan de in de bepalingen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 517/2011 vastgestelde monitoring, of indien geen gelijkwaardige garanties zijn gesteld, tenzij zij gemerkt zijn als eieren van klasse B.
Opmerkingen
Deel I:
— Vak I.8: indien nodig code van de zone of naam van het compartiment van herkomst vermelden, conform de code in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
— Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van de inrichting van verzending.
— Vak I.15: registratienummer(s) van wagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, het volgnummer van het zegel te worden vermeld in vak I.23.
— Vak I.18: klasse van de eieren overeenkomstig deel VI van bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 invullen.
Deel II:
(1) Doorhalen indien de zending niet bestemd is voor Denemarken, Finland of Zweden.
(2) Deze garantie is alleen vereist voor eieren afkomstig uit landen, gebieden, zones of compartimenten met de code „X” in kolom 5 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
Ondergetekende, officieel dierenarts, verklaart dat de in dit certificaat beschreven eiproducten geproduceerd zijn van eieren afkomstig van (een) inrichting(en) die de laatste 30 dagen voor de verzameling van de eieren vrij was (waren) van hoogpathogene aviaire influenza en Newcastle disease als omschreven in Verordening (EG) nr. 798/2008; en
hetzij
(1) [II.1.1 waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza heeft voorgedaan;]
hetzij
(1) [II.1.1 de eiproducten zijn als volgt verwerkt:
(1) hetzij [vloeibaar eiwit is:
(1) hetzij [gedurende 870 seconden bij 55,6 °C behandeld.]
(1) hetzij [gedurende 232 seconden bij 56,7 °C behandeld.]]
(1) hetzij [dooier met een gehalte aan toegevoegd zout van 10 % is gedurende 138 seconden bij 62,2 °C behandeld.]
(1) hetzij [gedroogd eiwit is:
(1) hetzij [gedurende 20 uur bij 67 °C behandeld.]
(1) hetzij [gedurende 513 uur bij 54,4 °C behandeld.]]
(1) hetzij [hele eieren zijn ten minste:
(1) hetzij [gedurende 188 seconden bij 60 °C behandeld.]
(1) hetzij [volledig gekookt.]]
(1) hetzij [heeleimengsels werden ten minste:
(1) hetzij [gedurende 188 seconden bij 60 °C behandeld.]
(1) hetzij [gedurende 94 seconden bij 61,1 °C behandeld.]
(1) hetzij [volledig gekookt.]]]
hetzij
(1) [II.1.2 waaromheen zich in een gebied met een straal van 10 km dat, in voorkomend geval, ook grondgebied van een buurland kan omvatten, ten minste in de laatste 30 dagen geen enkele uitbraak van Newcastle disease heeft voorgedaan;]
hetzij
(1) [II.1.2 met betrekking tot de aanwezigheid van Newcastle disease zijn de eiproducten als volgt verwerkt:
(1) hetzij [vloeibaar eiwit is:
(1) hetzij [gedurende 2 278 seconden bij 55 °C behandeld.]
(1) hetzij [gedurende 986 seconden bij 57 °C behandeld.]
(1) hetzij [gedurende 301 seconden bij 59 °C behandeld.]]
(1) hetzij [dooier met een gehalte aan toegevoegd zout van 10 % is gedurende 176 seconden bij 55 °C behandeld.]
(1) hetzij [gedroogd eiwit is gedurende 50,4 uur bij 57 °C behandeld.]
(1) hetzij [hele eieren zijn ten minste:
(1) hetzij [gedurende 2 521 seconden bij 55 °C behandeld.]
(1) hetzij [gedurende 1 596 seconden bij 57 °C behandeld.]
(1) hetzij [gedurende 674 seconden bij 59 °C behandeld.]]
(1) hetzij [volledig gekookt.]]
II.2. Verklaring inzake de volksgezondheid
Ondergetekende, officieel dierenarts/officieel inspecteur, verklaart dat hij kennis heeft van de bepalingen van de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 852/2004 en (EG) nr. 853/2004 en dat de in dit certificaat beschreven eiproducten overeenkomstig deze voorschriften zijn geproduceerd en met name:
II.2.1 afkomstig zijn van een of meer inrichtingen die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 852/2004 een op de HACCP-beginselen gebaseerd programma toepassen;
II.2.2 geproduceerd zijn met grondstoffen die voldoen aan de voorschriften van sectie X, hoofdstuk II, punt II, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004;
II.2.3 vervaardigd zijn overeenkomstig de hygiënevoorschriften van sectie X, hoofdstuk II, punt III, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004;
II.2.4 voldoen aan de analytische eisen van sectie X, hoofdstuk II, punt IV, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 en de relevante criteria van Verordening (EG) nr. 2073/2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen;
II.2.5 van een identificatiemerk zijn voorzien overeenkomstig sectie I van bijlage II en sectie X, hoofdstuk II, punt V, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004;
II.2.6 met betrekking tot levende dieren en producten daarvan alle garanties bieden die zijn vervat in de overeenkomstig Richtlijn 96/23/EG, met name artikel 29, ingediende plannen betreffende residuen.
Opmerkingen
Deel I:
— Vak I.8: indien nodig code van de zone of het compartiment van herkomst vermelden, conform de code in kolom 2 van deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008.
— Vak I.11: naam, adres en erkenningsnummer van de inrichting van verzending.
— Vak I.15: registratienummer(s) van wagons en vrachtwagens, namen van schepen en, indien bekend, vluchtnummers van vliegtuigen vermelden. Bij vervoer in containers of dozen dienen het totale aantal daarvan en, indien van toepassing, het volgnummer van het zegel te worden vermeld in vak I.23.
— Vak I.19: de juiste GS-code (geharmoniseerd systeem van de Werelddouaneorganisatie) gebruiken: 04.07, 04.08, 35.02 of 21.06.10.
— Vak I.28: aard van de goederen: specificeer het percentage eibestanddelen.
Deel II:
(1) Doorhalen wat niet van toepassing is.
Officiële dierenarts of officiële inspecteur
Naam (in blokletters): Hoedanigheid en titel:
Datum: Handtekening:
Stempel:
”
2)
In bijlage III, sectie I, wordt het volgende punt 8 toegevoegd:
„8. Aanvullende garanties (X) met betrekking tot bepaalde derde landen die niet vrij zijn van Newcastle disease
8.1.
In de in punt 8.2 bedoelde inrichtingen moet de officiële dierenarts:
a)
een controle verrichten van de productie- en gezondheidsgegevens van de inrichting;
b)
een klinische inspectie uitvoeren in elke productie-eenheid, met inbegrip van een evaluatie van de klinische voorgeschiedenis ervan en klinische onderzoeken van pluimvee, met name van dieren die ziek lijken te zijn, in elke productie-eenheid waaruit de in punt 8.2 bedoelde zending gepland is;
c)
een bemonstering uitvoeren van ten minste 60 trachea- of orofarynxswabs en 60 cloacaswabs voor laboratoriumonderzoeken naar de aanwezigheid van het Newcastlediseasevirus in pluimvee en loopvogels in elke productie-eenheid waaruit de in punt 8.2 bedoelde zending van pluimvee gepland is; als er minder dan 60 vogels aanwezig zijn in die epidemiologische eenheid, moeten er swabs worden genomen bij alle vogels. In het geval van in punt 8.2, onder c), bedoelde producten kan deze bemonstering ook in het slachthuis plaatsvinden.
8.2.
Punt 8.1 is van toepassing in inrichtingen van waaruit zendingen naar de Unie gepland zijn van:
a)
fok- of gebruikspluimvee en fok- of gebruiksloopvogels (BPP, BPR);
b)
eendagskuikens van pluimvee, eendagskuikens van loopvogels, broedeieren van pluimvee of loopvogels en consumptie-eieren (DOC, DOR, HEP, HER, E);
c)
vlees dat is verkregen van pluimvee en loopvogels die op dergelijke bedrijven zijn gehouden (POU, RAT).
8.3.
De in punt 8.1 vastgestelde procedures moeten worden uitgevoerd voor:
a)
de in punt 8.2, onder a) en c), bedoelde goederen binnen 72 uur voor verzending naar de Unie of voor de slacht van het pluimvee en de loopvogels;
b)
de in punt 8.2, onder b) bedoelde goederen op intervallen van 15 dagen of in geval van onregelmatige verzending naar de Unie ten minste zeven dagen vóór de verzameling van de broedeieren heeft plaatsgevonden.
8.4.
De in punt 8.1 bedoelde procedures moeten een bevredigend resultaat opleveren en de hierboven bedoelde laboratoriumonderzoeken moeten worden uitgevoerd in een officieel laboratorium, negatieve resultaten opleveren en beschikbaar zijn voor de verzending naar de Unie van de in punt 8.2 genoemde goederen.”
.
18.4.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
L 101/58
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/609 VAN DE COMMISSIE
van 17 april 2015
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.
(2)
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 april 2015.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.
BESLUITEN
18.4.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
L 101/60
BESLUIT (GBVB) 2015/610 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ
van 15 april 2015
tot verlenging van het mandaat van het hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali) (EUCAP SAHEL Mali/2/2015)
HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 38, derde alinea,
Gezien Besluit 2014/219/GBVB van de Raad van 15 april 2014 betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali) (1), en met name artikel 7, lid 1,
Gezien Besluit (GBVB) 2015/76 van de Raad van 19 januari 2015 betreffende de aanvang van de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali) en tot wijziging van Besluit 2014/219/GBVB (2);
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
Krachtens Besluit 2014/219/GBVB is het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) overeenkomstig artikel 38 van het Verdrag gemachtigd de passende besluiten te nemen met het oog op de uitoefening van de politieke controle en de strategische leiding van de missie EUCAP Sahel Mali, met inbegrip van het besluit een hoofd van de missie te benoemen.
(2)
Op 26 mei 2014 heeft het PVC Besluit EUCAP Sahel Mali/1/2014 (3) vastgesteld, waarbij de heer Albrecht CONZE werd benoemd tot hoofd van de missie EUCAP Sahel Mali voor de periode van 26 mei 2014 tot en met 14 januari 2015.
(3)
Op 14 januari 2015 heeft het PVC Besluit (GBVB) 2015/67 (4) vastgesteld, waarbij het mandaat van de heer Albrecht CONZE als hoofd van de missie EUCAP Sahel Mali werd verlengd tot en met 14 juni 2015.
(4)
De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid heeft voorgesteld het mandaat van de heer Albrecht CONZE als hoofd van de missie EUCAP Sahel Mali te verlengen van 15 juni 2015 tot en met 14 juni 2016.
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het mandaat van de heer Albrecht CONZE als hoofd van de missie EUCAP Sahel Mali wordt verlengd tot en met 14 juni 2016.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
(3) Besluit EUCAP Sahel Mali/1/2014 van het Politiek en Veiligheidscomité van 26 mei 2014 betreffende de benoeming van het hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali) (PB L 164 van 3.6.2014, blz. 43).
(4) Besluit (GBVB) 2015/67 van het Politiek en Veiligheidscomité (EUCAP Sahel Mali/1/2015) van 14 januari 2015 tot verlenging van het mandaat van het hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali) (PB L 11 van 17.1.2015, blz. 72).
18.4.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
L 101/61
BESLUIT (GBVB) 2015/611 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ
van 15 april 2015
tot verlenging van het mandaat van het hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP Sahel Niger) (EUCAP Sahel Niger/1/2015)
HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 38, derde alinea,
Gezien Besluit 2012/392/GBVB van de Raad van 16 juli 2012 betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP Sahel Niger) (1), en met name artikel 9, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
Krachtens artikel 9, lid 1, van Besluit 2012/392/GBVB is het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) gemachtigd om de passende besluiten te nemen overeenkomstig artikel 38 van het Verdrag met het oog op de uitoefening van de politieke controle en de strategische leiding van de missie EUCAP Sahel Niger, met inbegrip van met name het besluit een hoofd van de missie te benoemen.
(2)
Op 6 mei 2014 heeft het PVC Besluit EUCAP Sahel Niger/2/2014 (2) vastgesteld, waarbij de heer Filip DE CEUNINCK wordt benoemd tot hoofd van de missie EUCAP Sahel Niger voor de periode van 6 mei 2014 tot en met 15 juli 2014.
(3)
Op 22 juli 2014 heeft de Raad Besluit 2014/482/GBVB (3) vastgesteld, waarbij het mandaat van de missie EUCAP Sahel Niger wordt verlengd van 16 juli 2014 tot en met 15 juli 2016.
(4)
Op 24 juli 2014 heeft het PVC Besluit EUCAP Sahel Niger/3/2014 (4) vastgesteld, waarbij het mandaat van de heer Filip DE CEUNINCK als hoofd van de missie EUCAP Sahel Niger wordt verlengd van 16 juli 2014 tot en met 15 juli 2015.
(5)
De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid heeft voorgesteld het mandaat van de heer Filip DE CEUNINCK als hoofd van de missie EUCAP Sahel Niger te verlengen van 16 juli 2015 tot en met 15 juli 2016,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het mandaat van de heer Filip DE CEUNINCK als hoofd van de missie EUCAP SAHEL Niger wordt hierbij verlengd tot en met 15 juli 2016.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
(2) Besluit EUCAP Sahel Niger/2/2014 van het Politiek en Veiligheidscomité van 6 mei 2014 betreffende de benoeming van het hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP Sahel Niger) (PB L 136 van 9.5.2014, blz. 26).
(3) Besluit 2014/482/GBVB van de Raad van 22 juli 2014 tot wijziging van Besluit 2012/392/GBVB betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP Sahel Niger) (PB L 217 van 23.7.2014, blz. 31).
(4) Besluit EUCAP Sahel Niger/3/2014 van het Politiek en Veiligheidscomité van 24 juli 2014 tot verlenging van het mandaat van het hoofd van de GVDB-missie van de Europese Unie in Niger (EUCAP Sahel Niger) (PB L 267 van 6.9.2014, blz. 5).